Motel Mozaique
Rotterdam – 18 t/m 20 april

Bovenaan de trap doet een vriendelijke vertegenwoordiger van platenmaatschappij Domino open. Links, in een soort serre, zit Noah Lennox. Panda Bear. Hij kijkt wat slaperig, is in gesprek. De eerste blik blijft een vreemde. Een nostalgische illusie sneuvelt en maakt plaats voor de echte Noah Lennox. Een veertigjarige man met sportschoenen. Tafel met fruitmandje. Thee en mandarijnen. In april speelt hij tijdens Motel Mozaique, op acht februari verschijnt de nieuwe plaat Buoys en daarom zit Noah daar. Een serre in Parijs, Rue de Montmartre. Het regent.

Tekst Roelof Schipper

Thalys, 28 november 2018. Om kwart voor tien passeert Mechelen, om tien uur de grauwe voorstad van Brussel. Brussel-Noord. Een oude ijzeren brug, natgeregende stations, modderbermen en herfstgrauw van het Vlaamse platteland. Later op de middag beklim ik de Rue Montmartre: misselijk van bananencake, heet en klam, de zon schijnt vies na een volle dag motregen.

Ik stap de serre in, een kleine ruimte met een glazen dak. Het is weer gaan miezeren. Een houten tafel met twee stoelen. Een fruitmandje met mandarijnen. Thee voor Noah Lennox. Hij heeft de jas over de stoel hangen, alsof hij net is komen zitten. Noah staat op, geeft een hand. Niet hard, niet slap. Zijn ogen zijn smal, de stem wat nasaal en het haar zwart.

Noah: “Nice to meet you. Hebben we elkaar eerder ontmoet?” Roelof, van The Daily Indie: “Nice to meet you too. Nee, we hebben elkaar nog niet eerder gesproken.”

Pen en papier, beetje ouderwets. Het zal een wat langzaam gesprek worden.
“Geen probleem. Ik vind het prima. Pen en papier is mellow. In volgorde van mellowness: pen en papier, audio-opname en als laatst video: absoluut not mellow. Hoe lang ben je hier? Eén dag?”

Ik ben hier inderdaad één dag – met de trein – heb wat rondgestruind in Parijs. De Seine, de Nôtre Dame, Gare Du Nord, Mont Martre. En nu, hier.
“Parijs is één van die steden die ik nog niet helemaal door heb. Jij komt uit Nederland, toch?”

Mh-mh.
“Ben je in Utrecht geweest?”

Ja, leuke stad. Niet heel lang geleden ben ik nog een avond op Le Guess Who geweest. Bekend mee?
“Ah ja, Le Guess Who?! Ik heb er twee – twee? – keer gespeeld. Utrecht, leuke stad.”

Het is een fijne stad. Niet al te groot, niet al te veel toeristen.
“Als er iets is dat ik tegen Lissabon heb, zijn het de toeristen.”

Lissabon: daar woon je nu. Hoe lang al?
“Veertien, vijftien jaar.”

Wat is er gebeurd?
“Toerisme, dat is er gebeurd.”

Wil je verhuizen? 
“Soms, maar we zijn hier nu zo gesetteld.”

Het staat bij ons op een lijstje, om er een keer als city trip heen te gaan. Ooit.
“Ik raad het je niet aan, maar als je toch gaat zou je vooral wat rond moeten gaan lopen, de straatjes verkennen, ronddwalen. Ik vind het een stinkende stad. Er is een populair liedje uit de jaren dertig of veertig: ‘If it smells good, it smells like Lisbon.’ Zingt, zo half en half: Cheira bem, cheira a Lisboa’.”

Wat ruikt er naar Lissabon?
“Public urinating. Je merkt dat ik je probeer te enthousiasmeren. Het zijn de oude rioolpijpen. Ook waar we wonen, vlakbij een uitgaansgebied. We wonen op de rand, waar iedereen het uitgaansgebied naar binnen gaat en ‘s avonds weer vertrekt, het preparty-gebied.”

Doe je nog mee?
“Soms, vroeger gingen mijn vrouw en ik wel eens mee uit. Nu, met de kinderen, wat minder. Het is vermoeiend.”

“Ik voel me honderdvier. Vierennegentig. Maar ik heb nog steeds hoop voor de toekomst”

Hoe is het voor de kinderen daar?
“Ik heb m’n bedenkingen. Ik ken de gebouwen waar er wordt gedeald. De mensen zijn prima, best aardig. Er komen mensen van over de hele wereld. Verschillende achtergronden en ervaringen. Ik groeide op in een vrij afgelegen gebied. Ik denk dat het voor jonge mensen niet altijd prettig is om te wonen waar wij nu wonen. Het helpt wel bij het ontwikkelen van een wat dikkere huid. Niet iedereen heeft het zo goed als wij.”

Vandaag zag ik dakloze mensen in de metrostations, slaapzakken, matrassen. Op de weg van huis naar werk zie ik dat niet. Nooit. Ik moest eraan wennen, dat duurde even. Ik voelde mij oud, dat het tijd kostte.
“Dat is prima. Ik voel me honderdvier. Vierennegentig. Maar ik heb nog steeds hoop voor de toekomst. Ik denk dat het eerst slechter moet gaan voordat het beter wordt.”

Waarom?
“Ik denk – omdat mensen vasthouden aan zaken en systemen die niet meer voldoen. Vooral financiën. Mensen moeten steeds harder werken om aan hun verplichtingen te voldoen en ergens houdt het op. Rijke mensen moeten eerst hard geraakt worden voordat er iets kan veranderen. Mijn geloof in de goedheid van de mens is gelijk aan m’n geloof in de terughoudendheid die mensen hebben om zaken los te laten. Vooral de mensen die meer hebben.”

Ik wil graag met je over de nieuwe plaat praten. Was er een bepaald moment waarop je deze wilde maken?
Een voorzichtige glimlach: “De onderwerpen waar we het net over hadden, komen ook wel terug op Buoys. Maar een definitief moment waarop ik Buoys wilde doen, niet per se. Ik ben altijd bezig met het volgende.”

“Maar nu leven we in een tijd met Trump, Brexit, wat er gebeurt in Brazilië, Polen, de politiek die zich steeds meer bemoeit met morele en ethische zaken. Die actualiteit was geen directe inspiratie, het inspireerde mij wel om juist nu deze plaat te maken. Dat was direct na Painting With, Animal Collective (uit 2016, red). Ik blijf altijd wel bezig, it’s a train I can’t get off.”

Ik begrijp uit het persbericht dat je je met Buoys wil richten op jongere mensen.
“Dat klopt. Ik heb het gevoel dat ik mij vooral wil richten op jonge mensen. Ze zijn nog niet zo gevormd, ze denken veel na over zichzelf. Oudere mensen zijn eerder vastgeroest. Dat betekent trouwens niet dat ik voor deze plaat een hip kostuum heb aangetrokken. Dat wil ik niet. Ik ben gewoon gaan werken met geluiden die inherent spannend voor mij zijn. Meer nog dan dat heb ik met Buoys het gevoel dat ik tegen mijn kinderen praat.”

Wat vinden je kinderen van je muziek? Ik herinner mij dat ik ergens heb gelezen dat ze nog geen fan zijn.
“Nee, nog steeds niet. Mijn dochter Nadja is tien. Hard nut to crack. Mijn zoon is acht, he’s ready to party. Mijn dochter is moeilijker.”

Ik denk dat het niet vanzelfsprekend is dat kinderen enthousiast zijn over dezelfde onderwerpen als vader of moeder.
“Toch zou het geen probleem moeten zijn. Probeer het maar, doe het gewoon. Misschien word je niet teleurgesteld, misschien ga je niet uit je dak, maar probeer het gewoon.”

Je spreekt met een toekomstig vader…
“Gefeliciteerd – “

…dus ik luister aandachtig.
“Ik heb het idee dat ik veel te vertellen heb over het vaderschap – so bring it on.”

Het is niet een typisch rock-‘n-roll-onderwerp.
Lacht: “Nee, het is totaal niet rock-‘n-roll om over vaderschap te praten. Maar als je je eigen vaderschap overweegt, dan zou je eens moeten nadenken over de relatie die je met je eigen vader hebt. I think having a vital relation with your father bodes well.”

Ik schrijf dat op. Ik moet lachen – sorry – omdat ik me voorstel hoe dat als titel van het stuk zou werken, ‘I think having a vital relation with your father…
“bodes well.”

Bodes well… (ik werk m’n aantekeningen bij). 
“Ken je Legowelt?”

Legowelt, nee?
“Legowelt is een producent van elektronische muziek, een synth-enthousiast. Hij heeft een studio met ontzettend veel synthesizers en planten. Ik denk dat hij Nederlands is? Hij heeft een studio bij de kust. Geloof ik.”

Oh oké. Vanwaar Legowelt?
“We hadden het over muziek, Nederland, Utrecht en toen dacht ik aan Legowelt.”

Hebben jullie elkaar ooit ontmoet?
“Nee, ik heb hem nog nooit ontmoet.”

Oké. Misschien is dit dom, maar ik heb geen idee hoeveel tijd we nog hebben. Ik heb m’n telefoon buiten de serre laten liggen.
“Ik ook niet. Als de tijd erop zit komt er vanzelf wel iemand… ‘two more minutes’. Ze zullen er beleefd over zijn, eerder suggestief dan dwingend.”

Is dat on-Frans? Ik dacht altijd dat Fransen onbeleefd zijn.
Kijkt naar een bovenhoek van de serre: “Het zou grappiger zijn als er een luchthoorn hing die afging als de tijd erop zit: PAAP.”

Ik vind het verloop van dit gesprek echt heel fijn, maar het uitwerken wordt een drama.
“Oh sorry, I’m totally ruining the interview. Waar hadden we het over?”

O nee joh, het is prima. Ik kom er wel uit, ik heb nog tijd om het uit te werken. We hadden het over kinderen, vaderschap.
“O ja. Kinderen. Naar mijn ervaring zijn ze eerder suggestief dan dwingend. Helaas word je tegenwoordig steeds meer opgeroepen om zaken af te dwingen. To be demonstrative. Dat is niet echt mijn stijl. Ik zal niet snel iemand dwars over het gezicht slaan. Dat doe ik niet graag. Als kinderen opgroeien, hun eigen identiteit uitzoeken en steeds meer zichzelf worden, zoeken ze vanzelf de grenzen op. Soms moet je dan op je strepen gaan staan.”

Voelt dat ouderwets?
“Soms voelt dat zo. Je bent zelf ook bezig met het opzoeken van je identiteit als ouder, net zo goed als je kinderen hun identiteit aan het vormen zijn. Als ik terugkijk, is dat voor mij de grootste verandering geweest. Vader worden.”

