Interview

LONGREAD: Parquet Courts


3 juni 2016

Alles wat je anno 2016 wilt weten over een band, kún je weten. Welke shampoo gebruikt de frontman van The Stone Roses? Gek genoeg niet die met citroengeur, maar die met chocoladesmaak. Een van de weinige uitzonderingen op de regel is Parquet Courts. De Amerikanen doorbreken met hun vijfde plaat Human Performance de stilte voor de storm en geven punk een plek in de moderne muziekwereld. Hoe? Dát is het verhaal van de band die geen verhaal wil hebben.

Stoned and Starving
Dat verhaal begint in de vroege jaren ‘00 wanneer Andrew Savage en Austin Brown elkaar ontmoeten op de University of North Texas, in het slaperige stadje Denton. Het tweetal wordt lid van The Kinghts of the Round Turntable: geen boekenclub voor nerds, maar een muziekclub voor stoners. Het zal nog jaren duren voordat ze beiden zanger en gitarist zijn in Parquet Courts.

In 2008 verhuist Brown als eerste naar New York. Hij is dan net afgestudeerd van zijn opleiding filosofie. Brown is Texas zat, zo legt hij later in 2014 uit in een interview met Grantland: ‘In high school, I was probably the most musically aware person in this small, shitty town that I lived in.’ Over zijn beweegredenen zegt hij in datzelfde gesprek: ‘I wanted to play music and I wanted to play music in New York, I guess.’

Savage volgt een jaar later. Ook in Denton heeft hij al aan muzikale projecten gewerkt, zoals het 2006 opgerichte lo-fi rockkwartet Teenage Cool Kids, dat in 2007 debuteert met Queer Salutations. In 2011 zal deze band met Denton After Sunset nog een ode brengen aan Savage’s geboortestad. Terwijl Savage met Teenage Cool Kids door de VS tourt, richt hij ook het experimentele rockduo Fergus & Geronimo op. Dit doet hij samen met Jason Kelly, die als producer betrokken is bij de tweede plaat van Teenage Cool Kids; Foreign Lands.

Toch is de schrijfdrang van Savage, zoon van twee journalisten, dan nog niet verzadigd. Voor Fergus & Geronimo in 2011 met Unlearn zijn eerste album uitbrengt, is Parquet Courts al opgericht. Dat gebeurt in 2010, als Andrews broertje Max zich als drummer bij de band voegt. Max, die naar New York komt om wiskunde te studeren, leerde het drumvak door de partijen van Fabrizio Moretti op The Strokes’ Is This It (2001) te imiteren. Zijn grote broer is zo onder de indruk dat hij Max vraagt als drummer van zijn nieuwe band.

Samen met bassist Sean Yeaton uit Boston verdubbelt hij de omvang van Parquet Courts. Yeaton speelt daarvoor als gitarist in post-hardcoreband Daniel Striped Tiger, dat onder contract staat bij platenmaatschappij Clean Plate Records. Labelbaas Will Killingsworth draagt op een dag een shirt van Teenage Cool Kids, waarna Yeaton besluit zich te verdiepen in de band. Niet veel later speelt Daniel Striped Tiger een show in Savage’s huis, waar Savage en Yeaton elkaar voor het eerst ontmoeten. Vervolgens beginnen de kersverse vrienden met Daniel Striped Tiger en Teenage Cool Kids aan een gezamenlijke tour. In augustus 2010 brengen de bands bovendien een naamloze split single uit. Uiteindelijk vraagt Savage Yeaton of hij wil bassen in zijn nieuwe band. Yeaton stemt toe en Parquet Courts is geboren.

Al snel zijn Brown, de broers Savage en Yeaton op elkaar ingespeeld. Twee weken nadat de band zich een kwartet mag noemen, speelt Parquet Courts in december 2010 zijn eerste show.

