Sinds de eerste editie in 2013 zit Dekmantel Festival non-stop in de lift. De twee daagjes dansen in het Amsterdamse Bos van weleer zijn uitgegroeid tot een internationaal toonaangevend evenement van vijf dagen, op verschillende locaties in de stad en inclusief films en een conferentie. Afgelopen twee dagen hopten we per rondvaartboot op en neer tussen de verschillende locaties rond het IJ (Muziekgebouw aan ‘t IJ, het Bimhuis, de Tolhuistuin en Shelter). En dankzij zowel nieuwe ontdekkingen als oude bekenden, tuimelden we van de ene aangename verrassing in de andere.

Tekst Robin van Essel
Foto’s Bart Heemskerk & Tim Buiting

Het festival van het in binnen- en buitenland befaamde Amsterdamse label groeit niet alleen in omvang, ook inhoudelijk worden stappen gezet. Waar in het komend weekend, dat plaatsvindt in het Amsterdamse Bos, Dekmantel in veel opzichten het dancefestival is van weleer, is de opmaat op woensdag en donderdag zoveel meer. We schreven in mei nog over Lente Kabinet, dat haar focus ook elk jaar lijkt te verbreden. Maar focust dit kleine zusje vooral op exotische invloeden uit alle windstreken, op Dekmantel ligt (naast de meer reguliere IDM van het label) de nadruk vooral op genres als ambient, noise, jazz en hier en daar funk. Wat minder toegankelijk, maar muzikaal des te interessanter.

Op woensdag startte het festival bescheiden in Muziekgebouw aan ’t IJ, met optredens van twee legendes: jazzsaxofonist Pharaoh Sanders, die zo’n beetje met alle groten der aarde speelde, en Cybotron, het productieproject van Juan Atkins waarmee de blauwdruk werd gelegd voor de moderne techno. Donderdag stond een aanzienlijk groter programma op vier locaties rond het IJ. Als we daar arriveren, blijkt snel dat kwaliteitsstempel van Dekmantel buiten Nederland niet onopgemerkt is gebleven: het is inmiddels internationaal een begrip bij liefhebbers van de betere elektronica en dat toont op woensdag en donderdag in Amsterdam. We horen meer andere talen dan Nederlands om ons heen.

Cybotron

Ook de diversiteit valt op: hardcore ravers staan rustig naast en ouder echtpaar een uur naar de verstilde ambient van Terekke te luisteren. De Amerikaanse producer, woonachtig in Amsterdam, laat normaliter graag wat meer beats en samples uit platte popplaten horen, zoals op zijn plaat Plant Age van vorig jaar. Maar bij zijn liveshow in het Bimhuis aan het begin van de avond niks van dat. Hij zit meer gehurkt onder zijn apparatuur dan dat ‘ie ervoor staat, ogenschijnlijk zich niet bewust van de omgevingsgeluiden in de zaal: een brandalarm, mensen praten, een telefoon gaat af. Dat is een tikje een stijlbreuk; hoewel sommige ambientartiesten menen dat omgevingsgeluid net zo’n onderdeel is van de beleving als de muziek zelf, breekt het hier de betovering van de surrealistische setting een beetje. Zonde, want de muziek is alsof er een uur lang een vertraagde opname van een onweersbui wordt afgespeeld. De diepe, alles omringende bas, met spaarzame, nauwelijks hoorbare pianoloopjes en in de verte bedoeld omgevingsgeluid – meeuwen en spelende kinderen – is een warm bad voor luisteraars die het kunnen opbrengen om gewoon te gaan zitten, te luisteren en hun gedachten te laten afdwalen.

Even daarvoor zagen we al onze nieuwe favoriete Nederlandse producer Nadia Struiwigh, die we van de week nog interviewden. Hoewel het nog middag is, zie je geen hand voor ogen in technokelder Shelter, normaliter al geen zonnestraaltje. Struiwigh heeft zelf gevraagd om een zo donker mogelijke zaal. Vanuit het daglicht moeten onze ogen een goede twee minuten wennen, voordat we in zwak rood licht de Rotterdamse producer heen en weer zien schuiven, sigaret in de hand. Struiwighs muziek is live flink steviger dan op haar plaat WHRRu; Shelter beschikt over een uitstekend soundsystem en dat wordt goed benut. De intense, voortstuwende bassen met dikke reverb en spacey acidbliepjes zorgen in combinatie met het ontbreken van licht voor een vervreemdende sfeer, maar altijd klinkt de warme ambient van Struiwighs opgenomen muziek door. Dit is zo’n zeldzame elektronische artiest die zowel op zondagochtend op de speaker als midden in de nacht (of, in dit geval, namiddag) in de club prima standhoudt.

