Interview

The Homesick: “In iedereen schuilt wel dat stukje religie”


28 februari 2017

The Daily Indie Presents
20 april

The Daily Indie zocht het geruchtmakende Dokkumse trio The Homesick op in Leeuwarden. Een gesprek over de geschiedenis van het thuisdorp, metal, Jezus en natuurlijk het nieuwe album Youth Hunt, dat op 10 maart verschijnt bij Subroutine Records.

In de Nederlandse muziekindustrie is het normaal dat je imago moet passen bij de muziek die je maakt. Ben je singer-songwriter? Dan zet je een zwarte fedora op en draag je een fluweel vestje. Maak je vunzige rock ‘n’ roll? Draag dan een spijkerjack met buttons… Oja, en gebruik die tondeuse niet al te vaak. Vanaf het moment dat MTV op de buis kwam, is het imago een verlengstuk van popmuziek, en vaak ook vice versa.

 


Op 20 april speelt The Homesick met Nouveau Vélo tijdens een The Daily Indie Presents-avond in Patronaat. Leden van ons krijgen 2,50 euro korting. Lid worden? Dat kan hier!

 

Misschien dat we daarom de afgelopen vier jaar vol fascinatie kijken naar dat groepje kluchtige kids uit Dokkum. Acts als Yuko Yuko, The Homesick, Waterlelyck en (sinds kort) Korfbal brengen in moordend tempo muziek uit. Die broeierige creativiteit lijkt in eerste instantie voort te vloeien uit ultieme verveling. Liedjes worden omlijst door amateuristische VHS-clips, met heerlijk willekeurig knip-en-plakwerk.

We gebruiken het woord ‘polder’ vaak om het kneuterige calvinisme in ons kleine landje te duiden, maar om een of andere reden wekken deze boys uit de polder bewondering en ontzag op bij de hippe Randstad-elite. En dan hebben we het niet alleen over de indiekids. Waar komt die bewondering nu precies vandaan? In de videoclip van Boys smijt de band met friet en frikadellen, de bandleden poseren als een hiphopcrew liftend op een vierkante Unimog (lowriders vind je niet in Dokkum). Elias Elgersma, Jaap van der Velde en Erik Woudwijk nemen zichzelf duidelijk niet zo serieus als de meeste ‘serieuze rasmuzikanten’. Soit, het plaatje hoeft ook niet te kloppen.

“Dat viel me op toen we laatst met The Homesick speelden in Ljubljana, tijdens het MENT festival”, vertelt Elgersma. “Ik droeg van die teenslippers. Die heb ik vaker bij optredens aan, want ik vind het dan makkelijker om mijn effectenpedalen te gebruiken. Op een gegeven moment heb ik ze uitgedaan, want een pedaaltje moest ik met mijn tenen indrukken. De persmensen die bij het optreden kwamen kijken hadden het na afloop alleen maar over mijn flip flops. Je ziet vaak dat bands zich graag al aan de verwachtingen van het publiek willen meten. Het is blijkbaar normaal dat zo’n menselijk, praktisch aspect aan een liveshow als ‘opmerkelijk’ of ‘raar’ wordt beschouwd.”

Je zou Elgersma bijna geloven, met zijn knuffelbare Oliver Twist-voorkomen. Bijna. Laten we wel eerlijk wezen: Kevin Shields van My Bloody Valentine heeft nooit met teenslippers opgetreden, en zijn effectenbak is toch wel een stukje uitgebreider dan die van The Homesick. Het siert Elgersma dan wel om de boel aan zijn laars (of teenslipper) te lappen.

 

 

Het punt van kritiek blijft: houdt de band dat imago van ‘slackers uit de polder’ niet zelf een beetje in stand? Zo schets je steeds meer een karikatuur van jezelf, dat nog eens bevestigd wordt door diverse media. De openingszin van deze tamelijk kleurrijke column van Casper Sikkema (VICE) luidt: ‘Wat zit er toch in die frikandellen van de Dokkumse snackbar? Uit de frituurdampen verscheen namelijk Elias Elgersma als de coolste jonge rockgod van het land.’ Bij Roosmarijn Reijmer van 3voor12 kreeg The Homesick zelfs een bord met vette hapjes voorgeschoteld. Wel of niet serieus genomen worden: dat komt natuurlijk van twee kanten.

