Van alle bands die in het kielzog van Tame Impala uit Australië zijn over komen waaien, heeft Pond zich inmiddels bewezen als een van de meest beklijvende. Vandaag verschijnt alweer het negende album van het sinds 2016 vrij stabiele vijftal: het toepasselijk getitelde 9. Wij spraken frontman Nick Allbrook over onder andere de power of rock en hoe Sesamstraat zijn beeld van New York vormde, maar ook over zwaardere kost.

Want hoe euforisch de muziek van het vijftal ook op dit album weer klinkt, als Allbrook naar de wereld kijkt, wordt hij niet per se blij van wat hij ziet. “We hebben alle frivoliteit van de babyboomers en de jaren tachtig gemist, maar komen nu precies op tijd aankakken om een Mad Max-film mee te maken.”

We beginnen maar met de albumtitel: 9. Als antwoord op een vraag daarover kijkt Allbrook ondeugend en zegt hij: “Ik zal eens kijken of ik een betekenis kan vinden.” Na wat fervent getik volgt het antwoord. “Oké, het nummer negen wordt in het Hindoeïsme vereerd en beschouwd als een perfect getal. Kijk eens aan. Jij hebt het me nu op zien zoeken, maar dat kan ik zeggen bij het volgende interview. Maar nee, het is gewoon dat het album nummer negen is. We luisterden tijdens het maken veel naar postpunk en no wave-achtige dingen. In die spirit wilden we de naam en het coverontwerp van het album ook vrij functioneel maken. Het is kil, het ziet er uit als een barcode, maar het doet wat het moet doen.”

Nieuwe aanpak
Toch is het te kortaf om 9 zo maar het negende Pond album noemen, want achter de schermen is er best het een en ander veranderd. Zo is het het eerste album in een lange tijd waarbij Tame Impala-boegbeeld Kevin Parker niet op de producers-stoel plaatsnam. De productie nam de band nu gewoon zelf voor zijn rekening. Over wat daar de aanleiding voor was, laat Allbrook niet al te veel los. Maar dat het in de praktijk voor een nieuwe aanpak zorgde, weet hij wel te vertellen. “We hebben vrij veel geïmproviseerd met de hele band, wat we eigenlijk al vier jaar niet meer gedaan hadden. We drukten gewoon op record en rommelden wat aan, totdat er wat bruikbaars uit voortkwam. Dat was super leuk. Omdat er niemand op tour kon gaan, hadden we ook een hoop extra tijd. Dus hadden een boel kleine ideeën de tijd om tot bloei te komen en uiteindelijk een lied te worden, in plaats van dat we de studio ingingen met kant en klare nummers en die er maar gewoon uit ramden.”

Een van de nummers die uit improvisatie werd geboren, was de melancholische albumafsluiter (en tevens single) Toast. Een in dromerige synthesizers gedrapeerde wals met een tekst die zowel een toast op een diner of feestje als het naderende einde van de wereld lijken te impliceren. Allbrook: “Ik had wat teksten geschreven die voortkwamen uit mijn duizendste luisterbeurt van Gil Scott-Heron’s album I’m New Here en het bleek dat die goed paste bij die melodie die we hadden, waardoor ik niet van Gil hoefde te stelen.”

Sowieso stelt Allbrook dat zijn aanpak voor het schrijven van teksten over de jaren heen behoorlijk geëvolueerd is, iets waarvoor je geen Pond-expert hoeft te zijn om op te merken. Op vroege albums met vrolijk spacende titels als Hobo Rocket en Man It Feels Like Space Again krijste en gilde Allbrook zich een weg door trippy huzarenstukjes als Elvis’ Flaming Star en Whatever Happened To The Million Head Collide? Of zoals hij het zelf omschrijft: “Als je luistert naar wat ouder Pond-materiaal is het verschil best grappig. Daarop spuug ik gewoon iedere willekeurige pseudo-psychedelische woordensoep uit die mijn stoned brein versteld deed staan en zorgde ik ervoor dat er af en toe eens een rijmschema aan te pas kwam.”

