Interview

INTERVIEW: Cloud Nothings


17 juli 2012

Eind januari 2012 betekende een nieuw begin voor de Amerikaanse band Cloud Nothings. Na twee succesvolle albums, Turning On (2010) en Cloud Nothings (2011), zag het derde wapenfeit van het jonge viertal uit Ohio het levenslicht. Attack On Memory staat boordevol rauwe, intense indietracks, en is opgenomen door meesterproducer Steve Albini: “Het album moest klinken als vier jongens die in een ruimte samen staan te spelen, want dat is in feite wat we doen”, aldus frontman Dylan Baldi, die de eerste twee platen helemaal zelf opnam. Voor het optreden in Tivoli in Utrecht maakt de zichtbaar vermoeide maar optimistische zanger tijd om zijn hectische leven toe te lichten.

“We zijn nu een week of drie op tour in Europa, maar in totaal zijn we al bijna drie maanden onderweg. Ik voel me een dakloze met een gek leven, maar het vele toeren begint al een beetje te wennen: ” Baldi, slechts twintig jaar, maakt een afgematte indruk. Toch zou hij beslist niks anders willen dan onderweg zijn met de band: “Toeren is fantastisch. We komen op ontzettend veel gave plaatsen, we zien steden waarvan we dachten dat we ze nooit zouden zien. Eigenlijk heeft toeren geen negatieve kanten.” Behalve dan misschien dat Baldi niet meer kan bijhouden waar hij allemaal is geweest: “Het hoogtepunt tot nu toe vond ik een kerk die we een paar dagen geleden bezochten. Ik weet eigenlijk niet meer precies waar dat was. Het was de dag voor de show in Groningen. Weet jij misschien waar we toen waren? Gent, dat was het!” Het toeren in Europa is wel anders dan in zijn thuisland Amerika: “Het publiek hier is kritischer, let op details die ik niet eens merk, ha ha. Een voordeel is wel dat de shows hier veel eerder beginnen. In Amerika spelen we meestal rond middernacht, in Europa lig ik dan al in bed. Dat is perfect!”

 

 

Attack On Memory
De reden dat Cloud Nothings zoveel toert is natuurlijk hun meest recente album Attack On Memory. Dylan Baldi is een stuk rauwer gaan zingen en de composities zijn helderder en meer uitgebalanceerd. De productie van Steve Albini, onder andere verantwoordelijk voor albums van Nirvana en Pixies, staat als een huis. Cloud Nothings klinkt rauw, pakkend en urgent. Het betekent de definitieve doorbraak voor de in 2010 als soloproject begonnen groep van Baldi: “Ik wilde echt iets nieuws doen voor dit album. Ik bracht de ideeën in, die we daarna met de hele band uitwerkten. Dat was heel spannend, één track is zelfs ruim acht minuten lang geworden. Dit was de eerste keer dat we zo werkten. Attack On Memory moest klinken als een statement van alle bands waar ik naar luister. Dat is wel gelukt denk ik.” Hij glimlacht trots als hij dat zegt. En terecht ook. Had hij twee jaar geleden, toen hij de eerste muziek van Cloud Nothings uitbracht, eigenlijk gedacht dat het zo ver zou komen? “Het is altijd al de bedoeling geweest iets te doen dat er voor zou zorgen dat ik met mijn studie kon stoppen.” Al snel na het uitbrengen van zijn gelimiteerde cd Turn It On, een paar maanden later door Carpark Records opnieuw uitgebracht als Turning On, werd hij gevraagd om op te treden. Hij vormde een band en speelde zijn eerste show in New York, 800 kilometer van zijn thuisstad Cleveland: “Onze eerste show speelden we voor 400 man, dat was fantastisch. We kregen veel goede reacties en hadden meteen het idee dat we iets cools in handen hadden. Vanaf dat moment is het hard gegaan en kon ik gelukkig stoppen met mijn studie als saxofonist.”

 

 

Vier continenten
Het ziet er niet naar de uit dat de groei van Cloud Nothings de komende tijd zal stagneren: “Over een paar weken gaan we naar Japan, daarna hopelijk ook naar Australië. In de zomer doen we weer veel festivals in Europa en Amerika.” Tijdens het vele toeren wordt er ook aan nieuw materiaal gewerkt. Een nieuw album staat gepland voor 2013: “Door het drukke schema hebben we niet veel tijd om op te nemen, maar er zijn al veel ideeën voor een nieuwe plaat.” Baldi moet zich gaan voorbereiden op de show. Met een glimlach neemt het bescheiden ogende muzikale genie afscheid: “Ik kijk niet zo heel ver vooruit, maar ik hoop dat we over vijf jaar nog steeds op dezelfde manier bezig zijn. Zo niet, dat hoop ik in ieder geval dat we herinnerd worden als een gerespecteerde groep!”