Met je vrienden op de middelbare school zonder pretenties muziek gaan maken en wat nummers op MySpace gezet. Die worden opgepikt terwijl niemand weet wie je bent. Alle blogs willen wat van je, terwijl je in de studio van superproducer Paul Epworth zit voor je debuutplaat. Sounds familiar?

Het klinkt bijna te perfect, vindt ook Dave Bayley, frontman van Glass Animals, maar hij zweert dat de opkomst van zijn band geen slim geregisseerde marketingtruc op z’n Arctic Monkeys is.

“We zetten wat songs online in 2010 en ineens begonnen er mensen contact op te nemen: heb je een advocaat nodig, of een manager? Nee, waarom zouden we die in godsnaam nodig hebben? We hebben toen de tracks maar offline gehaald om ons diploma te halen. We dachten: als mensen het nu vet vinden, dan over twee jaar ook nog wel. Toen begon het wel te dagen dat het vooruitzicht van een leven als muzikant geweldig is.”

Het is Glass Animals op zijn dubbelzinnigst. Het zijn de aardigste jongens die je ooit zult spreken, maar je kan je niet aan het idee onttrekken dat ze je aan de lopende band in de zeik nemen. Wanneer je vraagt of de band de constante vergelijking met Alt-J vervelend vindt: “Wie? Ik heb er wel eens van gehoord, ja. Misschien moet ik er eens naar luisteren.” Of de oude bandnaam ‘Occult Bunny Lagoon’, die in veel interviews opduikt? “Geintje. Typisch The Guardian die zijn feiten niet checkt.”

Oxford
Glass Animals werd in 2010 opgericht in Oxford – de universiteitsstad waar Radiohead, Supergrass en Foals ook vandaan komen. Bayley: “Er zijn daar zo veel goede bands en zalen, zoals de Zodiac en de Jericho Tavern. Daar stonden we met zijn vieren bij een van de allereerste shows van Foals.”

Volgens Bayley had de stad ook bij Glass Animals invloed op de tegendraadsheid van de band: “Er wordt veel geëxperimenteerd, het is een intelligente stad. Mensen lezen boeken op straat, zijn een beetje excentriek. Worden wij dat ook genoemd? Haha, we zijn gewoon onszelf. Waarschijnlijk zijn we gewoon vrij weird, ja.”

Die weirdness is tekstueel bezien misschien het gevolg van Bayley’s achtergrond. Hij studeerde af in de neurowetenschap en bracht voor zijn studie tijdens het schrijven van songs veel tijd door met psychiatrische patiënten: “Ik denk dat het voor veel mensen onmogelijk is om de wereld te zien zoals een psychiatrische patiënt dat doet.”

“Ik vind het ronduit interessante mensen, ze hebben bizarre verhalen. Dat heeft veel invloed gehad op de debuutplaat.”

ZABA
Die debuutplaat heet ‘ZABA’, naar  het boek ‘The Zabajaba Jungle’ van William Steig, en kwam begin juni uit. Bayley: “We releasten de singles Black Mambo en Exxus en kregen een aanbod van labels. Toen zijn we gaan denken over een album. Het was vrij spontaan allemaal.”

Glass Animals tekende uiteindelijk bij Wolf Tone, het label van superproducer Paul Epworth: “Hij heeft de albums gemaakt waardoor wij vrienden zijn geworden: Maxïmo Park, LCD Soundsystem, Bloc Party… Hij zei steeds dat dit een erg hands-off project was voor hem, dat hij ons getekend had omdat hij onze sound goed vond en hij die niet teveel wilde veranderen. Hij is natuurlijk ook superdruk met platen maken voor Adele, Coldplay en U2 en zo. Hij gaf ons wel het lef om te experimenteren en niet te veel te overanalyseren.”

Weird random noises
‘ZABA’ klinkt inderdaad rauwer, minder overdacht dan het materiaal dat voor de release werd uitgebracht – al elf songs stonden er nog voor de release op Spotify. Maar vier daarvan haalden het album, maar werden wel opnieuw opgenomen: “Bij de eerste songs waren we aan het experimenteren, leren over de studio, instrumenten en wat we wilden maken. Dat hoorde je terug. Ik vind samenhang in albums belangrijk, daarom hebben we met het maken van een album gewacht tot we genoeg zelfvertrouwen hadden om ons niet meer te interesseren in wat andere mensen ervan zouden vinden.”

Brede smaak
Het resultaat is een fascinerende mix van indietronica, hiphop, r&b en soundscapes. Bayley noemt steevast Burial, Flying Lotus en Madlib als de belangrijkste invloeden op het album: “We hebben allemaal nogal een brede smaak. Het was moeilijk om er samenhang in aan te brengen. Ik werd regelmatig midden in de nacht wakker met een melodie in mijn hoofd, om vervolgens uren lang verzamelingen weird random noises bij elkaar te klooien met synths, net zo lang tot het klopte met wat er in mijn hoofd zat.”

Bij de intense live-shows van Glass Animals gaat het er weliswaar bijzonder analoog aan toe: “Veel mensen zijn verbaast dat we zo veel instrumenten gebruiken ja, maar negentig procent van de songs begint akoestisch. We schrijven ook steeds meer samen. Het belangrijkste is dat we plezier hebben op het podium, absoluut. Het is geweldig om muzikant te zijn. Enige nadeel is dat mijn moeder teleurgesteld is dat ik geen neurowetenschapper ben geworden, haha.”

 

Het is vijftien mei en The Daily Indie bevindt zich in de catacomben van de Melkweg zoekend naar Mac DeMarco, de jongen waar de gehele indie-rock wereld verliefd op is. Dit keer niet op zoek naar antwoorden achter de filosofische intriges in zijn woorden, maar iets simpelers, iets dichter bij de muziek, de instrumenten waarmee hij zijn muziek maakt.

