Voor de nieuwe podcastserie Quarantaine-brieven gaat The Daily Indie-hoofdredacteur Ricardo Jupijn op zoek naar penvrienden in tijden van isolatie. Een serie waarin hij met muzikanten van gedachten wisselt over het leven en hoe zij deze periode ervaren.

Lees en luister hier de eerste brieven van Ricardo en Lars.

De serie wordt geopend door een briefwisseling met Lars Kroon, die je mogelijk wel kent van Go Back To The Zoo, St. Tropez en zijn nieuwe soloproject Lars and the Magic Mountain, waar we onlangs nog een prachtige video van in première lieten gaan. Beiden hebben hun brief weer ingesproken, waarmee deze penvrienden een intiem inkijkje in hun leven geven, elkaar mooie passages uit boeken voorlezen, vragen stellen en muziektips uitwisselen.

Deze week onder meer over de beleving van ‘tijd’, het boek De Profeet van Khalil Gibran, Pharoah Sanders, Radetzky Mars, het mixen van platen, literair platform Karakters, productiviteit en Thomas Mann zijn Toverberg.


Brief van Ricardo, op 25 maart 2020

Brief van Lars, op 29 maart 2020


Laura Bettinson, front-vrouw van superband Ultraísta: in slaap-kloffie, met koffie, op een sofa, in een Victoriaans huis, in het zuidoosten van Londen. Aan de andere kant van de straat wordt er een huis gerenoveerd. Tussen de repetities, douche en het ontbijt in maakt ze tijd voor een telefoongesprek. Het is half tien, Greenwich Mean Time.

Zo kan dat lopen: in een pub staan met je loopstation, sampler en vierentwintig jaar van leeftijd, als Nigel Godrich (producer van Radiohead sinds OK Computer, red.) langskomt en vraagt of je je wil aansluiten bij iets waar hij samen met perscussionist Joey Waronker toch al mee bezig was. Dat is dan Ultraísta. Behoorlijk spontaan, beweeglijk, samplers en beats. Het is 2012: geen Brexit, geen Trump, geen COVID-19.

Andere tijden.

Als ik Laura aan de telefoon spreek zijn we acht jaar verder. Ze is onlangs getrouwd, heeft een hondje dat Bullet heet en ‘s ochtends eet ze yoghurt met fruit. Laura Bettinson noemt het allemaal ‘natural progression‘. Het trekt allemaal door in Ultraísta’s tweede album Sister, de volwassen opvolger van Ultraísta’s gelijknamige eerste.

Na acht jaar, een nieuwe plaat.
“Eindelijk.”

Hoe zit dat?
“Druk, vooral. Veel dingen. Nigel vooral: Radiohead tussendoor, Roger Waters tussendoor. Met Joey is het niet anders, en met mij ook niet. Na het debuut met Ultraísta ben ik mijn eigen solo-carrière wat uit het oog verloren, dus daar ben ik druk mee: singles releasen als FEMME en lau.ra, en veel reclamemuziek.”

Over je eigen muziek: het verschil tussen lau.ra en Ultraísta is best wel… flink.
“Het verschil is zeker groot. Maar dat ben ik óók: popmuziek. Ik produceer, schrijf en zing dat dan zelf en het vreemde is dat ik dat dus maar niet uitgelegd krijg.”

Want?
“Het is tegenwoordig zo extreem vanzelfsprekend dat popartiesten een flinke crew van producers, schrijvers en stylisten om zich heen hebben. Het valt niet mee om dat zelf te doen. Ik denk: een van de laatste artiesten die dat met succes heeft gedaan was Prince: een one-man-pop-machine. Ik ben vanzelf wat meer in de clubscene terecht gekomen, waar ik mijn eigen tracks draai. En dan mag het ineens wel: zelf produceren, zelf doen. Ik vind het belangrijk dat mensen begrijpen dat ik én zanger én producer ben.”

Hoe doe je dat bij Ultraísta? Wat is je rol?
“Zanger, muzikant. Dat is dan een andere kant van mij: een groot deel van dat project is volledig buiten mijn controle, vooral deze plaat. Die is vooral geschreven door Nigel. Ik was daar wanneer ik nodig was, met teksten en melodieën. Ultraísta is nu Nigel’s soloproject en he called most of the shots. Hij had vrij scherp voor ogen waar hij met de songs heen wilde, meer nog dan de eerste keer, toen hij vooral produceerde.”

Hoe is dat dan voor jou? Je zei dat je het belangrijk vindt dat mensen weten dat je én zingt én schrijft én produceert.
“Oh, dat vind ik in dit geval helemaal prima, ik ben meer dan blij om mee te bewegen. De uitdaging voor mij zat hem deze keer vooral in het song-schrijven. Met mijn eigen muziek vertrek ik steeds meer vanuit samples en wil ik mensen in beweging zetten, nu was ik vooral bezig met het schrijven en meeschrijven van songs. Het is niet makkelijk om mij in iemand anders schoenen te verplaatsen. Ik ben geen sessie-zangeres.”

