Album Review

De nieuwe van Tune-Yards is een vermoeiende plaat voor vermoeiende tijden, en dat is een compliment


24 januari 2018

Stemmige pianotonen die al gauw vrij baan maken voor een stuiterende drumcomputer en frontvrouw Merill Garbus’ elastische vocalen. Vanaf de eerste tonen van Tune-Yards’ (of tUnE-yArDs, als je écht vervelend wilt doen) nieuwe plaat I Can Feel You Creep Into My Private Life is één ding duidelijk. Dit is een plaat die een Red Bulletje teveel op heeft. In een kleine drie kwartier schotelt Garbus de luisteraar een dozijn songs voor die stuk voor stuk uit hun voegen barsten van de rare wendingen, gekke uithalen en onmogelijke structuren.  

Het is dus ook niet gek als je na de eerste luisterbeurt direct naar je medicijnkastje grijpt voor een paracetamol en het niet oneens bent met Garbus als ze zingt “know your language, but I wish it was silence.” Geef deze plaat echter de tijd die hij verdient en je ontdekt een set songs die uiterst dansbaar en catchy zijn, maar ook nog eens perfect aansluiten op de zeitgeist. Neurotische nummers als Now As Then en Hammer zijn welhaast net zo vermoeiend als de tijd waarin we leven. Een tijd waar er iedere tien minuten wel weer een nieuw probleem is waar we ons met zijn allen over op zouden moeten winden. Ook schuwt Garbus politieke thema’s niet. Look At Your Hands bevat veel allusies naar een zekere president en veel van de nummers op deze plaat gaan over haar ongemakkelijke positie als blanke Afropop-artiest.  

Daarmee is I Can Feel You Creep Into My Private Life sowieso al interessant als tijdsdocument, maar Garbus heeft natuurlijk ook nog altijd een talent voor heerlijk aanstekelijke refreinen. Zo blijft dat van het halve titelnummer Private Life – “don’t wanna hear my voiceHear my voice!” – gegarandeerd nog dagenlang in je kop rondzeuren. Ook zijn er in veel van de songs naast de gebruikelijke afropop en worldbeat-invloeden ook invloeden van eighties dance en synthpop te bespeuren. Opener Heart Attack had met een beetje fantasie ook zo van Soft Cell kunnen zijn. Dat alles maakt I Can Feel You Creep Into My Private Life met gemak het meest toegankelijke en behapbare Tune-Yards album tot nu toe.  

Toch weet Garbus het vrij hoge kunstacademie-gehalte wat veel van haar oudere platen kenmerkte niet helemaal te onderdrukken. Zo is het intro van het eerder genoemde Private Life – denk een shittyflute versie van Ennio Morricone’s beroemde western-thema Man With Harmonica – niet om aan te horen en bevat Colonizer een passage waardoor je zou wensen dat er nooit iemand had bedacht dat het wel leuk was om te gillen in muziek. Ook wordt een nummer met een gouden refrein als Now As Then bijna om zeep geholpen door nogal vermoeiende coupletten vol met praatzang.  

Verder is het bewonderenswaardig dat Garbus zichzelf – en de luisteraar – confronteert met de cultural appropiation waar ze zich in feite al vier albums lang aan schuldig maakt, maar af en toe voelt het toch een beetje alsof je naar de Afropop-versie van Macklemore’s White Privillege II aan het luisteren bent. In Colonizer wordt deze thematiek nog verpakt in een uitermate lekker nummer. Het koor aan Afrikaanse vrouwenstemmen wat halverwege Private Life binnen komt vallen en “let me sit in that place” scandeert ligt er echter veel te dik bovenop én doorbreekt de flow volledig.  

Op die paar irritatiepunten na is I Can Feel You Creep wel gewoon een bovengemiddeld fijne (Afro)popplaat geworden, die bovendien duidelijk gemaakt is met nobele bedoelingen. Dat alleen al is prijzenswaardig, dus het is mooi meegenomen dat die gepaard gaan met een paar van de lekkerste dansnummers die je in 2018 zult horen.