Het eerste wat ons opviel toen ‘Mac DeMarco’ op ons netvlies brandde was je afgeranselde gitaar, wat kan je ons daar over vertellen?  
“Mijn gitaar is visueel het meest herkenbare wat ik bezit. Ik heb ‘m echt voor maar dertig dollar gekocht en is langzamerhand compleet gemodificeerd. De hals heb ik vervangen door een Mosrite-hals en de slagplaat is de gevelbedekking van het huis van een chassidische Jood. Die plank heb ik er af gesloopt, omdat ik geen geld had voor een normale slagplaat”, grinnikt Mac. “Ik heb nog steeds geen flauw idee welk merk of model het is, waarschijnlijk is het een beginnersgitaar uit de jaren zestig of een zelfbouwproject. Een bastaard van een gitaar is het zeker weten, de actie is super hoog waardoor ik nu altijd met een capo speel. It plays reaaaally sketchy. Maar ze klinkt geweldig, een beetje raar, maar geweldig. Vooral door oude Fender Twin Reverb versterkers kan ik me niets beters voorstellen.”

Ik durf het eigenlijk niet te vragen, maar wat als ‘ie gestolen wordt?
“Ik heb geen andere elektrische gitaren, zelfs geen reserve voor op tour. Toen ik voor het eerst naar Amerika ging leende ik gitaren, vandaar dat je foto’s van me kan vinden met andere gitaren. Maar dit is alles wat ik heb, ik hoop écht dat ‘ie niet gestolen wordt of verloren raakt tijdens het reizen… that would suck ass! Alhoewel ik dan vrij ben om een heel mooie gitaar te kopen. Waarschijnlijk zou ik een veel te fancy gitaar kopen!”

 

Je zei al dat je het geluid van je gitaar door Fender Twin Reverbs geweldig vindt klinken. Zijn oude Twin Reverb versterkers je weapon of choice?
“Ik heb een Silverface Fender Twin Reverb uit de jaren zeventig, die ik heb gekocht toen ik een tiener was. Je kunt ‘m zien in de Heatwave videoclip van Makeout Videotape bijvoorbeeld. Dat was toen het enige wat mijn gitaar zo raunchy deed klinken! Ik draaide letterlijk alle knoppen op tien en liet het geluid heel erg fucked up en wavy klinken. Ik hou van Twin Reverbs, ze zijn chill en vooral een beetje gestoord. Ze zijn alleen véél te hard om mee op te nemen in m’n appartementje, dus gebruik ik een oude Silverface Fender Vibro Champ die nog van m’n oma is geweest. Ze gebruikte die Vibro Champ om zangles met microfoon te geven. Toen ik ‘m kreeg dacht ik dat het een of andere shitty versterker was! Ik was helemaal gek van enorme Marshall versterkers, zoals elk veertienjarig kut kindje. Pas veel later realiseerde ik me hoe goed die versterker klonk.”

Tegenwoordig zijn gitaristen bijna tapdansers vanwege de absurde hoeveelheid aan gitaareffecten die ze gebruiken. Gebruik jij effecten op je zang of gitaar?
“Iedereen denkt dat ik geen effecten gebruik aangezien er bijna niets op de vloer ligt, maar ik gebruik meestal een Alesis MicroVerb IV wat een shitty rackeffect is. Ik heb die Alesis gekocht voor mijn eerste album en heb toen op alle nummers m’n gitaar door dit ding gejast.

Ik rock gewoon de presets op dat ding, straight up rock ‘n roll! Nummer zevenendertig is Cooking Up Something Good en vierentachtig is Ode to Viceroy. Oh en deze gast, een Yamaha E1010, heb ik op bijna alle vocal tracks van ‘Salad Days’ gebruikt. Het is een soort vreemde digitale delay en klinkt een beetje als een tape delay. Ik wilde eerst een Roland Space Echo kopen, maar vond ze eigenlijk te duur dus heb ik deze gekocht. Ik heb ondertussen twee Roland Space Echo RE201’s thuis, maar ik hou ook van die Yamaha, man. Ik gebruik ‘m nu live voor m’n zang en thuis gebruik ik ‘m eigenlijk overal op, omdat ‘ie een soort chorus-achtige modulatie op de echo’s heeft zodat m’n gitaar eerst zuiver klinkt en dan ‘bweeeuheweewew’ doet. Als je ergens delay op mijn gitaar hoort is het deze guy. I love it, really good sounding shit right there!”

Op ‘Salad Days’ introduceerde je met Passing Out Pieces en Chamber of Reflection voor het eerst synthesizers in je nummers. Wat zorgde voor die introductie en welke synthesizers heb je op de plaat gebruikt?
“Ik luisterde al veel Yellow Music Orchestra en na Tame Impala’s ‘Lonerism’ dacht ik why the hell not? Dus begon ik craigslist en eBay af te speuren voor synthesizers. Chamber of Reflection heb ik opgenomen op een Roland JX-3P en Passing Out Pieces met een Yamaha DX9, maar die was echt totally fried na onze tour in Amerika, dus heb ik een DX7 gekocht. Die DX7 is in principe het kleine broertje van de DX9 en heeft vergelijkbare geluiden. Waarschijnlijk koop ik wel weer een DX9 als ik weer terug ben in de States, want ik ben niet zo tevreden met dit ding.”

Zijn die twee je belangrijkste synthesizers denk je?
“Dat zou je kunnen zeggen! Alhoewel ik nu een hoop erbij heb gekocht, zoals een Roland Juno-60 en een Sequential Circuits Prophet 05 die me echt vierduizend dollar kostte. Vooral die Juno-60 is echt m’n nieuwe baby, ze klinkt zó goed!”

