metronomy band love letters

 

Ga er maar eens aan staan. Je maakt een van de albums van het jaar, en die moet je nu opvolgen. Derde album ‘The English Riviera’ klonk net zo warm als het weer dat op de hoes afgebeeld stond, en daar waren veel mensen van gecharmeerd. Joseph Mount heeft het alleen nu wel gehad met al die positiviteit.

 

Metronomy-land
‘Love Letters’ is naast een logisch vervolg op zijn voorganger vooral ook een exacte tegenpool ervan. Productioneel is dit op en top Metronomy. Ieder instrument klinkt kurkdroog. Geen opsmuk, what you hear is what you get. Het is simpel, en het werkt nog steeds als een trein. Waar deze vierde plaat zo anders in is, is de sfeer. Het is overduidelijk geen zomer meer is in Metronomy-land. Sterker nog: het is nacht en gaat voorlopig niet meer dag worden, zo lijkt het.

 

 

 

 

 

Het album opent met een simpele drumcomputer aangevuld met onheilspellende synthesizer-golven en een kampvuurgitaar. I’m Aquarius gaat hier op door, minus de gitaar maar met een in en in zware drum-kick. Metronomy is op een andere manier simpel dan voorheen, en dit werkt vooral op het emotionele vlak heel goed.

 

Motown-achtig
De hoge achtergrondzang is er nog steeds, zij het minder vaak aanwezig. Motown-achtige single Love Letters is samen de vreemde eend in de bijt door het positieve geluid. Maar over de hele linie is ‘Love Letters’ vooral donker en misschien daardoor wel zo bloed- en bloedmooi.
Wessel van Hulssen

kevin morby

 

Kevin Morby is geen bekende naam, maar wel een bekend muzikant. Als liefhebber van indie is de kans vrij groot dat u wel eens, op een blauwe maandag, muziek van hem in uw oren heeft gehad. Morby is namelijk de bassist van Woods en frontman van the Babies samen met Cassie Ramone, bekend van Vivian Girls.

 

Voorgeschiedenis
Als zeventienjarige jongen verhuisde de muzikant van Kansas City naar Brooklyn om vervolgens half overrompeld in Woods terecht te komen. Echter verliet Morby enigszins mistreurig zijn verleden toen hij vorig jaar ‘zijn’ stad verruilde voor Los Angeles. Deze voorgeschiedenis, van een stad waar hij volwassen werd, zorgde voor een melancholische ode aan New York.

 

 

 

 

Morby neemt ons gedurende ‘Harlem River’ mee op reis langs de geliefde plaatsen van zijn jeugd. ‘If you knew just how far I travel’ zingt Morby ons zachtjes toe, als een voorbode van zijn reis naar het beloofde New York. De melancholische klanken van Miles, Miles, Miles gaan al snel over naar het uptempo en orgel gedreven Wild Side. En dan breekt de ongerustheid aan van de negen minuten durende Harlem River die met stuwende drums en langgerekte orgelgeluiden, de nimmer stilstaande onrust vertolkt van de muzikant. Contemplerend over het missen van zijn ‘trein’ en het bedaren van zijn onrust bereikt Morby met Cate le Bon’s sensuele stem op de achtergrond in Slow Train het hoogtepunt van het album.

 

Met ‘Harlem River’ heeft Morby ons een prachtig album gegeven, dat met haar warme contemplerende nummers ons na doet denken over het leven wat je had, hebt en zal hebben.
Domenico Mangione 

 

 

 

gardens & villa

 

Gardens & Villa is een vijfkoppige band die haar wortels in Santa Barbara, Californië heeft. De unieke mengeling van sixties beats, pulserende synths en fluit-riffs zorgde ervoor dat de band in 2011 getekend werd door Secretly Canadian. Het gelijknamige debuutalbum kreeg aandacht van onder andere Pitchfork. Nu is Gardens & Villa terug met de opzienbarende plaat ‘Dunes’, opgenomen in de winter van het ijskoude Michigan, onder begeleiding van producer Tim Goldsworthy (o.a. The Rapture en Cut Copy).

