lorelle meets the obsolete interview

 

Via het Liverpool Psych Fest kwamen we achter dit Mexicaanse pareltje. Het uit Guadalajara afkomstige duo, Lorena en Alberto, bracht eerder dit jaar de plaat ‘Corruptible Faces’ uit en heeft een nieuwe plaat opgenomen die op 17 februari 2014 zal verschijnen. Lorelle Meets The Obsolete: even voorstellen!

 

Voor ons Nederlanders: hoe is Guadalajara? Hoe is de muziekscene in die stad?

Alberto: “Het eten is fantastisch, er zijn veel toffe plekken om te bezoeken en het weer in de herfst is heerlijk. Over de muziek, er zijn goede bands en zo, maar ik merk een gebrek aan ‘community’. Plus het feit dat de goede venues er allemaal niet meer zijn en huisconcerten niet plaatsvinden, dus er is niet echt een ‘muzikale scene’ in de ideale definitie.”

 

Hoe zijn jullie terechtgekomen in deze scene? 

Lorena: “Nou, in Mexico was psych rock a huge deal tijdens de laten jaren zestig en begin jaren zeventig. Mijn ouders luisterde naar lokale psych-bands als Los Spiders en La Pachada De Piedra en naar bands als The Beatles en The Stones.”

Alberto: “Ik kwam via mijn familie aan Hendrix, The Doors en The Beatles en mijn moeder vertelde verhalen over de psych-bands van Mexico City tijdens de jaren zeventig. Op de middelbare school kwam een vriend van mij met Mogwai en vanuit daar kwam ik bij onder andere Spacemen 3, My Bloody Valentine, 13th Floor Elevators.”

 

 

 

 

Welke artiesten hebben jullie geïnspireerd om een instrument te gaan spelen en in bands te gaan spelen?

Lorena: “The Cure en Ira Kaplan.”

Alberto: “The Edge en Mogwai.”

 

Wat voor ideeën hadden jullie bij het oprichten van de band?

Lorena: “Ik wilde gewoon wat nummers opnemen die ik had liggen. Beto heeft mij daarbij geholpen en kwam ook met een paar eigen nummers. Pas na het kwamen we op het idee om echt een band te starten.”

Alberto: “Voor mij waren die opnames het perfecte excuus om te experimenteren en puur te doen wat ik wilde. Met Lorena is dat fantastisch, als ik een snare drum door een gitaarversterker wilde laten gaan, dan vond ze dat helemaal prima.”

 

Jullie wonen nu in Ensenada op het moment, vlakbij San Diego, wat was de reden om daar te gaan wonen?

Alberto: “We wilden graag ergens wonen waarmee we vaker in de VS konden spelen en Ensenada is maar een uurtje naar Californië.”

 

Wat vind je het tofst aan de muziek die jullie maken?

Lorena: “Dat het echt elke kant op kan gaan.”

 

Wat móéten we moeten over LMTO?

Lorena: “We houden niet van VICE.”

 

 

 

 

Wat is het beste aan het spelen in jullie band?

Lorena: “Dat ik kan spelen en reizen met Alberto, de man die ik het meest bewonder en respecteer.”

Alberto: “Voor mij geldt hetzelfde!”

 

 

Hebben jullie nog goede muziektips voor ons?

Alberto: “’Dune Worship’ van White Manna, ‘Dromes’ van Younghusband, ‘No Curtains’ van Dahga Bloom en ‘Psychic Surgery’ van bloodbirds.”

Lorena: “’Always Even’ van Carlton Melton, ‘Thirteen Nights’ van Dreamsalon, ‘I Hear A New World’ van Joe Meek.”

The Spyrals is een band uit San Francisco zoals we ze graag hebben: een goede dosis garage en psych, rockend als een malle, met beresterke nummers, een strakke sound en de krachtige en eigenzinnige stem van zanger/gitarist Jeff Lewis die het helemaal afmaakt. We spreken hem over The Spyrals en die voortreffelijke tweede plaat, genaamd ‘Out Of Sight’.

 

Zo, wat ben je allemaal aan het doen Jeff?
“Ik probeer mijn nieuwe hond te laten stoppen met blaffen en urineren op mijn vloer.”

