Feature

Wij gingen met Lucky Fonz III naar Heerhugowaard voor een tourreportage


4 april 2017

Als een vlieg op de muur hangt The Daily Indie achterin doorrookte bandbusjes, drinken we bier in smoezelige cafeetjes, slepen we met instrumenten door de stromende regen en glijden we door het hele land naar zalen, festivals en backstages. En in al die uurtjes van reizen, wachten, wachten, wachten en slap ouwehoeren, leer je vanzelf een andere kant van artiesten kennen. Daarom wilden wij weleens een dagje mee met Lucky Fonz III.   

Ik had gehoord dat hij al bijtijds op de hoogte was van mijn komst, want hij kwam mijn vader tegen in Utrecht. Ik heb overigens echt geen flauw idee waar die twee elkaar dan weer van kennen, maar iedereen kent Lucky op een of andere manier. Hij had mijn vader verteld dat ik mee zou gaan op tour. Ik kon dat continu glunderende, blonde koppie al voor de geest halen en ineens had ik er een paar weken voor de show nog meer zin in!

We gaan deze keer dus een dag mee met Lucky Fonz III, ook wel Otto Wichers, ook wel Lucky Fonz III. We pakken een show, ahum, voorstelling mee tijdens zijn theatertour. En wel in: Heerhugowaard, waar Otto met zijn eenmanskaravaan speelt in Cool Kunst en Cultuur. Precies! Wij hebben ook geen idee wat we moeten verwachten. Maar. Je gaat het hieronder allemaal meemaken.

Code Oranje
Het KNMI heeft voor vandaag code oranje voor de westelijke delen van het land afgegeven: mijn wagentje schudt door Amsterdam en de regen slaan van alle kanten tegen het beslagen Suzuki Swiftje. Ik ben op weg naar tourmanager Frits in Amsterdam-West, die mij vanuit daar meeneemt naar het huisje van Otto. Frits vertelt onderweg over het gemis van ‘z’n Amerikaan’, de auto waarmee hij jarenlang door stad en land trok, tot je op een gegeven moment dwars door de vloer heen kon kijken. In een ander slagschip vertrekken we richting het Amsterdamse centrum. Het regent pijpenstelen als we voor zijn deur stoppen in een nieuwbouwflatwijk uit de late twintigste eeuw. Frits belt Otto, die zit nog op de fiets, maar is er bijna. Gekromd van zijn fiets afstappend, loopt hij in zijn licht-vochtige broek na een handdruk snel door naar een stalling met zijn spulletjes. Van boven naar beneden en links naar rechts staat de ruimte van een paar vierkante meter vol met gitaren, cd’s, een elektrische piano, krukjes en microfoons. Otto begint vast heen en weer te lopen met wat tassen, gitaarkoffers en geeft mij een schep aan. “Dat is voor het decor”, beantwoordt hij mijn vragende blik. Oké! Nog even een plasje plegen? Nee, we pakken het eerste benzinestation wel. Tien minuten later krijg ik een vijftig eurocent-muntje van Otto, doen we nog een bak koffie en trekt de auto alweer richting Noord-Holland.

Hè, lekker. Ik zit knus achterin, het zonnetje breekt door en we zijn onderweg! Maar we zitten nog geen minuut op de snelweg, als ik voorin hoor: “Kut, waar is mijn telefoon?!” Nee, toch. Otto doorzoekt zijn zakken, graait onder de stoel, gaat door alle bakken cd’s die in de auto liggen, voelt in zijn tas en nog eens in al zijn zakken. “Bel hem anders even met mijn telefoon”, zegt Frits. Wachten, wachten, wachten. En ja hoor, het authentieke Apple-deuntje schalt door de Honda! “Waar zat ‘ie nou”, vraag ik. “Ja, hij zat toch in mijn jas.”.

 

“Als je zo om je heen kijkt, lijkt het hier een beetje op Texas. Noord-Holland is het Texas van Nederland.”

