In de herfst, voor Sometimes I Sit And Think And Sometimes I Just Sit het levenslicht zag, speelde Courtney Barnett & band voor het laatst een Nederlandse clubshow. Enig hype ontbrak ook toen niet, maar in de twee daaropvolgende jaren raakte de carrière van de jongedame uit Melbourne pas écht in sneltreinvaart. De zoveelste vertakking van haar eindeloze tour brengt Barnett nu naar een tjokvol Paradiso. 

Zalen van het kaliber Paradiso zijn voor Courtney Barnett geen uitzondering meer. Een jaar geleden lag de vlaggenzwaaiende meute van Glastonbury reeds voor haar voeten toen ze de eerste middag van het festival mocht openen en in mei speelde ze bij The Tonight Show én de seizoensfinale van Saturday Night Live voor een miljoenenpubliek. Maar ook met ‘slechts’ 1500 paar ogen op haar gericht, komt Barnett met ongekende energie uit de startblokken. Uitgelaten popsongs Dead Fox, Scotty Says, Debbie Downer en An Illustration Of Loneliness (Sleepless In New York) worden één voor één in razend tempo de zaal in gekatapulteerd. Pas na bijna twintig minuten laat Barnett het gaspedaal een beetje vieren als galmende gitaren het trage maar explosieve Small Poppies inluiden. ‘An eye for an eye for an eye for an eye…’, schreeuwt de frontvrouw op het allerscherpst van haar stembanden. Die vurigheid slaat over op het publiek en het eerste hoogtepunt heeft Paradiso in de pocket. Barnett zingt en speelt vanavond overigens wel vaker buiten de lijntjes, zoals op wereldhit Pedestrian At Best, dat gesierd wordt door kunstmatige slordigheden, en Elevator Operator, dat nét iets sneller wordt gespeeld dan normaal. Het brengt vooral de band zelf een beetje van de wijs.

Courtney Barnett

Courtney Barnett

Courtney Barnett

 

Hoewel er officieel pas één studioplaat is verschenen, heeft de Australische slacker een flinke catalogus om uit te putten. Zowel oude songs, nieuwe songs en tussendoortjes als Grateful Dead-tribute New Speedway Boogie en het aandoenlijke Three Packs A Day vallen vanavond in de smaak. Er wordt even luidruchtig meegebruld met debuutsingle Avant Gardener (uit maart 2013!) als de meest recente single Nobody Really Cares If You Don’t Go To The Party, waarmee de korte toegift wordt afgesloten.

Zingen, schreeuwen en springen gaat Courtney Barnett ook vanavond uitstekend af, maar het duurt tot de toegift voor ze het aandurft om Paradiso – al giechelend – een uitgebreid dankwoord toe te spreken. Dat dankwoord is symbolisch voor de hele avond: Barnett & band spelen zelden foutloos en soms is het gitaarspel zelfs slordig te noemen. Het charisma en de energie die van het podium afstralen maken echter alles dubbel en dwars goed, want dit is Courtney Barnett en dit is hoe we haar het allerliefste zien. Bis, bis, bis!

Courtney Barnett

Courtney Barnett

Courtney Barnett

Courtney Barnett

Courtney Barnett

London Calling staat erom bekend dat er elk moment weer een nieuwe editie aangekondigd kan worden. Begin maart vond het nog plaats met onder andere Black Honey en Authobahn, en gisteravond was het weer raak. Slechts één avondje dit keer, maar een avond die volgestouwd staat met namen die er niet om liegen. Wij (Mabel Zwaan & Jelmer Luimstra), zagen onder andere Car Seat Headrest en Royal Headache!