(De tekst gaat door onder de foto)

The Comet Is Coming – Foto Tim Buiting

Wat krijg je als je twaalf stroboscopen aan een komeet hangt, drie saxofoons in zijn uitlaat steekt en het ding volstopt met speed en dynamiet? Nou, The Comet Is Coming, misschien. Aan de overkant van het water in de grote zaal van Muziekgebouw aan ’t IJ is het trio rond Shabaka Hutchings een van de headliners van vandaag. Met de productieve Londense tenorsax-virtuoos voorop dendert de band vanaf seconde één over het publiek. Maar The Comet Is Coming is geen one-man-show; toetsenist Dan ‘Danalogue’ Leavers is minstens zo indrukwekkend. Het schiet alle kanten op, van nu-jazz tot elektro tot psychedelische rock zonder gitaar (sowieso hebben we nog geen gitaar gezien vandaag), en toch blijft het een coherent geheel, dankzij superstrakke drummer Max Hallett.

Het woord coherent kan niet gebruikt worden bij Yves Tumor, die daarna in de hoofdzaal speelt. De Amerikaan ontvluchtte de bekrompen Midwest om in San Diego opgenomen te worden in het gezelschap rond queerrapper Mykki Blanco. Sean Bowie, de man achter Yves Tumor, is een soort elektronische queerversie van John Maus en by far de meest punke act van de dag, maar het slaat op Dekmantel nogal door in zijn platheid. Er is sowieso geen muzikant te bekennen op het podium, maar er is ook duidelijk te horen dat Bowie eigenlijk voor geen meter kan zingen. Hij kan zijn microfoon (met zo’n halve standaard) zo veel in het publiek steken als ‘ie wil, over het podium kronkelen en een rondje doen in de zaal: het verhult niet dat je negentig procent van de tijd naar een backing track staat te luisteren.

Peaking Lights – Foto: Bart Heemskerk

We pakken maar weer de rondvaartboot, gevaren door een hilarische Duitse kapitein-slash-tourguide. Terug naar de Tolhuistuinzaal aan de overkant, voor Peaking Lights, waarschijnlijk de meest TDI’e act van de avond. Echtpaar Aaron Coyes en Indra Dunis wonen inmiddels al een tijdje in Amsterdam en zijn dan ook een graag geziene gast op de festivals van hun label Dekmantel. Live is het in alle opzichten een huwelijk: hij stuurt warme, machinale beats het publiek in, zij zingt en speelt wavey synthlijntjes. Muzikaal is het allemaal niet grensverleggend, maar de combi van de melancholieke eigthies-vibe en begin 2000-elektroclash is wel onweerstaanbaar. Coyes en Dunis hebben inmiddels twee kinderen, iets dat hun tourschema schijnbaar nogal beperkt. Anders was deze act waarschijnlijk zó veel groter geweest.

Het valt hier ook op hoe slim de opbouw is die Dekmantel deze avond aanbrengt. Je sluipt van ambient en jazz richting steeds dansbaardere muziek en voor je het weet sta je full on in een clubsetting. We zijn terug in een (zowaar wat lichtere) Shelter voor Deena Abdelwahed. De Tunesische ontsnapte via techno aan haar conservatieve jeugd, op zijn minst nogal een lastig proces, zo valt te lezen in dit uitstekende interview dat onze redacteur Roelof vorig jaar met haar had.

Abdelwaheds liveset kan niet verder afstaan van de cultuur waarin ze opgroeide: stampende beats met verwarrende ritmes en vocalen in het Tunesisch Arabisch. Rond de enorme subwoofer die eerder ons spijsverteringskanaal binnenstebuiten blies, staat nu een scherm zodat je niet te dichtbij kunt komen. ‘Let’s party and drink so we can be free’, maant ze. Aan de ene kant een prima soundtrack voor het publiek in Shelter, dat zich aan het opwarmen is voor de nacht, aan de andere kant voel je de urgentie. De techno-crowd ten spijt; dit is geen platte stampmuziek, blijkt als de producente halverwege het tempo omlaag draait voor slowburner Saratan.

Sunn O)))

Een oorverdovende slowburner is ook afsluiter Sunn O))) – om dit voor eens en voor altijd uit de wereld te helpen: gewoon uitgesproken als ‘sun’, mensen – in de grote zaal van het Muziekgebouw. Het in monnikskappen gestoken viertal rond Stephen O’Malley en Greg Anderson uit Seattle is een band van wereldformaat en een terechte headliner, maar de vraag is of je na de achtbaanrit van vanavond nog de concentratie kunt opbrengen om anderhalf uur non-stop naar een allesverzengende, meedogenloze drone te luisteren.