 

Kun je ons iets vertellen over The Spyrals en haar historie?
“De band is ongeveer een jaar of vier bezig. De line-up is wel altijd wisselend geweest, op een gegeven moment hadden we vijf bandleden, waarbij we de laatste twee jaar met ze drieën zijn. De band lijkt altijd in een staat van verandering te zijn, zodra het comfortabel wordt veranderen er weer allerlei dingen.”

 

Was die vermindering in bandleden iets dat nodig was?
“De band is wel veel meer bij elkaar gekomen toen we een drietal werden. Het maakt de processen makkelijker om nieuwe nummers te schrijven.”

 

Wat is het beste aan het spelen in The Spyrals?
“Muziek maken met goede muzikanten en vrienden.”

 

Wat voor albums staan er zoal in jouw platenkast?
“Het is niet de grootste collectie, maar er is een goede variatie aan classic rock, blues, country, garage en reggae. Ik heb vooral een hoop oudere platen die ik goedkoop heb kunnen kopen, maar ik koop wel steeds meer hedendaagse releases. Het is gewoon duurder om nieuw vinyl te kopen.”

 

Wat was de grootste motivatie achter het beginnen van The Spyrals?
“Uiteraard om veel geld te gaan verdienen, maar dat is nog steeds niet gebeurd, man…”

 

Wat móeten we weten over jullie?
“Je hoeft niet zoveel te weten. Luister naar de muziek en kijk of je het tof vindt.”

 

Wat vind je het meest leuke aan de muziek die je maakt?
“Het is een levend wezen. Het kan veranderen als je dat wil.”

 

Wat inspireert je op dit moment?
“Wat me nu inspireert zijn opties en de toekomst. Waar we naartoe gaan en hoe het zal klinken.”

 

 

 

 

Wat is het allerbeste aan het wonen aan de westkust?
“De oceaan en het weer.”

 

Heeft het rijke muziekklimaat van San Francisco veel invloed op je?
“Dat durf ik niet te zeggen. Ik ben in en om San Francisco opgegroeid en ik kan daar niet echt omheen. Mijn familie is verbonden aan dit gebied en mijn ouders hebben echt fantastische bands gezien in de jaren zestig en zeventig. Dus ik denk wel dat de historie van de muziek via hen een effect op mij heeft uiteindelijk.”

 

Wat is de beste manier om naar jullie muziek te luisteren?
“Als het maar niet niet op computerspeakers is! Het is best zielig dat veel mensen tegenwoordig zo muziek luisteren.”

 

Heb je nog tips voor andere bands uit SF of LA waar we echt naar moeten luisteren?
“Burnt Ones en Cool Ghouls uit San Francisco zijn echt te gek. Jesus Sons uit LA komen volgend jaar met een album, daar zit onze vorige bassist in. En Froth uit LA is erg tof.”

 

Is er nog iets dat je wilt delen?
“Ik ben vandaag door een hond gebeten en ik verander daardoor misschien wel in een weerwolf.”

 

Nog meer interviews lezen? Check dan ons gratis te downloaden magazine!

 

 

 

 

Temple Songs uit Manchester is een band die je zeker wilt leren kennen. Een band met één van de beste nummers van 2013 op haar naam, en in Engeland goed voor een kleine buzz met hun verroeste riffs, verleidelijke melodieën, stuiterende drums en verkreukelde zang. We spreken geestesvader Jolan Lewis.

Wat zijn jullie allemaal aan het doen?
“We hebben net drumtakes opgenomen voor een EP waarmee we bezig zijn. En ik ga wat exemplaren oppikken van ons net uitgebrachte plaatje.”

Kun je ons iets vertellen over de band Temple Songs?
“Iedereen speelt al sinds zijn zestiende in allerlei bandjes. Eerst punk, vervolgens noise en toen psychedelische muziek. Ik verveelde me nogal met allemuziek die ik maakte, dus ik ben naar Parijs gegaan en maakte daar veel muziek. Toen ging ik terug naar Manchester om een band te vormen en gingen we van dreampop naar garage-pop en wat het nu is.”