Cullen Omori
Aan Cullen Omori (de frontman van wijlen Smith Westerns) de eer om deze mei-editie van London Calling te openen. En dit doet hij in stijl. Zijn lokje wappert speels heen en weer over zijn John Lennon-zonnebril terwijl een roze gitaar om zijn nek bungelt met een atmosfeer van nonchalance eromheen. Omori heeft de catchiness van zijn oude band meegenomen, maar heeft diens luchtige ondertoon en glampunch vervangen door melancholie. De lo-fi van zijn onlangs uitgebrachte album New Misery wordt door het net wat te harden geluid overstemd. Toch maakt dit de muziek niet minder aangenaam. Tussen verrukkelijke indiebangers (Cinnamon, Sour Silk, No Big Deal) in doet Omori shots, honkbalimpressies en brabbelende speeches tegen het publiek. “I hope you like it, and if you don’t… whatever.” Onze goedkeuring heeft hij. (MZ)

Cullen omori

Cullen Omori

cullen omori

 

Cub Sport

In november 2013 was deze Australische band al te vinden op London Calling. Toen waren het nog vier pubers met mierzoete popliedjes en Beyoncé-covers waar de bovenzaal op stond te springen. Nu is Cub Sport zowaar volwassen geworden en opent de band de grote zaal. De nummers over hondjes zijn vervangen door nummers over hartzeer, de H&M-vestjes zijn verruild voor legerprint. En waar frontman Tim Nelson toen niet achter z’n toetsen vandaan was te rammen, pakt hij nu vaak een gitaar op. De nummers zijn nog steeds ronduit lieflijk, maar met een serieuze onderlaag. Van suikerspinzoet naar zoetzuur. Maar de band blijft de onschuld zelve. Deze ultieme braafheid en dit ultieme binnen-de-lijntjes-kleuren blijft helaas niet zo lang spannend. Over drie jaar weer een kans. (MZ)

cub sport

cub sport

 

Car Seat Headrest
Car Seat Headrest a.k.a. Will Toledo is dé new indiekid on the block van 2016. Toledo rommelt al jaren met muziek, hij heeft zelf twaalf crappy kwaliteitalbums online gezet en nadat hij werd opgepikt door een label kwam er een compilatie uit. En daar was op 21 mei zijn eerste ‘echte’ album, Teens Of Denial, dat door iedereen de hemel in wordt geprezen. En terecht. Sinds zijn optreden op Le Guess Who? is het erg rap gegaan. Toen speelde hij in een volle EKKO, nu in een volle grote zaal van Paradiso. Hij begint het optreden in z’n eentje, breekbaar en intiem. Dit komt nog niet lekker over door het praatgrage London Calling-publiek. Maar zodra de band het podium betreedt lijkt iedereen om. De integere Toledo houdt intieme en uitbundige rock feilloos in balans, als eb en vloed die elkaar moeiteloos afwisselen, zonder dat het hem ook maar een druppel zweet lijkt te kosten. De show steekt door deze beheersing extreem sterk in elkaar. Car Seat Headrest scheurt via London Calling richting de ultieme doorbraak, en sluit zich zo aan bij de legendes die hem voorgingen. (MZ)

Car Seat Headrest

Car Seat Headrest

Car Seat Headrest

Car Seat Headrest

 

Royal Headache
Royal Headache bestormt het dampende Paradiso met als binnenkomer hun bekende single High. De band maakt zeer aanstekelijke punkrock, maar dan nét wat milder dan wat je je in de eerste instantie voorstelt bij het genre. De performance van frontman Shogun trekt eigenlijk meer de aandacht dan de muziek zelf: als een bezetene springt hij over het podium en horen we nummers als Carolina en Another World in een roes voorbij komen. Ondanks de verslavingsgevoelige songs, blijft Royal Headache vrij eentonig deze avond. Wat na het intense Car Seat Headrest eigenlijk nog meer opvalt. De gitarist lijkt enkel twee akkoorden te spelen, en de bassist en drummer volgen gehoorzaam, en durven niet uit hun ‘hokje’ te stappen. Als de band instrumenteel gezien wat meer uit zou pakken, in plaats van alleen zanger Law, zal de muziek vast een stuk beter overkomen. (JL)

Royal Headache

Royal Headache

Royal Headache

Royal Headache

Royal Headache

 