 

Iedereen die de Pitchfork-documentaire ‘Pepperoni Playboy’ heeft gezien weet dat je zweert bij oude tape bandrecorders. Hoe neem jij je platen op en wat gebruik je?
“Ik heb alle Makeout Videotape nummers en zelfs mijn eerste album ‘Rock ’n Roll Nightclub’ opgenomen op een Tascam 244. Het is een kleine plastic viersporen cassetterecorder die met z’n gekleurde knopjes eruit ziet als speelgoed, maar dat ding klinkt absurd goed. Voor ‘2’ ben ik wat professioneler te werk gegaan en heb een oude Fostex A8 bandrecorder gekocht. Het is nog steeds een plastic ding, maar hij klinkt heel warm en gebruikt echte tapes!  Ik gooi alles altijd eerst door een mixer en neem dan spoor voor spoor op, zodat ik kan kloten met de pitch control. Dat is ook waarom ik geen computer gebruik, want het is zoveel makkelijker om de snelheid te veranderen kreeg is kapot gegaan, dus heb ik een Allen & Heath Zed 24 gekocht. Prima voor ‘Salad Days’, maar de EQ’s zijn wel echt kut. Op alles gebruik ik daarna een Alesis Micro Limiter, wat  letterlijk een kleine versie van hun limiter is, net zoals mijn MicroVerb. Ik zwengel dat ding gewoon aan zodat de hele boel een stukje strakker klinkt. Niet te veel compressie natuurlijk, maar nét genoeg om alles wat beter te later klinken.”

Waarom kies je ervoor om thuis op te nemen?
“Ik heb wel vaker opgenomen in grote studio’s, maar ik ben nooit tevreden geweest met wat er uitkomt. Ik heb daarnaast ook nooit een nummer klaar liggen, opnemen is voor mij echt een onderdeel van het schrijfproces. Het klinkt misschien vreemd, maar uiteindelijk klinken de opnames uit een échte studio vaak een beetje saai, een beetje levenloos. Maar misschien hou ik gewoon van slechte muziek en slechte instrumenten!” lacht Mac. “Als je een van mijn instrumenten opzoekt op het internet vind je meestal recensies die klinken als: this thing is a piece of shit!”

 

 

Uit het niets staart een dromerige, blonde halfgod ons aan vanaf de hoes van zijn ‘Dreamzone’ EP. Het blijkt ene Jaakko Eino Kalevi te zijn, een multi-instrumentalist die in in Helsinki al een heuse cult-figuur aan het worden is. Hoog tijd voor een goed gesprek met deze open en vrolijke Fin.

Waar kom je eigenlijk zo ineens vandaan? Plots was je daar!
“Ha ha, ik weet het niet man. Ik denk vooral de publiciteit die ik krijg door bij een label als Domino te tekenen, dat scheelt een hoop.”

Hoe bevalt Nederland als je in ons landje bent?
“Best wel goed eigenlijk. Het is in Finland natuurlijk nogal vaak ijskoud. Daar bereid je je ook op voor als Fin, dus die weersomstandigheden van hier kan ik prima hebben.”

Hoe is die scene daar in Helsinki?
“Die is wel OK, er is best wel veel te doen en er zijn veel kleine labeltjes. Ik heb er zelf ook één, en de drummer heeft er eentje, ha ha. Maar je hebt toch wel een wat groter label of een partij uit het buitenland nodig om een stap richting het buitenland te maken. Andere landen als Zweden en Denemarken lijken wat meer van exporteren te houden, ha ha. Er zijn veel muzikanten die wel willen toeren in het buitenland en zo, maar ze weten gewoon niet hoe ze dat van de grond moeten krijgen. Finland is vrij geïsoleerd wat dat betreft.”

Hoe heb jij dat gedaan dan?
“Door in het begin vooral alles zelf op te zetten. Gewoon door Europa heen te rijden, mensen te bellen en kijken of je shows kunt regelen. Sinds een paar maanden heb ik gelukkig wel een boeker.”

Naar wat voor muziek luister je?
“Ik heb toevallig net nog een paar platen gekocht. Wil je weten welke?”

Nu wel, ja!
“Euhm, eentje van Destiny’s Child.”

…
“Ha ha, ik weet het. Cool, toch? En nog eentje van Kate Bush en een plaat van Tweet, een R&B-zanger die geproduceerd is door Timbaland.”

Zou jij niet eens samen moeten werken met Timbaland?
“Ja, echt wel! Ik luisterde vroeger, ik had zo’n fase, best wel veel naar zijn muziek. Ja, dat lijkt me wel cool.”

Hoe maak jij zelf muziek?
“Ik kan overal inspiratie uit halen. Vaak hoor ik heel zachtjes door de muur wat muziek uit een ander appartement, en daar een nummer al beginnen. Als ik ideeën heb, ga ik naar mijn eigen studiootje en daar begin ik altijd met de drums. Vervolgens blijf ik daar  dan lagen opzetten.”

Wanneer is een nummer klaar voor jou?
“Wanneer ik er niks meer aan kan doen!”

Vind je het prettig om in je eentje te werken? 
“Zeker. Ik vind het wel lastig om met anderen aan muziek te werken, want als er meerdere opinies zijn over iets, dan vind ik het moeilijk om met goede argumenten te komen waarom mijn voorstel beter of toffer zou zijn. Dus dit werkt het beste voor mij.”

Je hebt nu eerste een EP uitgebracht, is dat bedoeld als een soort van teaser/introductie?
“Ja, zo moet je het wel zien. It’s me: Jaakko!”

Wat vind je het tofst aan je laatste EP?
(lange stilte…) “De albumhoes is wel erg mooi geworden… Ha ha.”

Wat zijn de plannen voor 2014?
“Het belangrijkste voor nu is om de plaat af te maken, en daar ben ik al best wel ver mee stiekem!”

1_indie

 

Coverillustratie: Marina Tadic

The Daily Indie is een gratis en interactief muziekmagazine dat zich richt op nieuwe en alternatieve muziek. Vol interviews, muziektips, fotoseries, columns, albumrecensies, een concertagenda en een hoop losse rubrieken.

The Daily Indie | Issue #11
In de elfde editie zijn er interviews te lezen met The Horrors, Wild Beasts, Metronomy, Cloud Nothings, CHEATERS, Mountainbike, The Amazing Snakeheads, Holy Wave en Yuko Yuko.

Verder zijn er losse rubrieken als The Daily Video, The Daily Radar, The Daily Literature, The Daily Art en Best Of The Blog en hebben we Adam & The Relevants gevraagd om een Spotify Mixtape te maken.

Los van deze rubrieken hebben we uiteraard een hoop bladzijden volgeschreven met allerlei kersverse nummers, redactietips, een hele hoop albumrecensies, een bomvolle concertagenda en lees je tussendoor een aantal prikkelende columns. En daarnaast hebben we nog veel, en ja, veel meer deze issue!

