Motel Mozaïque
Rotterdam – 18 t/m 20 april

Rotterdam staat op klappen, volgende week staat de stad in het teken van Motel Mozaique. Op allerlei manieren belichten wij het festival en vandaag duiken we in een aantal acts met een bijzonder verhaal dat je misschien niet direct ziet als je door de line-up scrollt. En dan met name over twee Taiwanese bands: Prairie WWWW en Outlet Drift.

Van muziek door de hele stad tot een compleet nachtprogramma, perfomances, kunst, guided tours door de stad, overnachten in het MOMO Art Motel, een markt met lokale producten, de film Wild Rose op de day after en nog veel meer is er te beleven.

Onze tips voor het festival kon je hier al vinden, een interview met een van de festivalprogrammeurs Guido van Dieren lees je hier, interviews met twee optredende acts: Sylvie Kreusch en Panda Bear, en een wandeling door de stad met artistiek directeur Harry Hamelink ging vorige week nog online. Met die laatste spraken we die dag over meer zaken, onder meer over de bijzondere selectie van Taiwanese acts door Hamelink.

Harry Hamelink, foto door Leni Sonck

LUCfest
Dat is een verhaal op zich, dat allemaal begon met de uitnodiging voor een festival op Taiwan. “In november 2017 werd ik uitgenodigd voor een nieuw showcase-festival LUCfest in de Taiwanese stad Tainan, dat wordt georganiseerd door twee Taiwanese dames. Waarvan eentje een platenzaak runt plus concerten organiseert. En die andere woont deels op Taiwan en deels in Utrecht. Het was een prachtig en kleinschalig festival met een crew die overigens bijna uitsluitend uit vrouwen bestond. Iets dat je in de muziekwereld toch niet vaak ziet”, vertelt Hamelink.

“Ik heb daar ontzettend veel bijzondere Taiwanese acts gezien en een aantal bands die ik ontzettend graag naar Rotterdam zou willen halen. Vorig jaar in mei is dat al eens gelukt in Roodkapje met Outlet Drift en The Fur, zonder dat het een MOMO-concert was overigens. Maar ik had daar nog meer mooie dingen gezien. Met MOMO willen we de focus vanaf nu en in de toekomst meer leggen op Aziatische acts, zo speelt de Zuid-Koreaanse band Say Sue Me tijdens het festival en hebben we naast een aantal de Taiwanese designer Szu-Yi Wang uitgenodigd met haar werk The Hanzi Space, dat drie dagen te zien zal zijn in de Schouwburg.”


Prairie WWWW
Afgelopen november ging Hamelink namelijk opnieuw naar het showcasefestival en verbleef hij drie weken op het eiland: “Daar liep ik in de hoofdstad Taipei tegen een show aan van Prairie WWWW. Een band die ik het jaar daarvoor ook had gezien op dat showcasefestival en destijds vond ik het al waanzinnig. Die showcase-show duurde maar een halfuurtje, maar ik was ontzettend nieuwsgierig om het nog een keer te zien. Het was onwijs fascinerend”, zegt hij.

“In de tussentijd was ik de band gaan volgen en had ik allerlei platen gekocht, zeker dat laatste album Pán, dat draai ik nog dagelijks. De bandleden zijn daarnaast ontwerpers, wat je terugziet in de prachtige artworks en de band zijn Instagram-pagina is de mooiste die ik ken. Later kwam ik de band dus nog eens tegen en toen werd ik helemaal weggeblazen. Het was op een of andere manier een heel ander concert dan het jaar daarvoor en het was een van de beste shows die ik de afgelopen jaren heb gezien. Er waren zo’n vijf à zeshonderd mensen en de band heeft daar een uur en veertig minuten lang gespeeld, het was net alsof er een storm over je heen kwam. Het was zó intens.”

“Die show had nog iets anders bijzonders, dat ik nog nooit had gezien. Na die show stond ik nog bij de kleedkamers met de band wat te praten, waarna ik terugkwam in een lege zaal. Daar zag ik ineens recht voor het podium, op de vloer voor de podium-barrière, een soort pilaar staan met een kunstwerk erop. Ik vond dat zo gek, waarom zou je dat na een show daar neerzetten? Dus ik loop nog eens terug naar de band en vraag waarom ze dat daar neer hebben gezet na het concert. Zij kijken mij allemaal een beetje verbaasd: ‘ja maar, dat kunstwerk heeft er tijdens de hele show gestaan…’ Dat je zoiets verzint, dat vind ik echt te gek! Hoe zij hun muziek en kunst samenbrengen, dat vind ik wel echt bijzonder.”


Outlet Drift
Als volgende leggen we Outlet Drift op tafel en dat wordt als volgt samengevat door de artistiek directeur: “Die zijn live écht fucking tof! Het is een broer en een zus met een neef. Ongelooflijk sensuele garage met blues en Taiwanese invloeden. Ik zag de band tijdens dat showcasefestival in een kleine tent van tachtig, negentig mensen en het was onvoorstelbaar rauw”, vertelt Hamelink enthousiast. “Tijdens die show dook die zanger het podium af en gaf zijn gitaar zomaar aan iemand in het publiek terwijl de rest van de band door bleef jammen. Die jongen met de gitaar loopt terug naar het podium, want die denkt: ‘ja, leuk en aardig, maar ik speel helemaal geen gitaar.’ Maar die zanger gebaart: ‘nee, nee, houd hem bij je’ en die blijft rustig op dat podium voor zich uit kijken. Uiteindelijk belandt die gitaar bij iemand die mee begint te spelen met die band. Van dat soort onverwachte acties houd ik altijd wel.”

“Toen Outlet Drift vorig jaar in Rotterdam speelde, heb ik de band mee door de stad genomen en allerlei leuke dingen laten zien. Toen ik in november in Taiwan was, hebben ze mij op hun beurt rondgeleid door hun omgeving. Daar ontdekte ik nogmaals wat voor bijzonder land het is, een land waar onder meer twaalf verschillende talen worden gesproken. Wat onder meer komt doordat omdat er nog veel aboriginals wonen en elke stam zijn eigen taal en cultuur heeft. De band is op een gegeven moment terug verhuisd naar de plek waar ze vandaan komen en dat is een soort ontspannen surfdorp. Daar ben ik een paar dagen geweest en ben ik met een van die bandleden naar zijn werk geweest.”

“Dat was wel een belevenis. Ik stapte bij hem in een jeep, waarna we op een gegeven moment een chique park binnenreden. En midden in dat park kwamen we aan bij een oudere man, die naast twee flinke boten stond. Een soort kajakken, gemaakt van bamboe. Ik dacht: ‘Hoe krijgt hij hier die boten nou midden in zo’n park?’ Alleen dat bleek dus de werkplek te zijn. Daar in de open lucht werkten ze de hele dag aan die boten. En als je het dan hebt over LIQUID, ons thema van dit jaar (lees hier een uitgebreid interview daarover, red.), dan past het verhaal van Outlet Drift perfect. Die bandleden zijn daar op zoek naar hun roots, bij de stam waar ze hun genen mee delen en die invloeden hoor je vervolgens terug in de band zijn muziek. Ik ben erg blij dat ze dit jaar bij Motel Mozaique kunnen zijn.”


WEBSITE MOTEL MOZAIQUE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Motel Mozaique
Rotterdam – 18 t/m 20 april

Een vraagje: of jij Rotterdam tijdens het paasweekend op zijn kop wilt zetten met twee felbegeerde passe-partouts voor een weekend vol muziek, perfomances, kunst en guided tours? Zo ja: lees dan snel even verder!

Met ons kantoor midden in het epicentrum van het festival, zitten wij al een tijdje in totaal hogere sferen. Overal door de stad hangen mooie banners, de laatste namen zijn bekend en het blokkenschema is in elkaar gedraaid.

Zo spraken we eerder al met een van de programmeurs van het festival Guido van Dieren, maar ook de Vlaamse Sylvie Kreusch plus een van de absolute headliners van MoMo dit jaar: Panda Bear. Daarnaast hebben we al onze tips in een interactieve Pageflow neergezet, zodat je al scrollend het festival kunt ontdekken.

Tickets winnen?!
Maar uiteindelijk kun je natuurlijk het beste naar Rotterdam toegaan om alles met je eigen zintuigen te ontdekken. Gelukkig hebben wij een aantal passe-partouts liggen om al je dromen waar te laten komen in de Havenstad van 18 tot en met 20 april.

Dit is namelijk je kans om die felbegeerde passe-partouts te winnen. Mail vóór maandag 15 april naar ricardo@thedailyindie.nl met een goede reden waarom jij graag naar MOMO wilt gaan en wie weet ga jij later deze maand lekker een weekend op avontuur door Rotterdam.


WEBSITE MOTEL MOZAIQUE | FACEBOOK-EVENT | LINE-UP

Motel Mozaique
Rotterdam – 18 t/m 20 april

Terwijl de programmering van Motel Mozaiquezijn hoogtepunt bereikt met een royaal nachtprogramma en de allerlaatste namen in aantocht zijn, vonden wij het hoog tijd om eens om tafel te gaan met Guido van Dieren. De festivalprogrammeur die zich vooral met de meer soulvolle kant van het festival bezighoudt en ons onder meer vertelt over de editie van dit jaar en zijn insider-tips geeft.

In het dagelijks leven is Van Dieren onder meer programmeur van BIRD en ondertussen houdt hij zich nu een aantal jaren bezig met de line-up van Motel Mozaique. Omdat we vorig jaar zijn mede-programmeurs Stephan Maaskant en Bas Jansen spraken, wilden we deze keer ‘zijn kant van het verhaal’ horen. Te beginnen met een quote van dat eerdere gesprek:

“Motel Mozaique is dan ook een soort compacte versie van wat er het hele jaar in Rotterdam gebeurt”, zei Stephan afgelopen jaar. Hoe zie jij het festival?
“Dat vind ik eigenlijk wel een goede omschrijving, ja. En ik moet zeggen dat het dan vrij goed gaat naar mijn idee. Ik denk dat de ‘Rotterdam-hype’ nu wel redelijk gestabiliseerd is. We gaan nu een interessante periode in met de vraag: wat wordt de volgende stap voor de stad? Op muzikaal gebied zou de volgende, en misschien meest logische stap, volgens mij zijn om weer langzaam aan wat grotere shows te gaan organiseren. Iets waar Motel Mozaique met zijn Concerts onder meer mee bezig is.”

