Interview

Girl Band keert terug na vier jaar: “De enige druk kwam van onszelf”


27 september 2019

Na de weergaloze debuutplaat Holding Hands With Jamie uit 2015 werd het lang stil rond de uit Dublin afkomstige noiseband Girl Band. Sporadisch was er nog wel een show op Nederlandse bodem, maar wegens mentale problemen van frontman Dara Kiely werd er ook dikwijls afgezegd. Maar wie dacht dat het doek voor Girl Band inmiddels wel gevallen zou zijn komt bedrogen uit. Vier jaar na de release van Holding Hands With Jamie is daar nu opvolger The Talkies.

Tekst Reinier van der Zouw
Coverfoto Mark McGuinness

We treffen Kiely en gitarist Alan Duggan op een verrassend zonnige middag in Amsterdam om de ins en outs van die plaat te bespreken, een album waarop de band zich vooral bevrijd voelt. “Iedereen dacht toch dat we klaar waren.”

Op zich is het geen totale verrassing dat Girl Band met nieuwe muziek aan komt zetten: in 2017 testte de band de wateren al door enkele nieuwe nummers live te spelen. Alleen was het natuurlijk maar de vraag of die ooit een plaat zouden behalen. Kiely herinnert zich de publieksreactie op die nummers, waaronder Shoulderblades, dat uiteindelijk de leadsingle van The Talkies zou worden, nog goed. “Er is een stuk in Shoulderblades waar de bas opeens heel, heel, heel erg luid wordt. Toen we die in Vicar Street in Dublin speelden, was dat zo’n grote sonische verandering dat wij dat zelfs op het podium voelden. En we voelden dat mensen het te gek vonden. Of onze vrienden vonden dat in ieder geval.”

Het lang uitgesponnen, chaotische, refrein- en hookloze Shoulderblades was een opmerkelijke keuze voor de eerste single, maar misschien juist daarom des te meer des Girl Bands. Duggan: “Het voelt als een goede weergave van het album. En hij is lekker lang, wat fijn is omdat we al vier jaar niks hadden uitgebracht, dus we wilde mensen graag iets groots geven. Het is natuurlijk ook een echte radio smash, een ware hitsingle, haha.” Hoewel het nummer uiteindelijk nog wel herkenbaar is als Girl Band, klinkt het toch anders. Sowieso anders dan de nummers op het debuut, maar ook dan de rest van The Talkies, wat onder andere ligt aan de opmerkelijke inspiratiebron. “De beat waar het nummer op gebouwd is, komt uit de Happa-remix van Open Eye Signal van Jon Hopkins. Daar zit die ‘tsnts, tsnts, tsnts’ in. Ik hoorde dat en ik was er meteen echt dol op, dus probeerden we daar iets omheen te schrijven. Zo gaat het meestal bij ons. We hebben een idee voor een ritme of een bepaalde sound en dan jammen we daar gewoon eindeloos mee.”

Traumatische ervaring
Shoulderblades is geen makkelijk nummer om te spelen, zeker niet voor Kiely, die een haat-liefdeverhouding met de track heeft. “We speelden hem voor het eerst op een festival in Dublin, waar ik net voor de climax ziek werd op het podium. Dus ik ging weg en toen ik terug kwam speelde Daniel, onze bassist, het Ierse volkslied op zijn bas en hebben we de show zo afgemaakt. Dus daardoor was ik heel lang bang om hem te spelen, vanwege die traumatische ervaring. Ik ben er redelijk overheen en ik vind het ook echt wel een vet nummer, maar ik vertrouw het nog steeds niet helemaal.”

Een ander nieuw nummer wat al eerder op de setlist stond is Amygdala, dat nu het epicentrum van het album vormt. Het is een vrijwel tekstloze track, waarop Kiely uitsluitend de longen uit zijn lijf schreeuwt terwijl ook de rest van de band nieuwe niveau’s van chaos verkent. Iets wat op het podium ook wel het een en ander losmaakte, zoals Duggan zich herinnert. “Iemand die bij dat optreden was, kenden we omdat ze bij Rough Trade had gewerkt. Toen we dat nummer speelden kon zij het niet aanzien. Het was te intens, dus ze verliet de zaal. Dat was best wel cool, we freaked her out. Zo’n reactie zie ik graag.”

©️ Steve Gullick

Een hard sell
In de tijd dat de band op non-actief stond, is er natuurlijk een hoop veranderd. Volgens Kiely niet echt in de band zelf – “We klinken volgens mij nog steeds als dezelfde band, misschien nemen we wat meer risico’s” – maar natuurlijk wel in de industrie. Al trekken de heren zich daar ook niet bijster veel van aan. Duggan: “De nadruk op streaming is nu nog veel groter dan voorheen en wij zijn niet bepaald een playlistvriendelijke band. Maar we zijn altijd al een hard sell geweest. Vreselijk eigenlijk. Dus toen we deze plaat schreven, dachten we eigenlijk helemaal niet na over dat commerciële aspect, of iets goed op streaming zou werken, of op de radio. En dat was prima. Het voelt niet alsof we ons aan moeten passen.”

Al geeft Duggan ook wel aan dat dit geen plaat is die de band in 2016 had kunnen maken: “Iets dat ons nu positief beïnvloedde was: iedereen dacht toch dat we klaar waren. Dat we geen band meer waren. Dus niemand verwachtte iets. In alle stappen van het proces deden we het voor onszelf. Er was geen deadline, we hebben hem gewoon aan het label overhandigd toen we klaar waren. We konden ons focussen op de muziek en pas later aandacht besteden aan de andere shite. Er zat geen druk op. Alleen die van onszelf, omdat we echt wilden kunnen doen, wat we wilden doen.”

Kiely waagde zich voor het album aan enkele nieuwe schrijftechnieken, die het proces niet altijd makkelijker maakten. “Voor deze plaat besloot ik geen voornaamwoorden te gebruiken. Wat erg interessant was om te doen, omdat ik zo op plekken kwam waar ik tekstueel nooit geweest was.” Ook ging hij op sommige nummers andere specifieke uitdagingen aan, zo zijn alle lyrics in het nummer Aibohphobia een palindroom, net als de titel van het nummer. “Dat soort dingen maakte het moeilijker,  maar wel leuk. Verder hebben de teksten eigenlijk nooit een betekenis. Achteraf worden sommigen wel betekenisvol voor me, maar in principe houd ik ze het liefst open voor interpretatie.” Waarbij hij wel toegeeft de teksten vaak pas op het laatste moment te bedenken. Of, zoals Duggan het met een knipoog verwoordt: “Het is alsof ‘ie onderweg naar school zijn huiswerk nog op de bus maakt.”

Mythische zalm
Die tekstuele aanpak was uiteindelijk ook doorslaggevend voor de albumtitel, al was The Talkies niet de eerste keus. Salmon Of Knowledge, wat wel de naam van een van de sleutelnummers op de plaat is, had lang de voorkeur. “Dat was in ieder geval mijn favoriet voor de titel”, aldus Kiely. Hij gaat door: “De salmon of knowledge is een Ierse mythe over een magische vis. Een gast die Fionn MacCumhaill heette, zijn echte naam, kookte een zalm die alle kennis van de wereld in zich had en brandde tijdens het koken zijn vinger aan de huid, dus toen hij die aflikte, nam hij al die kennis in zich op. Hij werd superwijs. Dat heeft verder niks met het nummer te maken, maar ik ben dol op die mythe.” Duggan vult aan: “Ja, het album heeft bijna zo geheten. Uiteindelijk werd het toch The Talkies. Dat was de titel van een nummer dat het album niet gehaald heeft, maar we vonden het geschikt voor het album omdat we juist spelen met tekst. Veel nummers hebben geen tekst en natuurlijk ontbreken alle voornaamwoorden, dus daar is het een knipoog naar.”

Een van die nummers zonder tekst is openingstrack Prolix. Bijna twee minuten lang hoor je uitsluitend Kiely’s adem, met zeer minimale muzikale begeleiding. Het is een zeer onheilspellende track, die meteen goed de toon zet voor de rest van de plaat die volgt. Kiely legt uit: “Dat is het geluid van een echte paniekaanval. En dan in het laatste nummer, hoor je juist kalme adem, dus dat is het verhaal dat de plaat vertelt. Oorspronkelijk speelde de hele band mee op de achtergrond, maar dat werd wat te rommelig, dus hebben we hem uitgekleed.”

Een unieke kans
Sowieso was er tijdens het mixen van het album af en toe nog wat gepuzzel en last-minute geschuif, wat ook ligt aan de bijzondere manier van opnemen. Heel The Talkies is opgenomen in Ballintubbert House, een landhuis buiten Dublin dat vooral voor bruiloften gebruikt wordt. Achteraf gezien een ideale locatie, waar de band min of meer per ongeluk terecht kwam, vertelt Duggan. “Liam Mulvaney, een van de engineers op deze plaat, kende via-via de eigenaar van dat huis. In oktober zijn er blijkbaar niet zo veel bruiloften, dus kwam het een keer ter sprake en vroegen ze: willen jullie?” Het huis had een hoop voordelen: “Je kan cabin fever krijgen wanneer je lang in een studio zit, maar dit was een groot huis waar iedereen zijn eigen ruimte had. Buiten de stad, dus kreeg je ook niet de neiging om even weg te gaan om iets anders te doen. Plus, in Ballintubbert House was nog nooit een plaat opgenomen, dus dit was een unieke kans om te laten horen hoe dat klonk.” Ook Kiely was meer dan tevreden over de situatie. “Op een dag, toen er technisch nog iets gefixt moest worden, kwam ik uit mijn bed voor ontbijt, ging ik weer terug naar bed, werd ik weer wakker voor het avondeten, ging ik opnieuw terug naar bed en dat was de hele opnamedag. Het was prachtig.”

De setting bood een hoop ruimte voor experimenteren. Zo nam de band alle drums twee keer op, op verschillende locaties in het huis. “We namen ze een keer op op de overloop van de trap en een keer in de kelder, waar een lange gang met een stenen muur was die voor een hoop delay zorgde. Dus als we hele strakke drums wilden konden we die van de overloop gebruiken, maar als we iets heel weids of agressiefs wilden, gingen we voor die van de kelder”, zegt Duggan. “Daardoor kwam de mix wel neer op knip-en-plakwerk, wat het proces niet altijd makkelijk maakte. Helemaal omdat besluiten over welke take gebruikt moest worden, niet altijd unaniem vielen. We hebben een keer met een munt moeten gooien omdat Alan en Daniel het niet eens konden worden, ik wilde  daar verder niet bij betrokken raken.”

Duggan haakt lachend aan: “Dat ging over Prefab Castle. Dat lag al een tijdje op de plank, maar hadden we al lang niet meer gespeeld. Aan het begin van de opnames luisterde ik weer eens naar een van die vroegere takes, die een stuk sneller was dan wat we nu deden. Ik vond dat veel beter klinken, vooral op het einde van de track. Dus ik vroeg aan Adam, onze drummer, of het wat sneller kon en die vond dat best, maar Daniel vroeg zich toen af waarom het opeens zo snel ging. Omdat dat veel beter klinkt, zei ik, maar daar was hij het niet mee eens. Het was verder niet vijandig ofzo, het was juist wel grappig. Maar we werden het nooit eens, dus dan maar kop of munt. En ik won!”

©️ Steve Gullick

Het geluid van een koelkast
Sowieso is Prefab Castle het nummer op de plaat waar de band het meest mee experimenteerde. “Het plan was altijd om met die track iets raars te doen, dus lieten we daar tijdens het schrijven expres ruimte voor over. We wilde iets musique concrete-achtigs. Uiteindeljk besloten we dat het een auditieve representatie van het huis moest worden, dus gingen we los met geluidsopnames. Er was een grote fontein, dus die namen we op. We sloten iedere deur in het huis en stapelde die geluiden allemaal over elkaar. We namen het lage gezoem van een koelkast op, wat rare klanken uit een koffiezetapparaat, we lieten Adam rondjes over het grind voor het huis rijden, a lot of shite.” Kiely vat het treffend samen: “Het was erg dom, maar wel leuk.”

Duggan vervolgt: “Toen we al die geluiden hadden, konden we daar alle kanten mee op. Als er een stuk in het nummer was dat wat meer body nodig had, pleurde je daar gewoon de koelkast over. Het was erg cool, zoiets deden we vroeger nooit. Het eerste album is eigenlijk puur wij die spelen, dit opent nieuwe deuren. Dit is iets waarvan we nu weten dat we het kunnen doen, wie weet waar dat verder toe leidt.” En dan heeft de meest spectaculaire geluidsopname het album nog niet eens gehaald. “Een nummer dat de plaat ook niet gehaald heeft is helemaal gebouwd om een bladblazer”, zegt de gitarist, nadat hij er nog even over heeft nagedacht. Kiely: “Het is ook écht het hoofdthema van dat nummer geworden.” “Ja, ik hoorde die in de tuin en ik dacht meteen ‘Wow! Neem dat op!’ Misschien waren de ideeën gewoon op, haha.”

Een stelletje slechte grafische designers
Die zelfspot en dat relativeringsvermogen kenmerkt de band en kan ook zeker wel van pas komen, want Girl Band is niet overal geliefd. Zoals Fontaines D.C.-bassist Conor Deegan III in een interview met ons eerder dit jaar al opmerkte, is luide muziek niet altijd even welkom in Dublin. Sterker nog, hij benoemde Girl Band als zo ongeveer de eerste band die ze liet zien dat je met dergelijke muziek in Dublin door kon breken. Duggan heeft ook niet echt een rooskleurig beeld van zijn thuisstad op dat gebied. “Er was zeker een tijd dat Dublin een soort stortplaats voor heel basic indiemuziek was, dat was weinig inspirerend allemaal. Het verbaast me ook een beetje dat wij er nu populair zijn. Mensen haatten de muziek waar wij door geïnspireerd zijn echt enorm. En op zich, wij worden ook gehaat, zeker ook in ons thuisland.”

Maar dat is niet iets wat Duggan verder dwars zit. “We zijn door een optreden op het festival Other Voices een keer op nationale tv geweest. Sommige mensen vonden dat heel erg leuk, maar andere mensen vonden het totale rommel. What the fuck, dat is geen eens muziek, stellingen van dergelijke strekking. Ik vind het wel cool. Mensen vinden luide muziek tof of ze haten het, dat kan je overal hebben, ik vind het allemaal best. De grappigste reactie die ik ooit zag was: “Dit is de slechtste band die ik ooit gezien heb, het zijn gewoon een stelletje slechte grafisch vormgevers.” Maar het enige wat voor ons wat uitmaakt, is dat wij blij zijn met wat we doen. En dat zijn we.”