Tien jaar geleden kijkt een zesentwintig jaar jonge Bradford Cox vanuit het raam naar een tuin. De orchideeën rotten weg. Dan vraagt hij zich af of er iemand is die er wat aan kan doen. Tien jaar later blijkt de verrotting zich niet langer uitsluitend bezig te houden met Bradford zijn tuin, maar komt een zesendertig jaar oude Bradford Cox tot de vraag waarom eigenlijk niet alles al verdwenen is.

Het is 2019 en Deerhunter is toe aan zijn zevende plaat: Why Hasn’t Everything Already Disappeared? Je zou kunnen toevoegen: inclusief Deerhunter, inclusief Bradford Cox. In de binnenkant van de plaat staat ‘Nostalgia is toxic‘; de wens om terug te willen kijken is vergif, de toekomst is bleek en somber. Op plaatopener Death in Midsummer is het:

They were in hills /
They were in factories /
They are in graves now.

Mensen verdwijnen als water. Cate Le Bon schuift aan op klavecimbel, schuift aan achter het mengpaneel. Wie haar aan het werk heeft gezien op het podium met Tim Presley herkent kapotte kindermuziek. Een xylofoon, wijsjes die dermate eenvoudig zijn dat je ze aan een kleuterklas zou kunnen leren:

The road was wide /
The road was silent /
Curtain call for all those lives.

Tot zover de kinderen dan. Het is een lange weg van negen jaar – van het dappere voorwaarts van Desire Lines naar de speelgoeddepressie op Why &c. De snelweg is een half weg gespoelde veldweg. Somberheid verpakt in bijna-naïeve vrolijkheid. Niets aan de hand. Of, zoals op No One’s Sleeping, in de uitnodiging om met de rattenvanger van Hamelen naar het paradijs te gaan:

Follow me /
To golden pond /
There is peace

Ik kijk naar de plaathoes en moet denken aan de plaathoes van The Good, The Bad & The Queen’s gelijknamige debuut. Stad in verval. Deerhunter zijn zevende maakt het geluid van na de catastrofe. Het vuur is al uit, de smeulende restanten resteren. Dan geeft op de laatste track de opname-apparatuur ook nog eens de geest. Cox hapert; de boodschap komt niet helemaal helder door:

Mildew spread like /
spiderwebs on these /
Back, back, ba- –ountry road.

Ook de veldweg verdwijnt en verrot (meeldauw), samen met de mensen en de bloemen. Waarom is alles niet allang verdwenen?

Ik kijk naar buiten. Daar staat een boom, een vlinderstruik (zonder vlinders), iemand laat twee honden uit. Buslijn vijf rijdt, er zijn passagiers. Shit, we zijn er gewoon nog. Even later loop ik naar de buurtsuper, koop groente, fruit, feta en keukenpapier. Het is een grauwe dag.

Het is een druilerige, donkere vrijdagavond. Buiten parkeert een busje vlak voor de achteringang van het Stroomhuis. De passagiers zijn de bandleden van Viagra Boys. Zanger Sebastian Murphy en bassist Benke Höckert beginnen de instrumenten een voor een naar binnen te dragen. Iedere uitademing is zichtbaar door de lichtgrijze wolkjes die het opwekt deze avond. De sneakers van de mannen plenzen in de plassen en door de tot pap geworden bladeren. Het is een van de eerste koude herfstavonden van 2018, maar Murphy en Höckert dragen een dun joggingpak. Murphy blijft nog even buiten staan, bovenaan de trap. Hij trilt, maar steekt met vaste hand een peuk op, waarna er een flinke hoestbui volgt. Vanavond moet hij optreden, maar zijn weerstand kon niet op tegen de kou in de bus. Het leven is shit, maar lachen is de beste optie.

Tekst Midas Maas
Foto’s Tineke Klamer

Die laatste zin is bepalend voor de band. Het bevechten van misère met humor. Het ademt ook door alle nummers van zijn verse plaat: Street Worms. En hoewel de nummers veelal met satire doorladen zijn, gaan ze vaak wel in op persoonlijke onderwerpen uit het leven van David Murphy. Een leven dat zo’n dertig jaar geleden begon in Los Angeles, als zoon van een Amerikaanse vader en een Zweedse moeder. Höckerts verhaal begon heel ergens anders, in de Zweedse stad Motala. Als je naar een nummer als Just Like You luistert, kom je er al snel achter dat Murphy geen eenvoudige jeugd had.

