Ook dit jaar staat de Rotterdamse binnenstad – en aanpalende creatief gevonden locaties – weer in het teken van Motel Mozaique. Ieder jaar wordt het festival zichtbaarder in de Maasstad, maar wat nooit verandert is de immer scherpe programmering. Een kolfje naar de hand van uw favoriete muziekmagazine. We doen dan ook trouw verslag van het festival, beginnende met de vrijdag.

Tekst  Robin van Essel

Foto’s Rudy Sablerolle

Het is nog vroeg, als de Londenaren van Virginia Wing aantreden in de niet-zo-heel-sfeervolle foyer van de Rotterdamse Schouwburg. De band trekt dat zich desondanks niet aan, met aardige psychy new wave als resultaat. Virginia Wing is een wat luchtigere versie van Savages, al is frontvrouw Alice Merida ook waarschijnlijk niet de vrolijkste van de klas. De band speelt zijn hooks helder, met duidelijk te onderscheiden gitaar- en synthlagen. Maar verder is Virginia Wing door de minimalistische performance en duistere sound waarschijnlijk stukken beter op zijn plek in een sfeervol, donker hol, laat op de avond.

Wat is het toch met Deense punkbands en Nederland? Yung komt weliswaar Aarhus in plaats van de Deense hoofdstad en speelt niet met de donkere wave van oud-labelgenoten Iceage en Holograms, maar juist behoorlijk authentieke ‘70s working class punk, inclusief gebalde vuist, rauwe stemmen en houthakkerhemden. Het schijnt dat de geluidsman van Rotown de band bij de soundcheck verzocht om alsjeblieft iets minder hard te spelen, maar ook tijdens Yungs optreden is het volume aanzienlijk. De band zijn eigen ruiten in door na elk nummer uitgebreid te stemmen, maar verder is Yung een alleszins vermakelijke opwarmer voor de rest van de avond.

De Belgen van BRNS (spreek uit: brains) timmeren in eigen land al goed aan de weg en het kan niet anders dan dat er meer dan een paar zielen zijn gewonnen, vanavond in zaal 1 van de Gouvernestraat. De band uit Brussel maakt het zichzelf niet makkelijk, met een complexe opstelling, vreemde instrumenten (waaronder een keyboard dat qua looks en sound het meest wegheeft van kinderspeelgoed) en veel instrumentenwissels. De catchy, percussiegedreven indierock met samenzang en -schreeuw van het vorig jaar verschenen album ‘Patine’ worden gespeeld met het plezier die een band als Local Natives ook zo charmant maakte. BRNS is een geweldige, in Nederland nog zwaar onderschatte band zoals je ze alleen op ‘MoMo’ of festivals als Le Guess Who? ziet.

Door het enthousiasme rond BRNS komen we weliswaar te laat bij TDI-darling Jessica Pratt, die met haar ingetogen, breekbare folky indie precies op haar plek is in de indrukwekkende Paradijskerk. Op Pratt’s karakteristieke stem en simpele gitaarbegeleiding na, kun je dan ook een speld horen vallen – mensen die weg willen, wachten netjes op het einde van een song voordat ze durven opstaan. De verlegen singer-songwriter is dankbaar en het zorgt voor een bijzondere sfeer. Nu is dat al snel, in een kerk die zelfs precies ruikt zoals een kerk moet ruiken, maar Pratt is hier wel echt spot on geprogrammeerd.

Omdat Ibeyi door een plots opkomende keelontsteking is geveld, gaan we naar Nimmo (voorheen Nimmo and the Gauntletts), een paar deuren verder in Rotown. Het blijkt een prima wake up call. Met elektrogitaren, afwisselende vocalen, goed getimede breaks en fijne beats, maar zonder te vervallen in platte houseclichés, is Nimmo een soort The XX-on-steroids. Of testosteron. Want met Sarah Nimmo en Reva Gauntlett heeft de Engelse band twee behoorlijk rabiaat, euh, feministische frontvrouwen, maar verder is Nimmo gewoon vooral feest. Dat tegen het einde de stemmen het een beetje beginnen te begeven, doet daar niks aan af. Rotown is dan al aan het dansen geslagen.

We kunnen lekker blijven staan voor The Districts, voorheen getipt als mustsee. De Amerikanen, onder leiding van Rob Grote, waren absolute favoriet op SXSW. En er moet worden gezegd: de band heeft die lekkere zuidelijke knauw van de oude Kings Of Leon, inclusief erg goede songs. Het probleem zit ‘em dan ook niet in de rootsrock ’n roll zelf. De performance van de band voelt gemaakt, een moetje, het enthousiasme gespeeld. Daarbij ligt het tempo laag, met iets te veel tergend trage songs achter elkaar. Het publiek is dan ook niet onder de indruk. Pas tegen het eind, bij de climax van Funeral Beds, voelt het optreden oprecht. Het redt de show van The Districts helaas niet van het credo ‘degelijk’.

