De zaterdag van Best Kept Secret is er een van tropische temperaturen. Het lijkt wel zomervakantie. Wederom genoeg parels in het verschiet, afgewisseld met korte dipjes in het meer en een tijdreis naar de jaren ’70 met een 3D-show van headliner Kraftwerk. Onze redacteurs van dienst zien onder andere Selma Judith, Feng Suave, Mac DeMarco, Fat White Family, Death Grips en Cigarettes After Sex. Een aaneenrijging van hoogtepunten, zo valt de tweede dag van het Brabantse festival best te beschrijven.

Tekst Bente Hout & Midas Maas
Foto’s Maren van der Burght

Het belooft een warme dag te worden en ik ben er op tijd bij. Niet geheel vrijwillig: probeer maar eens niet uit een nylon tent weg te drijven als de zon doorbreekt. Voor de ingang van het festivalterrein staat een kleine dj-booth met twee sportverslaggevers die voorbij wandelende festivalgangers ‘verslaan’ alsof het wielrenners zijn. Een slimme zet van BKS voor het wegwerken van ochtendhumeurtjes, nog voor je als bezoeker voet zet op het terrein. “Zeg, meneer met de gele trui op rechts, kijk eens naar uw vriendin, in plaats van naar ’t meiske voor u!” In de tussentijd bereikt het zogenaamde peloton (lees: zeven middelbare mannen op rij, klungelig sprintend over de weg) de entree van het festival.

Spotify-straatje
Mijn dag begint bij The Beths, een band die met zijn melancholie en indiepop de Five al ramvol trekt. En mind you: het is half een ’s middags wanneer hij begint. Dat is de vroege morgen in festivalland. The Beths’ muziek klinkt in eerste instantie toch vrij vrolijk, maar onder die soms bijna powerpopachtige kracht, zitten teksten met bakken emotie. Dat is voor wie echt gaat luisteren, voor de toeschouwer die enkel wat meezingbare knallers wil ervaren, staat er zeker goed. De refreintjes kan iedereen wel meestampen en zingen na ze eenmaal gehoord te hebben.

Dit Nieuw-Zeelandse viertal is overigens niet de enige act die deze middag op een dergelijke manier naar het verleden kijkt. Je zou in een weg langs ‘aanbevolen artiesten’ op Spotify zomaar eens het programma van de Five samenstellen dat zich deze middag achter elkaar af gaat spelen: Hop Along, Lucy Dacus en Snail Mail. En dat is eigenlijk een best fijn vooruitzicht.

Te beginnen met Hop Along. Een band die qua sound wel binnen dat indiepop vakje past, maar er ook net zo goed buiten kleurt. De ene keer neemt het folk in de hand, de andere keer komt er een bluesriff tussendoor en even later doet het zomaar denken aan de emo uit de jaren negentig. Die stem van frontvrouw Frances Quinlan is wel een hit or mis. Het hese randje op haar stem klinkt niet altijd even oprecht en de overgangen tussen haar zeer hoge uithaaltjes en haar normaal middenzware stem, gebeuren een beetje sporadisch. (MM)

Nu ik toch op het onderwerp was van in elkaars verlengende liggende artiesten: Lucy Dacus. Ik had toch stiekem gehoopt dat Julien Baker en zij bij elkaar op het podium zouden verschijnen om nummers van het Boygenius-project samen te doen, maar het blijft bij enkel hoop. Dacus verschijnt vijf minuten later zonder band. Ze spreekt haar publiek toe en vertelt hoe de vlucht twee uur te laat was en haar bandleden in een andere auto onderweg zijn. Gelukkig is Dacus ook erg bekwaam met enkel een gitaar en dat oppert ze dan ook als oplossing. Én: we krijgen twee nieuwe songs. Uiteraard verzoekt Dacus geen video-opnames te maken. Vorig jaar las je bij ons over het verhaal achter haar plaat Historian en hoe Dacus al haar belevenissen bijhoudt in een dagboek. De twee nieuwe songs klinken ook echt zo. De een noemen we voor het gemak Don’t Know How to keep Smiling en de andere Choke Hole. Ik neem mijn interpretaties hier door. De eerstgenoemde beschrijft hoe een ouder het opgroeiproces van zijn kind kan ervaren. Met het kind aan de andere lijn, zegt de ouder: “I don’t know how you keep smiling/I would kill you if you let me.” De tweede beschrijft een disfunctionele, met alcohol doordrenkte relatie. De prachtigste zin uit dat nummer? “He’ll blame the alcohol.” Over Historian gesproken: wanneer de twintiger de titelsong van de plaat inzet, komt de band binnengelopen. Na een excuses voor het ongemak en haar thuisland Noord-Amerika, begint ze Yours & Mine. En hoewel ze aan het einde van deze set echt niet al haar mooiste nummers heeft afgewerkt, vergeten we dat door dit genereuze optreden volledig. (MM)

De laatste uit dit rijtje artiesten dat haar teksten op typische coming of age-taferelen fundeert, is Snail Mail. En uiteraard heb ik verwachtingen, want hoewel het album vreemd genoeg geen plekje had in onze eindejaarslijst, was bijvoorbeeld medium Pitchfork zo te spreken over het album dat het bijna een negen ontving. En die hype heeft met meer te maken dan alleen de mening van andere muzieknerds, want ook de knaller Pristine voedt dat enthousiasme, wat met zijn refrein alle zintuigen in mijn liefde voor emo aanspreekt met de lijn: Don’t you like me for me?/Is there any better feeling than coming clean? Naast dat en de Habit EP, heeft de drie jaar oude band niet veel meer in zijn discografie en dus hoort het publiek bijna ieder nummer van de groep. (MM)

De ander route
Om 13.00 uur stapt Helena Deland het podium in de Seven op, ietwat ongemakkelijk. “Ik zal proberen jullie allemaal in één keer te vragen hoe het gaat”, giechelt ze. “Dus, eh, hoe gaat het?” Het publiek druppelt langzaam naar binnen. Benieuwd naar de blondine met de gitaar. Wanneer ze begint te spelen verstomt langzaam het bonzende geluid van soundchecks op omliggende podia, wat plaatsmaakt voor de droomwereld van Deland. Echte ochtendmuziek, maakt ze. Van die liedjes waarvan je spontaan zin krijgt in een vrije zondag, met goeie koffie en een krantje, zo één. Ze betovert de voorste helft van haar publiek met haar mierzoete stem. Helaas weet ze de achterste helft minder te roeren, die verdwijnt al snel de tent uit, het festivalgedruis in. (BH)

