Na twee dagen waar we al lekker tot het gaatje gingen, is de derde dag van Motel Mozaïque aangebroken. Of nou ja, derde dag, het festival lijkt tegenwoordig één lang en aangeschakeld moment te zijn, met een uitgestrekte nachtprogrammering en een programma dat van start gaat als je net weer op je benen kunt staan. De belachelijk goedgevulde zaterdag vroeg dat ook het uiterste van ons team, maar we trokken nog één keer door Rotterdam en beleefden erop los.

Tekst Robin van Essel, Ricardo Jupijn & Leni Sonck
Foto’s Jan Rijk & Leni Sonck
Verslag van de donderdag is hier terug te lezen, van de vrijdag hier.

MOMO lijkt dit jaar nog meer op een soort pretpark voor cultuurliefhebbers, waarbij je continu van de ene in de andere belevenis valt. Dat begint al op het Schouwburgplein waar hordes mensen op het zachte kunstgras genieten van lokale bands, een temperatuur die niet beter had gekund en een optreden van de overal aanwezige Gil The Grid. De terugkeer naar het plein voor de Schouwburg is absoluut een van de beste stappen die MOMO dit jaar heeft gezet. Het terrein is ruimer, voelt vrijer en de inkapseling door de unieke Rotterdamse architectuur als decor maakt het een heerlijke ontmoetingsplek.

Foto: Leni Sonck

Tegen een uur of vijf wandelen we door de deuren van de Schouwburg om Kokoroko te aanschouwen. Helaas haalt niet iedereen het, voor de ingang van de zaal is iemand onwel geworden en daarmee gestrand op de finishlijn. Een gemis, want de band bouwt het komende uur een dikke fissa die onze vermoeide festival-lichamen schoonspoelt en klaarmaakt voor nieuwe avonturen. Het Londense jazzcollectief slaat zijn vleugels steeds verder uit en bereikt sinds de jazzscene-verzamelplaat We Out Here van Shabaka Hutchings een groter wordend publiek.

Wij snappen die Hutchings wel, de achtkoppige band staat met grote glimlachen van oor tot oor te swingen in de Schouwburg en de epische crossover-jazz schalt door het theater. Bij tijden is de muziek van de meeslepend en zit je erin vastgezogen, maar met momenten kan het nogal overdadig en bombastisch worden. Als er zo heel af en toe gas terug wordt genomen, komt er een balans in de show die het nodig heeft. Dan zweven de muzikanten op het podium en krijgen ze de zaal in beweging met hun aanstekelijke dansen. Want wat de groep ook doet, de goede sferen van Kokoroko hebben we tot in onze tenen gevoeld en dat was een bijzonder fijne kennismaking. (RJ)

In juni sluit BAR voorgoed de deuren en het zou best kunnen dat we met de zaterdag van Motel Mozaïque de laatste bandjesavond in de club gehad hebben. Die avond werd ingezet door TESSEL, de garage-surfband waarvan we een tijdje terug de eerste single in première lieten gaan. Met Beach House trapt de band de avond af, waarmee het er na gister opnieuw eentje voor de boeken zou gaan worden. (LS) Ondertussen hobbelt 1/3 van het team richting WORM om zich onder te dompelen in de elektro-jazz van Bendik Giske, de eigenzinnige queer-saxofonist die kwetsbaarheid, lichamelijkheid en uithoudingsvermogen als thema’s in zijn indrukwekkende muziek verwerkt. Eerder dit jaar verscheen zijn album Surrender, waar hij vanavond doorheen zweeft tijdens MOMO. Tijdens een wandeling naar de bar hoor ik iemand in het publiek zeggen: ‘dit doet mij wel denken aan…’, terwijl de verlossende woorden vervliegen in de golfbad-geluidsgolven van Giske. Jammer, want daar was ik nou wel nieuwsgierig naar.

