De Friese hoofdstad Leeuwarden was ooit een ietwat slaperige provincieplaats, maar sinds de komst van de Academie Voor Popcultuur (2003) en het typische DIY Podium Asteriks (2010) is hierin verandering gekomen. Er is een levendige popscene in de noordelijke plaats ontstaan en een alternatief muziekfestival kon dan ook niet uitblijven. The Daily Indie is afgelopen weekend afgereisd naar het aan Leeuwarden grenzende natuurgebied De Groene Ster, waar de eerste editie van het kunstzinnige, ecologische en bovenal indie-verantwoorde festival Welcome To The Village werd gehouden.

Foto’s: Gea Bruinsma.

 

Het door Podium Asteriks georganiseerde Welcome To The Village heeft een sterk concept: een festival in de vorm van een dorp. Op de eerste editie zijn dan ook slechts 2.500 bezoekers aanwezig, waarvan de weekendtickets uitverkocht zijn. Op diverse plekken op het festival ligt stro en de podia hebben namen als ‘Bontebok’ en ‘Baaiduinen’. Wat echter de belangrijkste factor is voor het succes, is de sfeer: op Welcome To The Village staat de beleving van het festival centraal, waardoor het in de voetsporen treedt van het Vlielandse Into The Great Wide Open. Zwemmen met bands, praten met onbekenden of een strogevecht: het is allemaal onderdeel van de beleving van het festival, dat maar liefst 200 vrijwilligers op de been heeft gebracht.

Podium Asteriks brengt sinds 2010 kleine alternatieve bands naar Leeuwarden om op te treden in een ex-gevangenis, geheten De Blokhuispoort. Voor dit eerste festival kosten weekendtickets slechts €50,-, waardoor de organisatie maar een klein programmabudget heeft. Toch heeft het meer dan zeventig nationale en internationale acts weten binnen te halen, met onder andere Reptile Youth en Daily Bread. Door het belevingsconcept en het ontbreken van echte publiekstrekkers dreigt echter natuurlijk wel dat bezoekers vooral komen voor de sfeer en niet voor de muziek. Of dit het geval is, zal blijken gedurende het festival.

 

Vrijdag
Het evenement begint zeer zonnig op vrijdag 26 juli om 16:00 en deze middag speelt op het hoofdpodium Bontebok direct al een interessante naam: het avant-gardistische, experimentele Pinkuniozu (boven) uit Denemarken. Nu en dan vervalt de band in structuurloos geëxperimenteer, maar met name tijdens de uptemponummers met een sterke ritmesectie en psychedelisch gitaar- en synthesizerwerk blijkt de band een interessante opener voor het festival te zijn. Van avant-garde uit Denemarken naar indiefolk uit België: het talentvolle vijftal Oscar & the Wolf (onder) zet een innemende show neer in festivaltent Grootegast. Door hun folkmuziek aan te vullen met psychedelische synths voegen ze bovendien iets extra’s toe aan het genre. Zanger Max Columbie heeft een uniek stemgeluid en beweegt bij vlagen even zweverig en psychedelisch als Egyptian Hip Hop-frontman Alex Hewitt.

 

4

 

Het crashen van je laptop is iets wat je niet kunt plannen, maar het wordt al helemaal vervelend wanneer dit gebeurt terwijl je aan het optreden bent. Noiseband Tall Ships uit Engeland overkomt het in de Grootegast. Na het spelen van enkele indrukwekkende nummers vol loops begeeft de laptop het en is de band na een iets te lange pauze genoodzaakt zonder de loops – “our gimmick” – verder te spelen, waardoor de vaart helaas wat uit de show verdwijnt.

De Nederlandse troubadour Lucky Fonz III (onder) laat op het hoofdpodium Bontebok echter zien dat je heel anders kunt omgaan met technische mankementen. Wanneer een snaar van zijn gitaar breekt, mompelt hij “dat maakt toch niet uit”, trekt hij deze hardhandig uit zijn gitaar en speelt hij gewoon verder. Met uitspraken als “niet klappen, ik heb geen gevoel voor ritme” en “ik zal jullie nu voorstellen aan mijn imaginaire band” maakt hij zichzelf bovendien onsterfelijk. Hij zorgt daarnaast voor hét festivalmoment, wanneer ene Sytze uit het publiek schreeuwt of de muzikant zijn “tiet” wil likken. Lucky Fonz zegt heel ad rem dat het prima is en dat de jongen maar het podium op moet komen. Sytze staat in no-time onder veel applaus op het podium en de troubadour houdt zich aan zijn woord en geeft de jongen een ferme lik over zijn tepel. Held.