In m’n voorbereiding las ik wat oude interviews van je door – van tijdens Panda Bear Meets the Grim Reaper. Er werd veel gevraagd naar de persoon van de Grim Reaper, en je verklaarde die vooral als ‘change agent’ – jij bent dus veranderd.
“Precies. The pre-dad Noah is dead.”

Hoe zit dat op Buoys? Is die Grim Reaper in die vorm – ‘change agent’ – nog aanwezig?
Denkt na: “Ik denk het wel, maar anders, meer in de vorm van een cyclus. Het gaat op Buoys veel over cyclische dingen, wielen. De laatste zin van de plaat is ‘see you around…’ De laatste zin van het eerste nummer is ‘to the end’. Het thema van de Reaper is nog aanwezig, maar in een andere vorm – een rustigere vorm, een kalmer geluid.”

Ik las verder dat je een klein dansje door de kamer maakte toen Meets The Grim Reaper klaar was. Heb je dat ook bij Buoys gedaan?
“Ik heb er ongetwijfeld bij gezegd dat ik alleen was toen ik dat dansje maakte.”

Dat kan ik mij niet herinneren.
“Ik maak veel kleine dansjes. Als iets lukt, als iets klaar is. Niet per se op muziek. Ik dans als ik iets afgerond heb, alleen.”

“Het leukste gedeelte is het maken, zien dat het ding aan het ontstaan is. Alles wat volgt is gewoon werk”

Hoe leuk was het werken aan Buoys?
“Het leukste gedeelte is het maken, zien dat het ding aan het ontstaan is. Alles wat volgt is gewoon werkZoals het touren. Als ik optreed, is het meer een technisch ding, minder creatief.”

De interviews
“Interviews ook, but I didn’t want to make you feel weird. Maar ja, ik kan niet zeggen dat ik interviews geven leuk vindt.”

Je maakt op mij anders een vrij ontspannen indruk. Hoe zit je er nu eigenlijk bij?
“Ik ben nu best relaxed. Ik heb sowieso niet het beeld van mezelf dat ik zo intimiderend ben. Dat we het voor de verandering over andere onderwerpen heb, onderwerpen die ik in andere interviews niet heb besproken, maakt het best wel cool. En ik ben altijd dankbaar dat mensen nog steeds met me willen spreken, na twee decennia muziek. Dat idee maakt het prettig, veel prettiger.”

Het werkt twee kanten op. Het voelt ook voor mij gezond om met mensen te spreken die ver buiten je eigen sociale omgeving staan. Zoals nu.
“Ik heb echt niet altijd zin in een gesprek, maar ik denk dat er veel te leren valt als je iemand ontmoet buiten je typische kring. Wat het tegenovergestelde is van waar de politieke situatie van nu op uit lijkt, namelijk mensen in hun eigen kring houden, invloeden van buiten, buiten houden.”

Heb je een voorbeeld, ik vermoed dat dit de laatste vraag is, van iets dat je hebt geleerd van iemand buiten je eigen sociale kring?
“Er zijn er heel veel, maar één die me nu spontaan te binnen schiet is toen Rusty (Rusty Santos, producer, red.) mij vertelde dat hij een vriend had die ook wat studiowerk deed: Dino (D’Santiago, Portugese muzikant, red.). Ik was in de studio bezig met Inner Monologue, dat toen nog Sabbath heette en Dino kwam langs. Hij wist exact wat hij wilde zingen, welke noten, welke stemmen, welke akkoorden. Ik zou nooit de akkoorden hebben gepakt waar hij mee kwam. Het heeft het nummer drastisch verbeterd.”

Mooi – Dank je wel, volgens mij is het goed zo.
Thank you. Wanneer verschijnt het artikel?”

Ik denk als het album uitkomt. Wat ga je nu doen?
“Volgens mij heb ik nu nog één interview hier en dan nog een telefoon-interview.”

En dan? Wanneer ga je terug naar Lissabon?
“Morgen.”

Ah, dan ben je dus ook maar kort hier. Zin om naar huis te gaan?
“Ja, het was maar kort. Maar daarna gaan we naar Australië voor tien dagen. Met de hele familie.”

Familievakantie.
“Ja, soort van. Het is een tour met maar drie optredens, dus daarbuiten hebben we nog wel wat tijd samen. Om naar het strand te gaan, dat soort dingen. We moesten nog wel wat regelen met de school, omdat de kinderen nu wat dagen missen. Uiteindelijk was dat geen probleem.”

Mooi – ik moet nu gaan – ik moet de trein halen. 
“Alright man, see you. Sweet travels.”

Panda Bear speelt live tijdens Motel Mozaique in het weekend van 18 tot en met 20 april in Rotterdam!


WEBSITE MOTEL MOZAIQUE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Op de grens tussen poëzie en muziek balanceert Juliet van de Voort met liedjes die even breekbaar als naakt zijn. Haar missie met haar alter ego Down in Norway: de hardheid van het dagelijks bestaan bedekken met een warme deken van poëtische dromerigheid, enkel gewapend met haar pianospel en haar stemgeluid.

Tekst & foto’s Niels Steeghs

Nederlandstalige teksten vullen haar nieuwe plaat Roofbouw. Met de twaalf liedjes, die ergens tussen Eefje de Visser en Aafke Romeijn laveren, brengt de Rotterdamse je in nog geen half uur tijd met een oase van rust in vervoering. Laat de hardheid van alledag in deze subtiliteit op je neerdalen en je gemoed kriebelen.

Van de Voort komt zeker niet pas om de hoek kijken. In 2013 won ze al Poetracks Talent, een wedstrijd waarbij muzikanten gedichten op muziek zetten. Daarna maakte ze samen met Willem Claassen de theatervoorstelling ‘Sommige bomen houden hun blad langer vast dan andere’: verhalen en liedjes gebaseerd op de dagelijkse gebeurtenissen in een Eindhovense verzorgingshuis. Daarvan verscheen in 2016 een audioboek. Datzelfde jaar verscheen ook haar plaat Niet Ademen. En vorig jaar speelde ze met Nachttheater opnieuw een theatervoorstelling, ‘Het huis waar niet gesproken wordt’.

Kan je vertellen waar Roofbouw over gaat?
“Dat is best een lastige vraag. De liedjes zijn in anderhalf jaar tijd geschreven, maar een aantal andere in korte tijd toen ik juist alles ging opnemen. In elk nummer komt de eenzaamheid weer terug. Het is niet dat ik nummers construeer met dat idee, maar het ontstaat uit zichzelf. Dat eenzame gevoel is overal in verweven. Maar tegelijkertijd is het ook weer niet zwaar, doordat er een bijna meditatief soort rust in die eenzaamheid schuilt. Dit is aan de hand en het is oké.”

“De titel landde in mijn hoofd en ik vond het een prachtwoord. Roofbouw is een woord dat ontstaan is vanuit het uitputten van grond. In mijn geval gaat het over wat het met je lichaam doet. Niet zozeer als in een burn-out, maar meer met al die gedachten die je over jezelf kan hebben. En die andere mensen hebben. Verwachtingen en hoe je door het leven wordt geraakt. Ik vond het ook mooi om aardse woorden er in te verwerken, zoals adem, land, lucht en water. Heel veel water. Het titelnummer gaat over alles wat je nodig hebt als je uitgeput bent. Het is uitputting in een brede zin. Die behoefte aan ademruimte, dat komt heel vaak terug. Het is eigenlijk een verlangen naar rust en een inzicht dat die rust er op een bepaalde manier al is.”

Gaan de nummers vooral over jezelf of over wat je waarneemt in het dagelijks leven?
“Allebei. Sowieso gaat het heel erg over mezelf. Schrijven van liedjes is een organisch proces. Het zijn woorden die opkomen en die interessant en mooi klinken, woorden die er zijn en waar ik me in herken. En andere mensen ook. Bij mij komen de woorden en de melodie vaak tegelijk. Het is een debiele manier van muziek schrijven. Ik heb geen idee van piano of akkoorden, ik speel maar een beetje wat er in me opkomt. Als ik denk dat het iets is dan zet ik mijn recorder aan. Woorden komen bij mij op associatie. Ik zing, ik doe en tegelijkertijd denk ik: hier kan ik iets mee. Ik neem heel veel op, bijna elke dag wel. Die komen dan in een grote map en blijven daar vaak in zitten.”

Je houdt je bezig met poëzie; eerder won je bijvoorbeeld Poetracks. Hoe kijk je aan tegen de verhouding tussen poëzie en muziek?
“Voor mij is dat niet zo statisch. Het poëtische zit ook al in de muziek. Wat mij betreft zijn dat twee dingen in één. Het komt in samenwerking tot stand. Muziek zit in de poëzie en andersom. Dat is ook het punt. Als je een tekst schrijft en dan de muziek er bij wilt schrijven, dat werkt niet. Er zit al een bepaalde cadans in die tekst. Dat werkt dan niet meer op dat stuk muziek. Voor mij is het dus één geheel. Er zijn vast mensen die er op een heel andere manier mee werken.”

Je zingt in het Nederlands. Dat is al een vorm van jezelf blootgeven. Daarnaast sta je ook nog eens naakt op de hoes van je nieuwe album, dat vol staat met ingetogen liedjes. Hoe kijk je zelf aan tegen die kwetsbaarheid?
“Ik voel me kwetsbaar als ik de taal niet eigen ben. In het Engels heb ik dat, daar ben ik niet goed genoeg in, dat voelt niet als mijn stem. In het Nederlands wel. Het is kwetsbaar omdat iedereen het meteen hoort, maar tegelijkertijd zijn de teksten ook niet heel erg duidelijk. Ze kunnen meerdere dingen betekenen. Voor mij moeten er meerdere lagen in zitten. Dat maakt het iets minder kwetsbaar. Maar als ik moet optreden, voel ik me heel kwetsbaar, in mijn eentje en in het Nederlands. Maar die kwetsbaarheid omarm ik ook en probeer ik juist te laten zien. Ik vind dat kwetsbaarheid iets is dat er mag zijn. Die laag over kwetsbaarheid heen is niet interessant. Als ik die verlies, dan vind ik wat ik maak niet meer interessant. Als mensen het niet mooi vinden, is het prima. Maar als een album in de openheid komt, dan voelt dat heel erg kwetsbaar. Daar word ik onzeker van.”