—————————————————————————————————————————————————––

The Daily Indie is speciaal ontworpen als interactief muziekmagazine. Waardoor je niet alleen over de artiesten kunt lezen, maar dat je ze ook direct kunt beluisteren op Spotify/Bandcamp/SoundCloud, de band kan liken op Facebook of een videoclip van ze kunt bekijken op YouTube. Zo weet je ook echt waar je over leest!

—————————————————————————————————————————————————––

Download de app
Via de volgende link kan je The Daily Indie downloaden op je iDevice: The Daily Indie | App Store
Uitgever: Rising Step

icon-Available-on-the-AppStore

—————————————————————————————————————————————————––

Lezen via Issuu
Geen smartphone of tablet? Geen probleem! Je kan The Daily Indie hieronder gewoon lezen via Issuu.

 

 

 

Screenshots

 

 

eyedress band

 

 

Amsterdam is grijs, maar toch prijkt er en een grote zonnebril op de neus van Eyedress. Gewend aan de zon thuis op de Filippijnen? Hij glimlacht. “Zo hoef ik niemand aan te kijken. Ik hou er niet van om mensen in de ogen te moeten kijken” legt de 23-jarige producer Idris Vicuña uit. Hij praat zacht en traag, denkt lang na voor hij toevoegt:“Eigenlijk vind ik dat doodeng.” 

Door Petra Huijgen

 

Afgelopen november bracht bij zijn eerste EP ‘Supernatural’ uit die meteen een storm teweegbracht op blogs. Niet lang daarna meldden ook The Guardian en NME zich. Hoog tijd dus om kennis te maken met Eyedress.

 

 Idris, dit interview is om jou voor te stellen aan Nederland…
“Vertel maar dat ik 23 ben. En dat ik in Manila woon, Toen ik klein was verhuisde ik naar de Verenigde Staten, Californië. Mijn vader werkte als animator, voor films. Toen ik daar naar school ging werd ik vaak in elkaar geslagen. Mijn klasgenoten daar noemden me ook vaak Bruce Lee.”

 

Bruce Lee?
“Ja, Bruce Lee. Omdat ik uit Azië kom. Amerikanen denken dat iedere Aziaat Bruce Lee is. Ik weet ook niet waarom. Ik verhuisde terug naar Manila toen ik vijftien was.”

 

Je muziek wordt daar nu opgepakt. Vorige maand interviewde NME je, en schreef de journalist over jou dat je ‘een van zijn favoriete nieuwe artiesten van 2014 was’. Hoe vind je dat?
“Interesting. Dat soort dingen zijn altijd wel raar om te horen. Ik vind dat zelf helemaal niet, Ik zie mezelf niet zo, heb helemaal geen hoge pet op van mezelf eigenlijk. Maar ja, ze kunnen schrijven over mij wat ze willen. En het is ergens ook wel cool dat hij dat vindt.“

 

 

 Thuis op de Filippijnen opende je voor Grimes en How To Dress Well. Hoe was dat?
“Eerlijk gezegd was dat best wel lastig. Afgelopen week speelde ik bijvoorbeeld in Londen, dat was gaaf. Mensen dansten en vonden het cool. Het publiek in Manila is moeilijker. Zij vinden gewoon me niet echt tof. Ze houden niet van de muziek die ik maak.”

 

Hoe is de muziekscene op de Filippijnen dan?
“De muziekscene daar is best wel lame. Er is wel van alles, maar wat ik doe wordt niet erg gewaardeerd. Er is een soort indie-scene, maar alle bandjes willen klinken als Arctic Monkeys. Ik snap niet waarom. Ook vindt iedereen Bloc Party te gek. De enige andere coole muzikant uit Manila is een vriend van mij, Julius Vallador. Hij is ook regisseur en maakt mijn videoclips.”

 

Je videoclips zijn erg gaaf, ja. Over die van Nature Trips is ook veel geschreven op blogs. Vind je videoclips belangrijk?
“Ja zeker, ik vind dat veel muzikanten daar niet genoeg gebruik van maken. Het visuele aspect van een video vind ik belangrijk voor de muziek: de sfeer van de muziek en de clip kunnen elkaar aanvullen. Sommige bands maken een clip van zichzelf terwijl ze een nummer spelen, dat vind ik meestal niet zo tof. Soms kan het ook wel cool zijn hoor, maar veel muzikanten maken niet eens videoclips. Voor mij is het moeilijker om het niet te doen. Ik heb nog een paar videoclips gemaakt met Julius die niet eens op internet staan. Dat doen we dan gewoon om het maken.”

Donkere wolken vliegen voorbij gedurende de treinreis naar waar ik Real Estate, de koning(en) van de jangle pop,  ga ontmoeten. Onheilspellend op z’n minst én in opzienbarend contrast met de klanken van Real Estate’s immer zonnige nieuwe album ‘Atlas’. Hoewel ik totaal niet bijgelovig ben, leken de klanken van het album de wolken doen wegdrijven. Eenmaal binnen was de gniffelende bassist Alex Bleeker grappen aan het maken met gitarist Matt Mondanile. Na een korte voorstelronde werd ik door de glimlachende Bleeker meegenomen naar een berg eten en een zachte bank om een aantal vragen te stellen.

Het vorige album ‘Days’ is gebaseerd op het contrast tussen jullie jeugd in ‘the suburbs’ en de nieuwe wereld in Brooklyn waar jullie nu wonen. ‘Atlas’ is een naam die zeer tot de verbeelding spreekt.

Wat was de gedachte achter die specifieke naam?
“Het is niet echt iets wat we van te voren hadden besloten. Martin (Courtney red.)heeft de meeste teksten geschreven op het album, dus vroegen we hem om te kijken naar iets wat uit die teksten zou springen. Eerst dachten we aan ‘the Navigator’, aangezien dat één van de rode draden door het album is. Voor ons gaan de nummers namelijk grotendeels over plaatsen, of beter gezegd, over de fysieke, geografische ruimte waarin wij ons verplaatsen. In ons leven is op tour zijn, veel reizen en daarmee weg zijn van de mensen waar je om geeft overweldigend. Wat zwaar is voor Martin, die net getrouwd is met zijn zwangere vrouw. Daarnaast is ‘Atlas’ voor ons ook een mentale verschuiving van het schrijven over het verleden, naar het heden en de angsten voor de toekomst. Het gaat dus om een metafysische atlas, oftewel: waar ga ik naar toe met mijn leven?! What’s the plan, what’s the road, what’s the map, what’s the ‘Atlas’.”

Na het luisteren naar de plaat de laatste paar weken, kwam ik tot de conclusie dat ‘Atlas’ de bekende warme en rijke geluiden heeft van Real Estate, alhoewel de nummers gedetailleerder zijn geworden. Hoe zie jij die verandering?
“Ik denk dat je helemaal gelijk hebt. Het is iets dat heel organisch is ontstaan. De compositie van de nummers, niet zozeer de structuur, is steeds complexer geworden met verschillende melodieën en tegenpartijen. Alhoewel het nog steeds geen prog-rock of math-rock is!” lacht Bleeker. “We zijn ouder geworden en daarmee ook enigszins beter in het spelen van onze instrumenten én dus ook in het schrijven van nummers.”

Heeft het toevoegen van drummer Jackson Pollis geleid tot die verandering in aanpak en de verrijking van het geluid?
“
Nou, Jackson was meer een deel van het schrijfproces dan de vorige keer, omdat hij er bij ‘Days’ natuurlijk niet bij was! Dit keer hadden we een aantal maanden vastgelegd voor repetities, puur om nieuwe muziek te schrijven. Soms met z’n vieren en soms slechts twee van ons, maar iedereen was altijd betrokken. Het was een open en creatieve tijd.”

“Maar wat écht cool is aan dit album, is dat we de basistracks, zoals drums, gitaar en bas, live hebben opgenomen. Slechts de toetsen, vocalen en wat kleine versieringen hebben we later opgenomen! Dat is de eerste keer dat we zoiets hebben gedaan. Het was ongelofelijk leuk en bevrijdend, want we konden ontzettend snel werken. We hadden vier nummers af in één middag en ze klonken al direct als een ‘echt’ nummer. It was fucking amazing!”

Ondanks de lo-fi-beginselen van Real Estate hebben jullie ‘Atlas’ opgenomen in één van de werelds meest begeerde studio’s! Hoe surrealistisch was het om op te nemen in Wilco’s loft?
“Het was te gek, aangezien we allemaal Wilco-fans zijn! Gelukkig niet zó erg dat we ‘starstruck’ waren door Wilco. Wilco is geweldig, begrijp me niet verkeerd, maar er zijn andere bands waarvan ik letterlijk verlamd van angst zou worden!” buldert Bleeker lachend uit.

White Denim’s album in Wilco’s loft viel voor mij lichtelijk tegen, misschien omdat ze zelf met Jeff Tweedy werkte. Was dit voor jullie de reden om niet met hem persoonlijk te werken?
“
Inderdaad! We hebben heel duidelijk aangegeven dat we met producer Tom Schick wilden werken en Jeff Tweedy niet bij het proces wilden betrekken. Hoewel het een enorm privilege is om met hem te werken, zouden we dan té zelfbewust zijn geweest. Overigens wilden we ook niet dat het een ‘Jeff Tweedy presenteert Real Estate’ plaat zou worden! Ook al is Tweedy niet direct aanwezig op de plaat, zijn geluid is wel overal te horen, want ‘Atlas’ verdrinkt bijna in het geluid van zijn spullen. Ik voelde me net een kind in een snoepwinkel met een overvloed van absurd mooie gitaren, versterkers en microfoons! We waren misschien niet met stomheid geslagen door Wilco, maar wel door de enorme hoeveelheid en kwaliteit van hun spullen: het was geweldig.”

Real Estate is de laatste paar jaar enorm gegroeid. Hoe denk je dat Real Estate zich heeft ontwikkeld? En hoe zijn jullie binnen Real Estate ontwikkeld?
“Als je twee punten op de Real Estate tijdlijn pakt: ééntje in 2009, de andere ergens deze week en je zet ze naast elkaar dan is er echt een overweldigend verschil van ervaring! We waren een band, een jonge band, die zich nergens van bewust was. We zouden geen flauw idee hebben gehad hoe we ons in een situatie als deze moesten gedragen. Zeker als je nu de band ziet die net begonnen is met een best wel flinke perscampagne op een behoorlijk groot label. Nu ik het hard op zeg lijkt het een krankzinnig verschil! We zijn aardig gegroeid als band, maar de grap is dat ik me nog steeds precies hetzelfde voel als in het begin. Als je punt A en B naast elkaar legt lijkt het verschil enorm, maar voor ons was het heel geleidelijk en vooral heel natuurlijk.”

“Ik heb nooit het gevoel dat alles uit de hand is gelopen. Martin, Matt en ik zijn veel te goed in het voorkomen van dat soort problemen met zinnetjes als: ‘Yo dudes, we’re a fucking band, we have to get our fucking shit together!’ Maar tegenwoordig moeten we daar wel mee uitkijken. We hebben nu een manager en een hoop andere mensen om ons heen. Het zijn geweldige mensen die we natuurlijk ook vertrouwen, maar voor hun blijft onze band hun werk. Voor ons is Real Estate alles: we zijn hier op tournee, dit is alles wat we hebben, dit is alles wat we willen, dit is alles wat we moeten doen. “

 

 

Vijf jongens uit het Limburgse Horst die met een gare demo, een gezonde dosis humor en zelfspot zichzelf binnen een paar maanden heerlijk op de kaart hebben gezet in Nederland. Wij spreken met gitarist Sjors Driessen om te kijken hoe ze dat hebben geflikt.

Nou, zeg het maar.
“Ja, wat kan ik vertellen. Ik, de drummer en de zanger spelen al sinds ons dertiende in allerlei bandjes en zijn altijd wel bezig geweest. We kwamen meer uit de hoek van de punk en we waren eigenlijk altijd alleen maar aan het kutten en hadden het wel opgegeven. Maar we zijn toen in de tussentijd andere muziek gaan luisteren en wilde we dit toch wel heel graag gaan doen.”

Hoe is die scène in Horst?
“Eigenlijk zou je dat nog wel verrassen, zeker als je het vergelijkt met de rest van het Noord-Limburg. Er is nog best wel een jongerencultuur, dus je kunt wel ergens beginnen. Maar goed, je komt er niet heel ver mee als je daar blijft hangen.”

Jullie speelden al snel veel goede shows door het hele land, met toch wel redelijk crappy demootjes. Wat is jullie geheim?
“Goede vraag, wij stonden er zelf ook wel van te kijken moet ik zeggen. We hebben het nooit heel hard geprobeerd, we namen de muziek heel serieus maar alles daaromheen eigenlijk niet zo. We hebben ook wel een beetje geluk gehad met de mensen die we tegen zijn gekomen. Wij nodigden bijvoorbeeld Traumahelikopter eens uit om bij ons te komen spelen in Horst, daarna nodigden zij ons uit in Vera Downstage, waar Jan Kooi van Kogar Records was. Zo gaan die dingen dan of zo.”

 

 

Ja, want Jan Kooi brengt met zijn cult-label jullie eerste single uit, dat zal wel een steuntje in de rug zijn als hij iets uitbrengt of niet?
“Zeker weten. Hij brengt al sinds 1994 singles uit en sinds tijden had een paar jaar geleden weer eens iets uitgebracht met Traumahelikopter. Mensen letten wel op als hij iets uitbrengt, dus dat is wel erg tof. “

En daarna? Dan komt er wel een debuutalbum aan, toch?
“Dat is wel de bedoeling inderdaad, maar we hebben nog geen planning. We hebben wel al wat dingen om op het album te zetten, maar we zijn er nog niet echt mee bezig. Het is nog een beetje wazig. Zo doen we het altijd, we kijken rustig om ons heen en kijken wat we willen doen, we laten ons niet dwingen door iets of iemand. Dan blijft het ook leuk denk ik.”

Wat vind je van die hele garage-hype, of hoe je het ook wilt noemen: revival? Merken jullie daar wat van?
“Het is gewoon weer die noodzakelijke terugkeer van rock ’n roll. Om de paar jaar komt dat altijd weer terug, in welke vorm dan ook. En dat was ook wel weer eens nodig!”

Goed om te weten: op Record Store Day worden er 5.000 singles van First/Last van AFTERPARTEES weggegeven bij alle aankopen. Dikke win-win situatie, dus!

 

JAAKKO website

 

 

Uit het niets staart een dromerige, blonde halfgod ons aan vanaf de hoes van zijn ‘Dreamzone’ EP. Het blijkt ene Jaakko Eino Kalevi te zijn, een multi-instrumentalist die in in Helsinki al een heuse cult-figuur aan het worden is. Hoog tijd voor een goed gesprek met deze open en vrolijke Fin.

 

Waar kom je eigenlijk zo ineens vandaan Jaakko?

“Ha ha, ik weet het niet man. Ik denk vooral de publiciteit die ik krijg door bij een label als Domino te tekenen, dat scheelt een hoop.”

 

Hoe bevalt het om nu in Nederland te zijn?

“Best wel goed eigenlijk. Het sneeuwde van de week nogal in Finland en het was ijskoud. Daar bereid je je ook op voor als Fin, dus die omstandigheden van hier kan ik wel hebben.”

 

Hoe is die scene daar in Helsinki?

“Die is wel OK, er is best wel veel te doen en er zijn veel kleine labeltjes. Ik heb er zelf ook één, en de drummer heeft er eentje, ha ha. Maar je hebt toch wel een wat groter label of een partij uit het buitenland nodig om een stap richting het buiteland te maken. Andere landen als Zweden en Denemarken lijken wat meer van exporteren te houden, ha ha. Er zijn veel muzikanten die wel willen toeren in het buitenland en zo, maar ze weten gewoon niet hoe ze dat van de grond moeten krijgen. Finland is vrij geïsoleerd wat dat betreft.”

 

Hoe heb jij dat gedaan dan?

“Door in het begin vooral alles zelf op te zetten. Gewoon door Europa heen te rijden, mensen te bellen en kijken of je shows kunt regelen. Sinds een paar maanden heb ik gelukkig wel een boeker.”

 

Naar wat voor muziek luister je?

“Ik heb toevallig net nog een paar platen gekocht. Wil je weten welke?”

 

Nu wel, ja.

“Euhm, eentje van Destiny’s Child.”

 

…

“Ha ha, ik weet het. Cool, toch? En nog eentje van Kate Bush en een plaat van Tweet, een R&B-zanger die geproduceerd is door Timbaland.”

 

Zou jij niet eens samen moeten werken met Timbaland?

“Ja, echt wel! Ik luisterde vroeger, ik had zo’n fase, best wel veel naar zijn muziek. Ja, dat lijkt me wel cool.”

 

 

 

 

Hoe maak jij zelf muziek?

“Ik kan overal inspiratie uit halen. Vaak hoor ik heel zachtjes door de muur wat muziek uit een ander appartement, en daar een nummer al beginnen. Als ik ideeën heb, ga ik naar mijn eigen studiootje en daar begin ik altijd met de drums. Vervolgens blijf ik daar  dan lagen opzetten.”

 

Wanneer is een nummer klaar voor jou?

“Wanneer ik er niks meer aan kan doen!”

 

Vind je het prettig om in je eentje te werken? 

“Zeker. Ik vind het wel lastig om samen aan muziek te werken, want als er meerdere opinies zijn over iets, dan vind ik het lastig om met goede argumenten te komen waarom mijn voorstel beter of toffer zou zijn. Dus dit werkt het beste voor mij.”

 

Je hebt nu eerste een EP uitgebracht, is dat bedoeld als een soort van teaser/introductie?

“Ja, zo moet je het wel zien. It’s me. Jaakko!”

 

Wat vind je het tofst aan je laatste EP?

(lange stilte…) “De albumhoes is wel erg mooi geworden… Ha ha.”

 

Wat zijn de plannen voor 2014?

“Het belangrijkste voor nu is om de plaat af te maken, en die is al best wel ver. So see you soon!”

 

 

 

Jaakko’s ‘Dreamzone’ EP is nu te koop en wordt uitgegeven via Domino Records. Binnenkort is hij weer in het land voor een show op het Valkhof Festival (12 t/m 18 juli) en Best Kept Secret (20/06).

 

 

 

De Engelse band The Lucid Dream komt uit het plaatsje Carlisle, dat nog net voor de Schotse grens neer is gezet. In 2013 kwam het fabuleuze debuut ‘Songs Of Lies And Deceit’ uit, dat zich laat kenmerken als een zeer veelzijdig en bijster interessant album. The Daily Indie spreekt zanger/gitarist Mark Emmerson.

Waar zijn jullie allemaal mee bezig geweest de laatste tijd?
“We hebben eind vorig jaar een te gekke Europese tour gedaan door Engeland, Frankrijk, Spanje, Zwiterserland en Griekenland. Elke tour worden de bezoekersaantallen groter en groter, dus dat is erg cool. Daarnaast hebben we onze nieuwe seven-inch gemastered in Abbey Road, wat een behoorlijk ervaring was. Grappig genoeg was die dag alleen Tinie Tempah er.”

Heb je een omschrijving van The Lucid Dream in één zin?
“Iemand zei ooit: ‘Een door cocaïne veroorzaakte hartaanval’.”

Wat voor soort ideeën hadden jullie in het begin?
“Om door Europa te toeren, onze muziek op vinyl uitbrengen en met favoriete bands van ons samen te spelen. Dat hebben we allemaal gedaan, nu willen we nog graag een live-sessie doen op BBC Radio 6 en toeren door Amerika.”

 

 

 

Hoe is het in Carlisle? Klinkt niet als een plek met een levendige scene of vergis ik me compleet?
“Het is een kleine, noordelijke stad, dus er zijn niet veel mogelijkheden voor bands. En er is hier maar één ‘echt’ podium eigenlijk. Er gebeurt hier dus niet zo heel veel, zeker niet op het gebied van de muzikale stijl die wij maken. Daarom zijn we ook wel trots dat onze muziek goed buiten de stad terecht is gekomen, en al helemaal dat we op deze manier door Europa kunnen toeren en opgemerkt worden door de radio. Als we misschien in een andere stad hadden gewoond, dan hadden we al sneller onze baan op kunnen zeggen. Maar Carlisle houdt ons wel gemotiveerd en gedreven, en dat is voor ons zeer belangrijk.”

Heeft de stad invloed op jullie muziek?
“Zeker, in steden als Leeds en Londen zijn er heel veel ‘scenes’, ik ben blij dat wij daar niet bij horen, er is niets erger dan van die kleffe en hielenlikkende scene. Alles wat wij doen komt neer op onszelf en dat drijft ons omdat we niet om gunsten van anderen kunnen vragen of daar afhankelijk van zijn. De pers komt hier niet naartoe om nieuwe artiesten te checken, wat eigenlijk ook wel weer iets heel goeds is misschien.”

Van wat hou je het meest in de muziek die je maakt?
“Dat het honderd procent puur is. We springen niet op een populaire golf, we doen wat we willen. En als mensen dat oppikken is dat een fijne bonus.”

De debuutplaat is eindelijk uit, waarom duurde dat eigenlijk zo lang?
“We hebben het zelf gefinancierd en zijn de studio ingedoken totdat we zeker wisten dat alle nummers perfect waren. Daar zijn we dan ook bijzonder lang mee bezig geweest, ha ha. Daardoor hadden we al een fijne fanbase opgebouwd, wat scheelt als je iets uitbrengt. En hij was binnen drie dagen uitverkocht, dat was echt wel heel cool.”

Het is een bijzonder diverse plaat geworden, wat had je van tevoren in gedachten?
“Ik ben beïnvloed door heel veel soorten bands. En het duurde ook zolang voordat ‘ie af was, omdat ik een heel diverse plaat wilde maken. Ik vind het niks als bands nummer na nummer met dezelfde stijl op de proppen komen.”

Wat vind je het tofst aan de plaat?
“Het feit dat we er allemaal heel trots op zijn. Op elke minuut van die hele plaat.”

 

 

 

eagulls band

 

 

De Britse gasten van Eagulls zijn heel erg lekker bezig voor de liefhebbers van postpunk. Hun muziek klinkt beestachtig ruw, opgejaagd, angstig en lijkt wel midden in de nacht opgenomen in een spookachtig bos. Een tijdje geleden spraken we de band uit Leeds over hun heden, verleden en toekomst. 

 

Zo, wat zijn jullie allemaal uit aan het spoken?

“Niet zoveel op het moment, we hebben vooral weinig geslapen.”

 

Jullie speelden onlangs op het grote showcase-festival CMJ in New York, hoe was dat en hoe spring je eruit tussen 1.400 anders shows?

“Dat was te gek, er waren best wel wat mensen bij de shows. We hebben lang gespaard en al ons geld gestoken in een pers-guerrilla, ha ha! Nee, je weet niet hoe dat soort dingen gaan, we werden wel een keer door de New York Times en Rolling Stone genoemd, dat scheelt misschien wel. Maar je moet gewoon doen wat je altijd doet. Het gaafste was toch wel dat we vuurwerk af gingen steken van een of ander duur appartement in Brooklyn en er allerlei alarmen afging en de politie verhaal kwam halen. Good times.”

 

Waarom moeten onze lezers jullie muziek zeker luisteren?

“Ik denk omdat het eerlijk en oprecht is, we houden niet van onzinnige bullshit rondom de band. We spelen en schrijven vanuit onszelf, hebben het niet over irrelevante zaken en ik denk dat mensen dat wel voelen.”

 

 

 

 

Hoe zijn jullie gegroeid als band de laatste paar jaar?

“We hebben er nog steeds veel plezier in, alleen we houden onze ogen wel goed open nu het steeds beter gaat met de band. We zijn vrij cynisch geworden, ook wel over de muziekindustrie en dat is ook wel terug te horen in onze muziek. Ik denk dat we veel realistischer en minder naïef zijn dan in het begin. We stoppen al onze energie nu vooral in de muziek en het toeren, want we werken hiernaast nog steeds helaas, dus we hebben echt geen tijd voor onzin.”

 

Ik ken jullie pas net, maar jullie komen over als aardige gasten. Waar komt die rauwe energie en gemene sound vandaan?

“Dit is de enige kans om dat te doen denk ik. Om alle adrenaline te laten stromen, niet na te hoeven denken, alles eruit te gooien en ontzettend veel plezier te maken.”

 

Hoe creëer je spanning in de studio?

“Dat is moeilijk te zeggen eigenlijk… Sommigen van ons wonen en werken ook nog eens samen, dus we zien elkaar soms veel te veel. En misschien ook wel omdat we, vanwege de financiën, maar een bepaalde tijd hadden om op te nemen in de studio. Op dat moment moest het simpelweg gebeuren. Ik (George Mitchell, zanger red.) had ook nog een flinke infectie op mijn borst en dat had ik pas veel te laat door, maar toen moest ik dus nog de zang opnemen.”

 

Volgens mij heeft dat juist wel gewerkt als ik zo naar die nummers luister!

“Misschien is dat ook wel goed geweest voor dat scherpe randje, ha ha. Toen was het in ieder geval verschrikkelijk, dat kan ik je wel vertellen.”

 

 

Nieuws single Possessed

 

 

Hebben jullie al zin in de release volgend jaar?

“Poeeeee, we spelen al die nummers al live, we kunnen echt niet wachten tot die uitkomt, man! Het is een diverse plaat geworden, wij zijn er echt heel erg blij mee.”

 

Wat zijn de volgende stappen?

“Heel veel toeren, de plaat uitbrengen en hopen dat we hiernaast kunnen stoppen met werken. Of ontslag krijgen, dat zou misschien ook wel prima zijn. Dan hebben we de perfecte reden om hier volledig voor te gaan.”

 

 

De zelfgetitelde debuutplaat van Eagulls komt 3 maart uit via Partisan Records

 

 

The KVB

 

 

The KVB is inmiddels alweer een paar platen verder en staat duidelijk zijn mannetje in de kleine zaal van het Liverpool Psych Fest. Het duo Nicholas Wood, aka Klaus Von Barrel en Kat Day maakt harde, vieze, minimale en obscure shoegaze. Een gitaar, een potje synths en een drumcomputer is alles wat ze nodig hebben om je omver te blazen. 

Om het interview op te kunnen nemen moet de microfoon ongeveer tegen de lippen van het duo geplaatst worden. De twee kleine muzikanten praten zacht en schuchter, een contrast als je naar hun harde en duistere optredens kijkt. Hoe kennen deze twee markante figuren elkaar? Wood legt het kort uit: “We zijn nu een jaar of drie, vier samen. Het begon als een zijproject dat ik in mijn eentje deed en waarmee ik wat dingetjes opnam. Dat kreeg toen al vrij snel aandacht en volgers, dus toen kwam Kat erbij om live synths te gaan spelen en meer op te nemen.” De synth-speelster vertelt verder: “Ik maak ook alle visuals voor de shows. The KVB is ook meer een audiovisuele ervaring.” Het visuele gedeelte is live inderdaad ook echt te gek en voegt een hoop toe aan de show en de muziek. Dat laatste doet het op zichzelf ook goed: “Onze laatste plaat is op ‘t moment uitverkocht, gelukkig komt er telkens weer snel een nieuwe aan.”

 

 

Ze nemen zelf genoeg albums op tussen al het toeren door, maar wat voor soort platen luisteren ze zelf zoal naar de laatste tijd? “Ik ben erg fan van de laatste Tropic Of Cancer, die vinden we beiden echt te gek”, vertelt Day enthousiast. En toen ze nog kleine KVB’s waren? “Vooral ganster rap, ha ha. Ik weet ook niet waarom, man. Puberty…”, verzucht Wood.

Nieuw album/EP
Hun album ‘Immaterial Visions’ van begin dit jaar en ‘Minus One‘ uit november zijn waarschijnlijk de sterkte wapenfeiten van de band. Half november komt er alweer een nieuwe, sterke plaat aan: ‘Minus One’. Maar ook in de tijd na het opnemen van die plaat hebben de twee niet stilgezeten, want er komt alweer meer aan. De band is namelijk in de studio geweest voor een nieuwe EP: “We hebben in Berlijn opnames gedaan en we hebben deze keer de plaat met echte drums opgenomen, wat wel weer heel anders is. Daarnaast was het ook de eerste keer dat we in een studio op hebben genomen in plaats van thuis, dat was ook wel even wennen, maar wel erg cool uiteraard.”

 

 

Wanneer kunnen we die EP verwachten? “Hij komt waarschijnlijk begin volgend jaar uit. Die EP is eigenlijk een soort stap naar de volgende plaat die eraan zit te komen. En je kunt vaak wat meer experimenteren en andere dingen doen met een EP, dat vinden we wel tof. De muziek wordt niet compleet anders of zo, ik denk dat het vooral hypnotischer wordt”, vertelt Kat Day.

Duo
De band speelt veel shows en toert in Australië tot en met Amerika, wat ook goed mogelijk wordt gemaakt door hun samenstelling: “We kunnen veel goedkoper reizen omdat we met z’n tweeën zijn. Het is economisch ook voordelig, ha ha. Vandaag zijn we bijvoorbeeld met de trein gekomen vanuit Londen, maar we kunnen ook makkelijk naar Australië, waar we dit najaar naartoe gaan met The Brian Jonestown Massacre.” Wat kunnen we allemaal van zo’n KVB live-show verwachten? “Projecties! Het is allemaal eigen videomateriaal dat ik heb gemaakt. Dat, in combinatie met snoeiharde gitaren en een hoop synths.”

Minus One (Full Album)