“Veel interviews met ons waren niet echt van hoge kwaliteit”, vindt Jaap van der Velde, de praatgrage lolbroek van het gezelschap. “We krijgen bijvoorbeeld vragen als: ‘Hoe kom je aan je bandnaam?’ Dan ga je gewoon vanzelf slap mee ouwehoeren. We zijn niet het type band dat serieus ingaat op domme vragen. De makkelijkste manier om promotie voor jezelf te doen, is gewoon door grappig te zijn. Mensen op social media zijn eerder geneigd iets willekeurigs, grappigs of doms leuk te vinden, dan zo’n saaie post, zo van: ‘Kijk, wij zijn een spannende nieuwe alternatieve rockband uit Friesland’.”

Sterker nog, The Homesick voelt zich niet verwant met de verankerde nostalgie in de gitaarmuziek. Ze herkennen zichzelf nauwelijks in veelvuldige vergelijkingen met Britse bands als XTC, Orange Juice of Happy Mondays, iets wat Britse muziekpers graag als referentiekader gebruikt, als een soort misplaatste claim om zichzelf relevant te houden. Elgersma: “Als ik mocht kiezen tussen ‘een cultbandje zijn dat ooit eens een obscure LP heeft uitgebracht’, of uitgroeien tot een radioband die leuke synthpopplaten maakt? Dan lijkt me dat tweede toch vetter! Ik heb alleen niet het gevoel dat ik daar heel erg mijn best voor moet doen.”

Elgersma en Van der Velde zijn eerder gecharmeerd van een Nederlandse hiphopformatie als SMIB, die ze ongeveer drie jaar geleden zagen in de OCCII en De Gym. Lang voordat de Nederlandse muziekmedia SMIB begin dit jaar als dé nieuwe belofte bestempelden. “Dat is een van de meest punke shows die ik in mijn leven heb gezien!”, roept Van Der Velde enthousiast. Elgersma: “Ze worden nu al nagedaan door andere artiesten, terwijl de media er heel moeilijk iets mee kunnen.”

 

 

Van der Velde: ”SMIB heeft ook een heel interessante cultuur om zich heen. Je kunt geen dag door Amsterdam lopen zonder een SMIB-shirt tegen te komen. Kids dragen die merch zonder dat het gepromoot wordt door grote radiostations.” Elgersma: “Nog voordat ze op Noorderslag eerste werden in die ‘wedstrijd’, was SMIB was al een groot undergroundmerk. Hebben ze helemaal zelf gedaan.”

Van der Velde: “Ze zijn een goede variant op die moderne DIY-cultuur. Mensen vinden dat over het algemeen interessant: dat je als een formatie of groep een specifieke afkomst uitstraalt. Dat er duidelijk iets aanwezig is wat ze willen uitdragen. Of dat nu iets is wat je specifiek aan kunt wijzen of een bepaalde sfeer. Dat vind ik heel erg belangrijk. Bij veel mensen straalt Rats on Rafts bijvoorbeeld iets typisch Rotterdams uit.”

The Homesick dwaalt voorlopig niet ver van thuishonk Dokkum, want dat biedt de band juist een uniek perspectief. Je hebt gitaarbands die het prima vinden om te zingen over bier drinken en meisjes versieren, dergelijk hedonisme. Maar bij The Homesick klopt dat plaatje niet. Is die lolligheid niet stiekem een Trojaans paard om iets diepers naar de luisteraar te communiceren? Het eerste liedje dat The Homesick uitbracht, heet Cut Your Hair. De luie observant ziet misschien als een onschuldige knipoog naar het gelijknamige liedje van Pavement. Maar is het wel zo onschuldig? In het openingscouplet zingt Elgersma: ‘Just like my generation / Drowning in information.’ Dat klinkt niet bepaald lollig.

Van der Velde haakt in: “Dat was oorspronkelijk een grap van een vriend van ons. Hij zei tegen ons op een gegeven moment: je moet helemaal geen Facebook nemen, want daar wordt allemaal nepnieuws en valse informatie verspreid.” Maar neem dat eerste couplet er nog even bij: je haar knippen, dat was conform in de jaren zestig. Rock ‘n’ roll was toen kunst van de duivel. Legt Elgersma dit hier niet gewoon een slim parallel tussen de emancipatie van de babyboomer en die van de internetgeneratie?

Elgersma: “We hebben best wel vaak te horen gekregen tijdens interviews, dat wij in oude teksten termen als wifi en andere internetgerelateerde dingen noemen. Alsof we anti-social media-teksten zouden hebben, terwijl we juist er een beetje de spot mee drijven. We zijn er helemaal niet op tegen, we omarmen dingen als Facebook juist heel erg.” Grap of niet: Cut Your Hair is een knap staaltje songwriting met meerdere lagen, eentje waar ook Stephen Malkmus van kan blozen. Niet slecht voor een eerste liedje dat je als band op Bandcamp sodemietert.

