20JohnCoffey230414TV©DennisWisse

 

The Daily Indie is een Utrechts platform en de opening van nieuwe Tivoli-zaal is dan ook iets waar we niet alleen bij willen en moeten zijn, maar die we ook graag van alle kanten vast willen leggen. Niet één, maar liefst twee fotografen van The Daily Indie waren aanwezig. Bij deze de knalharde en heerlijke foto’s van Dennis Wisse. Enjoy!

 

 

Knalland

 

Mister And Mississippi

 

 

 

John Coffey

 

cloud nothings band

 

Voordat Cloud Nothings in 2012 doorbrak met het fenomenale ‘Attack On Memory’, bracht de band uit Ohio al twee platen uit die zo’n beetje in het blije surf- en grungepunk-hoekje zaten. Des te meer viel het op dat Cloud Nothings op ‘Attack On Memory’ vooral kwáád was. Heel kwaad. De plaat kende een spaarzaam luchtig momentje, maar op het gros van de songs schreeuwde voorman Dylan Baldi de longen uit zijn lijf, al dan niet zijn gitaar molesterend in minutenlang, in distortion gedrenkt beukwerk.

 

Donkere periode
In interviews vertelde Baldi destijds steevast dat hij door een donkere periode van zijn leven ging en dat zo van zich af wilde schreeuwen. Dat lijkt anno 2014 enigszins gelukt. ‘Here And Nowhere Else’ is een luchtigere en positievere plaat. Dat wil niet zeggen dat Cloud Nothings terug gaat naar zijn begindagen. Op Just See Fear en No Thoughts zet Baldi als vanouds zijn schuurpapieren, niet door enige zangtechniek gehinderde strot vol open. Anderzijds zijn opener Now Hear In en single I’m Not Part Of Me onmiskenbaar catchy, bijna vrolijk.

 

 

 

 

Beide persoonlijkheden
En het vergt wat luisterbeurten, zeker wanneer je zoals ondergetekende het indrukwekkende ‘Attack On Memory’ nog vers in het geheugen hebt. Maar ‘Here And Nowhere Else’ is absoluut geen slechte plaat. Nee, een nieuwe Wasted Days staat er niet op. Het ruim zeven minuten durende Pattern Walks heeft een opvallend gelijke structuur, maar is velen malen minder, eh, ja, boos. En dat tekent de hele plaat. Wie beide persoonlijkheden van Cloud Nothings wel goed trok, zal ook geen moeite hebben met deze nieuwe.
Robin van Essel

foto 4

 

Een deel van The Daily Indie crew begeeft zich dit paasweekend in Berlijn en loopt op 18 april plots tegen een show van Cold Acid en Drenge aan. En zo’n affiche in de trashy Comet Club kunnen wij natuurlijk niet laten schieten! Compleet zonder echte fotograaf besluit ondergetekende een spontaan verslag te schrijven van een heel fijne en dampende avond in Oost-Berlijn. 

 

COLD ACID
Duitse bands laten zich niet zoveel zien over de grens, maar ze blijken er toch echt wel te zijn, zo ook in elektro-stad Berlijn. Zonder voorkennis bij uw verslaggever trapt Cold Acid de avond met stevige, walsende en stuwende rock. Scherpe riffs die tegen de rauwe muren van dit Kreuzbergse podium aanschuren. In de hoek van Black Rebel Motorcycle Club en ook een band als Drenge combineert de band een schurende sound met aanstekelijke vocalen lijnen en strakke drums. De bassist speelt furieus en legt al het riff-geweld op een gestroomlijnde ondergrond die de hele show stand blijft staan. De backbeat wordt zorgvuldig ingezet en stuurt de energie van Cold Acid in de juiste richtingen. Hoog tijd om een keertje onze grens over te komen!

 

 

 

DRENGE
Maar goed, dan is er Drenge. En de twee broers klappen niet geheel zorgvuldig over de Duitsers heen. Vanaf punt één is het raak en staat de band direct op scherp. Het tempo is hoog stuiterbaar, de gitaren van Eoin Loveless hard als de Berlijnse muur en  de drumpartijen van Rory duiken van de ene in de andere fill. Drenge is naar Berlijn gekomen om de boel te slopen en doet dat zonder blikken of blozen. Zo nu en dan is er ruimte voor iets meer rust en geeft het duo hun set wat lucht. Voor de rest kan er telkens rustig door worden gegaan met de pit  en komt de band midden in de set tot een aantal hoogtepunten met Bloodsport en Face Like A Skull!. Het volume gaat in de Comet Club wel een stapje harder dan een gemiddeld Nederlands podium, waardoor de dynamiek wel eens verloren wil gaan in al het beukende geweld. Toch krijgen we waar we voor gekomen zijn en dat is een potje onvervalste rock waarvan de piep nu nog in onze oren zit (wat niet helemaal de bedoeling was, maar toch).

 

 

 

De mooiste stad van het land, met de mooiste grachten van Europa, zit op het moment middenin het net zo prachtige festival Tweetakt. Op het festival, dat nog tot en met 21 april duurt, staan op 11 april twee van Nederlands fijnste bandjes geprogrammeerd: Afterpartees en Twin Shades. The Daily Indie kan zich in haar thuisstad uiteraard niet bedwingen en staat vooraan om verslag te doen. Bijgaande foto’s komen van Rudy Sablerolle. de korte en slappe verhaaltjes erbij van Ricardo Jupijn.  

 

Afterpartees
Vanavond worden de praatjes van frontman Niek  Nellen niet zo goed als dat ze dat waren op Noorderslag (ook niet slecht, dat niet), maar het enthousiasme van Afterpartees is er zeker niet minder om. In de tot concertzaal omgebouwde broeikas op de Neude laat de band de temperatuur alvast een paar graden stijgen met hun seventies rock ’n roll. Zonder omwentelingen laat de band zien waar ze voor gekomen zijn: lol trappen, biertjes drinken en rocken. Missie geslaagd!

 

 

 

 

Twin Shades
De fijnste psychedelica en desert garage wordt in Nederland gemaakt door het Amsterdamse Twin Shades. Dat moet inmiddels al een tijdje duidelijk zijn lijkt ons zo, maar gelukkig  laat de band op Tweetakt zich nog maar eens van hun beste kant zien voor de Twin Shades-leken onder ons. De grooves zijn vanavond namelijk weer om over naar huis te schrijven en laten het speciaal voor de gelegenheid gebouwde, houten cowboy-dorpje trillen in haar voegen. Zompige, vette, zwetende en schurende riffs gemengd met messcherpe vocalen denderen op diepe baslijnen, die worden ondersteund door een van Neerlands beste drummers. Volgens mij is het wel duidelijk. Zo niet, ga ze eens live zien als je dat nog niet gedaan hebt!

 

 

 

 

trust band

 

Drie jaar geleden maakte de wereld kennis met Trust. De Canadese act is als een persoon, waarvan je maar huiverig de hand schudt en waarvan je de eerste minuten doodsbang bent, maar die later uitgroeit tot een goede vriend. Met ‘Trst’ was er in 2012 een tweede date. Het gloednieuwe ‘Joyland’, waarop oprichter Robert Alfons het heft in eigen handen neemt, voelt als vertrouwd.

 

Muzikale afdaling
Op die plaat keert Trust, dat sinds het vertrek van Maya Postepski in 2012 een eenmansact is, terug zoals ze haar fans na ‘Trst’ voor een jaar verliet: een donkere nacht, met een ongekend heldere sterrenhemel. De tandwielen van industrieel klinkende house en wat opgewektere synth-pop doen Trust’s machine nog altijd op volle toeren draaien. Alfons verhit de koude elektronica tot een ongekende temperatuur en sleept zijn luisteraar, met de psychedelische plaatopener Slightly Floating (een titel die het gevoel perfect samenvat), aan diens oorlellen naar de droomwereld die ‘Joyland’ heet. Daarna volgt een muzikale afdaling, waarin Trust zijn apparaten als besturingsmechanisme gebruikt. Geryon, een up-tempo housenummer, is bijvoorbeeld het tegenovergestelde van de eerdergenoemde opener van het album. Het album is continu in beweging.

 

 

 

 

Nachtelijke kop koffie
Dit derde album is een vertrouwensval in het oneindige, waarbij Trust geen steken laat vallen. Het album is voelt als een rondleiding door een wonderlijke wereld, van dansvloeren (Are We Arc en Icabod) tot verlaten industrieterreinen (Four Gut). ‘Joyland’ is voor de nacht, wat een kop koffie is voor de morgen.
Dirk Baart 

 

 

 

 

Mac DeMarco

 

Our main squeeze, mister Mac DeMarco, is back! Deze slacker pur sang komt begin deze maand met zijn derde elpee, die met de naam ‘Salad Days’, geheel in stijl een schijnbaar idiote titel heeft. Echter bij de release van het eerste nummer Passing Out Pieces werd het duidelijk dat Mac een andere kant opging, die gekenmerkt werd door een nieuwgevonden tastbare kwetsbaarheid ten opzichte van zijn gewoonlijk laconieke houding.

 

Mondaine glorie
Hoewel Mac op ‘2’ al schreef over zijn wereld in al haar mondaine glorie, viel op dat er een zekere terughoudendheid was. Toch kon je bij de hoogtepuntjes van zijn vorige platen, zoals Only You en My Kind of Woman, even een glimp opvangen van zijn ware gevoelens. Naast een komische eerbetoon aan zijn lievelingsmerk sigaretten, Ode to Viceroy, blijven zijn beste nummers toch de nummers waar hij zich even ontwapend van zijn komisch talent. Dit is dan ook de reden waarom ‘Salad Days’ zicht heeft ontpopt tot een geweldige plaat. Mac is opgegroeid en heeft niet meer de neiging zich te gedragen als een viertienjarige jongen die drastisch een flinke dosis Ritalin nodig heeft.

 

 

 

 

‘Rolling through life, to roll over and die/Salad days are gone’ 
Opener Salad Days knalt door de speakers en de naïeve melodie doet gelijk denken aan de typische onzinnige Mac-song, maar na enkele keren luisteren begint de ironie duidelijk te worden. Na enkele minder memorabele, maar totaal niet slechte nummers, begint het synth-gedreven Passing Out Pieces, waarin DeMarco ons vertelt over zijn publieke imago en de confrontatie hiermee. Na het akoestische Treat Her Better klinken enige drumslagen die Chamber of Reflection openen. De galmende drums verdrinken al snel in weelderige synthesizers en een melancholisch zingende Mac. Dit is wat Mac DeMarco kan én moet doen, een prachtig nummer waarin hij zijn oppervlakkige flegmatisme loslaat voor werkelijke gevoelens.

 

Dit is dan ook het enige écht frustrerende aan ‘Salad Days’. De kennis dat Mac met iets meer tijd en moeite nog veel meer prachtige nummers had kunnen maken als Passing out Pieces en Chamber of Reflection.
Domenico Mangione

 

 

 

 

the breaks band

 

Voorschoten, een schijnbaar nietszeggend dorp met drie afgebeten nagels als wapen, heeft veel geheimen. Naast een donkere kamer van ene Osewoudt, zouden de geblindeerde ruiten van Putin’s limousine zich geregeld bevinden in het burgerlijke Voorschoten. Een geheim dat nu volkomen onbeheersbaar en onafwendbaar ontbloot wordt is de jonge band The Breaks, die bestaat uit een hoopje gereïncarneerde nozems.

Gruizig nostalgisch
De titel ‘Something New’ lijkt tegenstrijdig te zijn, aangezien de EP verdrinkt in gruizige en ogenschijnlijk nostalgische nummers. Op Water wordt de nostalgische knipoog naar beatmuziek al snel duidelijk met Paul McCartney-achtige vocalen. Toch is The Breaks niet één of ander “retro-revivalbandje”, zijn interpretatie van vuige garagerock à la The Black Lips, Ty Segall en The Growlers wordt met veel genoegen in onze oorschelpen opgenomen. Hoewel de eerste twee nummers enigszins tegenvallen, wordt dit meer dan goed gemaakt met nummers als Water en het heerlijk vunzige fuzz-geladen Waiting For Something New. Het tweede gedeelte van de plaat laat zien dat deze jonge Voorschotenaren zeer getalenteerd zijn en veel in hun mars hebben. Wij willen meer!

natural-child

 

Natural Child ontkent hardnekkig het cowboybloed van hun voorvaderen uit Nashville dat door hun aderen stroomt. Zij noemen hun muziek ‘garage rock, rock ‘n roll, maar wij horen hun ware aard dwars door elk nummer van hun nieuwe plaat ‘Dancin’ With Wolves’ heen. Dit is door en door country-rock met vleugjes folk en, vooruit, pure rock & roll.

 

Titels als Country Hippie Blues, Saturday Night Blues, Firewater Liquor en Nashville’s A Groovy Little Town vullen ‘Dancin’ With Wolves’. In deze nummers worden teksten als: ‘I’m gonna sing my cowboysong’ omringd door een bluesy, country, folky sixtiessound. In deze muziek bevinden zich orgels, slides, lome drums en meerstemmige zang. Het hoogtepunt is het vrolijke, energieke Saturday Night Blues die uit puilt van de nanana’s. Daarnaast winnen lange instrumentale stukken zoals in Bailando Cos Lobos het van de tekst. Garagerock? Niet echt. Heerlijke countryrock? Absoluut.

 

 

 

 

Deze drie cowboys-in-ontkenning zitten nog met hun hoofd in de jaren 60 en nemen je 10 nummers lang mee naar hun hometown Nashville. Ga op zaterdagavond mee op reis naar de ‘groovy little town’, daal af naar een klein, donker, rokerig café met je cowboylaarzen, plof neer op een stoffige barkruk, bestel een firewater liquor en geniet van de countryrockband genaamd Natural Child
Mabel Zwaan

 

 

 

Dancin’ With Wolves is uit en wordt uitgebracht via Burger Records.

together pangea band

 

De Californische garagerockers van together PANGEA zijn weer bezig: verandering van bandnaam, een uitgebreide wereldtour en de band wordt massaal geboekt voor alle zomerfestivals. 

 

Na enkel wat singles uitgebracht te hebben, heeft het trio drie jaar na hun tweede plaat ‘Living Dummy’ weer een album op hun naam: ‘Badillac’.

 

Ruig en duister
Alive
is het eerste nummer van de plaat, en kickt er gelijk lekker in. Een ruige, duistere ondertoon wordt gezet voor de rest van het album. De vocalen van zanger en gitarist William Keegan worden ietwat zeurderig overgebracht, maar de snelle en poppy gitaarriffjes brengen de boel weer in evenwicht.

 

 

 

 

Gedurende single Badillac en het lome Why wordt het geheel gelijk weer over een compleet andere boeg gegooid en gaan we van een wild bierfeest naar een relaxed stranddagje. Of dat erg is? Totaal niet. De band weet namelijk als de beste hoe een afwisselende plaat precies in elkaar moet zitten en houdt overduidelijk niet van genres: ‘Badillac’ gaat van van lo-fi garagepop naar gruizige, opzwepende skatepunk.

 

 

 

 

Tekstueel gezien is ‘Badillac’ zeker geen uitschieter. Maar toch heeft elk nummer van together PANGEA een aanstekelijke factor en, zeker met een paar biertjes op, kan het niet anders dat het trio eindelijk haar naam internationaal gaat vestigen dit jaar.
Jente Lammerts

warondrugs-061

 

Aan het einde van 2013 was daar plots het nummer Red Eyes. Een vijf minuten durend teken van terugkeer  van The War On Drugs. Een korte introductie (voor wie het interview nog niet heeft gelezen deze issue): The War On Drugs is een band ontsproten uit het creatieve brein van multi-instrumentalist Adam Granduciel die toegankelijke psych/rock muziek maakt met sterke hints van americana. In 2011 verscheen het tweede album ‘Slave Ambient’ onder luid gejuich waardoor menig muziekliefhebber met hooggespannen verwachtingen uitkeek naar een eventuele opvolger.

 

Bandreceptuur
Na acht maanden durende opnamesessies is die langverwachte opvolger nu dan eindelijk hier onder de titel ‘Lost In The Dream’.  Het album begint met het bijna negen minuten durende nummer Under The Pressure. Deze track wijst onmiddellijk naar de eerstvolgende afslag richting je dagdromen, want wederom zijn Granduciel en consorten er in geslaagd een heerlijke sfeer te creëren waarbij een uurtje kan worden weggedroomd. Tweede nummer en single Red Eyes is misschien wel het meest toegankelijke stuk muziek dat de band voort heeft gebracht en tevens het nummer dat het meest tegen vorig album ‘Slave Ambient’ aanleunt. Later in het album diept de band zijn geluid meer uit dan ooit tevoren en voegt verrassende, nieuwe accenten toe aan de bekende bandreceptuur. ‘Lost In The Dream’ toont zich uitermate sterk met nummers als Eyes To The Wind, Burning en het epische An Ocean In Between The Waves.

 

 

 

 

De echoënde gitaar en dito zang, de subtiele pianopartijtjes, de soundscapes en samples, de opbouw en vooral die langgerekte afbouw van nummers klinken als van alles, maar wanneer het wordt samengevoegd toch het meest als The War On Drugs. De verwachtingen zijn niet alleen ingewisseld maar ruimschoots overtroffen met dit weergaloze album, dat gemaakt is voor nachtelijke uurtjes op de snelweg. Een album om van voor tot achter te luisteren, zonder skippen. Een wereldplaat!
Rob Verkerk

 

 

 

 

Black lips - underneath the rainbow

 

Het uit Atlanta afkomstige kwartet Black Lips is weer helemaal op gang. Nadat de jongens na drie jaar weer nieuw studiowerk afleverden in de vorm van een aanstootgevende single, Boys in the Wood, kwam de aankondiging van een nieuw album er snel achteraan. De zevende plaat van de garagepunkers heet ‘Underneath the Rainbow’ en bevat twaalf pareltjes van songs. 

 

Het album begint met het nummer Drive By Buddy. Grote hobby’s van de bandleden komen direct weer naar voren: prostituees en drugs blijven een hot topic bij Black Lips. Van het soms vrij duistere verleden van de band valt niets te merken. De swingende, zomerse gitaarriffjes en de nonchalante solo’s zijn net zo verslavend als in 2011, en misschien zelfs nog wel meer. De titels van de liedjes Smiling, Funny en Make You Mine verraden het al: de positieve, losbollige teksten van de jongens zijn geen spat veranderd.

 

 

 

 

Meesterwerkjes
Black Lips is lekker zichzelf gebleven, en dat is de onderliggende kracht van het album. Elk nummer op ‘Underneath the Rainbow’ is weer een eigen, eigenwijs meesterwerkje, dat doet smaken naar meer. Op repeat, die handel!
Jente Lammerts