Het steekt een beetje. De laatste jaren hoef ik Twitter of Facebook maar aan te klikken en ik vind wel een nieuwsbericht over Morrissey die weer iets geks heeft uitgehaald. Hij zegt voor de duizendste keer een show af, hij haalt boze mensen op zijn nek omdat hij vlees in de ban doet overal op het festival of concertgebouw waar hij speelt (als zijn show op wonderbaarlijke wijze wél een keertje doorgaat) en houdt er soms merkwaardige politieke standpunten op na. Zo bewondert hij voormalig UKIP-leider Nigel Farage en noemt hij de Brexit ‘magnificent’. Morrissey is een beetje een gekkie geworden. En dat alles terwijl Moz als artiest (voornamelijk in de eighties als The Smiths-frontman) en de manier waarop hij omging met gender, ervoor zorgen dat hij bij mij op een voetstuk staat.

Tekst Simone van Hugten
Illustratie Stephanie Bloemendal

“Unfortunately, I am not homosexual. In technical fact, I am humasexual. I am attracted to humans. But, of course . . . not many.” – Morrissey, 2013

Als zanger voor The Smiths en als soloartiest rees de ster van Steven Patrick Morrissey naar grote hoogtes, en kreeg hij wereldwijde bewondering voor zijn grote authenticiteit, zijn bijzonder gevatte teksten en de manier waarop hij speelde met zijn seksualiteit. Al sinds het begin van The Smiths is Morrissey een controversieel en iconisch figuur in de populaire cultuur, met een sterke mening over politiek, dierenrechten, immigratie en de Britse koninklijke familie: thema’s die je meestal het eerst te binnen schieten, wanneer je denkt aan de indiepionier. Maar minstens zo opvallend is Morrissey’s rol in seksualiteit en gender. De manier waarop hij zich kleedde en gedroeg, zijn teksten en de onderwerpen in liedjes, en de beelden van albumhoezen hebben zowel wenkbrauwen doen fronsen, als voor herkenning en steun gezorgd. Hij was een queer icon voor velen, maar zaaide verwarring over zijn eigen seksualiteit en liet daarnaast regelmatig het woord celibaat vallen. Ja, Morrissey anno 2018 is een prick. Zijn mening en acties laten bloed koken (inclusief mijn bloed) maar ooit was hij op het gebied van seksualiteit en gender onopvallend vooruitstrevend in een tijdperk vol hysterie. Hoe deed hij dat?

 

Geen synths maar gitaren
Het is het jaar 1982 wanneer gitarist Johnny Marr voor Morrissey’s deur staat. Het is niet hun eerste ontmoeting. In 1978 zeggen de twee voor het eerst hallo tegen elkaar tijdens een concert van Patti Smith in Manchester, hun thuisstad. “You’ve got a funny voice”, vindt Marr wanneer hij Morrissey spreekt. Marr werkt ondertussen al hard aan het schrijven van nummers, het vinden van de juiste bandleden en spendeert naast zijn werk in een kledingwinkel al zijn tijd aan gitaar spelen en platen luisteren. Morrissey blijft na die eerste kennismaking in z’n achterhoofd hangen. Wat volgt is een rit naar de andere kant van de stad en de vraag of Morrissey wil zingen en teksten wil schrijven in zijn band. Met de toevoeging van drummer Mike Joyce en bassist Andy Rourke is de line-up compleet: The Smiths is geboren.

The Smiths slaat met het nieuwe indiegeluid, beïnvloed door postpunk en sixtiesrock, in als een bom. Met een mix van Marr’s herkenbare jangly gitaarspel en Morrissey’s intelligente, sarcastische teksten staan ze mijlenver van New Romantic-bands als Spandau Ballet en The Human League of heavy metal als Iron Maiden. In een tijd vol ontplofte kapsels en heftige synths is er niets dat klinkt zoals The Smiths en niemand die songteksten schrijft zoals Morrissey. Vier albums volgen, de band is succesvol en invloedrijk, maar gaat desondanks in 1987 uit elkaar. Morrissey besluit op eigen benen verder te gaan en brengt zijn debuutplaat Viva Hate uit in 1988.

 

‘The pop star that hated sex’
Ten tijde van de populariteit van The Smiths in de de jaren tachtig zijn mensen niet alleen gefascineerd door de muziek, maar ook door de flamboyante frontman en zijn seksualiteit, of eigenlijk: zijn gebrek daaraan. Morrissey was ‘the pop star that hated sex’, geeft aan dat hij celibatair is en geen enkele interesse heeft in wat voor seksuele activiteiten dan ook. In een tijd en industrie waarin het draait om sex sells is zoiets best ongewoon. Hij noemt zichzelf wel eens gekscherend ‘prophet of the fourth sex‘, waarmee hij bedoelt dat hij zichzelf boven seksualiteit plaatst. Ook gender intrigeert hem. Moz gelooft niet in de twee genders, man en vrouw, en sloopt die muren maar al te graag. In zijn opzicht is niemand of enkel hetero, of enkel homo. Daarmee is de kous af zou je zeggen, maar het stopt journalisten niet om hem constant hierover te bevragen. Wat ben je nou? Gay? Bi? Heb je een relatie? De media ziet homo als enige logische antwoord, want Morrissey had verder nooit gezegd hetero te zijn. Een mooi voorbeeld komt naar voren in dit interview uit 1985, over de obsessie met het moéten vastleggen van iemands seksuele voorkeur en hoe dat zelfs in de tachtiger jaren al ontzettend achterhaald is.

Are you gay?
“I feel that I am quite vulnerable and that’s quite good enough because I  wouldn’t want to be thought of as Tarzan or Jane. … I don’t recognize such terms as heterosexual, homosexual, bisexual and I think it’s important that there’s someone in pop music who’s like that. These words do great damage, they confuse people and they make people feel unhappy so I want to do away with them.”

– Star Hits, 1985

 

En daar stopt het niet. In de jaren tachtig waarin popsterren hun seksualiteit, wat deze ook moge zijn, duidelijk presenteerden en Morrissey zichzelf juist celibaat verklaarde, ‘vraagt hij er dus nog steeds om’. Je doet het blijkbaar nooit goed en juist Morrissey’s houding om hier lak aan te hebben stemt me vrolijk. You do you, boo.

 

What is your ideal sexual experience?
“I don’t have a vision of it at all. Why do people ask me questions like this?”

Because you ask for it. You’re the only person who can seriously be asked those questions.
“Oh, come now.”

Is there any sex in Morrissey?
“None whatsoever. Which in itself is quite sexy.”

– Blitz, 1988

 

Of toch niet zo celibatair?
Maar blijkt Morrissey’s celibaat ook uit zijn teksten? Eerder het tegenovergestelde, en regelmatig vrij expliciet ook. Hij gebruikt zijn teksten om zijn seksuele ambiguïteit te onderstrepen tijdens het The Smiths-tijdperk maar ook solo. Dat hij slim en ad rem is met woorden, zat er al vroeg in: op jonge leeftijd behoorden lezen en schrijven tot zijn passies (niet gek dat Marr die ene dag aan de deur stond en iets wilde met die ‘lyrical brilliance’, toch?).

Met zijn uitspraak over niet geloven in homo- of heteroseksuele hokjes, of over ‘humasexual’ zijn, zou je kunnen zeggen dat het lekker makkelijk is. Een beetje vaag blijven, niet duidelijk zeggen wat je zelf bent, maar aan wie is hij dat antwoord verschuldigd? Dit is zijn manier om zichzelf te beschrijven en zichzelf ergens in het grijze gebied te plaatsen. In die geest maakt hij liedjes die opkomen voor een gemarginaliseerde groep, de mensen die worden nagestaard. Zoals in Hand In Glove (1984): ‘We can go wherever we please, and everything depends upon how near you stand to me. And if the people stare, then the people stare. Oh I really don’t know and I really don’t care’. Het geeft de herkenbare onzekerheid weer die je tegen kan komen wanneer je hand in hand loopt, of eigenlijk graag lipstick en highlighter wil dragen, of wanneer je ‘man’ of ‘vrouw’ moet invullen op een formulier. Dan is Morrissey de stem in je achterhoofd die je gevatte en strijdlustige opmerkingen influistert.

In ‘I Want The One I Can’t Have’ (1985) zingt hij ‘If you ever need self validation, just meet me in the alley by the railway-station’, waarmee hij een stem geeft aan de groep die simpelweg geaccepteerd wil worden en ook gewoon wil liefhebben net zoals ieder ander. Het zijn dit soort woorden die kracht geven in het vechten tegen een gebrek aan veiligheid, acceptatie en waardering. Geen stiekem gedoe meer, geen onderdrukking meer.

 

Meer expliciete seksuele scenes schuwt Morrissey daarnaast ook niet. Neem bijvoorbeeld Handsome Devil van compilatiealbum Hatful of Hollow (1984). Morrissey zingt hierin lines als ‘A boy in the bush is worth two in the hand’, waarmee hij speelt met het Engelse gezegde ‘a bird in the hand is worth two in the bush’. Dat betekent iets dat wat je hebt meer waard is dan wat je zou kunnen krijgen. Door de woorden wat door elkaar te husselen, wil hij het beeld schetsen van seks met een jongen in de bosjes. Een andere zin uit deze track: ‘And when we’re in your scholarly room, who will swallow whom?

Er is geen hogere Smiths-kunde om te beseffen wat Moz daarmee bedoelt: wie gaat orale sex geven? Maar door het even later ook weer over ‘mammary glands’ te hebben, borsten, drukt hij zijn stempel van ambiguïteit op de track. Mannelijke en vrouwelijke kenmerken worden slim door elkaar heen gebruikt en door dat spelen met geslacht brengt hij luisteraars op het verkeerde spoor: het laat hen nadenken dat het niet uitmaakt met wie je naar bed gaat, van wie je houdt en welke geslachtskenmerken diegene heeft.

 

The Smiths’ tweede single, This Charming Man (1983), is een klassieker over hoe een man door een getrouwde man wordt opgepikt in zijn auto. Hier en daar wat verwarring zaaien, dat is wat hij wil. Hé, wacht, hoe zit dat nou? Een getrouwde man flirt met iemand anders? En die iemand anders is ook nog eens een mán? ‘I would go out tonight, but I haven’t got a stitch to wear. This man said, “It’s gruesome that someone so handsome should care”’. Morrissey heeft het talent en de kennis om op een poëtische manier zijn gedachten op papier om te zetten in herkenbare lyrics, of die nu verdrietig, grappig of duidelijk seksueel zijn. Door homoseksualiteit vaak op dichterlijke wijze in zijn liedjes op te nemen, wordt hij een steunpilaar voor jonge homo’s die zich niet thuis voelen in de club scene maar wel muziek willen horen waarin homoseksuele ervaringen de boventoon voeren. Want songteksten over heteroseksuele liefde zijn er al genoeg.

Die lijn zet Morrissey voort in zijn solowerk, zoals I Can Have Both uit 1987. Uit de titel zou je al kunnen halen dat pijlen gericht kunnen worden op mannen én vrouwen, maar niemand zegt dat het onmogelijk over een vrouw die twee mannen wil kan gaan, of over een man met twee vrouwen. Morrissey’s schrijftalent zorgt ervoor dat ieder mens wel delen uit zijn liedjes kan herkennen, of je nu man, vrouw, transgender, bi of hetero bent, of alles daar tussenin en helemaal niet in een hokje wil passen.

Goede vriendin en fotograaf Linder Sterling zei al eens over Morrissey: ‘You are never quite sure who he is singing to or who he is singing about… so therefore whoever you are when you listen to the songs you can interpret them to fit your life’. Want liedjes over vrouwen komen net zo goed terug in het Smiths oeuvre, (Sheila Take A Bow), of nummers vanuit het vrouwelijke perspectief. Degene waar hij (of de hoofdpersoon in het nummer) over zingt en naar verlangt, blijft vaak genoeg nogal vaag. Terwijl queer artiesten destijds, zoals Boy George of Madonna, meer de extremen opzoeken, blijven The Smiths en Morrissey altijd wat waziger. Er hangt altijd wat mist die het zicht belemmert, en juist dat zorgt voor enorme aantrekkingskracht en ruimte voor eigen verbeelding waar queers zich in kunnen vinden.

 

Oversized overhemden en bossen bloemen
Het moment dat ik voor het eerst een video zag van The Smiths, de promoclip van This Charming Man, staat nog helder op mijn netvlies. Hoe Morrissey daar op een vloer vol bloemen stond in veel te groot open overhemd, glitterende kettingen en met bloemen in zijn handen waar hij lustig mee rondzwaaide. Het maakte indruk op me. Hij danste op zijn typische Morrissey-manier: losjes, vloeiend, zwaaiend met zijn armen en heupen. Dat doet ‘ie live ook, zoals in de MTV-opname van What Difference Does It Make? uit 1984. Ik vond het tof hoe hij op subtiele wijze feminien was, het was anders dan de vaak schreeuwende make-up en haarlakkapsels die ik kende uit de jaren tachtig en ook anders dan alle mannen in grote leren jassen die boos keken en vooral zo hard en stoer mogelijk wilde rocken.

 

Morrissey speelt met hoe mannelijk en vrouwelijk in onze maatschappij gecodeerd zijn (bloemen? Vrouw! Sensueel bewegen? Vrouw!), en laat dat ook terugkomen in de wijze waarop hij op de foto ging. De foto’s waarmee hij zijn debuutplaat wilde promoten, laten een verleidelijke kant van hem zien, met focus op zijn blote bast. Zijn latere foto’s met Linder Sterling in 1991 waren expres gericht om de verschillen tussen wat zogenaamd mannelijk en vrouwelijk is uit te drukken: de ene foto is zacht, met uitgerekte armen en lief wegkijkend van de camera. De andere foto speelt met harde schaduwen die zijn spieren benadrukken. Want why not have both, hoezo zou je als mens niet beide kanten kunnen bezitten?

En kijk ook maar eens goed naar alle album- en singlehoezen van The Smiths. De band kwam binnen met een nogal provocatieve single, Hand In Glove, en gebruikt voor de cover een net zo controversiële foto voor van acteur George O’Mara die zijn blote kont laat zien en het eerste album had 1960s sekssymbool Joe Dallesandro op de cover. Of dit homo-erotisch is, valt over te twisten. Maar het maakt absoluut de tongen los over hun – en voornamelijk Morrissey’s – gayness.

 

Fuck labels
Morrissey raakt met zijn werk een bijzondere snaar, eentje die een stem geeft aan hen die misschien wel uit de kast waren voor zichzelf, maar nog niet voor de rest van de wereld. Dat is een kwetsbare en emotionele zone, die makkelijk ondergesneeuwd kan raken. Maar daarnaast creëert hij ook een plek voor mensen die wel al uit de kast zijn, maar zich misschien niet willen onderdompelen in excentrieke gay bars (die overigens net zo waardevol zijn, maar niet voor iedereen zijn weggelegd).

Door te zingen over piemels én borsten, homoseksuele ervaringen aan te kaarten en die muur van über-mannelijkheid te doorbreken, is Morrissey absoluut van belang voor het loslaten van genderhokjes en je eigen weg vinden in seksualiteit. Dans in je slaapkamer op The Smiths met losse heupen. Koop kleding van welke afdeling dan ook. Zoen met wie je wilt. Loop hand in hand. Draag make-up, of niet. Mensen zullen toch wel staren, of vinden dat het te ‘vrouwelijk’ of juist te ‘mannelijk’ is. En dat is waar Morrissey je met zijn scherpe opmerkingen bijstaat. Doe wat je wilt want je leven en je eigen persoon hoeft niet classificeerbaar te zijn.

Of Morrissey nou zelf gay, bi, hetero of celibatair is, is hierin niet relevant. Hij neemt het op voor een gemarginaliseerde groep, pleit voor (zelf)liefde en lak hebben aan labels. Daarmee heeft hij, ondanks al zijn gekke sprongen van nu, onmiskenbaar grenzen vervaagd rondom wat feminien en wat masculien is, de manier waarop hij zichzelf ziet en dat alles op zijn eigen, verfrissende manier. Ik hoop dat we dat niet vergeten.