Het viel me op dat op Roofbouw twaalf nummers staan waarvan er zes de twee minuten niet eens halen. Is dat een bewuste keuze?
“Ook mijn vorige plaat Niet Ademen duurde nog geen half uur. Dat is niet bewust. Misschien heeft het ook iets te maken met dat ik denk: nu is het wel genoeg. Ik houd er van dat een nummer niet heel lang duurt. Vooral ben ik heel bewust bezig met het gevoel overbrengen. Dan denk ik niet meer in minuten rekken. Dit is wat bij me past. Als het klaar is dan is het klaar. Dat heb ik ook met optredens. Ik denk dat ik niemand een plezier doe met drie kwartier optreden. Nu wil ik vooral focussen op optredens en een nieuwe EP. Ik heb een drift om iets nieuws te maken, altijd. Dat vind ik eigenlijk het allerleukste. Ik heb eigenlijk ook nog nooit zelf gevraagd om ergens op te treden. Ergens is dat uit een soort van angst, want als mensen me vragen dan is het in elk geval niet mijn schuld als ze er niets aan vinden.”

“Nu denk ik: ik wil dat eigenlijk veel meer gaan doen. Ik wil vaker optreden om minder last van zenuwen te krijgen. En eigenlijk wil ik ook zo snel mogelijk, binnen een paar maanden, die nieuwe EP uitbrengen.”


Club IFFR
Zondag 27 januari
Rotterdamse Schouwburg


Vorig jaar lieten we met een wereldfunky mix alle cocktails rondjes in hun glazen draaien van de filmliefhebbers tijdens het Rotterdamse filmfestival. Op zondag 27 januari zijn we er opnieuw bij en presenteren we Goodnight Moonlight en Air Waves tijdens Club IFFR!

Eind januari tot begin februari staat Rotterdam namelijk weer helemaal in het teken van het International Film Festival Rotterdam en worden er met Club IFFR lekkere feestjes georganiseerd om al die zittende lijven en vierkante ogen ’s avonds nieuw leven in te blazen.

Goodnight Moonlight
Dit jaar staan op zondag 27 januari de lokale helden van Goodnight Moonlight op het programma, de band die onlangs zijn nieuwe EP Letters To Japan uitbracht. Vorig jaar lieten we het titelnummer in première gaan van de Rotterdammers, waarbij we frontman Jasper Boogaard nog interviewden. Nu hebben we de hele band live in de Rotterdamse Schouwburg eind januari!

Air Waves
Vorig jaar verscheen het nieuwe album Warrior van Air Waves. Een plaat over haar strubbelingen als queer vrouw en haar moeder die met kanker te maken kreeg. Een plaat over strijd en vechten, die uitmondde in onder meer het prachtige titelnummer waar Kevin Morby zijn vocalen nog voor leende en waarover ze aan Clash vertelde: “The warrior is overcoming the hurt of abandonment and the feeling of personal failure. We all go through moments of feeling like it’s our fault when a relationship, or job ends but the warrior is finding happiness by overcoming these moments and starting over.

Maar goed, leer ons Air Waves kennen, wij namen twee jaar geleden niets minder dan een livesessie op met de band in Amsterdam. En wat voor eentje! Dit, en nog veel meer moois dus tijdens Club IFFR.



Voor alle events tijdens Club IFFR en informatie rondom IFFR, check de links hieronder!

WEBSITE IFFR | FACEBOOK-EVENT

Het uitbrengen van het album Welcome, Generation Everything, shows op Motel Mozaique, Metropolis, Sziget en begin deze maand nog mee als supportact van Blaudzun: ja, Lisa Lukaszczyk AKA Luka heeft een mooi jaar achter de rug. Om het gevoel van haar muzikale reis vast te leggen, brengt de Rotterdamse muzikante vandaag een mini-documentaire uit die wij in première mogen brengen.

En dan te bedenken dat morgen ook nog eens een bijna maand lange tour start door Duitsland en Italië. Als een soort kickoff verschijnt er vandaag een korte documentaire over het leven van Lukaszczyk, waarmee we een kijkje in haar muzikale geest krijgen. De documentaire draait om haar liedje River, dat ze schreef na een wandeling langs de rivier en gaat over het feit dat falen een onderdeel is van de persoon die je wordt.

Toen we Lukaszczyk spraken over het primeuren van de korte film, stelden we haar direct nog een aantal extra vragen, want wij wilden wel iets meer weten over de totstandkoming van deze docu.

Hoe kwam je op het idee om een docu te maken?
“Afgelopen zomer gingen we voor het eerst op tour door Duitsland. Onze vriendin Charlene van Kasteren, die ook nog eens een geweldige regisseur is, wilde met ons mee op pad. Eerder wilde ik al eens graag met haar samenwerken, maar was dit nog niet gelukt. Omdat ze toevallig vrij was deze dagen kon zij, met camera, mee op avontuur. Tijdens de lange autoritten hadden we gesprekken over Luka, wat ik tot nu toe allemaal heb meegemaakt en dat alles steeds sneller begint te lopen en veranderen. En dat het voor mij belangrijk is om in het moment te zijn en in contact te blijven staan met de mensen voor wie ik speel en de boodschap van de liedjes. Iets wat je makkelijk kan verliezen wanneer je het gevoel hebt dat alles om je heen in constante verandering is. Zo kwamen we uit op het lied River, wat gaat over dit thema en de overgave hiervan. Deze hebben we als rode draad gebruikt voor de video. Van alle persoonlijk gesprekken en mooie plekken tijdens de tour waar we elkaar steeds beter leerden kennen, heeft Charlene dit prachtig in beeld weten te brengen.”

De komende tijd staat er een flinke tour gepland, hoe kwam die tot stand?
“Luka bestaat inmiddels al een tijdje in verschillende bezettingen. Ik heb altijd geprobeerd te zoeken naar de meest pure vorm van muziek maken en dit uit te voeren. Afgelopen jaren speelden we een hoop intieme concerten in huiskamer-achtige setting. Zo kwamen we ook bij Sofar Sounds terecht, een internationaal platform, wat veel mensen heeft bereikt. Met als gevolg dat er interesse kwam uit Duitsland, Sziget en Italië.”

En nu staan er dus meer dan twintig shows gepland! Spannend?
“We gaan inderdaad een volle maand op tour door Italië en spelen 23 shows. Dit hebben we nog nooit eerder gedaan en we hebben geen idee waar we aan beginnen, haha. Om dit zo goed mogelijk voor te bereiden hebben we een vriendenteam ingeschakeld om ons hierbij te helpen en zullen er ook een paar op bezoek komen.”

En wat wil je daarna graag gaan doen?
“Afgelopen jaar hebben we veel gespeeld, waardoor er geen tijd was om nieuwe muziek op te nemen. De nieuwe liedjes worden ondertussen al wel live gespeeld en met enthousiasme ontvangen. Ik kan niet wachten om in 2019 de studio in te duiken en het nieuwe album op te nemen!”


 

A Festival Downtown
Zaterdag 6 oktober

 

Nog maar drie dagen voordat Rotterdam wordt geïnjecteerd met vernieuwende en spannende elektronische acts tijdens A Festival Downtown. Van Lapalux, Wantigga, Natureboy Flako, De Likt, Fata Boom, Joe Armon-Jones, Benton en DTM Funk: deze vijfde editie van het festival zit muzikaal weer verrassend in elkaar. Wij spraken met oprichter/programmeur Immanuel Spoor en programmeur Guido van Dieren over het festival, Rotterdam, het samenbrengen van scenes en talentontwikkeling.

Wij hosten met The Daily Indie tijdens A Festival Downtown trouwens onze eigen stage, waarover je hier nog wat meer kunt lezen. Maar niet voordat we wat meer weten over de complete programmering van dit jaar, dus zijn we aan het juiste adres bij de twee heren die dit jaar weer druk hebben zitten puzzelen.

Het is nu de vijfde editie en voor een festival dat spannende muziek wilt programmeren in de stad. Waar zijn jullie dit jaar enthousiast over dat het gelukt is?
Immanuel: “Dit jaar hebben we veel aandacht gestoken in onder meer het grime-programma en wat er allemaal in WORM gaat gebeuren, dat dit jaar gehost zal worden door SKANK en Bass Odyssey. In de foyerstage staat meer grime en boven gaat Bass Odyssey aan de slag met onder meer dubstep en heavy bass, dat zijn twee lijnen die wat mij betreft erg goed op elkaar aansluiten. Ik ben heel nieuwsgierig hoe die zaterdag samen gaan komen.”
Guido: “Zelf kijk ik dan al snel naar Joe Armon-Jones, een van de oprichters van Ezra Collective en een bekende naam binnen de Londense jazzscene die zo booming is op het moment met namen als Nubya Garcia, Shabaka Hutchings en Kamaal Williams. Zij maken de crossover naar de clubscene, die muzikanten zijn allemaal opgegroeid met house en broken beats, dat hoor je allemaal terug. Het is ook helemaal geen klassieke jazz, er zitten zoveel meer invloeden in de muziek.”
Immanuel: “Dat nachtleven en dat clubgevoel zit inderdaad heel erg in zijn muziek. Dat is zo’n typische ‘spannende’ act waar we op doelen met het festival.”

Jullie hebben een flink aantal namen op het affiche staan en het is een soort connect the dots-programma. Hoe lopen de lijnen door het festival?
Guido: “We hebben alles goed op zijn plek gekregen denk ik, zo beginnen we in de middag met Luka op de mainstage, daarna gaat Heilige Boontjes beginnen met The Soul Pilot & Dikkens, begint WARD in Boudewijn en langzaam maar zeker wordt het vanaf daar steeds elektronischer en heftiger als het programma in Kraftbar begint en daarna alle programma’s starten in Vibes, Amehoela en WORM.”
Immanuel: “Daarnaast ben ik blij met de balans tussen opkomend, lokaal talent, buitenlands acts die er aan zitten te komen en acts die meer gevestigd zijn zoals De Likt en Lapalux. Zo versterken al die artiesten elkaar binnen het programma.”
Guido: “En sommige acts hebben we al eens eerder gehad en die staan dan nu bijvoorbeeld in een grotere venue geprogrammeerd. Dat is een van de doelen van het festival, je bouwt samen aan iets en je groeit ook met z’n allen.”
Immanuel: “En daar komen mooie dingen uit en De Likt is daar denk ik het grootste voorbeeld van. De eerste editie stonden die jongens op straat voor de Plaatboef met het idee: ‘tof, we mogen ook meedoen’. De derde editie konden ze mee op de mainstage en nu zijn ze een van de headliners.”

