sharon van etten

 

 

Alright, Sharon van Etten is terug! Op 26 mei zal ‘Tramp’ op worden gevolgd door haar nieuwe plaat ‘Are We There’, die op 26 mei via Jagjaguwar uit wordt gebracht. En nu is er een aangenaam voorproefje van dat album in de vorm van Taking Chances. 

 

 

Electric Lady Studios
Voor haar nieuwe plaat ‘Are We There’ dook Van Etten met producer Stewart Lerman (St. Vincent, Regina Spektor) de fameuze Electric Lady Studios in om alles op te nemen. De eerste, overtuigende single Taking Chances mag er zeker zijn, dat niet meer nodig heeft dan de drums, Sharon’s stem en ritmische, gruizige gitaarpartijen die het geheel afmaken.

 

 

 

)

Mac-DeMarco-Salad-Days-608x608

 

De eerste gitaarlijntjes vloeien uit de speakers en je weet gelijk wie er zo fijn je oren in danst. Ja hoor, het is onze grote vriend Mac DeMarco. Zijn nieuwe single Brother is easy going, net als de rest van zijn nieuwe plaat ‘Salad Days’.

 

Op zijn gemak
Mac klinkt rustig, op zijn gemak zelfs, terwijl hij zijn gitaar rustig heen en weer laat wiegen en over een zachte drumbeat heen zingt. Zijn nieuwe plaat is dan ook iets meer schuifelen dan dansen, zoals op de vorige plaat ‘2’. Maar desalniettemin erg fijn en goed voor de gemoedstoestand. Op 1 april uit via Captured Tracks!

 

 

 

kevin morby

 

Kevin Morby is geen bekende naam, maar wel een bekend muzikant. Als liefhebber van indie is de kans vrij groot dat u wel eens, op een blauwe maandag, muziek van hem in uw oren heeft gehad. Morby is namelijk de bassist van Woods en frontman van the Babies samen met Cassie Ramone, bekend van Vivian Girls.

 

Voorgeschiedenis
Als zeventienjarige jongen verhuisde de muzikant van Kansas City naar Brooklyn om vervolgens half overrompeld in Woods terecht te komen. Echter verliet Morby enigszins mistreurig zijn verleden toen hij vorig jaar ‘zijn’ stad verruilde voor Los Angeles. Deze voorgeschiedenis, van een stad waar hij volwassen werd, zorgde voor een melancholische ode aan New York.

 

 

 

 

Morby neemt ons gedurende ‘Harlem River’ mee op reis langs de geliefde plaatsen van zijn jeugd. ‘If you knew just how far I travel’ zingt Morby ons zachtjes toe, als een voorbode van zijn reis naar het beloofde New York. De melancholische klanken van Miles, Miles, Miles gaan al snel over naar het uptempo en orgel gedreven Wild Side. En dan breekt de ongerustheid aan van de negen minuten durende Harlem River die met stuwende drums en langgerekte orgelgeluiden, de nimmer stilstaande onrust vertolkt van de muzikant. Contemplerend over het missen van zijn ‘trein’ en het bedaren van zijn onrust bereikt Morby met Cate le Bon’s sensuele stem op de achtergrond in Slow Train het hoogtepunt van het album.

 

Met ‘Harlem River’ heeft Morby ons een prachtig album gegeven, dat met haar warme contemplerende nummers ons na doet denken over het leven wat je had, hebt en zal hebben.
Domenico Mangione 

 

 

 

younghusband

 

 

Younghusband! Vorig jaar speelde de vierkoppige band nog op London Calling, nu komen ze terug om Amsterdam opnieuw te laten zien wat voor mooie plaat ze met ‘Dromes’ hebben gemaakt. Op het album is een goede mix tussen The Cure, Jesus And The Mary Chain en TOY te horen, die je donderdag 13 maart live kunt aanschouwen! The Daily Indie mag namelijk 2 x 2 kaarten weggeven voor deze Londenaren. And winning is easy!

 

 

WINNEN!
Om donderdag met een vriendje of een vriendinnetje naar de show te gaan, hoef je alleen maar naar prijsvraag@thedailyindie.nl te mailen met je naam en in het kort waarom je er graag naartoe zou willen! That’s it! In de tussen tijd kun je hier nog even de hele plaat checken op Spotify en hier beneden de nieuwste videoclip van de band!

 

 

metronomy band

 

Identieke rode colberts, zwarte Steve Jobs-coltruien én witte pantalons, Love Letters staat nu al (!) in mijn eindejaarslijstje. Als onze stoner-vrienden van That‘70s Show een band zouden vormen dan zou dit het onvermijdelijke resultaat zijn. Anna, de drumster van Metronomy, lijkt namelijk verdomd veel op Donna.

 

Top of the Pops én een trompet.
Vanaf de eerste seconde begeven we ons in een heerlijke jaren ‘60 televisieshow a la Top of the Pops incluis felgekleurde decorstukken, zoetige koortjes én een simpel doch hypnotiserend pianostukje. Maar, vanaf 2.24 worden we aangenaam verrast door een flirterige trompet, die ons er op attendeert dat dit het moment suprême is, en dat onze vrienden achter de coulissen verdwijnen. Love Letters is ziekelijk vrolijk, dansbaar en brengt de hopeloze romanticus in je naar boven.

 

Gebeurt bovenstaande niet, stuur me dan gerust een e-mail. Het gelijknamige album Love Letters verschijnt op 10 maart in de winkel. Ik stel een remake van de videoclip voor met *tromgeroffel* Rolf Wouters als presentator. Iemand?

 

 

TRC2-front

 

‘The Reverb Conspiracy – Volume Two’ is een belangrijke verzamelaar  van Fuzz Club Records uit Londen en The Reverberation Appreciation Society uit Texas. De labels brengen met deze bonte samenstelling verassend genoeg een coherente sound van Europese bands die de term psychrock een nieuwe identiteit geven. Met heerlijke bandnamen als Sonic Jesus, Cult of Dom Keller, Acid Baby Jesus en Cosmic Dead etc. (originele plaat met artwork van Dead Skeleton’s Nonni Dead) heeft RevCon 2 een verslavende bindende factor: een overdaad aan reverb waar mijnheer Fender zeker natte ogen van zou hebben gekregen.

 

Spacende shoegaze
Na de vliegende kickstart van The Janitors neemt Dark Bells meteen gas terug en geeft met het sterke Wildflower: een blauwprint van de spacende shoegaze-kant van de psychedelica. En de varianten stapelen zich op: na de krauto-psych van Time & Space Machine (huidig project van de Londense producer-wizard Richard Norris) volgt overstuurde smerige garage-psych van Sonic Jesus. Het Noorse Electric Eye doet waar psychedelica-grootheid Tame Impala zo goed in is: het produceren van een instrumentale deken van eindeloos versmeltende gitaarlijnen (reverb!) op een alsmaar voortgroovende fuzzende bas.

 

 

 

 

Het epische middenstuk van kant B is Hypnotized Narcissisist van Tales of Murder and Dust: een organische rockjam anno 1968 in de Zodiak-club van een eerdere generatie van de Goat-dynasty, maar dan met fluit. De bijna eng authentieke new wave van Cult of Dom Keller zorgt ervoor dat je weer eens oprecht zit te balen dat je niet in 1981, met díe soundtrack door Londen hebt kunnen zwerven. Dan weer de rechttoe-rechtaan weirdness van Pinkunoizu die halverwege ontaardt in een bijna dansbare jaren ‘60-out-of-space versie van Stereolab.

 

Rijke, psychedelische topmuziektraditie
En er valt nog zoveel meer te genieten: de eindeloos uitdijende kosmische stonerrock van Glasgow’s The Cosmic Dead, het Koude Oorlog-einde-der-tijden-gevoel van The Woken Trees, tot en met de nietsontziende noise van Big Naturals: je boft als audiofanaat maar mooi met een rijke psychedelische topmuziektraditie die op zo’n scala aan manieren wordt nagevolgd.

 

 

 

 

Dit album verdient het gehoord te worden door de fans van de aangenaam veelzijdige en onvoorspelbare psych-sound van weleer, en eigenlijk alle rockhoofden die hun gitaren graag luid en met veel reverb hebben.

 

 

suns of thyme band german

 

Zomaar een bandje uit Berlijn dat je van links en rechts van de sokken blaast. Wait, what?! Berlijn? Suns Of Thyme is inderdaad een Duitse band met een verbluffende sound en strakke nummers. En dat komen wij ook niet zo vaak tegen. De band weet een harmonieuze brug te bouwen tussen psychedelische rock uit de jaren zestig en dikke new wave en shoegaze uit de jaren tachtig en negentig.

 

Feedbackende grooves
Het begint allemaal met de duistere opener Violent Eyes, waarbij zanger Tobias Feltes je direct in zijn wereld meesleurt met zijn donkere, heldere en indrukwekkende stem. Het ijs is gebroken, de spanning is eraf en de versnelling gaat omhoog op nummer twee The Way. De drums laten zich horen, de gitaren feedbacken zich een weg door de soepele grooves en de plaat is los.

 

 

 

Wat volgt is een album dat zich niet vast laat pinnen en zijn eigen weg bewandelt. Het up-tempo One Song weet je te hypnotiseren, waar Soma – God For Gods met een opzwepend couplet en een catchy refrein je weer wakker schudt. ‘Fortune, Shelter, Love and Cure’ is dan nog niet op de helft en trekt hem nonchalant door met een sitar op The Years We Go Is Not Enough en het freaky, oosterse Asato Maa.

 

Scherp randje
Het gaat alle kanten op met deze Duitsers. Een levendige plaat met een scherp randje. Misschien niet zo mega-origineel en alles, maar dit kwartet heeft op momenten wel een groove om u tegen te zeggen en een partij nummers die geen moment vervelen. En dat is ook zeker wat waard.

 

 

 

gardens & villa

 

Gardens & Villa is een vijfkoppige band die haar wortels in Santa Barbara, Californië heeft. De unieke mengeling van sixties beats, pulserende synths en fluit-riffs zorgde ervoor dat de band in 2011 getekend werd door Secretly Canadian. Het gelijknamige debuutalbum kreeg aandacht van onder andere Pitchfork. Nu is Gardens & Villa terug met de opzienbarende plaat ‘Dunes’, opgenomen in de winter van het ijskoude Michigan, onder begeleiding van producer Tim Goldsworthy (o.a. The Rapture en Cut Copy).

 

Voller en volwassener
Dat de band de fleurige synth-lijnen en aanstekelijke ritmes niet kwijt is geraakt in het bevroren Michigan, is al duidelijk vanaf het eerste nummer Domino. Met nummers als Bullet Train en Chrysanthemum word je gebombardeerd door een catchiness die zelfs de meest doorgewinterde punkrocker de heupen laat schudden. Alhoewel ‘Dunes’ in veel aspecten lijkt op de debuutplaat, is het geluid van de band voller en volwassener geworden. Dit wordt halverwege de plaat duidelijk met melancholische tracks als Purple Mesas en Minnesota. Op deze nummers ligt dan ook de werkelijke kracht van de band.

 

 

 

 

Met het pulserende ‘Dunes’ zet Gardens & Villa  een goede stap naar voren. Maar de overdadige hoeveelheid aan synthesizers, zoals op Colony Glen, kan wel tergend zijn voor de liefhebbers van hun liefelijkere sound. Het catchy geluid ligt er af en toe nét iets te dik bovenop, maar zorgt er wel voor dat je ongegeneerd met je hoofd gaat schudden in openbare gebouwen.

 

 

 

Morgan Delt album

 

In het uitbrengen van glinsterende psych-pareltjes is Morgan Delt heer en meester, en dat hoorde Trouble In Mind Records (o.a. Jacco Gardner, Maston, The Limiñanas) ook. Meer dan een jaar geleden hebben we hem wel eens zwevend voorbij zien komen met zijn ‘Psychic Death Hole’ cassette, sinds eind januari laat hij met zijn zelfgetitelde debuutplaat nog eens zien wat voor zaligmakende psych deze caleidoscopische tovenaar in zich heeft.

 

Kleurrijke draaikolk
Je stort jezelf in een kleurrijke draaikolk vol invloeden van Wilson, Boettcher en Barrett, waar je niet snel meer uitkomt. Je wordt opgezogen door de obscure schoonheid die zich voor het eerst laat horen op de opener Make My Grey Brain Green. Te omschrijven als ‘flowerdelia’ wordt Barbarian Kings gelijk afgeschoten als opvolger; een nummer waarin eigenlijk alles achterstevoren afgespeeld lijkt te worden. Mr Carbon Copy heeft zelfs iets van The Strokes in zich, waarna je helemaal niet meer weet waar je belandt bent.

 

In de bizarre luisterervaring hoor je dingen die je waarschijnlijk nog niet eerder hebt gehoord. ‘Morgan Delt’ is een behoorlijke natte droom voor psych-rockers die niet vies zijn van een potje experiment. Maar het is niet alleen maar moeilijke, rare, niet vol te houden en in LSD ondergedompelde muziek dat de klok slaat. Onder al die geflipte, door elkaar heen wurmende lagen, zitten fonkelende nummers verstopt die uit een ver en  niet bestaand land lijken te komen. Dromerig, pulserend en hallucinerend zijn de drie kernwoorden die op de muziek van Delt van toepassing zijn. Tel daar een analoog en stoffig klinkende tape-sound bij op en je hebt een nieuwe, favoriete artiest.

 

Unieke, psychedelische stijl
Het tempo houdt hij erin met het, voor zijn doen, catchy Chakra Sharks en het stompende Backwards Bird Inc. Afsluitend met Tropicana en Main Title Sequence, die de hele plaat opsommen, kom je tot een prachtig einde van een luisterervaring waarbij je al het gevoel van tijd en plaats kwijt bent geraakt. Een unieke, psychedelische stijl die 2014 gelijk goed open weet te breken. Laat je zintuigen de vrije gang  en de krankzinnig fijne nummers alles overnemen.

 

 

 

kevin morby

 

Kevin Morby is geen bekende naam, maar wel een bekend muzikant. Als liefhebber van indie-muziek is de kans vrij groot dat u wel eens, op een blauwe maandag, muziek van Morby in uw oren heeft gehad. Morby is namelijk de bassist van Woods en frontman van the Babies samen met Cassie Ramone, bekend van Vivian Girls.

 

Ode aan New York
Als zeventienjarige jongen verhuisde Morby van Kansas City naar Brooklyn om vervolgens half overrompeld in Woods terecht te komen. Echter verliet Morby enigszins mistreurig zijn verleden toen hij vorig jaar ‘zijn’ stad verruilde voor Los Angeles. Deze voorgeschiedenis, van een stad waar hij volwassen werd, zorgde voor een melancholische ode aan New York.

 

De zevenminuten lange folk-rock track Harlem River stuwt ons voort met drums en langgerekte orgelgeluiden die de nimmer stilstaande onrust vertolkt van Morby. Opzienbarend is de Harlem River-loze videoclip waarin Kevin Morby te zien is met een hoop citroenen en hula-dansende lingerie dragende dames.

 

 

diane coffee

 

De zesentwintigjarige drummer van Foxygen, Shaun Fleming, verliet begin dit jaar zijn sub-urbane bestaan in het Californische Agoura Hills voor de ‘Big Apple’. Vlak nadat hij bij Foxygen-bandgenoot Jonathan Rado gaat wonen, wordt Fleming flink ziek. Verbannen tot het appartement schrijft Fleming ‘My Friend Fish’ als een exorcisme van ziekte, zondering en eenzaamheid. Duidend op het eenzaamste huisdier vernoemt Fleming de plaat naar de vis.

 

 

 


Krachtig opent de plaat met Hymn, een orgel beladen ballad die met tactische geplaatste koortjes het eclectische karakter van Diane Coffee bevestigt. Dit eclectische karakter heeft haar achtergrond in Flemings verleden als Disney stemacteur. Gelukkig voor ons misbruikt ‘Diane’ zijn talent veelvuldig op de plaat door felle wisselingen van warme slepende vocalen naar snerpend staccato. Nog in de ban van gospel en soul neemt Fleming ons mee in zijn wervelwind naar het folk van Tale of a Dead Dog, om weer volledig het roer om te gooien met zijn Motown-achtige WWWoman en met de psychedelische rock van New Years. Afsluitend met Green bezingt Fleming, uiteindelijk beter geworden, zijn liefde voor het groene Californië.

 

 

 

 

Psychedelic Motown
Elk nummer op ‘My Friend Fish’ heeft een uniek karakter, echter zonder dat dit afdoet aan het geheel van de plaat. Bij het omschrijven van het geluid wat Fleming produceert voor zijn visvriend, sluit ik me aan bij het zelfbenoemde label ‘Psychedelic Motown’. Wonder boven wonder woont Fleming niet meer in New York, maar zijn ervaring heeft gelukkig een fijne plaat opgeleverd.
Domenico Mangione