Tessel / Foto: Leni Sonck

Onder het mom ‘laat je verrassen’, zien we in WORM een buitenaardse en avantgardistische set. Een verzameling geluiden die onze oren in deze vorm nog nooit hebben bereikt. Giske zijn muziek klinkt als een stoomtrein die in de verte blaast en piept, terwijl hij schittert in een glanzend zwart pak dat uit de toekomst lijkt te komen. Zijn saxofoon hangt vol draadjes en microfoontjes die zijn aangesloten op de meest uiteenlopende triggers met geluidseffecten. Bakken van geluid die uitmonden in drones vol getik van de kleppen en scheurende noten. (RJ)

Geen band die dit jaar al zoveel tongen losmaakte als Black Midi. Het piepjonge viertal uit Londen werd vorig jaar (nadat Shame de band tipte op zijn social media) al lekker Engels gebombardeerd tot beste nieuwe band ooit en op showcasefestivals wereldwijd waren de zalen bij lange na niet groot genoeg voor de toegestroomde nieuwsgierigen. En dat allemaal op basis van één vaag YouTube-clipje van een jamsessie. Ziehier: het recept voor een flinke hype. Elke Europese programmeur buitelde over elkaar om de band vast te leggen voor de festivals deze zomer (onder andere op Lowlands). Maar omdat wij niet zo zijn van dom achter hypes aanlopen en er (afgezien van inmiddels twee studio-opnames op Spotify en een KEXP-sessie) simpelweg nog nauwelijks muziek van Black Midi te horen is, was MOMO een uitgelezen kans om met ons eigen ogen en oren te gaan zien en horen what all the fuzz is about

Black Midi / Foto: Jan Rijk

Nu geeft de bandnaam Black Midi al enigszins weg wat te verwachten: een midi is een audiobestand dat veel wordt gebruikt door producers en dat zelf geen audio bevat maar een (electronisch) instrument vertelt welke noot op welk moment te spelen. Het genre ‘black midi’ komt van Japanse ‘bullet hell’-games waarbij de hoeveelheid noten en geluidseffecten zo complex is, dat de visuele weergave ervan een geheel zwarte notenbalk is. In de Arminiuskerk wordt die referentie inderdaad bevestigd, want we weten bijna niet hoe we moeten beginnen met dit omschrijven. ‘Onnavolgbaar’ is niet toereikend, Black Midi speelt in één song makkelijk van een jazz-intro langs mathcore naar een funky bruggetje. Deze bizarre clusterfuck van stijlen werkt alleen dankzij de ritmesectie van bassist Cameron Picton (met Sparta-shirt, zijn opa schijnt fan te zijn) en zijn drumkit geselende drummer Morgan Simpson, die met mathematische precisie een basis leggen die op het eerste gehoor zo verwarrend is dat je er even in moet komen, voordat je hoort dat de timing juist wel klopt. Daaroverheen liggen repetitieve stukken waarin steeds een paar nootjes veranderen en die elke seconde kunnen ontaarden in een noise-explosie, waarbij zanger Geordie Greep van knauwende country-achtige praatzang ontaardt in maniakaal gekrijs. Zo ongeveer.

Daarbij heeft de band een soort cartooneske act ontwikkeld die voor nog meer verwarring zorgt. De band komt op met Since You’ve Been Gone van Kelly Clarkson en als de over het podium stuiterende gitarist Matt Kelvin (gekleed in een poncho, mondkapje, zonnebril en cowboyhoed) zijn versterker opblaast en nijdig zijn gitaar neergooit, hebben we aanvankelijk geen idee of dit nu bij de act hoort of dat er daadwerkelijk iets misgaat. Het zorgt ervoor dat we een uur lang met ons bek open staan kijken en ons afvragen of we dit nu heel goed, of vooral fascinerend vinden. We besluiten het eerste: Black Midi slaagt er namelijk wel in om de verwarring die de intens complexe muziek creëert, daadwerkelijk goede liedjes te verstoppen. Bovendien straalt het viertal uit dat ze ronduit goed door hebben wat ze aan het doen zijn. Wij zijn om: Black Midi is een meer dan terechte hype. (RvE)

Maar wil je alles gezien hebben op MOMO, dan moet je jezelf minstens een paar keer klonen. Dat is ongeveer wat we deden om Prairie WWWW in de Schouwburg te zien. In de aanloop naar Motel Mozaïque spraken we artistiek directeur Harry Hamelink nog over de Taiwanese band en in de Schouwburg kunnen we het zelf ervaren. En ja, het is betoverend. Verstaan doen we het niet, maar de muziek spreekt voor zich, die wordt ondersteund door visuals die uit een andere wereld lijken te komen. Er worden instrumenten gebruikt waarvan je nooit gedacht had ze op het podium van de Schouwburg te zien en het draagt allemaal bij tot de psychedelische sound van Prairie WWWW. De avond is nog maar goed begonnen of we hebben mogelijk al dé ontdekking van MOMO 2019 gevonden. (LS)