Wij houden het voor gezien, maar we durven inmiddels de twee Dekmantel-dagen in de stad al tot nieuwe favorieten te bombarderen. Hier zijn geen moshpits nodig, hier telt de muziek (en, toegegeven, later op de avond ongetwijfeld ook de drugs, maar dat terzijde.) De gewaagde, diverse programmering, het internationale, gevarieerde publiek en het grotendeels ontbreken van gitaren zorgt voor een verfrissend uitstapje uit onze TDI-bubbel.

Dekmantel Festival gaat vrijdag tot en met zondag nog door in het Amsterdamse Bos, maar is helaas hartstikke uitverkocht.

Het is maandagochtend, het is heet en in de schaduw van de Lebkov is het koud; we spreken aan een wiebelig-houten picknicktafel tegenover het transferium van Rotterdam Centraal: een razende carrousel van buslijnen, toeristen en meeuwen. Ik zit aan tafel met elektronica-producente/DJ Nadia Struiwigh. Ergens tussen Boards of Canada en Biosphere zoekt ze, dwars door de stress en het gedrang, naar rust en ontspanning. Mensen lopen, in hoog tempo, af en aan.

Tekst Roelof Schipper
Foto’s Michel Mees

Waar is het voor je begonnen?
“Nu tien jaar geleden, in 2009. Ik ging wel naar feesten, maar dacht ondertussen best veel na over het leven – ik weet het niet, ik voelde mij altijd al anders. Ik kwam nooit zo goed mee met anderen. Ik dacht altijd veel na, ben heel nieuwsgierig. En om heel erg in het verleden te duiken, mijn ouders zijn gescheiden toen ik twaalf was. Ik denk dat ik toen echt anders naar dingen ben gaan kijken.”

Zoals?
“Als ik zo door de stad loop, vallen me bijvoorbeeld dingen op die anderen niet opvallen. Maar ook muziek: Ik ben opgegroeid met Enya, van mijn moeders kant, en mijn vader: gewoon Dire Straits, veel gitaar. Ik luisterde nooit naar woorden, maar meer naar melodieën, verschillende frequenties, ik voelde energieën. Ik kon ze zien.”

Het is interessant dat je het woord ‘zien’ gebruikt als je het over muziek hebt.
“Ja, het is zo moeilijk om uit te leggen – om over dingen op zo’n open manier te praten, over spiritualiteit. Zo, dit wordt echt heel warrig.”

Ze lacht.

Wat voelde of zag je dan bijvoorbeeld als je vroeger naar Enya luisterde?
“Wat ik voel en ervaar, is dat muziek een taal, een gevoel, een emotie is, en het kan delen in jezelf openen. Iemand hoort een nummer zegt dan: ‘Oh, die tijd‘ – dat is nostalgie – en je hebt iemand die hoort iets en die voelt: ‘Oh, zoveel pijn‘. En opeens begin je te brullen. Daar begon het voor mij.”

“Ik was later op een festival en kijk om me heen en iedereen is zo’n beetje naar de kloten, en ik dacht: ‘Is dit het nou? Wat is dit?’ Ik ben toen later naar een optreden van Estroe gegaan. Ze draaide echt harde techno, maar ze had wel een boodschap, iets wat ze wilde overbrengen. Ik was daar en ik had best een drankje op, maar ik had heel sterk het gevoel dat ik door de muziek een enorme connectie had met haar. Ik voelde daarna heel erg een drang om te onderzoeken wat muziek voor mij kan doen; het zelf maken.”

Waar komt die drang vandaan?
“Die drang komt omdat ik het moeilijk vind om over m’n gevoel te praten. En als ik goed naar mezelf had geluisterd, dan had ik dat al veel eerder geweten. Als kind was mijn woordenschat niet heel groot, ik las niet heel veel, ik keek vooral – ik observeerde, dat doe ik nog steeds. Ik kon m’n gevoel niet goed kwijt en ik wist niet waar het aan lag. Is het autisme? ADD? – nou ja, toevallig heb ik dat dus, ADD. Nu weet ik dus dat ik m’n gevoel kwijt kan in muziek. Ik heb het echt nodig, anders functioneer ik niet.”

Hoe werkt dat voor jou, muziek maken om te kunnen functioneren?
“Nou, dat is wel leuk. Ik ben dus net begonnen met soundhealing. Met klankschalen, uit Nepal. De westerse maatschappij zegt: heb je het druk, hier heb je een pil. Terwijl de meer oosterse wereld daar ook op andere manieren mee omgaat.”