 

Voller en volwassener
Dat de band de fleurige synth-lijnen en aanstekelijke ritmes niet kwijt is geraakt in het bevroren Michigan, is al duidelijk vanaf het eerste nummer Domino. Met nummers als Bullet Train en Chrysanthemum word je gebombardeerd door een catchiness die zelfs de meest doorgewinterde punkrocker de heupen laat schudden. Alhoewel ‘Dunes’ in veel aspecten lijkt op de debuutplaat, is het geluid van de band voller en volwassener geworden. Dit wordt halverwege de plaat duidelijk met melancholische tracks als Purple Mesas en Minnesota. Op deze nummers ligt dan ook de werkelijke kracht van de band.

 

 

 

 

Met het pulserende ‘Dunes’ zet Gardens & Villa  een goede stap naar voren. Maar de overdadige hoeveelheid aan synthesizers, zoals op Colony Glen, kan wel tergend zijn voor de liefhebbers van hun liefelijkere sound. Het catchy geluid ligt er af en toe nét iets te dik bovenop, maar zorgt er wel voor dat je ongegeneerd met je hoofd gaat schudden in openbare gebouwen.

 

 

 

damien jurado

 

Zilver is een zeldzaam metaal op planeet Aarde. Dat het in de helft van de liedtitels van Damien Jurado’s kersverse ‘Brothers and Sisters of the Eternal Son’ opduikt, is veelzeggend. Deze plaat is te vertrouwd om van een andere planeet te zijn en te vreemdsoortig om te wortelen in onze aarde.

 

Lugubere liefde
Niet voor het eerst werkt Jurado samen met Richard Swift: een combi die meer oplevert dan de som der delen. Wat dan? Welnu, de liedjes staan als een dorp, maar de reuring die de heren aldaar veroorzaken is subtiel en kleurrijk. Vaak grootse instrumentatie, ijle koortjes en mooi gedoseerde dub. Jurado vertelt een verhaal dat mooier wordt door de mal waarin het gegoten is. Die vertelling sluit aan op de mysterieuze plek die albumtitel werd van zijn vorige langspeler: ‘Maraqopa’. In een droom leerde hij dit dorp kennen. Het is toneel voor personages die zowel geplaagd als verlost worden door hun religie. Of dat een geloof is in lugubere liefde, organische science fiction of de diepten van de Allerhoogste, vertelt het verhaal niet.

 

 

Beeldschoon is Silver Katherine, een liefdesliedje waarin buikvlinders zich in het arrangement langzaam vermenigvuldigen. Bezwerend is de gelaagdheid van Magic Number, verslavend de kopstemkreet in Jericho Road en verfrissend catchy de synth in Suns In Our Mind. Alles schuurt en ronkt psychedelisch.

 

Thuiskomen
Van metaalbewerker werd Damien Jurado edelsmid. Zijn beheersing van het ambacht eindigt voorlopig in de pure verfijning van ‘Brother and Sisters of the Eternal Son’. Een meesterwerk dat je laat verdwalen met het voortdurende gevoel van thuiskomen.
Admiraal Oosterbroek

 

 

mountain states band

 

Nu DIIV-frontman Zachary Cole Smith voorlopig nog wel het label coke-koerier opgespeld zal hebben, zijn daar gelukkig onze eigen Nijmeegse  indie-darlings van Mountain States. Eerder kwam de single El Sombrero al voorzichtig naar buiten, en dit nummer blijkt ook direct het hoogtepunt te zijn op de EP die in december het licht zag.

 

Klein juweeltje
Mountain States valt met het nummer
SKY gelijk met de deur in huis. Een lang intro met pakkende popmelodieën, een sausje van rauwe,  fuzzy gitaren en een vleugje western. De dreampopband voegt daar een dromerig stemgeluid aan toe (daar is het DIIV-linkje) en zorgt voor een korte, maar fijne luistersensatie. Home, met jagende drumriffs en Jura, dat begint met het geluid dat ik me voorstel bij een brullend dinosaurusspeeltje, doen denken aan Amerikaanse bands als Beach Fossils, Wild Nothing en Real Estate. El Sombrero, het liefdesliedje waar elk meisje van droomt, blijft echter het hoogtepunt. Dromerig en lief, bijna aandoenlijk. Nederland is een klein juweeltje rijker. 

 

 

 


 

eefje_DD768FFE30CC942DC1257BDB0028E6CC

 

 

Met ‘Het Is’ komt de Utrechtse Eefje de Visser terug na haar succesvolle debuutalbum ‘De Koek’ uit 2011. De dromerige en poëtische kenmerken zijn nog volop aanwezig, maar het is direct te horen dat De Visser muzikaal een andere afslag heeft genomen. Zo opent Ongeveer de plaat met een kabbelende en ingetogen akoestische gitaar, tedere drums en Eefje’s open en kalme zang. Waarbij ze je meeneemt naar een nieuwe en sprookjesachtig mooie wereld, waarbij de zangeres je geruststelt met haar warme en rustgevende stem en ze je zachtjes bij de hand neemt.

 

Subtiel
De mix van de muziek is schitterend uitgewerkt, De Visser’s stem ligt niet zozeer op de instrumenten, maar kruipt er subtiel tussenin, waardoor je de muziek telkens iets harder zet om haar teksten  beter te kunnen verstaan. Door het album heen heeft de muziek een gevoel dat (ook qua sound) lichtjes aan Agnes Obel en Fleet Foxes doet denken, onder andere op het fabuleuze Lise, het illustere Er Is en het karakteristieke In Het Echt. Eefje haar teksten en muziek zijn een klasse apart en maakt met ‘Het Is’ een helende en bijzonder oprechte plaat vol liefde.
Ricardo Jupijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Friese hoofdstad Leeuwarden was ooit een ietwat slaperige provincieplaats, maar sinds de komst van de Academie Voor Popcultuur (2003) en het typische DIY Podium Asteriks (2010) is hierin verandering gekomen. Er is een levendige popscene in de noordelijke plaats ontstaan en een alternatief muziekfestival kon dan ook niet uitblijven. The Daily Indie is afgelopen weekend afgereisd naar het aan Leeuwarden grenzende natuurgebied De Groene Ster, waar de eerste editie van het kunstzinnige, ecologische en bovenal indie-verantwoorde festival Welcome To The Village werd gehouden.

Foto’s: Gea Bruinsma.

 

Het door Podium Asteriks georganiseerde Welcome To The Village heeft een sterk concept: een festival in de vorm van een dorp. Op de eerste editie zijn dan ook slechts 2.500 bezoekers aanwezig, waarvan de weekendtickets uitverkocht zijn. Op diverse plekken op het festival ligt stro en de podia hebben namen als ‘Bontebok’ en ‘Baaiduinen’. Wat echter de belangrijkste factor is voor het succes, is de sfeer: op Welcome To The Village staat de beleving van het festival centraal, waardoor het in de voetsporen treedt van het Vlielandse Into The Great Wide Open. Zwemmen met bands, praten met onbekenden of een strogevecht: het is allemaal onderdeel van de beleving van het festival, dat maar liefst 200 vrijwilligers op de been heeft gebracht.

Podium Asteriks brengt sinds 2010 kleine alternatieve bands naar Leeuwarden om op te treden in een ex-gevangenis, geheten De Blokhuispoort. Voor dit eerste festival kosten weekendtickets slechts €50,-, waardoor de organisatie maar een klein programmabudget heeft. Toch heeft het meer dan zeventig nationale en internationale acts weten binnen te halen, met onder andere Reptile Youth en Daily Bread. Door het belevingsconcept en het ontbreken van echte publiekstrekkers dreigt echter natuurlijk wel dat bezoekers vooral komen voor de sfeer en niet voor de muziek. Of dit het geval is, zal blijken gedurende het festival.

 

Vrijdag
Het evenement begint zeer zonnig op vrijdag 26 juli om 16:00 en deze middag speelt op het hoofdpodium Bontebok direct al een interessante naam: het avant-gardistische, experimentele Pinkuniozu (boven) uit Denemarken. Nu en dan vervalt de band in structuurloos geëxperimenteer, maar met name tijdens de uptemponummers met een sterke ritmesectie en psychedelisch gitaar- en synthesizerwerk blijkt de band een interessante opener voor het festival te zijn. Van avant-garde uit Denemarken naar indiefolk uit België: het talentvolle vijftal Oscar & the Wolf (onder) zet een innemende show neer in festivaltent Grootegast. Door hun folkmuziek aan te vullen met psychedelische synths voegen ze bovendien iets extra’s toe aan het genre. Zanger Max Columbie heeft een uniek stemgeluid en beweegt bij vlagen even zweverig en psychedelisch als Egyptian Hip Hop-frontman Alex Hewitt.

 

4

 

Het crashen van je laptop is iets wat je niet kunt plannen, maar het wordt al helemaal vervelend wanneer dit gebeurt terwijl je aan het optreden bent. Noiseband Tall Ships uit Engeland overkomt het in de Grootegast. Na het spelen van enkele indrukwekkende nummers vol loops begeeft de laptop het en is de band na een iets te lange pauze genoodzaakt zonder de loops – “our gimmick” – verder te spelen, waardoor de vaart helaas wat uit de show verdwijnt.

De Nederlandse troubadour Lucky Fonz III (onder) laat op het hoofdpodium Bontebok echter zien dat je heel anders kunt omgaan met technische mankementen. Wanneer een snaar van zijn gitaar breekt, mompelt hij “dat maakt toch niet uit”, trekt hij deze hardhandig uit zijn gitaar en speelt hij gewoon verder. Met uitspraken als “niet klappen, ik heb geen gevoel voor ritme” en “ik zal jullie nu voorstellen aan mijn imaginaire band” maakt hij zichzelf bovendien onsterfelijk. Hij zorgt daarnaast voor hét festivalmoment, wanneer ene Sytze uit het publiek schreeuwt of de muzikant zijn “tiet” wil likken. Lucky Fonz zegt heel ad rem dat het prima is en dat de jongen maar het podium op moet komen. Sytze staat in no-time onder veel applaus op het podium en de troubadour houdt zich aan zijn woord en geeft de jongen een ferme lik over zijn tepel. Held.

 

 

Tijd voor ‘serieuze muziek’: The Future’s Dust uit Leeuwarden staat vervolgens op het kleine podium Ravenswoud en speelt een sterke show vol op The XX en Alt-J geïnspireerde indierock. De band geeft hiermee een perfect voorproefje van diens EP ‘Marrakech’ die in het najaar zal verschijnen. De Schotten van We Were Promised Jetpacks mogen de dag vervolgens afsluiten op het hoofdpodium. Ze brengen een show vol indiepop van het soort dat helaas al jarenlang wordt gespeeld door bands met zeer uiteenlopende namen, maar dikwijls beginnend met ‘The’. Een erg spannende afsluiter is het niet, maar het publiek lijkt het niets te kunnen schelen en dag één is zowel qua muziek, als qua sfeer een groot succes.

 

 

Zaterdag
Het contrast zou qua weer niet groter kunnen zijn: na de zon van vrijdag, staat zaterdag in het teken van absoluut noodweer. Waar op het begin van de dag nog lacherig wordt gedaan over de zogenaamde ‘Code Oranje’, wordt al spoedig duidelijk dat het serieus is. Terwijl het grungy Leeuwarder duo Blackboxred (boven) in de tent Grootegast nog maar net begonnen is met zijn set, worden de muzikanten abrupt onderbroken door de festivalleiding, die het publiek verzoekt zich naar de uitgang te verplaatsen en te schuilen op het nabijgelegen dierenpark Aqua Zoo.

Het personeel van het dierenpark zal raar hebben opgekeken van de vele festivalgangers, maar het moet gezegd worden: Welcome To The Village heeft goed geleerd van het drama op Pukkelpop in 2011, waardoor eventueel gevaar direct de kiem gesmoord kan worden. Na het noodweer kan Blackboxred gelukkig wel de zeer memorabele show afmaken. Het is een geslaagd voorproefje van de debuutplaat, die dit najaar uitkomt en vol staat met experimentele, maar dansbare grunge. Enkele andere optredens blijven helaas gecanceld.

 

 

Het klaart direct weer op en de muziek van Mr. Wallace (boven) in de Grootegast-tent kan niet beter gekozen zijn: op No Doubt geïnspireerde ska, met een zeer energieke liveshow. Zangeres Renske de Boer laat zien dat je best een uur lang iedere seconde kunt dansen, springen en schreeuwen zonder ook maar een spoor van vermoeidheid te tonen. De zaal verandert al snel in één grote ska-chaos en het optreden wordt terecht beloond met een massaal applaus. Mister and Missisippi volgt op het hoofdpodium met zijn zeer populaire folkmuziek, die live echter tegenvalt. Het moge duidelijk zijn dat Mumford and Sons zijn folksporen heeft achtergelaten in de popmuziek, maar Mister and Missisippi voegt weinig toe aan het overpopulaire genre.

Van een heel ander kaliber is het Nijmeegse Navarone, dat speelt in de Grootegast. Inventieve gitaarsolo’s vol Led Zeppelin-invloeden en het zeer hoge bereik van zanger Merijn van Haren zorgen ervoor dat de groep niet zomaar een ’retrorockband’ is. Hoogtepunt van de show is Van Haren’s hoge uithaal van bijna een minuut. Of we dat even willen nadoen – toch maar niet.

 

 

Het meest sterke optreden van dag twee is de show van de band Daily Bread (boven), ex-studenten van de Leeuwardense opleiding ‘Pop & Media’. Ooit begon de groep als orgelpunkband, maar met het tweede album ‘Iterum’ uit 2012 zet het de stap van punk naar wave. Het resulteert live in een meeslepende show, vol sterke songs met jaren ’80-elektronica, op New Order geïnspireerd basgitaarwerk en strakke elektronische drums. Zangeres Kimberly van der Velden is een perfecte frontvrouw en danst mysterieus, waarbij haar gezicht soms verdwijnt achter haar lange, blonde haar. Zoals dat eigenlijk ook hoort bij new wave.

Stukken minder interessant is het – overigens door het eerdere noodweer verplaatste – optreden van het Britse Coasts op het Ravenswoud-podium. De band doet duidelijk verwoede pogingen om cool te zijn. De palmboom op het podium is erg stylish en de zanger kopieert wel heel letterlijk de moves van Happy Mondays’ zanger Shaun Ryder. Maar waar de muziek van de Happy Mondays grensverleggend was, klinkt Coasts als een slap aftreksel van tientallen andere bands uit Groot-Brittannië.

 

 

Zondag
Nadat het festivalterrein zaterdagnacht tijdens het DJ-nachtprogramma wederom ontruimd moet worden wegens slecht weer, is er zondag opvallend genoeg niets meer te merken van het slechte weer. Wel van goede muziek, overigens. The Black Atlantic (boven) uit eigen land zorgt in de Grootegast voor een emotionele start van de dag met folk, die in tegenstelling tot de muziek van Mister and Missisippi wel beklijft. Geheime wapen is het prachtige stemgeluid van zanger Geert van der Velde. De muzikale omlijsting doet bovendien dikwijls denken aan het werk van Fleet Foxes of Local Natives.

Op de Bontebok staat vervolgens Fair Ohs uit hipstermekka Oost-Londen. Nadat de band onlangs een naar eigen zeggen – en dit kan uw journalist bevestigen – matige, dronken show speelde in Dalston’s hipstertent Birthdays, verrast het op Welcome To The Village. De flauwe, onlogische grappen blijven beperkt tot het belachelijk maken van The Smashing Pumpkins’ Billy Corgan (“hij is te dik”) en – vooral – zichzelf (“Wij niet. Daarom zijn we niet succesvol.”). Doordat het trio nu nuchter speelt, komen we erachter dat hun muziek klinkt als een eigenwijze no-nonsensemix van afro-beat en post-punk met Pete Doherty-achtige vocalen. Dat is inderdaad een hele mond vol.

 

 

Jammer voor de Londenaren is echter dat hun concert direct wordt overtroffen door het veel enthousiastere Reptile Youth (boven) uit Denemarken. Muzikaal slaat de band terug op zeer dansbare punkfunk, een genre dat eigenlijk een beetje ‘uit’ is. Reptile Youth heeft echter alles in zich om het weer ‘in’ te maken. De band speelt erg strak en zanger Mads Damsgaard Kristiansen maakt zijn naam volledig waar. Terwijl hij niet heeft geslapen, weet hij het voor elkaar te krijgen om volledig ‘mad’ een gat in het podium te springen, als een bezetene door het publiek heen te rennen, op de bar te dansen, twee mensen in het publiek te zoenen en vervolgens over een hek te klimmen om te gaan zwemmen in de dichtstbijzijnde poel. Veel festivalgangers achtervolgen hem en het hek begeeft het al snel. Meest memorabele concert van de zondag.

Vervolgens staat de heavy rockband The Deaf (onder) in de Grootegast. Ja, dat is de band van Di-rect’s gitarist Spike. Met zijn nieuwe groep wil hij koste wat kost rock-‘n-roll overkomen. Dat doe je echter niet door een verhaal over poep te houden of door je snot af te vegen aan je toetsenist: dat doe je door het te zíjn. Herman Brood was het, Spike is zoekende. En dat hoor je terug in de bij vlagen platte muziek.

 

 

Het festival wordt afgesloten door Ewert and the Two Dragons uit Estland, dat een weinig opzienbarende show speelt met inwisselbare folkpop, die niet blijft hangen. De single (In the End) There’s Only Love weet het geheel helaas niet te redden. Je vraagt je af waarom de organisatie niet heeft gekozen voor een bekendere afsluiter als Daily Bread of Lucky Fonz III. Het zal een beginnersfoutje zijn geweest, want Welcome To The Village is over de gehele linie een geweldig nieuw festival voor Nederland. Om echter volgend jaar meer mensen te trekken uit het hele land, is het verstandig om eventueel de kaartprijs iets hoger te maken om zo meer publiekstrekkers te kunnen boeken. De bezoekers zijn door het ontbreken van bekende(re) namen dit jaar namelijk toch vooral gekomen voor de sfeer. Hierdoor speelden sommige bands voor weinig mensen en was er bijvoorbeeld tijdens Daily Bread bij vlagen meer aandacht was voor een ballonnengevecht, dan voor de muziek. Het zal de meeste festivalbezoekers overigens weinig kunnen schelen, want het evenement heeft de slogan “een plek waar je vooraf al heimwee naar hebt” volledig waar kunnen maken. Wij hebben heimwee naar 18, 19 en 20 juli 2014.

Smith-Westerns-Soft-Will

 

Nog niet zo lang geleden verraste het piepjonge Smith Westerns met een aanstekelijke plaat vol glamrock-invloeden (‘Dye It Blonde’ uit 2011). Tieners met meeslepende tienerproblemen, gegoten in een lekker vettig jaren ‘70 jasje. Zo kan het dus gebeuren dat het drietal uit Chicago, dat ooit debuteerde met onstuimige lo-fi niemandalletjes, de volle aandacht van het muziekjournaille op zich gevestigd ziet voor hun derde album ‘Soft Will’.

Bij eerste beluistering wordt al meteen duidelijk dat we met een totaal andere plaat te maken hebben dan zijn voorganger. De gitaren zijn een heel eind in volume en intensiteit teruggeschroefd en ook zanger Cullen Omori laat zich van een totaal andere kant zien: Die van de bedachtzame twintiger. Omori is de pathos voorbij, en schotelt ons hier een reeks afgemeten popliedjes voor die nergens verdrinken in Weltschmerz. Deze ingetogenheid is een volstrekt nieuw concept in het werk van Smith Westerns, maar voelt nergens geforceerd.

Geen purisme
De truc is om deze liedjes niet te overschatten. Verwacht van deze jongelingen (nog) geen diepgravende overpeinzingen of hemelstormende lyriek. ‘Soft Will’ is vooral een geslaagde poging in het creëren van een popalbum dat al te gemakkelijke vergelijkingen met soortgenoten overstijgt. Het idee om de jaren ’70 invloeden te verpakken in jaren ’80 synths is een geslaagde productionele greep, die tracks als afsluiter Varsity precies de juiste dosis eigen smoel meegeven. Het purisme dat bij veel retro-acts de kop opsteekt, staat niet hoog in het vaandel.

 

 

Je kunt als band prima je invloeden eer aandoen zonder je klakkeloos te conformeren aan andermans gedachtegoed. Smith Westerns doen er hun voordeel mee door een plaat te maken die muzikaal en thematisch luchtiger en ingetogener is dan voorheen, en daardoor des te beter te behappen. Dat ze daarbij hebben nagelaten om briljante singles als Weekend (van Dye It Blonde) in te blikken, is niet meer dan een klein smetje op het succes van deze plaat. Soft Will is een nieuwe piek in de ontwikkeling van deze jonge band. Daar gaan we nog veel plezier aan beleven, de komende jaren.

Jasper van der Put