Inmiddels is het na middernacht en het publiek in Rotown vertrekt naar huis of Weval, dat in Perron speelt. Een halflege zaal is niet de beste setting om met je lamme kop naar een stel opgefokte Engelsen te gaan kijken, maar het maakt Bad Breeding zelf niet zoveel uit. De band hanteert geen opbouw: het begin is al furieus en zo blijft het. Zanger Chris Dodd kronkelt krijsend over het podium, terwijl gitarist Matt Toll bovenop hem staat. Helaas komen door het oorverdovend volume de subtiliteiten, die toch echt wel in de inventieve hardcore punk van Bad Breeding te vinden zijn, aanvankelijk niet over. Maar het harde werken van de band redt het optreden. Bij het sluitstuk met singles Burn This Flag en Age Of Nothing zijn zanger en gitarist inmiddels verhuisd naar de zaal, tussen het publiek, en Rotown springt voorzichtig in de pit. We hadden een vollere, zweterigere zaal gewenst, maar al met al een indrukwekkend einde van een kwalitatief hoogstaande dag Motel Mozaique.

Zondagavond kwam Chad Ubovich eindelijk met zijn band Meatbodies naar Europa! Na zijn heerlijke debuut van vorig jaar, kwam de gitarist naast Doornroosje in Nijmegen en Where The Wild Things Are. De muzikant, voorheen o.a. werkzaam bij Ty Segall, Mikal Cronin en FUZZ, kwam naar Amsterdam om de Bitterzoet te laten ontploffen. Een puik concert, dat nog wel bijna overschaduwd werd door de Londenaren van supportact Arrows Of Love, die de zaal in vuur en vlam zetten. De foto’s zijn gemaakt door Rudy Sablerolle. Enjoy! 

Arrows Of Love




Meatbodies




Een videosessie, een interview en zelfs het stralende middelpunt van onze nieuwste TDI MAG! Ja, wij houden wel van All We Are. En zij van ons, blijkt! Zo was de band een jaar geleden in Nederland als de supportact van London Grammar in de HMH en was All We Are de eerste maand van 2015 nog op visite in het prachtige Groningen tijdens Eurosonic/Noorderslag. Volgende week is de band er weer! In het Amsterdamse Paradiso dit keer. 

Mocht je het je afvragen: ja, natuurlijk kun je daar nog bij zijn! Wij mogen namelijk 2×2 kaarten weggeven voor de gig. Mail je naam en motivatie naar prijsvraag@thedailyindie.nl en met een beetje geluk sta jij op 6 maart te dansen op de prachtige muziek van All We Are! De winnaars krijgen uiterlijk 5 maart een bericht van ons.

Om alvast in de mood te komen, bekijk de sessie die wij met de band opnamen hieronder!

 

Gisteravond kwam Peace met hun nieuwe plaat ‘Happy People’ naar Amsterdam om de Bitterzoet eens flink te laten dansen. De Britten hadden er duidelijk heel veel zin en lieten met hun enthousiasme de heupen van het publiek flink tekeer gaan. Als klap op de vuurpijl speelde band zelfs nog vier nummers als toegift en lieten ze het Amsterdamse publiek alsnog smachten naar meer. Fotograaf Rudy Sablerolle was erbij en schoot de volgende platen!

 

Peace

De band uit Portland, die dit jaar het zeer geslaagde album ‘Bazaar‘ uitbracht, stond afgelopen week weer eens op Nederlandse planken. Ditmaal was de V11 te Rotterdam aan de beurt voor Wampire en vertrok fotograaf Rudy Sablerolle naar Rotterdam om de band vast te leggen, fe foto’s zie je hieronder! Volgende week zondag (14 december) speelt de band ook in Paradiso, waar The Daily Indie een DJ-set rond het concert zal geven! Je hebt dus nog een fijne herkansing als je niet geweest bent!

Op een reguliere maandagavond scheurde Ty Segall afgelopen week Paradiso compleet door tweeën met zijn mini-All-Star-Band. Na een wat moeizame start met slecht afgesteld geluid en rommelig gespeelde nummers ging het halverwege compleet los. De ene helft van het publiek was aan het crowdsurfen op de andere helft v/h publiek en het feest was compleet toen Ty er zelf ook nog even indook. The Daily Indie was erbij en legde het allemaal vast, check hieronder de foto’s van Rudy Sablerolle!