Je zou zeggen dat ook de westerse wereld bekend zou moeten zijn met het idee dat muziek rustgevend kan zijn, met of zonder klankschalen.
“Ik geloof daar ook in, dat helende. Ik geloof dat er voor elke mood een frequentie is, en ik geloof dat het feit dat mensen voor tachtig procent uit water bestaat daarin een belangrijke rol speelt. Dat werken met klankschalen vind ik gewoon leuk, en het is echt waar: je wordt er ontzettend relaxt en ontspannen van. Je komt dan ineens tot ideeën dat je goed bent zoals je bent. Ik denk dat veel mensen daarnaar op zoek zijn, die rust.”

Ik heb sterk de indruk dat de meeste mensen vanwege alle drukte gewoon niet in staat zijn te zoeken naar rust. Of zichzelf af te vragen waar rust te vinden is –
“Ik merk gewoon heel erg dat mensen naar afleiding zoeken, in werk, een gezinsleven, een geloof – ik denk dat je terug moet naar de rust die je had toen je een baby was. Ik ben op het punt gekomen dat ik nu, op dit moment, een serene rust ervaar: al valt alles om mee heen weg, dan ik ben ik nog steeds gelukkig.  En dat probeer ik met mensen te delen; ik hoop dat met muziek te communiceren. Bij mij zal dat nog steeds gaan met experimentele beats, want dat ben ik nu eenmaal, maar ook zal het gevoel er nog steeds zijn, de melodie, de beleving.”

Wat betekent dat voor je optreden op een groot festival als Dekmantel?
“Ik was dus eerst bezig met het bouwen van m’n set voor Dekmantel, maar na Nepal is er zoveel veranderd. Ik kwam thuis en dacht: ‘DAT KAN DIEPER.’ En het klinkt misschien naar, maar de meeste mensen zouden anderen blij  willen maken, aan het lachen, maar ik wil dat ze resoneren. Ik wil dat ze huilen.”

Als ik druk meeschrijf – het gesprekstempo ligt vrij hoog – zegt ze ineens:

“Kijk, dít bedoel ik dus: die bus rijdt net langs en ik zie op de zijkant een tekst staan: ‘Het paradijs bestaat echt.’ Zo grappig. Ik was net aan het praten en ik had de gedachte: ‘Zo, ik voel me echt goed.’ En toen reed die bus langs: Het paradijs bestaat echt. Het resoneert.”

Nadia Struiwigh speelt tijdens Dekmantel op donderdag 1 augustus, naast onder meer Yves Tumor, Deena Abdelwahed, Jon Hopkins, Róisín Murphy en Sun O))). Meer informatie over de line-up plus kaarten vind je op de site van het festival.


Broeiende poncho’s, iets te dicht op je buren staan in de tent en felle wind: in Nederland weet je nooit wanneer het lente is. De achtste editie van Lente Kabinet had het afgelopen weekend minder getroffen met het weer dan vorig jaar, maar viel gelukkig niet in het water. Zaterdag was een goede dag voor de zon, zondag was een goede dag voor de muziek. Recreatieplas ‘t Twiske was weer het thuisfront van het tweedaagse festival van het Amsterdamse label Dekmantel.

Tekst Meike Jentjens & Robin van Essel
Coverfoto Tim Buiting

Vorig jaar kwamen we al tot de conclusie dat Lente Kabinet nauwelijks nog een dancefestival te noemen is, dit jaar zet de organisatie die trend tot in extreme voort. Op alle festivals hoor je tegenwoordig invloeden uit allerlei delen van de wereld, maar Lente Kabinet lijkt het tot zijn missie verheven te hebben een zo bont mogelijk gezelschap bij elkaar te brengen. Heel goed dat er bovendien in toenemende mate niet alleen ‘invloeden uit’ te horen zijn, maar ook daadwerkelijk ‘artiesten uit’. Op de line-up zien we het Afrikaanse continent vertegenwoordigd (met Nihiloxica, Suen Kuti & Egypt80 en Kampire), Oost-Azië (Peggy Gou, Satoshi Yamamura, Zaliva-D) en Latijns-Amerika (Gaika, Dengue Dengue Dengue en Lyzza). Lente Kabinet loopt hiermee weer een stapje voor, en dat kan je natuurlijk alleen maar toejuichen.

© Tim Buiting

Overigens kun je ook gewoon nog los op elektronica. Er zijn vertrouwde namen als Job Jobse, I-D, Jameszoo, Mall Grab, Todd Terje en Antal, maar de Dekmantel kwaliteitsstempel garandeert ook zat mogelijkheden voor nieuwe ontdekkingen. Steeds vaker zijn het livesets of zelfs shows met een volledige band. Hierdoor biedt Lente Kabinet er ook steeds vaker plaats aan TDI-favorieten als Karel, YĪN YĪN, Ross From Friends, Mauskovic Dance Band of Nu Guinea.