Op het moment is ‘de nacht’ een heet hangijzer, onder meer door de sluiting van BAR en het mislukken van een nieuwe club in de Merwe-Vierhaven. Hoe zien we dat terug in MOMO 2019?
“Het gevoel dat het met de nacht niet zo goed gaat, is in ieder geval niet nieuw. Nu is het nog actueler en opvallender door het nieuws. Maar het is niet alsof er verder niets gebeurt. Deze editie ben ik meer met het nachtprogramma bezig geweest en hebben we veel nachtpartijen bij elkaar gebracht tijdens MOMO Night, om daarmee de diversiteit van de stad te laten zien. Als een soort staalkaart van de Rotterdamse nacht.”

Jullie programmeren als team, wat is jouw rol in deze programmeer-driehoek?
“Ik ben gevraagd om de wat meer soulvolle kant te vertegenwoordigen op het festival. Het is niet dat de andere programmeurs dat helemaal niet boeken, maar op deze manier vinden we een mooie balans tussen allerlei smaken. Van alles wat ik voorbij zie komen bij BIRD, tot Rotown waar Stephan de agenda programmeert en Bas die als MOJO-boeker overal spannende acts ontdekt. Er ontstaan onverwachte combinaties en we kunnen op die manier veel verder de diepte in gaan.”

“Het is niet zo dat we van tevoren alles inkaderen en kijken wie welke venue of welk genre doet. We komen regelmatig bij elkaar, dragen allemaal acts aan die we hebben gevonden en vanuit daar gaan we langzaam bouwen.”

Om een idee te krijgen, noem eens een paar acts waarmee jij deze editie op de proppen kwam?
“Dat waren onder meer acts als Altın Gün, Yussef Dayes en Skinny Pelembe. Ik ben daarna vooral bezig geweest met het nachtprogramma MOMO Night, waarbij we verschillende venues en organisatoren aan elkaar hebben gekoppeld.”

Wat maakt een act voor jou een MOMO-act?
“Het is een soort gevoel dat zich niet één op één laat vertalen in woorden. We zoeken vooral naar muzikanten die de randjes opzoeken, naar spannende, edgy acts.”

“Het is voor ons elke keer weer een verrassing wat er aan het einde van de rit uitkomt”

Hoe is het in jouw beleving anders om voor dit festival te programmeren dan voor andere zalen en festivals waar je bij betrokken bent?
“Ik kan mijn indie-kant wat meer opzoeken voor MOMO. Vanuit BIRD ben ik bijvoorbeeld vertrouwd binnen bepaalde scenes en voor dit festival vind ik het leuk om acts te zoeken die een overlap hebben met totaal andere genres. Zo doet elke MOMO-programmeur dat, waardoor we op een gegeven moment allerlei muzikale schakels aan elkaar kunnen verbinden, vaak onverwachte. Het is voor ons elke keer weer een verrassing wat er aan het einde van de rit uitkomt. Voor mij is dat extra interessant, aangezien ‘mijn hoofdgenres’ – hiphop en R&B – erg dominante muziekstromingen zijn op dit moment. Maar ook jazz, dat de laatste jaren waanzinnig populair is geworden en waar ontzettend veel gebeurt op het gebied van onverwachte en innovatieve cross-overs.”

Het thema van Motel Mozaique is dit jaar ‘LIQUID’, hoe hebben jullie dat verwerkt in de line-up van komende editie?
“Het is een vrij en breed inzetbaar thema, dat onder meer draait om de aftakeling van hokjesdenken, veranderende tradities en het losbreken van de norm. Je kunt het op muziekgebied terugvinden in meerdere partijen die bijvoorbeeld in elkaar overvloeien met de nachtprogrammering. Maar ook muzikale genres die steeds meer in elkaar overlopen, haast vervagen en transparant worden.”

“Daarnaast is het hele muzieklandschap de laatste jaren veel diverser geworden en dat is iets wat Rotterdam allang is. Daardoor valt alle muziek misschien nog meer op zijn plek”

“Daarnaast is het hele muzieklandschap de laatste jaren veel diverser geworden en dat is iets wat Rotterdam al lang is. Daardoor valt alle muziek misschien nog meer op zijn plek, omdat we de stad als podium én inspiratiebron gebruiken voor het festival. Die twee inspireren elkaar continu. Want wij hebben het nu met name over muziek, maar er is natuurlijk nog een compleet kunst-, performance- en dansprogramma plus guided tours door de stad.”

Je kunt je MOMO-weekend inderdaad op vele manier vormgeven. Hoe plan jij jouw weekend doorgaans in?
“Nou, vaak kijk ik toch wel naar naar de bands die ik geboekt heb, om te kijken hoe ze het doen en te zien of het werkt. Maar twee jaar geleden ben ik met een vriendin naar een aantal theatervoorstellingen geweest en dat was toch wel erg verfrissend. Dat maakte het festivalgevoel echt een stuk completer. Maar ja, je moet elke keer weer harde keuzes maken.”

Om alvast een beetje warm te lopen, heb jij een aantal acts waar je echt naar uitkijkt dit jaar?
Yussef Dayes ben ik toch wel erg nieuwsgierig naar, hij is onder meer bekend van zijn samenwerking met Kamaal Williams. Ik heb hem gezien op The Great Escape en het is niet echt jazzy, het is behoorlijk elektronisch en soms zelfs bijna live-dubstep. Erg Londens, veel cross-overs, daar houd ik van!”

Fris en energiek
“Daarom kijk ik ook wel ontzettend uit naar de show van KOKOROKO, die we direct in de Schouwburg neer gaan zetten. Zij komen uit diezelfde kringen en dat klinkt ontzettend fris en energiek.”

Eigen wereld
“Maar ook Melanie De Biasio, waar ik echt een zwak voor heb. Haar shows zijn best wel pittig, het is ontzettend ingetogen en je moet er zeer geconcentreerd naar luisteren. Ze creëert een compleet eigen wereld tijdens een voorstelling, dat is schitterend, maar het is niet iets waar je ‘even langsloopt’. Daarom is het altijd spannend om te zien of zoiets werkt.”

Keniaans/Amerikaans talent
J.S. Ondara zou ik trouwens zeker omcirkelen als je naar Rotterdam komt, voor mij heeft hij iets Tracy Chapman-achtigs. In Amerika duiken media als NPR en Rolling Stone er op dit moment allemaal op, dat kan weleens een bijzondere show worden.”

Grote tips
RIMON en Nilüfer Yanya zijn twee artiesten waar ik veel van verwacht en die ik al langere tijd in de gaten houd. Die wil ik absoluut niet missen!”

Crossovers
“Als laatste zou ik graag Obongjayar willen noemen, het is lastig te omschrijven. Ik houd van muziek met randjes, die op geen enkele manier ergens in of tussen te plaatsen is. Ik zoek het liefst naar een crossover, om iets te ontdekken dat ik nog niet eerder gehoord heb. Dat heeft Obongjayar zeker.”


WEBSITE MOTEL MOZAIQUE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Onze radar draait op volle toeren en elke week stellen we je voor aan een band die je hoogstwaarschijnlijk nog niet kent. What a shame! Deze week is dat de psychedelische afro-soul van Skinny Pelembe die in april naar Rotterdam komt voor Motel Mozaique!

Wil je deze afleveringen volgen en beluisteren? Check hem hieronder als podcast en abonneer je via een van onze kanalen.

Achtergrond: Skinny Pelembe werd in Johannesburg geboren, maar groeide op in het Britse Doncaster. Hij deed mee aan de tweede editie van Future Bubblers, een talentontwikkelingsproject van Gilles Peterson op BBC Radio 6. In de tussentijd tekende hij bij Brownswood Recordings, het platenlabel van diezelfde Peterson.

In 2018 stond Pelembe nog op het Super-Sonic Jazz Festival in Amsterdam, maar toch bleef hij hier altijd een beetje onder de radar. Wij wisten hem gelukkig op tijd op te vissen, want dit jaar verschijnt zijn debuutalbum. Hoogtijd om je ogen te werpen op de multi-instrumentalist die zijn eigen genre creëerde. De man zingt niet alleen, maar is ook producer, gitarist en MC.


Samengevat: multi-instrumentale psychedelische afro-soul.

Weetje: Skinny Pelembe cureerde een playlist voor het kledingmerk Fred Perry met onder meer Neil Young, Paul Weller, Van Halen, The Animals, Grandmaster Flash & The Furious Five.

Eentje voor de playlist: Met een langspeler in het vooruitzicht, tippen we alvast de eerste single die we daarvan te horen kregen: No Blacks, No Dogs, No Irish. Het nummer verwijst naar rassensegregatie-borden uit de jaren zestig, maar vooral naar het racisme dat Pelembe zelf ondervond.

Het nummer krijgt een psychedelische vibe, waardoor de sociale kritiek niet altijd op de voorgrond treedt en het dus niet per definitie als een protestnummer gezien hoeft te worden. In de bridge lijken we ons even midden in een protest te begeven, de massa aan het woord, maar al snel neemt de muziek het weer over. ‘You don’t see me here. You don’t see me anywhere‘, klinkt dan niet meteen rooskleurig, Pelembe weet het zo te verpakken dat we helemaal opgaan in het nummer.

Voor fans van: Skinny Pelembe ziet zichzelf graag als de gulden middenweg tussen Madlib en Neil Young en als hij dat wil, wie zijn wij dan om daar tegenin te gaan?

In je agenda: Op zaterdag 20 april staat Skinny Pelembe op Motel Mozaïque in Rotterdam.


Motel Mozaique
Rotterdam – 18 t/m 20 april

Nog een maandje en dan is het eindelijk weer tijd voor een van onze favoriete festivals: Motel Mozaïque. Een weekend lang wordt Rotterdam op zijn kop gezet – voor zover dat nog mogelijk is – door vernieuwende muziek, performance en kunst. Naar aanloop van het festival, ging de telefoon over bij Sylvie Kreusch, in Antwerpen.

De naam Sylvie Kreusch doet misschien nog niet meteen een belletje rinkelen, maar projecten als Soldier’s Heart en Warhaus hoogstwaarschijnlijk wel. Warhaus is het soloproject van Balthazar-frontman Maarten Devoldere, die Kreusch regelmatig omschrijft als zijn muze. Inmiddels is het tijd voor de zangeres om onder eigen naam muziek uit te brengen.


Hoe kijk je terug op Soldier’s Heart en Warhaus?
“Ik heb veel geleerd. Als ik dat niet meegemaakt had, dan had ik ook heel anders in mijn soloproject gestaan. Naïever. Ik heb nooit spijt gehad, het was een goeie leerschool op vlak van live spelen.”

Hoe hebben die projecten zich een weg gebaand naar je soloproject?
“Bij Soldier’s Heart ben ik er echt ingerold, heel naïef. Ik had nooit gedacht dat ik dat op een professionele manier zou doen, maar dat is eigenlijk heel snel gegaan. Maar mijn soloproject, dat is honderd procent mezelf. Ervoor was het meer een samenwerking, minder persoonlijk en eerder een manier van ontdekken hoe je muziek maakt en jezelf leren kennen. Toen ik 24 of 25 was, was het voor mij duidelijk wie ik was en dat was een goed moment om te stoppen met Soldier’s Heart. Warhaus was ook echt een leerschool wat betreft het maken van songs en in grotere zalen spelen. Ook omdat ik met iemand als Maarten kon samenwerken die ook echt heel ervaren was en veel platen heeft geschreven.”

“Eigenlijk kan ik Maarten dan ook wel mijn muze noemen, maar hij is ook wel mijn voorbeeld”

We komen bij een bijna onvermijdelijk onderwerp aan: Maarten. Hij verwijst vaak naar jou als zijn muze, hoe zit dat bij jou?
“Ik heb niet echt een muze. Bij Maarten is dat eigenlijk heel logisch, zijn teksten gaan over liefde en vrouwen en ik ben zijn vriendin. Bij mij gaat het meer over mezelf leren kennen. Misschien toch wel Maarten? Het komt er altijd wel op neer dat het uiteindelijk toch over hem gaat. Eigenlijk kan ik hem dan ook wel mijn muze noemen. Maar hij is ook wel mijn voorbeeld.”

Je hebt het over jezelf leren kennen, heb je het gevoel dat dat lukt met je soloproject?
“Eigenlijk wel. Het was al snel duidelijk, want een paar jaar gelden was ik er zeker van wie ik was en dat het ook zo zou blijven. Nu heb ik ontdekt dat je altijd wel blijft veranderen. Ik heb al een volledig album geschreven, maar voor de tweede plaat zit ik toch weer naar mijzelf te zoeken, in a way. Ik denk dat dat ook nodig is om creatief te kunnen blijven en andere richtingen uit te gaan. Eigenlijk is het vrij logisch dat je als persoon tot je dood blijft veranderen, maar je moet wel jezelf blijven en je niet laten beïnvloeden door andere mensen of verwachtingen.”


In 2018 kwam je eerste nummer uit, Seedy Tricks, wat betekende dat moment voor jou?
“Het was heel leuk om dat eindelijk de wereld in te sturen. Dat voelt een beetje als een kind dat het huis uit mag! Je kijkt wel ineens anders naar dat nummer, want tegen die tijd kun je het zelf echt niet meer horen. Het is niet meer van jezelf, tenzij je moet optreden, maar eigenlijk geef je het gewoon aan andere mensen. Er is niets zo lastig als wachten tot je een nummer de wereld in mag sturen, want je blijft ernaar luisteren en gaat er dan weer aan sleutelen.”

Hoelang ben je achter de schermen al bezig?
“Eigenlijk sinds het einde van Soldier’s Heart, twee jaar geleden denk ik. Of is dat al drie jaar? Dat gaat zo snel. Op zich was ik rap met alles afwerken, nu is het gewoon wachten tot het juiste moment om dingen uit te brengen. Het hele plan daarachter kan best slopend zijn. Afgelopen zomer heb ik het album in de studio opgenomen, maar er is nog geen datum.”

“Ik kan niet stilstaan op muziek. Nooit”

In je muziek zijn best wat Afrikaanse invloeden te horen, waar komen die vandaan?
“Het vertrekt voor mij altijd vanuit het idee dat ik graag dans. Dat is voor mij belangrijk op podium, ik kan niet stilstaan op muziek, nooit. Daarnaast heb ik niet echt een gevoel bij het maken van elektronische beats. Ik hou van warme kleuren en geluiden, de echtheid van drums. Ik daalde af naar de oorsprong en dan kom je al snel bij voodoo terecht en Afrikaanse ritmes. Dat is trouwens ook de oorsprong van veel elektronische muziek die we nu luisteren.”

“De ritmes in mijn muziek creëren een soort van trance, dat is ook zo bij voodoo, dat verandert niet van ritme. Al mijn lievelingsnummers bevatten een bepaalde groove, dat werkt hypnotiserend. Je kan daar echt uren naar luisteren. Veel mensen hebben dat nu met techno, maar daar kan ik niet op dansen, op Afrikaanse grooves kan ik dat wel.”

“Die elementen zitten ook vaak in muziek van de sixties en seventies. Een muzikale periode waar ik veel naar luisterde, meer dan nineties-r&b en hiphop. Ik ga op zoek naar ritmes en kom dan bij de gekste filmpjes op YouTube. Dan begin ik met het zoeken en knippen van samples en zo komt ik bij leuke ritmes terecht. Samen met een jazzdrummer en percussionist maken we het wat levendiger, maar het ontstaat voor mij echt allemaal vanuit dans en het broeierige sfeertje op podium.”

Dus geen reiservaringen als inspiratie?
“Nee, absoluut niet. Ik voel ook niet de nood om naar de andere kant van de wereld te gaan en daar dan drie maanden rond te trekken. Ook omdat ik daar nooit tijd of geld voor heb, al denk ik nu dat dat ook wel tof kan zijn.”

Waar luister je zelf vooral naar?
“Bij het schrijven van de eerste plaat luisterde ik veel naar Nina Simone, Nick Cave, dat soort muzikanten. Ik was vooral op zoek naar grooves en ik ging nooit met voorbedachte rade aan de slag, meer een buikgevoel. Uiteindelijk zijn dat allemaal stijlen door elkaar, soms hoor ik een eighties-sound waar ik totaal niet over nagedacht heb. Die klanken komen er vanzelf bij.”

“Ik vind dat alles nu wel heel erg hetzelfde klinkt. Vaak heb ik wel iets van ‘dit is tof gemaakt’, maar ik voel niet de drang om die plaat dan echt op repeat te zetten. Het gaat niet dieper voor mij.”

“Iedereen wil uiteindelijk toch in een film leven?”

Wat maakt – naast de Afrikaanse invloeden – een nummer tot een echt Sylvie Kreusch-nummer?
“Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik de wereld moet verbeteren of een bepaalde boodschap moet uitsturen. Ik wil gewoon eerlijk zijn en alles puur houden. Iedereen kan zichzelf er altijd wel in vinden. Ik hou wel van over-dramatiseren en teksten op een theatrale en filmische manier brengen. Dat komt wel door mijn liefde voor films, dat is een grote inspiratie. Ik kan echt zo geraakt worden door een scène, net zoals ik dat met muziek kan hebben. Ik probeer dingen op een filmische manier neer te schrijven, iedereen wil uiteindelijk toch in een film leven? En dat zelfmedelijden natuurlijk, daar hebben we tegenwoordig ook veel last van.”

Please To Devon is je nieuwste single, hoe is die tot stand gekomen?
“Het nummer is vertrokken vanuit een groove, maar ook geïnspireerd op The Rolling Stones. Die hebben een nummer, Sympathy For The Devil, en je zou het niet meteen zeggen, maar als je die naast elkaar legt, herken je wel een beetje dezelfde groove. Dat was het startpunt, maar de tekst die komt altijd pas op het eind. Dan zit ik soms al in een andere fase van mijn leven, maar op een of andere manier komt alles samen. Ik heb nog nooit een nummer aan de piano geschreven, alles start vanuit interessante grooves.”

Motel Mozaïque komt eraan, wat kunnen mensen verwachten van een optreden van Sylvie Kreusch?
“Dat wordt onze eerste show met een nieuw bandlid. Vroeger speelde ik met een drummer en een percussionist, dat was heel tof en visueel verfrissend. Net wat anders dan de standaard bandopstelling. We spelen nu ook met een gitarist, denk Ennio Morricone-gitaren erbij. We hebben de laatste maanden heel erg gewerkt aan een nieuwe set die toch een stuk krachtiger wordt dan de vorige.”

“Ik ga vooral gelukkig zijn als ik iedereen zie dansen. Ik denk dat dat ook de reden is waarom ik zelf helemaal los ga. Andere mensen moeten ook bewegen. Ik hou er niet van als ze me gewoon maar aanstaren, iedereen moet zich even hard vermaken als ik zelf doe wanneer ik op dat podium sta.”

“Achter mijn eigen naam kan ik mij niet verbergen”

Wat kunnen we in de toekomst nog verwachten van Sylvie Kreusch?
“Een album, meer shows, singles en clips. Ik ben momenteel de videoclip voor Please To Devon aan het monteren. Ik hoop dat ik zo snel mogelijk nieuwe nummers uit kan brengen, want ik ben al bezig met het volgende album. De komende maanden en jaren wil ik gewoon zo actief mogelijk blijven en meer samenwerkingen aangaan. Het soloproject gaat wel blijven, ik ga niet meer occasioneel een liedje meezingen met een band. Maar het is spannend, er is geen weg terug want het is mijn eigen naam en daarachter kan ik mij niet verbergen.”


WEBSITE MOTEL MOZAIQUE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Motel Mozaïque
Rotterdam – 18 t/m 20 april

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is MOMO-logo-2019-660x660.jpg

Rotterdam is ongrijpbaar en altijd in beweging, maar met Motel Mozaïque hebben we al jaren een beetje houvast. Het festival waar kunst en de stad hand in hand gaan, weet telkens weer te verrassen en dat belooft dit jaar niet anders te worden.

