Feature

Het sjouwdagboek: vier dagen op pad met The Jerry Hormone Ego Trip naar Eurosonic Noorderslag

| Het Weekend


15 februari 2017

Eerder las je al Deel 1 en Deel 2 van onze grote tourreportage. Tijdens Eursonic Noorderslag gingen we vier dagen met de band op pad tijdens hun ‘Grote Weekend In Het Noorden’. Hieronder is het laatste deel te lezen in de trilogie: de Noorderslag-zaterdag en kater-zondag.

Zaterdag
Wandelafstand: 10,4 kilometer
De belangrijkste show van het jaar! In ieder geval tot nu toe, maar wie weet wat er hierdoor allemaal op de bandplanning komt te staan in 2017. Voordat het 22:00 uur is, moeten er nog wel even twee showtjes gespeeld worden. Vrij vroeg ook nog. Niet heel slim misschien, want het is weer een hoop gedoe, gesjouw en geregel. Maar goed, hè, we zijn er nu toch en we gaan gewoon weer lachen vandaag. Jatognietdan? Maar eerst: waar moeten we heen?! Oja, naar de kelderbar van Vera voor Jagersonic. Wel een erg leuk showtje om te spelen en even de zaterdag mee op te warmen. Gelukkig mogen we eerst nog even met de hele backline door het centrum van Groningen ploeteren en sneeuwt het vandaag voor de verandering. Wat weer hetzelfde verhaal is: het gedonder met de backline. Bij Vera aangekomen blijkt de vijftien kilo wegende bastop van Jim die met handen en voeten is meegesleept en die we dag daarvoor nog speciaal op zijn wezen halen door weer en wind (omdat ‘ie vergeten was), helemaal niet nodig. Fijn!

 

 

Ondertussen begin ik toch wel een beetje spijt te krijgen van de keuze om alleen mijn Nike’s mee te nemen dit weekend. Ze lopen wel erg lekker en zijn high-tech-luchtdoorlatend, maar daardoor loop je wel binnen twee tellen op een bedje van ijswater als er iets van vocht uit de lucht komt gevallen of gedwarreld. Maar we zullen doorgaan! Ik heb droge sokken meegenomen, het is inmiddels iets na twaalven geweest en voor Jerry is het dus alweer tijd voor een biertje. De rest van de band zet zijn tanden nog even in een chocoladecroissantje en een dampende bakkie koffie, terwijl Jim een beetje bleekjes en pips tegen zijn basversterker aangeleund staat. Ik hoop van harte dat ‘ie het volhoudt vandaag na zijn innige omhelzing met het toilet gisteren. We – inmiddels is het ‘we’ – openen vandaag Jagersonic, waar onder meer The Kik, Henk Wijngaard, traumahelikopter en Bonnie St. Claire spelen. Ondanks het tijdstip staat de kelder al vol (brakke) nieuwsgierigen en moet Jerry zelfs nog een handtekeningetje uitdelen aan een trouwe fan. Ondanks het tijdstip stort de band zich vol overgave op een setje rauwe nederbeat. Het publiek gaat van kinderen van een jaar of drie, vier tot en met een groepje vijftigers die alle teksten meezingen. Het valt hier pas op hoe goed de muziek geschikt (op sommige teksten na) is voor jong en oud. De langharige zanger zet na afloop nog een handtekening op een elpee zet voor een tienjarige fan. Jerry noemt de Ego Trip zo nu en dan ook terecht ‘een band voor het hele gezin’.

 

 

Terwijl The Tambles weer staan te ginnegappen in een hoekje naast de toiletten van Vera, komt de vraag omhoog of we niet een taxi naar onze volgende bestemming moeten pakken: de stadsschouwburg van Groningen, voor ons optreden tijdens de uitreiking van het IJzeren Poppodium. Iedereen is het gesjouw inmiddels wel een beetje zat en we willen voorkomen dat er vijf muzikanten met lamme handjes op het podium staan vanavond in die Oosterpoort. Maar nee, we gaan toch lopen. Als een soort vreemde straf begint het vervolgens – en die hadden we nog niet gehad dit weekend – eens even lekker flink te hagelen. Zelfs zo hard dat ik eindelijk eens tijd had om een filmpje voor de kijkers thuis te maken, want we maakten een noodstop. Het is ongelooflijk, want kijk zelf: die pretoogjes van de jongens zijn zelfs in deze omstandigheden niet te doven. Het doet me denken aan de tijd dat ik nog twintig, energie voor tien had en fris en fruitig was.