Tel hierbij het geweldig opgezette terrein op met een hoop kunstinstallaties en de verantwoordelijke attitude van de organisatie ten opzichte van duurzaamheid en je hebt een feestje dat helemaal anno nu is. Het enige wat in al die diversiteit en vooruitstrevendheid een tikkeltje achterblijft, is het publiek van Lente Kabinet. Dat is gewoon jong, hip en overwegend blank. Niet uitsluitend Nederlands overigens: de Belgen, Fransen en Engelsen hebben Lente Kabinet duidelijk ook ontdekt.

© Bart Heemskerk

Zaterdag
In een lange stoet beweegt een groeiende colonne fietsen zich vanuit Amsterdam-Noord door het groene landschap richting ’t Twiske. De tocht is een jaarlijks hoogtepuntje voordat je het festivalterrein goed en wel op bent. Mits zonnig natuurlijk en daarover heb je deze eerste dag niet te klagen. Het is een goede compensatie voor de line-up, die op papier op zaterdag toch een tikkeltje minder sterk lijkt dan zondag.

We zien als eerste Dengue Dengue Dengue in de Derde Kamer, verstopt achter maniakale maskers. Het duo uit Lima, Peru klinkt op plaat alsof je bij het Braziliaans carnaval in de Berghain staat, maar speelt hier live een redelijk elektronisch aandoend, mellow setje. Het zou ons die zaterdag vaker gebeuren dat we de opwinding die we voelen over het herontdekken van al die bovengenoemde, wereldse invloeden in de muziek van de artiesten op het affiche, niet helemaal voelen bij de sets zelf. Zo sluit de Koreaanse Peggy Gou (vorig jaar een van ons favorieten) in de Eerste Kamer af met een vrij vlak en traditioneel setje met een hoop house. Het publiek slikt het desondanks graag, wat vroeger op de dag wel anders is, wanneer een weinigzeggende liveset van de Engelse Jamaicaan Gaika de tent leegt.

Peggy Gou © Tim Buiting

Nee, dan laten we ons liever verrassen door onverwachte pareltjes, zoals discoveteraan Daniël Wang, die ondanks zijn jáárenlange staat van dienst, al platendraaiend en meezingend in de microfoon alleen maar pure vreugde uitstraalt. Of Stallion’s Stud, oftewel dj Identified Patient en Red Light Radio-baas Hugo van Heijningen, die inderdaad net zo veel testosteron bezitten als de naam van hun act doet vermoeden. De laatstgenoemde sloopt bijna het naar zijn eigen radiostation vernoemde podium, al gruntend en stuiterend op EBM, drum & bass en hiphopbeats. Jawel, er is ook ruimte voor punk op Lente Kabinet.

Stallion’s Stud © Bart Heemskerk

Terug naar de exotica: we zijn aangenaam verrast door het optreden van Nu Guinea, dat in enorme bezetting en met aandoenlijke euforie op het hoofdpodium in een half uur twintig verschillende genres er doorheen jast. Jazz, afrobeat, cumbia, elektro, percussie, saxofoon, zangeressen: het zit er allemaal in. Leuk. Hetzelfde geldt voor Nihiloxica, dat half uit Oeganda, half uit het Verenigd Koninkrijk komt. Het optreden bouwt op van traditionele Oost-Afrikaanse percussie naar elektronica met een behoorlijk knallende punkclimax. (RvE)

Nu Guinea © Eelco Wortman

Zondag
Waar de weekendbezoekers op grote, roze zitzakken bijkomen van de eerste festivaldag, komen dankzij de verkoop van dagtickets anderen nog helemaal fris binnen. Ondanks het voorspelde slechte weer, draagt een deel soms opvallend weinig kleding. Ook de sfeer is ernaar: mensen lijken zich haastig te verplaatsen en mijden de grote, open velden, zoals hoofdpodium de Eerste Kamer. Op dat veld komt het feest dan ook pas laat op gang, waar ook de 76-jarige saxofonist met band, Orlando Julius & The Heliocentrics, een beetje last van heeft. De liveset vol afrobeat en funk doet het goed voor een minimaal, maar dansend publiek.

Orlando Julius & The Heliocentrics © Dennis de Groot

Een andere opvallende live-act is Domenique Dumont, een kunstenaarsduo uit Letland. De dromerige, gelaagde en opzwepende synthpop trekt bekijks. Het publiek dat zich verzameld heeft bij het Red Light Radio-podium wiegt zachtjes met de heupen, maar past nog steeds binnen het elektronische karakter van Lente Kabinet. Het plezier straalt er vanaf en werk aanstekelijk. Hierna is het lastig kiezen tussen Dekmantel Soundsystem, gegarandeerd succes als je van echte bangers houdt, en Sadar Bahar, die garant staat voor de beste disco-platen.