De eerste namen voor het festival kennen we al een tijdje. Zo staan onder meer Panda Bear, Nilüfer Yanya, Fontaines D.C., Altin Gün en Black Midi op Motel Mozaïque.

Vandaag zijn er nog veel meer acts bekendgemaakt door het festival. Ook Yussef Dayes, Connie Constance, Sylvie Kreusch, Skinny Pelembe, KARYYN, Say Sue Me, J.S. Ondara, Josephine Foster, The Homesick en Donna Blue zijn tijdens het paasweekend te zien in Rotterdam.

Performances
Op het gebied van performance is er eveneens het nodige aangekondigd: van de Nederlandse première van Zooming In on Loss van WArd/waRD over geheugenverlies en Ann Van den Broek tot Pandora’s DropBox schetst choreografe Katja Heitmann over ‘de perfecte mens in een zorgeloze wereld.’ Verder komt breakdancecollectief 155 naar Rotterdam met Anne-Fay voor de voorstelling LIJF. Vol live-muziek, video-art, voguing en uiteraard beats.

Bij onze zuiderburen is Sylvie Kreusch al lang geen onbekende meer, zo was ze jarenlang de frontvrouw van Soldier’s Heart en zong ze ook mee op een aantal Warhaus-tracks. Inmiddels ligt de focus op haar soloproject dat duidelijk beïnvloed wordt door Afrikaanse ritmes.

Ook de Londense jazz-scène wordt vertegenwoordigd in de vorm van Yussef Dayes. Een andere interessante toevoeging aan de line up is KARYYN. De Armeens-Amerikaanse klinkt als de liefdesbaby van Björk en FKA Twigs. Hoewel de afkomst van Say Sue Me anders doet vermoeden, brengt de Koreaanse band geen K-pop, maar dromerige indierock met een surfsound.

Hoog tijd om de nieuwe toevoegingen aan de line up ook audiovisueel aan jullie voor te stellen. Want uiteindelijk zegt geluid meer dan woorden.


WEBSITE MOTEL MOZAÏQUE | FACEBOOK EVENT | TICKETS

Peel Slowly and See Festival
Zaterdag 23 februari

Het is nog maar anderhalve week tot de oudste schouwburg van Nederland wordt omgetoverd tot een muzikaal walhalla tijdens Peel Slowly And See. Het festival in Leiden dat dit jaar onder meer Maisha, Lewsberg, Slumberland, Pitou, Yusuf Sihilli, St. Paul en Arp Frique & Family op het programma heeft staan in de Leidse Schouwburg.

Tekst Ricardo Jupijn & Leni Sonck

Eerder spraken we uitgebreid over het ontstaan en de ambities van het festival, met hoofdprogrammeur Mark Siera. Waarin hij ons onder meer vertelde: “Het idee is dat je de Schouwburg binnen komt lopen en in principe niets of weinig acts kent die die avond spelen. Dat doen we onder meer door in alle genres te programmeren, van klassieke muziek tot singer-songwriters, jazz, gitaarnoise, ambient, indiepop en zelfs carnavalsmuziek.”

Dat is het festival dit jaar zeker gelukt, want de line-up van Peel Slowly And See is diverser dan ooit. Wij tippen je vijf acts die je geheid niet mag missen tijdens het festival!


La Jungle
Waar een casio-keyboard, een gitaar en een drumkit elkaar kruisen, krijg je La Jungle. De nummers leunen aan tegen hogere wiskunde en de geluiden lijken soms compleet ontwricht van het instrument. Een gitaar die eerder doet denken aan strakke synths? Het is geen uitzondering voor het duo uit Mons. 

De Belgische band bewoont een grijze zone tussen krautrock, noiserock en trance. Rechttoe rechtaan en met de nodige herhalingen, baant La Jungle zich een weg om zich vervolgens in je hoofd te nestelen. Waar Hahehiho gekenmerkt wordt door de vervormde stemsample, zijn het toch de beats die de bovenhand nemen bij zowat elk nummer van de band. 

Maak je klaar voor een ongecontroleerde rollercoaster die je alle kanten op slingert. Een plus een is drie voor de mannen uit Mons die de temperatuur ongetwijfeld een paar graden laten stijgen in de Schouwburg. (LS)


Maisha
De jazznaam van Peel Slowly And See is zonder twijfel Maisha, de crème-de-la-crème van de Londense jazzscene die al tijden overstroomt van creativiteit en spannende acts (laatst allemaal nog samengebracht door Shabaka Hutchings op de compilatie-album We Out Here). Een zevenkoppig gezelschap met onder meer saxofoniste Nubya Garcia in de gelederen, dat je meeneemt naar een oerwoud met strakke zwarte tinten, krokusgeel en cayennerood.

Wat je krijgt is een verzameling spirituele jazz uit de hoeken van pioniers als Sun Ra en John en Alice Coltrane. Een bloemrijk geluid dat ook liefhebbers van Kamasi Washington dichter aan de borst trekt. Het is een orgie van geluid, als een openbaring die de hemel splijt. En daarin zijn duizenden lichtstralen te ontdekken, zoals PSAS-programmeur Siera ons bijvoorbeeld vertelde: “Vooral dat surfgeluid van die gitarist, een soort Duane Eddy-achtig geluid, dat is écht waanzinnig.” (RJ)


Afework Nigussie
Zoek je het nog exotischer? Dan ben je bij Afework Nigussie alvast aan het juiste adres. De Ethiopische muzikant mag dan al een tijdje in Rotterdam wonen, met zijn muziek neemt hij je ongetwijfeld terug mee naar zijn roots. De traditionele invloeden worden verweven met een hedendaagser geluid. Toch is Ethiopië nooit veraf wanneer Nigussie zijn masenko erbij neemt, een één-snarig strijkinstrument dat vormelijk doet denken aan een viool. 

Nigussie stond vorig jaar nog op Le Mini Who in Utrecht. In 2016 stond hij op Welcome to The Village, daarmee is Nigussie geen geheel onbekende en vormt hij een absolute aanrader voor de avontuurlijke muziekliefhebber of reiziger met een voorliefde voor het Afrikaanse continent. (LS)


The Avonden
Een van de bands die Volkskrant-snuffelaars inmiddels bekend in de oren zal klinken, is The Avonden. De band die volgens de krant afgelopen jaar de mooiste Nederlandstalige plaat van het jaar maakte met Wat Een Cirkel Is. Het is het project van multi-talent Marc van der Holst (hij ontwierp eveneens de poster van dit jaar voor Peel Slowly And See), die we eerder zagen in bands als Hospital Bombers en Spilt Milk.

Als een soort mengelmoes tussen The Byrds en The Velvet Underground zoemen de liedjes van The Avonden rondom de sprankelende teksten van Van der Holst. We kunnen er wel willekeurig een paar opnoemen, maar wij raden aan om lekker de platen te beluisteren van The Avonden en de band op 23 februari live te gaan zien in de Leidse Schouwburg. (RJ)


Slumberland
Soundtrack meets experimentele sounds bij de Belgische band Slumberland. ‘Wanneer iedereen een gitaar of piano als uitgangspunt voor een nummer lijkt te zien, moet ik het over een andere boeg gooien’, moet frontman Jochem Baelus gedacht hebben. De muzikant en filmmaker komt live met een hele mechanische installatie vol kabels en knoppen. Om het geheel extra dansbaar te maken vullen twee drummers de leegte op.

Een paar dagen geleden verscheen het nieuwe album Sea, Sea, Sea, Drifter / See, See, See, Drifter. Experimentele rock op de tonen van naaimachines en haardrogers. Geluiden werden ontbonden, vervormd en weer in elkaar gezet. Baelus is een meester in het experimenteren en lijkt ook niet bang te zijn nummers te maken die de inmiddels klassieke drie en een halve minuut overschrijden. When The Frozen Lake Starts To Sing sluit het album af en neemt ons mee op een trip van bijna tien minuten. Dit wil je niet missen! (LS)


WEBSITE PEEL SLOWLY AND SEE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Motel Mozaique
Rotterdam – 18 t/m 20 april

Bovenaan de trap doet een vriendelijke vertegenwoordiger van platenmaatschappij Domino open. Links, in een soort serre, zit Noah Lennox. Panda Bear. Hij kijkt wat slaperig, is in gesprek. De eerste blik blijft een vreemde. Een nostalgische illusie sneuvelt en maakt plaats voor de echte Noah Lennox. Een veertigjarige man met sportschoenen. Tafel met fruitmandje. Thee en mandarijnen. In april speelt hij tijdens Motel Mozaique, op acht februari verschijnt de nieuwe plaat Buoys en daarom zit Noah daar. Een serre in Parijs, Rue de Montmartre. Het regent.

Tekst Roelof Schipper

Thalys, 28 november 2018. Om kwart voor tien passeert Mechelen, om tien uur de grauwe voorstad van Brussel. Brussel-Noord. Een oude ijzeren brug, natgeregende stations, modderbermen en herfstgrauw van het Vlaamse platteland. Later op de middag beklim ik de Rue Montmartre: misselijk van bananencake, heet en klam, de zon schijnt vies na een volle dag motregen.

Ik stap de serre in, een kleine ruimte met een glazen dak. Het is weer gaan miezeren. Een houten tafel met twee stoelen. Een fruitmandje met mandarijnen. Thee voor Noah Lennox. Hij heeft de jas over de stoel hangen, alsof hij net is komen zitten. Noah staat op, geeft een hand. Niet hard, niet slap. Zijn ogen zijn smal, de stem wat nasaal en het haar zwart.

Noah: “Nice to meet you. Hebben we elkaar eerder ontmoet?” Roelof, van The Daily Indie: “Nice to meet you too. Nee, we hebben elkaar nog niet eerder gesproken.”

Pen en papier, beetje ouderwets. Het zal een wat langzaam gesprek worden.
“Geen probleem. Ik vind het prima. Pen en papier is mellow. In volgorde van mellowness: pen en papier, audio-opname en als laatst video: absoluut not mellow. Hoe lang ben je hier? Eén dag?”

Ik ben hier inderdaad één dag – met de trein – heb wat rondgestruind in Parijs. De Seine, de Nôtre Dame, Gare Du Nord, Mont Martre. En nu, hier.
“Parijs is één van die steden die ik nog niet helemaal door heb. Jij komt uit Nederland, toch?”