 

Trippel, trippel glijden we verder de over gladde, Groningse paden en worden we ontvangen in de gangenstelsels van de lokale schouwburg. Er is eten, drinken, het is warm en er zijn zachte banken. Ik lig (nou, hoelang zou het geweest zijn? Ongeveer veertig seconden?) op een sofa, als Jim alweer zenuwachtig tijdschema-PDF’je staat te koekeloeren. We moeten naar de Oosterpoort om onze bandjes op te halen voor Noorderslag vanavond. We hebben nog een twintig tot dertig minuten voor die balie sluit en het is minstens vijftien minuten lopen. Na vijf minuten zijn we alweer terug in de kou en lopen we door de papperige sneeuw (natte sokken, jawel) door het centrum, waar het net lijkt alsof ik naast Sinterklaas loop. Overal is het: ‘hé Jerry’, ‘Jerry, hey man’ ‘what’s up!’, ‘Jerrryyyyyy!’ En Jerry maar zwaaien en handjes schudden met dat glimlachje van hem. Zonder botbreuken komen we bij de Oosterpoort aan, waar we ons melden bij de balie. Ik vermoed al zoiets, maar die bandjes zijn voor de conferenties en niet voor vanavond. “Nee, die kun je vanavond pas ophalen vanaf jullie get-in. Aan deze bandjes heb je nu eigenlijk niets meer, die verlopen over vijf minuten.” Jim ziet het al in onze ogen en de rode vlekken in onze nekken. “Ja, sorry guys!” Maakt niet uit, maakt niet uit… Jezus, jongens! Ying-yang. Ying-yang. Blijven ademen. Gelukkig hebben we ook helemaal geen tijd om te blijven, want we moeten weer als een wervelwind terug omdat we anders de soundcheck missen.

 

 

En die is nog wel belangrijk, aangezien de band daar het nummer Wild Thing gaat coveren, inclusief een op maat gemaakte tekst over de IJzeren Podiumdieren-genomineerden voor de categorie Marketing. Zing ‘marketing’ op de melodie van Wild Thing en je hebt een idee. Na een als een klok klinkende soundcheck, hebben we CHILL-tijd(!) en is er straks nog een buffetje. Geniet0n! Jerry pakt een hoekje om lekker zijn ding te doen op zijn telefoon, waarbij ik nog steeds geen idee heb wat ‘ie daar nu allemaal op uitspookt de godganse dag. In de tussentijd hang ik mijn sokken te drogen in de kleedkamer en de guitige Tambles zitten bij terugkomst weer grappen te maken aan een tafeltje in de backstage. (Ik weet niet of iemand de film A Hard Day’s Night van The Beatles heeft gezien, maar ik heb het gevoel dat ik al drie dagen een Part Two aan het maken ben.) Eindelijk is het tijd om dat ene nummer te gaan spelen voor een rode wijn drinkend en dinerend schouwburgzaaltje. Jerry vergeet direct de eerste zin en de rest van het nummer loopt een beetje twijfelend. Niemand heeft iets door en uiteindelijk landt alles op zijn pootjes.

