Het is een druilerige, donkere vrijdagavond. Buiten parkeert een busje vlak voor de achteringang van het Stroomhuis. De passagiers zijn de bandleden van Viagra Boys. Zanger Sebastian Murphy en bassist Benke Höckert beginnen de instrumenten een voor een naar binnen te dragen. Iedere uitademing is zichtbaar door de lichtgrijze wolkjes die het opwekt deze avond. De sneakers van de mannen plenzen in de plassen en door de tot pap geworden bladeren. Het is een van de eerste koude herfstavonden van 2018, maar Murphy en Höckert dragen een dun joggingpak. Murphy blijft nog even buiten staan, bovenaan de trap. Hij trilt, maar steekt met vaste hand een peuk op, waarna er een flinke hoestbui volgt. Vanavond moet hij optreden, maar zijn weerstand kon niet op tegen de kou in de bus. Het leven is shit, maar lachen is de beste optie.

Tekst Midas Maas
Foto’s Tineke Klamer

Die laatste zin is bepalend voor de band. Het bevechten van misère met humor. Het ademt ook door alle nummers van zijn verse plaat: Street Worms. En hoewel de nummers veelal met satire doorladen zijn, gaan ze vaak wel in op persoonlijke onderwerpen uit het leven van David Murphy. Een leven dat zo’n dertig jaar geleden begon in Los Angeles, als zoon van een Amerikaanse vader en een Zweedse moeder. Höckerts verhaal begon heel ergens anders, in de Zweedse stad Motala. Als je naar een nummer als Just Like You luistert, kom je er al snel achter dat Murphy geen eenvoudige jeugd had.

“Ik verwoestte mijn relaties, verwoestte andere dingen die mij dierbaar waren. Ik wil hier niet over verder praten. It’s pretty personal”

Aan het begin van Just Like You wordt er een droombeeld geschetst: je hebt een lieve vrouw, een mooi huis en een kleine hond. Je vervolgt dat beeld van de droom met de zin: ‘I saw life/Without upset family members’. Oftewel: nu heb je familieleden die van streek zijn?
Murphy: “Dat waren ze toen ik tiener was. Ik was een bad kid. Ik deed niet wat ze mij vertelden te doen. Ik nam drugs. Ik ging een tijdje naar school, maar halverwege de middelbare school stopte ik. Mijn ouders wilden graag dat ik naar school ging en ik wilde dat niet. Ik eindigde als tatoeëerder in Stockholm.”

Höckert: “Ik was ook geen makkelijk kind. Ik deed dingen die ik niet zou moeten doen. Ik spoot graffiti, sloopte dingen, stal auto’s, deed drugs, dronk te veel alcohol. Ik ging naar het gymnasium. Een aantal vakken heb ik laten zitten, maar het was genoeg voor een diploma. Ik ging later ook nog naar de universiteit om een economische studie te volgen, maar die heb ik nooit afgemaakt. Toen ben ik min of meer verschillende bandjes ingerold. Ik werk nu als een timmerman.”

In het nummer wordt ook het andere uiteinde van die eerdergenoemde droom geschetst. De nachtmerrie, zou je kunnen zeggen. Je zingt: ‘I’m so glad/I never wandered down the wrong path/And ended up some kind of addict/Or loser or some kind of, some kind of/Some kind of psychopath.’ Hoe ver zat je daar vanaf?
Murphy: “I’ve been there, yeah, sure. Mijn verslavingen? Dat is best persoonlijk en het doet er eigenlijk niet heel veel toe. Amfetamine, benzoïden; noem het maar op en ik heb het waarschijnlijk gebruikt. In the end werkt het gewoon niet. Je verliest alles wat je hebt. It sucks. Je krijgt niks voor elkaar en je kunt je dromen niet waarmaken als je afhankelijk bent van drugs. Ik raakte rock bottom, meerdere malen in mijn leven. Ik realiseerde mij dat ik mijn leven aan het verneuken was. Ik verwoestte mijn relaties, verwoestte andere dingen die mij dierbaar waren. Ik wil hier niet over verder praten. It’s pretty personal.”