Down to earth
Maar bij The Weather uit 2017, het zevende Pond-album, ontstond er een koerswijziging. Hoewel er af en toe nog wel een geluidsuitbarsting op de plaat te vinden is, domineerden synthesizers voor het eerst het instrumentale palet en vloog Allbrook tekstueel niet constant meer door de ruimte. Vier jaar en nog een album later – Tasmania uit 2019 – verder, zet die evolutie zich nog steeds voort. “Gaandeweg werd het schrijfproces steeds meer een vorm van therapie voor me, iets waar ik echt uren in steek. Met dit album heb ik mijn focus ietwat verschoven naar een kleinere, meer innerlijke kijk op mijn eigen wereld. In plaats van globaal naar de wereld te kijken, zoomde ik in op wat er recht voor me gebeurde, in mijn eigen leven. Daarin vond ik dingen die ik inspirerend of poëtisch achtte, maar ik heb zelfs teksten geschreven die compleet over andere mensen gingen, wat ik nog nooit eerder gedaan heb.”

Waar de materie die de nummers behandelen dus zeker in het verlengde van de laatste twee albums ligt, grijpt Pond op muzikaal gebied iets vaker terug naar het verleden. De synthesizers zijn er nog steeds en nemen tegen het einde van het album ook weer de overhand, maar het tempo ligt hoger en er is ruimte voor wat meer manische energie. Dat voelde voor Allbrook momenteel als de beste uitlaatklep. “Dat was absoluut bewust. We wilden het volume wat hoger zetten, muziek maken waar ik een beetje agressief van werd. Ik voelde een onderhuidse spanning die er het beste uit kon komen via the powers of rock, zoals Jack Black het zou zeggen.”

Een van de nummers waar dat het best te horen is, is eerste single Pink Lunettes, een van de meest groovende en smerigste Pond-tracks in tijden. De sound kwam voort uit een recente fascinatie van Allbrook en mede-bandlid Jay Watson: “Jay en ik hebben allebei recentelijk veel geluisterd naar lo-fi elektronica met een postpunk-sfeertje. Bij dit nummer wilden we voor zo’n gevoel gaan, iets maken dat snel en leuk en een beetje manisch en boos is. De tekst in dat nummer is niet bepaald pragmatisch, er is niet echt een narratief. Het is gewoon mad mad shit die er bij mij uit komt kotsen.”

Het naar glamrock neigende America’s Cup is eveneens een nummer dat lastig op een van de andere albums voor te stellen is. Het is een track dat Allbrook in het verleden vergeleek met Sesamstraat, iets wat om enige tekst en uitleg vraagt. “Dat nummer is qua sound geïnspireerd door een bepaald soort New Yorkse band. Bijvoorbeeld Liquid Liquid, waarvan je de muziek zou kunnen omschrijven als een ‘New York strut. Als Australiër kende ik als kind New York eigenlijk alleen van Sesamstraat, dus dit nummer klinkt voor mij als die versie van New York. Het gevoel van de stad is nog wel aanwezig, maar het heeft tegelijkertijd een cartooneske funk-groove.”

In de verkeerde tijd geboren
Een ander hoogtepunt is het swingende Rambo, een aanklacht tegen pretentieuze types, met een heerlijk galmend refrein. “De tekst gaat over een soort artistieke pretentie die ik vaak voorbij zie komen. Over hoe je geen geluk en creativiteit kan behalen alleen maar door de meest stoffige literaire klassiekers te lezen, hoe briljant die ook mogen zijn. Dat wat je wel of niet gelezen hebt, niets te maken heeft met hoe slim je bent. Ik word altijd enorm kwaad wanneer ik hoor dat er iemand dom wordt genoemd. Dat is gewoon niet waar, people are brilliant.