Ty Segall












16 ORGAANKLAP 090514∏DennisWisse

 

Fotograaf Dennis Wisse ging op 9 mei naar de release-show van Orgaanklap in Winston Kingdom in Amsterdam waar Dr. DUVAL als support diende. De zeer spectaculaire foto’s van een wilde en woeste avond zie je hieronder! Enjoy!

 

 

 

2014 Coachella Valley Music And Arts Festival - Weekend 2 - Day 1

 

Ho eens! We hebben regelmatig leuke prijsvragen, maar deze is toch wel heel erg lekker. De Australische boys van Jagwar Ma komen zondag 18 mei naar Paradiso en The Daily Indie mag kaartjes weggeven! Oh yeah!

 

WINNEN
De Madchester sound op album ‘Howlin’ is ongeëvenaard en stond bij een aantal redactieleden bovenaan de lijst van beste albums van 2013. En terecht, want de aanstekelijke muziek van van de band is extravagant lekker! Maar goed, genoeg geklets voor nu, want hoe win je die kaarten?! Simpel, stuur een kort en leuk mailtje naar prijsvraag@thedailyindie.nl en wie weet groove je zondag op de soepele beats van Jagwar Ma!

 

De winnaars krijgen op uiterlijk zaterdag 17 mei bericht!

 

 

london calling

 

Daily Indie-schrijvers Ronald van Berkel en Yoram van Hees trekken op 9 & 10 mei naar Paradiso om verslag te doen van de eerste London Calling van 2014. Het duo doet allerlei ontdekkingen, waarvan je die van de eerste dag hier kunt lezen! Het verslag van de tweede dag vind je hieronder, waarbij de foto’s wederom afkomstig zijn van Remco Brinkhuis. Enjoy!

 

Dag twee van London Calling begint vroeg. Zo vroeg zelfs dat sommige mensen nog liggen te slapen. Matthew Daniel Siskin komt de kleine zaal namelijk ingesnelt in een versgekreukt pak en met de semi-akoestische gitaar in de hand. Hij verontschuldigt zich voor zijn chaotische opkomst want tot vijf minuten geleden lag hij nog te slapen. Met zijn warrige haar, gekreukte colbert en innemende voorkomen steekt de veelgemaakte vergelijking met Bob Dylan de kop op. Gelukkig weet hij dit zelf ook en om het commentaar maar voor te zijn, doet hij tussen neus en lippen door een kleine imitatie van zijn grote voorganger. Ook hij maakt gebruik van een pseudoniem, want waar Siskin in real life een behoorlijk succesvol, New Yorks marketingmannetje is, schreef hij onder de naam Gambles een intens ontroerend album (‘Trust’) over het verlies van een ongeboren kind en de vernietiging die het verdriet daarover met zich meebrengt. Zwaar? Absoluut, maar Siskin laat tussen de nummers door gelukkig wel de gesjeesde yup zien en weet er voor te zorgen de boel met zijn vlotte babbel aan elkaar te lijmen. Het leeuwendeel van het publiek is echter nog niet helemaal klaar voor het festival en Siskin verspilt de sfeer van zijn eigen optreden een beetje door steeds te vervallen in licht geïrriteerde opmerkingen over het gebabbel achter in de zaal. (YvH)

 

Aan Telegram de eer om de grote zaal op de zaterdag te openen. De vier heren uit Londen en Caerphilly komen lichtelijk nonchalant op en rommelen nog wat met hun instrumenten. Frontman Matt Saunders heet ons welkom met een dikke tongval besmeerde “Hello. Hello. We’re Telegram” en vanaf dat moment is het 35 minuten lang rocken geblazen. Telegram zwaait van shoegaze naar krautrock en dan weer naar psychedelica en dat alles met een vette flanger op de gitaar van Matt Wood en een dikke chorus op de zang van Matt Saunders. Ook in de ritmesectie gaat het voor de wind. Bassist Oli Paget-Moon (die soms doet denken aan Joey Ramone) en drummer Jordan Cook lijsten de gitarenmuren van Saunders en Wood perfect in. Cook is trouwens fantastisch om naar te kijken. De diameter van de Brit zijn polsen is haast gelijk aan die van zijn drumstokken, maar wat komt een kracht uit dat fragile lichaam. Hoogtepunten zijn Under The Night Time, Follow en het twee maanden geleden uitgebrachte Rule Number One.

