Met weersvoorspellingen die als donderwolken boven ons hoofd hangen, maar een line-up die in de donkerste herfstdagen nog een zonnig lichtpunt zou zijn, reizen we dit weekend samen met 55.000 anderen weer af naar de Flevopolder. Lowlands Festival 2019 is een feit en The Daily Indie is het hele weekend aanwezig om verslag uit te brengen, met zoals je gewend bent, extra aandacht voor de onderkant van het affiche.

Tekst Robin van Essel
Foto’s Tineke Klamer

Terug in de polder! Lowlands voelt altijd als thuiskomen, of je nou al een veteraan bent met 23 versleten polsbandjes om, of voor de eerste keer bent afgereisd naar Biddinghuizen. Het beste festival van Nederland slaagt er keer op keer in om enerzijds te voelen als een goed georganiseerd, warm bad, en anderzijds elk jaar veranderingen aan te brengen die ervoor zorgen dat het zelfs voor de meest doorgewinterde bezoeker toch niet voelt als herhalingsoefening. Hoe kan het ook: met meer dan 250 optredens, van geïmproviseerd straattheater via duurzaam restaurant tot absolute headliners. Er is vrij letterlijk voor ieder wat wils, iets dat zich overigens niet helemaal vertaalt naar de bezoekers: die zijn in 2019 nog steeds heel blank, hoogopgeleid en lid van de VPRO.

 

Verkeersinfarct
Ook al vanouds: het verkeersinfarct op N306 donderdagochtend. Lowlands wordt steevast elk jaar drukker bezocht op de nog-niet-festival-donderdag, waardoor de organisatie een paar jaar terug besloot van de nood een deugd te maken en het terrein al een dag eerder open te gooien, zij het op wat lager volume (of als silent disco). Inmiddels kan bijna wel gesproken worden van een volwaardige festivaldag; desondanks is bij de gemeente aankloppen voor een volledige vergunning blijkbaar nog wat te gortig. Dat zou natuurlijk ook betekenen dat de bezoeker dan zou verwachten dat die dag dan ook volwaardig geprogrammeerd zou worden, met alle gevolgen voor budget (en ticketprijs) van dien.

Het leeuwendeel van de bijna zestigduizend bezoekers kruipt vrijdagochtend enigszins verbaasd uit zijn tentje: zonnetje, 25 graden? Wacht effe, daar hadden we niet op gerekend in wat vooraf door de mensen bij de KNMI werd gelabeld als: ‘extreem herfstachtige omstandigheden, en dat midden augustus.’ Maar de weergoden zijn Lowlands goed gezind: het blijft de hele dag droog. Sterker nog: het is gewoon lekker zomers.

 

Kan niet meer stuk, denken we wanneer we het terrein oplopen voor Girl In Red. Naar de tijdsgeest, waar Lowlands eigenlijk altijd al een haarfijn gevoel voor heeft gehad, durft het festival opvallend vaak relatief obscure Soundcloud-artiesten een podium te bieden, niet zelden de opmaat naar een Nederlandse of Europese doorbraak. De Noorse tiener Marie Ulven, die schuilgaat achter Girl In Red, was vorig jaar nog zo’n artiest, totdat de New York Times haar liedje I Want To Be Your Girlfriend oppikte en tot hit bombardeerde. Iedere generatie heeft zo’n rolmodel, die de angsten en onzekerheden van de leeftijdsgroep haarfijn weet te verwoorden en een dito publiek aanspreekt. Voor jou was het misschien Alex Turner of Snoop Dogg, Girl is Red is het voor het groepje pubers dat vooraan staat in de India, hangend aan Ulvens lippen en zichzelf naadloos herkennend in de vrolijke teksten over eetstoornissen, afwijzingen en zomerdepressies over van die typische Scandinavische, ongevaarlijke indiepoprock. Als je niet tot de doelgroep behoort, vraag je je wellicht af wat je hier doet (of word ik gewoon oud?).

Als de vrijdagmiddag van Lowlands een graadmeter is, gaat het blijkbaar goed met de Nederlandse muziekscene, want het programma wordt gedomineerd nationale acts. Terwijl rapper Donnie niet om aan te horen is in de Bravo (generatiekloofje ook weer zeker), Ronnie Flex met zijn Deuxperience-band de Alpha afbreekt, zijn we vooral verbaasd over de ontwikkeling die YIN YIN doormaakte. Van de obscure indie-emobandjes Baby Galaxy en Bounty Island, waar de band uit voortkwam, is niets meer te bekennen: de Maastrichtenaren rocken de Lima-tent van begin tot eind met hun vlotte oriëntaals klinkende funk. Heel authentiek is het allemaal niet, maar dat het werkt op een festival is zo zeker als de zonsondergang.

 

Zelfde respect en verbazing voelen we bij Meetsysteem. Het project van Ricky Cherim spotten we dit voorjaar voor het eerst op Motel Mozaique, bracht een prima debuutplaat uit op het Rotterdamse kwaliteitsdancelabel Nous’klaer (van onder meer Oceanic) en staat nu gewoon voor een volle X-Ray op Lowlands. Het succes is niet heel verbazingwekkend: Meetsysteem is een halve viralhit in de trant van LO-FI LE-VI of Karel, klinkt als gelijke delen Spinvis en Merol, maar dan met band, en zonder beffen. De melancholieke jaren tachtig-synthsoundscapes maken hier en daar (dankzij de bongo’s) een uitstapje naar de exotische sound, die ook bands als YIN YIN en The Mauskovic Dance Band zo populair maakt. Cherim heeft dezelfde, diepzinnige literaire teksten van Spinvis, maar niet zijn charisma, waardoor de verstilde ambient in eerste instantie niet helemaal lekker uit de verf komt bij het stief doorlullende publiek in de X-Ray. Wanneer met Vraag Je Af het tempo wat omhoog gaat en er blazers op het podium komen, pakt het wel. Het nummer houdt het publiek een spiegel voor over hun eigen verantwoordelijkheid voor klimaatverandering, en met enige festivalshame aan onze kant concluderen we dan maar dat het predicaat ‘viralhit’ Meetsysteem veel te kort doet.

 

Over viralhits gesproken. Ken je de Facebookpagina ‘Shit Towns Of Australia’? Daarop wordt elk dorp en stad in het land verbaal met de grond gelijkgemaakt, met als gevolg gefrustreerde, vaak hilarische reacties van de inwoners van de shit town in kwestie, tot aan doodsbedreigingen aan het adres van des schrijvers aan toe. Favoriete bezigheid van die pagina is het afdoen van die reaguurders als ‘bogans’, het Australische woord voor sjonnie, tokkie. En de drie boys van The Chats zijn zo bogan als je het maar gaat krijgen. Dat matje van zanger en bassist Eamon Sandwith verzin je niet, hoor. De band verwierf vorig jaar cultstatus met pubrockkraker Smoko (Aussie slang voor ‘smoke break’), maar liet op London Calling al horen meer dan dat hitje te zijn.

Het is snoeihard immer-gerade-aus rammen, blijkt als de band naar goed punkgebruik er in het eerste kwartier zeven tracks doorheen jast en nog tijd over heeft voor puberale praatjes over rukken, soa’s, zwartrijden en een ode aan Victoria Bitter (‘The best beer in the world’, aldus Sandwith, iets waar de meningen nogal over verdeeld zijn). De X-Ray dampt al met de onmiskenbare geur van zweet van begintwintigers die woensdag voor de laatste keer een douche hebben gezien, maar het tempo gaat wel snel vervelen. Kiss-cover I Wanna Rock N Roll All Night is de meest melodieuze track in de set – en dan is voor het publiek de vijftig minuten die ze moeten wachten op het hitje, ineens veel gevraagd. Na elk nummer wordt de roep om ‘SMOKO!’ in het publiek luider. The Chats staat hier dankzij die track, maar het is zoals zo vaak bij dat soort gevallen, ook direct zijn grootste kwelling. Niet dat die bogans daar zelf erg mee zullen zitten, trouwens.

 

Terwijl Two Feet – ook al doorgebroken via Soundcloud – in de India staat, blijven we in de X-Ray hangen voor PUP. De band uit Toronto is een van de leukste punkbands die we afgelopen jaar voorbij zagen komen. Muzikaal is het allemaal niet grensverleggend, maar de muziek die rechtstreeks uit een highschoolfilm van begin jaren 2000 lijkt te komen – denk SUM41, Blink-182 – is een fijne trip down memory lane voor ieder die terugverlangt naar alles wat mooi was aan de onschuldige tienerzomers op de middelbare school. Frontman Stefan Babcock heeft er zichtbaar lol in en springt regelmatig het kolkende publiek in. Als hij voor afsluiter DVP zijn gitaar afdoet en even hardcore punkfrontman speelt wordt het zowaar even dreigend, maar verder is PUP fijn en ongevaarlijk. De tijden dat dit soort acts zo keihard doorbraken zoals Blink-182 dat deed, zijn wel definitief voorbij, maar als er een band is die dat in zich heeft, is het PUP wel. Het is een aangename break van de boze Brexit-bands aan deze kant van de Atlantische Oceaan.

 

Daarover gesproken: op papier een van de indie-highlights van de vrijdag is Fontaines D.C. Wel een boze band en eentje die keihard ging afgelopen jaar. Na het uitbrengen van het waanzinnige debuut Dogrel, waarop de band de tijdsgeest in de grauwe, harde wanhoop van Dublin perfect wist te vangen, speelde het vijftal zich via Eurosonic en Motel Mozaïque de eredivisie van de Nederlandse festivals in. De band uit Dublin heeft inmiddels een ontzettend robuuste sound ontwikkeld, die op Lowlands de India-tent makkelijk aankan. Maar toch voelen we, net als op Motel Mozaïque in april, de magie die we op plaat horen toch niet helemaal. Frontman Grian Chatten ijsbeert gejaagd over het podium, maar de rest van de band is nogal statisch en afstandelijk. In een klein zaaltje is dat cool, maar in de grote tent slaat het toch wat dood. Gelukkig heeft de band met Too Real, Big en Boys In The Better Land zo’n fucking waanzinnige songs op het repertoire, dat er uiteindelijk toch voorzichtig een feestje gevierd kan worden.

 

We spraken begin dit jaar nog rond het uitkomen van album The Weight met Weval. In dat gesprek verklapte het Amsterdamse producersduo dat er een show op Lowlands aankwam, net als dat ze dit najaar ADE gaan openen in het Concertgebouw. Eerst moest het nieuwe werk van The Weight nog even helemaal kapot geoefend worden. We zeiden ooit over Weval dat het haarfijne gevoel voor timing dat Harm Coolen en Merijn Scholte-Aalbers samen hebben, met een volledige band niet helemaal lekker uit de verf kwam. Hoe anders is het op Lowlands anno 2019: Weval is waan-zin-nig goed op dreef in de grote Heineken-tent. Het is staat als een huis: strak, robuust, met volume, maar ook met ruimte voor improvisaties.

Naast het nieuwe werk van The Weight hebben ook oude tracks als Rooftop Paradise en Gimme Some, die inmiddels bijna als klassiekers aandoen, live een nieuw jasje gekregen. Het is volumneuze electronische muziek die op maat lijkt gemaakt voor een groot festival, maar het wordt nergens platte publieksmennerij: Weval speelt net zo makkelijk moeilijk verteerbare stukken ambient, of zelfs klassiek. De band heeft duidelijk alle spanning en prestatiedrang van zich afgegooid en die vrijheid doet meer dan goed. Sterker nog: we zijn vrij sprakeloos, als we na het optreden via een fijn housesetje van Honey Dijon de eerste officiële Lowlandsnacht in dansen.


 

 

Ergens in de ver doorscrollbare line-up van Motel Mozaique kwamen we het zogenoemde Meetsysteem tegen. Voor ons een nieuwe naam, maar het bleek dan ook de eerste show van de band te zijn, die online pas eind maart van dit jaar ‘geboren’ werd. Geen slecht begin en wij kwamen er snel achter waarom.

Bij het aanklikken van de singles Teal en Daar, slaan de golven van Meetsysteem zachtjes door onze oren en stromen ze via onze hersenen door ons systeem. En zo heb je er ineens een nieuwe favoriete Nederlandse act bij met een mengelmoes van wollige jaren tachtig-basjes, kunststof-achtige synths, vervreemdende phasers en Nederlandse vocalen die fans van Eefje de Visser en Roosbeef zeker kunnen waarderen.

Achter het project zit de Amsterdamse Ricky Cherim die eerder in de techhouse rondhing en beats maakte voor rapper Ome Omar. Met Meetsysteem lijkt hij opnieuw een goede haven binnen te zijn gevaren met muziek die hij uitbrengt op het label Nous’Klaer. Absoluut een act om goed in de gaten te houden, luister hieronder zelf waarom.

De eerste 7-inch van de band is nu te koop en kun je hier vinden!