Staan er nummers op Sister waarvan je kunt aanwijzen: dat deel ben ik, dat komt echt bij mij vandaan?
“Ja – Ordinary Boy. Die was makkelijk, dat kostte haast geen moeite. Die kwam vanzelf uit een improvisatie, de tekst viel vanzelf uit mijn mond.”

Hoe werkt dat voor je, denk je dan bij het terugluisteren: ah, deze en deze tekst betekent eigenlijk dit-en-dit? Hoe persoonlijk wordt het?
“Ik zie persoonlijke betekenis op zoveel plaatsen op deze plaat. Ordinary Boy is wat abstracter, maar past net zo goed in een overlappend thema: onzekerheid over de plek die je in het leven hebt en relaties die je hebt. Het lijkt wat dat betreft wel een beetje op Smalltalk van de eerste plaat: ‘The more I learn the less I know.’ We hebben er niet al te hard over nagedacht… is dat een antwoord?

Ja hoor, dat is zeker wel een antwoord. Blik je trouwens nog weleens terug op die eerste plaat?
“Ik weet dat Nigel er behoorlijk kritisch naar kijkt, vooral daarom wilde hij het nu anders doen. Als ik naar mijn eigen muziek uit het verleden kijk ben ik wat minder kritisch. Je denkt over iets na, maakt keuzes. Met wat je nu weet zou je dingen anders kunnen doen, maar je moet er een keer vrede mee maken. Wat ik wel voel aan deze tweede plaat, is dat hij echt wat meer volwassen is. En emotioneler. En dat kan bijna niet anders, we zijn allemaal ouder geworden, en er is veel gebeurd, ik zing de pijn van een ander”

Pijn?
“Ja, er zit veel melancholiek in deze plaat.”

Zoals?
“Nigel zijn vader is overleden tijdens het schrijven aan de plaat. Dat was een enorme klap en dat sijpelt dus door in de teksten. En al zijn het niet je eigen teksten, je reflecteert toch vanzelf op je eigen leven, waar je staat, wat je wel en niet hebt gedaan. En het voelt veilig voor mij om die pijn te bezingen. Nigel, Joey en ik kennen elkaar nu alweer zoveel langer. En er is onderling veel vertrouwen.”


Naast de fratsen van Poetin en onrust in Oekraïne krijgen we in Nederland over het algemeen vrij weinig mee over Oost-Europa. Landen zoals Rusland, Servië, Bulgarije, en Slowakije kennen we vooral als Oostbloklanden, met bijbehorende stereotypen over depressieve, wodkaverslaafde mensen. Subroutine Records-oprichter Koen ter Heegde ziet er echter andere kansen en bouwde er zijn initiatief Yugofuturism omheen.

Tekst Valerie van Hazendonk
Foto’s van Koen Niek Hage

De gemiddelde Nederlander komt zo nu en dan vluchtig in aanraking met een willekeurige Poolse arbeidskracht, maar van écht contact komt het over het algemeen niet. Een achterdochtige observatie bij de plaatselijke supermarkt, uiteraard op veilige afstand, is waar het dan ook vaak bij blijft. We nodigen de Oost-Europeaan wel uit, maar een graag geziene gast is het niet. Liever richten we ons op Engeland en de Verenigde Staten. De muziek van daar is iets waar we nog altijd verslingerd aan zijn en ook zien als superieur aan ons eigen werk. We bieden onze overzeese voorbeelden maar al te graag een gastvrij onthaal op onze podia en radiozenders, en emuleren gewillig wat we daar zien en horen.

Tunnelvisie
Nu is het niet zo dat Nederland complete tunnelvisie heeft. De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor diverse programmering. Poppodia wagen zich steeds vaker aan bijvoorbeeld Aziatische of Afrikaanse acts. En ook festivals als Le Guess Who?, Welcome to The Village en Lente Kabinet staan bekend om hun goed doordachte en diverse selectie. Toch lijkt de connectie met onze oosterburen nog nauwelijks te zijn gemaakt.

Tien jaar geleden deed Koen ter Heegde jongerenwerk in voormalig Joegoslavië, van waaruit hij ook tours boekte en begon met het opbouwen van een netwerk. Later woonde hij ook nog in Belgrado en Skopje. Zijn netwerk groeide rap en hij verloor zijn hart aan de regio. Tegenwoordig woont Ter Heegde gewoon in Rotterdam. Hij haalde al minstens sinds 2012 bands naar Nederland. In 2015 zag hij posters voor Afrofuturism Now! in WORM en begon hij met Yugofuturism, waarmee hij acts uit Centraal- en Oost-Europa en Nederland op de juiste manier probeert te cureren. De naam van het concept is een tegenhanger van ‘joegonostalgie’, een vorm van nostalgie die het oude communistische verleden van Joegoslavië verheerlijkt.