In 2011 brengt Parquet Courts met American Specialties zijn debuutalbum uit. Lekker ouderwets, op cassette. Als knipoog naar de zogenaamde ‘Amerikaanse’ specialiteiten, beeldt de band de menukaart van een Chinees restaurant af op de hoes. Door de jaren heen zijn dit soort restaurants meer en meer een deel van de Amerikaanse eetcultuur geworden. Op nummers als Largish-Dominant blikt Savage al vooruit op het menselijke en maatschappelijke toneelspel dat hij jaren later op Human Performance (2016) verder zal uitpluizen: ‘At every curtain call, hold for applause, smile, bow and catch the roses, holding them as proof of your finest hour in the shit.’

Ironisch genoeg zijn die rozen steeds vaker bestemd voor Parquet Courts zelf. De definitieve doorbraak van het viertal volgt een jaar later, in 2012, met Light Up Gold. In eerste instantie verschijnen vijfhonderd exemplaren van het album via Savage’s eigen label Dull Tools, maar uiteindelijk weet het grotere label What’s Your Rupture? ruim 50.000 stuks aan de man te brengen. Op het album staat Stoned and Starving, een punkparty-anthem in de stijl waarmee punkband FIDLAR uit Californië in hetzelfde jaar door zal breken. Savage beschrijft hierin wat hij tijdens een stonede strip zoal doet: ‘debating Swedish Fish’, ‘scratching off silver ink’, ‘deciding what to drink’ en ga zo maar door.

Stoned and Starving groeit al snel uit tot een van de bekendste singles van de band. Het bezorgt de bandleden tegen hun zin het imago van slackers; eeuwige, vaak stonede studenten. Op zijn website houdt Parquet Courts nog altijd bij in hoeveel artikelen de term gebruikt wordt om hen te beschrijven: de teller staat op 52. Anno 2016 speelt Parquet Courts het nummer met frisse tegenzin, waarmee de band zich in het straatje voegt van grootheden als Radiohead (Creep) en Oasis (Wonderwall).

 

 

Parquet Koorts
Waarom die haat tegenover hits? Omdat Parquet Courts veel meer is dan stoned en uitgehongerd. In de jaren die volgen ontpopt de band zich op muzikaal gebied dan ook tot een kruising tussen Brooklynse indie en Texaanse plattelandspunk.

De mentaliteit van het viertal vermorzelt daarentegen ieder mogelijk misverstand: Parquet Courts is punk! De band slaat vrijwel alle tv-optredens af, sinds de leden bij Late Night With Seth Meyers in 2014 niet het nummer mochten spelen wat ze zelf wilden spelen. Zanger en gitarist Andrew Savage roemt in een interview met Pitchfork uit 2014 dan ook bands als Roxy Music, die wél op televisie optraden, maar bleven spelen wat ze wilden spelen: ‘It’s those guys at the margins… These were guys with manifestos.’

Hoewel punkbands niet bekend staan om hun liefde voor schilderijen en symfonieën, vindt het gedachtengoed van Parquet Courts juist in die kunstvormen weerklank. Savage, die als grafisch ontwerper verantwoordelijk is voor de hoes van het in april verschenen album Human Performance, is bijvoorbeeld groot fan van schilderkunst en muziek uit het Rusland van Stalin. Niet alleen vanwege de kunst zelf, maar vooral door de rebellie die deze kunst uitstraalt: een radicale doorn, maar wél in het oog van de maatschappij.

Op Sunbating Animal verwijst Parquet Courts met Ducking And Dodging (een referentie aan Stoned And Starving?) naar de opera The Love for Three Oranges van de Russische componist Sergei Prokofiev: ‘Got detained in San Francisco on your way to get fresh air, the U.S.A. didn’t want you there. Juggled oranges, but no one cared.’ Prokofiev vertrok in 1918 naar de VS vanuit de Sovjet-Unie. The Love for Three Oranges was het eerste stuk dat hij er componeerde, maar het flopte.