“Ik verwoestte mijn relaties, verwoestte andere dingen die mij dierbaar waren. Ik wil hier niet over verder praten. It’s pretty personal”

Aan het begin van Just Like You wordt er een droombeeld geschetst: je hebt een lieve vrouw, een mooi huis en een kleine hond. Je vervolgt dat beeld van de droom met de zin: ‘I saw life/Without upset family members’. Oftewel: nu heb je familieleden die van streek zijn?
Murphy: “Dat waren ze toen ik tiener was. Ik was een bad kid. Ik deed niet wat ze mij vertelden te doen. Ik nam drugs. Ik ging een tijdje naar school, maar halverwege de middelbare school stopte ik. Mijn ouders wilden graag dat ik naar school ging en ik wilde dat niet. Ik eindigde als tatoeëerder in Stockholm.”

Höckert: “Ik was ook geen makkelijk kind. Ik deed dingen die ik niet zou moeten doen. Ik spoot graffiti, sloopte dingen, stal auto’s, deed drugs, dronk te veel alcohol. Ik ging naar het gymnasium. Een aantal vakken heb ik laten zitten, maar het was genoeg voor een diploma. Ik ging later ook nog naar de universiteit om een economische studie te volgen, maar die heb ik nooit afgemaakt. Toen ben ik min of meer verschillende bandjes ingerold. Ik werk nu als een timmerman.”

In het nummer wordt ook het andere uiteinde van die eerdergenoemde droom geschetst. De nachtmerrie, zou je kunnen zeggen. Je zingt: ‘I’m so glad/I never wandered down the wrong path/And ended up some kind of addict/Or loser or some kind of, some kind of/Some kind of psychopath.’ Hoe ver zat je daar vanaf?
Murphy: “I’ve been there, yeah, sure. Mijn verslavingen? Dat is best persoonlijk en het doet er eigenlijk niet heel veel toe. Amfetamine, benzoïden; noem het maar op en ik heb het waarschijnlijk gebruikt. In the end werkt het gewoon niet. Je verliest alles wat je hebt. It sucks. Je krijgt niks voor elkaar en je kunt je dromen niet waarmaken als je afhankelijk bent van drugs. Ik raakte rock bottom, meerdere malen in mijn leven. Ik realiseerde mij dat ik mijn leven aan het verneuken was. Ik verwoestte mijn relaties, verwoestte andere dingen die mij dierbaar waren. Ik wil hier niet over verder praten. It’s pretty personal.”

“Kijk gewoon naar de wereld man, het is fucked up”

Hoe gaat het nu?
Murphy: “Nu gaat het wel goed. Nu probeer ik mijn leven weer terug op te bouwen. Ik focus mij nu op de band en ik wil andere mensen niet meer tot last zijn. Ik neem verantwoordelijkheid voor mijn eigen acties.”

Hoe ver ben je nu van het droombeeld?
Murphy: “Ver. Ik bezit eigenlijk niks van die drie dingen, maar wie weet wat de toekomst allemaal in petto heeft. Op dit moment speel ik muziek. Dát is mijn leven op het moment.”

Höckert: “Ik heb een eenkamerappartement. En ik heb ‘misschien een vriendin’, haha. Just a ‘maybe’.”

Wie is ‘you’ in dat nummer?
Murphy: “Iedereen waar ik ooit tegenop keek. De rolmodellen in mijn leven. Mensen om mij heen, de mensen die nu luisteren. Het zijn veel mensen. De maatschappij als geheel, I guess.”

En waarom is die samenleving zo fucked up zoals je regelmatig zegt?
Murphy: “Kijk gewoon naar de wereld man, het is fucked up. Het is best simpel, lees de krant maar eens. Trump is president, het klimaat gaat naar de klote, het verschil tussen arm en rijk blijft groeien, alles is fucked up.”

Over Trump gesproken: dit jaar deed een extreemrechtse partij het uitermate goed in jullie thuisland.
Höckert: “Ze wonnen gelukkig niet. In veel districten hebben ze wel gewonnen, maar de sociaaldemocraten hebben alsnog meer stemmen gekregen. Ze kregen negentien procent, de sociaaldemocraten kregen 28 procent, of iets in die richting.”