Dilly Dally
Na Royal Headache rent iedereen door naar de kleine zaal om zich te laten overdonderen door de freaky en harde sounds van Toronto’s nieuwste aanwinst: Dilly Dally. We zien een bassist met een afzichtelijk staartje, terwijl frontvrouw Katie Monks nog even muziek luistert door haar Hello Kitty-koptelefoon: een paar minuten rust voordat de storm begint. Dilly Dally speelt hard, vuig en Monks’ stem zou zo van een baby uit een horrorfilm kunnen zijn. Maar wat opvalt is dat de band, door alle harde geluiden heen (die ons doen denken aan Pixies en Sonic Youth) duidelijk gevoel heeft voor songwriting. Iets wat nogal eens ontbreekt bij de hardere bands. Het derde, wat langzamer nummer heeft een goede melodie en de high-pitch vocalen maken het alleen nog maar vetter. Dilly Dally is uniek, en een verfrissende band ten opzichte van vele andere bands in de scene. (JL)

Dilly Dally

Dilly Dally

Dilly Dally

Dilly Dally

Dilly Dally

 

Nog meer gezien! Canshaker Pi, Ulrika Spacek en Methyl Ethyl!

Ulrika Spacek

Ulrika Spacek

Ulrika Spacek

Ulrika Spacek

Methyl Ethyl

Methyl Ethyl

Canshaker Pi

Canshaker Pi

Ulrika Spacek

Ulrika Spacek

 

 

 

Op 30 april is het weer tijd voor Pinguins in Paradiso, het jaarlijkse minifestival ter ere van de verjaardag van onze vrienden van Pinguin Radio. De avond is tegelijk een crowdfunding, die is bedoeld om het station reclamevrij te houden.

Pinguin Radio zou natuurlijk Pinguin Radio niet zijn als de avond vooral om goede muziek draait. En de line-up liegt er niet om. Zo zijn er optredens van Gengahr (UK), Pretty Vicious (UK) en Shakey Graves (US). Ook Nederland is goed vertegenwoordigd, met My Baby, The Great Communicators, Bombay, Mala Vita en The Yukon Club. Er worden nog vier nieuwe namen aangekondigd komende week.

Luister hier The Daily Indie Radio van dinsdag 12 april terug:

 

 

De schade voor deze twaalf bands is vijftien euro. Tickets vind je hier. De vorige edities waren stijf uitverkocht, dus wacht niet te lang.

Of, nog beter, The Daily Indie mag 3 keer 2 kaarten weggeven! Winnen? Stuur een mail met daarin de reden waarom jij naar Pinguins in Paradiso wil, en met wie, naar robin@thedailyindie.nl.

Acht jaar na de debuutplaat van The Last Shadow Puppets mochten we vorige week eindelijk los op het vervolg: Everything You’ve Come To Expect. Bijbehorend gegeven is dat de band rond Alex Turner en Miles Kane, naast een gigantisch lange lijst festivals en Engelse clubshows, ook poptempel Paradiso aandoet. Het album werd matig ontvangen, dus het is de vraag of de band dit live goedmaakt.

Als de lichten in de grote zaal van Paradiso dimmen en het mini-orkest begint te spelen, is al één ding duidelijk: dit wordt een show met waarop niet alleen de geweldige arrangementen van de Puppets zelf te horen zijn, maar ook het orkest dat we op Everything You’ve Come to Expect horen. Calm Like You is een goed gekozen opener en wordt luidkeels meegezongen. Van dit moment wordt gebruik gemaakt en de band zet gelijk The Age Of The Understatement in.

Zowel Turner als Kane zet een puike show neer, maar beide heren verschillen toch veel van elkaar. Kane is opzwepend, energiek en komt redelijk jolig over, terwijl Turner qua houding tussen smooth en arrogant balanceert. Het duo laat constant zien dat ze er zin in hebben en hebben meerdere malen een onderonsje. Tijdens The Element Of Surprise staat Kane voor de strijkers, waar hij bijna het hele nummer blijft dansen. Turner moet lachen om wat er gebeurt en kan zelfs enkele zinnen niet uitspreken. Het is duidelijk dat de band meer op de achtergrond is, terwijl de frontmannen de hele show lang een groot toneelstuk opvoeren. De twee zijn constant met elkaar bezig, maar vinden toch momenten om het publiek op te zwepen en contact te zoeken met de mensen op het balkon.

