Alex Giannascoli, beter bekend als (Sandy) Alex G, bracht 13 september zijn nieuwe album House Of Sugar uit bij Domino. Het is zijn negende album en derde bij dat label. Waar de Amerikaan eerder vooral beïnvloed werd door de indierock van Modest Mouse, verkent hij op zijn nieuwe album andere invloeden: met name americana en country, maar ook is een elektronischer geluid te horen.

Tekst Iris Luimstra
Foto’s Tonje Thilesen

House Of Sugar zet de lijn door van Giannascoli’s vorige album Rocket: grimmige maar magische geluiden zetten de toon, en House Of Sugar – en leadsingle Gretel – verwijzen naar sprookjesachtige, donkere thema’s. We spreken af met Giannascoli om meer te weten te komen over het creatieve proces achter het album, de invloed van de computergame Zelda’s Ocarina of Time en de schoonheid van mysterie in muziek.

Ondergetekende is fan van Zelda en het schijnt dat Giannascoli vroeger het ook graag speelde. Als we zeggen dat we verbanden zien tussen de mysterieuze, magische, donkere sfeer uit deze game en zijn bijzondere soundtrack gecomponeerd door Koji Kondo, en de invloed hiervan op zijn nieuwe album, reageert Giannascoli enthousiast. “Dat spel is zo goed. Misschien is het omdat ik het speelde toen ik jong was, maar het was zo’n ontroerend verhaal. Op papier is het vaag, het bestaat uit symbolen en er zit geen essentie achter. Maar ik voel me gevleid dat je het zegt, want het is altijd mijn doel geweest om dat gevoel te vatten.”

Een andere bron van inspiratie voor Giannascoli zijn boeken. Op het moment van het interview heeft hij net The Maze at Windermere uit en is begonnen in Water For Elephants. “Ik houd van boeken omdat, om ervan te genieten, je er volledig mee bezig moet zijn.” Als we vragen of een boek bepaalde karakters op het album heeft geïnspireerd, kan hij dat niet specifiek benoemen. “Ik probeer niet intentioneel cryptisch te zijn, het is heel onbewust. Ik ben bezig met dingen totdat het blijft plakken en ik weet zeker dat ik door alles word beïnvloed, maar ik zou je niet kunnen vertellen wat. Ik weet zeker dat ik over een paar jaar kan reflecteren en je kan zeggen welke track welke heeft gekopieerd, ik was me er op dat moment niet bewust van. Maar op dit moment is het zo dichtbij, ik zit er zo in, dat ik er niet uit kan stappen en het kan zien voor wat is het, nog niet tenminste.”

De luisteraar als deelnemer in het verhaal
We vragen hem wat hij ervan vindt als critici zijn muziek interpreteren en of hij het eens is met hoe dat bij vorige plaat Rocket gebeurde. “Ik denk dat ik er wel blij mee ben en dat is waarom ik nu zelfs huiverig ben om over mijn eigen bedoeling met mijn muziek te praten. Het belangrijkste aan deze kunstvorm is dat ik een verhaal kan maken waarin de luisteraar een karakter kan worden, dat ze kunnen participeren. Dat wil ik niet vernielen. Elke keer als ik een album afmaak, denk ik dat ik iets slims te zeggen heb gehad. Als ik muziek schrijf, schiet ik meer uit de heup met mijn songteksten, maar soms komen mijn echte leven en mijn echte gedachten naar voren.”

Giannascoli nam House Of Sugar, net als zijn vorige albums, op met Garageband op zijn Mac. Zijn vaste liveband stond hem bij. Ook keert zijn vriendin Molly Germer terug, die wederom de viool speelt. House Of Sugar is daarmee op dezelfde manier ontstaan en een (Sandy) Alex G-album bij uitstek: het beschikt over magische, ongrijpbare klanken, maar is ook geaard in americana en country. Alex zegt bovendien zelf op het nummer Crime te zijn beïnvloed door Leonard Cohen.

We praten over hoe hij terugkijkt op zijn oudere muziek. Hij zegt dat hij bewust vaag wil blijven omdat het hem beschermt als een acteur in zijn eigen verhaal. “Soms, als ik naar de muziek luister die ik jaren geleden heb gemaakt, sta ik versteld van hoe schaamteloos ik mezelf openbaar terwijl ik destijds dacht dat ik heel gesluierd en cryptisch was. Als ik terugluister, denk ik: oh god, ik was hierover aan het praten. Misschien zit ik wel teveel in mijn eigen wereldje om me te realiseren hoe ik overkom.”

Grimy
Net als bij de vorige albums werd de cover art van House Of Sugar door Alex’ zus gemaakt. “Het is een foto van haar als jonge schaatsster en ik vroeg haar of ze die voor het album kon schilderen. Ik denk dat wanneer de cover art van een album er best grimy uitziet, het de plaat op die manier portretteert. Niet dat ik wil zeggen dat de tracks niet die kwaliteit hebben, maar ik hou ervan hoe alles samenkomt. Alles is gemaakt, de finishing touch is de luisteraar die de muziek en album art begrijpt en een samenhangend geheel maakt. Maar ik denk niet echt na over dat deel, ik dacht gewoon dat het een coole foto was. Ik zie wel in hoe het in het plaatje van het album past, maar het was niet doordacht.”

Ik vraag wanneer hij het album af had; dat was maart, april. “Omdat, zelfs toen het nog werd gemixt, ik er nog mee bezig was, zelfs met Jacob Portrait (ook bandlid van Unkown Mortal Orchestra, red.), die het album heeft gemixt. Ik zat in de studio met hem en ik realiseerde me dat bepaalde tracks nog een gitaar nodig hadden en zo hebben we nog wat kleine dingen toegevoegd. Ik ben nu nog dezelfde persoon, met een paar jaar heb ik meer ervaringen opgedaan en kijk ik wellicht anders terug op deze periode. I’ll get it later, you know.

House of Sugar is sinds 13 september uit op Domino Recordings. (Sandy) Alex G speelt in maart 2020 in Amsterdam (5 maart, Paradiso) en Groningen (6 maart, Vera).

De allerlaatste week van de zomer is aangebroken, maar why stop? In onze reisserie Ontdek Je Plekje nemen (gast)redacteurs je mee naar makkelijk te bereiken, onverwachte Europese steden waar je als muziek- en cultuurliefhebber volop aan je trekken komt. Na dit jaar in BrightonCluj-Napoca en Edinburgh te zijn geweest, gaan we er nog een keer op uit, en wel naar de Oekraïense hoofdstad Kiev.

Tekst en foto’s Theo van der Veer

Als er één Oost-Europees land veel in het nieuws is geweest de laatste jaren, dan is het Oekraïne wel. Om uiteenlopen redenen haalde het hier de kolommen van de dagbladen: de Oranje revolutie, de songfestivalwinst van Svetlana, de perikelen rondom de Krim en recentelijk nog de uitverkiezing van de komiek Volodymyr Zelensky tot president van de voormalige Sovjetstaat. Oekraïne is op z’n zachtst gezegd een bijzonder land, waar we weinig van weten. Veel minder dan dat we eigenlijk denken.

Denk je aan Kiev, dan denk je waarschijnlijk niet aan een bruisende, hippe en westerse stad. Niks is echter minder waar. Kiev (of Kyiv zoals ze zelf zeggen; Kiev is een ouderwetse Russische uitspraak, Oekraïners zullen gevleid zijn als je de stad op een Oekraïense manier noemt) is moderner dan je verwacht en een stad die binnen afzienbare tijd uit zou kunnen groeien tot misschien wel ‘het nieuwe’ Berlijn of Leipzig. Toegegeven, dit predicaat wordt tegenwoordig te pas en te onpas op steden geplakt waar iets broeit, toch is Kiev en stad met (culturele) potentie. Al loopt het er nog niet over van toeristen: van fotograferende Aziaten blijf je vooralsnog gevrijwaard.