Wat vinden jullie daarvan?
Höckert: “Fucked up! Fuck that! Voor mij is het: fuck grenzen, fuck nationaliteiten, fuck ras en fuck religie. Het is een groep mensen die racistische klootzakken zijn, weet je wel. It’s fucked up, ik weet niet wat ik er nog meer over moet zeggen.”

Murphy: “Toevallig gaat Worms daar op in: ‘The same worms that eat me, will someday eat you too.’ We zijn gemaakt van hetzelfde vlees en bloed, we gaan allemaal dood en we liggen allemaal op een dag te rotten onder de grond. Die zin heb ik van een kerel die in een interview wat zei over Trump: ‘What the fuck is er mis met die kerel. Hij realiseert zich niet dat we allemaal worden opgevreten door dezelfde wormen.’ Op het moment dat ik het nummer schreef voelde ik mij nogal sterfelijk. Ik dacht dat ik op mijn weg naar de dood was door drugsmisbruik.”

“Ik dacht dat ik op mijn weg naar de dood was door drugsmisbruik.”

En de uitweg uit alle ellende is punk?
Höckert: “Yeah! Toen ik opgroeide, voelde ik mij niet thuis in de normale wereld. De punkscene is er een waarin ik kon ontsnappen.  Het is een outsider-cultuur, een plek waar ik mij één kan voelen met andere fucked up mensen. Het is boze muziek waar ik mij goed in kan vinden. Al onze nummers: It’s all about being an outsider.”

Murphy: “Daarnaast lachen we er graag om, zoals je ook wel kan merken in onze muziek. Ik ben niet een heel serieuze kerel. Ik druk mezelf uit door humor. Ik heb geen lange serieuze discussies over shit. Het is veel makkelijker om te lachen om je problemen. Dat is ook veel beter dan door het leven te gaan met de gedachte: ‘ugh, alles is klote.’ Die humor is onderdeel van een positieve houding. Het is een positieve negativiteit. Comedy is belangrijk in de levens van iedereen. We houden van lachen.”

Boze muziek dus. Angstige muziek ook wel. Jullie tour uit 2015 had de naam Endless Anxiety Tour. Maken negatieve emoties betere muziek?
Murphy (zingt): “‘Tonight we’re gonna party.’ That sucks, die radiomuziek klinkt allemaal hetzelfde. Dat is ons doel, haha, het volgende album gaat gewoon veertien nummers lang vrolijkheid zijn. Even zonder grappen, toen wij de band net begonnen zo’n vier jaar terug had ik iedere dag en nacht last van angst: Endless Anxiety. Ik nam iedere dag drugs, maakte slechte keuzes en ik voelde mij slecht.”

Nu we het over punk hebben, waar begon muziek voor jullie?
Höckert: “Twisted Sister met We’re Not Gonna Take It op een cassette. Vanuit daar dook ik de heavy metal in en via de metal in de punk. De eerste punkband die ik leerde kennen was Asta Kask, een Zweedse punkband. Misfits kwam er vlak na. Vandaag de dag luister ik naar een veel breder scala aan muziek, zoals Container en Amyl and the Sniffers.”

Murphy: “Die vind ik ook gaaf. Maar ook Sleaford Mods en hiphop als Run The Jewels. Toch luister ik voornamelijk naar oude muziek, de muziek waar ik mee opgroeide. Het was de muziek van mijn vader en mijn ooms. Namen als Joy Division, New Order, Hank Williams, The Smiths en Radiohead, heel divers. Mijn ooms hadden dan ook een goede muzieksmaak. Ze gaven mij platen van al die bands. It’s all their fault.

“Ik ben wel vaker dan drie keer opgepakt, hoor. Waarvoor? Het bezit van drugs en smokkelen”

Nog niet zo lang geleden waren er nauwelijks interviews met jullie te vinden online. Er waren wat geruchten te vinden over Murphy. Om ons gesprek af te sluiten wil ik feiten van fictie scheiden. Eén: toen je in de Verenigde Staten woonde, heb je in de cel gezeten.
Murphy: “Nee, ik heb nog nooit in de bak gezeten. Je mag het opschrijven hoor, I don’t care.”

Je bent drie keer opgepakt. Waarvoor?
Murphy: “Dat wel ja, haha. Wel meer dan drie keer, hoor. Waarvoor? Het bezit van drugs en smokkelen. Ik wil niet dat mijn moeder dit leest, haha.”