Het hoogtepunt van de show is de solo van het nummer The Dream Synopsis, waarbij Turner op zijn knieën gaat zitten voor Kane, alsof ze een Romeo en Julia theaterstuk opvoerden. Heel overdreven en fantastisch om naar te kijken. Daarnaast speelt de band tijdens de encore een cover van I Want You (She’s So Heavy) van The Beatles. Het nummer wordt foutloos uitgevoerd en meegezongen door heel Paradiso.

The Last Shadow Puppets zet een theatrale en energieke liveshow neer en zoekt onverwacht veel contact met het publiek. De set bevat geen dieptepunten en de bekendste songs worden luidkeels meegeschreeuwd. ‘’We love you Amsterdam’’ zegt Turner. Deze liefde is vanavond uiteraard honderd procent wederzijds.

Een band die klinkt alsof Lana del Rey de frontvrouw is van een nineties-rockband met sterke surfinvloeden uit de jaren vijftig. Niet alleen op papier, ook uit de speaker klinkt dit als een sublieme mix. Giet er nog een beetje Joe Meek en Tarantino met Mazzy Star overheen en je hebt de gouden formule te pakken van Black Honey. De band uit Brighton gooit hoge ogen met zijn Britse garage en speelt vandaag op London Calling.

‘Rondtoerende bandavond’ Unknown Pleasures host de bovenzaal van Paradiso op de vrijdagnacht van London Calling, waar zij zal waken over bands als Autobahn (1:10 uur) en Black Honey (23:50 uur). Om binnen het thema te blijven: wat zijn de meest unknown pleasures van Black Honey-zangeres Izzy Baxter? “Ik hou van schilderen, tekenen en inkleuren”, vertelt ze. “Op het moment hou ik mij vooral bezig met het maken van inkttekeningen met een toffe kalligrafiepen. Al kan het soms wat lastig zijn om een pot inkt op tour mee te nemen.” Wat voor platen luisteren de bandleden in hun niet-voor-inkt-geschikte-en-schuddende-bandbus naar Amsterdam? “De nieuwe plaat Tell Me I’m Pretty? van Cage The Elephant. Een best of-compilatie van Lou Reed gaat op elke tour mee, onder meer omdat er een paar Velvet Underground-nummers op staan. Daarnaast zijn we gek op door de nieuwe track Hello Death van Johnny Lloyd. En uiteraard de nieuwe mixtape van Tommy (bassist, red.)! Er gaan geruchten dat het een soort spectaculaire mix is van Robbie Williams, Martha Reeves en Kraftwerk.”

Roberto Cavalli
Het ziet ernaar uit dat de band op volle oorlogssterkte in Paradiso aan zal treden. “Ik heb het gevoel dat we de laatste maanden na al het toeren zijn veranderd in een onstuitbare machine”, zegt Baxter enthousiast. De band is in ieder geval lekker op dreef na een bizarre show in Milaan. “Onlangs werden we gevraagd om te spelen op de Milan Fashion Week tijdens de show van Roberto Cavalli. We hadden geen idee dat de show en de catwalk om ons heen zouden worden gebouwd. Onze gezichten werden geprojecteerd op de muren en onze bandnaam stond met graffiti op elke muur gespoten. Het leek wel de Factory van Andy Warhol”, vertelt de zangeres. Laatstgenoemde setting en locatie sluiten naadloos aan bij de muziek van het viertal. “We plukken ideeën uit verschillende decennia en disciplines en proberen deze vervolgens om te zetten in klanken die filmisch, iconisch of ronduit betoverend klinken. Daarbij proberen we met ons artwork het gevoel van de muziek te versterken.”

It means everything
Vanaf het moment dat de eerste, gelijknamige EP van de band uitkwam in 2014, werd de band door talloze blogs opgepikt en gelanceerd in de muziekindustrie. De een na de andere show kreeg de band aangeboden en de festivals stonden in de rij. Het harde werk en de vele uren die de muzikanten in de band stoppen, lijken zich dan ook steeds meer uit te gaan betalen. “Het betekent alles voor ons. We hebben onze heel volwassen leven minimumloonbaantjes gehad en elke cent bij elkaar gespaard om plaatjes uit te brengen en op te kunnen nemen in Chris (gitarist red.) zijn slaapkamer. We proberen alles te doen om zo oprecht en zuiver mogelijke muziek te maken.”