Een stuk interessanter en eigenzinniger is de dame die een uur later haar entree maakt in de Seven: Selma Judith. De jonge Deense bracht een paar nummers uit die al snel werden opgepikt door internationale blogs. Mede vanwege de persoonlijke, kwetsbare teksten. Gedragen door spaarzame elektronica en kracht bijgezet door de backingvocals van twee van haar bandleden komen die ook nu sterk naar voren. De ledstrips in het halfronde dak van de Seven zorgen voor een intieme clubsfeer die naadloos aansluit bij de zwoele R&B van de zangeres. En op het moment dat je vermoedt dat ze haar trukendoos wel volledig opengetrokken zal hebben, neemt ze plaats achter een harp en speelt ze een prachtig nummer, solo. Waren we bijna even vergeten dat ze ook harpiste is (waardoor ze samenwerkte met onder andere The National en MØ). Ze toont zich een veelzijdig en talentvol artieste, hier in Hilvarenbeek. (BH)

Phosphorescent op podium One. Matthew Houck blijkt precies wat ik nodig heb op dit punt van de dag, al pootjebadend met een glas bier in mijn hand. Met zijn band speelt hij een energieke set, in de volle zon. De prachtige, rauwe stem van Houck en de pakkende melodieën bewegen zich als een prettige zomerbries over het veld. Niet te moeilijk, wel heel goed. (BH)

Het einde van de rit
Mijn trip in het indiepop melancholie-straatje wordt plots onderbroken door de set van Fat White Family. Als er één band is van deze line-up die graag trapt om te trappen, is het dit drietal. Dit jaar schopten ze nog flink tegen Idles en de volgens hen doorgeslagen linke politiek waar ze voor staan (de explosieve rant van frontman Lias vind je in het interview dat ik met het drietal had). Live staat de groep er met zes muzikanten die ook stuk voor stuk druk bezig zijn. Ze staan met zijn zessen, want de band heeft er live drie extra muzikanten bij, mooi op één rij als een waar muzikantenleger. Bij de opkomst weet je met wie je te maken hebt, als Nathan schalt: “Salam aleikum, motherfuckers!” Het zestal voelt bij elkaar geraapt maar toch één, wat misschien wel komt door de opvallende verzameling kleding en instrumenten die ze bij zich dragen. Wie dan ook had gehoopt dat deze musketiers spelen zoals ‘op de plaat’, komt bedrogen uit. Nee, de Fat Whites spelen ieder nummer anders en soms écht compleet anders. Om je een idee te geven welke instrumenten er in korte tijd doorheen worden gewerkt: dwarsfluit, tuba, saxofoon en misschien wel zes verschillende synths. De grote nummers hebben ze compleet veranderd. Zo klinkt Feet ineens als een uptempo dansnummer en is Tastes Good With The Money wel erg vlot. Zanger Lias trekt ook nog even zijn shirt uit en begint wilt op zijn borst te slaan. Echter is dit een enorm beheerst concert in de termen van deze Londense band. Dat is ook niet zo gek, nu de band het inzicht heeft gekregen dat teveel drugs niet goed voor je zijn. Maar wanneer je denkt dat het volledig clean blijft, vraagt Lias op ernstig serieuze toon of er iemand ketamine bij zich heeft. (MM)

De heftige rit wordt nog maar eens wat heftiger als Death Grips een uurtje later datzelfde podium Two betreedt. En hoewel de groep al tien jaar bestaat, is het mijn vuurdoop bij deze act. En jemig: dit is de heftigste act van heel dit festival. Het is vele malen eerder beschreven, maar ik ga het hier gewoon weer doen: deze act is meer punk dan menig punkband. Drummer Zach Hill houdt gewoon nooit op. De ritmes die hij uit zijn stokken schiet, zijn blarenkwekend vlot. De ene keer klinkt het bijna black metal in tracks als Black Paint en de andere keer klinkt het industrial rock á la Nine Inch Nails. We horen een zachte backingtrack van MC Ride, die hij eigenlijk niet nodig heeft. Deze act is, en met mij voor velen, de ramharde stomp die we nodig hadden tussen de rustige gitaarbands. (MM)

Maar dan moet je afkoelen. En dan heb je Cigarettes after Sex. Dat is als een alleshelend ijsbadje op je blaar. Wat een zielmassage is dit. Als reporter vergat ik zomaar de social media bij te houden. Het is shoegaze van de meest dromerige variant. Om van gevoel naar iets heel feitelijks te gaan: de setup is perfect voor dit drietal om Greg Gonzalez. Warme lampen die de silhouetten van de groep benadrukken en één spot op het hoofd van de zanger. Elk nummer beschrijft in de meest prachtig gevonden metaforen een relatie. Een vaste factor. Gonzalez’ is er een die iedereen doet smelten. Echte vergelijkingen trekken is zonde, want het doet CAS simpelweg geen eer aan. Het is het type band dat een nummer als Keep on Loving You van REO Speedwagon van kitch verandert in het mooiste liefdesliedje dat je ooit gehoord hebt. Gonzalez staat achter zijn gitaar en houdt zijn ogen gesloten. Hij is in een trans. En ik ook. Ik voel me veilig op een manier zoals ik het niet vaak mee maak: Nothing’s gonna hurt you baby/As long as you’re with me, you’ll be just fine. Dat nummer is niet de afsluiter, maar Neon Moon, de cover van Brooks and Dunn. Als ik ontwaak, zie ik dat ik niet de enige ben die geraakt is: meerdere mensen staan in tranen en ik geef ze geen ongelijk. (MM)

Ondertussen bij Mac DeMarco
De koning van de slacker betreedt Stage One en vanaf het eerste moment voelt het immense podium als zijn woonkamer. Mac DeMarco en zijn band steken vervolgens doorlopend de draak met het publiek. Nummers worden afgewisseld met inside-jokes, onderbrekingen, gekke stemmetjes, uitbundige giechels en lange pauzes. “Heeft iemand misschien een aansteker voor me?” roept de toetsenist, waarna een golf van aanstekers het podium overspoelt. “Twenty works.” Ze hebben de lachers op hun hand, de sfeer is losjes.