Benke: “In mijn jeugd reed ik op brommers en motors zonder toestemming, terwijl ik ook nog eens minderjarig was. Stuff like that. En graffiti. Voor het stelen van auto’s ben ik nooit gepakt. Vrienden werden gepakt. Ik bleef op vrije voeten.”

Je bent vervolgens het land uitgezet, ging het verhaal.
Murphy: “Daar koos ik gelukkig zelf voor. Ik vertrok zo’n elf jaar geleden naar Stockholm. Ik wilde wat anders doen en ik had veel familie daar.”

Je bent daar gaan zwerven over de straten.
Murphy: “Ook al niet waar.”

Je bent karikaturen gaan tekenen om rond te komen.
Murphy: “Nope. Dat zou ik misschien wel moeten doen. Ik ben daar wel gaan werken als tattoo-artiest.”

Het is dus een compleet onzinverhaal. Toch kreeg het aandacht van een aantal media, die het voor waar aannamen.
Benke: “Perfect. Zo zou je het willen hebben! Een vriend van ons schreef dat verhaal een tijd terug. Wij vonden het hilarisch.”



All We Are, jazeker! De band is terug en brengt op 9 juni zijn tweede album Sunny Hills uit. Dat vinden wij bijzonder fijn nieuws, zo interviewden we de band al eens en namen we zelfs een prachtige TDI-videosessie op met de band. Nu heeft The Daily Indie de primeur van de tweede single Human.

Eerder werd de single Burn It All Out al uitgebracht en op 9 juni verschijnt het nieuwe album. Dat gaat de band uit Liverpool overigens vieren in Amsterdam, want precies op die dag speelt All We Are een show in Bitterzoet. Sunny Hills is geproduceerd door Kews (o.a. van Solange, Kano en Loyle Carner) en komt uit via het prestigieuze Domino. The Diaily Indie was nieuwsgierig naar wat meer informatie rondom die nieuwe plaat en vroeg de band naar wat er allemaal gebeurt is in de tussentijd.

Nou, wat hebben jullie allemaal uitgespookt sinds we jullie twee jaar geleden voor het laatst spraken?
“In die tijd hadden we al genoeg nummers voor een tweede album, maar we besloten al het materiaal – op één nummer na – weg te gooien en weer opnieuw te beginnen. We hadden een aantal openbaringen tijdens liveshows, die ons in de goede richting duwden. Vanaf dat moment gingen we hardere en intensere nummers schrijven, die heel oprecht voelden en reflecteerden hoe wij de wereld ervaren. Het nieuwe album heeft diepe en donkere bodems, maar er zit een positieve boodschap in en het is een manier om mensen samen te brengen.”

Kun je ons iets meer vertellen over het maken van het nieuwe album?
“Het album hebben we opgenomen in een plaatsje buiten Manchester. Het was een oude pastorie met ontzettend veel goed klinkende ruimtes en vreemde, vintage gear. Daar zijn we twee weken gebleven met onze producer, Kwes. Hij is echt een waanzinnige muzikant, voelde ons ontzettend goed aan en hij luisterde ook aandachtig naar wat we te zeggen hadden. Dat wasa erg belangrijk voor ons. Het gaat niet alleen om de techniek, het gaat erom hoe we onze krachten kunnen bundelen en samen beter kunnen worden.”

En de single Human die vandaag in première gaat: hoe is die tot stand gekomen?
“Het nummer is geboren in Wales. We vinden het leuk om veel te reizen en op willekeurige plekken onze spullen neer te zetten en te kijken wat er gebeurt als we daar spelen. Dit nummer is geschreven in een moment waarop we onze bewustzijn de vrije loop lieten gaan. Alle teksten waren er, dus we hoefden het alleen te arrangeren en te editen. Ergens hebben we nog de originele jam van vijftien minuten liggen, misschien dat we die ooit nog wel uitbrengen. Heel misschien.”

Qua creatieve ingevingen zit het wel goed zo te horen. Van wie kwam het idee voor de clip?
“De video gaat over een klein stadje dat vecht tegen een aannemer die een snelweg midden door een dorp wil bouwen. In eerste instantie geeft dat plan frictie tussen de bewoners, maar die zien op den duur in dat ze beter samen kunnen werken om tegen de plannen te strijden. Het is overigens een trilogie, dus verwacht nog meer.”