 

 

Tijd voor ‘serieuze muziek’: The Future’s Dust uit Leeuwarden staat vervolgens op het kleine podium Ravenswoud en speelt een sterke show vol op The XX en Alt-J geïnspireerde indierock. De band geeft hiermee een perfect voorproefje van diens EP ‘Marrakech’ die in het najaar zal verschijnen. De Schotten van We Were Promised Jetpacks mogen de dag vervolgens afsluiten op het hoofdpodium. Ze brengen een show vol indiepop van het soort dat helaas al jarenlang wordt gespeeld door bands met zeer uiteenlopende namen, maar dikwijls beginnend met ‘The’. Een erg spannende afsluiter is het niet, maar het publiek lijkt het niets te kunnen schelen en dag één is zowel qua muziek, als qua sfeer een groot succes.

 

 

Zaterdag
Het contrast zou qua weer niet groter kunnen zijn: na de zon van vrijdag, staat zaterdag in het teken van absoluut noodweer. Waar op het begin van de dag nog lacherig wordt gedaan over de zogenaamde ‘Code Oranje’, wordt al spoedig duidelijk dat het serieus is. Terwijl het grungy Leeuwarder duo Blackboxred (boven) in de tent Grootegast nog maar net begonnen is met zijn set, worden de muzikanten abrupt onderbroken door de festivalleiding, die het publiek verzoekt zich naar de uitgang te verplaatsen en te schuilen op het nabijgelegen dierenpark Aqua Zoo.

Het personeel van het dierenpark zal raar hebben opgekeken van de vele festivalgangers, maar het moet gezegd worden: Welcome To The Village heeft goed geleerd van het drama op Pukkelpop in 2011, waardoor eventueel gevaar direct de kiem gesmoord kan worden. Na het noodweer kan Blackboxred gelukkig wel de zeer memorabele show afmaken. Het is een geslaagd voorproefje van de debuutplaat, die dit najaar uitkomt en vol staat met experimentele, maar dansbare grunge. Enkele andere optredens blijven helaas gecanceld.

 

 

Het klaart direct weer op en de muziek van Mr. Wallace (boven) in de Grootegast-tent kan niet beter gekozen zijn: op No Doubt geïnspireerde ska, met een zeer energieke liveshow. Zangeres Renske de Boer laat zien dat je best een uur lang iedere seconde kunt dansen, springen en schreeuwen zonder ook maar een spoor van vermoeidheid te tonen. De zaal verandert al snel in één grote ska-chaos en het optreden wordt terecht beloond met een massaal applaus. Mister and Missisippi volgt op het hoofdpodium met zijn zeer populaire folkmuziek, die live echter tegenvalt. Het moge duidelijk zijn dat Mumford and Sons zijn folksporen heeft achtergelaten in de popmuziek, maar Mister and Missisippi voegt weinig toe aan het overpopulaire genre.

Van een heel ander kaliber is het Nijmeegse Navarone, dat speelt in de Grootegast. Inventieve gitaarsolo’s vol Led Zeppelin-invloeden en het zeer hoge bereik van zanger Merijn van Haren zorgen ervoor dat de groep niet zomaar een ’retrorockband’ is. Hoogtepunt van de show is Van Haren’s hoge uithaal van bijna een minuut. Of we dat even willen nadoen – toch maar niet.

 

 

Het meest sterke optreden van dag twee is de show van de band Daily Bread (boven), ex-studenten van de Leeuwardense opleiding ‘Pop & Media’. Ooit begon de groep als orgelpunkband, maar met het tweede album ‘Iterum’ uit 2012 zet het de stap van punk naar wave. Het resulteert live in een meeslepende show, vol sterke songs met jaren ’80-elektronica, op New Order geïnspireerd basgitaarwerk en strakke elektronische drums. Zangeres Kimberly van der Velden is een perfecte frontvrouw en danst mysterieus, waarbij haar gezicht soms verdwijnt achter haar lange, blonde haar. Zoals dat eigenlijk ook hoort bij new wave.

Stukken minder interessant is het – overigens door het eerdere noodweer verplaatste – optreden van het Britse Coasts op het Ravenswoud-podium. De band doet duidelijk verwoede pogingen om cool te zijn. De palmboom op het podium is erg stylish en de zanger kopieert wel heel letterlijk de moves van Happy Mondays’ zanger Shaun Ryder. Maar waar de muziek van de Happy Mondays grensverleggend was, klinkt Coasts als een slap aftreksel van tientallen andere bands uit Groot-Brittannië.

 

 

Zondag
Nadat het festivalterrein zaterdagnacht tijdens het DJ-nachtprogramma wederom ontruimd moet worden wegens slecht weer, is er zondag opvallend genoeg niets meer te merken van het slechte weer. Wel van goede muziek, overigens. The Black Atlantic (boven) uit eigen land zorgt in de Grootegast voor een emotionele start van de dag met folk, die in tegenstelling tot de muziek van Mister and Missisippi wel beklijft. Geheime wapen is het prachtige stemgeluid van zanger Geert van der Velde. De muzikale omlijsting doet bovendien dikwijls denken aan het werk van Fleet Foxes of Local Natives.

Op de Bontebok staat vervolgens Fair Ohs uit hipstermekka Oost-Londen. Nadat de band onlangs een naar eigen zeggen – en dit kan uw journalist bevestigen – matige, dronken show speelde in Dalston’s hipstertent Birthdays, verrast het op Welcome To The Village. De flauwe, onlogische grappen blijven beperkt tot het belachelijk maken van The Smashing Pumpkins’ Billy Corgan (“hij is te dik”) en – vooral – zichzelf (“Wij niet. Daarom zijn we niet succesvol.”). Doordat het trio nu nuchter speelt, komen we erachter dat hun muziek klinkt als een eigenwijze no-nonsensemix van afro-beat en post-punk met Pete Doherty-achtige vocalen. Dat is inderdaad een hele mond vol.

 

 

Jammer voor de Londenaren is echter dat hun concert direct wordt overtroffen door het veel enthousiastere Reptile Youth (boven) uit Denemarken. Muzikaal slaat de band terug op zeer dansbare punkfunk, een genre dat eigenlijk een beetje ‘uit’ is. Reptile Youth heeft echter alles in zich om het weer ‘in’ te maken. De band speelt erg strak en zanger Mads Damsgaard Kristiansen maakt zijn naam volledig waar. Terwijl hij niet heeft geslapen, weet hij het voor elkaar te krijgen om volledig ‘mad’ een gat in het podium te springen, als een bezetene door het publiek heen te rennen, op de bar te dansen, twee mensen in het publiek te zoenen en vervolgens over een hek te klimmen om te gaan zwemmen in de dichtstbijzijnde poel. Veel festivalgangers achtervolgen hem en het hek begeeft het al snel. Meest memorabele concert van de zondag.

Vervolgens staat de heavy rockband The Deaf (onder) in de Grootegast. Ja, dat is de band van Di-rect’s gitarist Spike. Met zijn nieuwe groep wil hij koste wat kost rock-‘n-roll overkomen. Dat doe je echter niet door een verhaal over poep te houden of door je snot af te vegen aan je toetsenist: dat doe je door het te zíjn. Herman Brood was het, Spike is zoekende. En dat hoor je terug in de bij vlagen platte muziek.

 

 

Het festival wordt afgesloten door Ewert and the Two Dragons uit Estland, dat een weinig opzienbarende show speelt met inwisselbare folkpop, die niet blijft hangen. De single (In the End) There’s Only Love weet het geheel helaas niet te redden. Je vraagt je af waarom de organisatie niet heeft gekozen voor een bekendere afsluiter als Daily Bread of Lucky Fonz III. Het zal een beginnersfoutje zijn geweest, want Welcome To The Village is over de gehele linie een geweldig nieuw festival voor Nederland. Om echter volgend jaar meer mensen te trekken uit het hele land, is het verstandig om eventueel de kaartprijs iets hoger te maken om zo meer publiekstrekkers te kunnen boeken. De bezoekers zijn door het ontbreken van bekende(re) namen dit jaar namelijk toch vooral gekomen voor de sfeer. Hierdoor speelden sommige bands voor weinig mensen en was er bijvoorbeeld tijdens Daily Bread bij vlagen meer aandacht was voor een ballonnengevecht, dan voor de muziek. Het zal de meeste festivalbezoekers overigens weinig kunnen schelen, want het evenement heeft de slogan “een plek waar je vooraf al heimwee naar hebt” volledig waar kunnen maken. Wij hebben heimwee naar 18, 19 en 20 juli 2014.

Smith-Westerns-Soft-Will

 

Nog niet zo lang geleden verraste het piepjonge Smith Westerns met een aanstekelijke plaat vol glamrock-invloeden (‘Dye It Blonde’ uit 2011). Tieners met meeslepende tienerproblemen, gegoten in een lekker vettig jaren ‘70 jasje. Zo kan het dus gebeuren dat het drietal uit Chicago, dat ooit debuteerde met onstuimige lo-fi niemandalletjes, de volle aandacht van het muziekjournaille op zich gevestigd ziet voor hun derde album ‘Soft Will’.

Bij eerste beluistering wordt al meteen duidelijk dat we met een totaal andere plaat te maken hebben dan zijn voorganger. De gitaren zijn een heel eind in volume en intensiteit teruggeschroefd en ook zanger Cullen Omori laat zich van een totaal andere kant zien: Die van de bedachtzame twintiger. Omori is de pathos voorbij, en schotelt ons hier een reeks afgemeten popliedjes voor die nergens verdrinken in Weltschmerz. Deze ingetogenheid is een volstrekt nieuw concept in het werk van Smith Westerns, maar voelt nergens geforceerd.

Geen purisme
De truc is om deze liedjes niet te overschatten. Verwacht van deze jongelingen (nog) geen diepgravende overpeinzingen of hemelstormende lyriek. ‘Soft Will’ is vooral een geslaagde poging in het creëren van een popalbum dat al te gemakkelijke vergelijkingen met soortgenoten overstijgt. Het idee om de jaren ’70 invloeden te verpakken in jaren ’80 synths is een geslaagde productionele greep, die tracks als afsluiter Varsity precies de juiste dosis eigen smoel meegeven. Het purisme dat bij veel retro-acts de kop opsteekt, staat niet hoog in het vaandel.

 

 

Je kunt als band prima je invloeden eer aandoen zonder je klakkeloos te conformeren aan andermans gedachtegoed. Smith Westerns doen er hun voordeel mee door een plaat te maken die muzikaal en thematisch luchtiger en ingetogener is dan voorheen, en daardoor des te beter te behappen. Dat ze daarbij hebben nagelaten om briljante singles als Weekend (van Dye It Blonde) in te blikken, is niet meer dan een klein smetje op het succes van deze plaat. Soft Will is een nieuwe piek in de ontwikkeling van deze jonge band. Daar gaan we nog veel plezier aan beleven, de komende jaren.

Jasper van der Put

 

 

 

Jagwar-Ma-Howlin

 

De grote deuren van de psychedelische en experimentele groove van Jagwar Ma openen zich langzaam als What Love de debuutplaat van de Australiërs opent. Terwijl je wordt verblindt door het schijnende licht dat er achter vandaan komt, glippen er steeds meer subtiele en spannende muzikale laagjes doorheen en trekken de sjofele beats steeds meer aan. Ondertussen kruipen oprichters Jono Ma en Gabriel Winterfield stiekem als insecten onder je huid, om je te infecteren met hun verslavende en onweerstaanbare nummers. Single The Throw is een uitstekend voorbeeld, de Madchester sound van de jaren negentig acid-house (denk Stone Roses/Happy Mondays) wordt door dit fascinerende duo op een spectaculaire manier in volle glorie herleeft.

Groove
De naald groeft zich door een partij scherpe synthesizers, schitterende harmonieën, rake gitaarpartijen en nog veel meer beats waar je je niet tegen kunt verzetten. De muziek kruipt door je hele lichaam, zoals het geval is op That Loneliness en Uncertainty, waar het onmogelijk is om niet gepast mee te grooven en ondertussen high te worden als je langs de psychedelische jaren zestig sound van Come Save Me komt. Voordat je weer volledig wakker wordt geschud op Four: een staaltje prog-house die het album doormidden breekt en met één knallende beat de basis vormt voor een hoop heerlijk freaky op- en afbouwtjes. Met Let Her Go wordt het tweede deel van de plaat plotseling geopend door een rammelige gitaar, luchtige vocalen en een lichtvoetige drumpartij.

Imaginair 
The Beatles schijnen hun licht op Man I Need, waarbij je rustig je ogen kunt sluiten, naar achterstevoren afgespeelde gitaren en fluitende vogels kunt luisteren en je fantasie volledig de loop kunt laten gaan. Al zwevend laat je de muzikale MDMA op je inwerken, waarbij je rustig down stream gaat met Did You Have To en vervolgens met zachte synths en gitaren ondergedompeld wordt in afsluiter Backwards Berlin. Deze plaat is grotendeels in de zon liggend en met de ogen dicht geschreven, waarbij je een volledig ervaring beleeft. Je gaat dingen zien en voelen als je je geest helemaal loskoppelt van je bewustzijn. Niet dat ‘Howlin’ anders een minder goede plaat is, want het is een meesterlijk en verslavend debuut.
Ricardo Jupijn

 

 

Torre Florim & Roos Rebergen - De Tweede Speeldoos - Artwork

 

Torre Florim van De Staat en Roos Rebergen van Roosbeef zijn opnieuw de samenwerking aangegaan met ‘De Tweede Speeldoos’, het vervolg op hun album ‘De Speeldoos’ uit 2009. Net als tijdens dat eerste project worden de muzikanten geïnspireerd door verstandelijk gehandicapten. Ditmaal deden ze interviews met verstandelijk gehandicapte acteurs, wat resulteert in zes prachtige nummers, met teksten die op een speelse manier geschreven zijn vanuit het perspectief van de acteurs.

Zo vertelt Discotheek het verhaal van de slechtziende John, die graag zijn eigen discotheek wil beginnen: “Ga je mee naar mijn discotheek/ ik zie misschien niet zo goed/ maar ik weet dat jij er alles aan doet/ dat ik de goede kant op dans”. Ook muzikaal zit deze ‘Tweede Speeldoos’ goed in elkaar. Het duo combineert op perfecte wijze de dansbaarheid van De Staat met de eigenzinnigheid van Roosbeef. Het Speeldoosproject is een sympathieke én spannende samenwerking, waarvan er nog vele mogen volgen.
Jelmer Luimstra

 

FIDLAR

FIDLAR is de nieuwste garagepunk-sensatie uit L.A. en omstreken. Wanneer je vlakbij de zee in een warm klimaat woont, zijn surf-invloeden nooit ver weg. Zet FIDLAR in het muzikale rijtje Wavves, No Age en Surfer Blood en niemand zal het met je oneens zijn.

Door Wessel van Hulssen

‘I! Drink! Cheap! Beer! So! What! Fuck! You!’ Het refrein van het openingsnummer knalt er qua tekst lekker in. En muzikaal knalt het nog harder. Bloed gaat sneller stromen wanneer deze plaat aanstaat. Het complete garagepunk-plaatje is aanwezig: hoog tempo, teksten worden bij vlagen geschreeuwd, het energieniveau ligt hoog. Heel hoog. Wie tijdens White On White stil kan blijven staan heeft een ijzeren inhoudingsvermogen dat een lintje verdient.

Daarnaast injecteert FIDLAR in hun garagepunk-knallers op z’n minst met een beetje, en soms heel veel: Pop. Pop met een hoofdletter. Luister tracks als Blackout Stout en Gimme Something er maar op na. FIDLAR levert met deze debuutplaat een album af waar de adrenaline vanaf spat en oren van gaan klapperen. En gebruik de tracklist gerust als boodschappenlijst voor het gaafste feest ooit. Succes gegarandeerd.

 

*In de nieuwste issue van The Daily Indie staat een uitgebreid interview met de band: check ‘m hier: http://thedailyindie.nl/thedailyindiemagazine/






UMO

Unknown Mortal Orchestra is het muzikale kindje van Ruban Nielson, oorspronkelijk uit Nieuw-Zeeland, nu woonachtig in Amerika. ‘II’ is de opvolger van het titelloze debuutalbum dat in 2011 verscheen, en zorgde voor een kleine hype rond UMO.

Door Lisa de Jongh

Er is op het nieuwe album een grote vooruitgang geboekt: ‘II’ klinkt ambitieuzer en inventiever, en is zelfs naast zijn rammelende voorganger redelijk geordend en ruimtelijk te noemen.Het vintage geluid van UMO en het denkbeeldige laagje stof waar de liedjes onder liggen, worden netjes afgewisseld met modern muziekspel; de gitaarpartijen van Nielson zijn fris en licht, de drums klinken ver op de achtergrond.Om maar wat referentiekaders te schetsen: denk Tame Impala zonder de effectenbakken, of Smith Westerns zonder de scherpe hooks. De tien nummers op ‘II’ blinken uit in minimalisme en eenvoud, zonder een moment te leeg te worden. In tegendeel: Nielson heeft de perfecte balans gevonden tussen ouderwets en modern (So Good At Being At Trouble), aanstekelijk (Swim and Sleep Like A Shark), traag (Monki), experiment (Dawn) en recht door zee (Faded In The Morning). Het geheel, kijkend naar de productie-skills van Nielson zelf, klinkt echter een tikkeltje dof. Afgezien daarvan, zeker een kanshebber voor de jaarlijstjes.

 

*Een interview met de band lees je in de nieuwe Issue van The Daily Indie

CD COVER AVANT LA LETTRE - IN MY TIME
Door Robin van Essel

Avant La Lettre’s debuutplaat ‘Belief’ zorgde begin vorig jaar voor de nodige aandacht. Dan ga je touren en van de faam genieten. Zo niet deze Amsterdammers. Sterker nog: twee leden van het eerste uur stapten op. Overgebleven bandleden Laurens Radstake, Martin Beusker en Titus Zeldenrust doken weer de studio in, met ‘In My Time’ als resultaat.

De opgedane ervaringen hebben Avant La Lettre duidelijk goed gedaan. ‘In My Time’ klinkt in alles gepolijster en beter overdacht dan zijn voorganger. Eerste single Peace Sign en nummers als Smoke Screen en In My Time laten gelaagde pop horen met een aangename, Coparckiaanse ongemakkelijkheid. Doorbraakpoging nummer twee.


 

MUM Cover

Vier jaar na het debuut staan bij de Utrechtse band Most Unpleasant Men de kenmerken zorgvuldigheid, beheersing en balans nog steeds hoog op de lijst van muzikale aandachtspunten. Wat niet betekent dat de band hetzelfde klinkt als voorheen, of dat deze kenmerken als truttig moeten worden opgevat. Samen met deze kenmerken, is een ander belangrijk aspect van de band gelukkig ook gebleven: melancholie.

Dat is de basis, het fundament van de band. Want de zelfgetitelde opvolger is een heerlijk diverse plaat geworden. Het is allemaal ritmischer, ’t bevat meer synthpartijen, is meer up-tempo, en schiet allerlei (prettige) kanten op. Van catchy nummers als Stairs en Everybody Does, naar meer vervreemdende nummers als It Ticks en Dead Cat tot het spannende Alibi en hoogtepunt Hole In The Ground. Waarmee het een plaat is geworden waarop Most Unpleasant Men laat zien waartoe zij in staat is. En dat is het maken van zeer sterke en diverse liedjes, die toch allemaal hun eigen plezante MUM-stijl bevatten.

 

 

 

otw-81-laura-mvula


De avond begint meteen goed in Paradiso, met de ontspannende gitaarliedjes en dito stem van Nick Mulvey .Hij schudt het ene prettig groovende gitaarliedje na het andere uit zijn mouw. Dit smaakt naar meer en dan moet het hoofdgerecht nog komen.

Door Mark Bink

En daar is ze dan, buiten adem van het traplopen. Het swingende Green Garden,  haar tweede single, opent de set. Vanaf het moment dat Mvula zingt, hang je aan haar lippen. Wat een warm en verfrissend stemgeluid. Moeilijk te geloven dat ze zelf niet zo onder de indruk is van haar stem, zoals ze The Guardian onlangs toevertrouwde. Het gaat van swingend naar ingetogen, zoals in het prachtige Father, Father, een liedje over vergeving. En van Mvula solo naar schitterende samenzang. Je hoort soul, jazz en gospel, maar wat je vooral hoort is een zangeres met een eigen geluid.

Elk nummer staat op zichzelf en Mvula weet op zelfverzekerde wijze haar liedjes de nodige zeggingskracht mee te geven. Je voelt dat het haar menens is en ondanks haar droge Britse humor, is het duidelijk dat ze haar muziek zeer serieus neemt. Je ziet de lol van het samenspelen, maar vooral ook de concentratie waarmee Mvula en haar bandleden hun geluid de zaal insturen. Dit zorgt voor ontroering, ook bij haar manager, die vlak voor de toegift nog even het podium op komt om zichtbaar geëmotioneerd zijn dankbaarheid te uiten aan het publiek.

Ze beschikt over een geweldige zeskoppige band, waarin haar zus (viool) en broer (cello) een rol spelen. De band speelt een korte set, slechts een opwarmertje voor een hopelijk uitgebreide tour naar aanleiding van Mvula’s debuut, dat in maart verschijnt. Alles klinkt even uitgebalanceerd en zuiver en na krap 45 minuten blijf je achter met een gevoel van dankbaarheid voor zoveel moois en honger naar meer. Veel meer.

In januari verschijnt het nieuwe album ‘Hummingbird’ van Local Natives, de opvolger van ‘Gorilla Manor’, het succesvolle debuutalbum uit 2009. Met nog geen tien optredens op zak sinds het nieuwe repertoire, is er sprake van een try out-optreden: kijken hoe de nieuwe nummers ontvangen worden en wat werkt in de setlist. De eer is vanavond aan een uitverkochte Bitterzoet.

Door Liske Steenbergen

En er worden veel nieuwe nummers gespeeld, om precies te zijn: acht. Het valt gelijk op dat ze heel anders zijn, er wordt meer  gebruik gemaakt van toetsen, er zijn geen continue voortstuwende drums en de nummers zijn soms zeer emotioneel beladen. Neem het nieuwe nummer Colombia, dat over de dood van de moeder van zanger Kelcey Ayer gaat. Het heeft een klassieke opbouw: van zacht naar hard met halverwege aanzwellende drums. Met wijd opengesperde mond lijkt Ayer vanuit zijn tenen te zingen. Wat een ongelooflijke stem en wat een beleving. Eén van de mooiste nummers van de nieuwe cd, een jammerlijke klaagzang.

Waar eerder de man met de snor Taylor Rice de frontman leek te zijn, neemt Kelcey Ayer vanavond het voortouw. Hij zingt maar liefst zeven nummers met Rice als tweede stem. Opvallend is ook dat de band niet meer zoveel van plek wisselt als voorheen. Leek het een paar jaar geleden nog op een stoelendans, vanavond heeft bijna iedereen vaste plek. Jammer, want dit maakte het altijd wel spannend. Gelukkig zijn de harmonische zanglijnen niet verdwenen en kunnen we nog vaak genieten van energieke en opzwepende drums.

Er worden in totaal nog vijf nummers van de eerste cd gespeeld. Aan het einde van de set wordt men nog even beloond met hits als World News, Airplanes en Sun Hands. Ze worden uit volle borst meegezongen en het is wachten tot dit ook met de nieuwe nummers zal gebeuren. Maar aangezien de heren al tot Kerstmis 2013 volgeboekt zijn, zullen we vast nog de kans krijgen aankomende zomer.