Verderop in het nummer zingt Savage: “They buried the eight, they buried the ninth, they said the finale was a formal reply,” waarmee hij refereert aan de eveneens Russische componist Dmitri Shostakovich. Diens achtste en negende symfonie werden door het regime verboden, waarna datzelfde regime zijn volgende stuk openlijk beschouwde als ‘een creatief antwoord van de componist op gerechtvaardigde kritiek’. Tegen Pitchfork zegt Savage over Shostakovich: ‘Him and his crew would just get up in the middle of performances and leave – that’s when you knew you’d done something wrong.’

Ook de Oostenrijkse componist Arnold Schoenberg, uitvinder van de twaalftoonstechniek, diende als inspiratie voor Sunbathing Animal. Met Vienna II verwijst Parquet Courts naar de Tweede Weense School; de groep componisten rondom Schoenberg en diens studenten Berg en Webern. De manier waarop Savage het grootste deel van zijn teksten aflevert, ergens tussen zang en spraak, doet denken aan de Sprechstimme-techniek die Schoenberg gebruikte, bijvoorbeeld in zijn meesterwerk Pierrot Lumaire uit 1913.

De titel van de plaat Sunbathing Animal zelf is een verwijzing naar Het Zonnedier; een schilderij uit 1984 van de Nederlandse expressionist Karel Appel. Net als de tijger op de hoes van dit album solt Parquet Courts met zijn prooi, de maatschappij.

 

 

Geen woorden, maar daden
De fysieke gedaante van de maatschappij vindt Parquet Courts erg belangrijk. Savage is een tegenstander van de digitalisering van de samenleving en is bijvoorbeeld aanhanger van de magazinecultuur. Bands vermelden op de achterkant van hun platenhoes meestal hun website, maar Parquet Courts doet dit niet. Zo schrijft het in 2013 op de achterkant van Light Up Gold: ‘mammalian (‘zoogdierlijk’) consciousness is the original world wide web, so find us there, you warm-blooded freak.’

De band bestaat bij de gratie van zijn muziek, niet bij die van zijn aanwezigheid in de media. Tot op de dag van vandaag ziet Parquet Courts het nut van een Facebook-pagina bijvoorbeeld niet in. Al op het eerste album American Specialties is een van de leuzen: ‘Facebook pages, boring, boring, rock and roll has got me snoring. Music! Matters! More than ever! Free your brain and conform never!

Vooral de plek waar dat ‘analoge’ leven zich afspeelt begint een steeds grote rol te spelen in de nummers van Parquet Courts. Een groot deel van Savages teksten op het in 2014 verschenen Sunbathing Animal gaat bijvoorbeeld over gevangenschap. In een interview met Rolling Stone legt Savage in dat jaar uit waarom: ‘I had a close person in my life go to jail. Prison went from being abstract to being this real place I visited twice a week.’

Zes maanden na Sunbathing Animal brengt de band onder de naam Parkay Quarts de plaat Content Nauseau uit. Hierop staat niet de eentonigheid van de gevangenis centraal, maar de kakofonie van New York. In een interview uit april 2016 met Consequence of Sound blikt Savage terug: ‘It’s very much about New York and the structure of living in New York, that is rapidly changing physically, that makes you live life at a very hectic pace.’ Niet voor niets beeldt Savage het uitzicht dat hij vanuit zijn slaapkamer op de skyline heeft af op de hoes.

Wie zich parallel aan New York ontwikkelt, staat nooit stil. Wanneer The Daily Indie Savage in december 2014 interviewt zegt hij al: “De band moet zich ontwikkelen, want wij ontwikkelen ons ook.” Daardoor kan Parquet Courts slechts een jaar na het vrij luchtige Content Nausea met de loodzware EP Monastic Living op de proppen komen.

De plaat komt uit op Black Friday, de dag na Thanksgiving waarop winkels strooien met kortingen. Parquet Courts deelt niet mee in de feestvreugde: Monastic Living is een aanval op de consumptiemaatschappij van de Verenigde Staten.