Mh-mh.
“Ben je in Utrecht geweest?”

Ja, leuke stad. Niet heel lang geleden ben ik nog een avond op Le Guess Who geweest. Bekend mee?
“Ah ja, Le Guess Who?! Ik heb er twee – twee? – keer gespeeld. Utrecht, leuke stad.”

Het is een fijne stad. Niet al te groot, niet al te veel toeristen.
“Als er iets is dat ik tegen Lissabon heb, zijn het de toeristen.”

Lissabon: daar woon je nu. Hoe lang al?
“Veertien, vijftien jaar.”

Wat is er gebeurd?
“Toerisme, dat is er gebeurd.”

Wil je verhuizen? 
“Soms, maar we zijn hier nu zo gesetteld.”

Het staat bij ons op een lijstje, om er een keer als city trip heen te gaan. Ooit.
“Ik raad het je niet aan, maar als je toch gaat zou je vooral wat rond moeten gaan lopen, de straatjes verkennen, ronddwalen. Ik vind het een stinkende stad. Er is een populair liedje uit de jaren dertig of veertig: ‘If it smells good, it smells like Lisbon.’ Zingt, zo half en half: Cheira bem, cheira a Lisboa’.”

Wat ruikt er naar Lissabon?
“Public urinating. Je merkt dat ik je probeer te enthousiasmeren. Het zijn de oude rioolpijpen. Ook waar we wonen, vlakbij een uitgaansgebied. We wonen op de rand, waar iedereen het uitgaansgebied naar binnen gaat en ‘s avonds weer vertrekt, het preparty-gebied.”

Doe je nog mee?
“Soms, vroeger gingen mijn vrouw en ik wel eens mee uit. Nu, met de kinderen, wat minder. Het is vermoeiend.”

“Ik voel me honderdvier. Vierennegentig. Maar ik heb nog steeds hoop voor de toekomst”

Hoe is het voor de kinderen daar?
“Ik heb m’n bedenkingen. Ik ken de gebouwen waar er wordt gedeald. De mensen zijn prima, best aardig. Er komen mensen van over de hele wereld. Verschillende achtergronden en ervaringen. Ik groeide op in een vrij afgelegen gebied. Ik denk dat het voor jonge mensen niet altijd prettig is om te wonen waar wij nu wonen. Het helpt wel bij het ontwikkelen van een wat dikkere huid. Niet iedereen heeft het zo goed als wij.”

Vandaag zag ik dakloze mensen in de metrostations, slaapzakken, matrassen. Op de weg van huis naar werk zie ik dat niet. Nooit. Ik moest eraan wennen, dat duurde even. Ik voelde mij oud, dat het tijd kostte.
“Dat is prima. Ik voel me honderdvier. Vierennegentig. Maar ik heb nog steeds hoop voor de toekomst. Ik denk dat het eerst slechter moet gaan voordat het beter wordt.”

Waarom?
“Ik denk – omdat mensen vasthouden aan zaken en systemen die niet meer voldoen. Vooral financiën. Mensen moeten steeds harder werken om aan hun verplichtingen te voldoen en ergens houdt het op. Rijke mensen moeten eerst hard geraakt worden voordat er iets kan veranderen. Mijn geloof in de goedheid van de mens is gelijk aan m’n geloof in de terughoudendheid die mensen hebben om zaken los te laten. Vooral de mensen die meer hebben.”

Ik wil graag met je over de nieuwe plaat praten. Was er een bepaald moment waarop je deze wilde maken?
Een voorzichtige glimlach: “De onderwerpen waar we het net over hadden, komen ook wel terug op Buoys. Maar een definitief moment waarop ik Buoys wilde doen, niet per se. Ik ben altijd bezig met het volgende.”

“Maar nu leven we in een tijd met Trump, Brexit, wat er gebeurt in Brazilië, Polen, de politiek die zich steeds meer bemoeit met morele en ethische zaken. Die actualiteit was geen directe inspiratie, het inspireerde mij wel om juist nu deze plaat te maken. Dat was direct na Painting With, Animal Collective (uit 2016, red). Ik blijf altijd wel bezig, it’s a train I can’t get off.”

Ik begrijp uit het persbericht dat je je met Buoys wil richten op jongere mensen.
“Dat klopt. Ik heb het gevoel dat ik mij vooral wil richten op jonge mensen. Ze zijn nog niet zo gevormd, ze denken veel na over zichzelf. Oudere mensen zijn eerder vastgeroest. Dat betekent trouwens niet dat ik voor deze plaat een hip kostuum heb aangetrokken. Dat wil ik niet. Ik ben gewoon gaan werken met geluiden die inherent spannend voor mij zijn. Meer nog dan dat heb ik met Buoys het gevoel dat ik tegen mijn kinderen praat.”

Wat vinden je kinderen van je muziek? Ik herinner mij dat ik ergens heb gelezen dat ze nog geen fan zijn.
“Nee, nog steeds niet. Mijn dochter Nadja is tien. Hard nut to crack. Mijn zoon is acht, he’s ready to party. Mijn dochter is moeilijker.”

Ik denk dat het niet vanzelfsprekend is dat kinderen enthousiast zijn over dezelfde onderwerpen als vader of moeder.
“Toch zou het geen probleem moeten zijn. Probeer het maar, doe het gewoon. Misschien word je niet teleurgesteld, misschien ga je niet uit je dak, maar probeer het gewoon.”

Je spreekt met een toekomstig vader…
“Gefeliciteerd – “

…dus ik luister aandachtig.
“Ik heb het idee dat ik veel te vertellen heb over het vaderschap – so bring it on.”

Het is niet een typisch rock-‘n-roll-onderwerp.
Lacht: “Nee, het is totaal niet rock-‘n-roll om over vaderschap te praten. Maar als je je eigen vaderschap overweegt, dan zou je eens moeten nadenken over de relatie die je met je eigen vader hebt. I think having a vital relation with your father bodes well.”

Ik schrijf dat op. Ik moet lachen – sorry – omdat ik me voorstel hoe dat als titel van het stuk zou werken, ‘I think having a vital relation with your father…
“bodes well.”

Bodes well… (ik werk m’n aantekeningen bij). 
“Ken je Legowelt?”

Legowelt, nee?
“Legowelt is een producent van elektronische muziek, een synth-enthousiast. Hij heeft een studio met ontzettend veel synthesizers en planten. Ik denk dat hij Nederlands is? Hij heeft een studio bij de kust. Geloof ik.”

Oh oké. Vanwaar Legowelt?
“We hadden het over muziek, Nederland, Utrecht en toen dacht ik aan Legowelt.”

Hebben jullie elkaar ooit ontmoet?
“Nee, ik heb hem nog nooit ontmoet.”

Oké. Misschien is dit dom, maar ik heb geen idee hoeveel tijd we nog hebben. Ik heb m’n telefoon buiten de serre laten liggen.
“Ik ook niet. Als de tijd erop zit komt er vanzelf wel iemand… ‘two more minutes’. Ze zullen er beleefd over zijn, eerder suggestief dan dwingend.”

Is dat on-Frans? Ik dacht altijd dat Fransen onbeleefd zijn.
Kijkt naar een bovenhoek van de serre: “Het zou grappiger zijn als er een luchthoorn hing die afging als de tijd erop zit: PAAP.”

Ik vind het verloop van dit gesprek echt heel fijn, maar het uitwerken wordt een drama.
“Oh sorry, I’m totally ruining the interview. Waar hadden we het over?”

O nee joh, het is prima. Ik kom er wel uit, ik heb nog tijd om het uit te werken. We hadden het over kinderen, vaderschap.
“O ja. Kinderen. Naar mijn ervaring zijn ze eerder suggestief dan dwingend. Helaas word je tegenwoordig steeds meer opgeroepen om zaken af te dwingen. To be demonstrative. Dat is niet echt mijn stijl. Ik zal niet snel iemand dwars over het gezicht slaan. Dat doe ik niet graag. Als kinderen opgroeien, hun eigen identiteit uitzoeken en steeds meer zichzelf worden, zoeken ze vanzelf de grenzen op. Soms moet je dan op je strepen gaan staan.”

Voelt dat ouderwets?
“Soms voelt dat zo. Je bent zelf ook bezig met het opzoeken van je identiteit als ouder, net zo goed als je kinderen hun identiteit aan het vormen zijn. Als ik terugkijk, is dat voor mij de grootste verandering geweest. Vader worden.”

In m’n voorbereiding las ik wat oude interviews van je door – van tijdens Panda Bear Meets the Grim Reaper. Er werd veel gevraagd naar de persoon van de Grim Reaper, en je verklaarde die vooral als ‘change agent’ – jij bent dus veranderd.
“Precies. The pre-dad Noah is dead.”

Hoe zit dat op Buoys? Is die Grim Reaper in die vorm – ‘change agent’ – nog aanwezig?
Denkt na: “Ik denk het wel, maar anders, meer in de vorm van een cyclus. Het gaat op Buoys veel over cyclische dingen, wielen. De laatste zin van de plaat is ‘see you around…’ De laatste zin van het eerste nummer is ‘to the end’. Het thema van de Reaper is nog aanwezig, maar in een andere vorm – een rustigere vorm, een kalmer geluid.”

Ik las verder dat je een klein dansje door de kamer maakte toen Meets The Grim Reaper klaar was. Heb je dat ook bij Buoys gedaan?
“Ik heb er ongetwijfeld bij gezegd dat ik alleen was toen ik dat dansje maakte.”

Dat kan ik mij niet herinneren.
“Ik maak veel kleine dansjes. Als iets lukt, als iets klaar is. Niet per se op muziek. Ik dans als ik iets afgerond heb, alleen.”

“Het leukste gedeelte is het maken, zien dat het ding aan het ontstaan is. Alles wat volgt is gewoon werk”

Hoe leuk was het werken aan Buoys?
“Het leukste gedeelte is het maken, zien dat het ding aan het ontstaan is. Alles wat volgt is gewoon werkZoals het touren. Als ik optreed, is het meer een technisch ding, minder creatief.”