Mac DeMarco laat zien dat humor, zelfspot en interactie een optreden flink kracht kunnen bijzetten. Overigens speelt de band tussen al het grollen door wel retegoed, hoor. Ook essentieel. “Dit nummer schreven we een paar jaar geleden in een MacDonalds in Nederland, over joppiesaus”, kondigt de charismatische frontman aan. Op het moment dat de set nijgt te eindigen in een wel heel langdradige, verveelde jam rondom het woord ‘joppiesaus’, zet de band Chamber of Reflection in. Een welkom toetje na een luchtige show. (BH)

De slaappil
En ik blijf wakker voor Viagra Boys, waar het ramvol staat. Net als de propvolle Five, heb ook ik gewacht op dit concert dat om kwart vóór twee ’s nachts plaatsvindt. Na ze gesproken te hebben vorig jaar, kon ik het concert niet af zien om logistieke redenen. Toen was ik zeer enthousiast over de gevreesde Zweden. De volgetatoeëerde Sebastian Murphy komt op zijn wilde wijze het podium op geslenterd, steekt een peuk op en neemt een slok bier. Na Research Chemicals, vertelt hij : “We’re Mac DeMarco! Hello Germany, how are you doing?” Na de gorgel met pils en uitspuwen van het goedje op het publiek, weet ik eigenlijk niet of de man hier een grapje maakt of serieus is. En als Worms in wordt gestart, herinner ik me het gesprek dat ik met hem had. Hij vertelde toen over Worms: “Op het moment dat ik het nummer schreef voelde ik mij nogal sterfelijk. Ik dacht dat ik op mijn weg naar de dood was door drugsmisbruik.” En dan staat hij hier en begin ik te zien hoe dit er in de praktijk uit heeft moeten zien. Als Schrimp Schrack een kwartier duurt en Murphy zijn bandleden al meerdere malen heeft betast, herinner ik me hoe hij er toen voor stond: “Nu gaat het wel goed. Nu probeer ik mijn leven weer terug op te bouwen. Ik focus mij nu op de band en ik wil andere mensen niet meer tot last zijn. Ik neem verantwoordelijkheid voor mijn eigen acties.” Helaas blijkt dat niet uit dit teleurstellende concert. (MM)


Niets in het leven is zeker. Als er één band een uiting van dat gegeven is, is het misschien wel Fat White Family. Al voor de band begon, leefden de broers Nathan en Lias Saoudi in financiële onzekerheid en van bank op bank. De band zelf was ook allesbehalve een zekere factor. In acht jaar tijd gingen er meer leden dan dat er kwamen, laaiden spanningen onderling regelmatig hevig op en werden er bijzonder veel drugs gebruikt. In de tussentijd werd er toch het nieuwe album Serfs Up! gemaakt en speelt de band in juli tijdens Dour Festival.

Tekst Midas Maas
Beeld Tess Janssen

Eigenlijk waren die afgelopen drie jaren niet anders, zoveel jaren zijn er verstreken voor het nieuwe album het levenslicht zag. Gitarist Saul Adamczewski verliet in 2016 de band, wederom om een ruzie. Enkele maanden later voegde hij zich toch weer bij de band. Nathan en Lias verlieten London en trokken naar Sheffield, om daar hun eigen ChampZone Studio’s op te richten. De bedoeling was om een goede studio op te zetten waar bands voor relatief weinig geld een plaat konden opnemen. Van die bedoeling is weinig over, aangezien de studio is stopgezet en ze terug verhuisd zijn naar Londen. Vorig jaar sloot de band treurig af: Dale Barclay, frontman van The Amazing Snakeheads overleed aan hersenkanker. Barclay was een vriend van de band en kwam bij Fat White Family toen Saul afwezig was. Wederom bleek: niets in het leven is zeker.

Wat heeft Barclay jullie gebracht?
Lias: “Hij heeft ons veel geleerd. Hij was een goede vriend van ons. Zijn ziekte en overlijden gingen heel snel. We hoorden erover en het volgende moment was hij weg. Het is de eerste persoon die dichtbij ons stond die overleden is, you know. Het is als een eerste wond, je hebt je eerste kameraad verloren. Dat verschuift je perspectief. We realiseerden ons hoe fragiel dit leven is en hoe snel het gaat. Ik had daarvoor veel ruzietjes met Lias, maar dit liet ze klinken als iets heel kleins. Deze gebeurtenis maakte dat we dat dus wilden veranderen. Je voelt je minder geneigd om tijd te verspillen in de vorm van pijn, misbruik en ruzies met mensen. Het is iets dat destijds lastig te verwerken was.”

Hoe is de financiële situatie op dit moment?
Lias: “Ongeveer hetzelfde als voorheen: ik huur een kamer van een rijk kind dat zijn eigen flat heeft, you know. Het is niet het beste scenario in de wereld. We zijn een aantal weken geleden uit de studio getrokken. We zaten daar alleen om een album te schrijven en op te nemen, dus dat hebben we nu gedaan. We hadden nooit echt het plan om voor altijd in Sheffield te blijven wonen. Het was gewoon een goede plek om te werken: het is goedkoop, vriendelijk en vrij van afleidingen, dus het was destijds gewoon logisch.”

“Daarnaast was Londen te duur geworden voor de hoeveelheid geld die wij verdienden met de band. Het gaf ons niet de tijd om de groep weer op te bouwen na de burn-out van vijf jaar touren. We hadden financiële issues, last van fysieke uitputting en drugsfixaties. Kortom: al de gebruikelijke stereotypes van een band als de onze. We moesten ons door die problemen heen zien te worstelen. Dat had tijd nodig en daar zouden we niet toe in staat zijn in Londen zonder een baan ernaast te gaan doen en ons aan te sluiten bij het proletariaat waar wij uit voortkomen.”

“We hebben nog geen geld verdiend, aangezien we het album nog niet hebben uitgebracht. Geld is niet het belangrijkste. Ik denk dat het een kwestie is van het opbouwen van geloofwaardigheid, zodat mensen met je gaan samenwerken. Het is van belang dat we interessante projecten blijven doen. Ik ben daar gelukkig genoeg mee. Ik bedoel: deze generatie moet wat minder verwachten, doesn’t it. Dat bedoel ik op een materiële manier. Er is minder geld, zeker in de muziek. Muziek is een leven van onzekerheid.”

Nathan: “Ik slaap soms op zijn vloer. Ik leef bij hem. Ik heb mijn huur in Sheffield opgezegd. Ik dacht: fuck that shit. Het maakt mij niet uit dat ik een nomade ben. Ik ben altijd al van plaats naar plaats getrokken zonder enige vorm van zekerheid.”