“Wat natuurlijk krom is, omdat er ook veel dingen mis waren in die tijd”, vertelt Ter Heegde. “Het zegt ook iets over mijzelf en mijn kijk op Oost-Europa. Ik wil naar de toekomst en over grenzen heen kijken. Nu is het hele idee van futurisme dat je je niet moet beperken tot een geografische regio, maar je hebt in Oost-Europa zoveel verschillende tradities, folklore en muziek. De regio wordt gekenmerkt door een enorme diversiteit aan talen en culturen. Wat ook een van de redenen is waarom ik Nederlandse bands daarnaartoe stuur; zodat ze kunnen zien hoe uiteenlopend het is en dat je per stad in compleet andere situaties terecht komt. Het is echter geen ontwikkelingswerk. Ik boek bands niet enkel omdat ze uit Oost-Europa komen, maar omdat ze iets niet-alledaags bieden wat in Nederland nog onbekend is. Door de juiste band op de juiste plek voor het juiste publiek te zetten, kun je ze iets bieden dat ervoor zorgt dat ze ook daadwerkelijk aan achterban winnen.”

Betonnen dozen
“In Skopje en Belgrado werk ik veel samen met podia en platforms. Vanwege mijn werk voor Subroutine en verschillende banen die ik heb gehad, heb ik veel ervaring met managen en boeken, maar ik ben in eerste instantie gewoon liefhebber. Livemuziek kan mij enorm enthousiast maken, vooral als ik dat op een plek zie waar ik mezelf op mijn gemak voel, wat ik in Nederland op steeds minder plekken heb. Het is steeds minder mogelijk om concerten op rare plekken te doen en er zijn steeds meer regels. Ik krijg echt jeuk op onbereikbare plekken als ik bijvoorbeeld TivoliVredenburg binnenloop.”

“Het is echt niet zo dat ik alleen maar in kraakpanden wil staan, maar er is wel een verschil tussen bijvoorbeeld een EKKO en een TivoliVredenburg. En we zien steeds meer van dat soort betonnen dozen ontstaan in Nederland. Voor veel professionele muzikanten is dat ook fijn: dingen zijn goed geregeld en er zijn veel faciliteiten. Maar beginnende bands kunnen daar van hun lang-zal-ze-leven niet spelen, die zijn financieel gezien gewoon niet aantrekkelijk. Wanneer het licht aangaat, is er al tweeduizend euro verlies gedraaid. Muziek wordt steeds meer in hokjes geplaatst waar alles perfect geregeld is. Dat is ook een van de grootste risico’s nu voor steden zoals Amsterdam, Utrecht en Rotterdam, die van oudsher juist een hele grote scene hebben met verschillende podia en veel verschillende kleuren en contexten waarin muziek plaatsvindt, dat dat soort dingen steeds minder worden georganiseerd.”

“Als je dan naar bijvoorbeeld Bratislava kijkt, is dat nou niet bepaald een plek waar toeristen naartoe gaan vanwege de Instagram-waardige straatjes. De stad is best wel grauw, met veel sociaal-modernistische architectuur. Maar juist dat trekt mij. Daar zijn wel gewoon nog steeds drie à vier podia waar bijna elke dag concerten zijn. De scene daar bestaat uit ongeveer vier-, vijfhonderd mensen die regelmatig naar experimentele muziek gaan in kleinere podia. Door heel Oost-Europa zijn er zoveel podia dat het bijna beangstigend is. Mensen staan er ook meer open voor muziek uit het buitenland, omdat er heel lang weinig muzikanten die kant op gingen. Je krijgt er goed te eten, een slaapplek aangeboden en je speelt er voor een leuker publiek, in een leukere zaal, met vaak ook leukere gages.”

Hokjes
“Ik wil bands ook naar Nederland halen en Oost-Europa insturen, omdat ik helemaal gek word van die hokjes in Nederland. Van die clichés, maar ook van de duizelingwekkende middelmatigheid die er bij vlagen in Nederland is op muziekgebied. Nu is het niet aan mij om daarover te oordelen, maar wat is nou veelzeggender? Dat in Nederland mensen die er financieel baat bij hebben, steeds toejuichen dat bandjes steeds hetzelfde traject ingaan, of dat je een tour doet door zes verschillende landen en daadwerkelijk een nieuw publiek opbouwt? De mensen die je in Oost-Europa ontmoet, hebben een andere kijk op jouw muziek. Je komt met compleet andere dingen in aanraking, waardoor je tegen grotere uitdagingen aanloopt en je harder moet werken. Maar je wordt er rijker van als mens en muzikant. Het maakt mij niet uit als er bands zijn die alles volgens het boekje willen doen, maar daar gaat mijn hart niet sneller van kloppen.”