Strolling down the canals
De laatste keer dat de muzikanten in Amsterdam waren, gingen de vier als pasgeboren hertjes met x-beentjes over de schaatsbaan voor het Rijksmuseum. Wat willen ze deze keer doen? “We zouden ditmaal graag het museum ín willen. Vorige keer hadden we geen geld en zijn we maar gaan schaatsen”, zegt Baxter. “Wandelingetjes langs de grachten en koffiedrinken doen we het liefste in de stad.”

Sweaty madness of The Honeys
Om volledig voorbereid het Black Honey-gedruis in te duiken vannacht, voelde de London Calling Times de zangeres nog even aan de tand door middel van een paar korte en snelle vragen. Welke band wil ze niet missen vanavond? “Absoluut Kid Wave, we kunnen niet wachten om hen eindelijk eens te zien spelen!” Hun grootste droom? “Om ooit de grote zaal van Paradiso uit te verkopen.” Vreemdste omschrijving van hun band? “Voordat we een persfoto hadden, werden we omschreven als een duo met synths. Wij dachten: huh?!” Wat doet de band over een paar jaar? “We nemen de wereld over en spelen daarna de eerste show op de maan!” Wat is het laatste nieuws rondom nieuw materiaal? “Binnen een paar maanden brengen we een nieuwe EP uit. Over ons debuutalbum kunnen we nog weinig vertellen, maar het zal het wachten waard zijn.” Waarom moet je vanavond vooraan staan? “The front row is the closest you can get to the chaos and sweaty madness of The Honeys.” Staat genoteerd!

Van een uitverkochte Paradiso bovenzaal naar een bekroning tot 3FM Serious Talent en van een debuutsingle naar een clubtour. Ja, het jaar 2016 begint goed voor de Haarlemse band The Yukon Club.  

Afgelopen zomer gaf ze plotseling één single uit, maar verder was er eigenlijk vrij weinig bekend. Een aantal weken geleden was het dan zo ver: de nieuwe EP presenteerde The Yukon Club in een uitverkochte Paradiso. De plaat begint uiteraard met huidige single ‘Absence’, die vergelijkbaar is met de sound van Alt-J. De zang doet direct denken aan dat van de zanger van Bombay Bicycle Club. Aansluitend laat de band de fijne wegdromer ‘Eye of Ra’ horen, die soms doet denken aan het geluid van The Acid. Daarna laat de band weer een nieuw nummer horen, ‘Synergy’, wat misschien weleens de tweede single zou kunnen worden. Als laatste sluit de band af met Sigward’s remix van het nummer ‘Absence’; Een vreemde afsluiter, maar misschien juist een bewuste keuze.

The Yukon Club laat voor een debuut-EP iets heel moois horen. De band haalt duidelijk inspiratie van bands met een apart geluid, en terecht. In Nederland ontbrak er misschien nog wel een band met zo’n dynamisch geluid als The Yukon Club. Jammer dat de band niet meer nieuwe liedjes laat horen.

 

 

 

 

 

Na de release van zijn tweede album ‘Perpetual Motion People’ is het hard gegaan met Ezra Furman. Samen met zijn band The Boy-Friends stond hij afgelopen zondag in een Kleine Zaal van Paradiso, die volgens de kleine Amerikaan zelf een stuk voller was dan zijn vorige bezoek aan Amsterdam, een jaar geleden.

Furman bestijgt het podium in een rode jurk, parelketting en lippenstift en zet het nummer Restless Year in. Hiermee grijpt hij de aandacht publiek en laat deze de gehele show niet meer los. Vrijwel alle nummers van de nieuwste plaat worden gespeeld en ook de hits van het vorige album ‘Day of The Dog’ komen voorbij. Publieksfavoriet My Zero wordt enthousiast ontvangen.

Halverwege de set speelt Furman zijn eigen unieke versie van Nirvana’s In Bloom, inclusief saxofoon-solo. Ook laat hij b-sides als The Prisoner en Caroline Jones de revue passeren. Terwijl de band even een pauze inlast merkt Furman op dat hij hopeloos verloren zou zijn zonder The Boy-Friends. Toch speelt hij het wat oudere Wild Rosemary, dat hij uitgebracht heeft met zijn vorige groep The Harpoons, solo.