Wat doet een leven van financiële onzekerheid met je?
Lias: “Het helpt niet, haha. De eerste levensbehoefte is onderdak en de tweede is voedsel. Zonder deze dingen ben je een soort beest. Het is de basis van de menselijkheid. Hoe zou je je moeten ontspannen als je nooit weet wat er om de hoek schuilgaat? Er is geen vangnet waarin men kan vallen. It’s shitty voor de logische redenen. Natuurlijk denk je er weleens aan om wat anders te doen, maar in dit stadium is de vraag: wat ga je doen? Ik denk er weleens aan om een boek te schrijven, maar je stuit op hetzelfde probleem: daar is ook niet veel geld te verdienen. Als je een kunstenaar bent, moet je het principe van geld vergeten. Als het wel komt is dat geweldig, maar als het niet komt is dat ook prima. Wij waren vijf jaar voor deze band begon al platzak en berooid. We waren best een tijdje dakloos, leefden jarenlang in kraakpanden en surften van bank naar bank. Dat we hier zitten met een cocktail met een brandend kaneelstokje terwijl we met iemand praten is al een stap omhoog.”

“Ik kan niks anders dan dit en werken bij de McDonalds. I can’t do shit. Ik zit vast”

Wat doet dat nomadenbestaan met je liefdesleven?
Nathan: “Ik heb er geen. De laatste relatie die ik had was meer een vertoning van praal dan wat anders. Het was een transactie-achtig iets, waar eigenlijk het gros van mijn relaties op neerkwam. Zij willen een beetje dirt en ik wil een beetje glamour. En het is misschien een seksueel iets, maar niets van enige substantie in de afgelopen tien jaar.”

“Natuurlijk hebben we daar wel behoefte aan! We offeren die shit op voor deze baan, man. Ik kan niks anders dan dit en werken bij de McDonalds. I can’t do shit. Ik zit vast. Maar dat boeit mij geen fuck. Ik doe tenminste iets waar ik van geniet. Ik zie andere mensen die de vrijheid hebben om te doen wat ze willen. Ze gaan op vakantie of whatever. Maar dat zijn miserable cunts en ik geef geen fuck om hen.”

“Of het het waard is?” Lacht:Who the fuck knows man! Je doet het niet omdat je het bewust doet, je doet het omdat je het doet. Het is een natuurlijk iets. Zoals sommige mensen kok zijn. Ik schrijf nummers en zing ze, you know.”


Jullie hielden je al sinds jullie jeugd bezig met kunst. Wanneer werd het jullie doel in jullie leven om je te richten op muziek?
Nathan: “Toen we besloten een band te beginnen was ik zestien. We waren in mijn vaders huis in Cambridge. We zaten in een park toen het plan ontstond om een band te beginnen. Vanaf daar zijn we dat na gaan streven. Lias speelde altijd al muziek, dus het is gestart zodra hij met de suggestie kwam.”

Lias: “Ik studeerde kunst en wilde schilder worden. Ik raakte gedesillusioneerd door de kunstacademie. Ik vond het doordrenkt van privilege en vriendjespolitiek en zag niet hoe ik daar doorheen kon komen zonder patronage, iemand in voorkeurspositie. Het was ook de tijd dat ik drank, drugs en vrouwen ontdekte, wat betekende dat ik heel de tijd in de bar wilde zijn. Ik wilde dus een kunstvorm gaan maken die ik in de bar kon uitoefenen. Het spelen in een band laat je precies dat doen. Ik zou zeggen dat het doel om erkend te worden voor het uitdrukken van mezelf en de wil om een stem te hebben die luider is dan die van ieder ander, nooit is veranderd sinds ik zeven was. Soms wilde ik een kunstenaar zijn, de andere keer een muzikant en de andere keer een schrijver. Het is praktisch dezelfde impuls: ik ben belangrijker dan de rest en mijn stem zou als eerste gehoord moeten worden.”

Nathan: “Ik ben als Dionysos (Griekse god van de landbouw, vruchtbaarheid, natuur, wijn, plezier, dans en het leven, red.). Ik hou van gezelligheid, gemeenschap, mensen die het naar hun zin hebben om zo de pijn van het leven te verwerken. En dat door middel van kunst. Ik hou ook enorm van het optreden en de support. Ik heb altijd van muziek gehouden, maar ik dacht nooit dat ik het kon tot twee jaar geleden, toen Saul de band had verlaten. Ik was lichtelijk ontmoedigd en toen was er iemand die echt in me geloofde. En toen dacht ik: alright, misschien kan ik dit echt. Iemand heeft de band verlaten en iemand moet deze taak op zich nemen. Het was een vrouw van wie ik hou. Of het een relatie is? Ik wil er geen label aanhangen. Who gives a fuck about that shit?”

“Heel mijn leven maak ik muziek, en ik werd altijd verpulverd. Nu probeer ik niet verpulverd te worden”


In het verleden hebben jullie het regelmatig gehad over de worstelingen met drugs en mentale gezondheid. Is daar iets aan veranderd?
Nathan: “Iedereen worstelt. Het is de worsteling van het begrijpen van jezelf in de muziek, wat soms erg lastig kan zijn. Heel mijn leven maak ik muziek, en ik werd altijd verpulverd. Nu probeer ik niet verpulverd te worden. Ik ben niet meer fulltime aan enige substantie, wat ik gedurende tien jaar wel geweest ben. So that’s a change. Het is een goede verandering, maar ik weet niet waarvoor. Ik denk wel dat het wat op gaat leveren, waar ik weet niet wat. Ik hoop het in ieder geval. Je doet iets waarvan je hoopt dat het naar het goede leidt, zoals het vervaardigen van veel goede nummers. Ik denk dat het niet continu gebruiken van drugs leidt naar meer. Twee maanden geleden ben ik afgekickt. Die maanden waren shite. De slechtste twee maanden van mijn leven, really.”

Lias, ik hoorde je lachen. Is dit de herkenning van zijn worsteling?
Lias: “Wel, ik herkende de struggle altijd wel. Het is alleen dat we pas recent de wil hebben gevonden om ermee om te gaan. We zijn het serieuzer gaan nemen, omdat de katers ons serieuzer zijn gaan nemen. We wisten altijd al dat het zo zou eindigen. We wisten dat al vanaf de start, maar we deden het alsnog. No regrets.”