 

 

Happie eten en snel weer door, want de bus moet gehaald worden voor de avond der avonden: Noorderslag. It’s time. Als ik – govvuurrrredomme – alweer die bus kan gaan halen, stuitten we op een bevroren bus en een een gebrek aan ijskrabbers. Jerry trekt zijn schoen uit en probeert met zijn hakken de voorruit ijsvrij te maken. Werkt natuurlijk niet, dan maar even wachten in het pruttelende en warmer wordende dieselbusje. Bij de schouwburg laden we alles in en bid ik tot meerdere goden dat we deze keer wel alles bij ons te hebben. Navigerend door het centrum, vinden we een gangetje richting de backstage van de Oosterpoort. Spulletjes uitladen, het busje parkeren op een speciale parkeerplek en eenmaal binnen is het Noorderslagtijd. Yeah, baby! Een pand vol vrienden, bekenden en kekke bandjes: let’s do it! De band speelt vanavond in De Foyer, wat een prima plek is. Het is een open ruimte tussen de zalen, een soort heel grote gang. Los van de mensen die de Ego Trip al hebben omcirkeld op hun schema, zullen veel voorbijgangers wel even blijven staan en vervolgens gevangen worden in het positieve energie-vangnet van de band.

 

 

Terug naar de huidige tijd, want daar komen alle spulletjes al op een kar aangerold. Iedereen pakt zijn dingetjes en wat blijkt? Ach, waarschijnlijk geloof je het ook niet eens, maar neem van mij aan: dit is echt gebeurd.

Tijs is zijn halve drumstel vergeten… Echt.

Dit verzin je toch niet. Je speelt op Noorderslag en je vergeet gewoon praktisch je instrument. Ik ben inmiddels voorbij het punt dat ik er nog om kan lachen, want dit is wel vrij kut voor zo’n belangrijke show. Wil ook graag Ruben nog even benoemen: die zijn orgelkrukje is vergeten, ook niet super handig. Het is absoluut goed voor het verhaal, maar inmiddels voel ik mij wel iets meer betrokken dan dat. Gelukkig is er een razende stagehand die nog wat drumspullen bij elkaar weet te kletsen en is er – in ieder geval – iets om op te slaan. Na wat gehang, gerook, gehang, gerook en wat rond te banjeren door de gangen van de Oosterpoort, is het half tien geweest. Nog een krap halfuur tot de show. En op een of andere manier, ik weet niet direct waarom, begin ik een beetje zenuwachtig te worden. Ergens in een grijs verleden heb ik zelf nog eens op Noorderslag gespeeld, toen had ik er geen last van en nu wel. Krampjes in de maag, stijve spiertjes in de benen en overgevoelige zintuigen. Vreemd. De jongens moeten erom lachen als ik het vertel en waarderen de betrokkenheid. De spullen mogen het podium op en alles lijkt er goed uit te zien. Nog twee minuten…

 

 

Ik heb al een tijd het idee dat Jerry een gouden formule in handen heeft. Met de sound, de humor, het Rotterdamse accent, de goede en jonge muzikanten, de teksten en de energie. Toch komt het er ineens allemaal tegelijk uit tijdens de Noorderslag-show en wordt er nog één ingrediënt toegevoegd die de formule nog nét even iets krachtiger maakt: een afgeladen zaal. De Foyer is inmiddels haast dichtgeslibd als The Tambles opkomen en het intronummer ‘Daar komt ‘ie aan, daar komt ‘ie aan’ inzetten. Jerry staat er koeltjes bij achter het podium: “Ja joh, het is gewoon een leuk showtje, je moet het ook niet overdrijven”, en wacht op het goede moment. Hij doet de deur open in het decor, steekt zijn hand in de lucht en wandelt in het felle licht richting een balkon vol silhouetten en een zaal die nu al staat te glunderen. De sfeer is direct goed. Van jong tot oud, tijdens de hele show zie ik iedereen swingen en lachen. Radio 2-publiek, tieners, rockers, hippe lui, moeders: deze muziek is in theorie voor iedereen geschikt. Dit is een band die meteen iets losmaakt. Van een stijve award-uitreiking tot een aangeschoten publiek in een vuige kelder of een luxe zaal. Mensen zijn gefascineerd en worden aangetrokken door de energie en de vrolijkheid die van de koppies afspat. De mix met Nederlandse teksten is onweerstaanbaar, het is goed te volgen en je wilt graag de afloop van Jerry zijn verhaaltjes te weten komen. The Jerry Hormone Ego Trip heeft duidelijk iets unieks in handen en dat lijkt nu pas helemaal in te dalen. Van een literaire avond tot een smerig feestje: geef deze jongens een podium en mensen vermaken zich. Ik zie weer eens de pure schoonheid van muziek en waar het om draait: plezier! De jongens nemen de muziek serieus, absoluut. Maar ze willen vooral lekker plezier maken. Een verademing.

 

 

 

Dan nog één laatste punt dat de band zo sterk maakt: de Ego Trip heeft een frontman. Tijdens een festival als Noorderslag valt het eigenlijk pas op hoe schaars deze gezaaid zijn in het Nederlandse muzieklandschap. De zanger(es) van bandje A zou je zo om kunnen ruilen met de zanger(es) uit bandje B en vijfennegentig procent van het publiek heeft niets door. Dat zegt misschien weinig over de muziek, maar wel ontzettend veel over een band. De Ego Trip heeft niets te klagen, want zij hebben Jerry: een uitgesproken en flamboyant figuur die een van de meest interessante artiesten is van het moment. Hij weet een zaal compleet om zijn vinger te winden, aan het lachen te krijgen en mee te nemen in zijn verhaal. Er zit een ziel in de show die hij met zijn band neerzet, de bezoekers staan met een mix van fascinatie en blijdschap naar de show te kijken.

 

De koppies staan na de show op ‘BLIJ’. Heel anders heb ik ze eigenlijk ook nog niet gezien dit weekend, maar nu krullen die mondhoekjes nog net iets hoger. De show was donders goed en hij voelde ook lekker voor de band, wat minstens zo belangrijk is. Het moment waar iedereen naar uitkijkt is gekomen: spullen opruimen en NAAR DE KLOTUUHHH GAAN! Of, voor Jerry nog niet echt. Die moet zich zo namelijk melden bij Annechien van de NOS. Nog even in de schmink voor het glimmende gezichtje en zijn snee en Jerry zit met zijn porem weer eens live op teevee. Een aantal vragen over zijn show verder en na een stukje voor te hebben gelezen uit zijn kinderboekenserie Borre (de combinatie rocker en kinderboekenschrijver blijft een combinatie waar de media dol op is), zijn er écht geen verplichtingen meer dit weekend. De Oosterpoort wordt al snel verlaten, aangezien er een afterparty op het programma staat in de artist village. Een nieuw en zeer goed gevonden uitvinding. Eventjes geen mensen die van alles willen, maar alleen muzikanten onder elkaar. Het enige wat ik kan en wil zeggen: het ging hard, het werd laat en ik had een kleine kater en nog behoorlijk wat energie over toen ik wakker werd op onze hotelboot na een nachtje van vier uur slaap.

 

 

Zondag
Wandelafstand: 5 kilometer (dat moet inclusief de nacht zijn)
Je kunt de terugweg wel voorstellen. Het duurt lang, niemand wil rijden, er wordt weinig/minder gepraat, showrecensies worden doorgenomen en we zijn naar de McDonalds geweest. Het uitladen gaat snel en zelfs de grappen en grollen van de jongelui zijn blijven hangen in de lange Groningse nachten. Ik neem afscheid van de band, met wie ik een bijzonder weekend mee heb gemaakt. Waar we zo pardoes bij elkaar kwamen op donderdag, scheiden onze wegen nu ineens weer. Vier dagen mee op tour was eerlijk gezegd vrij lang voor een reportage, maar niet voor de ervaring: want ik heb het hele weekend genoten. Ik voelde me een onderdeel van de band, we hebben samen een mooi avontuur beleefd, de ballen uit onze broeken gelachen en elkaar leren kennen. Het was zeker geen hop-on-hop-off-ervaring, waardoor ik hopelijk nog een positief steentje bij heb kunnen dragen aan hun shows. Zo te zien is die in ieder geval niet alleen bij mij goed gevallen, want ik zie dagelijks de ene na de andere mooie show voorbijkomen sinds Noorderslag. Mochten jullie nog eens een chauffeur nodig hebben, jongens: jullie hebben mijn nummer.