Nog meer dan op zijn platen heeft Furmans stem enorm veel kracht en weet hij moeiteloos te schakelen tussen zijn herkenbare rock-‘n-rollsound, folk en geschreeuw dat niet bij een punkband zou misstaan. De charismatische en charmante zanger lijkt te barsten van het zelfvertrouwen en is zichtbaar aan het genieten van ieder moment op het podium. Met name saxofonist Tim Sandusky is enorm goed op Furman ingespeeld en staat geen moment stil. Regelmatig gaat hij ook het gesprek aan met het publiek tussen het stemmen van de instrumenten door.

Als de show er na een ruime anderhalf uur bijna opzit, geeft Furman het publiek tijdens het toegift mee dat ze zich vooral nooit wat aan moeten trekken van wat anderen van ze vinden of denken. Dit benadrukt hij door af te sluiten met Tell ‘Em All (To Go Hell), waarna hij breed glimlachend het podium verlaat. Deze zomer keren Ezra Furman en The Boy-Friends weer terug naar Nederland voor Best Kept Secret.

Als één Britse rockband zich de doorbraak van vorig jaar mag noemen, dan is het Wolf Alice. Deze Daily Indie-darlings hadden vanaf het begin al veel aandacht te pakken met de ‘Blush’ en ‘Creature Songs’ EP’s, maar na de release van debuutalbums ‘My Love Is Cool’ begon de zegetocht pas echt. Nog geen drie maanden geleden bleek Bitterzoet vele malen te klein. Gisteren was het viertal terug voor het grootste eigen optreden in Nederland tot nu toe: Paradiso. 

Uitverkocht is de avond niet, maar al bij voorprogramma Sundara Karma blijkt al snel dat het niet rustig zal blijven in de Grote Zaal. Wanneer de vier heren uit Reading aftikken met meest recente single A Young Understanding staan er al genoeg mensen voorin. Afsluiter Loveblood vormt een tweede hoogtepunt in een overall sterke, consistent en solide optreden. Goed geluid, goede songs, genoeg energie: strik er omheen en niks meer aan doen!

‘Amsterdam, what the fuck! Last time we played here it was for about 300 people!’  Het enthousiasme met een vleugje verbazing bij bassist Theo Ellis vat de bevlogenheid en energie van Wolf Alice op het podium goed samen. Met name gitarist Joff Oddie pakt alle momenten die er zijn om de voorste rijen op te zoeken, zijn gitaar alle kanten op te laten vliegen en daarmee Paradiso op te jutten. Dit lukt vooral goed bij de eerste drie à vijf meter aan publiek, die vanaf Bros (vanavond als derde track op de setlist) geen songs meer stil zullen staan.

De setlist, die naast nummers van ‘My Love Is Cool’ in totaal vier nummers van de eerder uitgebrachte EP’s bevat, is door het vele touren zo goed als perfect afgesteld. De beste nummers worden bewust verspreid over de avond gespeeld, en de rustige nummers worden precies zo geplaatst dat het er nooit meer dan twee achter elkaar zijn. Moaning Lisa Smile en Giant Peach bewijzen ook nu perfecte afsluiters te zijn van de reguliere set en het toegift.

De drie bewegingvolle meters vooraan zijn in een uur zeker verdubbeld. Wolf Alice heeft zich nadat de doorbraak een feit was ontpopt tot niet alleen een Daily Indie-darling, maar ook een lieveling van een publiek groot genoeg om Paradiso zo goed als uit te verkopen. Het zou zomaar kunnen dat ze bij een een succesvolle tweede plaat door kunnen stoten naar een hoger niveau. Als in Paradiso één ding duidelijk is geworden, is dat ze dat nog aan zouden kunnen ook.

Als de verwende Nederlanders die we zijn, kunnen we de keren dat de indierockers van The Maccabees ons land hebben aangedaan niet meer op twee handen tellen. De band blijft vermaken en weet het publiek met elk bezoek beter te bespelen. Na hun frisse en energieke set in de grootse Alpha op Lowlands is het tijd voor een knusse avond losgaan in de Grote Zaal van Paradiso.