De interviews
“Interviews ook, but I didn’t want to make you feel weird. Maar ja, ik kan niet zeggen dat ik interviews geven leuk vindt.”

Je maakt op mij anders een vrij ontspannen indruk. Hoe zit je er nu eigenlijk bij?
“Ik ben nu best relaxed. Ik heb sowieso niet het beeld van mezelf dat ik zo intimiderend ben. Dat we het voor de verandering over andere onderwerpen heb, onderwerpen die ik in andere interviews niet heb besproken, maakt het best wel cool. En ik ben altijd dankbaar dat mensen nog steeds met me willen spreken, na twee decennia muziek. Dat idee maakt het prettig, veel prettiger.”

Het werkt twee kanten op. Het voelt ook voor mij gezond om met mensen te spreken die ver buiten je eigen sociale omgeving staan. Zoals nu.
“Ik heb echt niet altijd zin in een gesprek, maar ik denk dat er veel te leren valt als je iemand ontmoet buiten je typische kring. Wat het tegenovergestelde is van waar de politieke situatie van nu op uit lijkt, namelijk mensen in hun eigen kring houden, invloeden van buiten, buiten houden.”

Heb je een voorbeeld, ik vermoed dat dit de laatste vraag is, van iets dat je hebt geleerd van iemand buiten je eigen sociale kring?
“Er zijn er heel veel, maar één die me nu spontaan te binnen schiet is toen Rusty (Rusty Santos, producer, red.) mij vertelde dat hij een vriend had die ook wat studiowerk deed: Dino (D’Santiago, Portugese muzikant, red.). Ik was in de studio bezig met Inner Monologue, dat toen nog Sabbath heette en Dino kwam langs. Hij wist exact wat hij wilde zingen, welke noten, welke stemmen, welke akkoorden. Ik zou nooit de akkoorden hebben gepakt waar hij mee kwam. Het heeft het nummer drastisch verbeterd.”

Mooi – Dank je wel, volgens mij is het goed zo.
Thank you. Wanneer verschijnt het artikel?”

Ik denk als het album uitkomt. Wat ga je nu doen?
“Volgens mij heb ik nu nog één interview hier en dan nog een telefoon-interview.”

En dan? Wanneer ga je terug naar Lissabon?
“Morgen.”

Ah, dan ben je dus ook maar kort hier. Zin om naar huis te gaan?
“Ja, het was maar kort. Maar daarna gaan we naar Australië voor tien dagen. Met de hele familie.”

Familievakantie.
“Ja, soort van. Het is een tour met maar drie optredens, dus daarbuiten hebben we nog wel wat tijd samen. Om naar het strand te gaan, dat soort dingen. We moesten nog wel wat regelen met de school, omdat de kinderen nu wat dagen missen. Uiteindelijk was dat geen probleem.”

Mooi – ik moet nu gaan – ik moet de trein halen. 
“Alright man, see you. Sweet travels.”

Panda Bear speelt live tijdens Motel Mozaique in het weekend van 18 tot en met 20 april in Rotterdam!


WEBSITE MOTEL MOZAIQUE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

De afsluitende zaterdag van Motel Mozaique belooft een lange en spannende rit te worden. Het programma begint vroeg op de middag en gaat door tot zondagmiddag, waar de 65 uur durende marathon tot een einde komt. Na onze verslagen van gisteren en eergisteren duikt ons team vandaag de laatste MOMO-dag in en gaat van de kerk naar een krautkelder en van feestjes in een garage en torenhoge daken tot duistere Madchester-techno in WORM en vernieuwende elektro plus woestijnblues in de Schouwburg.

Tekst Bram van Duinen, Robin van Essel & Ricardo Jupijn
Foto’s Niek Hage

Terwijl ons The Daily Indie DJ Team (Robin en Ricardo) de nieuwste indie-bangers draaien op Plaza Mozaique rondom de shows van onder meer Niko, Baby Galaxy en KIEFF, laat redacteur Bram het prettige weer voor wat het is en duikt de Paradijskerk in, waar zijn zaterdag begint met de uit Bristol afkomstige Henry Green. De muzikant mag zijn recent verschenen debuutalbum Shift vieren in de Paradijskerk. Op zich een prachtige locatie en de combinatie met Greens elektronische folk lijkt ook een gouden zet. Toch werkt de lastige akoestiek de moderne sound van de band tegen, waardoor het geheel vaak net te vlak klinkt.

Uitzondering is de cover van MGMT’s Electric Feel – waarvan Green zijn versie op zijn beurt weer gecoverd is door tropical house-uitvinder Kygo (volgt u het nog?). Tijdens de prachtige, breekbare opening van dit nummer durft niemand te verschuiven op de krakende kerkbanken. Een prachtig intens hoogtepunt van een verder ietwat afgevlakte set. Aan de zeer strak spelende band heeft het zeker niet gelegen, de kerk is simpelweg niet ontworpen met Greens concert in gedachten. Volgende keer beter. (BvD)

Waar het geluid van Henry Green niet zo best gedijde in de Paradijskerk, lijkt de soulvolle r&b van Charlotte Day Wilson er wel voor gemaakt. Vooral de vleugel kan Wilson’s nummers op precies de juiste momenten extra kracht geven. In het bijzonder tijdens het eerste nummer, waar iedereen verbaasd door de intense pianoakkoorden flink op zoek moest naar de vleugel, die laag naast het podium geplaatst staat en dus moeilijk zichtbaar is. Een ongebruikelijk popgeluid op de zaterdagmiddag van MOMO, maar wel zo overtuigend uitgevoerd dat het een zeer welkome afwisseling is. (BvD)

Zo rond 19.00 is er tot Wilson’s grote spijt een grote leegloop bij haar optreden, omdat iedereen benieuwd is naar de nieuwe Vlaamse act Faces on TV. Hoewel, nieuw, je kunt frontman Jasper Maekelberg kennen van bijna alles wat de laatste tijd van onze zuiderburen overkomt. Zo werkt hij met onder meer Bazart, Warhola, Nordmann, Gabriel Ríos en speelt gitaar in de liveband van Warhaus. De invloed van de periode met Maarten Devoldere is duidelijk merkbaar in de sound en stijl van Faces on TV, er wordt vrijwel dezelfde duistere en broeierige sfeer gecreëerd.

Vooral bij het nummer Suspicious is de vergelijking nagenoeg één-op-één. Gelukkig heeft Maekelberg meer in z’n mars en is zijn vrijdag uitgebrachte album erg veelzijdig. Zo omarmt hij de elektronica op Night Funeral en creëert op dit nummer Bazart-waardige meezingers met het herhaaldelijke ‘Keep your head up high’. Faces on TV is hiermee misschien niet de allerspannendste of revolutionaire artiest, maar laat wel donders goed zien waarom we met z’n allen zo houden van Vlaamse acts. (BvD)

 

Vier mannen in het blauw en Natalie Prass in het glimmend roze. De muzikante uit Richmond, Virgnia staat vandaag in de Schouwburg gepresenteerd, waar ze een aantal nieuwe nummers komt spelen van haar nieuwe album dat 1 juni verschijnt. Oorspronkelijk had ze al een album gemaakt, maar na de verkiezing van Trump als president besloot ze die weg te gooien en een nieuwe plaat te maken waarop ze zich afvraagt wat het nou inhoudt om een vrouw in het huidige Amerika te zijn.

Dan verwacht je misschien een heftig en beladen album, maar het resultaat is een poppy plaat vol jaren tachtig tachtig-songs met vieze film-gitaarloopjes, zwoele synths en teksten als: ‘Round and ‘round, had ups and downs. No but I can’t be without, my love that I have found. Oh, when it fits, it should stay like this. Oh, I can’t be without, my love that I have found.’

Terwijl het eerste rondje nummers zonder al te veel sprankeling door de Schouwburg kletteren, komt er na een krap halfuurtje langzaam beweging in de show van de band als Prass de microfoon uit de standaard pakt, begint rond te lopen en haar band opjut. Toch blijft het daar een beetje bij als ze vervolgens weer met gitaar achter haar microfoon staat en alles verder kabbelt. (RJ)

 

Wij pakken ‘m even door in de Krautkeller Am Vibes, ofwel zes uur lang knallen in Club Vibes met kraut, rock en postpunk. Wij vallen binnen bij de show van La Jungle waar het publiek hutjemutje staat te krauten op de razendsnelle beats en gitaarlicks van het Belgische duo. Het is zo druk en het podium zo laag dat we zo heel af en toe de snor van de gitarist kunnen ontdekken in deze orgie van bier, zweet en pompende speakers. Net even de kickstart die we nodig hebben voor de lange nacht die voor ons ligt. (RJ)

Mooi opstapje voor Otzeki, de twee neven die zich in het avant-gardistische hipsterwalhalla WORM de aftrap nemen voor het elektronische gedeelte van het programma. De basis van Otzeki is een gezamenlijke liefde voor elektronica die ontdekt werd in Berlijn, maar wel op zo’n manier afgewerkt is dat het ook voor niet-ravers interessant blijft. Een soort Happy Mondays meets Suuns en dan nog net even duisterder. De elektronica wordt live flink sterker aangezet dan op de plaat, waardoor de Londenaren een bijzonder goede opwarmer zijn voor latere acts Weval. (RJ)

Britse banter is vanzelfsprekend ook aanwezig bij Otzeki. Zo voelt zanger Mike Sharp zich meer thuis in het publiek dan op het podium en blijft een  bierhelikopter niet uit. Met de combinatie van slepende technobeats, Madchestergrooves en grillige gitaarriffs weten de lads zowel clubpubliek als oudere luisteraars te vermaken. Laatstgenoemden moeten eerst even slikken, maar uiteindelijk raakt iedereen gehypnotiseerd door het indringende geluid van Otzeki en de hoge intensiteit van de frontman. Uit alle berichten op de band zijn socials blijkt hoezeer ze de show van hun leven hebben gehad. Zo voelde dat ook zeker in het publiek (BvD)

Geheel onthouden van enige banter en raveness is muzikaal wonderkind Martin Kohlstedt, die net al bijna alle andere acts dit weekend, prima op zijn plek is in de Paradijskerk. Vanaf de eerste noten van de Duitsers ijzige composities kun je, bij wijze van, een speld horen vallen in de pikdonkere kerk. Zijn klassiek geschoolde pianospel is de hoofdmoot, maar door de flinke dosis elektronica die Kohlstedt live onder zijn pianolijnen legt, ontstaat een bijna hallucinerend betoverende sound. Uiteraard helpt de setting mee (een kerk is zo ongeveer de beste plek om van Kohlstedts muziek te genieten, kwamen we ook al op ADE achter), maar door de ongemakkelijke introductiepraatjes van de Duitser bij ieder nummer, ontstaat deze avond in de Paradijskerk wel een heel intieme sfeer. (RvE)

Voor een geheel ander smaakje duiken we om middernacht nog even de Schouwburg in voor de kleurrijke muziek van Songhoy Blues. De Malinese woestijnrockers zetten het gas er flink op vanaf de eerste minuut en verzwakken geen moment. Frontman Aliou Touré heeft nog een overdrive en vliegt vanaf het tweede nummer als een stuiterbal over het podium. De band speelt strakker dan strak en levert een show vol muzikaal vuurwerk waar geen speld tussen te krijgen is. Vol goede vibes trekken we naar het Groot Handelsgebouw, waar ondertussen de Garage Party is begonnen en we belanden in een oase van glitters, beats, dragqueens, Factory-taferelen en een waanzinnig feest op de zevende verdieping van het iconische gebouw. (RJ)

Dan is het om 02:00 uur aan Weval om MOMO langzaamaan (een soort van) af te gaan sluiten. Het Amsterdamse producersduo mocht afgelopen jaren om immer toenemende faam rekenen in zowel binnen- als buitenland. Navenante ontwikkeling is dat Weval de liveact ook uitdijt: van een simpele setup met twee gasten achter synths en laptopjes is al jaren geen sprake meer. Zagen we de act vorig jaar al in de Maassilo met live drummer en zanger, op Motel Mozaique is dit uitgebreid naar een volledige bandopstelling met gitarist en bassist.

Het doet Weval in eerste instantie geen goed. Zo feilloos als Merijn Scholte Albers en Harm Coolen elkaar aanvoelen, een gehele band dirigeren is andere koek. De muziek van Weval was live altijd zo goed omdat het duo een perfect gevoel heeft voor timing en het opbouwen van de spanning, maar in de Schouwburg klinkt het in eerste instantie nogal log. Zo is Rooftop Paradiso een platte muur van geluid, waarin de dynamiek van het nummer volledig zoekraakt. Pas tegen het einde van de set, bij I Don’t Need It, lijken Scholte Albers en Coolen elkaar en de muzikanten op het podium echt te vinden. Weval verdient alle respect voor de kwaliteit van hun producties en slimme carrièreplanning, en de internationale faam is dan ook meer dan terecht, maar het duo moet wel oppassen dat de muzikale inventiviteit niet ten koste gaat van expansiedrift. Meer en groter is in de muziek zelden beter, en (met name het eerste deel van) de set op MOMO onderschrijft dat. (RvE)

Na Weval kunnen de echte die-hards nog door: de marathonuitzending van Operator Radio gaat tot in de kleine uurtjes door en voor iedereen die het echt lang vol houdt (of gewoon vroeg is opgestaan), is er in hetzelfde pand een zonsopkomst-concert van Joep Beving, met aansluitend ontbijt. Uw reporters van dienst houden het echter voor gezien: het is lastig om net zo’n uithoudingsvermogen en hoge rock-‘n-roll-factor te hebben als dit festival zelf. Voelde het publiek soms wat ouder van voorgaande jaren, en wellicht wat eenzijdig (dit is niet bepaald een multicultureel festival qua bezoekers), het is makkelijk te concluderen dat Motel Mozaique zichzelf dit jaar weer heeft overtroffen. Enerzijds door te blijven doen wat het festival al jaren goed doet (unieke locaties, scherp programma voor zowel muziek als kunst en performance en bijzondere guided tours), anderzijds door innovatieve nieuwe programmaonderdelen (zoals de marathonuitzending van Operator), nieuwe locaties (zoals de te gekke sfeer in het Groothandelsgebouw) en een min-of-meer volwaardig programma op de donderdag. We verklaren het festivalseizoen nu echt voor geopend!


De tweede dag van Motel Mozaique is in alle kleuren ontploft tijdens een haast tropische dag in de Rotterdamse stadsjungle. Gisteren zagen we onder meer SOHN tijdens de opening van het festival, vandaag gaan we door met bekende en minder bekende namen.

Tekst Jente Lammerts, Robin van Essel & Reinier van derZouw
Foto’s Michael Kattenbeld

De zin ‘you’re about to witness a miracle, you’re about to witness a crash’ in het openingsnummer van je set stoppen lijkt vragen om problemen, gelukkig voor Lewsberg ligt zijn optreden/albumrelease veel dichter bij dat eerste dan bij dat laatste. De Rotterdamse band rond zanger Arie van Vliet jakkert een kleine veertig minuten heerlijk onbezorgd door Rotown heen. Van Vliet, qua uitstraling een kruising tussen Rivers Cuomo en Tim Darcy van Ought, dicteert zijn teksten net zo heerlijk ongeïnteresseerd als laatstgenoemde en lijkt vastgelijmd op de vloer te staan. Het mooiste moment van de set komt halverwege, als de twee overige gitaristen vigoureus staan te shredden en Van Vliet het schouwspel met zijn handen op de rug vrij verveeld aanziet. De vaak vrij hilarische podiumhouding komt de gezellig voortstuwende show van het viertal zeker ten goede, want de muziek is niet altijd even spannend. Toch komen er genoeg fijne songs voorbij – opener Terrible, het rustige Carried Away, het heerlijk stuwende Edith – om van een klein uurtje Lewsberg een aangename aangelegenheid te maken. (RvdZ)

De langste onderbreking in het optreden van Nakhane in de Paradijskerk vindt plaats op driekwart van de show, als de zanger een grap vertelt over hoe op een dag Jezus verschijnt voor een blanke man, die er tot zijn  verbazing achter komt dat de Verlosser zwart is. “The man says, ‘Well I expected you to look different’ and Jesus says (wijzend op de Jezus aan het kruis boven het altaar van de kerk) ‘You expected me to look like that? I was tortured and murdered without a fair trial. You think that shit happens to white people?'” Het is precies het soort ongemakkelijke maar rake ironie die de door een bewogen geschiedenis gevormde persoonlijkheid van Nakhane Touré tekent. Hij groeide op in een streng katholieke gemeenschap in Johannesburg, Zuid-Afrika – een conservatieve omgeving die op zijn zachtst gezegd moeilijk te verenigen was met zijn homoseksualiteit. Maar Nakhane liet zich niet de mond snoeren: als artiest, schrijver, filmmaker en activist werpt hij zich op als het boegbeeld van de LGBTQ-community in zijn land, ook nu dat hem dat hem nog steeds, naast een hoop medestanders, ook een hoop minder ruimdenkende vijanden oplevert. Zo werd vorig jaar zijn min-of-meer autobiografische film Inxeba (The Wound) uit de Zuid-Afrikaanse bioscopen verbannen.

Op Motel Mozaique vindt Nakhane echter een platform voor zijn boodschap. Dat dat gebeurt op zo ongeveer het blankste festival van Nederland is natuurlijk al ironisch genoeg, maar het wordt nog beter: de festivalorganisatie zette het van tevoren al veelbesproken optreden geheel bewust in de Paradijskerk, zodat de Zuid-Afrikaan zijn elektropop mag spelen op een altaar, onder het toeziend oog van een gekruisigde Zoon van God. Nakhane drijft op zijn tweede plaat You Will Not Die weg van de folk met Afrikaanse elementen, richting synthpop die nog het meest doet denken aan mede-androgyne artiesten als Wild Beasts of ANOHNI. Onder andere Noisey en The Guardian struikelden over elkaar om Nakhane als Grote Nieuwe Belofte te bestempelen. De vraag is: maakt hij die hoge verwachtingen waar op Motel Mozaique? Het antwoord is volmondig ja. Als een in geheel rood pak geklede opperpriester neemt de charismatische Touré, bijgestaan door een gitarist/toetsenist en een drummer, het publiek in de kerkbankjes muzikaal mee in zijn geschiedenis en visie. Het is soms klein en intiem (en, ongetwijfeld ook ironisch voorzien van kerkelijke orgels, zoals op Violent Measures), dan weer pompeus en swingend (zoals de van de testosteron druipende single Clairvoyant). Maar over the top wordt het nooit, en ondanks alle ironie is Nakhanes muziek niet ironisch, en is de zanger niet boos. Hij predikt tolerantie en naastenliefde op een Arcade Fireësque, bijna sacrale wijze. Het publiek in de voor dit optreden uitmuntend gekozen Paradijskerk slikt het als zoete koek. Hoogtepuntje. (RvE)

Aan de andere kant van de stad betreden drie glimlachjes van oor tot oor het podium van WORM. Het is Great News: een spiksplinternieuwe band uit Noorwegen.  Daarmee is het eigenlijk ook gauw gezegd. Met de podiumpresentatie en het enthousiasme van de jongens is niets mis, maar de band gebruikt íets teveel trucjes van hun voorbeelden Tame Impala, Phoenix en Two Door Cinema Club, waardoor de show en de nummers vrij ongeloofwaardig en onpersoonlijk overkomen. Dat de vocalen van frontman Even Kjelby ons doen denken aan Bono helpt ook niet echt mee. Begrijp het niet verkeerd: de poppy sound en springerige vibes zijn voor de volle honderd procent in orde. Echter kan Great News de aandacht niet behouden in hun set. Misschien te vroeg geprogrammeerd, misschien te ambitieus om het publiek té hyped te maken. Maar wie weet, de tijd mag leren of Great News wél hun geluid eigen weet te maken. (JL)