Tevens bevat het nummer de tekstregel die volgens Allbrook het album het beste samenvat. ‘Was I born too late for the golden days of my nanny state‘. De frontman legt uit: “De nanny state is West-Australië. Die lyric gaat over de paniek die door het hele album koerst, een gevoel van schrik dat het hele jaar 2020 bij sommige mensen oproept. Dat we momenteel in het einde der tijden leven en allemaal vrolijk in de verkeerde tijd geboren zijn. We hebben alle frivoliteit van de babyboomers en de jaren tachtig gemist, maar komen nu precies op tijd aankakken om een Mad Max-film mee te maken.”

In het refrein van Rambo bezingt Allbrook de ‘generational divide‘ waaraan hij probeert te ontsnappen (‘I should try to run and hide‘) maar tegelijkertijd met verbazing naar kijkt (‘I don’t know why we never cry, on my side of the generational divide‘). Diezelfde tekst duikt ook op aan het einde van Pink Lunettes. “Ik zie die tekst als een ongewenste gedachte, die je dusdanig niet uit je hoofd kan zetten dat hij in twee verschillende nummers opduikt. Dat houdt verband met waar ik het net over had, over je onzekerheid over het tijdperk waarin je leeft, over of je de gloriedagen van veiligheid, hoop en zekerheid hebt gemist. Maar tegelijkertijd ben ik net iets te oud om met het internet opgegroeid te zijn. Dus begrijp ik niet alles wat er speelt en is het moeilijker om een actieve rol in een oplossing te hebben. Het is een soort vagevuur.”

Apocalyptische onzekerheid
Tussen die twee nummers zit op de plaat Czech Locomotive ingeklemd, een song waar een zelfde soort apocalyptische onzekerheid vanaf straalt. Toch is dat volgens Allbrook nog een van de meer optimistisch ingestelde nummers op het album, mede door het verhaal waardoor het geïnspireerd is: dat van de uit toenmalig Tsjecho-Slowakije afkomstige langeafstandsloper Emil Zátopek, die op de Olympische Spelen van 1952 in Helsinki maar liefst drie gouden medailles in de wacht wist te slepen. “Zátopek leefde in de hoogtijdagen van Tsjecho-Slowakije”, zegt Allbrook ietwat sarcastisch. “Hij is een geweldige man die probeert om liefde te onderhouden en voor zijn persoonlijke waarden op te komen. Ondertussen is hij ook nog een fantastisch atleet en dat alles achter het IJzeren Gordijn. Dat nummer gaat over liefde en menselijke schoonheid en weerstand, over in leven blijven in een koude, donkere tijd.”

Je hoeft niet te veel achter Allbrook’s woorden op 9 zoeken om tot de conclusie te komen dat die koude, donkere tijd net zo goed op het heden kan wijzen. Er zijn op het gebied van politiek en klimaatverandering natuurlijk genoeg zaken om je zorgen te maken, om over de coronapandemie nog maar te zwijgen. Als je Allbrook vraagt over zijn gevoelens over de toekomst van de band en de toekomst in het algemeen, krijg je dan ook twee verschillende antwoorden.

“Over de toekomst van de band maak ik me geen zorgen. Wat er dan ook mag gebeuren, ik vind het prima. Maar het album is denk ik een goede samenvatting van mijn gevoelens over de toekomst in zijn algemeenheid. Immens pessimisme, maar met af en toe een sprankeltje hoop. Al is het maar omdat ik een mens ben en ik niet kan leven zonder hoop. Anders kom ik mijn bed niet uit. Maar realistisch ziet het er allemaal not fucking good uit. Dus mijn hoop voor de toekomst is een soort sleutel om nog wakker te willen worden. Zie het als een coping-mechanisme.“

Met weersvoorspellingen die als donderwolk boven ons hoofd hangen, maar een line-up die in de donkerste herfstdagen nog een zonnig lichtpunt zou zijn, reizen we dit weekend samen met 55.000 anderen weer af naar de Flevopolder. Lowlands Festival 2019 is een feit en The Daily Indie is het hele weekend aanwezig om verslag uit te brengen, met zoals je gewend bent, extra aandacht voor de onderkant van het affiche.