Verdwalen
Om niet te verdwalen in Kiev – de stad bestrijkt per slot van rekening 836 km² en telt bijna drie miljoen inwoners – heb ik afgesproken met Alona Dmukhovska. Ik heb haar vorig jaar leren kennen tijdens een cultureel uitwisselingsproject, waarvoor ze toen in Nederland was. We ontmoeten elkaar bij het metrostation Arsenale, op zich al een belevenis. Station Arsenalna (vernoemd Arsenal Factory, is een van de oudste en meest beroemde industriële fabrieken) ligt ruim 100 meter onder de oppervlakte en is daarmee het diepste metrostation ter wereld. Vanaf daar is het tien minuten lopen naar de Wake CUP Bar (Ivan Mazepa Str. 18/29) een hippe bar onder de grond waar je we gaan dineren. De kaart telt talloze vegetarische en veganistische gerechten. Maar je kunt er ook terecht voor een goed ontbijt, lunch, maar het is ook een prima werkplek, met goede koffie!

National Museum of the History of Ukraine
Vanuit daar maken we een wandeling naar het National Museum of the History of Ukraine in the Second World War (Lavrska Str. 24), een park dat even buiten het centrum ligt. Vanaf hier heb een prachtig uitzicht over de oostkant van de stad, en de rivier de Dnipro, die de Kiev in tweeën deelt. Ook het park zelf is een adembenemende verzameling van visuele hoogstandjes. Het is aangelegd tijdens het Sovjetregime en het park staat dan ook vol met megalomane Sovjet-standbeeelden. Indrukwekkend, voor wie een fascinatie heeft Oost-Europese architectuur, zoals ondergetekende (die wat dat betreft in Kiev goed aan zijn trekken komt). Helden en gevallenen worden hier groots geëerd. Of beter gezegd werden: de hedendaagse, jonge inwoners van Kiev hebben niet veel op met de toenmalige Sovjet-Unie. Het Motherland Monument van ruim honderd meter, dt trouwens zeer prominent aanwezig in een clip van Frightened Rabbit, is gebouwd ter verheerlijking van de toenmalige ‘Unie van Socialistische Sovjet Republieken’.

Majdan Nezalezjnosti
Na een wandeling langs overheidsgebouwen en de ambtswoning van de recentelijk verkozen president, belanden we op het Onafhankelijkheidsplein (Majdan Nezalezjnosti). Wereldberoemd geworden als strijdtoneel van de Oranjerevolutie (2004-2005) en Euromaidan (de Revolutie van de Waardigheid): protesten en politieke manifestaties waarbij tientallen doden vielen te betreuren. De gevallenen worden middels portretten op indrukwekkende wijze herdacht.

En hoe wrang ook, door de recente geschiedenis is het plein tevens de grootste toeristische trekpleister en kloppend hart van de stad. Het is nog opvallend druk op de late avond, maar het is dan ook nog altijd ruim 25 graden. De zomers in Oekraïne zijn erg warm: dagen van rond de 30 graden zijn geen uitzondering (maar een onverwachte wolkbreuk al evenmin). We vinden enigszins verkoeling wanneer we de het metrostation inlopen, hier neem ik afscheid van Alona. Op steenworp afstand van het Majdan Nezalezjnosti is Cuba Coffee (Tarasa Shevchenkalaan 2) gevestigd, hier schenken ze misschien we de beste koffie van Kiev.

Majdan Nezalezjnosti

Koфeepия
De volgende dag bezoek ik Podil, een van de hipste wijken van de stad en tevens een van de oudste. Podil is het culturele hart van Kiev. Daarnaast kun je hier prima eten en zijn er zijn tal van leuke koffietentjes, waar veel opgeklapte laptops opvallen en zeer goede (en sterke) koffie geschonken wordt. Mijn favoriet is koffietent Koфeepия (Mezhyhirska Str. 7), wat zoiets betekent als ‘lekkere koffie waar je blij van wordt’. Een klein schattig zaakje, waar vintage meubilair de boventoon voert. Al weet je in Oost-Europa nooit of dit de bedoeling is, of dat het interieur al die jaren onaangeroerd is gebleven. De koffie is er voortreffelijk en niet duur. Op een goede tweede plaats gevolgd door Hum:Hum (Mezhyhirska Str. 13/34), zelfde recept: goede koffie, maar ook een prima vegetarische kaart.

Want voor een goede vegetarische (en zelfs een veganistische) maaltijd kun je in Podil te kust en te keur terecht. Een goed voorbeeld hiervan is KOLO (Illinska Str, 20). Een klein restaurantje, op steenworp afstand van de Dnipro, waar een goede vegetarische maaltijd geserveerd wordt. Minstens zo lekker kun je eten bij MOMO (Petra Sahaidachnoho Str. 24), gelegen aan het Kontraktova plein, in het kloppende hart van Podil. Een hip restaurant dat van buitenaf de uitstraling heeft van een fastfoodrestaurant en dat in zeker zin ook wel is, alleen staat de kaart hier vol met biologische, vegetarische en veganistische lekkernijen. Zoals smoothies en drankjes maar ook gerechten die je zelf samenstelt. Dit alles voor een zeer schappelijke prijs. Dit in tegenstelling tot in ons land, waar verantwoord eten en drinken synoniem zijn voor hoge prijzen.

MOMO

Closer
In zo’n hippe stad zal het ook wel goed zitten met het muzikale landschap, zou je zeggen, maar de muziekscene van Kiev is niet gecentraliseerd. Desondanks zijn er genoeg podia om leuke concerten te bezoeken. Kunst en cultuur was sowieso geen ondergeschoven kindje in de Sovjettijd en daar plukt (op het gebied van vastgoed) Oekraïne nog altijd de vruchten van. Er zijn talloze theaters en musea (wat te denken van het Jellyfish Museum, serieus!) in de stad, én er zijn een paar hele interessante poppodia.

Yurkovytsya

Een van die podia is Closer (Nyzhnoiurkivska Str. 31), bekend om zijn dance- en techno-avonden, maar er treden ook regelmatig bands op. De club zelf ligt achteraf, in gebied dat Yurkovytsya heet. Closer is een wereldberoemd podium waarvoor zelf The Guardian en The New York Times vleiende woorden over hadden. DJs als Richie Hawtin, Helena Hauff en Moodyman zijn hier kind aan huis. Maar er wordt breder geprogrammeerd: op de (doordeweekse)avond dat ik er ben, treedt het lokale DZ’OB op, een zevenkoppig orkest met strijkers, een drummer en een DJ. De prijzen bij Closer liggen aanzienlijk hoger dan elders in de stad en de ervaringen met betrekking tot gastvrijheid schijnen nogal wisselend te zijn. Ik heb hier in elk geval een prima avond gehad.

DZ’OB

Muziek op Trykhaniv Island
Een andere locatie waar zomers met regelmaat festivals en concerten plaats vinden is Южный Берег Киева (wat zoiets als ‘Zuidkust Kiev’ betekent). Een prachtige strandtent (inclusief zandstrand) met podium op het eiland Trykhaniv island, gelegen aan de Dnipro. Overdag ook een prima plek om te vertoeven. Om hier te komen kun je vanuit het centrum het best de voetgangersbrug Parkovy Pedestrian Bridge over de rivier nemen. Op de avond dat ik Trykhaniv island bezoek, treedt Lucas Bird er op, een jonge hipster van nog geen twintig jaar. Южный Берег Киева is een plek waar je ziet en gezien mag worden. Het publiek is jong (mid twintig) en westers uitgedost.

Na het optreden spreek ik kort met Bird, ik vraag hem hoe populair hij is in Kiev. Hij kan nog moeiteloos over straat kan lopen, ‘zonder herkend te worden’, antwoordt hij serieus. Maar een doorbraak, binnen maar ook buiten Oekraïne hoeft niet lang op zich te laten wachten. Zijn blik is vooral gericht op het  westen. “In Kiev is geen popscene, iedereen werkt op z’n eigen een eilandje”, legt hij uit. Naast het westen zou hij ook graag oostwaarts trekken. “Naar Japan”, vertelt hij enthousiast. “Na Oekraïne worden mijn liedjes daar het meest gedraaid.” Het is niet voor het eerst dat ik hoor dat er geen samenhangende muziekscene is in Kiev. Dat is jammer, want hierdoor zijn artiesten veelal op zichzelf aangewezen, of op Music Export Ukraine, de organisatie waarvoor ook Alona werkt.

Lucas Bird

Scenevorming kun je ook niet creëren, het moet ontstaan. Potentie in Kiev is er genoeg, zoals de afgelopen jaren ook al te zien was op Eurosonic. Daarnaast is het een heel interessante stad, die mijn hart heeft gestolen. Het leven is goedkoop en je kunt er goed overnachten. Reizen doe je het beste met de metro: voor nog geen 10 cent koop je al een muntje voor een ritje, zonder zones. Het is een stad waar historie en vooruitgang hand in hand lopen en een aanrader voor iedereen die niet achter in de rij van toeristen wil aansluiten, maar wel het nodige wil zien.

