Interview

Tussen Peel en polder: Shadwick Wilde


2 juni 2022

Ons land is een doorvoerhaven. Niet alleen voor wereldhandel, maar ook artiesten komen en gaan. Sommigen houden het bij een optreden in de grootste zalen en zien vooral vliegvelden, hotelkamers en de hoofdstad, anderen trekken het halve land door en zien het landschap onderweg aan zich voorbijtrekken. Tussen Peel en polder, tussen Waddenzee en Heuvelland. Hoe kijken artiesten tegen hun bezoek aan in ons land?

Tekst & foto’s Niels Steeghs

In de eerste editie van deze serie bevragen we Shadwick Wilde, zanger van Quiet Hollers. Als tiener woonde de nog altijd als een punker ogende inwoner van Kentucky een aantal jaren in Nederland, met zijn moeder, activiste, filmmaker en poëet Sonja de Vries. Hier werd destijds misschien wel deels de kiem gelegd voor zijn loopbaan in de muziek. Hij komt hoe dan ook graag terug in het land waar hij zich met zijn nummers over depressie, verslaving en hartzeer begrepen voelt. Recent toerde hij nog solo langs zalen in Alkmaar, Hengelo, Arnhem, Eindhoven en Volendam. Een mooie reden om de soms in mistflarden opgegane herinneringen uit zijn jeugd weer op te frissen.

“In 2000 verhuisde mijn familie van San Francisco naar Amsterdam om dichter bij mijn oma te zijn. Tussen mijn veertiende en zestiende woonde ik met mijn moeder en jongere broer in het huis waar mijn familie tijdens de oorlog woonde. Ik voelde mij er onderdeel van de geschiedenis van onze voorouders. Er was zelfs een schuilplaats onder de vloer, waar mensen zich verstopten voor de nazi’s. Mijn overgrootouders waren communisten, oosterse mystici en lid van het ondergrondse verzet. Dat maakte ze tot een doelwit.”

“In die jaren pakte ik meestal de trein op station RAI om naar de internationale school in Amstelveen te gaan. Je zou kunnen zeggen dat ik een wat moeilijke tiener was. Ik voelde mij helemaal alleen in een vreemd land en rebelleerde door mijn haar in een mohawk te laten knippen en die vervolgens groen en paars te verven. In de Melkweg zag ik veel punkbands in die tijd: Agnostic Front, Discipline, The Slackers, Dead Kennedy’s, Heideroosjes, om er een paar te noemen.”

“Twee jaar lijkt nu een korte tijd, maar als tiener voelde het als een eeuwigheid. Ik werd losgelaten in de straten van Amsterdam om te doen wat ik wilde. Zo hing ik uit in de kroeg, drinkend met mijn vrienden, ging experimenteren met drugs, dompelde mezelf onder in de internationale gemeenschap, verteerde als een malle muziek en kunst. De invloed van mijn Nederlandse familie was beperkt. In die tijd was ik amper geïnteresseerd in dat deel van mijn leven. Mijn vader was ook Nederlander, maar ik zag hem in die periode maar één of twee keer. Ik was meer bezig met mijn eigen plan trekken; ik baande mij een weg in een mist van spuitverf, sigarettenrook en de dampen van bleekmiddel.”

“Mijn oma stierf in 2021, in het appartement waar ik recent nog was voordat het verkocht gaat worden. Rond haar overlijden was mijn moeder vanuit Kentucky bij haar op bezoek. Ze hield haar hand vast en terwijl ze voor haar zong, gleed ze weg uit dit leven. Een prachtige manier om te gaan. Toen ik er recent weer was, voelde ik haar aanwezigheid nog heel sterk. Ze was een gepassioneerd en complex mens en vocht tijdens haar leven met haar geestesziekte. Ze was levenslang activistisch. Eigenlijk wist ik nooit of ze wel geïnteresseerd was in mijn muziek, maar ik ontdekte dat ze al mijn albums bewaarde, samen met krantenknipsels en foto’s. Wat mij helder voor de geest staat is haar stem, waarmee ze vertelde dat we lief moesten zijn voor elkaar, in deze wereld vol onrecht en wreedheid.” “Ik waardeer de Nederlandse hang naar eerlijkheid. Bot en direct. Ik denk dat we allemaal profijt kunnen hebben van de gewoonte te zeggen wat we bedoelen. Natuurlijk is geen enkel land monolithisch. Er zijn net zo veel verschillen tussen inwoners onderling als tussen landen. Ik had vaak moeite om begrepen te worden in eigen land en in het buitenland. Het lijkt er echter op dat het Nederlandse publiek mijn ietwat vreemde en droevige muziek waardeert. Daarvoor ben ik eeuwig dankbaar. Misschien komt het door de manier waarop Nederlanders lijden benaderen. Ze zitten zo dicht bij de geschiedenis, met de Tweede Wereldoorlog aan de ene kant en aan de andere zijde kennen zij de rol van de onderdrukker vanuit hun bijdrage aan de slavenhandel en het kolonialisme. Wij mensen zijn complexe wezens. We zijn in staat immense schoonheid en ondenkbare wreedheid te creëren. We moeten de totaliteit van het zijn omarmen en de tegenstrijdigheden die daarbij horen als we in staat willen zijn het beste uit het leven te halen en om te evolueren als een globale gemeenschap.”