Tekst Robin van Essel
Foto’s Tineke Klamer

Check hier ook onze verslagen van de vrijdag en zaterdag.

Terwijl het gebrek aan slaap en de katerige effecten van allerhande genotsmiddelen langzaamaan de overhand neemt van de corpora van de Lowlanders, breekt de op papier de dag aan die indie-technisch niet de sterkste van het festival is. Desondanks herbergt de zondag wel een paar echte hoogtepunten die recht doen aan de diversiteit in leeftijden van het publiek. A$AP Rocky schijnt echt te komen, de oudgedienden van New Order sluiten de Bravo af en uiteraard staat de afsluitende show van long-time TDI-favoriet Tame Impala omcirkeld op ons blokkenschemaatje. Want de nieuwe plaat van Kevin Parker mag dan uitgesteld zijn, we willen wel nieuwe muziek horen. Dat deden we ook, maar anders dat we verwachtten. Daarover later meer.

Willem

De zondag komt voor ons wat traag op gang. Je kan wel naar een (erg) vroege show van Julia Jacklin, die we al regelmatig de hemel in prezen bij TDI. Daarna kun je in de Bravo de de gladde neosoul van Honne, waarna Willem, die we al uitgebreid beschreven na zijn show op Noorderslag begin dit jaar, een dag na zijn verrassingreünie met Twan van Steenhoven (The Opposites dus) in de Sexyland, nogmaals de tent om zijn vinger windt. In de Heineken staan opkomend Egyptisch-Belgisch talent Tamino, van wiens falsetto je moet houden en het altijd degelijke Jungle By Night. In de X-Ray staan Belgische rapsensatie Zwangere Guy en Turnstile, dat een energieke, maar ontzettend platte nu-metal-achtige show speelt.

Zwangere Guy

In de India-tent spelen dan wel indie-darlings Whitney en Pond. Die laatste begon als een afsplitsing van Tame Impala (inmiddels is alleen toetsenist Jay Watson nog in beide gelederen te vinden; Kevin Parker produceert nog wel de platen), maar waar die laatste band een jaar of vier geleden de pop-afslag pakte, bleef Pond gewoon het schutere, weirde neefje dat teveel magic mushrooms doet. Muzikaal dan, want al deed die beschrijving vroeger wel degelijk treffend voor frontman Nick Allbrook, hij blijkt zich te hebben ontwikkeld tot behoorlijk charismatische bandleider, een soort hybride van de stem van Prince, de bewegingen van Mick Jagger en de gezichtsuitdrukkingen van Thom Yorke. Ook is zijn band bizar goed op elkaar ingespeeld en lijkt weer een stuk rauwer en psychedelischer geworden, met heerlijk gillende gitaartjes van Joe Ryan, maar dankzij de cowbell-sound die je tegenwoordig zo vaak op festivals terughoort, wel ultiem dansbaar. Pond bracht dit jaar het grandioos overkeken album Tasmania uit, zijn achtste alweer, en als het langer-dan-normale applaus in de India een indicator is, heeft die plaat(en de rest van de discografie van de band) hier hopelijk hier wat nieuwe luisteraars gegenereerd.

Pond

Na het gigantische uit de klauwen lopen van het aanvankelijke gelegenheidsproject Moderat, doen de Berlijners van Modeselektor het alweer een jaartje of twee zonder hun buddy en stadsgenoot Apparat. In de chemie die Moderat zo succesvol maakte, durven we toch wel te zeggen dat die laatste het zwoele, onweerstaanbare element aan de muziek toevoegde. Modeselektor is nu naar eigen zeggen ‘back to basics’. Dat betekent voor het duo zoveel als: hakken en zagen, zoals te horen was op het dit jaar verschenen Who Else. Daar stonden weliswaar ook wel wat interessante samenwerkingen op, waar het duo altijd al een haarscherp gevoel voor heeft gehad. De Brits-Nigeriaanse rapper Flohio, die even voor deze show in de X-Ray stond, verwachten we sowieso wel op het podium. En inderdaad: halverwege krijgen we de chaotische trap-track Wealth voor ons kiezen. Daarvoor was ook al de Argentijnse producer Amparo Battaglia oftwel Catnapp op het podium geweest, om hun recente gezamenlijke single The Mover van zang te voorzien. Dat zijn highlights, maar verder is het vooral erg, erg lomp allemaal. “Fuck all zhe haters and zhe racists!” roept Sebastian Szary het publiek op – het is goed bedoeld, net als de visuals die continu oproepen tot verdraagzaamheid, maar voorzien van deze occult aandoende beukmuziek, is het bijna een Songfestivallesk slechte gimmick. We zijn overigens wel weer lekker wakker.

Modeselektor
Flohio

Terwijl de waarschijnlijk ongewild, meestbesproken act van het festival A$AP Rocky de Alpha afbreekt (zijn we erg zuur als we vinden dat met het doorgaan van deze show een tikje een politiek statement gemaakt wordt?), gaan wij kijken wat Thomas Azier van zijn tweede Lowlands-optreden bakt. Op zijn meest recente plaat Stray dwaalt Azier verder weg van de innovatieve elektronische sound van debuut Hylas (2014) en topplaat Rouge (2017), en op Noorderslag vonden we ook live de spanning er een tikje uit. Maar toen was Stray net uit en we zijn inmiddels driekwart jaar verder, natuurlijk. Maar ook in de India pakt het ons niet helemaal, het is wat dertien-in-een-dozijn. Het contrast kan niet groter zijn als Red Eyes (van Hylas) en Gold (van Rouge) voorbijkomen: zoveel spannender, minder ongemakkelijk, het lijkt ineens wel een andere band. Het is te hopen dat zo’n overduidelijk getalenteerde artiest ooit het juk van zijn oude platen van zich af kan schudden.

We pakken nog een staartje van Black Midi mee, dat meer dan prima klinkt in een schandalig slecht gevulde X-Ray – de band staat dan tijdens New Order en vlak voor Tame Impala dan ook zo’n beetje op de moeilijkste spot van het hele festival – voordat we ons dan toch naar de Alpha-tent bewegen voor de grote finale.

Black Midi

Het is alweer negen jaar geleden dat we Tame Impala voor het eerst op Lowlands zagen, destijds blootsvoets tijdens zonsondergang op het inmiddels verdwenen kleine Charlie-podium en met alleen een EP’tje en debuut Innerspeaker uit. Vanaf hier begon de zegetocht, die op Lowlands via een enigszins mislukt avontuur in de Alpha in 2013, twee jaar later in de iets kleinere Heineken tot een hoogtepunt kwam. Currents was net uit, waarop Kevin Parker definitief zijn voorkeur voor popmuziek durfde te omarmen en heel de wereld danste op Let It Happen.

Inmiddels zijn we vier jaar verder en is er, afgezien van de twee singles Borderline en Patience (en vorig jaar een samenwerking met de Amerikaanse producer ZHU) geen nieuwe muziek verschenen. Dat Tame Impala dan toch de headlinerspot op Lowlands krijgt, valt het festival niet te verwijten: er had allang een nieuwe plaat moeten zijn. Maar Parkers perfectionisme, in combinatie met het het gebrek aan druk, dat een platenmaatschappij een inmiddels Grote Band als Tame Impala niet wil opleggen, resulteerde in een vertraging die niet concreter werd dan ‘volgend jaar’.

Tame Impala

Maar dan zullen we vast wel wat nieuwe tracks gaan horen, verwachtten we bij aanvang. We komen bedrogen uit, wat dat betreft. Als we de derde track niet direct herkennen, denken we even beet hebben, voordat het Led Zeppelin blijkt te zijn, een b-side van Lonerism. Beide nieuwe singles komen ook braaf voorbij, maar verder niets. Tenminste: halverwege wordt Why Won’t You Make Up Your Mind afgebroken (eerste reactie: what the fuck?) waarna vervolgens zowaar A$AP Rocky het podium op komt lopen. De link: A$AP samplede het nummer in zijn eigen track Sundress, waarna hij en de band ook nog de toepasselijke track L$D spelen. ‘I hope you realize how fucking special this is’, zegt Parker.

En inderdaad: deze artiesten op één podium gaat vast niet zo snel meer gebeuren. Wat dat betreft krijgt Lowlands zeker de headliner die het verdient. Maar toch voelt het wat obligaat en plat allemaal. Kevin Parker was altijd al enigszins ongemakkelijk op het podium, en hij probeert het echt wel tegenwoordig, maar het voelt allemaal erg afstandelijk en op auto-pilot, gericht op het sorteren van effect. Niet dat het niet werkt of niet indrukwekkend is: de show start direct met de grootste troef Let It Happen, inclusief confettikanonnen. Sowieso is het een visueel spektakel, met gigantisch veel backlight, lasers en lichtshow die in combinatie met de grootste finale van Apocalypse Dreams (de afsluiter voor de toegift) de trippy ervaring die we in 2015 hadden, wel terugbrengt. En tuurlijk: als de kids in de Alpha in de slipstream zo muziek meekrijgen die oneindig kwalitatiever is dan enkele andere headliners die we in deze tent voorbij zagen komen dit weekend, is dat uiteraard alleen maar een plus. Maar we voelen ons toch een beetje heartbroken om te zien dat een van onze favoriete artiesten aller tijden zo’n stadionact is geworden. Misschien lag het ook wel aan onze eigen verwachtingen.

Tame Impala

Maar het is slechts een piepklein smetje op een verder opnieuw memorabel Lowlands-weekend. Er is op dit festival ook niet zoiets als één eindconclusie te plakken, daar is het veel te divers en hoogstaand voor allemaal. Een kunnen we alleen maar heel veel respect opbrengen voor de inhoudelijke keuzes en hoe Lowlands altijd met de tijdsgeest mee durft te gaan, continu kleine verbeteringen aanbrengt en tegelijk nooit vergeet waar het voor staat. Of dat nu is door een boeking als Billie Eilish, New Order of Tame Impala is, of met de aandacht voor duurzaamheid, het verbeteren van het geluid in alle tenten (met name de nieuwe (?) subs in de Alpha deden hun werk goed) en andere randzaken.

Het betekent dat tegen het middaguur op maandag, wanneer de laatste strijders nog staan te dansen in 24-uursgebied de ArmadiLLow en de campings langzaamaan worden gereduceerd tot apocalyptische oorlogsgebieden met wegwaaiende doeken en karkassen van verlaten partytenten, we uitgeput maar extreem voldaan onze weg zoeken door de files op de achterafweggetjes van de Flevopolder. Tot volgend jaar!


POND wordt nog vaak een beetje gezien als het zijproject van Tame Impala. Je kunt nauwelijks iets over POND lezen zonder overspoeld te worden met weetjes over hoe het precies zit met de link tussen deze twee bands. Hoewel dit super handig is voor het bereiken van een groter publiek, lijkt het me ook lastig om in de schaduw te moeten leven van een grotere band. En voor de echte psychedelic heads is de keuze snel gemaakt.

Om toch niet achter te blijven in de name-dropping traditie die aan deze band verbonden lijkt, POND bestaat onder anderen uit Tame Impala-lid Jay Watson, voormalig Tame Impala-lid Nick Allbrook en Tame Impala’s visuele artiest Joe Ryan. De band zijn laatste album is ook nog eens geproduceerd door Tame Impala-brein: Kevin Parker.