Domenique Dumont © Dennis de Groot

Het is inmiddels avond en ook de sfeer begint er deze dag lekker in te komen. Dankzij flinke stortbuien wordt het ineens wel erg gezellig in de overdekte tenten. In de Tweede Kamer gaat bij zowel de liveset van Ross From Friends als de opvolgende dj-set van Jayda G het publiek goed los. Antal, het hoofd van label Rush Hour, staat in het vieze weer bij het hoofdpodium voor een publiek van poncho’s te draaien. Zijn set gaat alle kanten op, iets wat het publiek maar al te graag meemaakt en met open armen ontvangt.

Jayda G © Bart Heemskerk

Todd Terje sluit daarna de Eerste Kamer af. We kennen de Noor van hitsingle Inspector Norse en ook hier stelt hij zijn fans niet teleur. Zijn set is geheel in eigen stijl: robotachtige disco-knallers die ieders hart verwarmen. Bij de Tweede Kamer weet Job Jobse als geen ander de zondag af te sluiten. Hij krijgt de tent helemaal vol. Handen in de lucht en gaan is hier het credo. Zoals we van Jobse gewend zijn, beukt hij lekker door met zijn set. (MJ)

Job Jobse © Bart Heemskerk

Lente Kabinet zit erop. Terwijl de karavaan fietsers door het donker zijn weg terugvindt naar Amsterdam, overpeinzen we of de eclectische visie van de programmeurs wel al volledig zijn juiste publiek heeft gevonden. Tegenover de liefhebbers van de meer exotische invloeden en livesets staat ook nog duidelijk een groep mensen die op zoek is naar four-to-the-floor-knallers en die zijn minder en minder te vinden op dit festival. Maar de meer gewaagde weg is pas relatief recent ingeslagen en zoiets moet groeien. Wij hebben alleen maar hulde voor een organisatie die zo’n gewaagde zet durft te nemen. Wie van muziek ontdekken houdt, zit hier meer dan snor.

© Bart Heemskerk


Waar het tijdens de openingsdagen nog overzichtelijk was, kregen we tijdens Dekmantel Festival in het Amsterdamse Bos afgelopen weekend spontaan last van fear of missing out. Jacco Gardners groovy psychedelica tegenover zomerse, warme housegrooves van Shanti Celeste. Technische technomeester Objekt tegenover baas op de bas Thundercat. En zo ging het het hele weekend door. De brandende zon wees ons, en een groot deel van het publiek, dit weekend de weg.

Tekst Jochem Boom
Foto’s Bart Heemskerk, Kasia Zacharko & Niels Cornelis Meijer

Zo is het aan de randen van de UFO-tent, waar manshoge ventilators het publiek van koelte voorzien, een goede plek om even te schuilen. Als het aan Oekraïner Stanislav Tolkachev ligt, komt de zon nooit meer op. Zijn experimentele techno vol snerpende snares en rollende bassen zetten de toon. Ook Clark omarmt de duisternis op Death Peak, zijn meest naargeestige album tot nu toe. De producer bracht zijn achtste album begin dit jaar uit op Warp Records, dat een plek biedt aan meer left field IDM-artiesten als Aphex Twin, Autechre en Flying Lotus. De show, inclusief dansers, led-walls en desoriënterende lichtshow is indrukwekkend, maar eist op deze hete dag iets teveel van de aandacht.

’s Avonds trekt het halve festival naar het Selectors-podium. De enige plek waar vanaf een uur of vijf schaduw te vinden is. Op het podium krijgen dj’s extra lang de tijd én de vrijheid om te draaien wat ze willen. Het is een plek waar je het hele weekend verrast wordt door de meest obscure platen en waar dj’s een andere kant van zichzelf kunnen laten zien. Traditioneel opent zondag een dj van formaat het kleine idyllische veldje. James Smith oftewel Jamie xx staat met The xx prominent als headliner op het affiche, maar openen gaat hem net zo natuurlijk af, zo blijkt al snel. Het staat al snel stampvol en iedereen gaat ervoor. Mannen klimmen in bomen, meisjes bezwijken onder de hitte en de handjes gaan in de lucht bij iedere track.

Langzaam bouwt Smith de intensiteit op: van jazzy en zwoel komt bij James Browns I’m Satisfied de baslijn op. Met Karizma’s Work It Out lijkt het wel een snelkookpan. De song werd gebruikt voor een Google Chromebook reclame en daarna massaal opgepikt door dj’s. Dat is te danken aan de gospelsample uit het in 1980 uitgevoerde Jesus Can Work It Out door Dr. Charles G. Hayes and the Cosmopolitan Church of Prayer Choir. Een beetje versnellen en een kick eronder, en de klassieker krijgt een nieuw leven in de 21ste eeuw. De vlam slaat even later in de pan als eigen productie SeeSaw, met vocalen van The xx-zangeres Romy Madley-Croft, voorbij komt. Ook de andere hit, Loud Places, worden met gejuich ontvangen. Maar voor de gelegenheid draait Jamie xx de plaat waar het refrein van gesampled is, Idris Muhammeds Could Heaven Ever Be Like This.