“Kijk gewoon naar de wereld man, het is fucked up”

Hoe gaat het nu?
Murphy: “Nu gaat het wel goed. Nu probeer ik mijn leven weer terug op te bouwen. Ik focus mij nu op de band en ik wil andere mensen niet meer tot last zijn. Ik neem verantwoordelijkheid voor mijn eigen acties.”

Hoe ver ben je nu van het droombeeld?
Murphy: “Ver. Ik bezit eigenlijk niks van die drie dingen, maar wie weet wat de toekomst allemaal in petto heeft. Op dit moment speel ik muziek. Dát is mijn leven op het moment.”

Höckert: “Ik heb een eenkamerappartement. En ik heb ‘misschien een vriendin’, haha. Just a ‘maybe’.”

Wie is ‘you’ in dat nummer?
Murphy: “Iedereen waar ik ooit tegenop keek. De rolmodellen in mijn leven. Mensen om mij heen, de mensen die nu luisteren. Het zijn veel mensen. De maatschappij als geheel, I guess.”

En waarom is die samenleving zo fucked up zoals je regelmatig zegt?
Murphy: “Kijk gewoon naar de wereld man, het is fucked up. Het is best simpel, lees de krant maar eens. Trump is president, het klimaat gaat naar de klote, het verschil tussen arm en rijk blijft groeien, alles is fucked up.”

Over Trump gesproken: dit jaar deed een extreemrechtse partij het uitermate goed in jullie thuisland.
Höckert: “Ze wonnen gelukkig niet. In veel districten hebben ze wel gewonnen, maar de sociaaldemocraten hebben alsnog meer stemmen gekregen. Ze kregen negentien procent, de sociaaldemocraten kregen 28 procent, of iets in die richting.”

Wat vinden jullie daarvan?
Höckert: “Fucked up! Fuck that! Voor mij is het: fuck grenzen, fuck nationaliteiten, fuck ras en fuck religie. Het is een groep mensen die racistische klootzakken zijn, weet je wel. It’s fucked up, ik weet niet wat ik er nog meer over moet zeggen.”

Murphy: “Toevallig gaat Worms daar op in: ‘The same worms that eat me, will someday eat you too.’ We zijn gemaakt van hetzelfde vlees en bloed, we gaan allemaal dood en we liggen allemaal op een dag te rotten onder de grond. Die zin heb ik van een kerel die in een interview wat zei over Trump: ‘What the fuck is er mis met die kerel. Hij realiseert zich niet dat we allemaal worden opgevreten door dezelfde wormen.’ Op het moment dat ik het nummer schreef voelde ik mij nogal sterfelijk. Ik dacht dat ik op mijn weg naar de dood was door drugsmisbruik.”

“Ik dacht dat ik op mijn weg naar de dood was door drugsmisbruik.”

En de uitweg uit alle ellende is punk?
Höckert: “Yeah! Toen ik opgroeide, voelde ik mij niet thuis in de normale wereld. De punkscene is er een waarin ik kon ontsnappen.  Het is een outsider-cultuur, een plek waar ik mij één kan voelen met andere fucked up mensen. Het is boze muziek waar ik mij goed in kan vinden. Al onze nummers: It’s all about being an outsider.”

Murphy: “Daarnaast lachen we er graag om, zoals je ook wel kan merken in onze muziek. Ik ben niet een heel serieuze kerel. Ik druk mezelf uit door humor. Ik heb geen lange serieuze discussies over shit. Het is veel makkelijker om te lachen om je problemen. Dat is ook veel beter dan door het leven te gaan met de gedachte: ‘ugh, alles is klote.’ Die humor is onderdeel van een positieve houding. Het is een positieve negativiteit. Comedy is belangrijk in de levens van iedereen. We houden van lachen.”

Boze muziek dus. Angstige muziek ook wel. Jullie tour uit 2015 had de naam Endless Anxiety Tour. Maken negatieve emoties betere muziek?
Murphy (zingt): “‘Tonight we’re gonna party.’ That sucks, die radiomuziek klinkt allemaal hetzelfde. Dat is ons doel, haha, het volgende album gaat gewoon veertien nummers lang vrolijkheid zijn. Even zonder grappen, toen wij de band net begonnen zo’n vier jaar terug had ik iedere dag en nacht last van angst: Endless Anxiety. Ik nam iedere dag drugs, maakte slechte keuzes en ik voelde mij slecht.”

Nu we het over punk hebben, waar begon muziek voor jullie?
Höckert: “Twisted Sister met We’re Not Gonna Take It op een cassette. Vanuit daar dook ik de heavy metal in en via de metal in de punk. De eerste punkband die ik leerde kennen was Asta Kask, een Zweedse punkband. Misfits kwam er vlak na. Vandaag de dag luister ik naar een veel breder scala aan muziek, zoals Container en Amyl and the Sniffers.”

Murphy: “Die vind ik ook gaaf. Maar ook Sleaford Mods en hiphop als Run The Jewels. Toch luister ik voornamelijk naar oude muziek, de muziek waar ik mee opgroeide. Het was de muziek van mijn vader en mijn ooms. Namen als Joy Division, New Order, Hank Williams, The Smiths en Radiohead, heel divers. Mijn ooms hadden dan ook een goede muzieksmaak. Ze gaven mij platen van al die bands. It’s all their fault.

“Ik ben wel vaker dan drie keer opgepakt, hoor. Waarvoor? Het bezit van drugs en smokkelen”

Nog niet zo lang geleden waren er nauwelijks interviews met jullie te vinden online. Er waren wat geruchten te vinden over Murphy. Om ons gesprek af te sluiten wil ik feiten van fictie scheiden. Eén: toen je in de Verenigde Staten woonde, heb je in de cel gezeten.
Murphy: “Nee, ik heb nog nooit in de bak gezeten. Je mag het opschrijven hoor, I don’t care.”

Je bent drie keer opgepakt. Waarvoor?
Murphy: “Dat wel ja, haha. Wel meer dan drie keer, hoor. Waarvoor? Het bezit van drugs en smokkelen. Ik wil niet dat mijn moeder dit leest, haha.”

Benke: “In mijn jeugd reed ik op brommers en motors zonder toestemming, terwijl ik ook nog eens minderjarig was. Stuff like that. En graffiti. Voor het stelen van auto’s ben ik nooit gepakt. Vrienden werden gepakt. Ik bleef op vrije voeten.”

Je bent vervolgens het land uitgezet, ging het verhaal.
Murphy: “Daar koos ik gelukkig zelf voor. Ik vertrok zo’n elf jaar geleden naar Stockholm. Ik wilde wat anders doen en ik had veel familie daar.”

Je bent daar gaan zwerven over de straten.
Murphy: “Ook al niet waar.”

Je bent karikaturen gaan tekenen om rond te komen.
Murphy: “Nope. Dat zou ik misschien wel moeten doen. Ik ben daar wel gaan werken als tattoo-artiest.”

Het is dus een compleet onzinverhaal. Toch kreeg het aandacht van een aantal media, die het voor waar aannamen.
Benke: “Perfect. Zo zou je het willen hebben! Een vriend van ons schreef dat verhaal een tijd terug. Wij vonden het hilarisch.”



Dutch Design Week is misschien niet het eerste festival waarbij ‘gitaren’ behoren tot de eerste associaties. Ook geen moshpits, headbangen en vuisten die de lucht in gaan. En juist dat troffen we op de vrijdagavond van het festival aan in Eindhoven, tijdens het inmiddels losgebroken DDW Music Festival. 

Tekst Midas Maas
Foto’s Tineke Klamer

Want niet alleen wordt muziek steeds belangrijker tijdens deze Eindhovense week, ook is activisme dit jaar een groot thema. En punk, dat we deze avond veel te zien krijgen, is een muziekstijl die bijna synoniem is voor verzet, een reactie op de ontwikkelingen in de wereld.

Een zwaardgevecht tegen de bezetting
We beginnen deze avond bij de TAC, Temporary Arts Centre, en zoals de naam doet vermoeden, draait het hier om kunst. We kwamen hier een maand geleden ook al toen we langs alle bijzondere locaties van DDW-Music werden geleid. Toen werd ons verteld dat hier zo’n tachtig kunstenaars hun atelier hebben zitten. Je vindt hier vernieuwende kunst op alle vlakken en vanavond ook op muzikaal vlak.

“Alsmaar rechtdoor, door het restaurant en daarna naar rechts”, vertelt de uitsmijter als we het gebouw binnenlopen. We komen terecht in de zaal waar Mourn de avond opent. Een wissel, want eigenlijk zou The Tubs de avond beginnen. Openen doet dit kwartet in ieder geval overtuigend: de vier staan rond de drumkit en wijzen ieder met drumstok in de hand naar het midden. Gezamenlijk beginnen ze te spelen op de drumkit. Het gevecht is begonnen.

 

De metafoor van het zwaardgevecht past ook erg goed bij de muziek van de twintigers. Het viertal komt uit Catalonië en de onafhankelijkheidsstrijd die in hun thuisland gaande is, weerspiegelt in de muziek. Nummers als Fun At The Geysers, President Bullshit of Devorce. Eén zin uit de laatstgenoemde en je snapt meteen wat de band wil zeggen: ‘At nineteen years old/We’re signing our divorce’. Duidelijke taal die met datzelfde vuur wordt gebracht: zangeressen Carla en Jazz hebben een bijna puberale woede in zich. Het doet denken aan bands als Sleater-Kinney, Le Tigre of Bikini Kill. Bands die in de jaren negentig de ‘riot grrrl-beweging’ begonnen, een beweging van underground feministische punkbands. Alleen gebeurt dit nu. Eigenlijk zou je dan ook hopen dat er in de zaal de vuisten in de lucht gaan en de geest van de muziek compleet op het publiek overslaat. Dat lijkt niet helemaal het geval te zijn. Het publiek feest liever. Maar ach, een revolutie mag ook gevierd worden.

 

Alle hoeken van de kamer
Inmiddels lopen wij richting het Stroomhuis, om op tijd te zijn voor Jagd. De zaal is knus, zeer knus. Het publiek staat tegen de muren van het gebouw aangedrukt en de capaciteit toont dan ook gauw zijn limiet: net zoals we vorig jaar merkten krijgt niet iedereen een kans om binnen te staan. Regisseur Wouter Sessink vertelde The Daily Indie bij de première van Jagd zijn single Civic nog hoe zangeres Nanne van de Linden ongewild het unique selling point van de band is, omdat ze vrouw is. De focus zou volgens hem moeten liggen op de muziek. Die gedachte blijkt in de praktijk toch niet heel makkelijk toepasbaar te zijn, simpelweg omdat Van de Linden het meest opvalt. Niet omdat ze vrouw is, maar omdat ze de meeste energie van de band lijkt te hebben. Dat begint al met de start van het concert, waar ze furieus het intro van de laatstgenoemde single begint te spelen. Waar veel bandleiders ervoor kiezen om over het publiek heen te kijken, staart zij iedereen recht aan met een bijna beangstigende blik. En dat gezegd hebbende is de muziek van het indierockviertal uit Amsterdam erg goed, maar wordt niet zo in je gezicht geworpen als de performance van de frontvrouw. Hoe de gitaar de klanken van de synthesizer lijkt op te pikken en daarmee gewoon verder lijkt te gaan en hoe strak de drums klinken, is (gelukkig) iets dat ook opvalt.

 

Slapstick
Halverwege de set móeten we wel weg om The Tubs nog te kunnen zien in TAC. Zanger Simon opent met de zin: “We zijn in Nederland”, en doet dat met een nep-Amsterdams accent. De band komt namelijk uit Vlaanderen. Het doet een beetje flauw aan. Als een Nederlandse band die in Vlaanderen zou openen met ’s werelds slechtste Kabouter Plop-imitatie. In zijn zang doet Simon dan eerder een Amerikaan na en doet dat ook niet al te fijntjes. De muziek klinkt wel aardig: een opvallend mengsel van surfrock, garagerock en een kleine dosis americana (dat laatste komt vooral door de pedal-steel). Echter vragen wij ons lichtelijk af hoe deze band vooruitstrevend is met al zijn flauwigheid.

 

Leren voor het slapengaan
Hetgeen dat je voor het slapengaan doet, onthoud je het best en daar hebben we deze avond profijt van. Viagra Boys sluit deze avond namelijk af in het Stroomhuis. Dat doet de band wel met slechts twee originele leden. Behalve bassist Benke Höckert en zanger Sebastian Murphy, had iedereen bepaalde ‘omstandigheden’ waardoor touren niet mogelijk was. Een halfuur voor het concert begint, staat de zaal al stampvol. De bandleden van Jagd en Viagra Boys schuiven langs elkaar heen met hun apparatuur. Ondertussen lijkt het enthousiasme behoorlijk groot te zijn. Mensen staan te headbangen op de afspeellijst van punksongs die door de speakers knallen. Als alles staat, komt zanger Sebastian Murphy rustig met zijn pilsje in de hand door de propvolle zaal heen en zegt met zijn hese stem iets onverstaanbaars door de microfoon heen.

Na zijn zegje slaat passiviteit om in activiteit. Het gaat van nul naar standje eleven in precies drie seconden. Voor iemand er erg in heeft ligt Murphy bijna kermend op de grond en krijst het uit. Murphy vindt dat het echter wel een tandje harder kan. Hij trekt zijn shirt uit, waaronder een vol getatoeëerd lijf vandaan komt en het publiek juicht alsof ze een wonder gezien hebben. Dat is niet genoeg voor de frontman: “This is fucking ridiculous! Move, you punks.” Hij besluit de mensenmassa dan maar fysiek op te roeren en stapt de moshpit in. “These guys are out of control.” Hij lijkt tevreden te zijn.

 

De nummers van Viagra Boys bevatten een zwartgallige humor en die lijkt te komen uit de autobiografische onderwerpen van de teksten. Denk aan Just Like You: ‘I’m so glad I never wandered down the wrong path/And ended up some kind of addict/Or looser or some kind of some kind of/Some kind of psychopath.’ Juist, nummers over de blijdschap om niet meer verslaafd te zijn en geen onderdeel te zijn van de ‘fucked up society’. Vanavond creëert Viagra Boys een eigen society waar de buitenstaander gevierd wordt. En dat is een reactie op de huidige samenleving en sluit aan bij het aanwezige activisme tijdens de best bezochte editie van de Dutch Design Week ooit.

DDW Music Festival
20 tot en met 28 oktober

Tussen al de designers die zich bezighouden met het vormgeven van zaken als games, interieurs, kunst en mode op de Dutch Design Week, is er ook een steeds groter wordende groep muzikanten te vinden op het festival. Zo groot zelfs dat het een eigen naam heeft gekregen: DDW Music Festival. Om je te helpen kiezen welke van die muzikanten jij gaat zien tussen 20 en 28 oktober, hebben wij vijf packages geselecteerd die volgens ons écht niet te missen zijn. 

Tekst Ricardo Jupijn & Midas Maas

Naast al deze avonden spelen dit onder meer Khruangbin, Whispering Sons, Flying Horseman, Black Acid, Palace Winter, Garrett T. Capps, Van Common, SONS, Alligator, Christof van der Ven, A Giant Dog, Hater, Mourn, The Tubs, Gengart, Sam Evian, Ploegendienst, Mark Lada’s Golden Arches en er is een avond met Bearcubs en Tin Fingers, waar het The Daily Indie DJ Team bij aanwezig is! Afijn, jezelf onderdompelen in alle namen kun je hier nog even op je gemak doen.

Tussen die data spelen er ruim negentig acts op locaties als Altstadt, Dynamo, Effenaar, maar ook in kunstcentrum TAC of café ’t Rozenknopje. Over die ‘als paaseieren verstopte pareltjes van locaties’ schreven we onlangs al een uitgebreid artikel. En op al die mooie locaties kun je ook nog eens de onderstaande namen gaan checken.


 

Borokov Borokov + Stippenlift + Karel
Dinsdag 23 oktober in Dynamo

‘Alle gekheid op een stokje op een Eindhovense dinsdagavond’, moesten ze gedacht hebben bij DDW Music Festival. De programmeurs hebben die avond de Dynamo uitgekozen om op zijn kop te gaan zetten. Niet alleen Borokov Borokov wordt Eindhoven binnengehaald, Stippenlift én Karel gaan dit feestje bijzonder smeuïg afromen.

Die eerste act zagen we dit jaar al vaker voorbijkomen, onder meer Grasnapolsky en Valkhof Festival moesten gingen voor de bijl van deze absurdistische synthesizer-goeroes. Met ‘Nedertronische dans- en levensliederen’ heeft BB er dan ook geen enkele moeite mee om in Eindhoven met muzikale acid de Dynamo te veranderen in een waanzinnige geel-rood-blauw-groene kermis. Check hier alvast het album Eerlijk Delen, geen mogelijkheid dat je niet als een blok valt voor de knoppendraaiers.

 

Iemand bij DDW Music Festival heeft alle puzzelstukjes op zijn plek weten te krijgende 23ste, want onze grote (en tegenwoordig heerlijk geblondeerde) held is die avond van de partij: Stippenlift. Leer ons deze depri-waver kennen, want wij waren er vanaf het eerste moment bij om de videoclips van project-verwekker Hugo van de Poel het levenslicht te laten zien. Beste quote uit die artikelen: ‘Het is nieuw, het is lekker en het is een constante herinnering aan al je onbeantwoorde vragen in het leven. Stippenlift is terug met een hit waar je binnen een kleine vier minuten opnieuw in een innerlijke crisis beland.’ In de tussentijd heeft Hugo met zijn project nog veel meer gedaan, zo bracht hij in juli nog het album Gender, Je Rivier uit en nam hij Chaos In Het Universum uit in samenwerking met Faberyayo. Gelukkig is het ook weer bijna Kerst, kunnen we zijn emo-hit Huilen nog eens een goede spin geven.

 

De klap op de vuurpijl dan: niemand minder dan de man met de vorstelijke naam en de royale hits. iPhone-keizer Karel, Karel de Grote, Popronde-slayer Karel, Stuiterbal Karel, Klimkoning Karel,. Mocht je hem nog nergens gezien hebben, dan weet je niet alleen wat je mist, maar is het nu ook gewoon klaar. Dinsdag 23 oktober zet je maar in je agenda, dan ga je Karel checken en ondersteboven in de Dynamo op de bar staan. Om je nog wat muzikale referenties van deze nieuwe indiekid on the block te geven: liefhebbers die van Ariel Pink- en John Maus-aangelegenheden houden verliezen hun shit al snel tijdens de show van deze hyperactieve beatmaestro. (RJ)


 

Ancient Shapes + Fontaines D.C.
Woensdag 24 oktober in Stroomhuis

Dat lees je straks nog wel, maar hoe het ontstaan van DDW Music-act Viagra Boys eigenlijk vrij standaard is: biertje + vrienden = punkband. Ancient Shapes ontstond op een net wat ongebruikelijkere manier. Daniel Romano tunnelde een onbestuurbare drang in zeventien minuten van vuige punk en voilà: Ancient Shapes was geboren. Lekker vlot, zoals dat wel vaker gaat bij Romano. Want wie Romano langer volgt, weet dat hij graag van het ene naar het andere project huppelt. “Zo snel mogelijk”, zegt hij zelf om er geen emotionele band mee op te bouwen en het als een kritische luisteraar te kunnen beoordelen. Het soloproject van de Canadees is misschien wel het bekendste: Romano die met een cowboyhoed op en een (akoestische) gitaar lekkere americana speelt . Daarnaast is Ancient Shapes niet zijn eerste band: hij heeft tot 2010 punkband Attack in Black aangevoerd. Bovendien heeft hij een platenlabel met de (toepasselijke) naam You’ve Changed Records.

Inmiddels bestaat Ancient Shapes twee jaar, maar, zoals je met Romano als frontman mag verwachten, is hij druk geweest. Naast de eerste EP (de zeventien fameuze minuten) die als extraatje bij Romano’s laatste soloplaat zat, heeft de band al twee elpees uitgebracht. Volgens de zanger kon hij het gewoon niet helpen om weer met een punkproject te komen, zo vertelde hij deze week nog aan een NRC-verslaggever voor zijn concert in Vera: “Ik ben nou eenmaal een punkrocker, in alles wat ik doe. Zelfs mijn countryplaten zijn punk in hun naakte essentie. Mijn opnames maak ik grotendeels in mijn eentje, thuis op een viersporenrecorder. Ik ben zo productief dat ik mezelf altijd drie stappen vooruit ben. Nu kom ik naar Nederland om de nieuwe van Ancient Shapes te promoten. Maar in mijn hoofd zit ik alweer bij het volgende Daniel Romano-album Finally Free dat in november verschijnt.” Dat zegt alles over ‘m. ‘Onvergetelijk’, was dan ook de de conclusie van de verslaggever.

Romano geeft zijn muziek nog de deftige titel ‘poetry punk‘, de band Fontaines D.C. heeft misschien wel een vergelijkbare aanpak: hij pakt waarnemingen vanuit ‘het oogpunt van de gewone mens’ en ‘misschien een stress die komt vanuit je omgeving en de overlading van media en social media’, aldus gitarist Carlos O’Conell aan DIY Mag en verwerkt het in poëzie. Die omgeving is overigens het Ierse Dublin. Met veel geluk (aldus de band) is het Fontaines D.C. gelukt om buiten Ierland te raken. De band tourde samen met wel een van de tofste punkbands van het moment: Shame. De gelijkenissen zijn dan ook onomstotelijk: punk, jong, maatschappijkritisch en zeer brutaal. Dit jaar maakt Fontaines D.C. wederom de oversteek naar Europa en mag DDW Music Festival uiteraard niet overslaan. Een package om niet te missen, dus.


 

Nausica + Ohslo
Donderdag 25 oktober in De Oude Rechtbank

Nog een mooie avond vol muzikaal talent is die met Nausica en Ohslo op donderdag 25 oktober in De Oude Rechtbank van Eindhoven. Beginnend met de groep die zichzelf heeft vernoemd naar zijn favoriete film en wij vorig jaar nog spraken toen de Duits/Nederlandse band meedeed aan Popronde. Daar wisten de bandleden ons te vertellen dat ze inspiratie halen uit ‘koffie, falafel, Future Islands’ en ons eveneens meedeelde hoe zij de band vonden klinken: “Licht, vrolijk, dansbaar en sexy! Met veel gave vocalen, sixties-drums en tape-delays.” Na de heerlijke debuut-EP Yours verscheen eerder dit jaar nog de single Black & White, die ongetwijfeld opbouwt naar die debuutplaat waar de band het vorig jaar al over had en ‘die snel zou verschijnen’. Als je meer werk wilt horen (dat wil je), bel dan even je beste vriend of vriendin op en ga 25 oktober lekker naar Eindhoven. Zo simpel is het soms!

 

Altijd als we Ohslo ergens op een affiche zien staan, weten we dat het goed zit met de betreffende venue of festival. Deze transcendente ambient-duo is een van onze favoriete acts, zo schreef ondergetekende eerder over de band toen ze hun hypnotiserende krachten loslieten: “Ik weet niet wat het is met ohslo, maar ik schiet een compleet andere dimensie binnen als ik naar de muziek van het duo luister. Het is helend, reinigend en bijzonder goed voor je ademhaling. Laat je daarom op de kleurrijke vleugels van het duo zijn knisperende en hallucinerende wereld binnenvliegen.” (RJ)


 

Viagra Boys + Jagd
Vrijdag 26 oktober in Stroomhuis

De geboorte van Viagra Boys begint zoals zoveel ideeën ontstaan: frontman Sebastian Murphy trof in zijn geboorteplaats Stockholm twee vrienden: Benjamin Vallé en Henrik Höckert, dronk daar een biertje mee in een donker café en *pats boem*: een overdonderende punkband was geboren. De ‘ietwat flauwe’ naam is er een met meer diepte dan je mogelijk zou denken: een heuse kritiek op hypermasculiniteit. Sebastian Murphy heeft absoluut geen middelen nodig. Naast zijn werk als tattoo-artiest overdag, maakt hij ook het kekke artwork voor de albums (zijn designs check je hier), is hij op het podium een beest. Het is bijna intimiderend hoe hij met zijn rauwe stem, zijn joggingbroek, vol getatoeëerde bovenlijf en zijn gouden ketting over het podium raast. De brutale punkers gebruiken punk zoals het vroeger werd gebruikt: met een middelvinger richting de politiek, zoals ze wel lieten horen op net uitgebrachte en allereerste album Street Worms.

 

Deze boys zie je samen met de boys en girl van Jagd. Hoe die te werk gaan, is terug te lezen in het stuk dat we schreven toen we een dagje met de band meetourde. En alsof het toeval is, schrijft ook dit Amsterdamse kwartet over de door masculiniteit gedomineerde samenleving, zoals ze ons vertelden over het nummer Civic. De bandleden beklaagden zich er toen al over hoe het feit dat ze een frontvrouw hebben ongewild de bands unique selling point werd. Waar de aandacht naar zou moeten uitgaan, zijn de strakke riffs en verrassende songstructuren schreven we in deze première al. Het is misschien ‘indierock’ volgens de Facebook-pagina van de band, toch klinken deze goedgebekte Amsterdammers bijzonder vlotjes en met tijden zelfs best wel punk.


 

Honey Harper & Wildwood Kin
Vrijdag 26 oktober in ‘t Rozenknopje

De terugkeer van Honey Harper in Nederland: eindelijk! Ja, wij zijn namelijk wel fan van een potje country en zeker als het zo goed wordt gebracht als door Honey. Zo schreven wij al eerder over de Amerikaanse snarentrekker: ‘Honey Harper wakkert de countryliefde aan, waarvan je niet wist dat het in je zat.’ En zo is het maar net, let maar op. Deze held speelt vrijdag 26 oktober in ’t Rozenknopje, het knusse café waar wij langs zijn geweest tijdens ons Rondje Eindhoven. Tot nu heeft William Fussell – zijn echte naam – alleen nog een EP uitgebracht, maar wel via het ultrahippe Arbutus Records waar ook bands als TOPS en Blue Hawaii muziek uitbrengen. Hij zal vast nog meer liedjes in zijn bagage meenemen naar Europa. Ga dus met al je hoop en verdriet op de vrijdagavond naar Eindhoven, want daar zal Honey zachtjes je hart strelen met zijn licht snikkende stem en een mijmerende steelguitar.

 

In dezelfde lijn, maar toch wel even iets anders, is Wildwood Kin op het affiche gezet. Als invloeden noemt de band Fleetwood Mac, Simon & Garfunkel en in hedendaagse muziek kun je de band tussen Fleet Foxes en The Civil Wars scharen. Met percussie die klinkt als bliksem in de verte van een adembenemend Amerikaans landschap zonder horizonvervuiling en warme akoestische gitaren waar de twee zussen en hun nicht kabbelend overheen en onderdoor zingen.


 

WEBSITE DDW MUSIC | FACEBOOK-EVENT | TICKETS