De nieuwste single van POND haalt de scherpe randjes van al je zorgen af. Zet de track aan en laat je meevoeren naar een psychedelische koortsdroom. Als je een eeuwigheid later verward maar tevreden weer terug de realiteit in wordt gegooid, zal er nog maar één vraag op je lippen branden: Tame Impala wie?

Australië lijkt steeds meer op een Walhalla voor indie en psychrock. POND is terug met Kevin Parker (Tame Impala) op de productie, en dat is te horen! De heerlijk zweverige sound vloeit door de bloedbanen van The Weather.

De single begint met het ontspannen en zweverige geluid dat we al een tijd kennen van de band. Daarna opent de plaat in een epos waarin echo’s, funky bassloopjes en de kenmerkende psychy gitaarriffs elkaar het hele nummer door afwisselen. Kortom, Pond gaat verder waar Tame Impala even de rust pakt en grijpt de kans om een megalomaan nummer neer te zetten.

 

 

Pond staat bekend als het project van Nick Allbrook, ooit bassist bij Tame Impala. Bijna élk lid van Tame Impala heeft al wel eens meegespeeld bij dit project, de toetsenist (Jay Watson) speelt zelfs permanent mee. De succesformules van Currents en Lonerism zijn duidelijk te horen op de nieuwe plaat, alleen dat net even wat weirder gemixt.

De band is 26 mei te vinden op London Calling in Paradiso. De band zijn nieuwe album komt uit op 5 mei. Dat is al een gegarandeerde bevrijding op zichzelf.

Als het aan Pond had gelegen, hoorden wij 30000 MEGATONS pas met de release van het eerstvolgende album – ergens in 2017. Maar goed, als het aan Pond had gelegen zat niet Trump binnenkort in de Oval Office. “It seems like the right time”, aldus het Australische psych-gezelschap over een track met als thema… een kernoorlog.  

“Look out at the world / 30.000 megatons is just what we deserve”,  predikt een verscheurde Nicholas Allbrook alvorens Pond de juiste knop indrukt en de bommen vallen. De track in kwestie is gepast apocalyptisch en explosief, én een flinke stap zijwaarts gezien vanaf het in 2015 verschenen Man It Feels Like Space Again. Geen intergalactische discopop meer. De loeizware synthesizers gaan vol eighties en de volumeknop gaat vol omhoog. Klapperende (maar tevreden) oren zijn de naweeën van 30000 MEGATONS. Altijd beter dan dodelijke radiatie.

Pond - Hobo Rocket

 

Komende vrijdag komt hun nieuwe album ‘Hobo Rocket’ officieel uit, maar hier kun je ‘m inmiddels al voorstreamen. Het is alweer het vijfde album van Pond, die wordt geleid door de inmiddels bij Tame Impala gestopte bassist Nick Allbrook. Samen met zijn maatjes maakt de Australische band zwaar psychedelische rocknummers die heerlijk grooven, een shitload aan goede energie in zich hebben en je laten verdwalen in allerlei te gekke muzikale lagen. Moderne pysch-rock van een ongelooflijk lekker niveau waar Xanman een prachtig voorbeeld van is: het is intens, het is spannend en het is tegelijkertijd ook heel losjes en soepel. Precies zoals goede rock hoort te klinken.

Album ‘Hobo Rocket’ komt uit via Modular People en is te koop via de betere platenzaken.

 

 

artworks-000039931309-8pmryz-large

Met een totaal van acht nieuwe nummers en clips zou je de dag wel weer door moeten komen. Zeker met de kakelverse nummers van James Blake, Mikal Cronin, Pien Feith POND, CHVRCHES en wat al niet meer. Enjoy!


Mikal Cronin – Shout It Out




CHVRCHES – Recover




POND – Giant Tortoise




Mozes and The Firstborn – I Got Skills




James Blake –  Retrograde




Unknown Mortal Orchestra – So Good At Being In Trouble




Wild Smiles – Tangled Hair




Pien Feith – At The Blow Up