Als de band na een spannend intro opkomt en gelijk hard inzet met de titeltrack van het nieuwe album ‘Marks To Prove It’ is meteen duidelijk: dit staat als een huis. Met het nummer Wall Of Arms laat de band daarna horen hoe breekbaar de muziek van Maccabees ook kan zijn. De energieke nummers waar de band om bekend staat, worden goed afgewisseld door een aantal rustige songs. Het beste voorbeeld hiervan: het moment dat de band na het breekbare en instrumentaal lege nummer Silence overgaat op X-Ray, een van de hardste en meest up-tempo nummers van de band.

Zanger Orlando Weeks komt niet over als een echte frontman. Naast een twijfelachtige ’thank you’ zit of staat hij niet op de praatstoel. Aan het eind zegt hij nog hoe geweldig het publiek is, beseffend hoe cliche dit klinkt: ”Ah, but you’ve heard that before!”. Gelukkig zijn de andere bandleden meer van de interactie met het publiek. Vooral gitarist Felix White heeft er veel plezier in om contact te maken met de mensen op het balkon en lijkt zelfs hele conversaties met ze te hebben.

Bij de encore loopt het optreden in eerste instantie uit op een kleine anticlimax. De band komt voor een korte, rustige toegift terug, terwijl dit veel beter kan. Gelukkig wordt dit snel goed gemaakt met de hits Toothpaste Kisses en Pelican, die natuurlijk al een lange tijd door alle fans worden gewaardeerd.

Ondanks een aantal kleine schoonheidsfoutjes verdedigen The Maccabees hun status als de indiekoningen die ze zijn goed in Paradiso en is het goed te zien dat de band er nog steeds veel plezier heeft en geniet van het optreden. 

Het verhaal van het Londense indiepopduo Oh Wonder is een bijzondere. Drie jaar geleden bezochten Josephine Vander Gucht en Anthony West het concert van Sigur Rós in de HMH, dit bleek het laatste puzzelstuk in de zoektocht naar hun eigen sound. Het bandconcept Oh Wonder werd geboren. Toen het muzikaal klikte tussen de twee muzikanten, besloten ze om elke maand een single uit te brengen. Nu ze dat al een jaar lang hebben gedaan zijn de singles – logischerwijs – samengevlochten tot een album.

Op het titelloze debuutalbum staan zwaar geproduceerde popliedjes met een licht elektronische invloed. Onlangs bekende het duo al veel naar James Blake te hebben geluisterd, dat hoor je dan ook zeker terug op deze plaat. Het is makkelijk luisteren naar het album. Misschien wel iets té makkelijk. Gaandeweg het zesde nummer van de plaat kom je erachter dat het qua opbouw van de liedjes allemaal wel erg op elkaar lijkt, ook in de teksten is weinig verdieping te vinden. Het sterkste nummer – Technicolour Beat bijvoorbeeld – begint met elektronische klanken die het hele nummer de boventoon zullen voeren, gevolgd door de piano van Vander Gucht en de steeds groter wordende elektronischere sound tegen het eind van de bekendste single.

Echt vernieuwend is Oh Wonder niet. De samenzang is weliswaar prettig, maar kent geen enkele variatie, de nootjes worden keurig binnen de lijntjes gezongen. De licht elektronische invalshoek is dan ook zeker welkom, dit zorgt ervoor dat debuutplaat ‘Oh Wonder’ zich nét onderscheidt van anderen. Dit alles neemt niet weg dat het gewoon fijne muziek is om naar te luisteren. Ook live, in bijvoorbeeld de nu al uitverkochte kleine zaal van Paradiso, zal dit gevoel overheersen.

Dit weekend was de Tolhuistuin door London Calling omgetoverd tot een gigantische Concerto sweet-sixtieth. De locatie is slechts een van de verschillen ten opzichte van de klassieke London Calling. Andere zijn de vele randactiviteiten, de diversiteit in muziek en het feit dat Nederlandse bands ook een podiumplek krijgen. Gelonkt door het lekkerste eten en de mooiste platen waanden wij ons ook op dag twee, wederom met fotograaf Willem Schalekamp aan onze zijde, een weg door de imponerende line-up.

Tobias Jesso Jr.
De dag had niet beter kunnen beginen: het zonnetje ontfermt zich over de tuin en de verschijning van Tobias Jesso Jr. op het podium doet velen in het publiek verheugen. Hij speelt zonder band en weet in zijn eentje een ontzettend sterke show neer te zetten. Zelfs als er iets mislukt (“I just fucked up the lyrics there but I’ll keep going”) is er niemand die het hem kwalijk neemt. Na de prachtige afsluiter How Could You Babe kan Jesso Jr. dan ook rekenen op het hardste applaus van het weekend.

Nothing But Thieves
Na de aandoenlijkheid van Jesso Jr. is het tijd voor wat ruigers. Londense indierockers Nothing But Thieves komen de Noordzaal even afbreken. Althans, dat lijkt hun missie na het spelen van de eerste paar tracks. Toch kakt de set dan even in en lijken ze het spoor bijster. Een poosje blijft het stil en zijn zowel het publiek als de band afwachtend. “We’re going to play a cover now”, waarna Immigrant Song van Led Zeppelin wordt ingezet en de Noordzaal toch nog daadwerkelijk even op zijn grondvesten staat te trillen.

LoneLady
De sfeer is de hele dag al gemoedelijk en dat lijkt bij de set van LoneLady niet te gaan veranderen. De Tuinzaal is verre van vol, maar het lijkt de band niet te interesseren. Deze desinteresse is meteen het kwaaltje van Julie Campbell en haar band. Muzikaal spelen ze een enorm strakke set, maar er komt geen enkele vorm van enthousiasme het podium af. Campbell kijkt af en toe stoïcijns de zaal in en de band doet het voorkomen alsof ze net op de bruiloft van je oom en tante hebben gespeeld. Een gemiste kans.

DMA’s
Deze jongens komen over als een bijeengeraapt zooitje die gewoon even een band wilde beginnen en na een hoop geruzie dan maar drie gitaristen in de bezetting opnam. Niets is minder waar. Ja, een terminatorbril, een word-art gitaarstrap en een hoop ninetiesclichés vullen het blikbeeld. Van gitarist één hebben we alleen de rug gezien, gitarist twee – nadat hij op een magische wijze ineens zijn terminatorbril af had gedaan – kijkt vooral intens het publiek in en gitarist drie zingt en gebaart op een ‘had je wat?!’ manier mee. Maar DMA’s bestaat uit aandoenlijke jongens die ontzettend veel plezier hebben in wat ze doen; goede muziek maken.

Best Coast
All the way from the west coast: Best Coast! Het duo onder de vocale begeleiding van Bethany Cosentino, tevens de ex van mister Wavves, lift in 2010 mee op diens succes. In de jaren na debuutplaat ‘Crazy For You’ is de muziek van het duo steeds zoeter, plakkeriger en gelikter geworden. Gelukkig is de band live nog net zo gruizig als bij de eerste ontmoeting. Best Coast kent alle ingrediënten voor een spannende show: onverwachte tempowisselingen, potentiële hitjes en een mooie chick in een bontjas. Toch blijft het deze avond bij ‘leuk’.

Heat
The Daily Indie was er weer vroeg bij, letterlijk dit keer. De soundcheck van de lastig te Googelen band Heat maakte al de belofte waar die ons met vergelijkingen als The Strokes en The Velvet Underground was gedaan. En toen we erachter kwamen dat Heat bij de befaamde Montreal-crew (die ook Mac DeMarco en TOPS telt) hoort, begon ons hart al helemaal sneller te kloppen. De show die volgt liegt er ook niet om. Heat bestaat uit energieke, modieuze, knappe knapen die ronduit verrukkelijke muziek maakt Dat allemaal begeleid door de zang van Susil Sharma die met zijn rauwe, slepende Kurt Vile- en Lou Reed-achtige stemgebruik garagerock een hoop leven inblaast.

OOK GEZIEN:

The Jacques

The Indien

Surf City

Stornoway

Eaves