Wat móéten we weten over jullie?
“Dat weet ik zelf nog niet eens.”

Hebben jullie veel overeenkomsten qua muzikale smaak?
“We kwamen er al snel achter dat we exact dezelfde muzieksmaak hadden. We houden van bands als Captain Beefheart, CAN, Ween, Velvet Underground, Robert Wyatt, Pavement, Boredoms etc.”

 

 

Wat zijn drie non-muzikale inspiraties voor jullie muziek?
“Seinfeld, eten en 2001.”

Wat kunnen luisteraars verwachten als ze jullie gaan luisteren?
“Iets tussen punk en garage, maar met Beatlesque popdingetjes. Ik wil geen popnummers schrijven, het liefst gooi ik ze altijd direct weg als het erop lijkt. Maar soms vind ik pop het mooiste van de hele wereld en soms haat ik het meer dan alles wat er bestaat. Daar ergens tussenin.”

Hoe moeten we jullie vooral niet omschrijven?
“Psychedelisch. Ugh. Er is zoveel muziek dat zo genoemd wordt tegenwoordig, ik vind het gênant.”

Heeft de stad effect op je muziek?
“Manchester zeker. Niet in termen van weer of architectuur, maar de muziek. En dan niet alleen de bekende muziek uit Manchester, want dat is niet meer boeiend. Wat er nu gebeurt is veel toffer. Het is de eerste keer sinds begin jaren ’70 dat Manchester haar geschiedenis compleet van zich af heeft geworpen en opnieuw is begonnen.

 

 

Kun je iets vertellen over de manier waarop  je muziek opneemt?
“Ik verzamel al sinds mijn vijftiende goedkope apparatuur, dus we hebben geen goede spullen of zo. Maar ik weet hoe ik ze moet gebruiken. Ik heb één duur apparaat, een TEAC A3340S, maar het kabeltje daarvan is kapot en ik heb geen geld voor een nieuwe… Maar ik heb mezelf aangeleerd om goed klinkende lo-fi te maken. Denk ik dan. Het is in ieder geval beter dan slecht klinkende hi-fi. Ach, het is allemaal toch maar subjectief.”

Wat zijn de ingrediënten voor een goed Temple Songs nummer?
“Million-dollar hooks and loads of phaser effects.”

Nog lokale bands die we moeten kennen?
“Ja. Aldous, Sex Hands, Fruit Tones, Mistoa Poltsa, Bernard + Edith, Weird Era,The Bell Peppers, MONEY, Dinner Party, Waiters, Former Bullies, Irma Vep, Brown Brogues, GREATWAVES, Grind Outs. En je moet een exemplaar van ‘Manchester Standards LP’ hebben.”

Nog iets anders dat je graag wilt delen met onze lezers?
“Zeker, als iemand dus zo’n kabeltje over heeft voor een TEAC A3340S, mail me even, dan regelen we wat!”

 

the sufis

 

Muzikanten die zich in hun jeugd terugtrokken op hun kamer, om daar dagenlang plaatjes te luisteren en mee te spelen van de Velvet Underground, Beatles, losse Nuggets, Kinks en Pink Floyd. Dat soort jongens zitten achter de psychedelische band The Sufis. Vorig jaar brachten Calvin Laporte en Evan Smith uit Nashville hun debuut uit, in augustus is hun nieuwe plaat ‘Inventions‘ (via Ample Play Records) uitgekomen.

 

Wat spoken jullie allemaal uit?
Calvin: “We zitten lekker aan het strand een tijdje. We zijn vooral erg stoned geworden en hebben veel in de oceaan gezwommen. Het is fijn om even een niet Nashville en in de studio te zijn.”

 

Jullie heten The Sufis, kun je me iets vertellen over jullie band?
Evan: “Het is voornamelijk Calvin en ik die zo goed mogelijke platen willen schrijven en opnemen.”
Calvin: “We hebben nooit echt een band gevormd, we hebben nummers opgenomen en realiseerde ons dat het noodzakelijk was om een bandnaam te hebben.