We begrepen van Paradiso ingewijden dat ze weer snel weg moesten, dus vandaar deze vroege speelpositie voor een band die de zaal kapot had gespeeld als ze iets later op de affiche stonden. Hoe dan ook, Telegram maakt alle verwachtingen meer dan waar. Met deze band zit het helemaal snor (pun intended). (RvB)

 

 

Telegram

Telegram

 

 

Mocht je je ergeren aan de theatrale rocksterposes van Telegram, dan is er voor jou The Bohicas. Gewone gasten uit Noord-Engeland, benaderbaar, down to earth, ja ook wel een leren jackie aan. Oh, en ook is dit (samen met Telegram) de meest typische London-Calling-hitband van deze festivaleditie. The Bohicas klinkt opzwepend en opwindend. Alsof de Arctic Monkeys van nu hun songs schrijven met de energie van de Arctic Monkeys van eerst. Vanaf de eerste noot wordt het gaspedaal vol ingedrukt, heerlijk smerige gitaarsolo’s worden eruit geperst en nergens gaat de energie ook maar even omlaag. In tegenstelling tot Telegram is wel ieder nummer een schot in de roos; stuk voor stuk festivalstampers voor de komende maanden. (YvH)

 

 

Een set openen met je eerste en meest succesvolle single? Childhood is niet bang en doet het gewoon met Blue Velvet. Deze strategische keuze is wel link in de zin dat na zo’n groot wapenfeit de rest ook nog wel moet blijven boeien. Childhood is druk bezig geweest met het opnemen van hun debuutalbum, dat deze zomer ergens uit moet komen, en is vast besloten om ons er van te overtuigen dat hun nieuwe nummers net zo goed zijn als eerder werk uit 2010. We wisten al dat Chilhood goed was in dromerige surf pop, waarbij de verslavende melodieën je om de oren vliegen. Deze lijn is adequaat doorgezet met nummers als Falls Away, waarin weer zo’n sterk muzikaal thema zit en waarin heerlijk repetitief wordt gegrooved door drummer Chris O’Driscoll. Of Pinballs, een zes minuten durend epos dat ergens zweeft tussen surf en shoegaze en waarbinnen zes keer op de gekste plekken van tempo wordt verwisseld. Door dit soort trucjes blijft Childhood verrassen en komt het live ook goed uit de verf. (RvB)

 

 

Childhood

Childhood

 

 

Desperate Journalist op het podium van de kleine zaal doet denken aan de jaren tachtig. Zangeres Jo Bevan met kort blond haar en opgeknoopte blouse, bassist Simon Drowner met zwarte oogschaduw en blazer inclusief een paar oude punk-buttons, gitarist Rob Hardly compleet in het zwart en drumster Caz Hellbent in een blauw-wit gestipte polka dress. Ook muzikaal past dit goed in het einde van de jaren tachtig. Het werk van Desperate Journalist is muzikaal niet bijzonder ingewikkeld, maar is door de vele scherpe randjes, een flinke bak pit en het hoekige drumspel van Hellbent wel bijzonder interessant. Drowner staart het hele optreden – de reus die hij is – onafgebroken de zaal in, Hardly laat zien waar de term shoegaze vandaan komt en Bevan is de ideale frontvrouw. Ze zingt alsof haar leven ervan af hangt, maar schiet nergens uit de bocht. Tussen beukplaten Chrisina, Kitten en Organ zoekt Desperate Journalist even de rust op in de vorm van Wait. Bevan zingt bijna het hele nummer met haar ogen dicht en de verleiding is groot om niet hetzelfde te doen; even onszelf laten hypnotiseren. “We all make mistakes”, verkondigt Bevan dan in afsluiter Mistakes, maar wat ons betreft is Desperate Journalist de uitzondering op de regel. (RvB)

 

 

03 - Desperate Journalist

 

 

Samen met Jungle gisteren is de grootste naam van deze editie van London Calling waarschijnlijk wel Royal Blood. Dat niet alleen, het is ook de hardste band van het festival. Drummer Ben Thatcher en zanger/bassist Mike Kerr zijn maar met z’n tweeën, maar maken herrie voor tien. Sinds het optreden van Blood Red Shoes in de kleine zaal is een duo hier niet meer zo’n meedogenloos vette bak herrie over het publiek uitgestort. Waar Kerr’s stem nogal eens te wensen overlaat in de eerder uitgebrachte nummers, wordt dit live volkomen gecompenseerd door de moddervette sound van dit tweekoppig monster. Kerr wurgt liefkozend allerlei gitaarakkoorden én baspartijen uit zijn basgitaar en met bij ieder contact tussen drumstok en –vel lijkt Paradiso op zijn grondvesten te schudden. Royal Blood biedt even een luid momentje om je oergevoelens te uiten. De fysiotherapeut gaat het morgen druk krijgen met alle nekklachten. (YvH)