Hoe kom je er?
Voor mensen met vliegschaamte is Kiev op zich goed te bereiken met de auto, hoewel de wegen na Warschau niet van de kwaliteit zijn als wat wij hier in het westen gewenst zijn. Daarnaast is de douane een uitdaging en niet slechts een horde. Vliegen een betere optie. Dat kan dagelijks vanaf Schiphol en daarnaast met regelmaat vanaf Rotterdam en Eindhoven.

Het laatste weekend voordat ‘het allemaal weer begint’, wordt gevierd op Vlieland. Het zijn zo’n beetje de fijnste dagen van de Nederlandse zomer en dan is er geen betere plek om te zijn dan op Into The Great Wide Open. Muziek beleef je hier in de beste omgeving en dit jaar beseffen we vooral weer hoe goed de Nederlandse en Belgische muziekscene eigenlijk is.

Tekst Matthijs van Rumpt
Foto’s Niek Hage

ITGWO begint altijd vroeg. Op donderdagavond al zijn we eigenlijk meteen bezig, met artiesten als Squid, Lewsberg en Superorganism. Die laatste, ‘van dat FIFA-nummer, weet je wel’, belooft veel goeds voor het festival. Helaas kregen de leden uit Londen het niet voor elkaar om hun grote naam waar te maken. Ze hebben het weer mee en spelen op de zo geliefde Open Plek, een podium in een heuvelachtig bos, maar wat tijdens het concert vooral de boventoon voert is de onvrede van zangeres Orono Noguchi.

De band en het nog startende ITGWO-publiek botsen en omdat alles genoemd moet worden, ontstaat er een ongemakkelijke sfeer. ‘You are the weakest crowd’, krijgen we te horen. Misschien hebben ze gelijk hoor, maar echt helpen doet het niet. De nummers blijven goed, maar alle overtuiging is vanavond hier verdwenen.

 

Lewsberg liet een uurtje daarvoor in de Bolder nog zien hoe statische performances soms wel kunnen werken. Misschien ook omdat de vroege donderdagavond-festivalganger nog wat meer kan genieten van de teksten deze Rotterdamse band. De brekende gitaarstukken kalmeren ook de kleintjes in het publiek. Eén kind op de schouders van een vader zegt halverwege de set wel dat hij hier weg wil, maar dat is waarschijnlijk niet representatief. Verder lijkt iedereen de beheerste en strakke set van Lewsberg te waarderen.

 

Op vrijdag opent het hoofdpodium en daarmee is het festival dan helemaal begonnen. De dag begint voor ons verderop op het eiland, bij de vuurtoren. Dit podium, de Vuurboetsduin, heeft nóg meer ruimte voor de natuur. Geen eettentjes, geen bar, alleen een podium en een prachtige, ietwat lange wandeling er naartoe. Voor zo’n bedevaart is dan ook de muziek van Kate NV perfect. Iets te laat komen we aan en horen calimba-geluiden en veel verstoorde afgeknipte klanken. Deze Russische muziekkunstenaar is misschien bekend van haar nummers die meer naar ambient-pop neigen, maar hier tussen de dennenbomen laat ze zich ook van haar experimentele kant zien. Ze gebruikt haar stem maar weinig, en wanneer ze het doet, laat ze zien dat ze haar stem ziet als niet meer dan ieder ander instrument. Een klank onder de klanken. Heel fijn om te zien dat ook acts als deze passen in de ITGWO-programmering.

 

Een dag van tevoren werden ze gebeld, om net als Korfbal in te vallen voor de gecancelde show van Sophie Hunger. Meetsysteem heet de band, en met het album Geen Signaal kregen we er een nieuwe, verfrissende Nederlandstalige band bij. Minder serieus dan Spinvis, minder lollig dan Stippenlift. Dat het live soms nog niet helemaal vlekkeloos gaat, is bij deze set geen enkel probleem. Leuk! Goed!

 

Vanaf de camping zou je later zweren dat je Daughter hoort, maar wie gaat kijken ziet Ex:re, het nieuwe project van Daughter-zangeres Elena Tonra. Het is energieker en minder gevoelig dan Daughter, maar het scheelt niet veel. Het lijkt vooral een excuus om niet meer iedere show Youth te hoeven spelen. Misschien ligt het aan de associaties die haar stem met zich meedraagt, maar de muziek voelt aan als iets dat het tien jaar geleden wat beter had gedaan. Helemaal geen slechte muziek om bij op een heuvel te zitten, maar veel aandachtiger hoeven we niet te luisteren.

 

Dat is wel iets wat uitnodigt bij Open Plek, om vanaf de heuvel shows half mee te pakken. Toch is dat bij KOKOROKO bijna onmogelijk. Van tevoren werd het door meerdere mensen op de camping aangekondigd als iets waar we eens lekker op kunnen gaan dansen, maar dat is niet per se zo. Tenminste, niet in het begin. Het is een ijzersterke jazz-show waarbij je, zeker in het begin, hooguit wat knikt en met je voeten tapt, om alles te kunnen blijven volgen. Uiteindelijk nodigt het meer uit om te dansen en eindigt de avond hier toch met kippenvel en een dansende menigte.

 

Wat dit jaar meer lijkt dan andere jaren, is dat podia als Bij De IJsbaan al snel veranderen in een borrelveldje. Bij Benny Sings zit het helemaal vol, maar het is moeilijk om echt mee te komen in het enthousiasme van de band. Achter de voorste dansende rijen zie je vooral mensen die lijken te vergeten dat er mensen op het podium staan. Extra knap dus dat de band zijn enthousiasme niet verliest: met een grote glimlach en een lekker effect op zijn microfoon zingt Benny Sings zijn oude nummers en zijn nieuwe hitjes.

 

Er zijn andere bands die minder goed het tamme publiek kunnen negeren. Superorganism is daar het beste voorbeeld van, maar ook bij de act van The Murder Capital zie je die botsing. Op een festival waar je mensen kunt horen praten over of ze tussen kerst en oud en nieuw misschien op de kat van Sanne willen passen, komen acts als The Murder Capital niet altijd over. Aan de ene kant is dit juist wat de ITGWO-programmering zo goed maakt. Het luistert niet per se naar wat het publiek zou willen horen, maar boekt ook bands die ze zelf zouden aanraden. En wat blijkt: uiteindelijk wordt de tent gesloopt, belanden de zanger en de gitarist in het publiek en wordt het een grote kabelsoep.

 

Een ander groot thema dit festival is mensen die het uitroepen dat ze moeten kakken. Wij zijn maar op één plek tegelijk en toch hebben alleen wij al drie keer meegemaakt dat mensen in een rij staan en zonder schaamte gillen dat, als ze niet heel snel naar binnen kunnen, het voor hen nog wel eens heel onprettig zou kunnen uitpakken. Om in de woorden van iemand in de rij bij de Bolderzaaltoiletten te spreken: “We hebben allemaal diarree!”

Het punt dat we hiermee willen maken, is dat het dus vaak druk was bij de podia. Niet vervelend druk, gezellig druk. Mensen blijven niet alleen bij de eettentjes op het Sportveld hangen, maar komen naar de verst gelegen podia. Vooral ook in de Bolderzaal werd het krap tijdens het nachtprogramma. Dat ging soms een beetje ten koste van de sfeer, maar niet bij DRKNGHTS COLLECTIVE. Een geweldige boeking die laat zien dat ITGWO ook het nachtprogramma serieus neemt. Natuurlijk, St. Paul is top, DJ Michiel Peters is top, maar dit trio heeft een duidelijke eigen stijl die je in de hele set terughoort.

 

Een van de meest verrassende acts was Eefje de Visser. Ja, Eefje de Visser, een artiest waarvan je misschien het gevoel hebt dat je dat intussen wel kent. Op de overvolle Open Plek laat ze zien dat daar helemaal niets van waar is. Met een flinke lichtshow en foutloze choreografie zet ze haar toch al ijzersterke zang en band nog meer kracht bij. Het is zo veel spannender dan de Eefje de Visser die we een paar jaar geleden zagen, en iedereen die er staat weet dit. Ze krijgt zonder twijfel het hardste applaus van het festival en dat is misschien wel compleet verdiend. Ze laat een nieuw nummer horen, Bitterzoet, en de sfeer hiervan neemt je even mee van het eiland naar een hotel in een onbekende stad. Wat op de programmering geen spannende keuze leek, bleek een van de beste shows van het festival. Nu maar wachten op het nieuwe album in januari.

 

Een van de moeilijkste keuzes in het blokkenschema bevindt zich op de zaterdag om 18 uur, wanneer Little Simz en Personal Trainer & The Industry spelen. We besloten het te combineren en dus staan we om 18 uur stipt een bakje met prei te eten achteraan bij Little Simz. Mensen kijken wat geïrriteerd op als ineens de beats over het veld knallen, maar vooraan gaan mensen helemaal op in de oprechte teksten van deze 25-jarige Britse rapper. Het is een hele goede set, niets op aan te merken, maar het is ook midden op de dag op een gigantisch veld. Op de Open Plek had dit mogelijk legendarisch geweest, maar nu misschien toch niet.

 

We besluiten snel door te gaan naar de Bolder, waar Personal Trainer & The Industry staan, en meteen weten we dat we deze overstap veel te laat hebben gemaakt. De zaal is niet vol, maar het barst van de energie. Op het podium gooien de soms wel tien bandleden zich door de ruimte en worden microfoonstandaards mishandeld. De performance van Personal Trainer alleen zijn ook al sterk genoeg om iedereen te overtuigen. Ze verdienen een veel groter publiek, maar voor ons is het nu wel even top dat er alleen maar mensen zijn die hier heel lekker op gaan.

 

De zondag op ITGWO loopt altijd vrij vroeg leeg. Er zijn maar een paar boten en als je net een beetje pech hebt, heb je een ticket voor een vroege. Daardoor lijkt het misschien alsof de zondag een beetje een half dagje is, maar wie naar BeraadGeslagen is geweest zal weten dat we nog in volle gang zijn. De Vlaamse jongens zitten tegenover elkaar, de een achter een rij toetsen, de ander achter de drums. Normaal spelen ze alleen in het midden van het publiek, zeggen ze, en dus nodigen ze later het publiek uit om rond hen heen te dansen.

Dit zijn van die muzikanten die je vrolijk vragen om mee te jammen, maar waarbij je tijdens het spelen langzaam wil verdwijnen, omdat je geen idee hebt wat je hier nog aan toe kunt voegen. Het is alsof er minstens een meervoudige band voor je neus staat. De drummer speelt alleen ritmes die redelijk te volgen zijn als hij met zijn andere hand de baslijn meespeelt, en de toetsenist heeft waarschijnlijk vijf handen. Het is extreem complex, vol met verrassende wendingen, maar het is ook catchy. Totaal niet alleen voor die mensen die je altijd veel te graag uitleggen in welke maat dit nummer hier precies is. Deze jongens houden gewoon van samen muziek maken en daarom is er aan het eind van de set ook iemand uit het publiek die de cowbell bespeelt en iemand anders die een rap improviseert. Met BeraadGeslagen wordt iedereen een muzikaal genie.

 

Genie, genie. Dat bruggetje rijmt op Zwangere Guy. Je moet het zo uitspreken, want Guy komt uit België. Hiphop was eerder op het podium de Open Plek te zien, met Bokoesam en Yung Nnelg, maar dit is van een heel ander kaliber. Het is misschien niet allemaal een gigantisch succes, maar het is een flinke vooruitgang dat er niet alleen meer hiphop-artiesten worden geboekt voor het jeugdprogramma. Hoe dan ook staan de kinderen wel op de eerste rij en komen ze bij Zwangere Guy het podium op om een polonaise met hem te lopen. Waar het kids-op-podium-momentje bij Bokoesam vooral uitliep op héél veel kinderen die met hem op de foto wilden, is het hier vooral lief. Ook mooi is het contrast met het nummer daarna, een hard kritisch nummer, waarvoor hij aan de kindjes uitlegt dat racisten dom zijn, en dat ze het verder maar aan hun vaders moeten vragen. ‘Yeah’, juicht de menigte. Het percentage witte mensen onder het ITGWO-publiek ligt misschien zo ongeveer op 99 procent, en dat voelt op momenten als deze best een beetje raar.

 

De grote afsluiter van het festival dit jaar is Parcels, de band die twee jaar geleden nog op Down The Rabbit Hole een kleine tent helemaal plat kreeg. Nu staan ze hier op het hoofdpodium. De zon schijnt en de muziek is vrolijk en dansbaar. Wat opvalt is dat ze live steeds meer house-invloeden in hun nieuwe nummers verwerken. Je merkt dat ze echt graag mensen aan het dansen willen krijgen. Dat gaat op zich prima. Het is vijf uur, dus is het niet erg dat mensen niet hélemaal uit hun naad gaan vandaag. Wel komt bij het zien van de show de vraag op hoe lang deze band nog meegaat. Echt grote vernieuwingen zitten er niet in vandaag en de nummers die ze hebben zou je nog best wel eens zat kunnen worden. Hoe dan ook een hele goede, zonnige afsluiter voor het grote ITGWO-publiek.


 

 

Met single No Woman in 2016 katapulteerde indiefolk-band Whitney zichzelf moeiteloos de muziekwereld in. Snel daarna was daar debuutalbum Light Upon The Lake en voor ze er erg in hadden was Whitney eindeloos aan het touren, verklaarde Elton John zichzelf fan, en stonden de heren voor 13.000 mensen in hun hometown Chicago.

De chaos van dakloosheid en verbroken relaties die twee jaar geleden de levens van Julien Ehrlich en Max Kacacek regeerde heeft ondertussen plaats gemaakt voor meer stabiliteit en volwassenheid. Maar ook dat brengt zijn twijfels en problemen met zich mee, vooral in een gammele tijd waar de Amerikaanse politiek een rotzooi is en klimaatverandering steeds meer een probleem wordt. Nieuw album Forever Turned Around is een reflectie op een nieuw hoofdstuk in Whitney’s leven, Ehrlich en Kacacek geven tekst en uitleg.

Dude met een Kermit de Kikker-stem
Ehrlich: “Als we nu terugluisteren naar het eerste album klinkt het voor ons meer als een collectie van singles dan een samenhangend album. Toen we Light Upon The Lake aan het maken waren hadden we heel erg het idee: oh toch niemand weet wie deze band is en wie erin zitten, mensen zullen vast gewoon denken dat het klinkt als een of andere dude met een Kermit de Kikker-stem. We wilden het gewoon graag goed laten klinken.”

Kacakek: “We begonnen toen met schrijven vanuit een ander perspectief. Wanneer we een nummer hadden bedacht namen we hem vrijwel meteen op en dan lieten we het daarbij. Bij Forever Turned Around vonden we meteen al dat het gewoon rechtstreeks vanuit onszelf moest komen. We schreven een hele hoop nummers, haalde hier en daar wat weg en vogelden de kleine dingetjes uit die geperfectioneerd moesten worden. We wilden de boel graag beter balanceren, zodat het meer een ervaring werd om naar te luisteren als geheel. Het is moeilijk om dingen te maken die goed voelen wanneer je je realiseert dat het ook écht van jezelf komt. Dat is ook wel de reden waarom het even duurde voordat we er aan begonnen.” 

Een constante cirkel
Kacakek: “Toen we klaar waren met touren hadden we dik een jaar de tijd nodig om ons leven weer een beetje vorm te geven. Om weer in een routine te vallen en dingen te schrijven waar we echt iets om gaven. Het was moeilijk om te focussen. Er komt altijd weer een punt dat we nieuwe muziek gaan maken en daardoor wordt ons leven constant beïnvloed. De dingen in ons leven zoals relaties zijn de redenen waarom we überhaupt iets willen creëren, maar het is een constante cirkel van touren, waarin je geen stabiliteit hebt, en dan weer naar huis gaan om een vorm van stabiliteit of een thema te vinden dat je inspireert om muziek te maken.”  

Ehrlich: “In Light Upon The Lake klinken we echt als onvolwassen, naïve twintigers die net leren wat liefde precies is.”

Kacakek: “Voor veel mensen is er moment in hun relatie waar ze de honeymoon phase passeren en ze terecht komen in het échte deel, waarna ze vrij snel uit elkaar gaan. Toen we jonger waren verlieten we relaties ook op dat punt, maar je kunt er ook voor kiezen om te blijven. Op het eerste album waren alle breakup songs vanuit het perspectief na de break up. Terugkijkende en denkend, wat wij hadden was echt crazy. Maar dit album gaat juist vooral over midden in een relatie zitten en de ups en downs die daarbij komen kijken. In Giving Up bijvoorbeeld, die relatie eindigde niet, maar op dat moment voelde het wel alsof het ging eindigen. We zijn dit jaar allebei samen gaan wonen met onze vriendinnen. Dan leer je te dealen met ingewikkeldere problemen.”

Kacakek: “Doorzetten en samen blijven betekent ook dat je minder leuke fases hebt die je moet ontdekken. Dat voelt voor ons als forever turned around zijn. Wanneer je verliefd bent raak je soms in paniek en denk je ‘oh shit dit is veels te goed’, je wordt compleet geconsumeerd. Soms ben je ook zo gewend om alleen te zijn dat je bang bent dat dat weer gaat gebeuren, maar tegelijkertijd is een stabiele situatie ook bijna oncomfortabel doordat je niet gewend bent.”

Ehrlich: “Gewoon de manier hoe liefde je bang kan maken.” 

Het einde van de wereld
Ehrlich: “Maar forever turned around zijn omschrijft voor ons ook de tijd waarin we zitten. We proberen te dealen met de verwarring die we voelen over de shitstorm die gaande is in ons land, maar bijvoorbeeld ook met klimaatverandering. In Chicago hebben we heel erg gemerkt hoe het weer is veranderd de afgelopen jaren. We realiseren ons steeds meer dat het einde van de wereld eraan zit te komen en dat wij dat misschien mee gaan maken. Natuur is op een of andere manier altijd een terugkerend thema in onze muziek. Bij het eerste album vonden we het vooral belangrijk dat het ging om het idee van op een prachtige plek zijn, maar deze keer is het allemaal wat donkerder. Het idee van in een kelder zitten en onze hoofden tegen de muren rammen was voor ons erg drijvend.”

Kacakek: We hebben het vaak over jezelf een beetje gek maken om iets te kunnen creëren. Om dat te bereiken hebben we ons flink afgezonderd van onze vrienden en familie. We gingen dan samen voor een lange tijd op reis. Ergens de natuur in om te schrijven en om onszelf gek proberen te maken. Het nummer Forever Turned Around pakt eigenlijk dat alles samen en is de laatste gedachte die op alles in het album terugkijkt.” 


Schlagenheim is een al net zo mysterieus nietszeggende titel als de nevelen waarin Black Midi zich hulde in zijn opmars. Op basis van een zeer geringe hoeveelheid materiaal, tot aan het debuutalbum slechts mondjesmaat aangevuld, ontstond er een hype. Een hype die haast doet denken aan hoe vijftien jaar geleden Arctic Monkeys tot de nieuwe Beatles werd gebombardeerd.

De manier waarop nieuwe bands tegenwoordig groot kunnen worden mag dan fundamenteel veranderd zijn, old habits die hard in de Britse muziekmedia. De stijl waarin Black Midi speelt is lastig in enkele woorden te vatten, laat staan in een genre. Hoewel de gitaar natuurlijk snel ‘rockmuziek’ zegt, kun je daar nog alle kanten mee op. We vroegen het de ritmesectie die op interview-tour was. Meteen een goed moment om te vragen of het aan ons ligt dat er meer dan één songtitel naar iets uit het universum van gamereeks The Witcher vernoemd lijkt te zijn.

Geralt of Rivia
Op het album staat namelijk een track met de titel Of Schlagenheim, die eerder als Of Rivia door het leven ging, en een van de eerste singles heet Crow’s Perch. Geralt of Rivia is de naam van het hoofdpersonage in wiens huid je kruipt bij het spelen van The Witcher III: The Wild Hunt. Crow’s Perch is de verblijfplaats van drie ‘crows’, een soort heksen, waar een paar sleutelmomenten van het verhaal zich afspelen. “We hebben het allemaal gespeeld, het is echt een geweldig spel.” Bassist Cameron Picton heeft de laatste uitbreiding bijna uitgespeeld, maar heeft het nu al zo lang laten liggen dat het lastig is om het weer op te pakken: “Ik kwam tot dat stuk dat je de vampier tegenkomt, maar daarna ben ik niet meer verder gegaan.”

Drummer Morgan Simpson moet bekennen dat hij het hooguit tien minuten heeft gespeeld. De thematiek van een de beste spellen van deze generatie kunnen we helaas niet gebruiken als een bruggetje om iets te zeggen over het geluid van Black Midi. Net als bij muziek hopt de consument bij games zo van het ene genre naar de andere. Dat blijkt als we vragen welke andere game ze zouden kiezen als laatste game om ooit te spelen: FIFA. Want, aldus Cameron: “You can get exhausted in stories, but football is forever.” Morgan moet lachen om deze onverwacht diepe uitspraak, en sluit zich erbij aan: ‘Je blijft terugkomen, je kunt het zo oppakken. Het is ook makkelijk om even snel te spelen met vrienden.”

Sparta-shirt
Nu we het toch over voetbal hebben: we waren erbij toen ze op Motel Mozaique de Arminiuskerk overtuigden. Een van de vele details in een toch al chaotisch geheel was het Sparta-shirt van Cameron. “Mijn opa komt uit Rotterdam en is fan. We spraken Harry (Hamelink, festivaldirecteur Motel Mozaique, red.) een keer in Amsterdam en toen hadden we het daarover. Op de dag van de show kreeg ik het shirt als verrassing, dat was erg gaaf. Er zat ook een sticker van het festival op, heel leuk.”

Tijdens de overdonderende show leek er zo nu en dan wel wat mis te gaan. De versterker van gitarist Matt Kwasniewski-Kelvin begaf het af en toe, en er was constant iemand bezig om de drumkit van Simpson terug te zetten. “Technische problemen voegen alleen maar iets toe. De meeste mensen horen de muziek toch voor het eerst en wij hebben het al zo vaak gespeeld dat we er wel een weg in vinden. Fouten bestaan eigenlijk niet bij ons.” Dat is makkelijk voor te stellen bij muziek die klinkt alsof een paar jazzmuzikanten gaan jammen met het instrumentarium van The Dillinger Escape Plan in hun handen. Maar dat is niet hoe de jongens van Black Midi zijn begonnen. Een aantal van hen heeft het vak geleerd in de kerk. Motel Mozaique was dan ook een soort thuiswedstrijd: “Erg mooie setting. We hadden wel al in een voormalig mausoleum gespeeld, maar nog niet in een kerk. Je leert goed met mensen samen te spelen en te improviseren als je in een kerk begint met muziek.”

The best thing ever
Dat talent voor improvisatie spat er vanaf als je deze band live ziet, maar hoe pakt dat uit als je een album op wilt nemen? Cameron: “Dat vergt wel een ander gevoel dan wanneer je aan het jammen bent, een andere energie. Gewoon knallen werkt minder goed. Een studioalbum en een liveshow horen van elkaar te verschillen. Het zijn gescheiden werelden die op zichzelf genoeg bestaansrecht hebben maar elkaar ook aanvullen.” Morgan knikt enthousiast in overeenstemming. Die wisselwerking tussen het album en de liveshow zal de komende optredens van de band beïnvloeden verwacht hij: “Het wordt interessant om te beleven wat mensen live van ons vinden nu ze het materiaal al kennen. Ik heb er zin in, ze zullen eerder komen omwille van de muziek en niet alleen omdat alle andere mensen zeggen dat we goed spelen.”

Wat vinden ze inderdaad van die hype om hen heen? Is de storm al wat gaan liggen, legt het ze hoge verwachtingen op? “Zo gaat dat nu eenmaal in ons land. Je bent the best thing ever tot de volgende band dat is. We zien wel hoe het loopt, we hebben toch geen invloed op hoe mensen op ons reageren.” Morgan: “Het is leuk dat ze geïnteresseerd zijn, maar wij hebben het maken van platen als doel.” Cameron voegt toe: “We zijn er trots op dat we nu een album uitbrengen en het zou een goede zaak zijn als die beoordeeld wordt op de muziek.” Hóe de plaat dan uiteindelijk ontvangen wordt, is minder belangrijk: “Wij willen ons gewoon blijven ontwikkelen als muzikanten. Aan de andere kant helpt het wel als mensen belangstelling blijven hebben. Tot op zekere hoogte moet je commercieel levensvatbaar zijn om door te kunnen gaan.”