En de plannen voor de komende maanden: wat gaan jullie allemaal doen?
“We hebben ontzettend veel zin om onze nieuwe nummers uit te brengen, ze los te laten in de wereld en te horen wat mensen ervan vinden. De nieuwe muziek is live het krachtigst, dus we kunnen niet wachten om ze te gaan spelen. Van de zomer hebben we veel festival staan in Europa, we komen er dus aan!”

 

 

LIVEDATA ALL WE ARE:
9 juni – Bitterzoet, Amsterdam
23 t/m 25 juni – Down The Rabbit Hole

 

TRACKLIST SUNNY HILLS:

  1. Burn It All Out
  2. Human
  3. Animal
  4. Dance
  5. Down
  6. Dreamer
  7. Youth
  8. Waiting
  9. Punch

 

Bijna vijftien jaar alweer verblijdt British Sea Power de wereld met uitstekende platen, allerminst saaie optredens en historisch geladen songteksten. Soms voorzien van venijnige Britse humor. Het stel excentrieke ijdeltuiten uit Brighton is de wilde haren, met verkleedpartijen en geklauter in stellages tijdens concerten, inmiddels wel wat kwijt. Toch doet de band zijn opnames en optredens nog steeds het liefst op afgelegen eilanden of andere niet voor de hand liggende plaatsen. Die eigenwijsheid heeft de groep in Engeland ondertussen een behoorlijke fanschare opgeleverd.

Muzikaal is de langeafstandsrace van British Sea Power nog volop bezig, zo blijkt uit Let The Dancers Inherit The Party. Toch ging de totstandkoming van de plaat, vier jaar na het gevarieerde Machineries Of Joy, niet van een leien dakje. Er moest crowdfunding aan te pas komen om de boel te kunnen financieren, waarop de hondstrouwe Britse fans grif de beurs trokken. En die krijgen waar voor hun geld, want de plaat is gevuld met spitsvondige, nog altijd in de postpunk gewortelde nummers.

 

 

British Sea Power vindt meer dan ooit de balans tussen bombast en ingetogenheid, maar ook tussen politiek beladen en hoopvolle teksten. Zo is er ruimte voor een opgesierde, vitale single Bad Bohemian, met een fraaie en aan The Cure refererende gitaarlijn. Maar ook voor een prachtig en postrock-droomnummer als Electrical Kittens. De muzikale rafelranden zijn echter wel enigszins verdwenen, mede door de ietwat brave productie.

Het geeft echter wel meer lucht aan subtiliteit en bovendien aan vocale zeggingskracht van zanger Yan (Scott Wilkinson), zoals in het licht-mystieke prijsnummer Keep on Trying (Sechs Freunde). De romantische maar bovenal melancholieke inborst van de band komt in alle songs na verloop van tijd wel naar boven, zij het onderhuids. Met als meest exemplarische voorbeeld International Space Station, dat vol verborgen geluiden zit. Het zorgt ervoor dat British Sea Power een onverminderd ongrijpbare band is.

British Sea Power live zien? De band speelt op London Calling in het weekend van 26 & 27 mei.

 

Met de lekker repetitieve en hoekige gitaarlijn van Maybe We’ll Drown nog vers in het geheugen, de vorige single van Menace Beach, zijn de elektronische bliepjes van de laatste worp wel even schrikken. Van een radicale koerswijziging blijkt echter geen sprake, het duurt niet lang totdat de gitaren van de indierockers uit Leeds weer als vertrouwd het voortouw nemen op Suck It Out.  

Toch is er nog een verandering waar je je wellicht overheen moet zetten. Waar we op Maybe We’ll Drown de heerlijk zeurderige stem van zangeres Liza Violet hoorden, heeft ze op Suck It Out het stokje overgedragen aan gitarist Ryan Needman. Hij beschikt over een wat schurender stemgeluid dan zijn mede-gitarist, maar door de jachtige sfeer van het nummer valt hij niet uit de toon. Al moet gezegd worden dat Violet het nummer wel naar een (nog) hoger niveau tilt zodra ze hem in het heerlijke meeschreeuwrefrein bijvalt.

Op 20 januari verschijnt het album Lemon Memory, op basis van de twee vooruitgesnelde singles is dat reden genoeg om die datum dik te omcirkelen in je agenda.

Nadat de leden New Yorkse band Big Ups elkaar ontmoetten op de universiteit is het snel gegaan. De band bracht in hun eerste jaar al een single uit op 7’’, waarna het label smeekte om een compleet album om uit te brengen. Na de eerste, Eighteen Hours of Static, en na veel live dates waarbij ook Europa uitgebreid werd aangedaan, is de band nu terug met zijn tweede album; Before A Million Universes.