 

Waarom zijn jullie deze band gestart? Wat was de aanleiding/noodzaak/motivatie.
Calvin: “Ik ben niet zo goed in iets anders eigenlijk, ha ha. Ik heb wel wat baantjes gehad, maar daar ging niet echt soepel. Ik ben erg lui en vind het moeilijk om gefocust te blijven.”
Evan: “Het is alles wat ik ooit heb willen doen.”

 

Welke artiesten inspireerde je om muziek te maken?
Evan: “Michael Jackson was mijn vroegste obsessie. Daarna raakte ik meer in bands als Sonic Youth, Nirvana en The Pixies, wat zeker een effect op mijn muzikaliteit heeft gehad, for better or worse…”
Calvin: “Beatles, Beach Boys en Nirvana. Maar pas toen ik The Shaggs hoorde wilde ik pas echt zelf muziek gaan schrijven.”

 

 

 

Welke platen liggen er momenteel op je platenspeler?
Calvin: “Die van mij is niet helemaal lekker en daardoor hebben alle platen een soort afwijking. Sommige platen klinken echt bizar, eentje van The Beatles klinkt bijna als My Bloody Valentine, echt te gek! Daarnaast draai ik ‘Musik von Harmonia’ en ‘Cluster II’ bijna elke ochtend.”
Evan: “Ik heb een kantoorbaan en ik luister niet veel muziek… Maar de eerste van The Everly Brothers draai ik wel veel.”

 

Wat inspireert jullie deze dagen?
Calvin: “Op dit moment dus dat strandstadje waar we zijn. Het helpt me ontspannen en nieuwe ideeën op te doen. En ik heb wat nieuwe effectpedalen en synths, erg inspirerend!”

Evan: “Ik ben veel bands opnieuw aan het ontdekken die ik vroeger te gek vond, zoals Guided By Voices en MBV. En ik luister graag naar de nieuwe platen van MGMT en Deerhunter.”

 

Wat vinden het tofst aan de muziek die je maakt?
Calvin: “Het gevoel dat ik krijg als ik iets opneem wat ik te gek vind.”

Evan: “Communicating ideas through lyrics.”

 

 

Kun je ons iets vertellen over het opnemen van de nieuwe plaat?
Evan: “We ruziën vaak echt over alles. Wanneer alles klaar is, is het goed. Maar het werk daarvoor is erg vermoeiend. Er zijn met muziek zoveel verschillende manieren om iets te doen, dat het wel eens deprimerend kan zijn als het niet lukt om iets uit je hoofd te krijgen zoals je het wilt.”

 

Wanneer moet je jullie nieuwe plaat echt luisteren?
Calvin: “Ik denk als je graag een moderne visie op jaren zestig-pop wilt horen. Dat doen we niet bewust of zo, dat gebeurt gewoon.”

 

Wat zijn de plannen voor de rest van het jaar?
Evan: “Blijven schrijven en opnemen voor een nieuw album. Het nieuwe werk heeft meer een orkestraal gevoel, veel instrumenten dubbelen en sticky sweet harmonies. Ik ben echt super-enthousiast over de nieuwe nummers.”

 

Wanneer komen jullie naar Nederland?
Calvin: “Zo snel mogelijk! We zijn hard bezig om te gaan toeren en onze live-band op de rails te krijgen. Hopelijk tot gauw dus!

 

 

 

mmoss

 

Deze keer spreken we met de band MMOSS uit New Hampshire die experimentele, betoverende en bijzonder pure psych maakt. Een vage en mysterieuze mist trekt door de muziek heen en hult de band onder een deken van geheimzinnigheid. Wij willen dan ook graag wat meer weten over de psych-rockers en spreken daarover met Doug Tuttle, gitarist van de band. 

 

Hello there! Wat ben je vandaag allemaal aan het doen?

“Ik ben eigenlijk wat dingen op aan het nemen vandaag, ik heb nog wat ander werk gedaan en een bagel gegeten. Zo even roken en dan misschien nog iets meer opnemen.”

 

Hoe zijn jullie begonnen met de band?

“Rachel (fluit & orgel) en ik (gitaar) hebben de band ruim zes jaar geleden opgericht in Boston. Justin (bassist), kwam vijf jaar daarna erbij toen we naar New Hampshire zijn verhuisd. Ongeveer dertig mensen hebben sindsdien nog in de band gezeten, waarvan Keven (drums) en Lukas (12-snarige gitaar) momenteel de andere bandleden zijn.”