Met de release van de EP zweert Parquet Courts een eed van stilte. Pas in maart 2016 geeft Savage in een interview met muziekmagazine DIY uitleg: “I’m averse to giving away all the mode of thought behind things. There was a statement we were making about silence and having something to say, and about not always having something to say.

Oftewel: de muziek zelf moet de aandacht trekken, niet de bandleden daarachter. Op het eerste nummer van Monastic Living zingt Savage: ‘I’m just a man, I don’t want to be an influence. I don’t want you to understand, I don’t want to curate, publish no memoir. No, no, no, we’re just a band!’ Daarna volgen acht tekstloze testosteronbommen, waarin de Amerikanen als hooligans het Feyenoord-motto ‘geen woorden, maar daden’ aanhangen.

 

 

Ik speel toneel, dus ik ben
Tot zover de vergelijkingen tussen voetbalfans en Parquet Courts. In tegenstelling tot de meeste hooligans zijn de jongens van Parquet Courts wél slimmer dan ze zich dikwijls voordoen. Achter hun onverschillige blikken gaan de vizieren van vier scherpschutters schuil.

Zo maken de punkers handig gebruik van een groot label. Ze brengen Sunbathing Animal – net als Light Up Gold – uit op indielabel What’s Your Rupture?, maar óók op Mom + Pop Records, dat onderdeel is van megamaatschappij Sony. Geen van de partijen maakt er een woord aan vuil, hoogstwaarschijnlijk omdat het af zou doen aan de onafhankelijkheid die de band wil uitstralen.

Het gescheurde tweedehandsjasje van de weirdo zit Parquet Courts namelijk als gegoten. Austin Brown is bijvoorbeeld groot fan van rapmuziek uit Houston, net als punk een ‘outsider art’. De bandleden hebben daarnaast een achtergrond in de doe-het-zelf-punkscene en de hardcore-underground, met de eerder genoemde bands Teenage Cool Kids en Daniel Striped Tiger als beste voorbeelden. Nu punk zijn veertigste verjaardag nadert, viert Parquet Courts de mentaliteit van dit genre zoals het ooit bedoeld was. Niet voor niets brengt de band zijn nieuwe, vijfde album Human Performance uit in samenwerking met outsiderlabel Rough Trade.

Uit het album spreekt het idee dat het leven een grote theatershow is. Een opvoering waarin iedereen een eigen rol speelt, van punker tot pennenlikker. Het concept van Human Performance doet denken aan dat van de film The Truman Show uit 1998, waarin het leven een groot toneelspel blijkt te zijn.

Die performance, dat is niet (alleen) het uitvoeringselement binnen de muziekpraktijk. Volgens Parquet Courts is elk deel van het menselijk bestaan tot op zekere hoogte toneelspel. Is Parquet Courts punk of doet het zich zo voor? Ben je wel écht wie je lijkt te zijn? Human Performance leent zich ervoor om gelezen te worden als een tautologische variant op Descartes’ cogito ergo sum (‘ik denk dus ik ben’); alsof de twee termen in elkaar opgesloten zitten. To be human, is to perform. Of andersom natuurlijk.

Op One Man, No City verwijst de band naar die gedachte: ‘Cogito ergo sum, people say, but think again, ‘cause I have no faith.’ Het album komt voort uit een periode waarin Savage lijdt aan een depressie en zich meer machine dan mens voelt.  Van dag tot dag voelt het alsof hij niet kan ontsnappen aan de structuur die het stadsleven hem oplegt.

Op afsluiter It’s Gonna Happen beschrijft hij hoe hij langzaam maar zeker gewend raakt aan iedere verandering, hoe vreemd die in het begin ook lijkt. Zijn acties zijn niet langer producten van passie, maar simpelweg producten. Op titelnummer Human Performance zingt hij bovendien: ‘It never leaves me, just visits less often. It isn’t gone and I won’t feel its grip soften without a coffin.’