 

 

Nepslackers
Een botte conclusie lijkt: The Homesick is niet een stel slackers dat willekeurig dwars of ironisch probeert te doen. Deze jongens weten alledrie heel goed hoe ze dat lollige imago in hun voordeel kunnen uitspelen. Het stelt ze juist in staat om scherpe contrasten te scheppen, om als een duveltje uit het doosje te kunnen verrassen. St. Boniface, de eerste single van het komende debuut Youth Hunt, is het eerste bewijs. Het nummer snijdt een oase van stemmingen en gedachtewisselingen aan: dat prachtige, contemplatieve gitaarlijntje smelt feilloos om tot grillige postpunk, met het machinale slagwerk van Erik Woudwijk als onwrikbaar fundament. Van der Velde neemt de eerste helft zang voor zijn rekening en geeft het estafettestokje halverwege door aan een manische Elgersma: ‘Where’s my faith!?’ Zelfs voor iemand die de façade van The Homesick in de smiezen dénkt te hebben, slaat die Preoccupations-waardige climax in als een moker.

De materie achter het nummer is zwaar: St. Boniface refereert naar de moord op St. Bonifatius, een Engelse missionaris die de Friese Heidenen, die geloofden in de Noorse mythologie, het woord van de (christelijke) God wilde toedelen. Dat leverde nogal wat wrijving op. De heilige eik van de Friezen werd doormidden gehakt. Dat liep niet al te best af voor meneer Bonifatius. Het schijnt dat hij aan zijn einde kwam toen hij tevergeefs met een bijbel een messteek probeerde af te weren. Poëtisch is het wel, in al zijn wrangheid.

Het kan nog dubieuzer: in het nu hoofdzakelijk christelijke Dokkum zijn diverse monumenten naar St. Bonifatius vernoemd. “Mensen beseffen dat niet, want Dokkum is bijna uitsluitend een christelijk dorp”, reageert Van der Velde. “Dus ze eren hem omdat hij uiteindelijk het christendom hierheen heeft gebracht. Achteraf is dat een raar gegeven: dat een gast hier komt, de boel hier verneukt en dan tóch vereerd wordt als een toeristische attractie.” Elgersma: “Je hebt dat wel op meerdere plekken. Elke stad moet zijn mascotte hebben.” In Den Bosch is dat bijvoorbeeld een radicaal figuur als Jeroen Bosch, in Rotterdam is Jules Deelder nog springlevend. “Misschien hebben ze in Dokkum ooit bedacht: dít wordt ‘m! Het was natuurlijk een calvinistisch bolwerk, dus ze moesten nog een christen aankaarten als mascotte, denk ik.”

Drummer Erik Woudwijk, de stille kracht van The Homesick, vat deze kwestie het beste samen: “Het is gewoon iets dat bij Dokkum hoort.” Wat lang geleden is gebeurd, wordt steeds onbewuster onderdeel van het alledaagse, stelt hij. Woudwijk schuilt zijn gezicht tijdens het gehele interview onder een donker petje. Af en toe moet ondergetekende onder de zwarte schaduw over zijn ogen kijken om te controleren of hij niet stiekem tijdens het gesprek zit te slapen.

Het zijn alle drie sterke persoonlijkheden, die jongens van The Homesick. Naast Van der Velde de clowneske grapjas en Elgersma de sofistische dromer is Woudwijk een nuchtere pragmaticus. Als Elgersma stelt dat hij het jammer vindt dat je – in tegenstelling tot de hippies en punkers – je niet meer kunt afzetten tegen je ouders, neemt Woudwijk eventjes de taak van journalist over met gezonde scepsis: “Ik geloof niet dat je dat écht jammer vindt.”

 

 

Cultuurclash
Youth Hunt is vernoemd naar een opgeheven metalband (en vrienden van The Homesick) uit Dokkum. “Het was meer een soort artistieke punkband”, corrigeert Van der Velde. De discussie slaat al snel om naar de wonderlijke wereld van metal: wat is nu wél metal en wat niet? Van der Velde: “Mijn oma komt uit een groot gezin, met veel broertjes en zusjes, waar ze veel rock ‘n’ roll luisterden. Soms hadden ze van die grote schuurfeesten. De ouders stormden dan woedend naar binnen. Ze vonden dat het satansmuziek was. Ik vind het heel cool dat dat toen nog kón. Dat er ‘verboden’ muziek bestond die absoluut niet christelijk was. Dat gebeurt alleen nog maar bij metal. Je hebt in Dokkum een metalfestival genaamd Dokk’em Open Air. Dan rijdt er een grote bus door het dorp met een boodschap in koeienletters: ‘Jezus zegt: keer de rug tegen dit festival.’ Dat soort dingen.”

Metal is nog steeds ‘een dingetje’ in Dokkum, aldus Van der Velde: “Op een gegeven moment zijn heel veel van dat soort subculturen verdwenen. Je kunt tegenwoordig naar EDM en hiphop tegelijk luisteren. Maar metal staat er nog echt naast.” Het genre zit stevig geworteld in de Noorse mythologie, dus misschien hangt de strijdersmentaliteit van die Friese Heidenen nog een beetje in de lucht. Elgersma vergelijkt de metalcultuur heel scherp met voetbalcultuur: “Bij voetbal ben je ook voor een club. Die club draag je in je hart. Je draagt het altijd uit naar je medemens.”

“Metal is heel religieus van oorsprong”, vult Van der Velde aan. “Dat vinden wij alledrie boeiend en vet aan metal. Als je naar de underground of mainstream kijkt, hangt het per plek af of het wel of niet hip is. Maar als er een metalband in Dokkum speelt, dan komen liefhebbers uit alle krochten trouw toegestroomd, van wélke dorp dan ook. Het maakt die mensen geen klap uit hoe goed die metalband precies is. Of het authentiek is – dat al helemáál niet. Als de muziek hen maar een beetje doet denken aan iets herkenbaars, is het al geweldig.”

Elgersma en Van der Velde bekennen ook fan te zijn van bijvoorbeeld de ‘transcendental black metalband’ Liturgy. Al is Woudwijk dat weer niet: “Het is niet echt ‘black’.” Frontman Hunter Hunt Hendrix schreef ooit een groot controversieel manifest waarmee hij de woede van de black metalcommunity op zijn hals haalde. Van der Velde: “Je neemt het wel met een korreltje zout, dat hele overdreven artistieke van Liturgy. Aan de andere kant is het cool, hoe zijn visie op black metal aangeeft waar het genre precies vastloopt, dankzij bepaalde vuistregels.” Elias: “Het mooie aan Liturgy is dat ze niet bang zijn om superpretentieus over te komen. Ze komen eerlijk voor hun mening uit: ‘wij gaan deze muziek naar een hoger niveau tillen’. Ongegeneerd toch, dat je dat gewoon zegt? Ik ken weinig acts die dat durven.”

 

 

Of de discussie strandt bij de Beste Metal, Beste Singer-Songwriter of Beste Godsdienst, The Homesicks interesse lijkt altijd gewekt door een bepaalde cultuurclash. Wrijvingen, contrasten: zowel universele tegenstellingen als compleet banale. Elgersma benadrukt meerdere malen dat The Homesick nooit een partij kiest: “Die grillige energie borrelt in onze muziek zeker naar boven, maar het klopt niet dat onze teksten inhoudelijk boos zijn. We lopen niet betuttelend met een vingertje te zwaaien. Onze muziek blijft licht humoristisch van aard. Als humor en sarcasme gecombineerd worden met die grillige energie, wordt het lastig voor mensen om ons te interpreteren. Je wordt óf serieus opgevat, óf als een totale grap. Ik denk dat The Homesick daar het liefst een beetje tussenin zit.”

“Onze muziek heeft zeker te maken met onze afkomst”, verheldert Van der Velde. “Youth Hunt heeft verwijzingen naar die mini-cultuurclash tussen het leven in Dokkum en het leven in de Randstad. We hebben het daar onderling best vaak over, met name de verschillen in omgang tussen beide plekken. Het nummer Eater Of Meat verwijst naar het veganisme, de Randstadcultuur waarin je als band in circuleert. Dat je veganistisch eten krijgt, dat mensen snel boos worden wanneer je dingen zegt die als racistisch kunnen worden opgevat. In Dokkum is men niet per sé politiek correct of maatschappelijk verantwoord bezig. In de Randstad heeft men snel het beeld dat mensen van het platteland racistische boeren zijn. Als je een platte Fries hoort over Amsterdam: die ziet dan alleen maar mensen in hoofddoekjes. Beiden opvattingen vind ik heel interessant, om daar zo objectief mogelijk naar te kijken. Wat wij ook in de Randstad merken: mensen in de bus zeggen geen ‘hoi’ tegen elkaar. Vreemdelingen zullen elkaar niet in het openbaar begroeten. In de Randstad is het onbeleefd als je elkaar aankijkt, in Friesland is dat heel normaal. In de Randstad word je in dat soort situaties snel boos.”

The Homesick weigert zelf om een stelling te nemen, het onbegrip tussen bevolkingsgroepen is juist nu heel actueel. Dat wij-tegen-zij sentiment wordt door populisten als Wilders en Trump opgestookt voor politiek gewin. Een ding is helaas hetzelfde gebleven sinds de tijd van St. Bonifatius: je religieuze voorkeur bepaalt nog steeds voor een groot deel hoe de maatschappij je behandelt. Jaap: “Ik heb daar gesprekken met mijn oma over gehad. Mijn oma is bijna tachtig. In de tijd dat ze nog naar de kerk ging, was het geloof heel erg een statusding. Mensen roddelen onderling wie ze wel en niet in de kerk hadden gezien. Dan gaan ze heel erg afdoen op elkaar. Zo van: ‘Oh, jij was er niet’ of ‘Ben jij nog wel gelovig?’, op die manier. Dat heeft nog weinig met het geloof zelf te maken, iets wat je verder moet helpen in het dagelijks leven. Het geloof wordt dan meer als een soort maatschappelijke verplichting opgelegd.”

Teletekstchristenen
Fans van The Homesick kunnen het niet zijn ontgaan: de teksten van Elgersma hebben een behoorlijk hoog Jezus-gehalte. Meer zelfs dan de gemiddelde christelijke rockband, wilde ik nog heel bijdehand zeggen. Natuurlijk is Elgersma, de sluwe vos, mij een stap voor. “Ik zou het niet eens zo heel vervelend vinden als we nu, in plaats van ‘die frikandellenband’, getypeerd worden als ‘die christelijke rockband’, schertst hij. De band claimt niet religieus te zijn, eerder, wat Van der Velde noemt, ‘Teletekst-christenen’.

Elgersma: “Zelfs al ben je een atheïst, je bent gewoon hier in Nederland opgevoed. Heel veel normen en waarden die je van jongs af aanleert, zijn gebaseerd op het christendom. In iedereen schuilt wel dat stukje religie, of je nu letterlijk gelooft of niet. Op zaterdag ga ik uit mijn plaat, op zondag is het een rustdag. Zelfs het feit dat we hier samen in een kroeg zitten te ouwehoeren, een plek waar je heen kunt gaan om mensen te ontmoeten, is gebaseerd op de christelijke cultuur.”

God Only Knows van The Beach Boys, volgens velen ‘objectief’ het beste popliedje ooit, gebruikt niet voor niets het heiligdom als ultieme pijler. Elgersma: “Brian Wilson is ook geen christen. Als je een alziend oog nodig hebt in muziek, dan is God of Jezus de mooiste om te gebruiken.” Op Youth Hunt is die religieuze lading volop te bespeuren: Mattheus, St. Boniface en natuurlijk The Best Part Of Being Young Is Falling In Love With Jesus. “Een fantastische zin”, zegt Elgersma over het laatstgenoemde liedje. Geen greintje valse bescheidenheid te bekennen.

Woorden met volle overtuiging gezongen, of beter gezegd, strijdvaardig geschreeuwd in een zee van galm, alsof het een reclameslogan is. De levenslust en lol springt er letterlijk vanaf. Van der Velde en Elgersma mediteren zonder vooroordelen op het absurde idee dat St. Bonifatius de mascotte van Dokkum is, of het dubieuze gegeven dat we door de geschiedenisboeken het jodendom direct associëren met de holocaust. “Dat is dan de PR van een bepaald geloof”, antwoordt Van der Velde. ”Niemand in Dokkum is bewust bezig met St. Bonifatius. Ook dat bekijken we heel neutraal, want zonder Bonifatius waren we misschien heel anders grootgebracht, want toen was er geen christendom in Friesland.”

Is het wel een neutrale grap? Of pure verveling? Of niet gewoon die onstuimige zucht naar romantiek, een intense hunkering om zelf een religieuze ervaring voor mensen te verwezenlijken? The Homesick zal het blijven ontkennen. Maar hoe lang nog? Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut zei ooit: ‘It’s worth the price to heaven to find out that Jesus Christ is just another guy playing shuffleboard!’

Het debuutalbum van The Homesick heet Youth Hunt en komt uit op 10 maart via Subroutine Records

 

 

 

WIL JE DIT SOORT VERHALEN BLIJVEN STEUNEN? WORD  DAN LID!
Voor maar 10 euro per jaar