 

Voor lezers die geen idee hebben wie jullie zijn, hoe kunnen we jullie het beste beschrijven?

“Freaky Garage Folk… Maar dan triest, en een hoop fucked up klinkende drums, wiebelige harmonieën en een fluit.”

 

 

Wat luisteren jullie zoal op toer?

“In de bus luisteren we naar van alles, mijn voorkeur gaat uit naar The Byrds. Justin speelt vaak Agitation Free en Vangelis, Luke houdt van de Stones en Rachel erg van Lungfish  en The Grateful Dead. Keven luistert Marty Robbins.”

 

Wat waren bands waar jullie tegenop keken toen jullie nog kleine MMOSS’jes waren?

“All the usual suspects. Maar er waren wel drie nummers op de radio that completely blew my mind elke keer als ze voorbij kwamen. Dat was Spirit In The Sky van Norman Greenbum, Turn, Turn, Turn van The Byrds en Dirty Water van The Standells. Oh wacht, Rock On van David Essex ook.”

 

Wat is het leukste aan het spelen in MMOSS?

“Om met een groep mensen te spelen die totaal voldaan zijn om één noot twintig minuten lang te spelen.”

 

 

Kun je iets vertellen over jullie laatste album ‘Only Children’?

“We hebben het opgenomen in een groot huis aan een boerderij uit de Burgeroorlog op 1/4-inch 8-track in de winter van vorig jaar. We hadden weinig microfoons, maar des te meer distortion/reverb/echo/leslie en flanger. Ik weet er niet meer heel veel van eigenlijk, we namen één dag per week op, meestal één nummer per keer. Bijna alles wat we opgenomen hebben in die winter is op de plaat gekomen. Sommige opnames deden we met de hele band  live, sommige laag voor laag. En we hebben voor het eerst piano gebruikt op een plaat.”

 

Hoe leggen jullie die mysterieuze en bijzonder imaginatieve sfeer vast in de studio? 

“Geen idee, we doen het gewoon kennelijk. We weten wat werkt en niet werkt en de helft van onze nummers, ook de wat meer pop-achtige nummers, hebben geïmproviseerde stukken en elementen in zich. Dat heeft misschien wel te maken met wat je beschrijft. Het is het geluid van vier à vijf mensen die door een nummer heen proberen te komen die ze nog nooit gespeeld hebben en ze laten hun foutjes die ze maken niet merken.”

 

 

 

Nog iets anders dat je wilt delen met onze lezers?

“Stay high. Tenzij je dat niet wilt natuurlijk.”

 

 

 

 

 

jackson scott

 

Op een rustige avond begin juni, tijdens een urenlange zoektocht naar nieuwe muziek, was er weinig dat onze aandacht wist te trekken. Tot Sandy ineens voorbij kwam zetten uit het niets! Qua sound lijkt het erop alsof Scott tijdens een studiosessie van MGMT stiekem in de rookpauze naar binnen is geglipt met zijn bandje en direct het nummer heeft opgenomen. Zelf noemt hij zijn muziek ‘apocalyptische pop’, en daar zouden we op zich wel goed in kunnen komen. Op 23 juli verscheen er een album genaamd ‘Melbourne’ en 11 augustus speelt hij in het MC Theater te Amsterdam. Wij stelden de muzikant de ‘Vijf W-Vragen’

 

Wie is Jackson Scott? En wat doe je graag naast het maken van muziek?
“Ik ben een gemiddelde Amerikaanse jongen die erg veel bezig is met muziek en kunst. Daarnaast hang ik graag in de bossen en lees ik boeken enzo.”

 

Waar kom je vandaan? Geografisch en muzikaal gezien.
“Ik ben opgegroeid in Pennsylvania, waar ik als kind veel bloot werd gesteld aan de klassieke bands uit de jaren ’60, mijn ouders waren heel erg into de Stones en Jimi bijvoorbeeld. Als tiener hield ik van een hoop verschillende muziek, maar ik trok vooral richting rock en psychedelische muziek van allerlei decennia. Van Velvet Underground, Nirvana, Beatles, Pixies, etc.”

 

 

Wat kunnen we verwachten van je show in Amsterdam op 11 augustus?
“Mijn vrienden en ik proberen altijd zo ‘psychoactief’ mogelijk te zijn als we het podium op gaan, dus ik verwacht dat je wat ‘out of body experiences’ kunt verwachten. Zeker omdat Amsterdam daar zo’n legendarische plaats voor is.”

 

Waarom begon je muziek te maken?
“Ik ben ermee begonnen omdat ik dacht het prachtig was. Het kan ook erg lelijk en misleidend zijn. Daarom is het mijn wens om deze twee aspecten in één element te gieten zodat een aantal mensen zich er hopelijk in kunnen vinden.”

 

Wanneer heb je je debuutalbum ‘Melbourne’ opgenomen? Kun je er iets over vertellen?
“Ik heb de plaat opgenomen tussen september 2012 en januari 2013. Het is een collectie van verschillende nummers die ik geschreven heb, maar het is wel de bedoeling dat het als één samenhangend geheel te beluisteren is. Ik was in een rare, hyperactieve en angstige staat toen ik op aan het nemen was. Maar goed, waarschijnlijk ben ik momenteel nog steeds wel in die gemoedstoestand.”

 

Nog iets anders dat je wilt delen?
“Als je het moet vragen zal je het nooit weten.”

 

LIVE:  Jackson Scott + WOODS + The Daily Indie DJ Team
11 augustus, MC Theater 

twin shades

 

Komende donderdag gaan de heren van Twin Shades de kelder van Paradiso transformeren in een vochtige rock ’n roll-club. Om meer wat over de band te weten te komen spreken we Christophe en Jilles.

Wie zijn precies de mannen achter Twin Shades? Hoe heeft het lot jullie bij elkaar gebracht om deze band te beginnen?
“Christophe: Ik leerde Jillles ongeveer twee jaar geleden kennen op werk in Patronaat Haarlem, nadat ik verhuisd ben vanuit België. Toen bleek dat we beiden The Entrance Band kenden was dat genoeg reden om eens te gaan jammen. Hierna is Twin Shades eigenlijk vrij snel ontstaan.”

 

Waar komen jullie muzikaal vandaan? Qua inspiratie en voorbeelden?
“Wij zijn allebei erg beïnvloed door bands als The Velvet Underground en The Brian Jonestown Massacre maar ook zeker David Bowie en Bob Dylan zijn voorbeelden.”

 

Wat zijn drie niet-muzikale inspiraties voor jullie?
“Dromen/ Nachtmerries. Vervreemding. Het onvermijdelijke verstrijken van tijd”

 

 

Wanneer hebben jullie de laatste EP opgenomen en kun je er iets over vertellen?
“Onze EP is opgenomen verspreid over 2012 in verschillende studio’s bij vrienden in Nederland en België. Het nummer Snakes bijvoorbeeld is met een zware kater opgenomen de dag na een optreden in België. Pas later besloten we dat dit nummer op de EP zou komen. Wat dat betreft zijn het allemaal echt ‘no budget’ opnames.”

 

Wat zijn een aantal platen en bands die jullie veel luisteren op het moment?
Jilles: “Op dit moment luister ik veel White Fence, Unkown Mortal Orchestra en Thee Oh Sees.”
Christophe: “Ik zet The Growlers de laatste tijd wel vaker op en ook de laatste plaat van Nick Cave vind ik heel vet.”

 

daily indie paradiso

 

Wat voor muziek draaien jullie zoal in de bandbus?
Christophe: “In de auto van Jilles is enkel een cassettedeck met vooral cassettes van Bowie en dus dat is wat we dan altijd maar weer opzetten.”


Waarom
moeten lezers donderdag 25 juli zeker naar Paradiso komen?
“Omdat rock en roll feestjes na bedtijd om twaalf uur zeer schaars zijn in Nederland, en omdat dansen op live-muziek gewoon cooler is.”

 

Wanneer moet je als lezer echt naar Twin Shades luisteren?
“Altijd moeilijk om jezelf te vergelijken met andere bands, maar hier nog wat bands die wij vet vinden: The Black Angels, Night Beats, Tame Impala, Sonic Youth, The Pixies.”


Wat
móéten we echt weten over TWIN SHADES?
“Onze bassist is nog single.”

 

 

Wil je er donderdag bij zijn? Schrijf je dan in voor de gastenlijst via de evenementen-pagina op Facebook. 

Snoeck Time For Machines

Snoeck bestaat uit Mira de Graaf (zang), Sebastiaan Goudsmit (gitaar), Jona Olejniczak (gitaar), Akko Goldenbeld (basgitaar), en Ruud Koolen (drums). Ze brachten onlangs hun debuut ‘For The Machines’ uit. Muziek die je kunt omschrijven als een mix van indie-pop, jazz en funk. The Daily Indie sprak de bandleden in Café Pakhuis Wilhelmina te Amsterdam.

Door Mark Bink

Hoe zijn jullie begonnen?
Mira: “We zijn gestart in het najaar van 2010. Sebastiaan en ik maakten samen al een aantal jaren jazzy popmuziek en hij speelde op zijn beurt samen met Jona en Ruud in de indierock band Boolean. We zijn gaan samenwerken en zo is Snoeck ontstaan. In het begin hadden we een andere bassist. Akko is er ongeveer een half jaar later bijgekomen.”

Akko: “Ik ben van de jazz en de funk, maar ik sta open voor verschillende stijlen. Ik speelde in drie bands, waarin we veel jamden, maar niet echt een vaste vorm hadden. Dus het idee van een band met serieuze plannen en een goede zangeres sprak me aan. Bovendien hadden ze het al over een album opnemen; daar werd ik heel nieuwsgierig van.”

Jullie stijl is niet makkelijk te duiden. Hoe positioneren jullie je als band?
Mira: “Dat is best lastig. We merken dat bijvoorbeeld wanneer we nadenken over de vraag bij welke bands we in het voorprogramma kunnen spelen, er zijn weinig bands waar wij bij aansluiten.”

Akko: “We zijn te ruig voor de echte jazz-scene, voor de intieme muziek en te soft voor de echte rockmomenten.”

Mira: “We hebben de mazzel nodig dat programmeurs ons, ondanks onze afwijkende stijl, op een podium willen zetten, zodat mensen ons leren kennen. We hebben het zelf ook niet zo handig aangepakt door meteen met een heel album voor de dag te komen. Het is natuurlijk beter om eerst een single uit te brengen en dan een EP en dan nog een EP en zo geleidelijk wat aandacht te krijgen. En als dat allemaal loopt pas een album uit te brengen. We zijn gelukkig net voor de release van ons album opgepikt door 3voor12/Eindhoven. Zo kregen we een podium en konden we in de Effenaar spelen. Ik sprak Jasper van Vugt over het album, die onder andere schrijft voor OOR, en hij zei: ‘Leuk zo’n debuut, maar ik heb nog nooit van jullie gehoord, dus met de enorme stapel aan cd’s die hier binnenkomen, ga ik niet zomaar over jullie schrijven. Talent hoor je aankomen. En wij kwamen vanuit het niets met een hele plaat op de proppen.”

Akko: “We leren heel veel (lacht).”

SONY DSC

Mira: “We zijn gewoon heel enthousiast geweest. We hadden de Kleine Prijs van Nederland gewonnen en toen mochten we vier nummers opnemen. Na de eerste opnamesessie dachten we: ‘laten we een heel album maken’. Daarbij hebben we niet goed nagedacht over hoe je zoiets neerzet. Daar komt bij dat we alles in eigen beheer hebben uitgebracht en omdat we dit nooit eerder hebben meegemaakt, was er niemand die aan de bel trok. Ach, ik geloof er wel in dat je dingen moet leren door ze gewoon te doen.”

Akko: “We hebben wel veel gehad aan Ralph Timmermans van de band Mindpark. Hij heeft onze plaat geproduceerd en ons veel goede tips gegeven.”

Kwam er veel bij kijken, een album opnemen in eigen beheer?
Mira: “Het was veel werk, er komt meer bij kijken dan je van te voren bedenkt, maar het verliep vrij soepel. We hebben drie keer een opnamesessie gehad en tussen elke sessie zat een paar maanden.”

Hoor je aan de muziek dat het gedurende een langere periode is opgenomen?
Jona: “Je hoort wel een progressie qua stijl. De eerste liedjes zijn wat meer pop en later kwamen de wat zwaardere en meer experimentele stukken. Het ging dus wat meer de diepte in naarmate het opnameproces vorderde.”

Mira: “Wat ik vooral heel leuk vind, is dat we alles zelf hebben gedaan. Sebastiaan heeft bijvoorbeeld de tekening op de albumcover gemaakt en ik heb samen met Akko de hoes vormgegeven. We kennen elkaar van de Design Academy in Eindhoven, we kunnen wat we daar geleerd hebben inzetten voor de band. Zo hebben we ook zelf de videoclip voor de single For the Machines opgenomen (in het Ruhrgebied). Je ziet wel dat het ‘do-it-yourself-video’ is, want het heeft niet de perfecte kwaliteit, maar we hebben het wel helemaal zelf gedaan, dat ik vind ik mooi.”


Er ligt nu een album waarvan jullie de nummers vaak gaan spelen. Hoe houd je het als band spannend?
Mira: “We vinden het heel leuk om op te treden, ervaren hoe het publiek op de muziek reageert. Op het podium gaan de nummers echt leven. We hebben op de radio nu een aantal akoestische live sets kunnen spelen. Het aanpassen van de nummers naar een akoestische uitvoering maakt het spannend. De veranderingen in het nummer Exit Signs hebben we nu ook doorgevoerd in de volledig versterkte versie. We zijn nog niet concreet bezig met een volgend album, maar we willen wel graag focussen op nieuwe muziek en kijken wat er uit komt.”

Wat willen jullie als band overbrengen?
Mira: “We vinden het belangrijk om mensen met onze muziek te verrassen. We proberen van de clichés weg te blijven en ondertussen wel muziek te maken waar mensen in mee kunnen. We denken goed na over details en spannende wendingen. We willen een verhaal vertellen, geen standaard couplet, refrein, maar wel een begin en een einde. We zijn niet van de standaard liefdesliedjes. Een aantal van onze nummers gaan bijvoorbeeld over perfectionisme. Alle nummers beschrijven een zoektocht, hoe je om kan gaan met wat er in het leven allemaal op je afkomt.”

 

SONY DSC

 

UMO

Unknown Mortal Orchestra is het muzikale kindje van Ruban Nielson, oorspronkelijk uit Nieuw-Zeeland, nu woonachtig in Amerika. ‘II’ is de opvolger van het titelloze debuutalbum dat in 2011 verscheen, en zorgde voor een kleine hype rond UMO.

Door Lisa de Jongh

Er is op het nieuwe album een grote vooruitgang geboekt: ‘II’ klinkt ambitieuzer en inventiever, en is zelfs naast zijn rammelende voorganger redelijk geordend en ruimtelijk te noemen.Het vintage geluid van UMO en het denkbeeldige laagje stof waar de liedjes onder liggen, worden netjes afgewisseld met modern muziekspel; de gitaarpartijen van Nielson zijn fris en licht, de drums klinken ver op de achtergrond.Om maar wat referentiekaders te schetsen: denk Tame Impala zonder de effectenbakken, of Smith Westerns zonder de scherpe hooks. De tien nummers op ‘II’ blinken uit in minimalisme en eenvoud, zonder een moment te leeg te worden. In tegendeel: Nielson heeft de perfecte balans gevonden tussen ouderwets en modern (So Good At Being At Trouble), aanstekelijk (Swim and Sleep Like A Shark), traag (Monki), experiment (Dawn) en recht door zee (Faded In The Morning). Het geheel, kijkend naar de productie-skills van Nielson zelf, klinkt echter een tikkeltje dof. Afgezien daarvan, zeker een kanshebber voor de jaarlijstjes.

 

*Een interview met de band lees je in de nieuwe Issue van The Daily Indie