Stelde Savage op Light Up Gold nog vragen als ‘should I eat this?’, op Human Performance worstelt hij met probleemstukken over authenticiteit. Kan een uitvoering wel een authentieke vorm van expressie zijn? Welk deel van ons leven is in werkelijkheid niet meer dan een toneelstuk? De antwoorden moet Parquet Courts de mensheid schuldig blijven, maar alleen al het feit dat het dit soort vragen stelt, lijkt voldoende om Parquet Courts’ eigen zoektocht naar authenticiteit als volbracht te beschouwen.

The city that never weeps
Het zoeken naar en het ontkennen van een identiteit zet de band ertoe aan verder van zijn imago af te wijken dan ooit. Vanaf Monastic Living experimenteert de band meer en zoekt het de grenzen van het muzikale begrip ‘Parquet Courts’ op. Die drang is overigens mede mogelijk gemaakt door Rough Trade, dat de groep van een flink voorschot voorziet. Human Performance is daarom het eerste album waaraan Parquet Courts een jaar werkt. Ter vergelijking: Light Up Gold nam de band in slechts drie dagen op.

Human Performance nemen ze uiteindelijk op in Dreamland, een studio in een gerenoveerde kerk in de bossen bij New York waar het – volgens de verhalen – schijnt te spoken. Spoken horen we niet op de plaat. De enige verwijzing is wellicht een zinnetje op het titelnummer: ‘Breathing beside me, feeling its warmness, phantom affection gives a human perfrormance.’ Wel te horen: een begeesterd Parquet Courts dat de instrumenten in Dreamland niet onbenut laat. In gesprek met DIY onthult Savage: “There are lots of instruments that we’d never had on a record before. There’s timpani on there, and Max plays some marimba. There have been keys on Parquet Courts records before, but never as many as this.”

In figuurlijke zin slaat Parquet Courts dus een nieuwe weg in, maar in letterlijke zin bevindt de band zich nog altijd in de concrete jungle: New York. Op Human Perfromance zijn plek en persoon moeilijker van elkaar te onderscheiden dan ooit.

Het stressvolle stadsleven heeft Parquet Courts veranderd in een ruwe diamant, zoals hoge druk dat met een koolsteen doet. Human Performance is een momentopname die de humor én de horror van New York in een album vat. Ook de horror inderdaad, want die Big Apple, die vertoont soms rotte plekken. Hoe lelijker New York wordt, hoe mooier de bewoordingen van Parquet Courts lijken te worden.

Verandering is namelijk niet altijd goed, vindt Parquet Courts. “Ik vind niet dat alle vooruitgang per se een heel positief effect heeft op menselijk gedrag,” zegt hij in een interview met The Daily Indie in 2014. Dat idee horen we anno 2016 ook weer terug op het nummer I Was Just Here, van Human Performance. Dit nummer van Sean Yeaton is een ode aan een Chinees restaurant dat zijn deuren net gesloten heeft; een typisch New Yorks probleem. Op het nummer horen we: ‘You look so nice, Chinese fried rice. Wouldn’t you know that place just closed.’

De thematiek van single Berlin Got Blurry sluit hierop aan (‘Nothing lasts but nearly everything lingers in life’), net als de allerlaatste zin van het veelzeggende Pathos Prairie (‘like how we’re sure we’re gonna change’). Zijn veranderingen nog wel veranderingen als ze zich net zo gestructureerd gedragen als alle andere moderne mechanismen?

Herhaling was al jaren aanwezig in de muziek van Parquet Courts. Nu is repetitie ook vertegenwoordigd in de thematiek. Dat betekent niet dat het als muzikaal element helemaal verdwijnt: op I Was Just Here herhaalt de band dezelfde opeenvolging van twee akkoorden liefst tweeëndertig keer achter elkaar. De sound die ontstaat sluit naadloos aan op het beklemmende gevoel van een klein bestaan in een megastad. Op Human Performance evenaart de tekstuele intensiteit die van de muziek en de veelal grimmige liveshows van Parquet Courts.