 

Hoe zien jullie die ontwikkeling in Rotterdam wat betreft de ontwikkeling van nieuw talent?
Immanuel: “Wat ik wel gek vind, is dat Rotterdam zo’n interessante muziekstad is op het gebied van hiphop en elektronica. Alleen de talentontwikkeling is daar vrijwel niet op gericht, waardoor die acts meer moeite hebben om die eerste stapjes te zetten.”
Guido: “De hele muziekstructuur is op veel plekken nog steeds opgezet vanuit de ‘bandjescultuur’, wat nu wel langzaam begint te veranderen, maar wat mij betreft sneller kan.”
Immanuel: “De eigen stad is voor vrijwel alle bandjes de eerste springplank om ervaring op te doen en verder te komen, maar je ziet bij veel elektronische artiesten dat ze die overslaan door alle mogelijkheden met het internet. En tegelijkertijd zie je dat de duurzaamheid van een artiest in veel gevallen lager wordt, want je hebt je als artiest nog weinig ontwikkeld en je hebt nog geen fundering, je kunt nergens op terug vallen. En precies daar schuurt het dus wat mij betreft, want hiphop en electronic zijn wel de plekken waar het op dit moment gebeurt en wat ontzettend veel wordt geluisterd. Check al die miljoenen streams van die rappers, daar komt geen Nederlands gitaarbandje ook maar bij in de buurt. En als je dat boekt heb je een keiharde avond, maar het gebeurt nog zo weinig. Dat is zonde, want soms stoten die artiesten in één keer door naar grotere festivals met veel publiek en, ja, vallen ze door de mand omdat ze die podiumervaring nog niet hebben, dat is echt zonde.”

Niet alleen doorlopen jullie dat project met bands, maar bijvoorbeeld ook met lokale platforms. Hoe belangrijk is dat voor het festival?
Guido: “Het is voor dit festival erg belangrijk om partijen ruimte te geven die goed bezig zijn. Hoe vaak kun je als platform nou je eigen helden naar Rotterdam halen en op een professionele locatie neer kunt zetten? En tegelijkertijd geven die samenwerkingen dat ook weer die diversiteit van Rotterdam weer en wat er hier allemaal gebeurt.”
Immanuel: “En niet alleen voor de artiesten is het weer een opening in Rotterdam, eveneens voor de platforms die eraan mee werken. Er zijn best een aantal partijen die tijdens A Festival Downtown hun eerste stapjes hebben gezet, het organiseren van een event hebben geleerd en nu meerdere keren per jaar uitverkochte feestjes neerzetten. Dit jaar hebben we aardig wat nieuwe partijen erbij zoals SKANK, Labour Meets Love, Pantropical en Concentric Circles. Daarmee ontstaat er een programma dat je vrijwel nergens anders tegenkomt naar mijn idee. Iedereen voegt zo zijn eigen smaakje toe aan het festival en het is een ideale manier om al die makers, organisatoren en het publiek bij elkaar te brengen, daar ontstaan weer nieuwe dingen uit.”

 

Er zijn altijd aardig wat Downtown-acts die voor de eerste keer in Rotterdam spelen. Is dat iets waar jullie zelf veel prioriteit aan geven of gaat dat al vrij snel omdat er in  Rotterdam niet altijd plek is voor alle acts?
Immanuel: “Het komt misschien meer door hoe wij er instaan: we zijn altijd meer bezig met het creëren van een vraag dan met het beantwoorden daarvan. We proberen mensen iets nieuws te laten zien en te laten proeven, in de hoop dat ze daar meer behoefte aan gaan krijgen. Dat is natuurlijk moeilijker dan andersom, maar dat is wel het spannendst.”

En wat is jullie gevoel voor deze editie?
Immanuel: “Ik vind het leuk dat we niet zozeer één ‘HEADLINER’ hebben, maar meerdere acts die allemaal sterk zijn, van De Likt tot LapaluxNatureboy Flako, Wantigga en ook Ploegendienst schaar ik daar wel onder.”
Guido: “Het is opnieuw meer een ontdekkingsfestival geworden en je kunt van de meeste acts niet zeggen wat het nou precies is. Dat vind ik zo tof aan deze editie.”


FACEBOOK-PAGINA A FESTIVAL DOWNTOWN | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Aanstaande zaterdag kun je in Rotterdam veel moois voor nop zien uit (bijna) iedere windstreek. Arp Frique presenteert en organiseert Festival Magia. De band die het zelf al bijna tot sport maakt om zoveel mogelijk tropische genres in hun sound te proppen, doet hetzelfde op dit festival.

Vorig jaar was de eerste editie van het festival. Toen was het nog op het parkeertrein naast de Biergarten. Dit jaar heeft de organisatie tussen de betonjungle van Rotterdam het meest groene plekje uitgezocht: wijkpark Oude Westen. Op de eerste editie was Bruxas te vinden, een zeer fijn klinkend project van niemand minder dan Jacco Gardner. Maar ook de iconische Americo Brito, de man achter onder meer het Zomercarnaval en het Dunya Festival. Voor je met je voeten in het gras bij het tropische Magia gaat, geven wij je alvast vier tips die zeker de moeite zijn om te aanschouwen.

Wil je de hele line-up op een (grappige) manier checken? Zie de video hieronder.


 

Wally Badarou
Wat heeft deze man niet gedaan in drieënzestig jaar op deze aarde. Hij schreef mee aan soundtracks voor B-films als Good to Go en Third World Cop. Naast een aardige solo-carrière, heeft Badarou samengewerkt met grootheden als M, Joe Cocker, Herbie Hancock en Grace Jones. Als hij als eenling optreedt, wil de Fransman vooral een sterke politieke boodschap meegeven, zonder het hard in je gezicht te gooien. Net als de muziek waaraan hij meewerkte, wordt deze namelijk overladen door de vrolijk klinkende synthesizers, samples en frisse disco-beat. Onze advies is om je live aan te laten steken door zijn vrolijkheid.


 

Hailu Mergia
Als je een paar jaar terug in het Washington in de taxi stapte, kon het zomaar zo zijn dat je instapte bij de Ethiopische muzikant Hailu Mergia. Voor hij in 1985 voet zette op Amerikaanse grond en daar taxichauffeur werd, domineerde hij in de jaren zeventig en tachtig met zijn Walias band de Ethiopische nachtclubscene. Na herontdekt te zijn door zijn huidige label Awesome Tapes From Africa, maakt hij warme elektronische muziek met invloeden uit zijn jazz-roots. Tijd voor jou om hem te herontdekken op Magia.


 

Marcos Valle
Grootheid Marcos Valle zal op Magia niet in zijn eentje het podium bezetten, want hij zal samen optreden met powertrio Azymuth, die eveneens op Magia zijn te bewonderen in een eigen set. Het is de eerste keer dat de samenwerking buiten Brazilië te aanschouwen zal zijn. Een heuse primeur voor Nederland én voor Magia. Dit is overigens niet de eerste keer dat Marcos en het drietal samenwerken: in het verleden werkten ze al samen op een groot aantal nummers.

In dat verleden was Valle een groot man voor de tweede golf van het Bossa Nova-genre in de jaren zestig. Het is rustige sambamuziek gecombineerd met traditionele Braziliaanse ritmes en jazz-partijen. Niet zo gek dat de beste man ook samenwerkte met de jazzlegende Sérgio Mendes. Hij staat ook wel bekend als de man de man achter de renaissance van de Braziliaanse pop. Toen Brazilië in de jaren zeventig omsloeg naar een dictatuur, maakte de zonnige teksten plaats voor politiek getinte zinnen. Hij vluchtte in 1974 tijdelijk naar Amerika, om de censuur te ontkomen, en keerde in 1981 terug naar Brazilië. Hij nam nog drie albums op, maar besloot zich in 1986 te focussen op filmmuziek. Het duurde nog tot ’95 voor dat Marcos nieuwe nummers begon te schrijven. Niet dat dat hem dat heeft tegengehouden om talloze solo albums uit te brengen. Tegenwoordig is hij vooral in de mainstream te horen op hiphoptracks, zoals Thank You van Jay-Z of ‘Cruel Summer’ van Kanye West en Pusha T.


 

Ahmend Fakroun
Deze Libische multi-instrumentalist is al sinds zijn jeugd invloeden aan het verzamelen. In zijn twintige jaren spendeerde hij tijd in het Verenigd Koninkrijk waar hij werd beïnvloedt door de Britse pop en in Frankrijk door de artrock. Zijn hit Soleil Soleil (en de daar bij horende video) maakte hem beroemd tot ver buiten zijn geboorteland. Toen de politieke situatie in zijn thuisland in de jaren tachtig veranderde werd het zeer lastig zijn muziek de grens over te krijgen. Dankzij de remix van DJ Prince Language van zijn nummer Soleil Soleil, Yo Son, werd Fakroun herontdekt. De edit werd een hit binnen de clubcultuur door het geluid van de toch redelijk obscure eighties sound van Ahmend. Op Magia is er de kans om met Fakroun op muzikale reis te gaan met zijn funky mix van westerse muziek en Arabische folk.


 

WEBSITE FESTIVAL MAGIA | FACEBOOK-EVENT | HET FESTIVAL IS GRATIS TOEGANKELIJK


 

Metropolis Festival
zondag 2 juli

 

Juni is alweer halverwege en dat betekent dat Metropolis Festival staat te popelen in onze redactieagenda. Op zondag 2 juli komen er weer tienduizenden bezoekers naar het Zuiderpark in Rotterdam om nieuw, muzikaal talent te ontdekken op het gratis festival. Om nog dieper in het festival te duiken – dat bands als The xx, The Strokes, Thee Oh Sees, The Black Keys en Kurt Vile al vroeg in de smiezen had – gingen we in gesprek met festivalprogrammeur Joey Ruchtie.

Vorige week las je al een interview met een van de acts waar we onwijs naar uitkijken: IDLES. Deze week zijn ook de laatste namen aangekondigd. Met dit interview blikken we vooruit met niemand minder dan de programmeur van het festival: Joey Ruchtie. Hij zorgt ervoor dat al deze bands naar Rotterdam komen. De programmeur (o.a. ook verantwoordelijk voor de programmering van De Oosterpoort, ESNS, Paaspop en Noorderzon) schijnt voor ons een licht op de achterzijde van het festival, dat alweer sinds 1988 wordt georganiseerd in de Maasstad.

Blank canvas
Een vraag die bij ons al snel omhoog komt: met ál die honderden toffe bands die er rondlopen, waar begin je? “Ja, waar begin je? Je hebt een blank tijdschema voor je en die moet gevuld worden”, lacht de programmeur. “Zo rond november, december begin ik in mijn hoofd met het festival en ik heb er natuurlijk wel een bepaald idee bij. Al heb ik van tevoren echt geen idee waar het schip gaat stranden. Vaak begin ik gewoon door een band of vier, vijf uit te nodigen waarvan er één of twee kunnen, en op die manier is er alvast een muzikale richting. Dan heb ik bijvoorbeeld twee gitaarbands binnen en dan ga ik op zoek naar iets dat ik daar tegenover kan zetten. Naar iets folks of iets werelds om maar iets te noemen, om dat contrast en die breedte op te zoeken. En zo vormt dat programma zich dan heel geleidelijk.”

 

“Je moet proberen een verhaal te vertellen met het aantal beschikbare plekken dat je hebt. Dat kunnen dus absoluut geen fillers zijn, elke band moet spot-on zijn.”

 

De wildgroei aan festivals van de laatste jaren, is wel te merken volgens Ruchtie. “Het begint steeds vroeger en omdat wij een relatief klein festival zijn, moeten we tegen een hoop grotere festivals opboksen. Niet alleen in die periode, maar zelfs al in dat weekend. Van Roskilde, Main Square tot Rock Werchter, en iedereen zit in dezelfde vijver te vissen. Je moet dus echt heel scherp zijn en een goed verhaal hebben, maar dat maakt het wel een mooie uitdaging.”

Je moet in principe dus gewoon een glazen bol hebben. “Dat klopt, maar je voelt ook wel of een band iets gaat worden en hoe zich dat ongeveer gaat ontwikkelen. Die zijn natuurlijk ook met dingen achter de schermen bezig en plannen aan het maken. Maar goed, er moeten altijd alsnog een hoop lastige keuzes worden gemaakt”, vertelt de programmeur. “Je probeert elk jaar een verhaal te vertellen met het aantal beschikbare plekken dat je in het programma hebt. Dat kunnen dus absoluut geen fillers zijn, elke band moet spot-on zijn.”

Relevant en urgent
Waar moeten die bands dan allemaal aan voldoen om op Metropolis te mogen spelen? “Het zijn een beetje van die holle termen, maar de acts moeten vooral urgent en relevant zijn. Ze moeten er nú toe doen”, vertelt Ruchtie. “Een gedeelte van het publiek komt naar het festival toe zonder dat ze acts van tevoren al kennen en het is natuurlijk de kunst om ook die te overrompelen. Het is niet alleen een breed, maar ook een gratis festival. Dus ik probeer een divers en tegelijkertijd vernieuwend programma neer te zetten, maar ook met de indeling van het terrein te spelen en elementen aan het festival toe te voegen.”

 

“Ik kijk vooral vanuit de kleuren van het festival. Door welke andere act zou een band als Priests nog beter tot zijn recht komen, bijvoorbeeld?

 

“De laatste twee jaar hadden we bijvoorbeeld een soundsystemarea gemaakt voor Masego Soundsystem, en dit jaar willen we ook graag weer zoiets organiseren. Zodat er ook een plek is om de hele dag los te gaan op reggae, Afrikaanse klanken, rocksteady en dub. Dat wisselt ook lekker af met alle bands die de hele dag spelen.” Uiteindelijk gaat het vooral om het zoeken naar het juiste evenwicht volgens Ruchtie. “Ik kijk vooral vanuit de kleuren van het festival. Door welke andere act zou een band als Priests nog beter tot zijn recht komen, bijvoorbeeld? Het gaat om het creëren van een mooi palet aan toffe bands die elkaar versterken.”

 

 

Talent Stage
Een van de onderdelen van Metropolis is de Talent Stage (powered by Popunie), waar vijf acts met leden onder de achttien jaar hun opwachting maken voor de Lekker Bezig Bokaal. Ruchtie is telkens verbaasd over al het jonge talent dat er in de regio rondloopt. “Dat zijn voor mij ook elke keer compleet nieuwe namen en het valt mij op wat voor muzikale kwaliteit er in van die piepjonge lui zit van een jaar of vijftien, zestien. Dat is echt bizar bij sommige acts”, vertelt hij. “Het is tof om te zien hoe bands van vorige edities nu zo goed bezig zijn, om The Tambles maar als voorbeeld te nemen. Door hun Metropolis-optreden konden die jongens de band van Jerry Hormone worden en nu spelen ze samen door het hele land de ene na de andere show.”

 

“En dat de jongens er zin in hebben is duidelijk, want die show was echt binnen een kwartier bevestigd, dat was echt de snelste boeking van het jaar”

 

Uiteraard kijkt de programmeur uit naar alle acts op 2 juli, toch is er wel een band waar hij bijzonder naar uitkijkt. “Waar ik zelf echt enthousiast over ben, is een band die ik vorig jaar in Austin op SXSW zag spelen: Joseph. Dat zijn drie zusjes die folk maken en ik vond het echt direct van uitzonderlijke kwaliteit. Ik ben dus wel heel nieuwsgierig hoe zij het nu gaan doen op Metropolis, ik verwacht dat ze alleen maar beter zijn geworden natuurlijk!” IDLES is een andere favoriet van de Ruchtie. “Naar verluidt vindt de band Rotterdam erg tof en ik vind ook zeker dat die gasten hier een nog breder publieker verdienen. Het was ook de eerste band die we dit jaar bevestigd hebben, dat was net na Eurosonic, waar de band toen ook speelde. En dat de jongens er zin in hebben is duidelijk, want die show was echt binnen een kwartier bevestigd, dat was echt de snelste boeking van het jaar”, vertelt de programmeur enthousiast.

Rotterdam
De toegenomen populariteit van de stad kan ook geen kwaad: “De situatie is wel even wat anders dan toen ik hier begon. Rotterdam is nu ineens erkend als ‘coole stad’ en artiesten voelen dat ook, waardoor ze misschien net iets sneller naar een festival als Metropolis komen”, vertelt Ruchtie. “Niet dat artiesten nou koste wat het kost in Rotterdam willen spelen of zo, maar het maakt mijn werk wel makkelijker, laat ik het zo zeggen. Ik hoef niet meer uit te leggen dat het een toffe stad en dat het booming is, dat weten ze al.”

 

WEBSITE METROPOLIS FESTIVAL | FACEBOOK-EVENT

foto van Metropolis Festival.

 

Metropolis Festival
Zondag 2 juli

 

Met Brutalism heeft de Britse band IDLES een van de beste debuutalbums van 2017 op zak. Zowel qua teksten als thema’s is de toepasselijk getitelde plaat grimmig doch goudeerlijk. Zo gek is dat niet, want Brutalism is het gevolg van de persoonlijke problemen waar IDLES’ fascinerende frontman Joe Talbot zich de afgelopen periode doorheen worstelde. Zijn moeder overleed na een zwaar ziekbed, maar Talbot rustte niet voor hij zijn leven terug op de rails had.

Dat lukt inmiddels best aardig. Terwijl Talbot The Daily Indie toelichting geeft over Brutalism en de bijbehorende ontwikkelingen van zijn band is hij bezig met verhuizen. Een dag eerder heeft hij de aankoop van zijn huis rondgemaakt, een woning die hij binnenkort zal betrekken met zijn vrouw, die zwanger is van een dochtertje. De band speelde een belangrijke rol in de totstandkoming van die toekomst. “Toen mijn moeder overleed, was de band een soort vorm van therapie voor mij”, vertelt Talbot over de telefoon. “Het heeft me geholpen om in het leven gelukkig te blijven zijn.” Het belangrijkste element daarin vat Talbot samen onder het woord ‘catharsis’, een concept dat Aristoteles voor het eerst introduceerde als de reiniging die mensen meemaken als ze toeschouwer zijn van een tragedie. “Ik kan in mijn kunst duidelijk maken wat ik voel en dat daardoor zelf beter begrijpen. Je haalt het probleem als het ware buiten jezelf en kunt het dan makkelijker deconstrueren.”

 

 

Die deconstructie gaf uiteindelijk de aanleiding tot de reconstructie van Talbot en de band, die zich ook in een moeilijke periode bevond. “Het voelde alsof we met het album iets bouwden waarmee we tegelijkertijd onszelf weer oprichtten,” zegt de zanger. Het vormt een deel van de verklaring van de albumtitel. Talbot: “Het brutalisme was de stijl waarin Groot-Brittannië werd herbouwd na de vernietigingen die door de Duitsers waren aangericht in de Tweede Wereldoorlog. Men bouwde snel betonnen gebouwen, zoals scholen en parkeergarages, om de samenleving weer sterk te maken.”

Wie naar het album luistert (en dat is aan te raden), heeft waarschijnlijk wel door wat de andere reden voor de naam van de plaat is. “Toen we het album aan het schrijven waren, kregen we al snel door dat het nogal brutal klonk”, herinnert Talbot zich. “We waren echt muren van geluid aan het metselen. We beschouwden het album als één blok beton.” En een blok beton, dat is Brutalism. Veel meer dan de eerdere EP’s die IDLES in de voorgaande jaren uitbracht. De plaat past in een ongelofelijke ontwikkeling die de band uit Bristol qua sound en stijl doormaakte. Een bewuste beslissing was dat volgens Talbot niet. “Die overgang vond op een heel natuurlijke manier plaats. We kwamen erachter dat het geluid dat we eerder hadden eigenlijk niet echt bij ons paste. In de tussentijd hadden we onszelf en onze instrumenten beter leren kennen. We kregen meer vertrouwen in onszelf en voelden niet meer de behoefte om bewust of onbewust andere bands na te apen.”

 

 

Kortom, het geluid van IDLES werd harder. Talbots teksten volgden. Op Brutalism zijn ze soms zo eerlijk dat het pijn doet ze aan te horen. De zanger is zo open over zijn persoonlijke problemen dat het haast onmogelijk lijkt dat het schrijfproces een ontspannen onderneming was. Vond Talbot het niet moeilijk zich zo bloot te geven? “Nooit. Eerlijkheid is absoluut noodzakelijk”, zegt de Brit vastbesloten. “Ik zou niet weten waarom ik teksten zou schrijven als ze niet eens eerlijk waren. Onze muziek is een uitlaatklep van emoties, dus ik moet wel eerlijk zijn over die emoties. Sommige bands nemen je mee op een reis, hun muziek draait om escapisme. Ik ben een realist.”

“Humor zit vaak in de donkerste hoekjes”
Voor een realist is Talbot zeer geïnspireerd door abstracte kunst. Zijn teksten vallen soms in de categorie ‘iedereen kan het, maar slechts één iemand doet het’, net als veel moderne schilderijen. “Ik vind het leuk om abstracte teksten te schrijven”, zegt hij. “Ik hoef toch zeker niet alles voor de luisteraar uit te spellen?” Talbot hecht er dan ook niet te veel waarde dat zijn boodschap exact begrepen wordt. Dat ontdekte hij toen de teksten van een van de nummers, Stendahl Syndrome, door sommige luisteraars anders werden begrepen dan de zanger zelf bedoeld had. Hij schreef het nummer, dat draait om een syndroom waarbij mensen lichamelijk overweldigd worden door kunst, vanuit het oogpunt van een kunstcriticus in dienst van de Britse tabloid The Sun. “Did you see that selfie what Francis Bacon did? / Don’t look nothing like him, what a fucking div, I tell ya / Did you see that painting what Basquiat done? / Looks like it was drawn by my four-year-old son, I tell ya”, zingt Talbot, hetgeen opgevat werd als kritiek op moderne kunst. “Ik schreef dat nummer zoals ik het dacht”, lacht de Brit. “Ik voel niet zo de behoefte om mensen ervan te overtuigen dat ik in werkelijkheid juist heel veel van kunst houd. Dat ontdekken ze vanzelf als ze een beetje research doen.”

 

 

Hoewel Brutalism een serieuze plaat is, speelt humor een belangrijke rol op het album. Donkere Britse humor welteverstaan. “How many optimists does it take to change a lightbulb?”, vraagt Talbot op White Privilege. Antwoord: “None, their butler changes the lightbulb.” Voor Talbot fungeren dergelijke droge grappen als een soort Trojaans Paard. “Vreugde en humor zijn in deze tijden vormen van verzet. Je moet om jezelf en de wereld kunnen lachen, hoe slecht de situatie soms ook lijkt. Gelukkig zit humor soms – of juist vaak – in de donkerste hoekjes”, vertelt Talbot. Die donkere hoekjes zijn er op dit moment genoeg. In de context van Trump en de Brexit kan Brutalism niet anders dan worden opgevat als een sociaal statement. Dat is volgens Talbot meer een gevolg van de periode waarin we ons bevinden, dan van de plaat zelf. “Ik denk niet dat het belangrijk is om politiek te zijn, maar dat het belangrijk is om eerlijk te zijn”, houdt hij vol. “Daarbij: muziek kan ook best politiek zijn zonder het over politici te hebben. Zelfs het meest optimistische liefdesliedje kan anno nu politiek zijn. Eerlijkheid is politiek. Daarom wil ik niet bekend staan als een politieke band, maar gewoon als een goede band.”

 

“Ik denk niet dat het belangrijk is om politiek te zijn, maar dat het belangrijk is om eerlijk te zijn”

 

Toch is de Brit zich ervan bewust dat juist de omstandigheden in Groot-Brittannië hebben bijgedragen aan de doorbraak van zijn band. “Onze populariteit heeft er ook mee te maken dat we voorheen gewoon niet zo goed waren, maar de situatie in de wereld heeft ons waarschijnlijk wel geholpen”, denkt de zanger. “Dat is best verdrietig om te bedenken, maar ik hoop dat we altijd relevant zullen zijn.” Talbot is zich er dan ook van bewust dat politieke betrokkenheid steeds meer een marketingstrategie wordt, al maakt hij zich er niet bepaald druk om. “De wereld zal je altijd uitbuiten op de een of andere manier, maar je kunt dat je er niet van laten weerhouden te doen wat je wilt doen”, meent hij. “Dat Pepsi of modemerken feminisme gebruiken om reclame te maken voor hun producten, betekent niet dat het niet belangrijk meer is om feminist te zijn. Je moet in zulke zaken geloven omdat je in ze gelooft, niet omdat je denkt dat je er geld mee kunt verdienen.”

 

 

“Politiek is het leven, maar dan op papier”
Talbot heeft dan ook genoeg andere dingen om zich druk over te maken. Zoals gezegd is zijn vrouw hoogzwanger en heeft hij net een huis gekocht. Dat zet zaken als politiek in een nieuw perspectief. Minder belangrijk wordt het er echter niet door. Integendeel, zo zegt de zanger: “Dat ik binnenkort een dochter heb, maakt politiek juist nog belangrijker. Mijn stem heeft invloed op het leven van iemand anders. Op haar educatie, op hoe er voor haar wordt gezorgd als ze ziek is.” Talbot slaat het beleid van de zittende Britse regering dan ook gespannen gade. “Als de conservatieve regering aan de macht blijft, moet ik me druk maken over de manier waarop ik voor haar zorg kan betalen”, verzucht hij. “Politiek is niet zo maar een hobby, het is je leven. Het gaat over je toekomst, je gezondheid, je geld. Politiek moet ervoor zorgen dat je je veilig voelt, dat je gezond bent, en gelukkig. Politiek is het leven, maar dan op papier.”

 

“Dat ik binnenkort een dochter heb, maakt politiek nog belangrijker.”

 

Talbot kan als geen ander weten hoe groot de invloed van een conservatief Westminster op de werkelijkheid is. Zijn leven speelde zich grotendeels af in ziekenhuizen. Op Divide & Conquer zingt hij kort maar krachtig over de bezuinigingen op de NHS, het openbare gezondheidsstelsel van Groot-Brittannië: “A loved one perished at the hand of the barren-hearted right”, zingt hij. “Ik had als kind veel problemen met mijn gezondheid”, vertelt de Brit. “Toen mijn moeder ernstig ziek werd, bracht ik weer veel tijd door in het ziekenhuis. Dat deed mij eraan denken dat we fucked waren geweest als we in Amerika gewoond hadden. Dan hadden we gewoon op straat gestaan. Hoe kun je arme mensen nou straffen omdat ze ziek zijn? Dat is walgelijk. De gezondheidszorg is een zaak waarvoor ik met vreugde zal vechten.” In de nasleep van de verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk maakt Talbot zich op voor dat gevecht. “Ik denk dat het alleen nog maar slechter zal worden”, zegt hij zacht – en zoals we na de uitslag van gisteren weten, enigszins ten onrechte. “Labour gaat niet winnen, dat zie ik niet gebeuren.”

 

 

“Ze snappen niet hoe gevaarlijk het overheidsbeleid kan zijn”
Als ergens al voorzichtige hoop schuilt, is het in de schaduwen van het haast vanzelfsprekende pessimisme. “Op een gegeven moment zal alles wel weer veranderen, maar mensen zijn gewoon lui. Ze snappen niet hoe gevaarlijk het overheidsbeleid kan zijn. Straks ben je duizenden ponden kwijt omdat je een gebroken arm hebt. Voor zo’n scenario ben ik stiekem bang.” Toch lijkt uit alle ellende die Talbot beschrijft een onuitputtelijke energie te spreken. Hij zal zich niet zomaar neerleggen. Dat kan niet natuurlijk ook niet met een dochter op komst en een huis om tot een thuis te maken. Gelukkig heeft IDLES een brutalistisch bastion om vanuit te strijden voor verandering. Het beste nieuws dat vanaf daar te melden valt? De opvolger van Brutalism is al bijna af. “We hebben al zo’n zestien nummers geschreven, geloof ik. Later dit jaar gaan we het album afmaken en opnemen, zodat we het volgend jaar uit kunnen brengen.” En zo komt voor Joe Talbot en de zijnen, met muzikale zevenmijlslaarzen, het ideaalbeeld van huisje, boompje, beestje steeds een stapje dichterbij.

 

WEBSITE FESTIVAL| FACEBOOK-EVENT

The Daily Indie Presents
12 mei

 

Peter Sagar maakt alweer een paar jaar furore met zijn vleiende kruisbestuiving tussen bedroom R&B, wietrock en jazzy slackerseksmuziek. Met invloeden van Sade, J Dilla, Curtis Mayfield, Broadcast en Angelo Badalamenti, vulde hij dit jaar weer een hallucinerend chillwave-album vol flikflooiende bas- en drumpartijen, stonede vocalen, goedkope synths en gitaren die klinken alsof ze ingespeeld zijn op een elastisch ballondier. Op 12 mei speelt Sagar met zijn band (en support van Aldous RH) tijdens een The Daily Indie Presents-avond in Rotown. Tijd voor een gesprek met Mr. Homeshake.

In 2013 brengt Sagar met The Homeshake Tape zijn eerste werk uit, toen nog als gitarist in Mac DeMarco’s liveband. Na een tijd de hele wereld over te reizen, heeft hij het al vrij snel gezien met al dat eindeloze gehang in busjes en backstages. Sagar besluit te stoppen, trekt zich terug in Montreal om een rustiger leven te leiden en zich te richten op zijn eigen project. Met succes: debuutalbum In The Shower (2014) en Midnight Snack (2015) worden al snel door alle hippe blogs opgepikt en inmiddels reist hij opnieuw (op zijn eigen tempo) de wereld rond.

 

Illustratie: Wolter Dreissen

The red boat!
We leggen contact met de mobiel van Sagar in Montreal, die net even een broodje aan het eten is. Al kauwend vertelt hij ons dat de laatste Rotterdam-show hem nog wel bijstaat. “Oh yeah, I can remember the show on the red boat. Good show”, lacht hij. “We hebben daar goed gegeten weet ik nog.” Deze keer mag de gladde R&B-bende van Sagar zich melden aan de Nieuwe Binnenweg, waar het grotere Rotown op de planning staat. “Naar de komende tour kijk ik zeker uit, vooral omdat we op veel plekken spelen waar we nog nooit geweest zijn.”

Broedplaats Montreal
Een van de belangrijkste dingen in het leven van Sagar is de stad Montreal, de plek waar hij vanuit Edmonton jaren geleden naartoe is verhuisd. Hij zou zich geen betere plek voor kunnen stellen dan deze Canadese stad. En dat is belangrijk voor de chillwaver, want Sagar is definitely a homebody kind of guy”. Het is tenslotte een van de redenen dat hij stopte als livegitarist van Mac DeMarco, dat doe je ook niet zomaar. Hij is graag thuis, waar hij lekker kookt met zijn vriendin en films kijkt met vrienden. “Ik kan de balans nu zelf bepalen, dat is ontzettend fijn. Ik vind touren leuk, maar het is niet bepaald mijn favoriete bezigheid. It’s a bit tricky for me…  Maar in een kleine dosis kan ik het nog wel aan.” Wat ook zijn voordelen heeft, want zo houdt hij zijn shows ook een beetje speciaal. “Dat denk ik ook, ja. I keep the touring schedule pretty light and it keeps the shows pretty full. Al krijg ik regelmatig klachten dat we niet where ever people live komen spelen. Terwijl we toch nog behoorlijk wat shows doen in een jaar, maar goed. Ik zie het maar als iets positiefs, ze bedoelen het goed”, lacht de muzikant.

 

“I keep the touring schedule pretty light and it keeps the shows pretty full.”

 

Zelf zegt de muzikant dat de stad een flinke impact heeft gehad op zijn muziek. “Destijds kwam ik vanuit een kleine ons-kent-ons-scene naar Montreal en hier is zoveel meer aan de hand. Hier zijn allerlei groepen met van alles en nog wat bezig en iedereen ondersteunt elkaar. Daarin voelde ik mij ook veel vrijer om te doen wat ik wil. Bovendien is de stad ook nog eens veel goedkoper dan alle andere steden in Canada. Je hoeft niet zoveel te verdienen om rond te komen en dat geeft een hoop creatieve vrijheid.” In de grote en culturele indiehotspot die Montreal is, heeft Sagar zijn eigen bubbeltje in de vorm van zijn studio The Drones Club. “Het is een DIY-venue, studio, oefenruimte en plek om te pingpongen. But it’s about to die”, zegt hij met een beetje verdriet in zijn stem. “Ik vind het echt jammer dat we daar weg moeten, er gebeuren veel toffe dingen en ik heb daar al mijn albums opgenomen. Vanaf nu ga ik denk ik maar thuis opnemen, in juli verhuis ik gelukkig naar een nieuw appartement. Op de nieuwe plaat zullen dus waarschijnlijk geen livedrums komen.”

 

 

De stad Montreal produceert een hoop muzikaal talent: van TOPS tot Majical Cloudz, Suuns, Alex Calder, Grimes, Ought, Sheer Agony, Blue Hawaii en Sean Nicholas Savage. Wat zijn op dit moment de hete bands in Montreal?! “Zelf vind ik Un Blonde en Guys Number heel tof. De muziek van Un Blonde is een soort spiritual awakening, zijn nieuwste album Good Will Come To You maakt mij zó blij, dat is echt bizar. En dat is geen compliment dat ik snel of makkelijk geef, dus die moet je echt even checken”, raadt Sagar ons aan. “Guys Number zijn wat vrienden van onze band, we doen later dit jaar ook een paar shows met de band. Die gasten hebben pas één nummer op Soundcloud. But it’s a hit, that’s for sure!

Het verdrietige Homeshake-thema
Sagar zijn nieuwe plaat klinkt als ideale yachtrock voor gruizige AM-radiostations. Met vocalen die soms heliumhoog gaan en teksten die soms depressief laag gaan. Een groot thema op Sagars platen is dan ook ‘droevigheid’, in een ander interview zei hij ‘alleen goede muziek te schrijven als hij sad is’. Met vier goede platen op rij: is hij dan altijd droevig? “Nee, nee dat valt wel mee”, zegt Sagar. “Althans, dat is echt een stuk minder. Het maken van muziek heeft namelijk wel degelijk een therapeutische werking op mij, ik kan daar veel in kwijt. Maar ik probeer positiever te zijn, want je kunt in je omgeving geen positieve verandering teweegbrengen als je altijd maar down bent.”

 

“Voordat een plaat een keer uitkomt, ben ik alweer in een nieuwe levensfase”

 

Zijn laatste plaat Fresh Air klinkt ook meer majeur dan in voorgaand werk. “Absoluut, al is dat ook al bijna een jaar geleden dat ik aan dat album werkte. Voordat een plaat een keer uitkomt, ben ik alweer in een nieuwe levensfase.” Mist Sagar het direct publiceren van zijn muziek nog weleens? “O, zeker! Een paar jaar geleden kon ik meteen iets online zetten als het af was, waardoor ik kon reageren op bepaalde ontwikkelingen in mijn leven of zaken waar ik iets over wilde vertellen. En dat voelde zó goed. Mensen luisteren dan naar je muziek terwijl het nog helemaal vers is en je krijgt ook direct reacties. Dat gaf onwijs veel voldoening.” Al kan hij dat nog wel op andere manieren doen, zo bracht hij met Alex Calder een single uit voor het Internationale Refugee Assistance Project. “Daarom, dat wil ik ook zeker vaker gaan doen.”

 

 

Fresh Air
Via Sinderlyn is afgelopen februari de derde langspeler Fresh Air van Homeshake uitgekomen. Als je de albums na elkaar beluistert, is er een duidelijke evolutie te horen. Sagar laat de gitaar namelijk steeds vaker links liggen. Bewust? “Ik ben inderdaad meer nummers vanuit synthesizers gaan schrijven, daardoor vormen de liedjes zich op een totaal andere manier. Al sinds mijn achttiende schrijf ik liedjes op gitaar en het is weleens goed om dat systeem overhoop te gooien. Met een synthesizer heb je heel andere opties en meer mogelijkheden”, vertelt de muzikant. “Alhoewel, ik heb vrij goedkope synths, die hebben geen oneindige sounds en opties”, grinnikt hij. Wat vindt Sagar het meest geslaagd aan het album? “Waarschijnlijk de verbetering in mijn songwriting. Ik vind het beter dan mijn eerdere werk, dat is ook het hoogste doel wat mij betreft.”

The Daily Indie DJ Team
Het DJ Team van The Daily Indie is er vrijdag 12 mei ook gezellig bij in Rotown. Heeft Sagar nog nummers die hij graag wilt horen? “Geen specifieke artiesten, draai vooral relaxte muziek. Whatever makes you happy. We hebben voor de zekerheid altijd wel een iPod bij ons als de DJ er echt een potje van maakt”, grapt Sagar. We zijn gewaarschuwd!

WEBSITE ROTOWN | FACEBOOK-EVENT

 

 

Word lid van The Daily Indie en ontvang vijftig procent korting op een Homeshake-kaartje op 12 mei in Rotown. Lid worden doe je hier!

Onze vliegende reporters tekenden na de eerste dag  uiteraard ook voor dag twee van Motel Mozaique. Het resultaat was even divers als spectaculair, want #momo17 was een van de beste edities in de geschiedenis van het festival. Hieronder lees je het verslag!

Tekst Jente Lammerts & Reinier van der Zouw

Drugdealer
De knettergekke Amerikaan Michael Collins, alias Drugdealer, zit qua podiumpresentatie in ieder geval al goed vanavond. Dankzij de foute baretten en de vaak nog foutere snorretjes die ieder bandlid heeft, schieten sommige bezoekers al in de lach voor het optreden begonnen is. Dat wekt Collins met zijn cheesy psychedelische pop ook wel in de hand. Al te serieus moet je dit optreden dan ook niet nemen, maar Collins heeft genoeg fijne songs in zijn repertoire om er voor te zorgen dat de show niet alleen lachwekkend is. De songs van zijn album The End Of Comedy klinken live namelijk net zo fijn als op de plaat. Niet iedereen is tegen de meligheid van Collins en zijn kompanen bestand, want WORM loopt gaandeweg een beetje leeg, maar voor wie dat wel is, heeft de zaterdag van MoMo zijn eerste hoogtepunt al vroeg te pakken.

 

Mauno
Tijd voor een echt onontdekt pareltje op Motel Mozaique. Het uit Halifax, Canada afkomstige Mauno heeft een heuse streaminghit op zijn naam staan (single Benny uit 2016), maar verder is de band nog een onbekende voor de meeste muziekliefhebbers. Tijd om daar verandering in te brengen. Mauno maakt indiefolk à la Fleet Foxes en Angus & Julia Stone, maar het aandoenlijke viertal doet ons vooral denken aan de bezwerende nummers van Gengahr. Mauno oogt zenuwachtig: niet gek ook. De band is overdonderd door de prachtige Paradijskerk en het jubelende publiek. Frontman Nick Everett stamelt wat onverstaanbare woorden over hoe leuk hij het heeft, maakt nog wat onbegrepen grappen en speelt dan maar verder. Nog nooit was de band in Nederland geweest, maar het volgende bezoekje zal vast niet lang meer duren. (JL)

Mourn
Alle leden van het Spaanse Mourn zitten nog onder de twintig of zijn die leeftijd net gepasseerd. Jonge broekies dus en dat is te horen. Het repertoire van de band bestaat vooral uit snelle punktracks van één, twee (en heel soms bijna drie) minuten, waardoor de speeltijd van drie kwartier toch al snel aanvoelt als een marathonsessie. Dat het grootste gedeelte van Rotown het na een minuut of twintig weer voor gezien houdt is dus ook niet zo gek, van veel variatie is geen sprake. Toch valt er vanwege de rauwe energie die het viertal uitstraalt en de fijne refreintjes die de band zo nu en dan uit hun mouw weten te schudden best wat te genieten voor wie wel de hele rit uitzit. Mourn als liveband heeft nog wat groei nodig, maar over een paar jaar zien we de band graag nog eens terug. (RvdZ)

 

The Lemon Twigs
Pakweg veertig minuten voor aanvang staat Rotown al propvol voor de ‘tienersensaties’ van The Lemon Twigs. Voor degenen die onder een steen hebben geleefd de afgelopen tijd: de New Yorkse broertjes Brian en Michael D’Addario (zeventien en negentien jaar oud!) waren dé band van SXSW dit jaar reizen de hele wereld over met hun dramarock. De band opent de set met het populaire I Wanna Prove To You, waarmee de toon is gezet: het optreden lijkt haast een middelbare school-musical. De muzikanten wisselen constant van instrumenten en weten tussen de ingewikkelde Queen-achtige solo’s ook nog eens acrobatische kunstjes te vertonen. Een gekkenhuis is het zeker, maar muzikaal gezien mag de band er zeker wezen: de dramatische piano en gitaarpartijen versterken de absurde vertoning, al moet de band opletten dat het showelement niet de muziek ondersneeuwt. Hoe dan ook maakt The Lemon Twigs ‘de hype’ meer dan waar. (JL)

 

The Slow Show
The Slow Show houdt van Nederland en Nederland houdt van The Slow Show. Sterker nog: Nederland houdt veel meer van The Slow Show dan de rest van de wereld, de band heeft alleen al een Wikipedia-pagina op de Nederlandse variant. Door die wederzijdse liefde is het niet vreemd dat de band als laatste in de grote zaal van de Schouwburg mag optreden, maar de vraag is of de band niet iets te gelikt is voor Motel Mozaique. Hun barokke poprock, een soort The National voor op begrafenissen, heeft namelijk soms een erg hoog Sky Radio-gehalte. Toch werkt het vanavond. Zo nu en dan vervalt de band inderdaad in gezapigheid, maar sterke songs als Dresden en Ordinary Lives creëren – mede door de statige setting – toch het magische sfeertje waar je bij een band als deze op hoopt. Bovenal voelt de band oprecht, iedere keer als zanger Rob Goodwin zijn dank voor het Rotterdamse publiek uitspreekt, geloven we hem op zijn woord. De vrij uitgebreide toegift, waarmee de band nog ver na de eindtijd van een uur ‘s nachts doorspeelt, had van ons niet gehoeven, maar verder heeft The Slow Show zich bewezen als waardige headliner. (RvdZ)

 

IDLES
De voor ons laatste act van dit weekend sluit de boel mooi af: het wordt raggen tijdens de laatste uurtjes MoMo. Dat raggen doen we met IDLES: de zogenaamde redders van de indiescene uit het Engelse Bristol. De band maakt punk die op dezelfde lijn zit als bijvoorbeeld Protomartyr en dan met de ‘cocky’ attitude van Sleaford Mods. De band heeft een duidelijke linkse boodschap. Frontman Joe Talbot (inclusief roze haar) scandeert tussen de nummers door “I heard people in your country can’t hold hands if they have the same sex. FUCK THAT!”. Zo volgen er nog een aantal andere politiek georiënteerde verkondigingen en Rotown schreeuwt instemmend mee. Nummers als Divide & Conquer (over de politieke verhoudingen in Engeland), Well Done en Mother worden enorm strak en technisch uitgevoerd. De show vliegt voorbij en binnen 45 minuten staat het publiek buiten met suizende oren en kleren vol bier. MoMo zit er weer op. Tot volgend jaar!

 

Wat we verder nog zagen tijdens Motel Mozaique:

Weyes Blood

 

Het The Daily Indie DJ Team op Plaza Mozaique

Het was rennen en vliegen om gisteren alle acts mee te pakken die we graag wilden zien (dat waren er behoorlijk veel namelijk), maar het is ons gelukt! Zo zagen we op één avond onwijs veel verschillende acts die ons allemaal op een andere manier wisten te raken.

Tekst Ricardo Jupijn, Jente Lammerts & Reinier van der Zouw.

Happyness
De Britse jongens van Happyness brengen precies vandaag hun nieuwe album Write In uit en een goedgevulde WORM wordt dus getrakteerd op flink wat nieuw materiaal. De band klinkt als het liefdeskind van Weezer en The Jesus And Mary Chain: dat zorgt voor een prettige sound, maar de meeste songs missen net wat te veel pit om echt te kunnen beklijven. Al maakt de charmante voordracht een hoop goed. De vier heren staan relaxed op het podium, maken grapjes met het publiek en hebben het duidelijk naar hun zin, waardoor het geheel nooit vervelend wordt om naar te kijken. Als ze in de vorm van het nummer Weird Little Birthday Girl vervolgens ook nog een erg fijne afsluiter in huis blijken te hebben, concluderen we toch dat Happyness een band is om lekker te blijven volgen. (RvdZ)

Gurr
Gurr is een Berlijnse formatie met op de voorgrond de twee jubelende meiden Andreya en Laura. Rotown is al flink afgeladen wanneer de band hun eerste slackergarage-nummer inzet. De Burger Records-waardige songs lijken vooral te gaan over het millennialleven en hebben absoluut hitpotentie. Dat Gurr de vervloekte titel van ‘girlband’ draagt (wanneer stoppen we daar nou eens mee?) weet de band in de eerste minuten van de set al te ontkrachten: Gurr ragt er direct flink op los. Tussen de nummers door komt er nog een cover van Hollaback Girl langs, die abrupt overvloeit in het opzwepende Rollerskate van de net uitgekomen plaat In My Head. Hier en daar is de band nog niet helemaal strak qua spel, maar dat is Gurr vergeven, want het spelplezier compenseert dat volledig. Single #1985 wordt ingezet en hier en daar lichten er in het publiek wat gezichten op: een ‘bekende’. Zangeres Andreya geeft zonder verdere toelichting aan dat het nummer over Instagram Stories gaat. Nog wat bouwen aan de liveset en Gurr, is klaar voor het grote publiek. (JL)

Thundercat
Steven Bruner alias Thundercat, bracht met Drunk al een van de beste platen van het jaar tot nu toe uit en tekent vanavond ook voor een van de beste shows van het jaar. Bruner is een enorm veelzijdige muzikant, die de Schouwburg een uur lang in vervoering brengt door al zijn verschillende stijlen moeiteloos in elkaar over te laten vloeien. Dus gaan we van gladde soul naar woeste, instrumentale jazz, soms afgewisseld met een vleugje elektronisch gefreak. De setlist put natuurlijk rijkelijk uit materiaal van Drunk, vooral A Fan’s Mail (Tron Song II) is een uitblinker, maar opvallend genoeg komen de voornaamste hoogtepunten juist van zijn vorige plaat Apocalypse (2013). In de bijzondere afsluiter Lotus And The Jondy, gooien Bruner en zijn tweemansband nog even alle remmen los en zien we een wervelende show van een van de artiesten van het moment prachtig tot zijn eind komen. (RvdZ)

serpentwithfeet
Nadat ALA.NI elke centimeter van de Paradijkskerk heeft gevuld met haar overweldigende en bitterzoete stem, zijn we in de tussentijd buiten even op adem aan het komen. We zijn namelijk in afwachting van de meest excentrieke artiest van de vrijdag: serpentwithfeet. De melancholische en (digitaal) orkestrale muziek van Josiah Wise gaat van héél klein tot héél bombastisch en eenmaal binnen in de kerk stijgt de spanning: wat gaat er zo gebeuren?! We zien alleen een keyboard en een microfoon staan. Geen spoor van een dertigkoppig orkest in ieder geval. Om elf uur komt de muzikant voorzichtig het podium opgelopen, gekleed in felrode pumps die doorlopen in zijn geknoopte en gezwachtelde broek, met daarboven een zwarte glitterblouse. Een opmerkelijk detail is de pop die hij bij zich draagt tijdens de show. Naast de pop, wordt Wise vanavond alleen bijgestaan door zijn geluidsman die op de juiste momenten op play drukt. Maar dat is ook het mooie: Wise heeft verder helemaal niemand nodig. Hij is een performer pur sang en bouwt hele werelden met zijn mimiek, een enkele uithaal en zijn eigenzinnige frasering. Zijn nummers zijn niet gebouwd op structuren van coupletten en refreinen: serpentwithfeet vertelt korte verhalen van voor tot eind en de muziek volgt hem waar hij gaat. (RJ)

Shame
Jonge jochies zijn het nog, die jongens van het Britse Shame. Met z’n vijven is de band: de één gekleed in de laatste skatemode, de frontman in een pak dat hij van zijn vader geleend lijkt te hebben en de rest in een jaren negentig normcore-outfit. De band maakt rauwe muziek die doet denken aan Joy Division meets Sleaford Mods. Met een gemiddelde leeftijd van amper twintig jaar weet Shame een overdonderende set neer te zetten; voor het eerst op Motel Mozaique 2017 wordt er flink met bier gegooid en komt er een waardige moshpit aan te pas. Naarmate het optreden vordert worden er steeds meer kledingstukken uitgetrokken en staat gitarist Eddie Green zelfs met zijn zaakje half uit zijn broek, een attitude die we kennen van Fat White Family of Black Lips. Maar zelfs zonder deze showelementen weet Shame een ijzersterk optreden neer te zetten die voor de rest van Rotowns bestaan littekens achter zal laten. De band lijkt nergens een fuck om te geven: pas drie singles uit, niet naar school gaan en voor je twintigste al door heel Europa touren. Deze jongens worden groot. (JL)

Grandaddy
De indierockband rond zanger Jason Lytle, pakt vanavond uit in de Schouwburg. Op een enorm videoscherm zien we prachtige beelden van een Amerikaans landschap, afgewisseld met beelden van desolate industrieterreinen. Dat alleen zorgt al voor een hoop sfeer en de muziek doet de rest. Na Hewlett’s Daughter als fabuleuze opener, wijst alles erop dat we een memorabele rockshow voorgeschoteld gaan krijgen. Maar hoewel de band zeer vakkundig zijn werk doet, slaat de vonk nooit echt over. Dat komt vooral omdat de heren hun setlist vrij stoïcijns staan af te werken, het speelplezier spat er niet bepaald van af. Zo komt de enige vorm van publieksinteractie als Lytle wat verzoekjes uit het publiek routineus afwijst (“you keep calling ‘em out, I’ll keep saying no”). Door uitstekende uitvoeringen van nummers als het noisy Levitz en het epische He’s Simple, He’s Dumb, He’s The Pilot, is het toch een prima show, alleen wel eentje waar meer in had gezeten. (RvdZ)

Klangstof
Dit is voorlopig een van de laatste shows waarbij Klangstof nog in het Nederlands met het publiek kan communiceren, aangezien de band volgende week op Coachella in Californië speelt en daarna nog wat Amerikaanse en Europese tours gaat doen. Maar voordat het zover is, wordt het in Arminius nog eens duidelijk waarom de band zo populair is. Er is geen speld tussen de dynamiek in de nummers, de opbouw van de set en het muzikale samenspel te krijgen. Daarbij lijkt Arminius haast wel gebouwd voor het geluid van de band: alle details komen schitterend naar voren, het klinkt puntig en alle muzikale lagen dansen synchroon en harmonieus door de kerk. Richting het einde van de set komt de band helemaal los en straalt de continue glimlach van frontman Koen van de Wardt door de volle zaal. Wat wil je ook? Hun debuutplaat loopt als een trein, de liveshow staat als een huis, de band gaat binnenkort op avontuur naar Amerika en heeft iets heel bijzonders te pakken. En dat voelt Klangstof vanavond. Het is alsof dat geluksmomentje hier in Rotterdam in volle glorie tot de muzikanten komt. Dat maakt deze bijzondere show nog nét even iets specialer dan hij al was. (RJ)

 

LVL UP
Voor het New Yorkse LVL UP is het de eerste keer in ons kikkerlandje. Die eerste keer begint helaas niet zo soepel: de eerste twee nummers van de set beginnen met veel technische problemen, hoewel de band hier zelf niet zo’n last van lijkt te hebben. Rotown is stilletjes; LVL UP speelt in de late uurtjes en het is een lange dag geweest. Met een discografie van vier platen, waarvan de laatste (Return To Love) in 2016 voor een ‘doorbraakmoment’ zorgde. De vier mannen hebben het er maar druk mee: hun zelfopgerichte label Double Double Whammy loopt lekker en er werd laatst een supergroup van leden van LVL UP en Porches aangekondigd: Cende. Na een tijdje komt de band goed op gang, en de show steekt dynamisch in elkaar: rustige zang wordt afgewisseld met zware gitaarpartijen en zowel lange drones als snelle nummers komen voorbij. Bij het laatste nummer Hidden Driver horen we de drummer een melodietje spelen op een synth en die hadden we wat vaker willen horen: waar de prachtige plaat heel gelaagd is met akoestische gitaren, synths en orgels, komt de live-set nog wat vlak over. De potentie is er zeker, en we hopen de band snel terugkomt met een clubshow. De songs zijn er, de platen zijn er: alleen live moet LVL UP  het nog naar een iets hoger niveau tillen. (JL)

 

Motel Mozaique 7 april: