Interview

Interview Loyle Carner: “Ik raak soms gedesillusioneerd door hiphop.”


17 maart 2017

Hiphop is heet. Niet alleen in Nederland en de Verenigde Staten, maar ook in Groot-Brittannië, waar rappers als Stormzy en Skepta grossieren op een nieuwe golf grime. Tussen al het geweld valt de jonge Londenaar Loyle Carner op door zijn reflectieve raps over zijn familie. The Daily Indie spreekt Benjamin Coyle-Larner – zijn artiestennaam is een gevolg van zijn eigen dyslexie – de middag voor zijn soloshow in Paradiso Noord over zijn moeder, het overlijden van zijn stiefvader en de inspiratiebronnen voor zijn debuutalbum Yesterday’s Gone, dat eerder dit jaar verscheen.

“Mensen moeten niet vergeten waarde roots van grime liggen”
Ons gesprek vindt plaats in de week waarin blijkt dat Stormzy’s debuut Gang Signs & Prayer het tot de hoogste positie van de Britse hitlijsten geschopt heeft. Benjamin komt uit dezelfde generatie Britse muzikanten als Stormzy en groeide op ten tijde van de eerste grime-golf. “Dat droeg toen helemaal die naam nog niet,” vertelt Coyle-Larner in zijn kleedkamer. “Toen was het nog gewoon rap, met daaronder allerlei verschillende stijlen Britse hiphop, trap, garage en grime.” Toch was de stroming op dat moment, midden in de jaren negentig, nog minder een Britse aangelegenheid. “Al die artiesten wilden juist samenwerken met P. Diddy. Kano werd op een bepaald moment getekend door Jay-Z.” De rollen zijn nu omgedraaid. Vorig jaar nog tekende Drake op Boy Better Know, het grimelabel van de befaamde broertjes Jamie en Joseph Adenuga, beter bekend als JME en Skepta. “Ik ga er niet vanuit dat Drake ooit bij mij aan zal kloppen, maar voor Britse muziek in het algemeen is dat heel positief”, weet Loyle Carner. “Het moet alleen niet te commercieel worden. Mensen moeten niet vergeten waar de roots van grime liggen.”

 

“Ik voel me simpelweg beïnvloed door geluid.”

 

 

Van wederzijds respect is volgens Benjamin wel sprake, maar toch heerst een gapend gat tussen de jonge rapper en de iconen die het internet domineren. “Ik heb geen contact met die andere rappers. Ik heb een beat van Kano gekregen voor een radiosessie, maar verder spreek ik ze nooit. Zij zijn beroemd, ik niet.” Samenwerken deed Coyle-Larner wél met een van Engelands meest gerespecteerde moderne punkpoëten, Kate Tempest. Hij weet nog goed wanneer hij de schrijvende spoken word-ster voor het eerst ontmoette. “Ik was toen net van de universiteit getrapt”, vertelt hij. “Op mijn weg terug naar het treinstation zag ik haar ineens en ben ik een praatje met haar gaan maken. Dat lukte niet zo goed, want ik was nogal onder de indruk.” Niet veel later ontmoet het tweetal elkaar opnieuw op een showcase van label Speedy Wunderground in Londen. Producer Dan Carey stelt een samenwerking voor en in december 2015 verschijnt Guts op een compilatiemixtape van de maatschappij. Een droom die werkelijkheid werd, volgens Benjamin: “We schreven dat nummer in twee of drie uur tijd en namen het meteen op. Daardoor was er geen tijd om alles te overdenken. Aan het eind van de dag heb je iets tastbaars, dat is geweldig.”

 

 

Britse muziek was niet het enige dat de aandacht van de jonge Benjamin trok. “Ik hield van échte Britse hiphop, van artiesten als Roots Manuva, maar eigenlijk luisterde ik het meest naar Amerikaanse rap. Daar was men meer gericht op liedjes dan in Groot-Brittannië. Als ik freestyle wilde zien zocht ik op gewoon filmpjes van Britse rappers op YouTube op, maar als ik een tune wilde horen ging ik naar OutKast of Common.” Coyle-Larner zoekt zijn inspiratiebronnen daarnaast nadrukkelijk buiten zijn eigen genre. Voornamelijk aan de muzikale kant van zijn producties. Het gebruik van saxofoons (Ain’t Nothing Changed) en gitaren (NO CD) roept op Yesterday’s Gone bijvoorbeeld vergelijkingen op met het door jazz doordrenkte To Pimp A Butterfly (2015) van Kendrick Lamar. Coyle-Larner: “Ik voel me simpelweg beïnvloed door geluid. Het maakt niet uit waar dat vandaan komt.” Een van de meest opvallende voorbeelden voor Loyle Carner vinden we terug in de videoclip voor vroege hit Tierney Terrace. Daar hangt in de kelder van Benjamins huis een poster van niemand minder dan Bob Dylan. “Ik luister daar regelmatig naar. Zulke gasten maken real stuff. Ik raak soms gedesillusioneerd door hiphop. Rappers gaan maar door en door over dezelfde onderwerpen. Dan moet je soms op zoek naar andere plaatsen om inspiratie te vinden voor teksten. Zo kom je vanzelf uit in andere genres.”

 

 

“Ik vind mijn moeder de coolste persoon op aarde”
Met die uitleg komt Loyle Carner zelf uit bij een andere reden waarom hij de afgelopen jaren in toenemende mate opviel. De onderwerpen die hij bespreekt zijn puur persoonlijk. Over meisjes, geld of politiek gaat het niet of nauwelijks in zijn raps. De hoes van zijn debuut Yesterday’s Gone zegt eigenlijk genoeg. “Het is een soort familiefoto”, legt Coyle-Larner uit. “Iedereen die ervoor heeft gezorgd dat ik kon komen tot het punt waar ik nu ben staat erop.” Benjamin vertelt dat hij nog gewoon thuis woont bij zijn moeder en zijn jongere broertje, over wie hij spreekt als zijn beste vriend. “Het is fijn om mijn familie te zien als ik lang op tour ben geweest. Beter dan thuiskomen in een leeg huis.”

Dat de twintiger een moederskindje is, komt niet bepaald als een schok. Overal waar Loyle Carner is, is zijn moeder Jean namelijk ook. Ze is te zien op zijn albumhoes, in zijn videoclips, op zijn gigposters en ga zo maar door. “Ik zou niet weten waarom niet”, antwoordt de jongeling als we hem vragen waarom. “Ze wil er graag deel van uitmaken. Wie ben ik dan om te zeggen dat dat niet mag?” Van schaamte is dan ook geen enkele sprake. “Ik vind mijn moeder de coolste persoon op aarde, ik ben heel blij dat ik haar overal bij kan betrekken.” Toch heeft de roem ook in dit geval zijn keerzijde, al is die relatief onschuldig. Coyle-Larner lachend: “Ze is er een beetje verslaafd aan geraakt. Er staan volgens mij meer foto’s van haar dan van mij op mijn social media. Als ze boodschappen gaat doen, wordt ze soms herkend. Laatst was ze in het Tate Modern en bleven mensen haar maar om foto’s vragen.”

 

 

Natuurlijk is Loyle Carner niet het eerste moederskindje in de stoere mannenwereld die hiphop heet. Onder meer 2Pac (Dear Mama) en Kanye West (Hey Mama, dat West kort na de dood van zijn moeder in 2007 zong op de Grammy’s) brachten eerder nummers over hun moeders uit. “Ik ben altijd groot fan geweest van Kanye West”, zegt Coyle-Larner, die in 2015 Wests Heard ‘Em Say nog coverde op BBC Radio 1. “Ik hoorde van zijn bijzondere band met zijn moeder, dat was kort nadat ik zelf muziek begon te maken. Daarna ontdekte ik dat zijn moeder overleden was. Ik weet dat hij het daar nog steeds moeilijk mee heeft en ik vind het ongelooflijk dat hij zich enigszins bij elkaar heeft weten te rapen. Als ik mijn moeder zou kwijtraken, zou het over zijn voor me. Klaar. Ik leef enorm met hem mee.”

“Mijn vader had een heel album gemaakt en dat aan niemand verteld”
Een van de redenen waarom Benjamin zo gehecht is aan zijn moeder, is dat hij weet hoe het is om een ouder te verliezen. Zo’n vijf jaar geleden verloor de jonge Brit zijn stiefvader. Het had niet alleen grote invloed op een persoonlijk, maar ook op een praktisch niveau. “Ik moest ineens de kostwinnaar van de familie worden”, legt hij uit. “Ik maakte al wel muziek voor mezelf, omdat ik over die gebeurtenissen wilde schrijven. Toen ontdekte ik langzaam maar zeker dat ik geld kon verdienen met hetgeen dat me door die periode heen hielp. Dat was heel vreemd, omdat het tegelijkertijd verschrikkelijk en geweldig was.” De beschrijvingen van de moeilijkste periode uit zijn leven zijn inderdaad een wezenlijk onderdeel uit gaan maken van Loyle Carners muzikale identiteit. BFG van Coyle-Larners vroege EP A Little Late is een single die schrijnend is in al zijn eerlijkheid. “Everybody says I’m fucking sad. Of course I’m fucking sad, I miss my fucking dad,” rapt de Brit herhaaldelijk aan het einde van dat nummer. “Het ergste dat me voor de dood van mijn vader was overkomen, was een gebroken heart”, lacht hij. “Dat is nu natuurlijk bullshit.”

 

 

Wie Yesterday’s Gone tot het eind luistert, stuit op een bijzondere lofzang. De naamgever en afsluiter van het album is een nummer van Benjamins stiefvader zelf. “Hij had een heel album opgenomen en daar niemand over vertelt”, legt de Brit uit. “Mijn moeder vond het nadat mijn vader overleden was. Ik wist dat ik er iets mee wilde doen, dus ik begon het te samplen, maar dat nummer wilde ik er helemaal op.” Een ander hoogtepunt op Yesterday’s Gone is, tussen de hiphop door, het nummer Sun of Jean, volgens de tracklist featuring Mum and Dad. “Dat is de meest duidelijke verwijzing”, vertelt hij. “Die hele track bestaat uit een sample van mijn vader en een twee losse samples van mijn moeder, die een gedicht voordraagt.”

Zelfs op het podium draagt de jonge rapper zijn vader altijd bij zich. Coyle-Larner zelf is een fervent fan van voetbalclub Liverpool, zijn vader was supporter van aartsrivaal Manchester United. Op het podium draagt Loyle Carner geregeld zijn eigen Liverpoolshirt, met een shirt van United-icoon Eric Cantona om zijn schouders. “Dat was de ultieme opoffering”, zegt Benjamin. “Ik had een nummer geschreven voor mijn vader. Dat noemde ik Cantona omdat het niets met mijzelf te maken had. Het was voor hem. Ik dacht: ‘Kijk, ik noem dit nummer Cantona, zelfs al haat ik Manchester United, omdat ik van je hou.’ Voetbalfans werden daar nogal boos om, omdat ze denken dat ik het spelletje haat. Stelletje gekken.”

 

 

Zowel uit zijn album als uit ons gesprek wordt duidelijk dat Coyle-Larner niet of nauwelijks moeite heeft over zijn persoonlijke problemen te praten. “Alles dat ik nu uit heb gebracht, schreef ik twee of drie jaar geleden al”, legt hij uit. “Het is logisch dat het me nog steeds wat doet, maar ik heb tijd gehad om het een plaats te geven. Natuurlijk kun je niet alles verwerken, maar ik heb in ieder geval de kans gehad.” De Brit bezit nog een tweede drijfveer om zijn leven zo nauwgezet mogelijk te documenteren. “Het is een manier voor me om de herinneringen te laten leven. Zelfs als ik mijn verstand kwijtraak, kan ik me alles nog herinneren omdat ik mijn leven als het ware opgeschreven heb. Het gaat me niet om de grote shows, maar om het bijhouden van mijn eigen leven en hoe kut dat wel niet is.”

“Mijn ADHD en dyslexie zijn een superkracht”
De plotselinge verandering binnen zijn familieleven was niet de enige factor die Benjamins jeugd bemoeilijkte. De Brit heeft ADHD en dyslexie en moest daarmee om leren gaan. “Ik heb het al eerder een superkracht genoemd en dat is het ook echt. In iedere superheldenfilm heeft de superheld eerst geen controle over zijn krachten. Hij brandt gaten in muren enzo. Dan heeft hij ineens vanuit het niets door hoe hij zijn krachten kan kanaliseren. Zo was het voor mij ook. Nu zie ik het als een enorm voordeel.” Op school werd hem afgeraden te schrijven, maar juist in die bezigheid vond Coyle-Larner uiteindelijk een van zijn uitlaatkleppen. “Ik vind het nog steeds niet leuk om essays te schrijven hoor, maar rijmen vond ik geweldig.”

Het geeft de Brit – die ook vandaag in Amsterdam een drukke indruk maakt – de kans om na te denken over wat hij wil zeggen. “Ik kom altijd in de problemen omdat ik de verkeerde dingen zeg”, vertelt Coyle-Larner. “Benny Mails, die het voorprogramma doet, vertelde bijvoorbeeld dat zijn vrienden naar de show van vanavond komen. Ik zei: ‘Ah, ze hadden tickets moeten kopen, joh.’ Ik maakte een grapje, maar dat had hij niet door, dus hij is écht vijf tickets gaan kopen. Toen moest ik hem zelf het geld teruggeven omdat ik me er zo slecht over voelde. Mijn slechte humor en mijn impulsiviteit zijn inmiddels een dure grap geworden. Als ik dingen opschrijf, kan ik over ze nadenken en kom ik niet in de problemen.”

Benjamins liefde voor rijmpjes groeide op latere leeftijd uit tot een passie voor poëzie. “Ik ben fan van Benjamin Zephaniah. Hij maakte woorden toegankelijk voor me”, vertelt de Brit. “Hij heeft een boek geschreven dat Gangsta Rap heet. Het gaat over vier jongens die ervan dromen rapper te worden en uiteindelijk ook echt beroemde rappers worden. Ik moet dat boek weer terug zien te vinden, want volgens mij heb ik het nooit uitgelezen toen ik jong was.” Later breidde de liefde voor cultuur zich nog verder uit. Coyle-Larner ging studeren aan een toneelacademie. Dat heeft geholpen: Loyle Carner regisseert al zijn videoclips zelf en weet hoe hij een show moet neerzetten. “Ik ben verzot op acteren”, vertelt hij. “Ik denk dat dat weer zoiets is waar mijn ADHD me bij helpt. Acteren, muziek maken, voetballen, koken (onder de naam Chili Con Carner leert Benjamin kinderen met ADHD koken, red.) en irritant zijn, that’s just what I do.”

Wat hij ook doet, hij doet iets goed. Want Loyle Carner is – zoveel kunnen we wel stellen – definitief doorgebroken, ook aan onze kant van de Noordzee. “Ik probeer daar niet te veel over na te denken”, zegt de Brit bescheiden. “Ik weet helemaal niet of ik the next big thing ben. Ik ben gewoon een thing en dat is prima.” Benjamin Coyle-Larner lijkt inderdaad tevreden. “Slechte dingen gebeuren altijd, dat is nou eenmaal een van de spelregels van het leven. Het gaat erom hoe je daarmee omgaat.” Yesterday’s Gone, indeed, daar valt niets meer aan te veranderen. Aan morgen des te meer, volgens Loyle Carner: “Ik blijf altijd optimistisch.”

Yesterday’s Gone is nu uit via AMF.