 

Uitkijkend over de uitgestrekte velden van Noord-Holland, met cafeetjes en pompstations op eenzame kruisingen die nergens vandaan lijken te komen, vertelt Otto dat hij altijd graag in West-Friesland komt. Nuchtere mensen, mooie vrouwen en intimiderende mannen. “Als je zo om je heen kijkt, lijkt het een beetje op Texas. Ja, Noord-Holland is het Texas van Nederland.” Rijdend over de kaarsrechte A9 met een vrije horizon om ons heen, turend naar de eenzame boerderijen in de verte tussen de kale velden en de grote wolken boven ons in de lucht, heeft hij inderdaad de snaar van dit landschap geraakt. Ik pak een krentenbolletje uit mijn tas en Otto wil er ook wel eentje. Eensgezind kauwend waaien we door het landschap richting Heerhugowaard.

Otto zet nog eens cd’tje op. “Ik vind het zelf altijd heel leuk om te weten wat artiesten draaien in hun vrije tijd of als ze onderweg zijn”, zegt hij. Dat komt mooi uit, want daarom ben ik dus mee. We beginnen met de Parels van de Jordaan en schakelen na een paar nummers over op The Flying Burrito Brothers en Captain Beefheart’s Safe As Milk. “Beefheart draai ik dus echt heel vaak in de auto”, zegt hij. Na nog wat van het uitzicht te genieten en wat te kletsen over hoe zijn theatertour verloopt, komen we alweer aan in het omvergewaaide Heerhugowaard. De ruimte voor de loading dock is afgezet met rood-wit lint, want daar is vanochtend een afgewaaid dakpaneel terechtgekomen. Kwamen we later achter. We zetten de auto bij de naastgelegen Lidl en we stappen over diezelfde linten heen om aan te bellen bij het theater. Netjes op tijd beginnen we met het uitladen van de auto en alles past op één simpel karretje. Dat is nog eens een verademing in vergelijking met al die vijfkoppige bands en hun bijbehorende zooi.

 

 

De stagemanagers voeren ons door de doolhofachtige kubus, laten ons de backstage zien en we doen gezamenlijk een bakkie koffie. Koetjes en kalfjes, nog even doorkletsen wat er moet gebeuren vanmiddag, hoeveel kaartjes er zijn verkocht en wat beide partijen van de avond verwachten. Na de korte koffiebreak is het tijd om aan de slag te gaan en daar valt direct op dat het theater wel even wat anders is dan een bandje in een poppodium. Daar flikker je alle instrumenten op het podium, zet je de versterkers aan en ben je al snel klaar als alles ongeveer in balans met elkaar is. Het komt ongelooflijk nauw allemaal, de lichten op het podium moeten tot op de centimeter goed worden gezet, het geluid wordt uitgediept en de totale voorbereiding neemt al snel een uur of drie in beslag.

 

 

Terwijl Frits alles technisch in orde gaat maken in de zaal, nemen we Otto’s middagritueel even door in de kleedkamer. “Ik zal het je laten zien”, zegt Otto terwijl hij zijn tas uitpakt en er cd’s, boeken, rommeltjes en Trachitol uit worden gevist. Als we na tas één bij de kledingtas aan zijn gekomen, wordt de kamer geladen met lichte paniek. Otto is op een of andere manier zijn zwarte broek vergeten en die is cru-ci-aal. “Zonder die broek kan ik het podium niet op vanavond”, zucht hij “Die is namelijk afgestemd op het licht, met de broek die ik nu aan heb gaat het allemaal reflecteren. Dan moet ik zo nog de stad in om een nieuwe te gaan kopen.” Terwijl hij tevergeefs zijn koffer ondersteboven houdt, kijk ik Otto recht in zijn ogen, zie ik dat we precies even groot zijn en gluur ik eens naar beneden. “Ik heb een zwarte Levi’s aan?” De twinkeling schiet weer terug in zijn ogen, binnen twee tellen staan we in onze onderbroeken en wisselen we onze broeken uit. Hij gaat voor de spiegel staan. “Zo, hij past echt perfect! Hij zit ook lekker aan de achterkant en loopt mooi recht af. Ik heb normaal skinny’s en dit is een wat rechtere broek, dat is misschien wel beter eigenlijk.” Terwijl Otto een rondje draait en ik goedkeurend knik, is dit probleempje in ieder geval opgelost.

 

 

Oké! Otto moet verder en graaft dieper in tas één. Uiteindelijk komt er een veertig pagina’s tellend boekwerk vol teksten, aantekeningen, gekleurde strepen en tientallen wijzigingen omhoog. Alles netjes geordend op de make-up-tafel, ritselt hij door de papieren. “Elke middag neem ik het hele script door en maak ik aantekeningen op punten waar het nog net iets beter kan of nog niet helemaal loopt zoals ik dat wil.” Terwijl hij zich richting het bureau draait, keert hij nog eens om. “Ik ben hier ongeveer driekwartier mee bezig en dat doe ik altijd heel geconcentreerd, want ik heb er echt een hekel aan als ik een woordje of zinnetje vergeet”, vertelt hij. “Je mag er wel bij zitten hoor, maar we kunnen dan even niet kletsen.” Beiden schrijvend en bladerend zitten we in de paars-blauwe kleedkamer. Ondertussen ga ik eens kijken of er nog ergens wat te drinken is.

Na driekwartier is Otto inderdaad klaar en wilt hij een ommetje met mij maken. Kijkend naar de bomen die op tien over twee staan, capuchons die van hoofden worden gewaaid en fietsen die in omgevallen domino-rijen liggen, gaan we eerst maar eens even bedenken wat we willen eten. Otto wil namelijk drie uur voor de show eten en dat is een vrij harde eis heb ik al snel door. Vandaag begint de voorstelling om 20:15, dus om 17:15 moet er eten op het bord liggen. We informeren even bij Frits, want diens maag is niet helemaal jofel. Hij is vandaag even geen voorstander van vet, vis of veel vlees. Frits stemt in met Thais en ik laat mij door Otto verrassen met een gerecht, die ondertussen ruzie heeft met de website van Thuisbezorgd.nl. De bezorgdienst houdt de tegen-de-ramen-beukende-regen lekker buiten en we vragen of de bestelling om kwart over vijf bezorgd kan worden. Alright: soundcheck-tijd!

 

 

Als het geluid en het licht tot op de centimeter nauwkeurig staat afgesteld op het podium en in de zaal, is het tijd om boven de witte tas van de Thai leeg te eten die binnen is gebracht. De stilte-voor-de-storm is bijtijds ingezet als we rustig zitten te genieten tussen de witte plastic bakjes. Otto zit wat op zijn telefoon te spelen en we hebben het over de planning van Otto’s volgende plaat. Na koffie en chocola, gaan we nog even naar de kleedkamer, waar ik Otto vraag naar zijn fanclub(!). Hoelang bestaat die al? “Sinds een jaar ongeveer, het is iemand die zo nu en dan een boekje maakt”, zegt hij languit op de bank liggend. Wat staat daar allemaal in dan? “Weetjes, puzzels, nieuws, een quiz, hij stuurt mij soms eens wat vragen op en laatst is mijn zus bijvoorbeeld geïnterviewd. Grappig, hè!” De muzikant heeft dan ook een behoorlijk goede band met zijn fans. “Ik krijg dagelijks wel aardig wat mails van fans en op maandag mail ik die mensen allemaal terug. Het gaat over onuitgebrachte nummers, betekenissen van liedjes enzo. Of dat ik op iemand zijn feestje wil komen spelen of een liedje wil schrijven voor iemands ongeboren zoon. Huwelijksaanzoeken, van alles eigenlijk.”

 

 

We lopen nog een keer beneden om alles nog een keertje te checken. Terwijl hij al zijn mondharmonica’s op précies het juiste plekje legt, wordt het weer duidelijk hoe enorm zorgvuldig Otto zich voorbereidt op zijn shows. “Een beetje neurotisch misschien”, lacht hij. “Maar ik vind het fijn om een beetje routine te hebben rondom een voorstelling. Tijdens de show absoluut niet, maar dat kan ook doordat alles zo goed voorbereid is.” Frits beaamt zijn precisie en doortastendheid: “Hij werkt echt heel hard en neemt overal goed de tijd voor. Hij gaat bijvoorbeeld altijd al vroeg met mij mee naar het theater. Hij kan ook pas rond het eten binnen komen vallen, maar hij houdt zich nauw bezig met de productie. Het is voor mij hartstikke fijn om met iemand samen te werken die het zo serieus neemt.” Inmiddels is alles gereed voor de show en gaan we snel naar boven, want de deuren kunnen elk moment openzwaaien.

 

 

Het is alweer acht uur en het ‘broekruilmoment’ is daar. Met nog vijftien minuutjes voor de show wil Otto even alleen zijn. Frits: “Hij heef echt even zijn focus nodig.” Ik loop de betonnen trappen af van de backstage en zoek een plekje in de roodpluche theaterzaal. Met een opkomst van bijna honderdvijftig bezoekers is het gezellig druk in Heerhugowaard en bestaat het publiek uit begin-twintigers tot en met zestigers. Niet veel later stormt de muzikant op en zijn we begonnen. De show van Lucky zit bomvol grappen en grollen, maar gaat in dertien nummers ook net zo makkelijk naar het ‘depressiefste nummer van de Nederlandse taal’. Of over het afwijzen van het leven, levensproblemen, zelfmoord en een vierhonderd jaar oude mossel zonder WiFi. Verhaaltjes over seks, schoolpsychologen, Hans Klok en liedjes over appen, door moeders gebreide sjaaltjes, verdwenen mensen, pratende lakens en samenwonen. Nogal een emotionele rollercoaster. En terwijl Lucky over het podium kruipt in mijn zwarte broek, zit de twee uur durende voorstelling er al snel bijna op. Een toegiftje nog: Linde Met Een E (wat trouwens – mocht iemand het zich afvragen – geen fictief persoon is, maar zijn vriendin. Misschien moet ik die fanclub-redactie ook maar eens een mailtje sturen), en dan zit het erop.

 

 

Otto wil niet te veel tijd verliezen en staat nog bijna voor de eerste zaalverlaters in het café. Daar krijgen we al snel een biertje in ons handen gedrukt door een alleraardigste stagemanager en verschijnt er al snel een schaal bitterballen onder onze neus (misschien moeten we vaker meegaan naar een theater). Nadat Otto met wat fans staat te kletsen, wat cd’tjes verkoopt en links en rechts op de foto gaat, is ook Frits klaar in de zaal en komt hij er even bij zitten. Terwijl ze naast elkaar op het bankje zitten, voel je direct de bijzonder warme band tussen Frits en Otto. De twee weten elkaar uitstekend aan te vullen en de muzikant is in goede handen bij zijn tourmanager. Otto is soms een beetje een piekeraar, heeft zo nu en dan bevestiging nodig en bekommert zich erg om anderen. Zo ook om Frits, die dat vooral ontzettend attent vindt. “Mijn kinderen zijn bijna net zo oud als Otto”, lacht hij. “Dat is natuurlijk nergens voor nodig, maar ik vind het wel ontzettend lief van hem.” Het is mooi om te zien dat de twee elkaar blindelings weten te vinden. Het duo is alweer acht jaar samen op tour en zijn samen langs alle uithoekjes van het land getrokken. Lekker naar cd’tjes luisterend in de auto en kletsend over het leven en hun belevenissen.

 

 

Zo ook op de terugweg, als de auto weer is ingepakt rond een uur of twaalf. We zoeven door het donkere platteland van Noord-Holland en worden haast vanzelf richting Amsterdam geblazen. Otto wil nog weten wat ik er allemaal van vond en we keuvelen nog wat na een lange dag. In de hoofdstad aangekomen, zetten we eerst Otto af en rijdt Frits door naar huis. De twee gaan nog even een goede nacht rust pakken voordat ze morgen doorgaan naar het theater in Nieuw St. Joostland. Ik stap in de auto naar Rotterdam en verlaat het kleine wereldje van de twee troubadours. Ik mis ze nu al.