Dansbare experimentele rock
Als Black Midi zich verder wilt ontwikkelen, roept dat de vraag op waar ze nog naartoe kunnen. Muzikaal-technisch gezien zitten ze immers al op een enorm hoog niveau. Gaan ze dan compleet andere muziek maken? Morgan: ‘Het is een positief streven. We willen ons blijven evolueren. Daarbij weten we niet hoe we zullen gaan klinken en dat is spannend, er is geen eindpunt om naartoe te werken. Alles blijft hopelijk net zo organisch samenkomen zoals we gewend zijn te doen. Maar kunnen best wisselen wie welke instrumenten speelt, of die instrumenten zelf veranderen’. Onder welk genre valt Black Midi op dit moment? Morgan: “Sowieso onder de rock umbrella’. Cameron had het over dansbare experimentele rock.” Cameron: “Ja. Dansbaar, alle mogelijkheden verkennen.”

Black Midi live zien? De band speelt tijdens Valkhof Festival, de Vierdaagsefeesten, Lowlands Festival en in september in Melkweg.


Aan een tafeltje in de zon, bij een hotel in Amsterdam, zit een blonde vrouw met een bril. Ze doet iets op haar telefoon met een bepaalde traagheid (of is het rust?) die je niet vaak ziet. Het is volgens mij geen onkunde: Kate Tempest heeft namelijk een uitstraling van integriteit en precisie. Dat merk ik pas echt wanneer we aan elkaar worden voorgesteld. Als ze vraagt hoe het met mij gaat, is het geen slap babbeltje. Haar interesse is oprecht en ontwapenend.

Ineens zit ik tegenover haar, aan dat tafeltje in de zon. Tegenover een gigant, verpakt in een klein lijf en blonde krullen, met blauwe ogen achter een bruin, hoornen brilmontuur. Precies een week voordat ik haar spreek, zie ik haar voor het eerst live, in Bitterzoet. Voorafgaand aan het optreden geeft Tempest aan dat de reeks intieme concerten die gepland staat een try-out is van haar nieuwe album The Book of Traps and Lessons. Ze zegt tijdens het concert dat ze liever in kleine settings speelt dan in een grote zaal. Dan kan ze ons zien en voelen, zegt ze. Achteraf blijkt dat het ook een beetje een test is geweest om de reactie van het publiek op haar nieuwe werk te kunnen zien.

Nieuw werk voor het eerst spelen
I’m still trying to work out how the fuck to play this album live”, zegt Tempest erover als we het optreden in Bitterzoet als eerste onderwerp aansnijden. Een headlineshow is anders, vindt ze. Mensen komen dan al om haar te zien. Maar er staat een aantal festivals op het programma, en dan is de situatie toch anders. “Het is een intens iets om te doen”, vervolgt ze. “Mijn vraag is of we de set moeten onderbreken met oude nummers of alleen maar nieuw werk moeten doen.” Het grote probleem volgens Tempest is dat mensen haar nieuwe album nog niet hebben gehoord. Bovendien is de vorm anders dan we van haar met Let Them Eat Chaos gewend zijn. Toen stond ze op het podium met haar band met drums, synthesizers en laptops die vaak een dansbare beat voortbrachten. Het nieuwe album is meer low-key en intiemer. “Ik probeer uit te zoeken hoe ik deze ontwikkelingen zodanig over kan brengen dat het publiek zich veilig voelt wanneer ze zulk nieuw en ander werk horen. Veel daarvan hangt af van mijzelf: je creëert die veilige omgeving met je uitstraling. Als ik daar sta alsof ik het allemaal niet weet, dan voelt het publiek dat en is de sfeer verpest. Maar dat is verder helemaal niet boeiend voor mensen.” Haar serieuze gezicht breekt uit in een grote grijns. Dan draait ze het gesprek om. Ze vraagt mij wat te doen, terwijl ze mij vriendelijk aankijkt.

Over haar uitstraling overbrengen gesproken: de integriteit waarmee Tempest haar woorden kiest en haar interesse in de mens stralen van haar af. Ze geeft mij het gevoel oprecht geïnteresseerd te zijn in mijn mening. Het duurt even voordat ik een antwoord kan formuleren. Er is een bepaalde balans ontstaan die zorgt voor een totaal andere sfeer dan ik gewend ben. Ineens hebben we een gesprek in plaats van een interview. Ze wacht geduldig terwijl ik mijn vragen stel of op zoek ben naar wat ik wil zeggen. Op geen enkel moment wekt ze de indruk zich te vervelen. Ze frummelt niet met het lepeltje bij haar theeglas of aan haar kleren. Ze wacht af en lijkt de vraag te herhalen in haar hoofd zodat ze een weloverwogen en bedachtzaam antwoord kan geven.

“Men heeft mij geadviseerd om mijzelf te adverteren”, gaat Tempest uiteindelijk verder. “Dat is natuurlijk in principe wat je doet op een festival. Maar zo ben ik niet! Dat is niet wat ik doe. Wat ik kan doen, is de integriteit eer aanhouden en blijven bij het creatieve proces waar ik nu in zit. The Book of Traps and Lessons is dat creatieve proces. En hopelijk voelen de mensen die blijven en de hele set uitzitten een ander soort beloning.” Ze staart even in de verte, knikt lichtjes en glimlacht wanneer ze me weer aankijkt. “Food for thought.” Ze biedt mij de helft van haar koekje aan.

Rick Rubin en Malibu
Uit haar vragen over hoe het album straks live wordt vertolkt, rijst natuurlijk de vraag: hoe komt het dat The Book Of Traps And Lessons zo anders is dan Let Them Eat Chaos? “So, what happened was”, begint Tempest, en ze leunt wat achterover alsof ze gaat zitten voor een goed verhaal. Ze begint weer te lachen. Het is opmerkelijk hoe vrolijk ze overkomt, gezien het feit dat haar teksten vaak zwaar zijn. “Vijf jaar geleden belde Rick Rubin me op, nadat hij mij op tv had gezien. Ik deed een korte extract van een theaterstuk, Brand New Ancients, waar ik mee bezig was in New York. En hij zei letterlijk: “Wij moeten samen een album maken”.” Toentertijd kon Tempest het maken van een album zich nog niet voorstellen. Ze was een dichter die toerde met een theaterstuk en had het simpelweg ook nog eens te druk. “Ik was op een missie. Er was geen ruimte voor een album, maar we hielden contact.” Dat was in 2015. Over een tijdspanne van bijna vier jaar lukt het Tempest en Dan Carey, haar schrijfpartner, toch om met Rubin te gaan zitten en te schrijven. “In zijn studio. In Malibu, of all places”, zegt ze, met een gezichtsuitdrukking alsof ze het nog steeds niet gelooft. “We zaten in Bob Dylan’s tourbus!”

Rubin wilde een album maken waarop Tempest niet rapt. Hij had haar alleen gezien als spoken word poet en was zo op het idee gekomen een album te maken waarop het gedicht het tempo dicteert en niet de muziek. Waar spoken word dus eigenlijk om draait. Rubin wist alleen niet dat Tempest ook rapper is. “Ik heb vijftien, twintig jaar getraind om het rappen te perfectioneren. En hij zei heel simpel: stop met rappen.” In eerste instantie leek dit onmogelijk. Hoe moest ze, na zoveel jaar, de beat negeren? Het werd nog moeilijker toen bleek dat Rubin eigenlijk niet kon uitleggen waar hij precies naar op zoek was. Hij kon alleen maar aangeven wanneer het niet goed was. Zodoende zijn er honderden demo’s gemaakt. Die heeft hij beluisterd, wat uiteindelijk tot Let Them Eat Chaos heeft geleid.

Geijkt op vergevingsgezindheid
In 2018 kwam dan toch eindelijk de doorbraak. Keep Moving Don’t Move is een van die nummers geweest. “Dat is het lange verhaal. Het andere verhaal is dat ik met Chaos in een donkere situatie zat. Met The Book of Traps and Lessons zit ik in een totaal andere sfeer. En dat hoor je terug: de toon van het album is veel lichter en meer geijkt op vergevingsgezindheid.” Het uiteindelijke album is in één take opgenomen. “Stond ik daar in die recording booth”, grapt Tempest, “Ik keek om mij heen en dacht: ‘Oké. Daar sta je dan. 45 minuten lang opnemen. Good luck!’” Het is Tempest gelukt om het album, ondanks de enorme invloed van Rubin, toch heel persoonlijk te houden. “Wanneer iemand oprecht luistert, en Rick kan op die manier luisteren, dan voel je je heel veilig. Dan is het veel makkelijker om persoonlijk en kwetsbaar te zijn en te blijven.” Ze imiteert met een intens gezicht hoe het eruitziet wanneer Rubin wel en niet geïnteresseerd is. “Rick wilde dat ik een verhaal vertelde, maar dan wel op een persoonlijke manier. Het gaat niet om mijn ervaring met het album, of zelfs om jouw ervaring. Het gaat om het geheel.” Dat hoor je terug in de tekst. Sommige nummers voelen zo persoonlijk, dat ze haast wel een persoonlijke insteek moeten hebben. Maar tegelijkertijd kan het iedereens verhaal zijn. “Met elk verhaal dat ik vertel, probeer ik iets te vertellen zonder dat ik het zeg. Op een gegeven moment vertelt het verhaal jou wat je moet vertellen.”

Maar wat gebeurt er wanneer de tekst niet meer de beat dient? Het ritmische valt weg, want het geluid valt voor een groot deel weg. En dan? “Je creëert dan een bepaalde ruimte die de tekst op emotioneel vlak kan opvullen”, mediteert Tempest. “Je dient de tekst veel meer en ineens heeft emotie zoveel ruimte… Die emotie hoef je niet te vertellen of in te kleuren. Dat vult zichzelf. Dat wordt een eigen beat: de beat van de tekst.”

Een gigantische workload en een drankprobleem
Tempest praat zoals je haar ziet: met rust en weloverwogen. Die rust is opmerkelijk, gezien haar vorige album, en zo toepasselijk bij haar nieuwe album. Gekte en eenzaamheid zijn dingen die Tempest intussen kent. Ze had naast een gigantische workload een drankprobleem. Ook heeft ze een ongezonde relatie achter de rug. Creativiteit hield haar op de been, maar ze heeft ook haar lessen moeten leren. Het hielp dat ze ‘de meest geweldige persoon ooit’ tegenkwam. De geleerde lessen en het tegenkomen van haar nieuwe liefde zijn, vertalen en maken samen The Book Of Traps And Lessons.

De komende tijd is er weinig rust voor Tempest en is ze de komende achttien maanden op tour: Amerika, Australië, Europa en misschien Azië. Ze hoopt op Zuid-Amerika. Deze zomer verschijnt haar derde theaterstuk op de planken in haar thuisland. Daarnaast is ze ook al begonnen met haar volgende album. “Ik begin graag met nieuw werk voordat het andere nieuwe werk uitkomt. Zo blijf ik bezig. En dan maakt het niet zoveel uit of een album het goed doet of niet: mijn energie zit al in het volgende project. Ik blijf creatief bezig en dat is belangrijk. Creativiteit is misschien wel het middel tegen alles. In ieder geval tegen gekte en eenzaamheid.”



Nu Drowned in Sound de rekeningen niet meer kan betalen, is de muziekjournalistiek opnieuw een onafhankelijk blog armer. Na bijna twintig jaar is het doek gevallen voor dit invloedrijke kwaliteitsplatform. Het hing al een tijdje in de lucht, maar ik vraag mij af: ‘hoe kan dat nou?! Is muziekjournalistiek dan wel ‘leuk’, maar kennelijk ‘niet zo belangrijk?’ Hoe zorgen we ervoor dat het niet telkens armoediger wordt, dat het überhaupt blijft bestaan en dat creatief talent niet verloren gaat? En zal Pitchfork het voorbeeld gaan geven met zijn paywall?

Dat advertentie-inkomsten teruglopen is geen nieuws en dat het lastig is om een (online) community levende te houden, is dat eveneens niet. Maar dat een groot platform als Drowned in Sound, met jaarlijks miljoenen muziekliefhebbers op hun website, de serverkosten van 1.200 pond per maand niet meer op kan brengen: dat vind ik wel fascinerend en vooral erg treurig om te zien. Zoals gezegd waren de signalen niet nieuw, DiS draaide al langer in kleiner wordende financiële cirkels en riep regelmatig om hulp. Steun die er niet kwam.

Het is niet dat de site continu zijn handje ophield en niet probeerde om andere bronnen van inkomsten te vinden. Zo heeft het platform onder meer events gepromoot, zijn er partnerships aangegaan met festivals, is er geëxperimenteerd met podcasts en video, met artiestenmanagement en zelfs met publishing. Maar de meeste activiteiten leidden de oprichters alleen maar af van waar het om ging: een plek creëren waar muziekfans bij elkaar kunnen komen. En ik kan mij voorstellen dat dat continue gehengel naar geld belemmerend werkt, tijd opslokt en dat het niet prettig is om steeds maar weer over dat knaken te moeten beginnen. Dat is niet de reden waarvoor je zo’n blog op hebt gezet en geldwerving is daarnaast wel even een andere tak van sport. Aan de andere kant van het spectrum, zegt de site in 2016 wel het volgende:

Due to old code and a lack of investment over the years, it currently costs us over £700 per month to run our messageboards. The boards (aka “the indie mumsnet”) rarely generate this much in advertising revenue, so we need to move them somewhere cheaper. The restoration and transition of the forums will cost us at least £2000 and we need your help to raise the funds to keep the forums going…

Een crowdfund-actie om in totaal 8.000 pond op te halen wordt niet gehaald en blijft steken op 5.635 pond. Toch is zo’n community een nobel streven, dat toch zeker haalbaar zou moeten zijn met meer dan honderdduizend volgers op Twitter, 86.000 fans op Facebook en twee tot drie miljoen jaarlijkse bezoekers op de site. Dat zou 0,014 cent per Facebook-like, 0,012 cent per Twitter-volger en 0,006 cent per sitebezoeker zijn. Uiteraard, dat zijn van die cijfers waar je geen reet aan hebt, maar het zegt wel iets. Het is DiS in ieder geval niet gelukt om zo’n relatief klein bedrag maandelijks bij elkaar te krijgen. Nog schrijnender: een maand geleden werd er nog eens een donatie-actie gedaan via Facebook, voor een bedrag van duizend pond. De teller is blijven steken op 774 pond… Hoe is dat in hemelsnaam mogelijk met zoveel toegewijde fans die het platform lijkt te hebben? Dat is absurd.

‘Gaan mensen er nog steeds vanuit dat journalistiek die gratis wordt aangeboden niets kost om te maken en dat zoiets vanzelf wel gemaakt wordt?’

Op Twitter meldt de site: ‘If everyone tweeting had donated £1 a year, we wouldn’t be struggling to continue.’ Dat is inderdaad de spijker op de kop. Iets dat je altijd ziet als er weer eens een mooi instituut door de knieën gaat: iedereen vindt het super belangrijk dat er vrije en onafhankelijke platforms zijn, maar donateurs zijn in geen velden of wegen te bekennen als puntje bij paaltje komt. Maar o, wat is het toch jammer! Nou-nou, tut-tut. Net als ‘die leuke, kleine winkeltjes in de stad’. Och, wat is het doodzonde dat ze allemaal verdwijnen, maar de eerste aankoop wordt vaak pas gedaan als er een lekkere korting is tijdens de opheffingsuitverkoop. Het zegt iets over de waardering, maar net zo goed iets over de levensvatbaarheid: misschien is er simpelweg niet genoeg vraag naar.

Toekomstmuziek
Want wat nou als je inderdaad je berichten niet achter een paywall wilt zetten omdat je alles toegankelijk wilt houden (zoals wij bij The Daily Indie ook willen), als subsidies voor deze vorm van journalistiek nauwelijks te vinden zijn, je niet voor een karretje van commerciële partners wilt laten spannen, je geen startbudget hebt om investeringen te doen om verder te komen en je geen Kanye-clickbait wilt maken? Dan ben je voor een deel afhankelijk van het binnenhalen van donaties en advertenties, waarbij die laatste vijver voor blogs behoorlijk is uitgedroogd. Praktisch alle budgetten gaan tegenwoordig richting Facebook en Instagram, iets dat DiS heeft ondervonden. Zover geen nieuws, maar wat is dan de conclusie: dat de meeste lezers en adverteerders muziekblogs ‘leuk’ vinden, maar kennelijk niet zo ‘belangrijk’ of ‘goed genoeg’ om het financieel te steunen. Gaan mensen er dan nog steeds vanuit dat journalistiek die gratis wordt aangeboden niets kost om te maken en dat zoiets vanzelf wel gemaakt wordt? Ja, dat blijkt voor een goed deel zo te zijn.

“Eeen gezin onderhouden met de opbrengsten van een onafhankelijk muziekplatform? Succes daarmee”

Hoe is het dan mogelijk om te overleven en hoe ziet die toekomst eruit voor onafhankelijke blogs die het hoofd boven water weten te houden? Moeten we maar hopen dat er meer geadverteerd gaat worden, dat de community echt een keer wakker wordt of is hier onder meer een taak voor de muziekindustrie weggelegd, die er doorgaans toch erg blij mee is dat de mogelijkheid om goed in de pers te komen bestaat. Of moeten we hopen dat er om de zoveel tijd nieuwe en kwalitatieve platforms uit de grond worden gestampt die het lang genoeg volhouden om elkaar op te volgen? Al die bovenstaande trends zijn nationaal en internationaal in ieder geval niet te zien. Eén ding is wel zeker: de industrie zal Pitchfork nauwlettend in de gaten houden als het betaalhekje omhoog gaat. Zou ik ervoor betalen? Zou jij ervoor betalen? En wil die redactie het eigenlijk zelf wel? Aangezien uitgever Condé Nast deze stap zet voor al zijn merken, en Pitchfork daar nu eenmaal onderdeel van is. In Nederland zijn de eerste stappen ondertussen al gezet: zo staan album- en liverecensies bij OOR sinds kort achter een muurtje.  

Creatieve makers behouden
Een blog runnen is en blijft een Sisyphusarbeid, je blijft die steen maar de berg opduwen en elke keer als je er bijna bent… Je ziet blogs niet voor niets na een paar jaar stranden. Als ze het al zolang volhouden. Een van de vragen uit dit verhaal is voor mij: hoe blijven we enthousiaste makers aan de gang houden? Veel nieuwe platforms worden door jongeren opgericht en de kans is vrij groot dat die op een gegeven moment een serieuze baan willen, met een hypotheek of een hoge huur te maken krijgen, kinderen en ja: dan blijven er weinig vrije uurtjes over om een uit de klauwen gelopen platform draaiende te houden. Het runnen van zo’n platform doe je niet door zo nu en dan eens je laptop open te klappen en te kijken of er nog iets is gebeurd. Een blog is je leven. Als je het goed wilt doen moet je er altijd mee bezig zijn. En als je merkt dat je inzet niet honderd procent is, dan kan het binnen de kortste keren veranderen in een niet te dragen last. En als je het toch draaiende weet te houden: een gezin onderhouden met de opbrengsten van een onafhankelijk muziekplatform? Succes daarmee.


“Ben jij bereid om geld over te maken naar een (muziek)platform dat je graag leest of vaak gebruikt?”

Ik run dit platform bijna 8,5 jaar en ik denk regelmatig: ‘wat doe ik mijzelf toch aan?!’ Het is een bron van continue stress, van kleine en grote zorgen: of je wel op de juiste weg zit met wat je aan het doen bent, maar inderdaad ook zeker over financiën. Je verdient weinig geld, werkt zeven dagen per week, staat altijd onder druk, je kunt niet ziek worden en je hebt praktisch geen tijd en/of pegels om er eventjes met vakantie tussenuit te gaan. Verder moet je altijd op de hoogte zijn van wat er speelt, het platform blijven vernieuwen, je lezers blijven prikkelen, nieuw publiek aanboren, acquisitie doen, doorlopend creatief zijn, je hebt een compleet team waar je rekening mee moet houden, je bent eindverantwoordelijke voor alles wat er gebeurt, je krijgt complexe ondernemers- en belastingvragen voor je kiezen en honderden mails die per week moeten worden beantwoord. Het bovenstaande kun je allemaal niet of een beetje halfslachtig doen, maar dan overleef je het sowieso niet lang in de bizz.

Begrijp mij niet verkeerd: het is echt ontzettend tof om te doen en ik geef mijn hart en ziel voor dit platform om verhalen over mooie artiesten te vertellen. Maar het is niet zo vreemd dat veel bloggers dat niet jaar-in-jaar-uit volhouden, dat hun prioriteiten verschuiven of erger nog: in een burn-out belanden en vaak zelfs niet meer terugkeren naar de muziekindustrie. Een verspilling van talent, waar we vaak argeloos van genieten/van hebben genoten.

Wel of geen steun?
Goed, je kunt natuurlijk zeggen: ‘ja joh, kies dan lekker een ander beroep.’ Maar dit is niet bedoeld als een zielig verhaal. Ik denk dat iedereen die dit stuk leest, en regelmatig onze en andere muziekblogs bezoekt, iemand is die plezier haalt uit nieuwe muziek, graag mooie verhalen over artiesten leest en wilt weten wat er speelt. Wat doe je hier anders?

Maar ben jij bereid om geld over te maken naar een (muziek)platform dat je graag leest of vaak gebruikt? Waarom wel of waarom niet? Ik ben daar erg nieuwsgierig naar en ik denk dat er voor ons allemaal een rol is weggelegd om muziekjournalistiek in stand te houden en niet alleen dat: ervoor te zorgen dat het nog veel breder en mooier wordt en het zichzelf blijft vernieuwen. Of zitten we daar niet op te wachten?

Bijdragen aan deze discussie? Reageer op onze Facebook-post.


Net als vorig jaar ronden we het jaar af met een lading gloednieuwe limited edition T-shirts! Deze keer zijn we all-out gegaan en hebben we de getalenteerde Richard de Ruijter een exclusief ontwerp laten maken. Onze ‘Silver Surfer’ T-shirts hebben voorop ons logo op de borst en achterop een psychedelische, zilveren surfer. 

Zoek je nog een mooi kerstkado voor iemand, of wil je er gewoon zelf strak bijlopen deze feestdagen? Met onze gloednieuwe ‘Silver Surfer’ T-shirts heb je niet alleen een super exclusief shirt te pakken (de oplage is slechts veertig stuks), je steunt er ook The Daily Indie en de Nederlandse indiescene mee.

De shirts zijn gezeefdrukt op dik, kwalitatief hoogstaand katoen, beschikken over een tear-out neklabel en zijn verkrijgbaar in de maten S, M en L. Ze zijn van jou voor 25 euro per stuk inclusief verzendkosten (te betalen met PayPal, creditcard of Tikkie). Hieronder kun je bestellen.

Nu met gratis jaarlidmaatschap!
En nog beter: bij aankoop van een shirt krijg je nu automatisch één jaar lidmaatschap van The Daily Indie (ter waarde van tien euro). Als lid steun je de Nederlandse indiescene en kun je elk jaar gratis naar tientallen liveshows die wij presenteren, waarover je via onze speciale ledennieuwsbrief informeren. Daarnaast profiteer je van andere voordelen, zoals bijvoorbeeld korting op dit soort t-shirts en andere goodies.  Meer informatie over het lidmaatschap vind je hier.

Wil je hem op komen halen bij ons kantoor in Rotterdam?
Dat kan ook, dan kost ‘ie 20 euro en doen we gezellig een bakkie! (Scroll daarvoor even helemaal naar de onderkant van deze pagina).

The Daily Indie ‘Silver Surfer’
Alle foto’s zijn gemaakt door Niek Hage.

Betalen via PayPal/creditcard:

Maat

 

Of betaal met een Tikkie:
*De maat L is UITVERKOCHT!

Betaal je via Tikkie? Mail ricardo@thedailyindie.nl even de gewenste maat en je adres door!


Shirt op komen halen op ons kantoor?
Wil je het t-shirt op komen halen op ons kantoor in Rotterdam? Dat kan ook, dan nemen wij de verzendkosten voor onze rekening en kost een shirt slechts €20!

Betalen via PayPal/creditcard:

Maat

Of betaal met een Tikkie:
*De maat L is UITVERKOCHT!

Betaal je via Tikkie? Mail ricardo@thedailyindie.nl even de gewenste maat door!