Big Ups zet met deze tweede plaat een gepolijst en gestructureerd werk neer. Op het eerste album waren bijna alle tracks van begin tot eind hard, maar met Before A Million Universes laten de New Yorkers zien dat ze meer kunnen afwisselen en zelfs enorm kunnen verassen. Het nummer Meet Where We Are is bijvoorbeeld een rustgevende song met een verhalende tekst, iets wat je nooit zou verwachten van Big Ups. Na drie minuten escaleert het echter onverwachts toch, en beukt de muziek harder dan ooit door je speakers.

 

 

Door de afwisseling tussen spreken, schreeuwen en zingen die zanger Joe Galarraga toepast, voelt de plaat fris en verrassend. Hope For Someone en Capitalized zijn de hardste, maar tegelijk toch ook meest pakkende nummers van het album. De opbouw in het pre-chorus van Capitalized is uitdagend, en zorgt ervoor dat het refrein des te harder binnenkomt. Big Ups verrast al met al en verlegt met Before A Million Universes zijn grenzen. Vooral de hardere tracks maken erg nieuwsgierig naar de liveshows.

8 april in Vera, Groningen
9 april in Area 51, Eindhoven
21 april in OT301, Amsterdam

De nieuwste plaat van Deerhunter is er een van contrasten. Het contrast met zijn voorganger is ten eerste enorm. ‘Fading Frontier’ klinkt fris, helder en opgeruimd, waar het rammelende ‘Monomania’ met reverb doordrenkt was. Het contrast is zo mogelijk nog groter binnen de grenzen van de nieuwe plaat, waarop muziek en lyriek elkaar fel tegenspreken. Daar is single Living My Life het toonbeeld van.

Kijk naar de titel en de clip en luister naar de zwoele, lichtvoetige, met elektronica ingekleurde muziek en Living My Life ontpopt zich als Deerhunter’s YOLO-song. Zo eentje om telkens opnieuw te luisteren, terwijl je met een zonnebril op je knar en je arm uit het raam, in je met kompanen gevulde Volkswagenbusje over het platteland raast. De songteksten verraden een ander schrijfmotief.

 

 

“The amber waves of grain are turning grey again.” Met verraderlijke zorgeloosheid in zijn stem, beschrijft Bradford Cox het vergaan de van de overvloedige graanoogsten, symbolisch voor de Amerikaanse Droom. En niet alleen in de Amerikaanse Droom is Cox zijn vertrouwen verloren, ook van de toekomst verwacht hij nauwelijks wat meer. Met plezier vooruit kijken kan hij niet meer, zo liet de 33-jarige zanger al in een interview met Pitchfork weten. Daar vindt hij zichzelf te oud voor. Het vervagende front uit de albumtitel blijkt het verlangen naar de toekomst, wat bij Cox volledig is weggeëbd. Ja, hij leeft zijn leven, maar als we zijn teksten mogen geloven, leeft Cox zijn leven zonder plezier en zonder houvast. “Off the grid and out of range.”

‘Fading Frontier’ schreef Bradford Cox in de pijnlijke nasleep van een auto-ongeluk dat hem bijna fataal werd. De zanger hield er geen permanent letsel aan over, al is hij na het ongeluk een ander persoon. Cox is een ernstiger persoon geworden en dat blijkt. Maar plezier kan de band, godzijdank, nog wel kwijt in de muziek. Deerhunter blijft Deerhunter en als je de zwartgalligheid even wegdenkt is lekker gaan nog steeds een optie met deze meestertrack. Check ook vooral de bijbehorende video, want veel idyllischer dan dat wordt het niet.

 

De mierzoete verslaving die Gengahr heet, heeft onze oeverloze zucht naar nieuw materiaal wederom beantwoord. De Britse indiepoppers kwamen afgelopen maandag onaangekondigd met een mini-EP op de proppen, nog geen vier maanden na de release van debuutalbum ‘A Dream Outside’.