Het meest intens is Two Dead Cops, waarop Savage het verhaal vertelt van Wenjian Liu en Rafael Ramos. De twee politieagenten worden op 20 december 2014 doodgeschoten in de wijk waar Savage woont. De moorden zijn waarschijnlijk een vergelding voor het politiegeweld dat eerder dat jaar al leidde tot de dood van meerdere Afro-Amerikaanse jongeren. Savage zingt erover: ‘Protect you is what they say, but point and shoot is what they do. When shots are heard, when lives are lost, nobody cries in the ghetto, for two dead cops.’ Tijd om te slapen is er niet in New York. Tijd om te huilen ook niet.

 

 

De stilte voor de storm
Op Human Performance begint het stratenstelsel van New York steeds meer te lijken op traliewerk. Dat beeld wordt kracht bijgezet door Captive Of The Sun, waarop Savage zingt over misofonie; een psychische aandoening waardoor je je stevig ergert aan bepaalde repetitieve geluiden. Hij beschrijft de aandoening als ‘zijn’ Miss Phonia. Vervolgens geeft hij een wat warrige opsomming van die geluiden: toeterende auto’s, vuilnismannen die gooien met prullenbakken, voorbijtrekkende metro’s en ga zo maar door. Uiteindelijk klaagt hij: ‘It’s a drive-by lullaby that couldn’t get worse, a melody abandoned in the key of New York.’

Toch levert juist dat New Yorkse gevangenschap Parquet Courts veel vrijheid op, zoals ook het voorschot van Rough Trade dat gedaan heeft. Als de leden van Parquet Courts niet naar New York waren verhuisd, was de band dan net zo maatschappijkritisch geworden? Eigenlijk is de vraag stellen hem beantwoorden, maar voor de zekerheid: nee. De druk van de kapitalistische metropool New York zorgde voor de creatieve explosie van Parquet Courts. Punk die tegen de gevestigde orde aantrapt in New York is nu eenmaal een stuk interessanter dan punk die tegen een leeg blikje bier aantrapt in Texas. De Texanen van Parquet Courts hebben een perspectief van buitenaf op New York, terwijl ze als inwoners van de stad ook een perspectief van binnenuit bezitten. Daarmee weet de band de New Yorkse tijdsgeest beter te vatten dan veel bands die in Brooklyn geboren en getogen zijn.

Parquet Courts is een moderne punkband die niet bang is om zich te mengen in de maatschappij. Parquet Courts spant die maatschappij voor zijn kar om hem vervolgens een trap onder de kapitalistische kont te verkopen. Die maatschappij reageert zoals hij eigenlijk altijd reageert: meer, meer, meer! Parquet Courts groeit van underdog uit tot publieksfavoriet en ontpopt zich tot de New Yorkse variant op het Trojaanse Paard dat de gedigitaliseerde consumptiemaatschappij van binnenuit aan zijn vlijmscherpe riffs rijgt.

Die stilte rondom Monastic Living blijkt slechts de stilte voor de anti-structuralistische storm van Human Performance te zijn geweest. Parquet Courts heeft weer wat te vertellen. Het is tekenend dat de bandleden op hun nieuwe foto’s zijn afgebeeld alsof ze bezig zijn met een persconferentie. Bijeenkomsten die vaak hét toneel blijken voor antwoorden die eigenlijk alleen maar meer vragen oproepen. Human Performance moet sommige antwoorden schuldig blijven, maar vragen oproepen doet Parquet Courts aan de lopende band. De band neemt toneelspelers, inclusief de oude versies van zichzelf, het masker af en laat het doek zakken. Veel rockbands praten veel, maar zeggen weinig. In het geval van Parquet Courts is het precies andersom.