Over worstelingen gesproken: op social media vertelden jullie recent dat jullie vroeger te maken hadden met racisme. Op wat voor manier werden jullie daarmee geconfronteerd?
Lias: “We brachten onze jeugd door in een Ierse stad met de naam Cookstown. Een stad die nog steeds voor een deel vastzit in middeleeuwse vooroordelen. Het is dus een vrij onverdraagzame en racistische plek. Er waren geen oosterse mensen, er waren geen zwarte mensen en geen Aziatische mensen. Mijn broer en ik waren de etnische minderheid. Er was niemand anders. Dus, hoewel we er misschien uit zagen als Italianen in Londen of Birmingham, waar we niet zouden opvallen, viel ons uiterlijk daar mensen wel op. We gingen daar naar de basisschool, waar ze mij ‘sand nigger’ en Nathan ‘sir nigger lot’ noemden. Waarom? Omdat alle Ieren racistische poëten zijn.”

Recent haalden jullie uit naar IDLES en Sleaford Mods. Wat is er precies fout aan de houding van IDLES of Sleaford Mods?
Lias: “Ik heb niks tegen Sleaford Mods. Ik ben fan van die band. Het was gewoon een grap. Jason is een vriend van mij. We moesten er om lachen. Jason doet dat continu. IDLES weet ik niet. Ik ben er zeker van dat het leuke kerels zijn. Ik denk dat het een symptoom is van een culturele malaise en een pc-cultuur (politiek correcte cultuur, red.) dat het op de een of andere manier wordt gezien als vooruitstrevende muziek. En dat is het niet. Het is spreken voor eigen parochie. Het is juist het symptoom van een zwakke mentaliteit. Het is een verzadigde waarneming van goed of fout. Ik vind het neerbuigend en saai, dus waarom zou ik er geen fucking grap over maken? Het maakt een aantal IDLES-fans boos, maar dat boeit mij geen fuck. Ik verwacht ook niet dat muzikanten heel de tijd super aardig tegen elkaar zijn en continu respectvol zijn. Sinds wanneer is dat waar het allemaal om draait? Wat is er gebeurd met het goede oude in de zeik nemen? Het is precies wat ik zou zeggen in de pub. Ik deel dat met het publiek, dus ze zouden mij fucking dankbaar moeten zijn. Ze zouden op hun knieën moeten gaan om me te bedanken, smekend om meer. Voor hen is het een beetje entertainment in de middag. Ik moet de shit nemen die ik ervoor terug krijg.”

Vinden jullie het een saaie band?
Lias: “Het is minder dan saai. Wat ik bedoel met prekerige betweterij, is dat het het braaksel van nep-linkse liberale media opnieuw moraliseert. That’s not what it’s about man! Er is niks mis met je als je uit de arbeidersklasse, middenstand of uit de hogere klasse komt. Het boeit mij niet. Er is niks mis met het omschrijven van iemands standpunt als overduidelijk middenstand. Ik denk dat dat zeurderige preken een middenstandsgewoonte is. Het is een manier waarop ze zichzelf inprenten en beschermen tegen hun eigen schuldgevoelens over het verneuken van andermans levens. De campussen van de scholen waar ze naartoe gingen waren niet genoeg voor deze mensen en nu willen ze dat heel de wereld is zoals hun thuishavens.”

“Er is altijd iets in hun omgeving dat de schuld krijgt. Of het nou de banenmarkt, de media of de politici zijn. Ze vinden altijd wel iets. Ze verwachten dat de staat een beschermende vader is én een verzorgende moeder op exact hetzelfde moment, wat schizofreen is. Ik verwacht niet dat mensen dat zien als ik iets zeg in een Facebook-post, maar het geeft me een reden om dit aan te snijden in interviews. Het is een kleine steiger waarop ik mijn retoriek kwijt kan. Je kan me een slang noemen, maar ik doe mijn werk en best aardig ook, voor zover ik mij ervan bewust ben.”

Nathan: “Ik denk gewoon dat de muziek niet erg goed is. Het is gewoon saaie muziek. Je kunt er niet op dansen, het is geen achtergrondmuziek, je kunt er niet op neuken, je kunt er niet op zoenen, je kunt er niet op koken, je kunt er niet op eten en je zult het zeker niet opzetten als je een voetbalwedstrijd in de ruimte gaat spelen. Het is gewoon voor jonge, stomme kinderen.”

Lias: “Het gaat mij niet om IDLES. Het oneerlijke zou zijn om hen het symbool te laten zijn voor iets. Als je jezelf tot symbool maakt van je moraal, wat je doet als je je boodschap overbrengt naar het publiek, zou je niet verbaasd moeten zijn als je ook als een symbool behandeld wordt. Het zijn eerder de hardcore-fans die het probleem zijn, maar zij moeten toch opnieuw onderwezen worden en dat is mijn plicht.”

“Links is in oorlog met zichzelf over betekenissen, minderhedenproblemen en identiteitspolitiek”


Wat is jullie eigen kijk op de huidige staat van Groot-Brittannië?
Lias: “Wij hebben onze mening over de opstanding van rechts jaren geleden al duidelijk gemaakt. Ja, er is de Brexit en Trump. En ja, het is afschuwelijk. Maar tegelijkertijd wordt de ware aard van het kolkende broeinest van de hypocrisie tenminste zichtbaar voor dat wat het is. Je hebt Labour die wint op plaatsen als Kensington en de conservatieven die winnen op plekken waar Labour meestal won. Dat is een goede verbeelding van het schisma waarin de politiek zich begeeft. Links is in oorlog met zichzelf over betekenissen, minderhedenproblemen en identiteitspolitiek. Dat is een verraad van de werkende mensen die er geen fuck om geven welk toilet ze mogen gebruiken. Het is goed bedoeld, maar politiek is de kunst van het mogelijke. Als we er nog niet achter zijn hoe we om moeten gaan met een jonge generatie die nergens kan wonen en geen kans heeft op een fucking baan, dan zouden we misschien onze energie ergens anders in moeten steken.”

“Serfs Up! gaat ook over deze mensen die nu voor zichzelf opkomen en voor zichzelf kiezen. Het is een humoristische kijk op de Brexit en deze nieuwe vorm van nationalisme. De politiek correcte middenklasse wil een wereld bouwen zoals die volgens hen zou moeten zijn. En dat kan in Londen, binnen de privéscholen en de universiteiten waar ze rondlopen. En helaas kunnen we ons niet allemaal dat imago permitteren. We zullen altijd op cultureel, materieel en spiritueel vlak tekortkomen. Vandaar het verschil tussen mensen uit de stad en van het platteland. Er is een volledige scheiding.”