Ook op zondag blijft het Selectors-podium dé trekpleister. Achtereenvolgens Daphni en Floating Points trekken de ene na de andere parel uit de tas, terwijl vriend en labelmaat Four Tet glimlachend toekijkt, Jamie xx nog een biertje pakt en Call Super ook nog even zijn gezicht laat zien.

Die gemoedelijke sfeer vinden we niet in de nieuwe UFO II, de loods die qua ontwerp, programmering en formaat veel wegheeft van de X-Ray op Lowlands. Een van de hoogtepunten hier is Errorsmith. De Berlijnse producer is al sinds het begin van het computertijdperk betrokken bij de ontwikkeling van softwaresynthesizers en gebruikte voor het maken van zijn laatste album Superlative Fatigue de eigen synth Razor. Het instrument is minstens zo vermeldenswaardig als wat de nerdy veertiger er achter de knoppen mee doet. Razor stelt Errorsmith in staat om van ieder geluid on the fly de wavevorm aan te passen. Zijn hectische dancehall en techno klinkt als een kruiwagen stuiterballen die een uur lang door de loods kaatsen.

Betonkust & Palmbomen II, die we recent nog interviewden, gooien het juist over de lo-fi analoge boeg in de Boiler Room. Een dag eerder vertelde Betonkust nog dat hij zenuwachtig is voor de show, omdat deze voor eeuwig online zal staan. Gezonde spanning zo blijkt, want de show staat als een huis. Het duo volgt de albumtracks van het in het voorjaar verschenen Center Parcs LP, maar geven deze live net wat meer pit.

Een andere liveact die we hoog in het vaandel dragen, is Gesloten Cirkel. Gewapend met een Roland TR-808 en TB-Roland 303, de drumcomputers die aan de wieg staan van de elektronische muziek, voert de Rus langzaam de intensiteit op tot de loods staat te trillen op haar grondvesten. Die Nederlandse artiestennaam komt overigens van een quote van de Nederlandse inspirator I-F. De sleutelfiguur in de internationaal hoog gewaardeerde Haagse electro-scene windt een dag eerder dag ook het publiek om zijn vingers.

Ruimte voor wereldse dansmuziek is er ook. De Turkse dj Baris K bracht al Oosterse disco en house naar het Westen en doet dat dit jaar live met Insanlar. Ze maken bezwerende Turkse volksmuziek met sitar en zang, gecombineerd met een vette housegroove waar de bandleden zelf nog het lekkerst op gaan. De Mark Ernestus` Ndagga Rhythm Force is al helemaal een belevenis. De Senegalezen maken de traditionele dansmuziek mbalax en zijn naar het Westen gebracht door Mark Ernestus, eigenaar van de Duitse platenzaak Hard Wax. Het is hyperenergieke percussiemuziek waarbij iedereen op het podium elkaar opjut en in solo’s naar de kroon steekt. De danseres laat alvast zien hoe je hierop moet dansen: houterig en pijlsnel.

Met zo’n line-up als Dekmantel is het onvermijdelijk dat je optredens mist. De headliners vechten om aandacht. Verbaast dat we de set van afsluiter Four Tet niet aanhalen? Met zijn Destiny’s Child-edit heeft hij onze aandacht al binnen een kwartier te pakken, maar Palms Trax breekt ondertussen de Boilerroom af. Helena Hauff heeft jarenlang opgebouwd naar haar moment op de main stage en maakt het dubbel en dwars waar, maar tegelijkertijd kunnen we de Shazam-knop niet loslaten bij Floating Points.

Dekmantel heeft een haarfijn gevoel voor de belangrijkste liveacts en dj’s van het moment én durft gewaagde keuzes te maken. Het festival heeft daarmee het vertrouwen van fans én dj’s allang gewonnen.

Dekmantel festival is als je dit leest inmiddels in volle gang in het Amsterdamse Bos, maar in het Muziekgebouw aan het IJ, de Tolhuistuin en Eye toonde het festival de afgelopen dagen echt zijn veelzijdigheid. Dekmantel doet misschien niet bij iedereen een belletje rinkelen, maar het label, dj-collectief en feest organisator is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot keurmerk voor het neusje van de zalm in elektronische muziek. Waar Amsterdam Dance Event de hele industrie van niche tot arena vertegenwoordigd, is Dekmantel de staalkaart voor de fijnproever.