Prairie WWWW / Foto: Leni Sonck

Club Vibes wordt tijdens MOMO afgesloten door de Zuid-Koreaanse band Say Sue Me. Mocht je bij het woord Zuid-Koreaans meteen denken aan K-pop, dan moeten we je teleurstellen: de indiepop van Say Sue Me valt op geen enkele mogelijke manier onder deze noemer te plaatsen. Het viertal speelt prettig doorkabbelende, aan Beach House schatplichtige feelgoodmuziek. Heel spannend is het allemaal niet, maar de band geniet duidelijk van de overvolle Club Vibes. Dat er ook nog neonletters met good vibes aan de muur hangen, lijkt de sfeer alleen maar te onderschrijven. (LS)

Say Sue Me / Foto: Leni Sonck

‘Feelgood’ is om de hoek niet aan de orde, in een overvol en snikheet Rotown bij Fontaines D.C., ook al zo’n veelbesproken hype. In ons interview vertelde het vijftal onlangs dat ze de rauwheid van hun stad Dublin op de plaat Dogrel hebben proberen vast te leggen, en dat is wel spot on, horen en zien we bij de show op MOMO. Zanger Grian Chatten ijsbeert gejaagd over het podium, terwijl de band het publiek de trommelvliezen eruit probeert te blazen. Dat gaat eigenlijk te ver: de bas staat zo hard afgesteld dat ‘ie regelmatig overstuurt en de mix compleet zoek is. De geluidsproblemen zorgen ervoor dat de band lange breaks tussen de songs moet nemen, waardoor de energie en het tempo elke keer in een dipje raken. Fontaines D.C. is een goudeerlijke en keihard werkende band met een ontzettend goede plaat, maar het optreden in Rotown voldoet niet helemaal aan de verwachtingen. (RvE)

Fontaines D.C. / Foto: Jan Rijk

De hele wereld leek zijn adem een tijdje geleden in te houden met de eerste beelden van een zwart gat, terwijl wij in de Schouwburg ontdekken hoe die dan precies van binnen klinkt, als je erin opgezogen wordt. Over wie we het dan hebben? Noah Lennox AKA Panda Bear natuurlijk. Dit jaar kwam zijn nieuwe album Buoys uit, waarop hij ons meeneemt tijdens een van zijn ruimteavonturen waarop hij nieuwe werelden ontdekt. Thuis luister je dat lekker op je speakertjes, maar in de Schouwburg krijg je het effetjes tien keer zo hard binnen en is het een ‘andere ervaring’, om het licht uit te drukken. Vanuit zijn cockpit stuurt Lennox zijn surrealistische composities de zaal in, zingt hij zijn gekke en vervormde vocal-trappetjes en weet hij een bepaalde basfrequentie uit zijn instrument te toveren waarmee je bang bent dat je ziel uit je lichaam trilt.

De show van Panda Bear is een soort continue loophole waarin je maar rondjes blijft draaien en je lichaam en ziel in en uit de muziek vallen. Het is daarnaast uitkijken dat je niet zomaar je verstand verliest tijdens de show, het woord intens dekt nog niet de halve lading van dit kleurrijke en geestverruimende spektakel. (RJ)

Panda Bear / Foto: Jan Rijk

Voor het nachtprogramma in WORM ingezet wordt, wordt de temperatuur alvast naar exotische hoogten gedreven met Sylvie Kreusch (bekend van onder meer Warhaus) gehuld in een soort goudkleurige kamerjas. Denk: dansbare ritmes met Afrikaanse invloeden. En of er gedanst werd. Flesjes water op het podium worden al snel omgegooid, daar gaat de setlist. Alles moest en zou plaats ruimen voor een zo groot mogelijke dansvloer voor Kreusch. Wanneer meest recente single Please To Devon ingezet wordt, barst het feest helemaal los. Uit het publiek worden een paar achtergronddanseressen gehaald die vervolgens meedansen alsof ze bezeten zijn. En dat is ook een beetje hoe de muziek van Kreusch voelt: alsof je onder invloed bent en beweegt op de ritmes van een of andere Afrikaanse stam. (LS)

Sylvie Kreusch / Foto: Leni Sonck

Zo dansen we de nacht in, richting de laatste uren van Motel Mozaïque. Althans, dansen? In Rotown vragen we ons af: is het een vogel? Is het een vliegtuig? Is het Courtney Barnett on crack? Nope, het is Amyl & the Sniffers die zich aan de schone taak heeft gewijd het laatste beetje energie uit het publiek te beuken. En hoe: het optreden is één grote moshpit. Muzikaal is de seventies-punk met hardrocksolo’s niet bijzonder spannend, maar wel doeltreffend: het biedt zangeres/publieksmenner Amy Taylor de ideale basis om het publiek te bespugen met dan wel haar seksistische teksten, dan wel een bek vol bier.

Mocht je daarna nog echt energie over hebben gehad, kon je nog naar een van de vijf (!) nachtprogramma’s die MOMO dit jaar op zaterdag telt. Wij kiezen voor het non-descripte Club K op een ‘secret location’, dat Rotterdams onbekendste zaal PinkPank blijkt te zijn, een voormalige vesting van de Vrijmetselarij. Gelijke hoeveelheden drugs, snoeiharde Electronic Body Music en dragqueen-dansers genereren een duistere, Berlijnse vibe in de kleine ruimte, genoeg om de meest hardcore-bezoeker van MOMO dit jaar voor op zijn minst de rest van het Paasweekend knockout te slaan. En na te genieten natuurlijk, van een weekend dat er zoals elk jaar in slaagde om zelfs de meest doorgewinterde bezoeker te verbluffen, verrassen, fascineren, vermaken en volledig af te peigeren. (RvE)

Motel Mozaique
Rotterdam – 18 t/m 20 april

Bovenaan de trap doet een vriendelijke vertegenwoordiger van platenmaatschappij Domino open. Links, in een soort serre, zit Noah Lennox. Panda Bear. Hij kijkt wat slaperig, is in gesprek. De eerste blik blijft een vreemde. Een nostalgische illusie sneuvelt en maakt plaats voor de echte Noah Lennox. Een veertigjarige man met sportschoenen. Tafel met fruitmandje. Thee en mandarijnen. In april speelt hij tijdens Motel Mozaique, op acht februari verschijnt de nieuwe plaat Buoys en daarom zit Noah daar. Een serre in Parijs, Rue de Montmartre. Het regent.

Tekst Roelof Schipper

Thalys, 28 november 2018. Om kwart voor tien passeert Mechelen, om tien uur de grauwe voorstad van Brussel. Brussel-Noord. Een oude ijzeren brug, natgeregende stations, modderbermen en herfstgrauw van het Vlaamse platteland. Later op de middag beklim ik de Rue Montmartre: misselijk van bananencake, heet en klam, de zon schijnt vies na een volle dag motregen.

Ik stap de serre in, een kleine ruimte met een glazen dak. Het is weer gaan miezeren. Een houten tafel met twee stoelen. Een fruitmandje met mandarijnen. Thee voor Noah Lennox. Hij heeft de jas over de stoel hangen, alsof hij net is komen zitten. Noah staat op, geeft een hand. Niet hard, niet slap. Zijn ogen zijn smal, de stem wat nasaal en het haar zwart.

Noah: “Nice to meet you. Hebben we elkaar eerder ontmoet?” Roelof, van The Daily Indie: “Nice to meet you too. Nee, we hebben elkaar nog niet eerder gesproken.”

Pen en papier, beetje ouderwets. Het zal een wat langzaam gesprek worden.
“Geen probleem. Ik vind het prima. Pen en papier is mellow. In volgorde van mellowness: pen en papier, audio-opname en als laatst video: absoluut not mellow. Hoe lang ben je hier? Eén dag?”

Ik ben hier inderdaad één dag – met de trein – heb wat rondgestruind in Parijs. De Seine, de Nôtre Dame, Gare Du Nord, Mont Martre. En nu, hier.
“Parijs is één van die steden die ik nog niet helemaal door heb. Jij komt uit Nederland, toch?”

Mh-mh.
“Ben je in Utrecht geweest?”

Ja, leuke stad. Niet heel lang geleden ben ik nog een avond op Le Guess Who geweest. Bekend mee?
“Ah ja, Le Guess Who?! Ik heb er twee – twee? – keer gespeeld. Utrecht, leuke stad.”

Het is een fijne stad. Niet al te groot, niet al te veel toeristen.
“Als er iets is dat ik tegen Lissabon heb, zijn het de toeristen.”

Lissabon: daar woon je nu. Hoe lang al?
“Veertien, vijftien jaar.”

Wat is er gebeurd?
“Toerisme, dat is er gebeurd.”

Wil je verhuizen? 
“Soms, maar we zijn hier nu zo gesetteld.”

Het staat bij ons op een lijstje, om er een keer als city trip heen te gaan. Ooit.
“Ik raad het je niet aan, maar als je toch gaat zou je vooral wat rond moeten gaan lopen, de straatjes verkennen, ronddwalen. Ik vind het een stinkende stad. Er is een populair liedje uit de jaren dertig of veertig: ‘If it smells good, it smells like Lisbon.’ Zingt, zo half en half: Cheira bem, cheira a Lisboa’.”

Wat ruikt er naar Lissabon?
“Public urinating. Je merkt dat ik je probeer te enthousiasmeren. Het zijn de oude rioolpijpen. Ook waar we wonen, vlakbij een uitgaansgebied. We wonen op de rand, waar iedereen het uitgaansgebied naar binnen gaat en ‘s avonds weer vertrekt, het preparty-gebied.”

Doe je nog mee?
“Soms, vroeger gingen mijn vrouw en ik wel eens mee uit. Nu, met de kinderen, wat minder. Het is vermoeiend.”

“Ik voel me honderdvier. Vierennegentig. Maar ik heb nog steeds hoop voor de toekomst”

Hoe is het voor de kinderen daar?
“Ik heb m’n bedenkingen. Ik ken de gebouwen waar er wordt gedeald. De mensen zijn prima, best aardig. Er komen mensen van over de hele wereld. Verschillende achtergronden en ervaringen. Ik groeide op in een vrij afgelegen gebied. Ik denk dat het voor jonge mensen niet altijd prettig is om te wonen waar wij nu wonen. Het helpt wel bij het ontwikkelen van een wat dikkere huid. Niet iedereen heeft het zo goed als wij.”

Vandaag zag ik dakloze mensen in de metrostations, slaapzakken, matrassen. Op de weg van huis naar werk zie ik dat niet. Nooit. Ik moest eraan wennen, dat duurde even. Ik voelde mij oud, dat het tijd kostte.
“Dat is prima. Ik voel me honderdvier. Vierennegentig. Maar ik heb nog steeds hoop voor de toekomst. Ik denk dat het eerst slechter moet gaan voordat het beter wordt.”

Waarom?
“Ik denk – omdat mensen vasthouden aan zaken en systemen die niet meer voldoen. Vooral financiën. Mensen moeten steeds harder werken om aan hun verplichtingen te voldoen en ergens houdt het op. Rijke mensen moeten eerst hard geraakt worden voordat er iets kan veranderen. Mijn geloof in de goedheid van de mens is gelijk aan m’n geloof in de terughoudendheid die mensen hebben om zaken los te laten. Vooral de mensen die meer hebben.”

Ik wil graag met je over de nieuwe plaat praten. Was er een bepaald moment waarop je deze wilde maken?
Een voorzichtige glimlach: “De onderwerpen waar we het net over hadden, komen ook wel terug op Buoys. Maar een definitief moment waarop ik Buoys wilde doen, niet per se. Ik ben altijd bezig met het volgende.”

“Maar nu leven we in een tijd met Trump, Brexit, wat er gebeurt in Brazilië, Polen, de politiek die zich steeds meer bemoeit met morele en ethische zaken. Die actualiteit was geen directe inspiratie, het inspireerde mij wel om juist nu deze plaat te maken. Dat was direct na Painting With, Animal Collective (uit 2016, red). Ik blijf altijd wel bezig, it’s a train I can’t get off.”

Ik begrijp uit het persbericht dat je je met Buoys wil richten op jongere mensen.
“Dat klopt. Ik heb het gevoel dat ik mij vooral wil richten op jonge mensen. Ze zijn nog niet zo gevormd, ze denken veel na over zichzelf. Oudere mensen zijn eerder vastgeroest. Dat betekent trouwens niet dat ik voor deze plaat een hip kostuum heb aangetrokken. Dat wil ik niet. Ik ben gewoon gaan werken met geluiden die inherent spannend voor mij zijn. Meer nog dan dat heb ik met Buoys het gevoel dat ik tegen mijn kinderen praat.”

Wat vinden je kinderen van je muziek? Ik herinner mij dat ik ergens heb gelezen dat ze nog geen fan zijn.
“Nee, nog steeds niet. Mijn dochter Nadja is tien. Hard nut to crack. Mijn zoon is acht, he’s ready to party. Mijn dochter is moeilijker.”

Ik denk dat het niet vanzelfsprekend is dat kinderen enthousiast zijn over dezelfde onderwerpen als vader of moeder.
“Toch zou het geen probleem moeten zijn. Probeer het maar, doe het gewoon. Misschien word je niet teleurgesteld, misschien ga je niet uit je dak, maar probeer het gewoon.”

Je spreekt met een toekomstig vader…
“Gefeliciteerd – “

…dus ik luister aandachtig.
“Ik heb het idee dat ik veel te vertellen heb over het vaderschap – so bring it on.”

Het is niet een typisch rock-‘n-roll-onderwerp.
Lacht: “Nee, het is totaal niet rock-‘n-roll om over vaderschap te praten. Maar als je je eigen vaderschap overweegt, dan zou je eens moeten nadenken over de relatie die je met je eigen vader hebt. I think having a vital relation with your father bodes well.”

Ik schrijf dat op. Ik moet lachen – sorry – omdat ik me voorstel hoe dat als titel van het stuk zou werken, ‘I think having a vital relation with your father…
“bodes well.”

Bodes well… (ik werk m’n aantekeningen bij). 
“Ken je Legowelt?”

Legowelt, nee?
“Legowelt is een producent van elektronische muziek, een synth-enthousiast. Hij heeft een studio met ontzettend veel synthesizers en planten. Ik denk dat hij Nederlands is? Hij heeft een studio bij de kust. Geloof ik.”

Oh oké. Vanwaar Legowelt?
“We hadden het over muziek, Nederland, Utrecht en toen dacht ik aan Legowelt.”

Hebben jullie elkaar ooit ontmoet?
“Nee, ik heb hem nog nooit ontmoet.”

Oké. Misschien is dit dom, maar ik heb geen idee hoeveel tijd we nog hebben. Ik heb m’n telefoon buiten de serre laten liggen.
“Ik ook niet. Als de tijd erop zit komt er vanzelf wel iemand… ‘two more minutes’. Ze zullen er beleefd over zijn, eerder suggestief dan dwingend.”

Is dat on-Frans? Ik dacht altijd dat Fransen onbeleefd zijn.
Kijkt naar een bovenhoek van de serre: “Het zou grappiger zijn als er een luchthoorn hing die afging als de tijd erop zit: PAAP.”

Ik vind het verloop van dit gesprek echt heel fijn, maar het uitwerken wordt een drama.
“Oh sorry, I’m totally ruining the interview. Waar hadden we het over?”

O nee joh, het is prima. Ik kom er wel uit, ik heb nog tijd om het uit te werken. We hadden het over kinderen, vaderschap.
“O ja. Kinderen. Naar mijn ervaring zijn ze eerder suggestief dan dwingend. Helaas word je tegenwoordig steeds meer opgeroepen om zaken af te dwingen. To be demonstrative. Dat is niet echt mijn stijl. Ik zal niet snel iemand dwars over het gezicht slaan. Dat doe ik niet graag. Als kinderen opgroeien, hun eigen identiteit uitzoeken en steeds meer zichzelf worden, zoeken ze vanzelf de grenzen op. Soms moet je dan op je strepen gaan staan.”

Voelt dat ouderwets?
“Soms voelt dat zo. Je bent zelf ook bezig met het opzoeken van je identiteit als ouder, net zo goed als je kinderen hun identiteit aan het vormen zijn. Als ik terugkijk, is dat voor mij de grootste verandering geweest. Vader worden.”

In m’n voorbereiding las ik wat oude interviews van je door – van tijdens Panda Bear Meets the Grim Reaper. Er werd veel gevraagd naar de persoon van de Grim Reaper, en je verklaarde die vooral als ‘change agent’ – jij bent dus veranderd.
“Precies. The pre-dad Noah is dead.”

Hoe zit dat op Buoys? Is die Grim Reaper in die vorm – ‘change agent’ – nog aanwezig?
Denkt na: “Ik denk het wel, maar anders, meer in de vorm van een cyclus. Het gaat op Buoys veel over cyclische dingen, wielen. De laatste zin van de plaat is ‘see you around…’ De laatste zin van het eerste nummer is ‘to the end’. Het thema van de Reaper is nog aanwezig, maar in een andere vorm – een rustigere vorm, een kalmer geluid.”

Ik las verder dat je een klein dansje door de kamer maakte toen Meets The Grim Reaper klaar was. Heb je dat ook bij Buoys gedaan?
“Ik heb er ongetwijfeld bij gezegd dat ik alleen was toen ik dat dansje maakte.”

Dat kan ik mij niet herinneren.
“Ik maak veel kleine dansjes. Als iets lukt, als iets klaar is. Niet per se op muziek. Ik dans als ik iets afgerond heb, alleen.”

“Het leukste gedeelte is het maken, zien dat het ding aan het ontstaan is. Alles wat volgt is gewoon werk”

Hoe leuk was het werken aan Buoys?
“Het leukste gedeelte is het maken, zien dat het ding aan het ontstaan is. Alles wat volgt is gewoon werkZoals het touren. Als ik optreed, is het meer een technisch ding, minder creatief.”

De interviews
“Interviews ook, but I didn’t want to make you feel weird. Maar ja, ik kan niet zeggen dat ik interviews geven leuk vindt.”

Je maakt op mij anders een vrij ontspannen indruk. Hoe zit je er nu eigenlijk bij?
“Ik ben nu best relaxed. Ik heb sowieso niet het beeld van mezelf dat ik zo intimiderend ben. Dat we het voor de verandering over andere onderwerpen heb, onderwerpen die ik in andere interviews niet heb besproken, maakt het best wel cool. En ik ben altijd dankbaar dat mensen nog steeds met me willen spreken, na twee decennia muziek. Dat idee maakt het prettig, veel prettiger.”

Het werkt twee kanten op. Het voelt ook voor mij gezond om met mensen te spreken die ver buiten je eigen sociale omgeving staan. Zoals nu.
“Ik heb echt niet altijd zin in een gesprek, maar ik denk dat er veel te leren valt als je iemand ontmoet buiten je typische kring. Wat het tegenovergestelde is van waar de politieke situatie van nu op uit lijkt, namelijk mensen in hun eigen kring houden, invloeden van buiten, buiten houden.”

Heb je een voorbeeld, ik vermoed dat dit de laatste vraag is, van iets dat je hebt geleerd van iemand buiten je eigen sociale kring?
“Er zijn er heel veel, maar één die me nu spontaan te binnen schiet is toen Rusty (Rusty Santos, producer, red.) mij vertelde dat hij een vriend had die ook wat studiowerk deed: Dino (D’Santiago, Portugese muzikant, red.). Ik was in de studio bezig met Inner Monologue, dat toen nog Sabbath heette en Dino kwam langs. Hij wist exact wat hij wilde zingen, welke noten, welke stemmen, welke akkoorden. Ik zou nooit de akkoorden hebben gepakt waar hij mee kwam. Het heeft het nummer drastisch verbeterd.”

Mooi – Dank je wel, volgens mij is het goed zo.
Thank you. Wanneer verschijnt het artikel?”

Ik denk als het album uitkomt. Wat ga je nu doen?
“Volgens mij heb ik nu nog één interview hier en dan nog een telefoon-interview.”

En dan? Wanneer ga je terug naar Lissabon?
“Morgen.”

Ah, dan ben je dus ook maar kort hier. Zin om naar huis te gaan?
“Ja, het was maar kort. Maar daarna gaan we naar Australië voor tien dagen. Met de hele familie.”

Familievakantie.
“Ja, soort van. Het is een tour met maar drie optredens, dus daarbuiten hebben we nog wel wat tijd samen. Om naar het strand te gaan, dat soort dingen. We moesten nog wel wat regelen met de school, omdat de kinderen nu wat dagen missen. Uiteindelijk was dat geen probleem.”

Mooi – ik moet nu gaan – ik moet de trein halen. 
“Alright man, see you. Sweet travels.”

Panda Bear speelt live tijdens Motel Mozaique in het weekend van 18 tot en met 20 april in Rotterdam!


WEBSITE MOTEL MOZAIQUE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS