Feature

Inspired by… Allen Ginsberg & Nana Grizol


23 december 2020

In onze serie ‘Inspired By…’ gaat Cor de Jong op zoek naar de literaire inspiratiebronnen achter popsongs. Iedere maand licht hij één schrijver of dichter uit, die op zijn of haar manier een stempel(tje) heeft gedrukt op de popmuziek. Dat kan zijn in de vorm van een citaat, een subtiel knipoogje, het terloops noemen van een titel of een naam.

Illustratie Naomi van Kuijk


Dit jaar verscheen South Somewhere Else, het vierde studio-album van Nana Grizol. Gruizige indiefolk, zo zou je de muziek een beetje kunnen beschrijven. De band zijn debuut Love It Love It uit 2008 is een prettig rommelig plaatje met aanstekelijke liedjes. De energie die van dit debuut afspat maakte op de opvolgers plaats voor een wat bedachtzamere toon.

De liedjes zijn zeker geen diep filosofische overpeinzingen, maar Theo Hilton en zijn vrienden zijn niet bang om af en toe een serieuzer thema aan te snijden. Of om er een boek bij te pakken. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld in For Things That Haven’t Come Yet van het album Ruth uit 2010. Dit nummer begint met een citaat van Allen Ginsberg.

Nana Grizol – For Things That Haven’t Come Yet

I saw the best minds of my generation passed out in their prime,
Waiting on a suitable time for waking up.
I must have looked in your eyes about two thousand times but I never saw a sign,
No, Nothing to say “this was a time for giving up…”

And if you somehow still believe in love,
Try not to let it hurt so bad
Don’t you know that you always had everything that you need?
If there was something in the stars above
Besides our sentiments and masses of gasses,
I would swear that it still hadn’t shown itself to me,
But why should it?

I had a dream about parking lots and shopping malls and lies.
The only words anyone could muster were just
“Goodbye, goodbye, goodbye”
And ain’t I ashamed, ain’t I ashamed to engage in these infantile notions of pain?
When we wake up, it’s always the same,
Still I hope everything is okay…

I took a walk in your shoes, you know that I got the blues
Thinking about how there’s this wall,
It makes climbers of us all ‘til we eventually fall
And so you talk about your ideals like they’re not how you feel,
Like they’re a dream you hold inside, an old plan left unrealized
Until the day that it died.

Well, if you’re waiting on the world to change,
Don’t waste your precious heart,
Oh, I know that you are too smart to think that it will.
That sure is one way to live
But one day something has got to give,
And if you’re not ready,
You sure to fancy yourself lonesome still.

So don’t cry so hard for things that haven’t come yet,
Don’t live your life like it’s already gone,
And don’t listen to closely to nobody just trying to make themselves feel better with some song.

De eerste zin is ontleend aan het begin van Howl, een gedicht van Ginsberg dat enkele bladzijden beslaat. De beginregels zijn vaak geciteerd en ook wel geparodieerd:

I saw the best minds of my generation destroyed by madness,
    starving hysterical naked,
dragging themselves through the negro streets at dawn looking
     for an angry fix,
angelheaded hipsters burning for the ancient heavenly
     connection to the starry dynamo in the machinery of night,
who poverty and tatters and hollow-eyed and high sat up smoking
     in the supernatural darkness of cold-water flats floating
     across the tops of cities contemplating jazz,
who bared their brains to Heaven under the El and saw
     Mohammedan angels staggering on tenement roofs
     illuminated,
who passed through universities with radiant cool eyes
     hallucinating Arkansas and Blake-light tragedy among the
     scholars of war,
who were expelled from the academies for crazy & publishing
     obscene odes on the windows of the skull
     […]

Luister bijvoorbeeld eens naar het begin van I Should Be Allowed to Think van They Might Be Giants uit 1994 Het is zo’n verwijzing die bij veel mensen een belletje doet rinkelen, zonder dat ze precies weten waar ze de regels van kennen. Dat Theo Hilton wel precies weet waar hij de spreekwoordelijke mosterd haalt, blijkt wel uit het feit dat hij in het tekstboekje bij het album zijn bron noemt.

Het gedicht van Ginsberg bestaat uit drie delen. Het eerste deel, waarvan hierboven het begin is geciteerd, is in feite één lange zin. De ‘ik’ heeft de knapste koppen van zijn generatie te gronde zien gaan, vertelt hij. Een van die ‘best minds’ is Carl Solomon, aan wie het gedicht is opgedragen. Ginsberg en Solomon leerden elkaar kennen in een psychiatrische kliniek. Solomon zou later ook schrijven over de tijd die hij in de inrichting doorbracht. Je hoeft dat boek niet gelezen te hebben om te begrijpen waarom Ginsberg schrijft dat zijn generatie ‘destroyed by madness’ is.

De beatgeneratie
Ginsberg en Solomon worden beiden gerekend tot de beatgeneratie, samen met bekende schrijvers als Jack Kerouac en William S. Burroughs. Dat is naar alle waarschijnlijkheid de generatie waar het hier over gaat. Er volgen tal van bijvoeglijke bijzinnen, die steeds beginnen met ‘who’. In de beschrijving van de mensen die hij bedoelt komt naar voren dat het stuk voor stuk outcasts zijn: buitenbeentjes, hipsters, mensen van de straat, junks, berooide dichters. Ginsberg rijgt ze aaneen in een lange litanie. Het gedicht doet zijn naam eer aan: het is inderdaad een lange brul, alsof we luisteren naar een huilende wolf, mede door dat herhaalde ‘who’.

De aanhef ‘I saw’ kan suggereren dat de ‘ik’ optreedt als ooggetuige óf dat het een visioen betreft. Het lijkt het eerste te zijn, want Ginsberg beschrijft voor een belangrijk deel dingen die daadwerkelijk gebeurd zijn. In sommige beschrijvingen zijn generatiegenoten van hem te herkennen, bijvoorbeeld de eerdergenoemde Carl Solomon. De vraag die zich opdringt is of het gedicht gelezen moet worden als een manifest voor de Beatniks of eerder als een bittere aanklacht tegen de heersende orde waar deze outcasts buiten vallen. Of misschien is het wel beide.

Geen geloof in idealen
In de songtekst van Nana Grizol zijn de ‘best minds’ niet vernietigd door gekte, maar liggen ze voor Pampus in de bloei van hun leven. De volgende regel wijkt af van de tekst zoals die afgedrukt staat op het album (en hierboven). Hij zingt ‘Because they were waiting on a suitable time for waking up’. Kennelijk is deze generatie – waartoe Hilton ook zichzelf lijkt te rekenen – wat minder idealistisch, wat minder actief ook, dan de generatie waar Ginsberg over schreef: deze ‘best minds’ hebben geen geloof in idealen, maar ook niet in de liefde (‘And if you somehow still believe in love, / Try not to let it hurt so bad’), in God (‘If there was something in the stars above / Besides our sentiments and masses of gasses, / I would swear that it still hadn’t shown itself to me, / But why should it?’), in dromen of in plannen.

Toch eindigt het nummer aanzienlijk optimistischer. In de laatste coupletten draait Hilton alles namelijk om: de wereld gaat heus niet veranderen, maar dat is geen reden om bij de pakken neer te zitten: ‘Don’t cry so hard for things that haven’t come yet’. Dat zijn opbeurende woorden, net als de oproep om je leven niet te leven alsof het al voorbij is. Tot slot relativeert de zanger zich helemaal weg door te zeggen dat je maar niet te veel moet luisteren naar iemand die alleen maar probeert zich wat beter te voelen door een liedje te zingen. En daar heeft ‘ie best een punt…