“Er zijn mensen die denken dat kunst gemaakt zou moeten worden door iemand met een diploma, wat complete onzin is”

Is het politieke correctheid die doorgeslagen is?
Lias: “Ik denk dat het allang te ver is gegaan. Het sijpelt door naar kunst. Er zijn mensen die denken dat kunst gemaakt zou moeten worden door iemand met een diploma, wat complete onzin is. Kunst heeft niets te maken met politieke correctheid en heeft niks te doen met moraliteit. Kunst is het enige dat mensen hebben waarmee ze zich daadwerkelijk kunnen identificeren en scheiden van de natuur. Het is de enige manier waarop we ons kunnen onderscheiden. Het is het enige naast voetbal dat de werkende klasse heeft om uit de shit te kruipen. Als je hen gaat vragen of ze wel het juiste voornaamwoord hebben gebruikt en ze beschuldigt van misogynie, belemmer je hen ook in hun vrijheid. Onze maatschappij is bij zijn basis chauvinistisch. Je kunt niet van de een op de andere dag veranderen. Het is het soort one-size-fits-all-politiek die de liberale media nu uitspuwt. Naar mijn mening is het medicijn dodelijker dan de ziekte. Je vervalt vrij makkelijk in cultuurmarxisme als je het gaat hebben over het uitsluiten van bepaalde mensen omdat ze een mening hebben waar je het niet mee eens bent.”

Nathan was bang dat de band misschien ooit zou stoppen. Hoe is dat nu?
Lias: “Ik durf te stellen dat we nu zekerder zijn dan ooit. We zijn op een heel goed punt met elkaar en met de muziek. Iedereen heeft zijn eigen projecten. We werken meer samen en praten over dingen. Het is zeker makkelijker geworden nu we ouder zijn. Er heerst niet echt dezelfde angst als toen. I’ve kinda had the worst of it really. De kern van de ruzies blijft hetzelfde, maar het ermee omgaan is makkelijker.”

“Het waren ook ruzies die ervoor gezorgd hebben dat Saul ons enkele maanden heeft verlaten. Dat is lastig uit te leggen. A straw breaks the camels back, is het Engelse gezegde. Er was gewoon niet een specifiek moment. Het was niet alsof ik thuiskwam en Saul in mijn moeder vond of zo. Het was geen oorlog van verraad. Op een gegeven moment breekt er iets. Dat gebeurt continu als je onder druk staat. Het is makkelijker om helderheid te creëren als niet iedereen continu aan de crack en smack zit. Daarmee gezegd te hebben dat dat allemaal relatief is. De drugsinname is enorm verminderd, maar er zijn nog steeds problemen.”


WEBSITE DOUR | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Hatseflats: in Dour weten ze wel hoe je een programmering van links tot rechts gevuld krijgt met spannende acts. Na een berg aan eerdere bekendmakingen, komen er vandaag weer 23 namen bij. Van Death Grips tot Yonatan Gat, Metronomy, Black Mirrors en Rendez Vous.

Van 10 tot en met 14 juli wordt het Waalse Dour omgebouwd tot een groot speelparadijs voor volwassenen. Het festival viert dit jaar zijn dertigste verjaardag en heeft daar een mooi feest omheen gebouwd. Van eerdere bekendmakingen als Curtis Harding, George FitzGerald, Parov Stelar, Charlotte Adigéry, Bonobo, The Internet, Tirzah, Viagra Boys, Hot Snakes, Sudan Archives, Fontaines D.C. en IAMDDB.

Deze nieuwe lichting komt daar dus nog eens bovenop! Van de comeback van het bitterzoete Metronomy tot de snoeiharde chaosrap van Death Grips, de nieuwe postpunkers van MNNQNS en Rendez Vous. Maar ook de 2.0-versie van Fat White Family, de wonderschone electroqueer-soul van Nakhane en onder meer Lenny Pistol, Martha Da’ro, Montevideo, Ozferti, Phoenician Drive, Saudade, Sonnfjord en The Brums.

Daarnaast kun je op zondagavond schitteren in de intieme Le Labo-locatie van Dour, want daar komt het Moonshine-collectief uit Quebec met residents Pierre Kwenders, Bambii en de VJ Boycott. De band neemt een breed scala aan afro-futurisme mee. Ze delen het podium met Kampire en Kiddy Smile, een niet te missen figuur in de queer-scene en vaandeldrager van de voguing movement. Verwacht een vuig avondje vol queer, nineties-beats en een hoop fluorescerende dingen!

Wij geven je hieronder even een voorproefje van wat je zoal van deze batterij aan namen kunt verwachten.


WEBSITE DOUR | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Sinds de eerste single uit 2012 staat Fat White Family, een stel tomeloze creatievelingen uit Peckham, bekend als een band die het niet zo op heeft met normen en regeltjes. De Zuid-Londenaren schoppen graag aan tegen alles wat los en vast zit, wat ze al op een hoop negatieve publiciteit is komen te staan. De band weet zichzelf echter wél steeds weer ten gelde te maken met heerlijke, knotsgekke psychedelica. En ook nu is het weer raak.

De nieuwe single heet Breaking Into Aldi en ja, dat slaat inderdaad op de bekende Duitse supermarktketen. Volgens de band is het ‘een post-apocalyptische schets van een Verenigd Koninkrijk waarin te weinig voordelige Duitse buurtsupers over zijn’. Afijn, luister er zelf naar en dompel je onder in de eigenzinnige belevingswereld van deze Britten.

 

Het in 2011 opgerichte Fat White Family staat bekend om zijn far out mix van rock-‘n-roll, post-punk, psychedelica en alles daartussen. Songs For Our Mothers, hun tweede plaat, kwam al in januari uit, maar de band heeft onlangs een nogal surrealistische video voor single Tinfoil Deathstar uitgebracht.

De clip belichaamt alles waar de Fat Whites voor staan: krautrockritmes, een bij vlagen lugubere sound en all around crazyness op een manier zoals alleen deze band dat kan. De video zit vol propagandabeelden, half ontbindende lichamen en shots uit oorlogsfilms. Het is een bevreemdende, nihilistische trip die je eerst aan het dansen krijgt en daarna achterlaat met een gevoel van: what the fuck just happened?

 

 

Steeds als je denkt dat het al unheimlich genoeg is, kan er bij Fat White Family nog wel een schepje bovenop. Debuutalbum ‘Champagne Holocaust’ zette de toon al: gasten die zwaar onder invloed hun gedachten uiten met stoffige gitaren, woede en een brok humor. Op ‘Songs For Our Mothers’ zoekt de band de grenzen nog meer op. Op deze tweede plaat serveren de Londenaren een gekke maar prettige mix van macabere rock, zwarte komedie (over jawel, Nazisme en moord), doordrenkt van drugs en grilligheid.

Maar de band is meer dan dat. In Fact Mag zei frontman Lias Saoudi al eens hoe suf het is dat telkens benoemd wordt hoe zeer ze naar de klote zijn, in plaats van dat er naar hun nummers geluisterd wordt. Zo verrast de band met opener Whitest Boy On The Beach, dat met de synths en het basloopje knipoogt naar disco. Of Hits Hits Hits, dat voorzichtig funky is, maar wel nog hun typische gruizige gitaren laat horen. De band durft te experimenten met meerdere genres, maar hun satire ontbreekt allesbehalve. Zo gaat Hits Hits Hits over de gewelddadige relatie van Ike en Tina Turner.

Vreemde onderwerpen lopen als rode draad door het album. In countryballad Goodbye Goebbels neemt Saoudi Adolf Hitler’s oogpunt in. Het einde is nabij, hij kijkt terug op de oude tijden met de propagandaminister Joseph Goebbels. ‘I think we’re alone now, goodbye Goebbels / Sometimes there’s no solving problems and pain.’ Of het op het eerste gezicht opgewekt klinkende When Shipman Decides, over huisarts Harold Shipman die honderden patiënten vermoord heeft. Laat staan het heerlijk lome Satisfied, waarin pijpen en Auschwitz aan bod komen. Ja, allebei.

Het blijft een raadsel wat Fat White Family nu eigen wil bereiken of zeggen met ‘Songs For Our Mothers.’ Is het even lekker tegen de brave radiorock aanschoppen? Soms is het shocken om het shocken, lijkt het. Maar vaak genoeg werkt het wel. Tsja, je bent Fat White Family of je bent het niet.

 

Als u Fat White Family nog niet live hebt gezien, dat gaat er iets goed mis. De onaangepaste lelijkerds uit Londen traden in een jaar tijd vijf keer in ons land op en vijf keer sloopten zij vakkundig de zaal. Inmiddels, ruim twee jaar na de release van debuutplaat ‘Champagne Holocaust’, is het tijd voor nieuw materiaal, te beginnen met Whitest Boy On The Beach.  

Er zijn twee soorten Fat White Family-tracks: die waarop de band alle remmen loslaat en volledig apeshit gaat én de tracks waarop de band dwangmatig zijn woede opkropt. De eerste single van de tweede plaat ‘Songs For Our Mothers’ is er een van de laatste categorie. Sluit je ogen en met een beetje inbeeldingsvermogen zie je frontman Lias Saudi trillend en met gebalde vuisten in de microfoon tieren, zuchtend en steunend tussen de zinnen door en wild schuddend met z’n hoofd tijdens de instrumentale intermezzo’s.

Over het instrumentale gedeelte gesproken, Fat White Family lijkt voor het nieuwe album de synthesizer een grotere rol te hebben gegeven. Een volumineuze sprei van 80s-discogeweld voert op Whitest Boy On The Beach de boventoon en dat is best verfrissend. Tekstueel hoogstaand is het, als vanouds, niet, al zijn we wel benieuwd wat album tracks Goodbye Goebbels, Lebensraum en Tinfoil Deathstar gaan brengen als de nieuwe plaat op 22 januari verschijnt.

 

london calling

 

Daily Indie-schrijvers Ronald van Berkel en Yoram van Hees trekken op 9 & 10 mei naar Paradiso om verslag te doen van de eerste London Calling van 2014. Het duo doet allerlei ontdekkingen, waarvan je die van de eerste dag hier kunt lezen! Het verslag van de tweede dag vind je hieronder, waarbij de foto’s wederom afkomstig zijn van Remco Brinkhuis. Enjoy!

 

Dag twee van London Calling begint vroeg. Zo vroeg zelfs dat sommige mensen nog liggen te slapen. Matthew Daniel Siskin komt de kleine zaal namelijk ingesnelt in een versgekreukt pak en met de semi-akoestische gitaar in de hand. Hij verontschuldigt zich voor zijn chaotische opkomst want tot vijf minuten geleden lag hij nog te slapen. Met zijn warrige haar, gekreukte colbert en innemende voorkomen steekt de veelgemaakte vergelijking met Bob Dylan de kop op. Gelukkig weet hij dit zelf ook en om het commentaar maar voor te zijn, doet hij tussen neus en lippen door een kleine imitatie van zijn grote voorganger. Ook hij maakt gebruik van een pseudoniem, want waar Siskin in real life een behoorlijk succesvol, New Yorks marketingmannetje is, schreef hij onder de naam Gambles een intens ontroerend album (‘Trust’) over het verlies van een ongeboren kind en de vernietiging die het verdriet daarover met zich meebrengt. Zwaar? Absoluut, maar Siskin laat tussen de nummers door gelukkig wel de gesjeesde yup zien en weet er voor te zorgen de boel met zijn vlotte babbel aan elkaar te lijmen. Het leeuwendeel van het publiek is echter nog niet helemaal klaar voor het festival en Siskin verspilt de sfeer van zijn eigen optreden een beetje door steeds te vervallen in licht geïrriteerde opmerkingen over het gebabbel achter in de zaal. (YvH)

 

Aan Telegram de eer om de grote zaal op de zaterdag te openen. De vier heren uit Londen en Caerphilly komen lichtelijk nonchalant op en rommelen nog wat met hun instrumenten. Frontman Matt Saunders heet ons welkom met een dikke tongval besmeerde “Hello. Hello. We’re Telegram” en vanaf dat moment is het 35 minuten lang rocken geblazen. Telegram zwaait van shoegaze naar krautrock en dan weer naar psychedelica en dat alles met een vette flanger op de gitaar van Matt Wood en een dikke chorus op de zang van Matt Saunders. Ook in de ritmesectie gaat het voor de wind. Bassist Oli Paget-Moon (die soms doet denken aan Joey Ramone) en drummer Jordan Cook lijsten de gitarenmuren van Saunders en Wood perfect in. Cook is trouwens fantastisch om naar te kijken. De diameter van de Brit zijn polsen is haast gelijk aan die van zijn drumstokken, maar wat komt een kracht uit dat fragile lichaam. Hoogtepunten zijn Under The Night Time, Follow en het twee maanden geleden uitgebrachte Rule Number One.

We begrepen van Paradiso ingewijden dat ze weer snel weg moesten, dus vandaar deze vroege speelpositie voor een band die de zaal kapot had gespeeld als ze iets later op de affiche stonden. Hoe dan ook, Telegram maakt alle verwachtingen meer dan waar. Met deze band zit het helemaal snor (pun intended). (RvB)

 

 

Telegram

Telegram

 

 

Mocht je je ergeren aan de theatrale rocksterposes van Telegram, dan is er voor jou The Bohicas. Gewone gasten uit Noord-Engeland, benaderbaar, down to earth, ja ook wel een leren jackie aan. Oh, en ook is dit (samen met Telegram) de meest typische London-Calling-hitband van deze festivaleditie. The Bohicas klinkt opzwepend en opwindend. Alsof de Arctic Monkeys van nu hun songs schrijven met de energie van de Arctic Monkeys van eerst. Vanaf de eerste noot wordt het gaspedaal vol ingedrukt, heerlijk smerige gitaarsolo’s worden eruit geperst en nergens gaat de energie ook maar even omlaag. In tegenstelling tot Telegram is wel ieder nummer een schot in de roos; stuk voor stuk festivalstampers voor de komende maanden. (YvH)

 

 

Een set openen met je eerste en meest succesvolle single? Childhood is niet bang en doet het gewoon met Blue Velvet. Deze strategische keuze is wel link in de zin dat na zo’n groot wapenfeit de rest ook nog wel moet blijven boeien. Childhood is druk bezig geweest met het opnemen van hun debuutalbum, dat deze zomer ergens uit moet komen, en is vast besloten om ons er van te overtuigen dat hun nieuwe nummers net zo goed zijn als eerder werk uit 2010. We wisten al dat Chilhood goed was in dromerige surf pop, waarbij de verslavende melodieën je om de oren vliegen. Deze lijn is adequaat doorgezet met nummers als Falls Away, waarin weer zo’n sterk muzikaal thema zit en waarin heerlijk repetitief wordt gegrooved door drummer Chris O’Driscoll. Of Pinballs, een zes minuten durend epos dat ergens zweeft tussen surf en shoegaze en waarbinnen zes keer op de gekste plekken van tempo wordt verwisseld. Door dit soort trucjes blijft Childhood verrassen en komt het live ook goed uit de verf. (RvB)

 

 

Childhood

Childhood

 

 

Desperate Journalist op het podium van de kleine zaal doet denken aan de jaren tachtig. Zangeres Jo Bevan met kort blond haar en opgeknoopte blouse, bassist Simon Drowner met zwarte oogschaduw en blazer inclusief een paar oude punk-buttons, gitarist Rob Hardly compleet in het zwart en drumster Caz Hellbent in een blauw-wit gestipte polka dress. Ook muzikaal past dit goed in het einde van de jaren tachtig. Het werk van Desperate Journalist is muzikaal niet bijzonder ingewikkeld, maar is door de vele scherpe randjes, een flinke bak pit en het hoekige drumspel van Hellbent wel bijzonder interessant. Drowner staart het hele optreden – de reus die hij is – onafgebroken de zaal in, Hardly laat zien waar de term shoegaze vandaan komt en Bevan is de ideale frontvrouw. Ze zingt alsof haar leven ervan af hangt, maar schiet nergens uit de bocht. Tussen beukplaten Chrisina, Kitten en Organ zoekt Desperate Journalist even de rust op in de vorm van Wait. Bevan zingt bijna het hele nummer met haar ogen dicht en de verleiding is groot om niet hetzelfde te doen; even onszelf laten hypnotiseren. “We all make mistakes”, verkondigt Bevan dan in afsluiter Mistakes, maar wat ons betreft is Desperate Journalist de uitzondering op de regel. (RvB)

 

 

03 - Desperate Journalist

 

 

Samen met Jungle gisteren is de grootste naam van deze editie van London Calling waarschijnlijk wel Royal Blood. Dat niet alleen, het is ook de hardste band van het festival. Drummer Ben Thatcher en zanger/bassist Mike Kerr zijn maar met z’n tweeën, maar maken herrie voor tien. Sinds het optreden van Blood Red Shoes in de kleine zaal is een duo hier niet meer zo’n meedogenloos vette bak herrie over het publiek uitgestort. Waar Kerr’s stem nogal eens te wensen overlaat in de eerder uitgebrachte nummers, wordt dit live volkomen gecompenseerd door de moddervette sound van dit tweekoppig monster. Kerr wurgt liefkozend allerlei gitaarakkoorden én baspartijen uit zijn basgitaar en met bij ieder contact tussen drumstok en –vel lijkt Paradiso op zijn grondvesten te schudden. Royal Blood biedt even een luid momentje om je oergevoelens te uiten. De fysiotherapeut gaat het morgen druk krijgen met alle nekklachten. (YvH)

 

 

Solids

Solids

 

 

Is Solids dan de Royal Blood van de toekomst? Of misschien de nieuwe Japandroids of Death From Above 1979? Dit Canadese duo speelt namelijk ook een gruizig potje noiserock, maar waar Royal Blood zwaar leunt op blues en groove, ontbreekt het bij Solids aan dynamiek. Misschien is het publiek verwend of simpelweg murw gebeukt, maar Solids weet op een tijdstip dat de meeste mensen wel te porren zijn voor een feestje, de kleine zaal haast leeg te spelen. Iets wat The Fat White Family doet in de grote zaal. Zij hebben de twijfelachtige eer om het livegebeuren hier af te sluiten, maar een gedeelte van het publiek dat lijkt te zijn gekomen voor de afterparty, kan overduidelijk niks met de muziek van deze jongens. Het is psychedelische punk met Horror-orgeltjes en western elementen. Schreeuwerig en lelijk. En heerlijk. Het is altijd fijn om nieuwe bands te zien die de missie van Sex Pistols voortzetten: verschillende nummers lijken een variatie op ‘Boredom’, maar vooral de presentatie van halfnaakt over het podium paraderende straatschoffies is een lust voor het oog. Het zal hun dus ook in de laatste plaats een rotzorg wezen dat Shaniqa en haar vriendinnen niks met de muziek kunnen. (YvH)

 

Fat White Family

Fat White Family