Car Pets
Zaterdag 2 maart

Afgelopen zaterdag presenteerden wij de albumpresentatie van de Utrechtse band Car Pets zijn debuutalbum Patio. In het westen van Utrecht was het feest in een volle dB’s. Het drietal maakte er samen met Foxlane een verdomd speciaal en lekker avondje van.

We hebben een aantal maanden naar de release uitgekeken, onder meer met de premières van de singles Directed en Concrete Corner. Afgelopen zaterdag was het dan eindelijk zover en werd de plaat in volle glorie gepresenteerd aan het publiek, inclusief een kippenvol-moment dankzij het Bird Pack-koor, dat voor betraande ogen zorgden in het publiek.

Wij stuurden onze razende fotograaf Ab Al-tamimi richting dB’s om de band op de gevoelige plaat te leggen. Voor nog meer mooi beeld leverde ook Lisanne Lentink nog een aantal foto’s aan van de band, de laatste vijf in de onderstaande serie zijn van haar hand.

Odetta Hartman
Donderdag 28 februari

Zo nu en dan is Club Nine in TivoliVredenburg (op de negende verdieping!) het toneel voor optredens in een intieme setting. Zo ook op 28 februari als de Amerikaanse singer-songwriter Odetta Hartman naar Utrecht komt. In 2018 bracht ze haar tweede album uit: Old Rockhounds Never Die waarop ze de grenzen van de folk opzoekt.

Wij mogen, naast een paar kaartjes voor deze intieme avond in Club Nine ook het album Old Rockhounds Never Die weggeven. Op dat album brengt Odetta Hartman traditionele instrumenten samen met hedendaagse elektronische invloeden, met een vintage klinkende stem als gemene deler.

De muzikante groeide op in hartje New York met experimenteel theater en punkbands. Dat laatste hoor je dan misschien niet meer terug in haar eigen muziek, een experimenteel randje heeft Hartman zeker wel. De singer-songwriter heeft een vreemde fascinatie voor geluiden. Op haar album horen we meeuwen in IJsland en bouwvakkers in Mexico.

Het zijn soundscapes die ze opnam tijdens het touren en reizen. Hartman verzamelt geluiden als auditieve herinnering aan een moment of plaats? In een interview vertelde ze opnames te hebben van een silent disco in Utrecht. Ook de keuken bleek een uitermate geschikte plek om geluiden op te nemen voor haar plaat.

Hoge DIY-factor
Hartman heeft de touwtjes graag in eigen handen, zoveel is duidelijk. Ze speelde zelf alles in voor haar recentste album en liet de productie in handen van haar partner: Jack Inslee. Toch is die hoge DIY-factor niet in die mate op het album te horen. Ondanks dat het album een eclectische mix van stijlen is, weet Hartman vooral vast te houden aan haar eigen geluid.

Om je voor te bereiden op dit bijzondere optreden, kun je alvast even in het repertoire van de Amerikaanse duiken.

Kaarten winnen?
Op 28 februari komt Odetta Hartman naar Utrecht en wij hebben niet alleen twee kaartjes liggen, maar ook het nieuwste album Old Rockhounds Never Die. Wat een deal! Wil jij naar deze show in Club Nine? Mail ons dan even vóór 26 februari via ricardo@thedailyindie.nl en laat ons weten waarom jij hier absoluut bij wilt zijn.


WEBSITE TIVOLIVREDENBURG | FACEBOOK -EVENT

The Daily Indie Presents 
Vrijdag 8 maart

Nadat we eerder al een aantal prachtige video’s en singles in première mochten laten gaan van de mysterieuze Engels/Nederlandse rockers van Alcuna Wilds, trekken we nu nog even door met een TDI Presents-show in Cinetol op 8 maart.

Lid van The Daily Indie? Dan maak je goede kans op vrijkaartjes voor deze show!

Op 25 januari bracht de band zijn gloednieuwe EP Nothing Is Nothing uit in EKKO en op 8 maart wordt die in Amsterdam voorgesteld. Daar zijn we erg blij mee, zo schreven we al eerder over de band: ‘Liefhebbers van meanderende, melodische en melancholische muzikale spanningsvelden moeten even goed opletten. Zo haalt Alcuna Wilds zijn inspiratie uit bands als Portishead, Daughter, Radiohead en dat klikte al vrij snel met onze voorkeuren.’

Alcuna Wilds & Conditionals
De muziek van Alcuna Wilds is mysterieus, vol verschijnende en verdwijnende thema’s waar je geen vat op krijgt, als zeepbubbels die opstijgen en met een ‘pop’ uit elkaar springen. Live speelt de band veel in Nederland, Engeland en Duitsland, waarbij op 8 maart Cinetol aan wordt gedaan met de nieuwe band Conditionals.


Wil jij naar de show van Alcuna Wilds in Cinetol en ben je lid van The Daily Indie?! Stuur dan snel een mailtje naar ricardo@thedailyindie.nl en dan gaat hij het regelen voor je. Check ook alle andere shows die we presenteren door het hele land!

FACEBOOK-EVENT | WORD LID


Van 24 tot 27 januari viert TivoliVredenburg zijn vijfde verjaardag. Een groot onderdeel van dat feestweekend is Footprints, een festival dat dit weekend wordt geïntroduceerd met de ambitie jaarlijks terug te keren. De bezoekers van Footprints werden lekker gemaakt met de belofte van een mix van moderne en traditionele geluiden uit alle windstreken. En dan die line-up! Niet gek dat de eerste editie van het festival al met het label ‘uitverkocht’ mag pronken. Het is dus knetterdruk op Footprints en daarom besluiten wij maar met de massa mee te bewegen en van alles wat mee te snacken.

Tekst Joëlle Koorneef
Foto’s Mirel Masic

De eerste act is geen snack, maar een volledige maaltijd. Bij Altın Gün loop je niet zo makkelijk na een paar nummers weg want de band pakt je gewoon al vanaf de eerste seconde helemaal in. Wat is het comfortabel. Lekker blijven, dus. De kans dat je al eens eerder een show van de band hebt bijgewoond is groot, maar na de zoveelste keer ben ook ik nog helemaal weg van Altın Gün. De psychedelische wending die de band weet te geven aan Turkse songs uit de jaren zestig en zeventig blijft lekker. De nummers Vay Dünya en Tatlı Diller Güler Yüze zijn heerlijke crowd pleasers. Zangeres Merve Dasdemir neemt dit keer niet alleen het publiek mee in haar dans – vingerknippend houdt de Ronda de handjes hoog – maar zelfs gitarist Ben Rider laat zijn beste pasjes zien. Zichtbaar plezier op het podium.

Overal gaat het los
Na Altın Gün splitsen de wegen van de festivalbezoekers. Er is nu veel keuze: van Pandora tot Cloud Nine en Hertz, er staan overal vette acts. Elke bezoeker maakt dus een andere Footprints mee, afhankelijk van hun eigen blokkenschema-afwegingen. En precies dat is enorm fijn aan deze avond in TivoliVredenburg. Je hoeft geen sets uit te zitten van acts die je niet aanspreken, je kunt overal binnenlopen en je laten verrassen door iets heel tofs. Ook dat is één ding waar we ons vanavond geen zorgen over hoeven te maken: hier zitten geen artiesten tussen die kalmpjes aan door hun toegewezen uurtje heen kabbelen. Elke act krijgt het publiek los, of dat nu om een nuchtere vier uur is of in de late avonduurtjes met wat bakkies achter de kiezen.

Wij kiezen ervoor om snel wat te gaan kanen. Een goede keuze, want een uurtje later moet je in de rij staan voor een bakje noedels alsof het de Space Mountain in Disneyland is. Iets meer eettentjes voor de volgende editie zou wel aangenaam zijn. Gelukkig is er geen tijd om hierover in te zitten. Snel nog wat van Baloji meepakken. De Belgische zanger met Congolese roots is er wel eentje die je op je Footprints-checklist moet hebben. Van al zijn Franstalige liedjes doet vooral L’Hiver Indien ons tijdelijk vergeten dat het een week geleden nog heftig sneeuwde en verplaatst ons allemaal naar de aankomende zomer. Baloji springt en schopt rond, zijn hoofd bekroond met een hoog hoofddeksel. Toch is het niet de beweeglijke Baloji die de show steelt, maar de onbeweeglijke oude baas die zittend in zijn stoel gitaar speelt. Papa Dizzy staat met enige hulp op en een geweldig applaus volgt als hij op de ene voet en zijn andere voet langzaam optilt. Hij speelt met zijn gitaar in zijn nek terwijl hij zijn heupen wiegt op het geheugen van hun soepelere tijd.

Funsized funkmaker
Na Baloji is het haasten naar Cloud Nine. Als ik gedesoriënteerd en duizelig van de trappen aankom vind ik daar een wervelstorm in de verpakking van Mim Suleiman. Een funsized funkmaker. Struikelend over haar lange gewaad paradeert Mim het podium op en af, haar handen predikend in de lucht in een permanente peace sign. Mim Suleiman gaf eerst jarenlang les in metallurgie aan de Universiteit van Birmingham en vond opeens haar muzikale roeping. En gelukkig maar. Het is een komisch beeld om het discovrouwtje voor ons in een klaslokaal te zien, omdat ze zo duidelijk gemaakt is voor het podium. Hemelse afrobeat-disco en wat een gave vrouw. Ze spoort het publiek aan mee te zingen in Swahili: ‘Even though you don’t understand a fucking word of what I’m saying!’ Maar disco is universeel en die taal spreken we vanavond allemaal.

Upgefunkte liftmuziek
Khruangbin. Je struikelt over de uitspraak maar toch raad je iedereen aan de Texaanse band te checken. Je komt er wellicht iets te laat mee, want iedereen heeft het al een jaar non-stop over het drietal. Hoe upgefunkte liftmuziek zo populair is geworden is mij nog steeds een raadsel, maar ook ik ben ondertussen fan. En dus zitten er al ruim een halfuur van tevoren groepjes fans op de plakkerige biervloer van de Ronda. Zij misten Ezra Collective en Mim Suleiman maar kunnen nu wel de bandleden in hun neusgaten kijken. Bassiste Laura Lee en gitarist Mark Speer zijn elkaars spiegelbeeld, ze bewegen op dezelfde momenten, gooien op hetzelfde moment hun drankje naar binnen. Hun pony-pruiken zijn nu onafscheidelijk vastgeplakt aan de hele act zelf. Een gimmick misschien, maar ook hele slimme marketing. Khruangbin is een band met een look. Het had ook gewoon niet gewerkt als deze muziek vertolkt was door drie smoezelige tieners in Vans.


Net zoals bij Merve van Altın Gün voel je de zaal zwijmelend verlangen naar Laura Lee, die lieflijk glimlacht terwijl de ventilator haar jurk en haar doet wapperen. Bij Mark werkt de pruik eerder lachwekkend: ‘Ik hoop dat het een pruik is’, maar hij heeft dat hemelse Texaanse accent om ons in te pakken. Drummer Donald Johnson is stiekem the powerhouse van Khruangbin en als er een lachje door zijn serieuze blik schemert is dat extra bijzonder. De band lijkt in hun succes te baden, genietend van het enthousiaste ontvangst. Ze spelen veel van hun laatste album Con Todo El Mundo, waarvan Evan Finds The Third Room een hoogtepuntje is. Een groene telefoon wordt het podium op gebracht en halverwege het nummer neemt Laura Lee op. ‘If you’d like to say hello, press 1.’ Voor de rest heeft Khruangbin weinig woorden nodig. Het wildst krijgen ze het publiek met hun cover medley van bekende riffjes. Zo’n mellow band van half acht tot half negen op de avond zetten is een bijzondere keuze, maar toch werkt het bij Footprints.

Genoeg mankracht bij Jungle By Night
De Ronda wordt deze avond afgesloten door Jungle By Night. Met negen muzikanten op het podium is er in ieder geval genoeg mankracht om het podium te slopen en in de zaal gaat het er ook wel lekker aan toe. Het is even balen als het publiek door een gevoelige trompetsolo heen tettert, maar al snel heeft de band door dat de dansplaatjes het beter doen vanavond. Elke keer weer springen de blazers van het platform en gaat het los. Het hoofdprogramma van Footprints komt wel een beetje tot zijn einde met Jungle By Night, al kunnen de echte diehards nog tot drie uur door bij diverse DJ-acts zoals Ramses3000 en Ajabu.

8 februari 2020
De eerste editie van Footprints was een heerlijke belofte voor het komende, warmere festivalseizoen. Nu al zin in volgend jaar. 8 februari 2020 staat in mijn agenda.

Bassekou Kouyaté & Ngoni Ba
Woensdag 6 februari
In samenwerking met EKKO

Vorig jaar is EKKO gestart met Cosmosis, een nieuwe concertreeks waar onder meer BaBa Zula, Guy One en Togo All Stars op het podium stonden. Deze serie concerten voor niet-westerse muziek wordt dit jaar doorgetrokken met Bassekou Kouyaté & Ngoni Ba, die deze editie in TivoliVredenburg spelen.

En wij hebben dus een aantal blinkende kaartjes liggen voor deze schitterende avond op 6 februari. Een avond die je volgens Cosmosis (en ons ook) niet zozeer moet zien als eentje vol ‘wereldmuziek’, maar met urgente toekomstmuziek uit verre landen. Wat eveneens een prachtige omschrijving is van de muziek van Bassekou Kouyaté, de absolute keizer van de ngoni, het houten en met dierenhuid overtrokken instrument dat wordt gezien als de ‘grootvader’ van de banjo.

Kouyaté staat ondertussen bijna gelijk aan de ngoni, de muzikant die het instrument op de kaart heeft gezet en onder meer ‘de meest opwindende Malinese muzikant van het afgelopen decennium’ werd genoemd door de Volkskrant. De ngoni-speler is meerdere keren bekroond tot Afrikaans muzikant van het jaar, speelde met bekende muzikanten over de hele wereld en stond onder meer op Lowlands, Roskilde en Glastonbury.

Hij heeft het spelen op de ngoni van niemand minder dan zijn vader geleerd en trekt er inmiddels de hele wereld mee over met zijn eigen band, zo was hij onder meer te zien op Le Guess Who? en nam hij met zijn band deze onderstaande sessie op bij KEXP in Seattle.

De Jimi Hendrix van de afro-rock
Volgens NRC is Kouyaté met zijn band ‘de beste afro-rock die er op dit moment te horen is’ en OOR wist te melden dat ‘Kouyaté de Jimi Hendrix van de afro-rock-is-met-luit’. Steek die maar in je zak! Een liveshow van de band is er dan ook eentje die je bij zal blijven, want het is onvoorstelbaar wat voor geluiden Kouyaté en zijn band Ngoni Ba allemaal uit dat kleine instrument weten te halen. Een band die overigens bestaat uit familieden en zijn vrouw Amy Sacko die de bezwerende zanglijnen voor haar rekening neemt.

Mocht je nog iets meer willen horen van Bassekou Kouyaté & Ngoni Ba, luister op Spotify nog eens naar zijn album Ba Power en Jama Ko om in de stemming te komen.

Meer over Cosmosis
Wij worden er erg blij van om te zien dat veel Nederlandse festivals steeds meer niet-westerse bands boeken en dat het duidelijk te merken is dat het aanslaat bij het publiek. Toch is er verder nog niet veel ‘podiumtijd’ voor acts in de poppodia die niet specifiek zijn opgericht voor ‘wereldmuziek’. Daarom dacht programmeur Jacob Hagelaars (onder meer Le Guess Who?) het Cosmosis-concept, om die artiesten vaker naar Nederland te halen en een plek te geven in andere zalen dan waar je ze traditioneel zou verwachten.

In een interview met 3voor12/Utrecht vertelt Hagelaars onder meer: “Het is uiteindelijk mijn droom dat Cosmosis een soort keurmerk wordt binnen Utrecht voor niet-westerse muziek. Juist nu RASA (podium voor wereldmuziek, red.) weg is, moet er in Utrecht op een nieuwe, creatieve manier met deze muziek om worden gesprongen. Dat kan ervoor zorgen dat het een ander, nieuw publiek bereikt.”

Kaarten winnen?
Met zijn band Ngoni Ba komt hij naar Utrecht toe op 6 februari en wij hebben kaarten liggen voor deze virtuoos. Als je naar zijn show in Cloud Nine wilt gaan, moet je ons vóór 5 februari mailen via ricardo@thedailyindie.nl en laten weten waarom je het leuk lijkt om te gaan!


WEBSITE TIVOLIVREDENBURG | FACEBOOK-EVENT

Car Pets
Zaterdag 2 maart

We gaan het cirkeltje rondmaken met Car Pets, want na een aantal primeurs en artikelen over de frisse Utrechtse band, presenteren we nu het drietal zijn albumrelease in dB’s!

In hun thuisstad presenteren we een band die ons afgelopen jaar bijzonder prettig is opgevallen en die we nauwlettend in de gaten hebben gehouden. Zo omschreven we het trio eerder al: ‘Met Car Pets heb je er ineens een nieuwe favoriete band erbij. Het drietal heeft iets bijzonders, iets eigenzinnigs en mysterieus over zich heen hangen.’ Zo mochten wij dit jaar de single Drive en Hell On Earth als eerste met de wereld doen, de liedjes die op de EP Drive Without Snake zijn te vinden.

Patio
Nu pakt de band door met de nieuwe single Directed die we deze maand primeurden en dat is het eerste voorproefje van het album Patio dat 2 maart in dB’s zal verschijnen. Van het nieuwe vonden wij het volgende: ‘Nederpop-drums uit de jaren tachtig van de drummer met de heerlijke haarhoeveelheid, vale discobol-gitaren van gitarist en zanger Niek Pronk en Ariel Pink-achtige baslijntjes.’

Wil je naar de show?
Aangezien wij de show van Car Pets presenteren in dB’s, kunnen wij een aantal van onze leden naar de show sturen! Ben je nog geen lid? Word het dan hier voor een tientje per jaar en dan gaan we regelen dat je naar dit eigenzinnige drietal zijn show kunt!

FACEBOOK-EVENT | WORD LID

Festival Tweetakt
Tussen 29 maart en 14 april


Festival Tweetakt maakt vandaag zijn tweede rits namen bekend, waardoor het muzikale programma van het festival al mooi vorm begint te krijgen met nieuwe namen als Karel, Feng Suave, Felbm en een dik hiphopprogramma op 29 maart met Jiri11, Jantje, Rarri Jackson en Gimbrère.

Genoeg te doen daar op de Utrechtse Neude tijdens de lente, zo werden eerder al Roos Rebergen, Wannes Cappelle, Broeder Dieleman, Frans Grapperhaus, Roxeanne Hazes, MEROL en Hollandse Drop aangekondigd. Deze keer maakt het festival een verdiepingsslag richting hippe hiphop, semi-akoestische soundscapes en vleierige indiepop.

Tweetakt is een festival vol muziek, dans, beeldende kunst en theater is er eentje voor nieuw talent op al deze vlakken. Op het gebied van muziek heeft het festival inmiddels een aardige track record met acts als Canshaker Pi, Spinvis, Gosto, Pip Blom, BARTEK, Jacco Gardner, Klangstof, Mozes and the Firstborn, Eefje de Visser en Jungle By Night die er door de jaren heen hebben gespeeld. 

Zo kunnen we nog wel even doorgaan, maar laten we voor nu naar de acts kijken die er in 2019 onder meer te zien zullen zijn. Tussen 29 maart en 14 april worden er meerdere live-avonden geprogrammeerd. Hieronder een audiovisueel voorproefje van de nieuwe namen!

Alle nieuwe acts op een rijtje:

Jiri11 + Jantje + Rarri Jackson + Gimbrère
vrijdag 29 maart, 20:30 – 01:00 uur 

Felbm
woensdag 3 april, 22:00-23:00 uur

Feng Suave
donderdag 4 april: 22.00-22:50 uur

Karel 
vrijdag 5 april: tijden nog niet bekend

Toontje Lager
zondag 14 april: 16:00-17:00 uur

We zweven ondertussen een centimeter of vijf boven de grond door de Utrechtse straten. Onder meer door het speciale IPA-biertje van Le Guess Who? en alle muzikale indrukken die we tot ons hebben genomen. Dag drie, de dag waarop je wereld uit niets anders meer lijkt te bestaan dan ‘Le Guess Who?’. De dag waarop we ons opnieuw een dag lang overgeven aan nieuwe ervaringen. 

Na een berg ervaringen op de donderdag en de vrijdag, staan er op de zaterdag een aantal grote klappers op het programma. Het is al vroeg op de avond druk in de vrolijk gekleurde entree van TivoliVredenburg, het pand waar vandaag onder meer curator Devendra Banhart en Shabaka Hutchings zullen spelen. Maar voordat het zover is, zijn er genoeg muzikale uitstapjes te maken.

Tekst Ricardo Jupijn & Matthijs van Rumpt

Foto: Juri Hiensch

 

De folkvernieuwer
In TivoliVredenburg begint de avond met de Californische songwriter Cass McCombs. Samen met een bijzonder getalenteerde drummer, bassist en toetsenist (die trouwens de hele tijd geweldig zit te soleren), zingt hij op zijn gemak zijn sterke, verhalende en onpretentieuze teksten. Vanavond laat hij zien hoe groot zijn oeuvre inmiddels al is. Hij speelt nummers van zijn nieuwe album dat in februari verschijnt, maar vooral ook veel liedjes van oude albums, zoals Morning Star uit 2013 en What Isn’t Nature uit 2004. En precies in dat laatste nummer, waarin hardere uithalen zitten dan je normaal van hem zou verwachten, zie je dat McCombs in zo’n vijftien jaar tijd er alleen maar beter is geworden.

En nog steeds lijkt hij op zoek naar iets nieuws, want halverwege de set ruilt de drummer zijn drumstel voor elektrische pads en de bassist zijn bas voor iets dat lijkt op een grote gong. Met zware galmen op de vocals klinkt een nummer dat volledig los staat van de rest van de set. Het is niet zijn meest indrukwekkende nummer dat hij hier speelt, maar het laat wel zien dat McCombs geen artiest is die na een paar albums altijd hetzelfde zal blijven doen. Eigenlijk het enige minpunt is dat in de loop van het concert de zaal een klein beetje leeg is geraakt, McCombs speelt langer dan een uur en de meeste Le Guess Who?-bezoekers hebben meer om te zien. Maar dat kun je absoluut niet op de kwaliteit van de set betrekken.

Foto: Ben Houdijk

 

Mond vol tanden
Altijd lekker, van die onverklaarbare shows waarbij je met je mond vol tanden staat als je iemand op de gang tegenkomt die vraagt hoe het was. Omdat ‘je had erbij moeten zijn’ toch een beetje flauw is, doen we een poging. We zitten op de eerste rij bij Midori Takada, de Japanse geluidskunstenares die sinds een aantal jaar aan het succes proeft van haar albums uit de jaren tachtig die destijds over het hoofd werden gezien. Als ze in de Hertz het podium betreedt, is het muisstil. We horen de kleding schuren en knisperen als ze begint aan haar performance waar we een uur lang met opengevallen mond naar kijken. Het is een schouwspel zoals wij dat nog nooit gezien hebben. Het instrumentarium, de klanken, de verhalen: tijd en ruimte vervliegen. Het is een intieme show die de volledige concentratie vereist, zeker tussen de continu vallende plastic bekers (jongens, houd die dingen potverdomme toch eens een keertje vast, kom op).

Takada vertelt over oude werelden, leven zonder zintuigen en ze zorgt ervoor dat we ons bewustzijn langzaam verliezen. De wereld bestaat alleen nog uit het vacuüm van de xylofoon, de vele bekkens en percussie waar ze tintelingen en ringelingen verspreidt door de zaal. We zijn in een soort Aquarius, een onderwaterwereld waar we graag nog eens naartoe wilden, maar nog nooit zijn geweest.

Foto: Tim van Veen


Muziek uit een ander universum
Verderop, in Kytopia, speelt Orchestra of Spheres, een vierkoppige band die volledig uitgedost in kleding van een andere wereld. Ze dragen allemaal hoofddeksels met tierelantijntjes, hangend voor hun gezicht. Het is makkelijk om je te focussen op de aankleding en de houterige bewegingen, maar dat allemaal is niet bedoeld om je af te leiden van de muziek. De ritmes in instrumenten en stemmen laten geen luie band zien die het puur om het image gaat.

Door al het aluminiumfolie en de grote kettingen heen is het toch nog de muziek die centraal staat. En daarin zie je waarom iedereen de Nieuw-Zeelanders zo vaak met een jonge Talking Heads vergelijkt. Toch neigt deze pop duidelijk meer naar afro-funk, en worden de teksten vaker uitgejoeld alsof ze een manifest aan het voorlezen zijn. Het is bijzonder wanneer de show en de muziek niet ten koste gaan van elkaar. Je ziet het, zélfs op Le Guess Who?, niet zo vaak, maar Orchestra of Spheres laat zien dat het kan.

Foto: Juri Hiensch

 

Knipogende Devendra
Devendra Banhart
zorgt ervoor dat elk gaatje van de Grote Zaal van TivoliVredenburg is gevuld met warme lichamen. De speciale gast van het festival krijgt een speciaal plekje in het programma (net als op onze website, check hier een longread over hem). Iedereen is erbij, als een soort bonte avond terwijl er nog zoveel moet komen. Hij komt al dansend en glimlachend op, dit uurtje zal iedereen van hem zijn. Banhart is zwoel, sensueel, romantisch, gek en grappig. Hij speelt met het publiek, met zijn liedjes en loopt langs zijn bandleden om ze een zwierig tempo aan te geven en naar ze te knipogen. Al staan we op een afstand naar de show van Banhart te kijken, toch lijkt het alsof de muzikant vanavond speelt speciaal voor ons speelt.

Hij glijdt over het hout van het podium en met zijn gitaarspel hoor je zelfs waar acts als Connan Mockasin en The Growlers naar hebben geluisterd toen ze nog wat jonger waren. Wat is het toch een wonderbaarlijk mooi figuur, zo creatief en hartelijk, innemend en muzikaal. Het voelt als een eer om aanwezig te zijn bij deze liedjeskunstenaar die een bloemlezing geeft van zijn eigen oeuvre tijdens het festival.

Foto: Jelmer de Haas


Elektronische ondefinieerbare apparaten
Voor de kleine zaal van theater De Kikker staat een lange rij. Achteraan zijn mensen al een beetje nerveus of ze überhaupt de zaal halen als de deuren opengaan. Binnen zit Islaja op de grond, met voor haar een aantal elektronische ondefinieerbare apparaten. De Finse artiest zoekt geen contact met de mensen die voor haar ook op de grond zijn gaan zitten en speelt lange minimalistische instrumentale delen. Met zware autotune en looppedalen voegt ze langzaam steeds een laag toe.

Het lijkt erop dat het publiek er steeds pas echt in komt wanneer er een beat wordt toegevoegd. De muziek is gemaakt om rustig op te deinen en het werkt daarom ook niet helemaal mee dat de zaal na iets van een kwartier bijna voor de helft leegloopt. De muziek van Merja Kokkonen is goed doordacht en haar wilde bewegingen zouden genoeg moeten zijn voor een sterke en intieme show, maar in deze zaal komt het helaas niet over.

Foto: Jelmer de Haas

 

Kosmische trance
Dan op papier richting de klapper van de avond: Sons Of Kemet, en wel de XL-versie met (houd je vast) vier drummers! Een collectief dat onder leiding staat van Le Guess Who?-curator Shabaka Hutchings (lees hier onze longread over hem). Met zijn achtarmige en -benige monster achter hem, wordt er een orkaan van Caribische beats losgelaten in de Ronda. Het begint allemaal subtiel, met Hutchings die met zijn klarinet langzaam de deuren van deze fata morgana opent. Tegen een achtergrond van rood licht, komt het binnenste van de aarde langzaam omhoog. De drummers zetten zich schrap, tikken zachtjes langs en met elkaar het ritme weg, tot van de rechterkant de ‘bling’ van de avond op komt lopen: tuba-speler Theon Cross en zijn giga-instrument. Als een discobal verspreidt hij met al zijn koper het licht door de zaal en over de balkons van de Ronda, terwijl hij een killer-baslijn speelt die zo nonchalant funky is gespeeld dat je er kippenvel van krijgt.

Na wat gehannes met een microfoon is ook Hutchings er al snel bij om het tempo op te voeren met zijn saxofoon. Alsof de kolen op het vuur worden gegooid van deze stoomtrein die langs mistige bergtoppen rijdt en de rails naar beneden buigen en we dieper en dieper een oerwoud inrijden. De Ronda is een coupé geworden met Hutchings als machinist. Het is vochtig, je ziet schimmen tussen de bomen, takken vol bladeren tikken tegen het dak van de trein terwijl er aan alle kanten melodieën en een onophoudelijk gekletter van vellen en bekkens op je afkomt. Het is een geluidsexplosie vol laag gebrom dat de maag laat trillen en in kronkelige bewegingen resoneert in je borstkas. Het zijn geluiden die je nog nooit in het echt gehoord hebt en de zeskoppige band lijkt de klanken van de kosmos in een trance door zich heen te voeren. Gedurende de show wordt het geluid steeds iets beter en glinsteren er links en rechts wat midden- en hoogklanken van Hutchings zijn instrument in al het lage tonen-geweld. Er wordt opnieuw een wereld gecreëerd waar wij nog nooit geweest zijn. Schitterend.

Foto: Ben Houdijk

 

‘The king of keyboard’
Hij is de toetsenist achter Omar Souleyman, hij heeft honderden soundtracks gecomponeerd voor Syrische films en televisie, en hij is ‘the king of keyboard’. Maar meer dan twee keyboards heeft Rizan Said niet nodig om Cloud Nine in TivoliVredenburg van begin tot eind extatisch aan het dansen te krijgen. Het onderste keyboard gebruikt hij voor zijn beats en percussie, het bovenste voor zijn kenmerkende riedelende melodielijnen. Je ziet bij Said meteen dat hij een muzikaal vakman is. Zijn muziek mag het dan voor het publiek onmogelijk maken om stil te blijven staan, zelf houdt hij het vooral bij kalmpjes voor zich uit staren, terwijl hij razendsnel over zijn toetsen glijdt.

Te gast is ook een Nederlands-Syrische man die de muziek ondersteunt met passende zang. Ze staan er allebei heel ontspannen bij, gewoon in spijkerbroek met een microfoon en twee keyboards. Een mooi contrast met de mensen in het publiek, die met een grote glimlach staan te klappen en te zwaaien.

Foto: Erik Luyten

 

Vier de vrijheid
Vandaag gaan we er nog één keer tegenaan in Utrecht, met een programma dat al lekker vroeg begint. Op de elfde van de elfde: de dag waarop er honderd jaar geleden een eind kwam aan de Eerste Wereldoorlog, vieren we de vrijheid en het leven.


 

Wat er op de zaterdag van Le Guess Who? zoal nog meer te zien was:

Cüneyt Sepetçi| Foto: Tim van Veen

 

Kikagaku Moyo | credit Erik Luyten

 

The Mauskovic Dance Band | credit Ben Houdijk

 

Anoushka Shankar | credit Tim van Veen

 

GAIKA | credit Jelmer de Haas

 

Ryley Walker & Kikagaku Moyo | credit Juri Hiensch

Gisteren beleefden we een prachtige openingsdag op Le Guess Who? tussen bijzondere acts en het geroezemoes van onze buren. Vandaag gaat ons team weer mee in de grote stroom muziekliefhebbers die Utrecht dit weekend over heeft genomen. Een wonderbaarlijke groep mensen die je er op straat zo tussenuit pikt, nog niet eens aan hun programmaboekjes of OV-fietsjes, maar aan die brandende harten vol muzikaal verlangen en die fascinerend hongerige blik in hun ogen waar ‘nieuwsgierigheid’ in lijkt te glinsteren.

Tekst Ricardo Jupijn & Matthijs van Rumpt

Enige vorm van koudwatervrees is vandaag ver te zoeken, want Le Guess Who? is los en aan alle kanten bruist het van nieuwe muziek, voorstellingen, films en je-kunt-het-zo-gek-niet-verzinnen. We duiken onder water, bubbels verschijnen overal terwijl we adem proberen te halen tussen al het muzikale geweld.

De eerste programma-onderdelen beginnen al in de ochtend, wij zijn ietsje later aanwezig om onze dag met pianist Takuro Kikuchi te openen. We zijn bijtijds, dus na een snel patatje in een TL-snackbar en een kop koffie in een café zonder bar (heel verwarrend, maar het werkt wel), is de Janskerk het eerst aan de beurt om zeven uur. De FOMO is hoog voor Kikuchi, aangezien er bijna een uur van tevoren al een bescheiden rij voor de kerk staat. Gelukkig passen de meesten in alle hoeken van de bijzonder sober ingerichte kerk, waar we wachten op de 35-jarige Japanner.

Ondertussen is het donker en heeft iemand een playlist gevonden met precies één ambient-nummer van drie minuten dat op een half uur repeat staat, zodat we met een goede afterdinner-dip al lekker gaperig zijn. Stipt om 19:00 uur komt de pianist binnen en neemt hij rustig plaats achter de piano na een diepe buiging, waar hij nog eens een diepe teug zuurstof binnen hengelt alvorens hij begint. Wat volgt zijn klanken die het ongetwijfeld fantastisch doen in allerhande ‘muziek om bij te studeren-playlists’ op Spotify, maar weinig interessant zijn om met volle concentratie naar te luisteren. Geen spannende akkoorden, weinig dynamiek, overgangen die met horten en stoten erdoorheen worden geduwd en te veel melodieën die wel erg op de Moonlight Sonata van Beethoven lijken. Af en toe klapt het lekker open en denk je: ‘ja, nu komt ‘ie, hoor’! Alleen die zijn eenvoudig op één hand te tellen. Uiteraard is het contemplatieve muziek, maar het komt niet tot leven, het is fantasieloos, er gaan geen nieuwe werelden open. Nadat iemand daadwerkelijk in slaap is gevallen naast mij, gaan we nog maar eens bak koffie doen voor we richting TivoliVredenburg trekken.

Foto: Jan Rijk

“Ik houd van al mijn ex-vriendjes, echt waar”
Boven in de Pandora hoor je Josiah Wise, aka serpentwithfeet en meteen weet je dat je vanavond geen beter gecontroleerde stem gaat horen dan deze. Bij ongeveer iedere zin laat Wise je subtiel zien wat hij in huis heeft en toch gaat het duidelijk niet om het tentoonstellen van zijn indrukwekkende vibratotechniek. Hij wil duidelijk meer dan de nummers spelen zoals ze op het album staan en maakt van zijn set een groot verhaal, waarbij hij vaak tussen de regels door snel aantekeningen maakt over wat hij daar precies bedoelt.

Met vaak enkel een elektrische piano spreekt hij over gemis. “Ik houd van al mijn ex-vriendjes, echt waar”, rouw: “Draag geen zwart, maar wees creatief. Draag iets als rood”, zegt hij terwijl we hem volledig in het rood op het podium zien staan, liefde: :“Het gaat niet alleen om Tinder, zoek het in je ‘backyard’, je neefje die altijd wel wat te zeggen heeft, ook dat telt”. Tuurlijk, het klinkt misschien wat afgezaagd als je het zo uitgeschreven op een website ziet staan. Maar in de Pandora landt elk woord heel goed en zie je bij het laatste nummer bless yur heart overal in het publiek mensen elkaar omhelzen. Een kalme én krachtige set midden op de avond.

Japanse cultheld
Japan is goed vertegenwoordigd dit weekend, zo staat Shintaro Sakamoto met zijn trio. In Japan is hij een ware cultheld door zijn oude band Yuro Yuro Teikoku en in de Ronda komt hij laten zien waarom hij vanavond zo geliefd is in zijn thuisland. Het is een beetje jazzy, beetje groovy, we verstaan er geen snars van, maar het komt wel over. Deze band speelt ook gevoelig en zacht, maar met een berg gevoel die toch uit de speakers knalt. De bassiste lijkt haar snaren niet eens aan te raken, maar er komt de ene na de andere exotische disco-lijn uitgerold. De drummer swingt doordat hij zich inhoudt en de muziek accentueert wanneer er ruimte is. Heerlijk op elkaar ingespeelde muzikanten die niets nodig hebben dan wat eenvoudige gear en een muzikaal gevoel dat diepere lagen aanraakt.

Foto: Jelmer de Haas

Prediker van filosofieën 
Verderop, in de heerlijke walmen van Aziatisch restaurant LE:EN, speelt Escape-ism. Voor wie niet bekend is met ​Ian Svenonius​: hij is een (knettergekke) filmmaker slash muzikant slash eh ja, prediker van zijn filosofieën. Daarom ook dat Svenonius zijn set begint door zich met zijn microfoon door het publiek te wurmen en te roepen dat wij, het publiek, een revolutie willen. “Jullie zijn een collectief. Je kan denken: niet ik, ik ben een kunstenaar, een individu, maar jullie zijn allemaal het publiek”, begint hij. Hij stelt drie eisen voor die we kunnen gebruiken in onze publieksrevolutie, en die we moeten beamen door ‘yeah’ te roepen: 1. We willen toegang tot de backstage-ruimtes (yeah), 2. De bands moeten óns betalen (yeah), 3. Wij willen ook een naam voor ons collectief dat sexy en gevaarlijk klinkt, zoals ‘escape-ism’ (yeah).

Daarna knikt hij naar zijn bandgenoot, die regelrecht uit Blade Runner lijkt te zijn gelopen, en start de beat. Met zijn microfoon in zijn hand probeert hij zijn kenmerkende gitaarrifjes te spelen, maar het komt er vaak niet zo van. Jammer, want die simpele melodietjes op de plaat zijn heel catchy, maar het gaat hier duidelijk om de show en die show: die wordt gemaakt. Het publiek geniet en is geweldig gemengd. Voorin staan de rock-’n-roll-liefhebbers die niet vies zijn van een beetje avant-garde vlak naast de avant-garde-liefhebbers die niet vies zijn van een beetje rock-’n-roll. Mooie man, mooie locatie, mooie show.

Foto: Tim van Veen

Wilde politieachtervolging 
Je kijkt je ogen uit tijdens Le Guess Who?, van het tijdschema waar je maar in blijft bladeren de hele dag, het psychedelische artwork waarvan je in een soort trip raakt als je er te lang naar kijkt en dan is er nog die overdadige hoeveelheid aan events het hele weekend. Je moet keuzes maken, het is niet anders en daarom zijn we in EKKO beland voor King Champion Sounds. De band die vandaag zijn nieuwe album For A Lark uit heeft gebracht en waarvan we afgelopen maandag nog een kekke single in première lieten gaan. De band komt met een soort XL-versie van de setup vanavond, wat betekent dat er blazers, blazers, blazers zijn, een bassist, een gitarist, een drummer, een zanger en een toetseniste. Acht man in totaal die eigenlijk nauwelijks op het podium passen, zo staat de bassist het gehele optreden zowat in het drumstel geparkeerd en met zijn rug richting de zaal.

Het resulteert in een muzikaal geweld dat het best te vergelijken is met een wilde politie-achtervolging in een gemiddelde Hollywood-film. Met blazers die van links en rechts komen, een overstuurde disco-bas die lijkt over te koken en die typische kwa-kwa-kwa-gitaargeluiden terwijl een politiesirenes klinkende synthesizer om de hoek komt gedrift. Het is absoluut tof, maar het is misschien iets teveel van het goede voor deze setting. De tweede zang, die zo mooi tot zijn recht komt op het album, is nauwelijks te horen, je moet verdomd goed je best doen om de gitaarpartijen van bandleider Ajay er nog ergens tussenuit te filteren, de bas- en drumsectie staat continu op standje ‘vol gas’ en de blazers blazen eigenlijk het hele volgepropte geluid op. Een show die mogelijk wat beter tot zijn recht had kunnen komen op een andere plek, maar alsnog een bijzonder groovy aangelegenheid is en laat zien dat King Champion Sounds een van Nederlands spannendste bands is.

Foto: Anne-Marie van Rijn

The smoothest boy alive
Roltrap op-roltrap af, zwaaien naar mensen die de andere kant opgaan, het is weer een lekker ‘ouderwets’ Le Guess Who?-avondje. Met opvallend veel lallende Britten die om een of andere reden elkaar lopen toe te schreeuwen in het Esscher-achtige pand. Na een portie you wankers, twats en heeeuujjjj-achtige geluiden, arriveren we weer in Pandora voor niemand minder dan Kojey Radical. De Londense muzikant, model, danser, visual artist, presentator en nog veel meer, Wat doet ‘ie niet vraag je je af als je deze man opzoekt. Omringd door heftig bewegende witte vrouwen van midden dertig zonder ritmegevoel, staat Kojey ondertussen op het podium the smoothest boy alive uit te hangen en heeft hij het vanavond naar zijn zin. Samen met zijn dj komt hij blazen en hij trilt de amandelen dan ook uit je keel met de hyperende sub in Pandora.

Hij begint inmiddels wat hits te scoren en die vliegen er soepel en goed in bij de boppende crowd. Zijn beats zijn inventief en zitten telkens net wat ingewikkelder in elkaar dan je in eerste instantie denkt als je als een stijve slungel mee probeert te dansen. Wat niet altijd helpt, is wat de combinatie rapper-dj wel vaker overkomt. Het ene moment zit je er lekker in als de zaal wordt gevuld door een orgie aan trillingen en na ‘efra-efra-eeuhhwww’ spint de dj de song uit en is het stil. Een klinisch stilte die de hele energie weer terugbrengt naar een nulpunt, die weer helemaal opgebouwd moet worden als het na een praatje tijd is voor de volgende song. Van heel veel naar heel weinig en weer terug en weer terug. Kojey is een geweldige frontman die het publiek opzweept en zijn opgepropte energie maar niet kwijt lijkt te kunnen vanavond.

Foto: Ben Houdijk

Bus gemist
Vlak naast LE:EN is De Helling (of andersom) en daar treedt meteen na Escape-ism Psychic Ills op. We waren van om terug te keren naar TivoliVredenburg voor JPEGMAFIA, maar we hadden de bus gemist en zo belandden we dan toch hier. En precies in dit soort dingen zie je de vloek en de zegen die Le Guess Who? met zich draagt: overal in de stad en altijd tegelijk spelen de allerbeste artiesten. Voor ieder ding dat je ziet mis je er tien. De psychedelische rock waar we in belanden is een heel aangename verrassing. In contrast met het vorige concert, staat de zanger Tres Warren bijna de hele tijd op dezelfde plek en zingt hij kalm en herhalend zijn teksten over ergens heengaan, daar iemand ontmoeten en dingen die helemaal prima zijn. Ze spelen zelf in die teksten met het genre waar ze zich in mengen en gebruiken graag alle ‘on the road-clichés’ om er hun draai aan te geven. Er zijn op Le Guess Who? altijd opvallend weinig ‘gitaarbands’, hoe kut het ook is om het zo te noemen, maar Psychic Ills is een hele goede toevoeging.

Foto: Tim van Veen

Goed, het was te verwachten, maar het concert van Psychic Ills heeft me de show van JPEGMAFIA gekost, want voor de trappen van Pandora staat inmiddels een lange rij. Hetzelfde gold voor de andere dienstdoende reviewer die bijtijds maar te laat voor Paddy Steer was. Maar Le Guess Who? zou Le Guess Who? niet zijn als je door zo’n kleine tegenslag niet op iets anders moois zou stuiten: Blanck Mass. Met sterke en soms heftige visuals van dingen waarvan je je steeds afvraagt waar je naar zit te kijken achter hem, speelt Benjamin John Power (van Fuck Buttons, weet je wel) in zijn eentje de Ronda omver. We lopen precies binnen wanneer het extatische nummer Please wordt ingezet en we de mensen achterin de zaal de alle vrije ruimte zien gebruiken om heen en weer te wiegen en te zweven. Af en toe zijn is de noise in de nummers een straf op je oren, maar de harmonische momenten waarmee het wordt afgewisseld worden zo extra benadrukt. De show is niet een soort ambient waar je rustig en comfortabel bij kan wegsussen, het is eerder alsof de aarde aan het vergaan is. Als een soort Jeroen Bosch-schilderij vol hel en verdoemenis. In de stijl van Blanck Mass zie je, of voel je eigenlijk, hoe muziek je kan ontregelen en je op je plek kan drukken.

Foto: Erik Luyten


Nog een selectie mooie foto’s van andere shows tijdens de vrijdag van Le Guess Who?:

Foto: Erik Luyten

Foto: Erik Luyten

Foto: Jelmer de Haas

Foto: Jelmer de Haas

Foto: Jelmer de Haas

Je zit in het rechte pluche van de grote zaal van TivoliVredenburg. Je hoort het rumoer van mensen, je ziet de verschillende bevolkingslagen binnen struinen. Aan je linkerkant: Engelstalig stel, een jaar of zeventig. Aan je rechterkant: een man met een rechte nek en een biertje, ook recht. De crew maakt het podium in orde voor Art Ensemble of Chicago. Aan mijn recht-genekte bankgenoot stel ik de behoorlijk achterlijke vraag of hij nog een tip heeft voordat ik het Ensemble over mij uitgestort krijg. Hij zegt: “Je moet het maar gewoon over je heen laten komen.”

Tekst Roelof Schipper & Mabel Zwaan

Dat zijn uiteraard onsterfelijke woorden, en woorden die een mens dwars door alle keuzestress met stift maar het beste over de timetable van Le Guess Who? kan kalken. Niet als een neuroot je route uitstippelen, als een slak in je eigen muzikale huis blijven hangen. Het zoekwerk is al gedaan: dit jaar in de vorm van de volgende curatoren: Devendra Barnhart, Shabaka Hutchings en Moor Mother.

FAKA | credit Melanie Marsman

 

Dan begint de avond
In 2013 verhuisde Cate Le Bon vanaf Wales naar Los Angeles, rond diezelfde tijd pakte Tim Presley (die ene van White Fence) zijn biezen om vanaf San Francisco diezelfde kant op te verkassen. Ze woonden allebei in dezelfde artsy wijk en vonden elkaar in hun liefde voor muziek uit de jaren zeventig. And the rest is history. Aan hun band DRINKS – die zij het liefst beschrijven als een soloproject met acht ledematen – de eer om de poorten naar de madness van Le Guess Who? open te trappen.

Presley en Le Bon keren terug naar de origine van hun sound en swipen een sepia-filter over de Pandora van TivoliVredenburg. Bedwelmende, stroperige riffs die je in een trance brengen en waarvan de kracht vooral schuilt in het repetitieve. Spontaan en vrij, zonder dat het verandert in een gimmick, hun grootste charme is de zorgvuldige slordigheid.

Bij het vertrekken spot je een druilerige variant van Nick Cave in een muurnis. Hij laat het zorgvuldige podiumgekras en de kunstmatige handbewegingen van Cate Le Bon over zich heen komen. Hij drinkt een biertje, draagt een kunstig jasje.

Foto: Erik Luyten

 

Voorbode
Het trauma van Le Guess Who? vorig jaar leeft nog onder de bezoekers. Die tweets met ‘at capacity’, die je kortstondige concertdroom in duigen liet vallen. Die eindeloze rijen. En het is om acht uur op de eerste avond al raak: Een omvangrijke rij waaiert over het Janskerkhof, terwijl men ongeduldig naar de immense Janskerk staart. Een voorbode voor de rest van het weekend en een motivatie om minstens een uur van te voren al aanwezig te zijn voor die ene artiest waar jij je kaartje voor hebt aangeschaft.

De laatste halloween-schmink wordt nog achter de oren gespot, de kostuums liggen nog bovenin de wasmand en die pompoenen met enge gezichten zijn in de bonus van de Albert Heijn: griezelen hangt een week na Halloween nog zuinig in de lucht. En dan heb je aan saxofonist Colin Stetson de juiste. Hij heeft namelijk de soundtracks van de meest gehypte horrorfilm van het jaar: Hereditary. Stenton is boven alles een saxofonist, die wordt begeleid door een doodeng bandje. Met gesloten ogen wiegt hij heen en weer, terwijl zijn zwaarbeladen muziek pulseert over de eindeloze rijen in de stampusvolle kerk terwijl zijn saxofoon aan je trommelvliezen klauwt. Het werkt benauwend, beklemmend, claustrofobisch: de zwarte tonen dreunen neer op je borstkas. Hij weet je mee te slepen, vormt de soundtrack van je ergste nachtmerrie. Een soundtrack die zo goed is dat je die nachtmerrie keer op keer opnieuw wil beleven.

Foto: Tim van Veen

 

In het rechte pluche van de grote zaal, opnieuw
Terug in de grote zaal. Je bedankt de man met zijn recht-genekte biertje en zijn onsterfelijke raad. Bedachtzaam drink je van je eigen Le Guess Who?-biertje, bewondert het kleurige etiket en denkt aan de warboel van smaken die door je mond raast. Er komt een wat oudere vrouw aanzetten met bruine wijn in een plastic beker. Zwart suikerspinhaar. Ze glimlacht als ze gaat zitten; op het podium worden bongo’s uitgepakt. Twintig minuten eerder zat op het podium: Lonnie Holley.

Lonnie – ‘Thumbs up for mother universe’ – Holley, aangevuld met trombone en drumstel. Kosmische, vrije jazz, ad-libs (yeah – whoa – mmm)  die in al langere lussen door de zaal gaan. De tijd vloog om. De luiheid van de dag komt binnen – de wrap die je kocht op het station was buitengewoon goor en duur – en nu zit je bijna in de nok van de zaal, in het rechte pluche. Een schemerdroom die zo aangenaam is dat je die droom keer op keer opnieuw wil beleven. Er werd geklapt en gejoeld.

Foto: Ben Houdijk

 

Ondertussen in de EKKO
Micheal Rault
heeft een behoorlijk aantal tourmaatjes op z’n LinkedIn-pagina staan, van King Gizzard & The Lizard Wizard en Charles Bradley, tot de meest recente: Mattiel. maar toch wil het nog niet lukken z’n eigen smoeltje boven het maaiveld uit te steken. Wie weet brengt deze show daar verandering in. De Canadees heeft een kersvers album uit, folk met een lofi-inslag. En hij komt tijdens deze avond op Le Guess Who? als geroepen: je moet namelijk je rustmomentjes pakken.

Simpele, maar evenzo verrukkelijke hap-slik-weg-indie tussen al het ingewikkelde gedoe door: drie gitaren en hier en daar een piano, zonder poespas. Fluweelzachte koorstemmen die de rauwe stem van Rault benadrukken en al met al zorgen dat het prima vertoeven is in EKKO. Die doorbraak is ‘m van harte gegund.

Foto: Tim van Veen

 

In het rechte pluche van de grote zaal, nog één keer dan
Met dat zakje rozijntjes in je hand ben je net een padvinder. Op het podium verschijnen blaasinstrumenten en je buurman stopt zijn smartphone schuin in zijn eigen oor om naar een krakende video-opname van Colin Stetson en zijn bariton-saxofoon te luisteren. Dan staan de zeven leden van Art Ensemble of Chicago op de planken.

Je naar Colin Stetson luisterende buurman zegt: ‘THEY’RE FUCKING LEGENDS’, en ergens daagt voorzichtig het besef dat je getuige gaat zijn van een bijzondere gebeurtenis. Je andere buurman zei: “Toen ik zag dat ze kwamen wilde ik zeker komen.” Suikerspinhaar drinkt nog steeds van haar bruine wijn. Een harde noot klinkt en de eerste van een hele serie aan free jazz-solo’s denderen als een goederentrein over de zaal. TivoliVredenburg wordt opengespalkt met geluid. Je hoofd wordt opengespalkt met geluid. Daar kun je eventueel bij dansen, daar kun je stil bij zitten. Je buurman probeert iets te duiden tussen ‘het geluidsspectrum tussen hoog en laag’. Wat er op het podium gaande is: je laat het gebeuren. Het heeft niets meer met begrijpen te maken, met het volgen van regels, met wijsjes die zich op een aangename manier tot elkaar verhouden. Daar zit je dan met je zakje rozijntjes. Je laat het over je heen komen – bij volledig gebrek aan een andere optie of uitweg. Je bent opengespalkt.

Foto: Ben Houdijk

Alle Spotify-afspeellijstjes, alle hippe indie-mixtapes, alle hemelbestormende pitchfork-rock-saviours rollen als oud vuil over de vloer van de grote zaal. Le Guess Who? 2018 is begonnen.

 

Nog wat mooie beelden van de donderdag van het festival:

Black Midi | Foto: Jelmer de Haas

 

Jerusalem In My Heart | Foto: Ben Houdijk

 

Yonatan Gat & The Eastern Medicine Singers | Foto Erik Luyten

Le Guess Who?
8 – 11 november, Utrecht

 

Een meester in het bedenken van songtitels, pionier van de freakfolk en de grootste droom (en nachtmerrie) van elke interviewer: Devendra Banhart verovert al jaren de harten van muziek- en kunstliefhebbers over de hele wereld. Hij maakte folkliedjes voor gevoelige mannen met baarden lang voordat het cool was en het doorbreken van stereotypen is iets wat hem volstrekt natuurlijk lijkt af te gaan. Iedereen die ooit een ervaring met hem had, praat over zijn kinderlijke speelsheid, gevoelige karakter en uiteenlopende interesses. De bijzondere selectie van muzikanten die hij voor Le Guess Who? bij elkaar zocht, is daar een perfecte weerspiegeling van.

Tekst Sharona Badloe
Illustratie Jochem Vis

Devendra Obi Banhart is zijn volledige naam. Als dat je direct doet denken aan Star Wars, ben je niet alleen een nerd, maar heb je in dit geval ook nog eens helemaal gelijk. Toen Banharts moeder zwanger was, keek ze naar Star Wars. Wanneer Obi-Wan Kenobi te zien was, begon baby Devendra kennelijk te schoppen. Een super legitieme reden om je kind naar een Star Wars-karakter te vernoemen. Fun fact: Banhart heeft een relatie gehad met Star Wars-actrice Natalie Portman. Zijn voornaam Devendra is een andere naam voor de hindoegod Indra. Deze naam is hem gegeven door de goeroe Prem Rawat, die zijn ouders trouw volgden. We hoeven duidelijk niet ver te zoeken naar de oorsprong van Devendra Banhart zijn excentrieke karakter.

Zin om dit verhaal onderweg of in je luie stoel te luisteren? Dat kan, want we hebben het verhaal ook nog eens voor je ingesproken! Luister het verhaal hier in je favoriete podcast-app!


 

Piercings en eyeliner
Banhart werd in 1981 geboren in Texas en verhuisde toen hij nog maar twee jaar oud was naar Caracas, de hoofdstad van Venezuela. In de jaren negentig waren jongens met eyeliner en meiden met legerkistjes misschien op veel plekken al de normaalste zaak van de wereld, maar in Caracas lag dat net even anders. Banhart brengt hier een groot deel van zijn jeugd door, maar makkelijk gaat het hem niet af. In een interview met The Independent vertelt hij dat er op hem neergekeken werd, simpelweg omdat hij anders was. Wanneer hij als elfjarige een oorpiercing neemt, wordt die niet gewaardeerd werd door de extreem religieuze en conservatieve Venezolanen in zijn omgeving. Sterker nog: de school ontvangt doodsbedreigingen van ouders die boos zijn dat er een ‘fag’ op school zit. De school moet daardoor zelfs een tijdje dicht.

Je kunt je zijn opluchting voorstellen, wanneer hij met zijn moeder en nieuwe stiefvader naar Los Angeles verhuist. Op de middelbare school waar hij terechtkomt, hebben alle jongens piercings in hun oren. Eindelijk kan hij door de hallen lopen zonder aangestaard te worden.

Het piercen van zijn oor is lang niet Banharts meest rebelse of excentriekste uitspatting. Wanneer hij nog maar acht jaar is, trekt hij de kleren van zijn moeder aan, houdt een haarborstel voor zijn mond als microfoon en zingt uit volle borst met een vrouwenstem. Zijn omgeving keurt het af, maar voor Banhart heeft dit allemaal een duidelijke reden: Nirvana. Na opgegroeid te zijn met salsa en merengue, opent de band uit Seattle een compleet nieuwe wereld voor hem. Groot is dan ook de teleurstelling wanneer hij probeert mee te zingen en erachter komt dat zijn heldere stem met geen mogelijkheid de ruwe, lage uithalen van Kurt Cobain haalt.

Aan The Independent legt Banhart uit dat hij toen een jurk uit zijn moeders kast trok in een poging om zijn eigen stem te accepteren:

“It worked. It was like I had permission to sing the way I do. It was not a sexual thing. It was just that this part of me, the feminine part of me, said ‘Hey, try this’. So maybe some of that duality comes from this initial experience. I was instinctively getting in touch with something that not everyone gets in touch with. If you wear a dress when you’re eight years old it’s kind of taboo.”

 

 

Taboes doorbreken
Het doorbreken van taboes rond het mannelijke stereotype is iets wat Banhart altijd is blijven doen. Hij laat in menig interview tranen vloeien en legt uit dat dat niets bijzonders is voor hem. Hij heeft moeilijkheden met hardop praten, waardoor hij wel eens gaat huilen. Hij doet geen enkele moeite om dat te verbergen en bereidt zelfs zijn interviewers erop voor. Dat het niet komt doordat hij erg zelfbewust is, maar simpelweg zijn eigen tekortkomingen goed kent.

I know I’m an idiot and there’s a liberating aspect to that. I just get teary at the most inopportune moments. It’s like, because it’s not really the time or place to be doing that, it just sort of happens”

In andere interviews is hij snel afgeleid en rent soms midden in een zin weg om een willekeurig object nader te inspecteren. Want waarom zou je je vasthouden aan gedragsnormen, als je ook gewoon heen en weer kunt rennen om naar mooie dingen te kijken? Deze manier van compleet jezelf zijn, onder welke omstandigheid dan ook, komt ook over in Banharts muziek. Zijn albums zijn poëtische dagboeken vol eerlijke emoties en echte verhalen. De doorslag in zijn schrijfkunst komt na een gesprek dat hij heeft met zijn vriendin over The Rolling Stones. Banhart kraakt in eerste instantie het nummer Street Fighting Man af. Het is onzin, Mick Jagger is echt geen vechtersbaas. Zijn vriendin zegt daarop dat de band het misschien gewoon wel verzonnen heeft. Op dat moment realiseert Banhart dat hij kon schrijven over alles wat hij wilde. Hij limiteert zichzelf niet meer tot de waarheid, en dit resulteert in liedjes vol surrealistische verhalen. Hij schrijft bijvoorbeeld het nummer Bish-Bash Falls, waarin hij zingt:

There once was a man who really loved salt
So he tied his nose to the sea
And then God came down from his silver throne
And said, ‘Honey, that water ain’t free

 

Die vrijheid in zijn teksten beperkt zich niet tot leuke verhaaltjes, maar gaan ook een wat donkerder kant op. Op zijn nummer Little Boys zingt hij:

I still see so many little boys I want to marry
I’ll see plenty little kids I’ll get to have now
Oh, little Billy, little Timmy, little Jimmy, you’re the one
I may not look it, but I swear my heart is young

 

 

 

 

Dit valt heel erg op tussen de normaal gesproken onschuldige teksten, maar het is niet wat het lijkt. Dit nummer schrijft Banhart na een gesprek met Daniel Seward van de band Bunny Brains, waar hij vaker mee heeft samengewerkt. Seward vindt zijn muziek supertof en zegt dat het gedraaid zou kunnen worden in plekken als Starbucks. Maar Banhart beschouwt het niet als compliment. Hij kondigt aan dat hij een nummer gaat schrijven dat met geen mogelijkheid in de Starbucks terecht zou komen. Ik denk dat we met zekerheid kunnen zeggen dat hij met deze track zijn doel heeft bereikt.

 

Grondlegger van de freakfolk
Het is precies deze koppige eigenzinnigheid, die Banhart een deal met een platenlabel oplevert. In 1998 begint hij aan een opleiding op het San Francisco Art Institute, maar heeft al snel moeite met de beperkingen van het onderwijs. Hij gooit zijn gitaar om zijn schouders en gaat de stad in om op te treden als straatartiest. Hij woont dan in Castro, een bruisende plek voor de LGBTQIA+ community. Het is dan ook geen toeval dat Banharts eerste echte show op de gay wedding van zijn twee huisgenoten plaatsvindt. Hij raakt hierdoor zo geïnspireerd, dat hij besluit te stoppen met zijn opleiding. Met zijn gitaar op de rug vertrekt hij voor een zomer naar Parijs en bij zijn terugkomst in Amerika gaat hij verder met op straat spelen in San Francisco en Los Angeles. Hij hangt zo vaak voor de ingang van popzalen rond dat hij uiteindelijk gevraagd wordt om te openen voor een aantal indierockbands. Op die manier wordt hij op zijn 21ste ontdekt door Michael Gira van Swans en Young God Records.

Gira komt al snel voor een onverwachte puzzel te staan. Banhart schrijft al muziek sinds zijn dertiende en heeft ondertussen al meer dan zeventig nummers opgenomen op een oude 4-track recorder en de antwoordmachine van een vriend. Aan Gira de taak om daar doorheen te wroeten en er een collectie van te maken die op de een of andere manier een mooi album zou vormen. Hij kiest 22 nummers uit voor Banharts eerste echte plaat Oh Me Oh My, dat slechts bestaat uit zijn stem en akoestische gitaar. Daardoor klinkt de muziek simpel en lieflijk, maar de nummers zijn ook vreemd en soms compleet onvoorspelbaar.

Zo is in het nummer Lend Me Your Teeth bijvoorbeeld meerdere malen Banharts luide en klaaglijke gekrijs te horen, iets waar hij overigens nooit enige drang tot uitleg voor heeft getoond. Volgens hem staan de teksten en muziek compleet open voor eigen interpretatie. Hij schrijft over bepaalde onderwerpen, zodat hij er niet over hoeft te praten, vindt hij.

 

Zijn tijd ver vooruit
Met zijn tweede album Rejoicing In The Hands bewijst Banhart zijn tijd ver vooruit te zijn. De dromerige folk en zijn stemgebruik op deze plaat lijkt rechtstreeks van Alt-J of Ben Howard te komen, behalve dan dat deze bands pas een jaar of tien later waren. Zijn derde plaat Nino Rojo is het laatste album dat van begin tot eind bestaat uit rustige folk. Daarna gaat hij zoveel kanten op, dat er nauwelijks meer aan touw aan vast te knopen is. Van blues naar Spaanstalig, van psychedelische rock naar pop en van wat hij zelf ‘space reggae’ noemt, naar een heleboel andere ondefinieerbare genres. Veel artiesten krijgen een hoop kritiek over zich heen als ze te vaak van stijl veranderen, maar Banhart krijgt het elke keer weer voor elkaar om toch trouw aan zichzelf te blijven. Zijn fans kunnen zijn diversiteit alleen maar waarderen.

 

Freakfolk
Het leven van Banhart is deze periode even onstuimig als zijn muziek. Hij richt zich naast zijn muziek op het maken van abstracte tekeningen, speelt in de film Nick & Norah’s Infinite Playlist en er ontstaat een relatie tussen hem en Natalie Portman, die je in Indiase kleding kunt zien dansen in de video bij Carmensita. In deze tijd krijgt zijn muziek ook de term ‘freakfolk’ toebedeeld. Banhart is zelf geen fan van de term, maar hij komt hij er niet meer vanaf. Freakfolk wordt beschreven als een eclectische vorm van folk met psychedelische invloeden. De teksten zijn doorgaans dromerig en verhalend en de artiesten staan bekend om hun neohippie-looks. Hij mag het er zelf niet mee eens zijn, maar dit is een behoorlijk duidelijke omschrijving van Banhart en zijn muziek. Met zijn lange wilde haar, rebelse kijk op het leven en symbolische tattoos is en blijft hij de grondlegger en poster child van het genre. Of hij het nou leuk vindt of niet.

 

Curator van Le Guess Who?
Voor Le Guess Who? 2018 heeft Banhart het voor elkaar gekregen om een groep artiesten te verzamelen die, allemaal op hun eigen manier, net zo eigenzinnig zijn als hijzelf. Het is een mooie line-up vol hooggevoelige en androgyne muzikanten, die niet bang zijn om zichzelf helemaal bloot te geven. Het zijn artiesten waar Banhart eerder mee samenwerkte of waar hij zelf groot fan van is. Hij blijft een muzikant, maar op de eerste plek zal hij altijd een enthousiaste luisteraar zijn.

Banhart mag dan wel de posterboy van de freakfolk zijn, Vashti Bunyan wordt gezien als de godmother. Banhart heeft een hele bijzondere relatie met deze zangeres. Zijn bewogen carrière verloopt zoals gezegd niet zonder de nodige tegenslagen: bij tijden is hij dakloos en leeft op straat met zijn gitaar. In deze periode schrijft hij een brief naar Bunyan en stuurt haar wat van zijn demo’s. Volgens Banhart redde Bunyan vervolgens zijn leven door een brief terug te sturen met de boodschap dat ze zijn muziek mooi vond en hij vooral niet moest opgeven. Bunyan weet zelf maar al te goed hoe het is om de hoop op een muzikale carrière te hebben verloren. Haar debuutalbum Just Another Diamond Day uit 1970 verkocht zo slecht dat ze besloot te stoppen met haar muziek. Dertig jaar later wordt het album alsnog ontdekt en heeft ze tot de dag van vandaag een schare trouwe fans achter zich. Ze begint weer met muziek maken en haar zachte stem en melodische gitaar zijn nu op podia over de hele wereld te horen, onder meer in de Janskerk tijdens Le Guess Who?.

 

Italiaanse ambient
Banhart heeft vaker aangegeven dat het overbrengen van emoties belangrijk is in zowel zijn eigen muziek als de muziek waar hij naar luistert. De Italiaanse ambientmuzikant Gigi Masin selecteerde hij niet alleen voor Le Guess Who?, maar ook noemde hij in een interview met The Quietus Masons plaat Talk To The Sea als een van zijn favoriete albums aller tijden. Hij zegt hierover:

“He kind of has music that is representative of the entire spectrum of emotions, which is what I think I, as a fan of music, am often looking for. I want that musician to be there for all my emotions – I want to turn to them when I’m feeling happy, when I’m feeling sad, when I’m despondent and when I’m unenthused; the whole thing.”

 

Vreemde folkies
In hetzelfde interview komt nog een van zijn Le Guess Who?-keuzes voor. Namelijk Cate le Bon, die samen met Tim Presley (die je weer kent als White Fence) het duo DRINKS vormt. Hij noemt haar album Crab Day een fantastisch album en heeft daarnaast een goede band met haar: het tweetal werkte al vaker samen en Banhart deed zelfs een fotoshoot voor haar album. Le Bon heeft de foto’s nooit gebruikt, maar dat weerhield Banhart er niet van om zowel haar als Presley regelmatig op het podium uit te nodigen voor optredens. Nu maken Le Bon en Presley net zulke vreemde folk als Banhart zelf. Alleen dan toch weer compleet anders…!

 

Spaanstalige vertegenwoordiger
De Braziliaanse muzikant Rodrigo Amarante ken je van de themesong van Narcos, maar als je zijn discografie induikt, is het geheel duidelijk waarom Banhart hem heeft gekozen. Hij is samen met Fabrizio Moretti van The Strokes deel van de band Little Joy en speelt daarnaast nog in de bands Los Hermanos en Orquestra Imperial. Amarante heeft meegewerkt aan Banharts album Smokey Rolls Down Thunder Canyon en begon niet lang daarna ook als soloartiest. Hij maakt een mooie mix van Braziliaanse muziek, folk, rock en bolero en zingt daarbij in verschillende talen, waaronder Spaans. Hiermee is hij de enige Spaanstalige vertegenwoordiger op Banharts line-up.

 

Queer-community
Beverley Glenn-Copeland
en Katey Red zijn niet alleen allebei heel getalenteerde muzikanten, maar ook beide transgenders. Banhart krijgt zelf vaak de vraag of hij queer is. Hoewel hij dat altijd heeft ontkend, is de thematiek in zijn teksten en video’s duidelijk terug te vinden. Zo gaat de track Daniel over een gay koppel dat de liefde vindt op een concert en in de muziekvideo voor Foolin‘ heeft Banhart zelf een hele extreme BDSM-relatie met een man. Mensen leggen graag de focus op definities en hokjes, maar de vraag of hij zelf biseksueel is of niet, vindt Banhart eigenlijk niet zo relevant. Wat belangrijk is, is zijn support voor de queer-community. Het feit dat hij die meeneemt naar Le Guess Who? dit jaar, is iets dat we alleen maar kunnen aanmoedigen.

 

Japanse liefde
Ook opvallend in zijn programma: een flink aantal artiesten die Banhart heeft uitgekozen komen uit Japan. Takuro Kikuchi, Chihei Hatakeyama en Shintaro Sakamoto zijn stuk voor stuk grote muzikale talenten. Sakamoto is deel van de Japanse psychrockband Yura Yura Teikoku en heeft met Banhart samengewerkt, waarbij hij een cover van Sakamoto’s nummer Another Planet maakte en daarbij zelfs in het Japans zong. Maar Banhart zijn obsessie gaat verder dan alleen zijn liefde voor de individuele artiesten. In een interview met Colorado Public Radio zegt hij:

“The Japanese eye is generally less concerned with the object itself, and more interested in what’s behind the object, what the object emanates. The attention to detail is so sophisticated and so sensitive that it leaves one bewildered.”

 

Voor zijn album Ape In Pink Marble uit 2016 geeft Banhart zich volledig over aan deze gedachte. Hij en zijn band stelden zich voor dat ze in een simpel hotel in Tokyo waren. Elk nummer dat niet op deze denkbeeldige plek gespeeld zou kunnen worden, mocht niet op het album terecht komen. Dat klinkt erg streng, maar voor Banhart resulteerde het juist een makkelijk proces van schrijven.

Verder horen Jessica Pratt, Shannon Lay, Joan of Arc, Sun Foot en SASAMI ook in het bakje artiesten dat bizarre, mooie en gevoelige gitaarliedjes maakt. Misschien is dit wel de nieuwe generatie freakfolkies, ze vullen elkaar perfect aan op het zorgvuldig samengestelde Le Guess Who?-programma. Banhart maakt met zijn selectie een statement over tolerantie, stereotypen en gevoeligheid in de vorm van een stel artiesten die niks te maken hebben met de verwachtingen van hun tijd. Of dit zo bedoeld was of niet, zullen we waarschijnlijk nooit weten. En dat past precies bij het karakter van zowel Banhart zelf als het wonderbaarlijke festival dat Le Guess Who? elk jaar weer bewijst te zijn.


 

Voor Le Guess Who? 2018 maakte Devendra Banhart een speciale playlist, daar lees je hier meer over op de site van het festival. Ook schreef hij een bericht over zijn gecureerde Le Guess Who?-programma. 

Here are few songs 
by the Artists 
we have lovingly chosen 
for this years Le Guess Who? Festival.

I listen to everyone on this mix EVERYDAY!
I take them with me wherever I go, 
like magic totems,
like spirit animals,
like a dear friend.

I bow to them in gratitude,
for they have made joy sweeter and suffering less bitter.

Here is but a little glimpse, 
of music so gentle, 
of music so wild, 
of music so gentle AND wild!

What an honor and thrill,
to leave the deeper discovery of their work to you! 

Enjoy and see you soon!

Devendra Banhart

Devendra Banhart’s zijn gecureerde programma tijdens Le Guess Who? 2018 bestaat uit Vashti Bunyan, Shintaro Sakamoto, DRINKS, Rodrigo Amarante, Beverly Glenn-Copeland, Jessica Pratt, Gigi Masin, Sun Foot, Joan Of Arc, Shannon Lay, Chihei Hatakeyama, SASAMI, Takuro Kikuchi, Katey Red en Roger Eno. Devendra Banhart speelt zelf eveneens tijdens het festival in november.


 

WEBSITE LE GUESS WHO? | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

We hebben de laatste tijd nog meer longreads over Le Guess Who? geschreven! Het eerste deel waarin we de wereld rondreizen aan de hand van artiesten met het festival vind je hier en over Shabaka Hutchings vind je hier.