En daar zijn wij blij mee. ‘Tired Eyes’ bestaat uit drie onuitgebrachte live-favorieten en met een flinke tournee door Europa op komst, is de EP hoofdzakelijk een voorproefje voor de fans. Maar op dat voorproefje prijkt wel de naam van Nicholas Vernhes, producer van onder anderen The War On Drugs en Deerhunter. De weidse en quasi-weemoedige sound, die voornamelijk op de titeltrack overheersend is, lijkt een vast gegeven te zijn. De kopstem en het nerdgehalte van de Pokémonfans – de band is immers vernoemd naar de spookpokémon Gengahr – is onveranderd. Dit komt ook terug in track drie dat is vernoemd naar een Marvel-superschurk.  Dat maakt van ‘Tired Eyes’ een onweerstaanbaar tussendoortje.

Het verhaal van het Londense indiepopduo Oh Wonder is een bijzondere. Drie jaar geleden bezochten Josephine Vander Gucht en Anthony West het concert van Sigur Rós in de HMH, dit bleek het laatste puzzelstuk in de zoektocht naar hun eigen sound. Het bandconcept Oh Wonder werd geboren. Toen het muzikaal klikte tussen de twee muzikanten, besloten ze om elke maand een single uit te brengen. Nu ze dat al een jaar lang hebben gedaan zijn de singles – logischerwijs – samengevlochten tot een album.

Op het titelloze debuutalbum staan zwaar geproduceerde popliedjes met een licht elektronische invloed. Onlangs bekende het duo al veel naar James Blake te hebben geluisterd, dat hoor je dan ook zeker terug op deze plaat. Het is makkelijk luisteren naar het album. Misschien wel iets té makkelijk. Gaandeweg het zesde nummer van de plaat kom je erachter dat het qua opbouw van de liedjes allemaal wel erg op elkaar lijkt, ook in de teksten is weinig verdieping te vinden. Het sterkste nummer – Technicolour Beat bijvoorbeeld – begint met elektronische klanken die het hele nummer de boventoon zullen voeren, gevolgd door de piano van Vander Gucht en de steeds groter wordende elektronischere sound tegen het eind van de bekendste single.

Echt vernieuwend is Oh Wonder niet. De samenzang is weliswaar prettig, maar kent geen enkele variatie, de nootjes worden keurig binnen de lijntjes gezongen. De licht elektronische invalshoek is dan ook zeker welkom, dit zorgt ervoor dat debuutplaat ‘Oh Wonder’ zich nét onderscheidt van anderen. Dit alles neemt niet weg dat het gewoon fijne muziek is om naar te luisteren. Ook live, in bijvoorbeeld de nu al uitverkochte kleine zaal van Paradiso, zal dit gevoel overheersen.

Hoe lang we hier wel niet op hebben gewacht?! Een nieuwe single van DIIV! Potverdomme, dat voelt haast nostalgisch aan. In ieders leven en zeker in die van de band – is er waarschijnlijk in de tussentijd zoveel gebeurd sinds het debuut uit 2012(!) – dat je er een novelle over kunt tikken.

Zo werd zanger Zachary Cole Smith (rechts) opgepakt met een pakket harddrugs in New York en kreeg bassist Devin Ruben Perez (links) het internet over zich heen na een rits sexistische, homofobe, racistische en anti-semitische (goedemorgen…) uitspraken op forum 4chan. En wie weet wat er nog allemaal verborgen en weg is gestopt in de tussentijd. Maar goed, het is allemaal achter de rug en nieuwe single Dopamine staat online. Thank god.

In het voorjaar kondigde de band namelijk al het album ‘Is The Is Are’ aan, maar daarna bleef het – op wat shows in de zomer na – angstig stil. Nu is er dan toch echt die nieuwe single en die rechtvaardigt het lange wachten compleet. De galmende en vluchtige gitaarloopjes en wiegende basjes gaan er als vanouds in, het is vooral de stem van Zachary Cole Smith die een transformatie door heeft gemaakt en de luisteraar helemaal inpakt en meezuigt.

Ahhh, de muziek… De muziek! Het draait uiteindelijk allemaal om die verdomd fijne en helende muziek. En dat hoor je: Dopamine móest er uit! En hier komt die verschrikkelijk hard binnen.

Eind september komen uit Toronto de fuzzfolkers van The Wooden Sky naar Nederland om een show te spelen in EKKO te Utrecht. Ter goede voorbereiding op deze gig mag The Daily Indie twee CD’s weggeven van het spiksplinternieuwe album ‘Let’s Be Ready’!

Wil je dit album winnen, mail dan naar prijsvraag@thedailyindie.nl. Mailen kan tot en met 20 september! Nog even het album beluisteren de komende dagen? Dat kan op Spotify!