Hetzelfde geldt voor Equal Idiots in Rotown. De twee sympathieke Vlamingen gaan in eigen land als een speer, en na een goede indruk op Eurosonic en veelvuldig hier spelen, gaat Nederland ook langzaam maar zeker om. Aan het enthousiasme ligt het niet: voorman Thibault Christiaensen maant het publiek na zo ongeveer elke song om te dansen en bier te drinken, waar ook voorzichtig (en later met vol enthousiasme) gehoor aan wordt gegeven. ‘Geinig bandje zeg’, horen we naast ons zeggen. En inderdaad: geinig bandje absoluut, maar het schittert natuurlijk niet in muzikale inventiviteit. We hebben dit al tig keer eerder gehoord. Maakt dat uit? Ligt eraan wat je zoekt – er zijn genoeg scherpe randjes te vinden op Motel Mozaique. Mocht je daar even van willen bijkomen, is Equal Idiots een heerlijke, sympathieke band om bier bij te drinken en te headbangen. (RvE)

Dat een gevestigde naam boeken op je ontdekkingsfestival niet betekent dat er niks te ontdekken valt, bewijst Kele Okereke in de Arminiuskerk. Na twee elektronisch ingevulde soloplaten gooide de Bloc Party-zanger het roer radicaal om en transformeerde hij vorig jaar op z’n derde plaat Fatherland in een folkzanger. Op plaat zijn die songs nog wat stroperig, maar in deze intieme setting is het prachtig. Okereke is gewapend met slechts een akoestische gitaar en zijn stem en zingt zijn openhartige teksten haast fluisterend. Vooral de akoestische herbewerking van Let Go – een nummer uit zijn danceperiode – en het subtiel dreigende Yemaya zijn hartverscheurend mooi. Des te jammer dus dat de Arminius al na een paar nummers dramatisch snel leegloopt en tijdens laatstgenoemde er zoveel geleuterd wordt dat Okereke zichtbaar geïrriteerd het nummer opnieuw begint. Voor het bescheiden groepje fans wat na een uur nog over is, eindigt de show met een melancholische cover van, jawel, My Guy van The Temptations en Bloc Party-klassieker This Modern Love met een aaneenschakeling aan hoogtepunten. Dat Kele Okereke dertien jaar na Silent Alarm nog steeds in staat kan zijn om je intens te ontroeren, is misschien wel de grootste ontdekking van het hele festival. (RvdZ)

En daar hebben we nog een afstammelingsproject van Childhood en Fat White Family! Na Insecure Men bewijst Warmduscher dat het nog weirder en obscuurder kan dan eerdergenoemde bands, met een punky sound en hypnotiserende riffs. Gehuld in afgrijselijke cowboyhoed en foute jaren zeventig-zonnebril, weet frontman Clams Baker (hij noemt zichzelf liever Mutado Pintado) het nog wat tamme publiek in Rotown gelijk om zijn vinger te winden met zijn schreeuwerige teksten en gekke podiumfratsen. Dat Baker zo straalbezopen is dat hij om de haverklap de stekkers uit zijn effectpedalen en microfoon trekt door zijn dronken onhandigheid, nemen we vanavond maar voor lief. Ergens siert het Warmduscher ook wel. Vooral omdat zijn band stoïcijns door blijft spelen, geeft het een komisch effect. Met een show die we goed kunnen vergelijken met bands als the Garden en the Moonlandingz, valt laatst single Big Wilma ietwat uit de toon. Wanneer er op een gegeven moment twee vrouwen het podium opkomen en luidkeels beginnen mee te schreeuwen (hoort dit nou bij de act of niet…?) weten we het wel zeker: raarder dan dit gaan we het niet krijgen op Motel Mozaique dit jaar. (JL)

De eerste drie nummers van Everything Everything vormen eigenlijk al een accurate samenvatting van het hele optreden. We gaan van een trage song met hypnotiserende opbouw (het titelnummer van nieuwe plaat A Fever Dream) naar stadionrock (Desire) en vervolgens verder naar hysterische indie-electronica vol rare gilletjes en tempowisselingen (Cough Cough). Ook de rest van het optreden vliegen de heren alle kanten op, maar in een van die drie hokjes kun je alle nummers wel min of meer plaatsen. Hoewel ze tot kwart over één staan ingepland, heeft de band te horen gekregen dat het curfew toch om één uur ligt. Dat zich dat uit in een show met veel vaart is prima, maar dat daardoor ook A Fever Dream-prijsnummer Ivory Tower ontbreekt en er helemaal niks van debuutplaat Man Alive (2010) de revue passeert is wel spijtig. Dat is dan ook de enige smet op een verder uitstekende show. In het begin lijkt het publiek nog wat onwennig, maar tegen de tijd dat de majestueuze afsluiter No Reptiles is aangebroken staat zowat de hele zaal ‘JUST GIVE ME THIS ONEEE NIIIIGHT’ mee te blèren. Waardige dagafsluiter van de Schouwburg. (RvdZ)

Motel Mozaique Festival
Donderdag 19 t/m zaterdag 21 april

 

Martin Kohlstedt is een jonge, experimentele pianist uit Duitsland. Vanzelfsprekend wordt de 29-jarige componist continu vergeleken met collega’s als Nils Frahm en Ólafur Arnalds, Noord-Europeanen die hetzelfde instrument bespelen in een stijl die voor velen hetzelfde klinkt. Maar er bestaan meer dan genoeg verschillen tussen hen en Kohlstedt, die zich geen minimalist noemt: “Om een zacht geluid te definiëren, heb je immers altijd een hard geluid nodig.” In plaats daarvan bedient Kohlstedt, die volgende maand op het Rotterdamse Motel Mozaique speelt, zich van een unieke techniek waarmee hij alle anderen en – misschien wel belangrijker – zichzelf altijd één stap voorblijft.

“De modules zijn mijn bouwstenen”
Als we Martin Kohlstedt in februari spreken, is hij bezig een uitgebreide Europese tour, die onder meer een show op Peel Slowly and See in Leiden bevatte, af te ronden. Het is een lonende maar ook veeleisende reis geweest, vertelt hij. Wie ooit een concert van de pianist zag of een van zijn uitvoeringen online bekeek (check hier een livereview van ons), zal zich kunnen voorstellen waarom. Soms lijkt het wel alsof Martin Kohlstedt niet speelt, maar meer alsof hij gespeeld wordt, zichzelf verrassend bij iedere verplaatsing van zijn handen.

De reden daarvoor is dat Kohlstedt zijn muziek niet bedoeld is als monoloog: telkens als de Duitser plaatsneemt achter de piano, begint hij een dialoog. Die zich afwisselend afspeelt tussen zijn publiek, zijn muziek en de componist zelf. “Soms voelt het alsof er twee versies van mezelf op het podium zijn en de een voortgestuwd wordt door de ander”, legt Kohlstedt uit, een gedachte herhalend die hij eerder uitte in deze bijzondere documentaire rond zijn meest recente album. Het heeft alles te maken met de manier waarop de pianist uit het bosrijke dorpje Breitenworbis zijn liveshows vormgeeft. Kohlstedt speelt nooit volgens dezelfde setlist; in de meeste gevallen heeft hij er niet eens een. De Duitser volgt geen pad dat hij vooraf uitgestippeld heeft, maar laat zich leiden door wat hij op mysterieuze wijze zijn ‘modules’ noemt.

Niet alleen Kohlstedts liveshows zijn daarop gebaseerd. Zijn drie studioplaten: Tag (2012), Nacht (2014) en Strom (2017), zijn dat ook. Alle titels op de tracklists bestaan uit niet meer dan drie hoofdletters, duidend op de gelijkenis die de composities kennen met de wetenschap en wiskunde die mijlen van creativiteit en kunst lijken te liggen. “De modules zijn mijn bouwstenen”, verduidelijkt de professor van dienst, die eerder uitweidde over zijn compositietechniek bij deze TED Talk. “Ze werken als woorden die me in staat stellen om zinnen of complete verhalen te vormen. Ik begon ze te schrijven toen ik een jaar of twaalf was, volgens mij. In het begin was het gewoon een soort spelletje. Ik schreef kleine stukjes melodie of harmonie en kon die daarna op allerlei manieren met elkaar combineren.”

“Het is van levensbelang dat ik niet in een routine verval”
In de jaren die volgden is er niet veel veranderd, wat in dit geval eigenlijk vooral betekent dat Kohlstedt zich juist voortdurend veranderd heeft. Een module klinkt live niet twee keer hetzelfde en wordt nooit gevolgd door dezelfde module. “Het is van levensbelang dat ik niet in een routine verval. Er is een bepaald deel van je brein dat geactiveerd wordt zodra dat gebeurt. Ik voel het meteen als ik iets doe dat ik al eerder gedaan heb. Het is belangrijk dat je dat merkt en dan meteen iets anders gaat doen, om het deel van je brein te activeren dat je daadwerkelijk in staat stelt iets creatiefs en nieuws te doen.”

Voor Kohlstedt zijn liveshows dan ook net zo belangrijk als studioalbums, misschien zelfs belangrijker. “Een album is best beperkend voor mij”, geeft de pianist toe. “Het is niet meer dan het begin, dat slechts één versie van een bepaald stuk kan bevatten. Dat is vaak gewoon de eerste versie die ik bedenk. De ontwikkeling van het stuk begint eigenlijk daarna pas, als ik het live speel en ontdek in welke verschillende tempo’s en toonsoorten het stuk gespeeld kan worden. Ik vind het altijd grappig dat het origineel altijd als een compleet ander stuk voelt als ik het na een tijdje terugluister.”

Dat is waarom Kohlstedt er plezier in heeft gehad reworks van zijn albums uit te brengen. Op Tag Remixes (2013) en Nacht Reworks (2014) nodigde hij andere artiesten uit om los te gaan op zijn werk. Het resulteerde in releases die feilloos het brede spectrum van emoties laten horen dat Kohlstedts composities kunnen beslaan. Het is typisch voor de pianist, die zich duidelijk enorm persoonlijk verbonden voelt met zijn muziek, maar ook durft om afstand te nemen van zijn eigen creaties. Kohlstedt is niet de almachtige artiest noch de gelukkige vinder van zijn muziek. In plaats daarvan is hij een soort beschermheer, die zijn stukken het levenslicht laat zien, maar ze daarna toestaat te ademen en een eigen leven laat leiden.

Martin Kohlstedt speelt op zaterdag 21 april op Motel Mozaique in Rotterdam en 12 oktober in Cloud Nine van TivoliVredenburg.


 

WEBSITE MOTEL MOZAIQUE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS