Feature

Een reis door de rare en wondere wereld van Le Guess Who?-curator Devendra Banhart


29 oktober 2018

Le Guess Who?
8 – 11 november, Utrecht

 

Een meester in het bedenken van songtitels, pionier van de freakfolk en de grootste droom (en nachtmerrie) van elke interviewer: Devendra Banhart verovert al jaren de harten van muziek- en kunstliefhebbers over de hele wereld. Hij maakte folkliedjes voor gevoelige mannen met baarden lang voordat het cool was en het doorbreken van stereotypen is iets wat hem volstrekt natuurlijk lijkt af te gaan. Iedereen die ooit een ervaring met hem had, praat over zijn kinderlijke speelsheid, gevoelige karakter en uiteenlopende interesses. De bijzondere selectie van muzikanten die hij voor Le Guess Who? bij elkaar zocht, is daar een perfecte weerspiegeling van.

Tekst Sharona Badloe
Illustratie Jochem Vis

Devendra Obi Banhart is zijn volledige naam. Als dat je direct doet denken aan Star Wars, ben je niet alleen een nerd, maar heb je in dit geval ook nog eens helemaal gelijk. Toen Banharts moeder zwanger was, keek ze naar Star Wars. Wanneer Obi-Wan Kenobi te zien was, begon baby Devendra kennelijk te schoppen. Een super legitieme reden om je kind naar een Star Wars-karakter te vernoemen. Fun fact: Banhart heeft een relatie gehad met Star Wars-actrice Natalie Portman. Zijn voornaam Devendra is een andere naam voor de hindoegod Indra. Deze naam is hem gegeven door de goeroe Prem Rawat, die zijn ouders trouw volgden. We hoeven duidelijk niet ver te zoeken naar de oorsprong van Devendra Banhart zijn excentrieke karakter.

Zin om dit verhaal onderweg of in je luie stoel te luisteren? Dat kan, want we hebben het verhaal ook nog eens voor je ingesproken! Luister het verhaal hier in je favoriete podcast-app!


 

Piercings en eyeliner
Banhart werd in 1981 geboren in Texas en verhuisde toen hij nog maar twee jaar oud was naar Caracas, de hoofdstad van Venezuela. In de jaren negentig waren jongens met eyeliner en meiden met legerkistjes misschien op veel plekken al de normaalste zaak van de wereld, maar in Caracas lag dat net even anders. Banhart brengt hier een groot deel van zijn jeugd door, maar makkelijk gaat het hem niet af. In een interview met The Independent vertelt hij dat er op hem neergekeken werd, simpelweg omdat hij anders was. Wanneer hij als elfjarige een oorpiercing neemt, wordt die niet gewaardeerd werd door de extreem religieuze en conservatieve Venezolanen in zijn omgeving. Sterker nog: de school ontvangt doodsbedreigingen van ouders die boos zijn dat er een ‘fag’ op school zit. De school moet daardoor zelfs een tijdje dicht.

Je kunt je zijn opluchting voorstellen, wanneer hij met zijn moeder en nieuwe stiefvader naar Los Angeles verhuist. Op de middelbare school waar hij terechtkomt, hebben alle jongens piercings in hun oren. Eindelijk kan hij door de hallen lopen zonder aangestaard te worden.

Het piercen van zijn oor is lang niet Banharts meest rebelse of excentriekste uitspatting. Wanneer hij nog maar acht jaar is, trekt hij de kleren van zijn moeder aan, houdt een haarborstel voor zijn mond als microfoon en zingt uit volle borst met een vrouwenstem. Zijn omgeving keurt het af, maar voor Banhart heeft dit allemaal een duidelijke reden: Nirvana. Na opgegroeid te zijn met salsa en merengue, opent de band uit Seattle een compleet nieuwe wereld voor hem. Groot is dan ook de teleurstelling wanneer hij probeert mee te zingen en erachter komt dat zijn heldere stem met geen mogelijkheid de ruwe, lage uithalen van Kurt Cobain haalt.

Aan The Independent legt Banhart uit dat hij toen een jurk uit zijn moeders kast trok in een poging om zijn eigen stem te accepteren:

“It worked. It was like I had permission to sing the way I do. It was not a sexual thing. It was just that this part of me, the feminine part of me, said ‘Hey, try this’. So maybe some of that duality comes from this initial experience. I was instinctively getting in touch with something that not everyone gets in touch with. If you wear a dress when you’re eight years old it’s kind of taboo.”

 

 

Taboes doorbreken
Het doorbreken van taboes rond het mannelijke stereotype is iets wat Banhart altijd is blijven doen. Hij laat in menig interview tranen vloeien en legt uit dat dat niets bijzonders is voor hem. Hij heeft moeilijkheden met hardop praten, waardoor hij wel eens gaat huilen. Hij doet geen enkele moeite om dat te verbergen en bereidt zelfs zijn interviewers erop voor. Dat het niet komt doordat hij erg zelfbewust is, maar simpelweg zijn eigen tekortkomingen goed kent.

I know I’m an idiot and there’s a liberating aspect to that. I just get teary at the most inopportune moments. It’s like, because it’s not really the time or place to be doing that, it just sort of happens”

In andere interviews is hij snel afgeleid en rent soms midden in een zin weg om een willekeurig object nader te inspecteren. Want waarom zou je je vasthouden aan gedragsnormen, als je ook gewoon heen en weer kunt rennen om naar mooie dingen te kijken? Deze manier van compleet jezelf zijn, onder welke omstandigheid dan ook, komt ook over in Banharts muziek. Zijn albums zijn poëtische dagboeken vol eerlijke emoties en echte verhalen. De doorslag in zijn schrijfkunst komt na een gesprek dat hij heeft met zijn vriendin over The Rolling Stones. Banhart kraakt in eerste instantie het nummer Street Fighting Man af. Het is onzin, Mick Jagger is echt geen vechtersbaas. Zijn vriendin zegt daarop dat de band het misschien gewoon wel verzonnen heeft. Op dat moment realiseert Banhart dat hij kon schrijven over alles wat hij wilde. Hij limiteert zichzelf niet meer tot de waarheid, en dit resulteert in liedjes vol surrealistische verhalen. Hij schrijft bijvoorbeeld het nummer Bish-Bash Falls, waarin hij zingt:

There once was a man who really loved salt
So he tied his nose to the sea
And then God came down from his silver throne
And said, ‘Honey, that water ain’t free

 

Die vrijheid in zijn teksten beperkt zich niet tot leuke verhaaltjes, maar gaan ook een wat donkerder kant op. Op zijn nummer Little Boys zingt hij:

I still see so many little boys I want to marry
I’ll see plenty little kids I’ll get to have now
Oh, little Billy, little Timmy, little Jimmy, you’re the one
I may not look it, but I swear my heart is young

 

 

 

 

Dit valt heel erg op tussen de normaal gesproken onschuldige teksten, maar het is niet wat het lijkt. Dit nummer schrijft Banhart na een gesprek met Daniel Seward van de band Bunny Brains, waar hij vaker mee heeft samengewerkt. Seward vindt zijn muziek supertof en zegt dat het gedraaid zou kunnen worden in plekken als Starbucks. Maar Banhart beschouwt het niet als compliment. Hij kondigt aan dat hij een nummer gaat schrijven dat met geen mogelijkheid in de Starbucks terecht zou komen. Ik denk dat we met zekerheid kunnen zeggen dat hij met deze track zijn doel heeft bereikt.

 

Grondlegger van de freakfolk
Het is precies deze koppige eigenzinnigheid, die Banhart een deal met een platenlabel oplevert. In 1998 begint hij aan een opleiding op het San Francisco Art Institute, maar heeft al snel moeite met de beperkingen van het onderwijs. Hij gooit zijn gitaar om zijn schouders en gaat de stad in om op te treden als straatartiest. Hij woont dan in Castro, een bruisende plek voor de LGBTQIA+ community. Het is dan ook geen toeval dat Banharts eerste echte show op de gay wedding van zijn twee huisgenoten plaatsvindt. Hij raakt hierdoor zo geïnspireerd, dat hij besluit te stoppen met zijn opleiding. Met zijn gitaar op de rug vertrekt hij voor een zomer naar Parijs en bij zijn terugkomst in Amerika gaat hij verder met op straat spelen in San Francisco en Los Angeles. Hij hangt zo vaak voor de ingang van popzalen rond dat hij uiteindelijk gevraagd wordt om te openen voor een aantal indierockbands. Op die manier wordt hij op zijn 21ste ontdekt door Michael Gira van Swans en Young God Records.

Gira komt al snel voor een onverwachte puzzel te staan. Banhart schrijft al muziek sinds zijn dertiende en heeft ondertussen al meer dan zeventig nummers opgenomen op een oude 4-track recorder en de antwoordmachine van een vriend. Aan Gira de taak om daar doorheen te wroeten en er een collectie van te maken die op de een of andere manier een mooi album zou vormen. Hij kiest 22 nummers uit voor Banharts eerste echte plaat Oh Me Oh My, dat slechts bestaat uit zijn stem en akoestische gitaar. Daardoor klinkt de muziek simpel en lieflijk, maar de nummers zijn ook vreemd en soms compleet onvoorspelbaar.

Zo is in het nummer Lend Me Your Teeth bijvoorbeeld meerdere malen Banharts luide en klaaglijke gekrijs te horen, iets waar hij overigens nooit enige drang tot uitleg voor heeft getoond. Volgens hem staan de teksten en muziek compleet open voor eigen interpretatie. Hij schrijft over bepaalde onderwerpen, zodat hij er niet over hoeft te praten, vindt hij.

 

Zijn tijd ver vooruit
Met zijn tweede album Rejoicing In The Hands bewijst Banhart zijn tijd ver vooruit te zijn. De dromerige folk en zijn stemgebruik op deze plaat lijkt rechtstreeks van Alt-J of Ben Howard te komen, behalve dan dat deze bands pas een jaar of tien later waren. Zijn derde plaat Nino Rojo is het laatste album dat van begin tot eind bestaat uit rustige folk. Daarna gaat hij zoveel kanten op, dat er nauwelijks meer aan touw aan vast te knopen is. Van blues naar Spaanstalig, van psychedelische rock naar pop en van wat hij zelf ‘space reggae’ noemt, naar een heleboel andere ondefinieerbare genres. Veel artiesten krijgen een hoop kritiek over zich heen als ze te vaak van stijl veranderen, maar Banhart krijgt het elke keer weer voor elkaar om toch trouw aan zichzelf te blijven. Zijn fans kunnen zijn diversiteit alleen maar waarderen.

 

Freakfolk
Het leven van Banhart is deze periode even onstuimig als zijn muziek. Hij richt zich naast zijn muziek op het maken van abstracte tekeningen, speelt in de film Nick & Norah’s Infinite Playlist en er ontstaat een relatie tussen hem en Natalie Portman, die je in Indiase kleding kunt zien dansen in de video bij Carmensita. In deze tijd krijgt zijn muziek ook de term ‘freakfolk’ toebedeeld. Banhart is zelf geen fan van de term, maar hij komt hij er niet meer vanaf. Freakfolk wordt beschreven als een eclectische vorm van folk met psychedelische invloeden. De teksten zijn doorgaans dromerig en verhalend en de artiesten staan bekend om hun neohippie-looks. Hij mag het er zelf niet mee eens zijn, maar dit is een behoorlijk duidelijke omschrijving van Banhart en zijn muziek. Met zijn lange wilde haar, rebelse kijk op het leven en symbolische tattoos is en blijft hij de grondlegger en poster child van het genre. Of hij het nou leuk vindt of niet.

 

Curator van Le Guess Who?
Voor Le Guess Who? 2018 heeft Banhart het voor elkaar gekregen om een groep artiesten te verzamelen die, allemaal op hun eigen manier, net zo eigenzinnig zijn als hijzelf. Het is een mooie line-up vol hooggevoelige en androgyne muzikanten, die niet bang zijn om zichzelf helemaal bloot te geven. Het zijn artiesten waar Banhart eerder mee samenwerkte of waar hij zelf groot fan van is. Hij blijft een muzikant, maar op de eerste plek zal hij altijd een enthousiaste luisteraar zijn.

Banhart mag dan wel de posterboy van de freakfolk zijn, Vashti Bunyan wordt gezien als de godmother. Banhart heeft een hele bijzondere relatie met deze zangeres. Zijn bewogen carrière verloopt zoals gezegd niet zonder de nodige tegenslagen: bij tijden is hij dakloos en leeft op straat met zijn gitaar. In deze periode schrijft hij een brief naar Bunyan en stuurt haar wat van zijn demo’s. Volgens Banhart redde Bunyan vervolgens zijn leven door een brief terug te sturen met de boodschap dat ze zijn muziek mooi vond en hij vooral niet moest opgeven. Bunyan weet zelf maar al te goed hoe het is om de hoop op een muzikale carrière te hebben verloren. Haar debuutalbum Just Another Diamond Day uit 1970 verkocht zo slecht dat ze besloot te stoppen met haar muziek. Dertig jaar later wordt het album alsnog ontdekt en heeft ze tot de dag van vandaag een schare trouwe fans achter zich. Ze begint weer met muziek maken en haar zachte stem en melodische gitaar zijn nu op podia over de hele wereld te horen, onder meer in de Janskerk tijdens Le Guess Who?.

 

Italiaanse ambient
Banhart heeft vaker aangegeven dat het overbrengen van emoties belangrijk is in zowel zijn eigen muziek als de muziek waar hij naar luistert. De Italiaanse ambientmuzikant Gigi Masin selecteerde hij niet alleen voor Le Guess Who?, maar ook noemde hij in een interview met The Quietus Masons plaat Talk To The Sea als een van zijn favoriete albums aller tijden. Hij zegt hierover:

“He kind of has music that is representative of the entire spectrum of emotions, which is what I think I, as a fan of music, am often looking for. I want that musician to be there for all my emotions – I want to turn to them when I’m feeling happy, when I’m feeling sad, when I’m despondent and when I’m unenthused; the whole thing.”

 

Vreemde folkies
In hetzelfde interview komt nog een van zijn Le Guess Who?-keuzes voor. Namelijk Cate le Bon, die samen met Tim Presley (die je weer kent als White Fence) het duo DRINKS vormt. Hij noemt haar album Crab Day een fantastisch album en heeft daarnaast een goede band met haar: het tweetal werkte al vaker samen en Banhart deed zelfs een fotoshoot voor haar album. Le Bon heeft de foto’s nooit gebruikt, maar dat weerhield Banhart er niet van om zowel haar als Presley regelmatig op het podium uit te nodigen voor optredens. Nu maken Le Bon en Presley net zulke vreemde folk als Banhart zelf. Alleen dan toch weer compleet anders…!

 

Spaanstalige vertegenwoordiger
De Braziliaanse muzikant Rodrigo Amarante ken je van de themesong van Narcos, maar als je zijn discografie induikt, is het geheel duidelijk waarom Banhart hem heeft gekozen. Hij is samen met Fabrizio Moretti van The Strokes deel van de band Little Joy en speelt daarnaast nog in de bands Los Hermanos en Orquestra Imperial. Amarante heeft meegewerkt aan Banharts album Smokey Rolls Down Thunder Canyon en begon niet lang daarna ook als soloartiest. Hij maakt een mooie mix van Braziliaanse muziek, folk, rock en bolero en zingt daarbij in verschillende talen, waaronder Spaans. Hiermee is hij de enige Spaanstalige vertegenwoordiger op Banharts line-up.

 

Queer-community
Beverley Glenn-Copeland
en Katey Red zijn niet alleen allebei heel getalenteerde muzikanten, maar ook beide transgenders. Banhart krijgt zelf vaak de vraag of hij queer is. Hoewel hij dat altijd heeft ontkend, is de thematiek in zijn teksten en video’s duidelijk terug te vinden. Zo gaat de track Daniel over een gay koppel dat de liefde vindt op een concert en in de muziekvideo voor Foolin‘ heeft Banhart zelf een hele extreme BDSM-relatie met een man. Mensen leggen graag de focus op definities en hokjes, maar de vraag of hij zelf biseksueel is of niet, vindt Banhart eigenlijk niet zo relevant. Wat belangrijk is, is zijn support voor de queer-community. Het feit dat hij die meeneemt naar Le Guess Who? dit jaar, is iets dat we alleen maar kunnen aanmoedigen.

 

Japanse liefde
Ook opvallend in zijn programma: een flink aantal artiesten die Banhart heeft uitgekozen komen uit Japan. Takuro Kikuchi, Chihei Hatakeyama en Shintaro Sakamoto zijn stuk voor stuk grote muzikale talenten. Sakamoto is deel van de Japanse psychrockband Yura Yura Teikoku en heeft met Banhart samengewerkt, waarbij hij een cover van Sakamoto’s nummer Another Planet maakte en daarbij zelfs in het Japans zong. Maar Banhart zijn obsessie gaat verder dan alleen zijn liefde voor de individuele artiesten. In een interview met Colorado Public Radio zegt hij:

“The Japanese eye is generally less concerned with the object itself, and more interested in what’s behind the object, what the object emanates. The attention to detail is so sophisticated and so sensitive that it leaves one bewildered.”

 

Voor zijn album Ape In Pink Marble uit 2016 geeft Banhart zich volledig over aan deze gedachte. Hij en zijn band stelden zich voor dat ze in een simpel hotel in Tokyo waren. Elk nummer dat niet op deze denkbeeldige plek gespeeld zou kunnen worden, mocht niet op het album terecht komen. Dat klinkt erg streng, maar voor Banhart resulteerde het juist een makkelijk proces van schrijven.

Verder horen Jessica Pratt, Shannon Lay, Joan of Arc, Sun Foot en SASAMI ook in het bakje artiesten dat bizarre, mooie en gevoelige gitaarliedjes maakt. Misschien is dit wel de nieuwe generatie freakfolkies, ze vullen elkaar perfect aan op het zorgvuldig samengestelde Le Guess Who?-programma. Banhart maakt met zijn selectie een statement over tolerantie, stereotypen en gevoeligheid in de vorm van een stel artiesten die niks te maken hebben met de verwachtingen van hun tijd. Of dit zo bedoeld was of niet, zullen we waarschijnlijk nooit weten. En dat past precies bij het karakter van zowel Banhart zelf als het wonderbaarlijke festival dat Le Guess Who? elk jaar weer bewijst te zijn.


 

Voor Le Guess Who? 2018 maakte Devendra Banhart een speciale playlist, daar lees je hier meer over op de site van het festival. Ook schreef hij een bericht over zijn gecureerde Le Guess Who?-programma. 

Here are few songs 
by the Artists 
we have lovingly chosen 
for this years Le Guess Who? Festival.

I listen to everyone on this mix EVERYDAY!
I take them with me wherever I go, 
like magic totems,
like spirit animals,
like a dear friend.

I bow to them in gratitude,
for they have made joy sweeter and suffering less bitter.

Here is but a little glimpse, 
of music so gentle, 
of music so wild, 
of music so gentle AND wild!

What an honor and thrill,
to leave the deeper discovery of their work to you! 

Enjoy and see you soon!

Devendra Banhart

Devendra Banhart’s zijn gecureerde programma tijdens Le Guess Who? 2018 bestaat uit Vashti Bunyan, Shintaro Sakamoto, DRINKS, Rodrigo Amarante, Beverly Glenn-Copeland, Jessica Pratt, Gigi Masin, Sun Foot, Joan Of Arc, Shannon Lay, Chihei Hatakeyama, SASAMI, Takuro Kikuchi, Katey Red en Roger Eno. Devendra Banhart speelt zelf eveneens tijdens het festival in november.


 

WEBSITE LE GUESS WHO? | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

We hebben de laatste tijd nog meer longreads over Le Guess Who? geschreven! Het eerste deel waarin we de wereld rondreizen aan de hand van artiesten met het festival vind je hier en over Shabaka Hutchings vind je hier.