 

 

Solids

Solids

 

 

Is Solids dan de Royal Blood van de toekomst? Of misschien de nieuwe Japandroids of Death From Above 1979? Dit Canadese duo speelt namelijk ook een gruizig potje noiserock, maar waar Royal Blood zwaar leunt op blues en groove, ontbreekt het bij Solids aan dynamiek. Misschien is het publiek verwend of simpelweg murw gebeukt, maar Solids weet op een tijdstip dat de meeste mensen wel te porren zijn voor een feestje, de kleine zaal haast leeg te spelen. Iets wat The Fat White Family doet in de grote zaal. Zij hebben de twijfelachtige eer om het livegebeuren hier af te sluiten, maar een gedeelte van het publiek dat lijkt te zijn gekomen voor de afterparty, kan overduidelijk niks met de muziek van deze jongens. Het is psychedelische punk met Horror-orgeltjes en western elementen. Schreeuwerig en lelijk. En heerlijk. Het is altijd fijn om nieuwe bands te zien die de missie van Sex Pistols voortzetten: verschillende nummers lijken een variatie op ‘Boredom’, maar vooral de presentatie van halfnaakt over het podium paraderende straatschoffies is een lust voor het oog. Het zal hun dus ook in de laatste plaats een rotzorg wezen dat Shaniqa en haar vriendinnen niks met de muziek kunnen. (YvH)

 

Fat White Family

Fat White Family

20JohnCoffey230414TV©DennisWisse

 

The Daily Indie is een Utrechts platform en de opening van nieuwe Tivoli-zaal is dan ook iets waar we niet alleen bij willen en moeten zijn, maar die we ook graag van alle kanten vast willen leggen. Niet één, maar liefst twee fotografen van The Daily Indie waren aanwezig. Bij deze de knalharde en heerlijke foto’s van Dennis Wisse. Enjoy!

 

 

Knalland

 

Mister And Mississippi

 

 

 

John Coffey

 

foto 4

 

Een deel van The Daily Indie crew begeeft zich dit paasweekend in Berlijn en loopt op 18 april plots tegen een show van Cold Acid en Drenge aan. En zo’n affiche in de trashy Comet Club kunnen wij natuurlijk niet laten schieten! Compleet zonder echte fotograaf besluit ondergetekende een spontaan verslag te schrijven van een heel fijne en dampende avond in Oost-Berlijn. 

 

COLD ACID
Duitse bands laten zich niet zoveel zien over de grens, maar ze blijken er toch echt wel te zijn, zo ook in elektro-stad Berlijn. Zonder voorkennis bij uw verslaggever trapt Cold Acid de avond met stevige, walsende en stuwende rock. Scherpe riffs die tegen de rauwe muren van dit Kreuzbergse podium aanschuren. In de hoek van Black Rebel Motorcycle Club en ook een band als Drenge combineert de band een schurende sound met aanstekelijke vocalen lijnen en strakke drums. De bassist speelt furieus en legt al het riff-geweld op een gestroomlijnde ondergrond die de hele show stand blijft staan. De backbeat wordt zorgvuldig ingezet en stuurt de energie van Cold Acid in de juiste richtingen. Hoog tijd om een keertje onze grens over te komen!

 

 

 

DRENGE
Maar goed, dan is er Drenge. En de twee broers klappen niet geheel zorgvuldig over de Duitsers heen. Vanaf punt één is het raak en staat de band direct op scherp. Het tempo is hoog stuiterbaar, de gitaren van Eoin Loveless hard als de Berlijnse muur en  de drumpartijen van Rory duiken van de ene in de andere fill. Drenge is naar Berlijn gekomen om de boel te slopen en doet dat zonder blikken of blozen. Zo nu en dan is er ruimte voor iets meer rust en geeft het duo hun set wat lucht. Voor de rest kan er telkens rustig door worden gegaan met de pit  en komt de band midden in de set tot een aantal hoogtepunten met Bloodsport en Face Like A Skull!. Het volume gaat in de Comet Club wel een stapje harder dan een gemiddeld Nederlands podium, waardoor de dynamiek wel eens verloren wil gaan in al het beukende geweld. Toch krijgen we waar we voor gekomen zijn en dat is een potje onvervalste rock waarvan de piep nu nog in onze oren zit (wat niet helemaal de bedoeling was, maar toch).