Tekst Jochem Boom
Foto’s Bart Heemskerk & Niels Cornelis Meijer

Het festivalweekend in het Amsterdamse Bos staat grotendeels in het teken van echte dansmuziek, maar tijdens de openingsconcerten die de dagen voorafgaand in Amsterdam zelf plaatsvinden, is meer ruimte voor live muziek. Met een conferentie en filmonderdeel gaat het festival Amsterdam Dance Event achterna. De eerste dag is al een paar jaar hét visitekaartje. Vorig jaar was het aan Steve Reich om het festival te openen en ook dit jaar pakt het festival uit. Synthesizerpioniers Tangerine Dream en vaandeldrager van de hedendaagse experimentele elektronische muziek Four Tet openen het festival.

Tangerine Dream is misschien niet zo iconisch als de landgenoten van Kraftwerk, maar wel minstens zo invloedrijk. De band die werd opgericht door Berlijner Edgar Froese heeft in vier decennia evenzoveel gedaantes en samenstellingen gezien, maar anno 2018 staan overgebleven leden Thorsten Quaeschning, Hoshiko Yamane en Ulrich Schnauss met een been in het verleden.

In de jaren zeventig en tachtig verlegde Tangerine Dream de grenzen van synthesizers en sequencers. Wie even het jaartal vergeet, snapt hoe buitenaards Tangerine Dream destijds geklonken moet hebben. We leven echter in 2018 en dan blijkt dat pionierswerk niet zo tijdloos te zijn. Het grootste euvel ligt buiten hun eigen bereik: de sound van Tangerine Dream is inmiddels zo vaak her- en misbruikt in inspiratieloze, spirituele new age-platen, dat het allemaal wat kitsch aanvoelt.

De tweede helft van het optreden mondt uit in een uur durende jamsessie. Bij vlagen is het mooi, maar we betrappen onszelf er ook op dat we wegdoezelen om de verkeerde reden. Toppunt is als bandleider Quaeschning een ellenlange solo opdraagt aan de in 2015 overleden oprichter Froese. Froese zoon Jerome zei ooit al dat de band nooit meer Tangerine Dream zou zijn zonder zijn vader, en misschien was het verstandig geweest als naar die uitspraak was gehandeld.

Daarna is het aan de vaandeldrager van de hedendaagse generatie producers om te laten zien hoever we gekomen zijn in vijftig jaar computer techniek. Four Tet is bij uitstek een muzikant die al die mogelijkheden benut. Sampling, vervorming van vocalen en instrumenten, het gebruik van drumcomputers en sequencers: het zit er allemaal in. Met slechts twee Ikea-lampen als verlichting creëert hij een intieme sfeer die past bij de melodieuze muziek die hij produceert. De nadruk ligt vanavond op het laatste album New Energy. Hoewel de overgangen niet helemaal lekker lopen, komen de gedetailleerde producties vanavond prachtig uit de verf.

Op Dekmantel is ook plek voor bijzondere samenwerkingen. In de Tolhuistuin komen producer Hieroglyph Being, saxofonist Shabaka Hutchings van jazzband Sons of Kemet en percussionist Sarathy Korwar eenmalig samen onder de noemer A.R.E. Project. Het is een formatie die je vaker ziet bij live vertolkingen op Dekmantel: zo speelt headliner James Holden dezelfde avond een hypnotiserende show met percussionist, drummer, trompettist en violist. Holden draaide jarenlang mee als dj, en dat merk je. De show heeft een organisch verloop die veel overeenkomsten heeft met de technowereld waar hij oorspronkelijk vandaan komt. Met subtiele accenten veranderen ritmes, wordt het tempo opgevoerd en wordt de luisteraar meegezogen in een trance.

Bij de gitaar weet je precies welke snaar je raakt, maar de magie van knoppen en patchkabels blijven onvergelijkbaar. We zien de analoge synthesizer op donderdag terug bij de Britse producer Actress. Het geluidscollage meandert van onheilspellend, oorverdovend naar bloedmooi. De dappere mensen gaan staan bij de eerste kick die Actress erin draait, maar hij is hier duidelijk niet voor hen. Vier maten later valt de boel weer uit elkaar en als hij een kwartier voor eind weer een beat indraait is deze met 140 bpm ondansbaar. En dat is een compliment.

Pas diep in de nacht laat Dekmantel de dansbare kant van zichzelf zien. Bij het Roemeense Khidja gaan de voetjes voor het eerst van de vloer. Op een dikke housegroove experimenteert het duo met onverwachte melodieën en geluiden die de boel fris houden. Ook bij de Amsterdamse Carista heerst de groove, en de groef. Haar opzwepende set is de perfecte opmaat naar het weekend.