“De mooiste tour die ik heb geboekt was, voor The Homesick. Die kwamen vanuit Engeland via Duitsland naar Polen voor drie optredens. Daarna gingen ze door naar Slowakije, Hongarije, Slovenië, Kroatië, Servië, Macedonië, Bulgarije, Kosovo… De laatste week was ik ook ingevlogen. De opkomst was echt geweldig. In Pristina was er rond het optreden een soort minifestival ontstaan waar wel vierhonderd mensen op afkwamen. Er zijn voor The Homesick toen zoveel deuren opengegaan in Centraal- en Oost-Europa. Op elk festival waar de band stond, werden ze alweer geboekt voor een volgende.”

“Door mijn netwerk kan ik in die landen nu de juiste mensen vragen om zoiets op te zetten. Die weten welke mensen die muziek leuk vinden en welke supportact ze erbij moeten zetten. Precies zoals ik in Nederland ook probeer te doen. Yugofuturism is zo een soort onderdeel geworden van de grote underground railroad van Europa. Zo kan ik bands op plekken krijgen waar ze anders nooit terecht waren gekomen. The Sweet Release Of Death bijvoorbeeld is in Nederland niet zo’n bekende band. Laatst stonden ze op Rockaway Beach Festival in Zuid-Engeland, met namen zoals Fontaines D.C. en The Jesus and Mary Chain en een hele hoop aanverwante bands die op een gigantisch hoger niveau staan. Dit was nooit gelukt via het Nederlandse traject. Dat werkt alleen maar als je op je eigen manier bezig gaat, gelooft in wat je doet en zelf ook dingen mogelijk maakt voor andere bands en liefhebbers.”

Tegendraads
“Vrijetijdsbesteding en cultuurconsumptie zijn steeds belangrijker geworden in Nederland, maar de focus ligt nu vooral bij festivals. Het grootste deel van het publiek is toch meer geïnteresseerd op dance in de breedste zin van het woord, denk ik. Iets experimenteler of avontuurlijker is niet waar de meeste mensen voor gaan. Je hebt de hele week hard gewerkt, dus in het weekend ga je met twee halfjes op naar een festival om je cultuurconsumptie voor deze maand tot je te nemen. Ik denk dat in de ons omringende landen grotere waarde wordt gehecht aan eigenheid en tegendraadsheid van muziek en cultuur in het algemeen. We houden hier toch wel van wat platter vermaak.”

“Nederland is nog altijd voornamelijk gericht op de Engelse en Amerikaanse muziek. Godzijdank beginnen we langzaamaan onze horizon wat te verbreden, maar er is nog steeds geen balans. Over Centraal- en Oost-Europa wordt vaak nog in Koude Oorlog-termen gedacht. Wij zijn politiek correcter, maar er wordt desondanks nog steeds veel onzin over deze regio’s gesproken. Alsof achter het voormalig IJzeren Gordijn Borg-achtige minions wonen die primitiever en wilder zijn. De regio wordt nog steeds gegijzeld door de beeldvorming van zestig jaar communisme post-wereldoorlog. Ik vind het heel idioot dat we daar ook in Nederland nog niet voorbij zijn.”

“Vooroordelen en stereotypering over Oost-Europa zijn nog enorm aanwezig. Een voorbeeld zijn brass-bands die allerlei dingen bij elkaar rapen en met bontjassen en rode sterren in een semi-communistisch kostuum gaan optreden, omdat het dan lekker Oost-Europees is of zo, terwijl miljoenen mensen hebben geleden onder de communistische dictatuur. Maar dan wordt bij zo’n optreden alles op één hoop geveegd als een soort Slavische massa. Ik ben echt niet zo dat ik nergens de humor van kan inzien of kan relativeren, maar dat is natuurlijk wel een beetje idioot om te doen.”

Zelf Yugofuturism meemaken? Ter Heegde is dit jaar onder andere curator bij Welcome to The Village. Samen brengen ze een collectief onder leiding van Bulat Khalilov, initiatiefnemer van het label Ored Recordings, naar verschillende podia en festivals in Nederland. Khalilov trekt met een draagbare recorder de Kaukasus door om de cultuur en tradities van volkeren zoals Circassiërs, Abchazen en Pontische Grieken vast te leggen en gebruikt dat in zijn muziek.

Ook boekt Yugofuturism regelmatig losse gigs voor bands. Check hier alle events.


Dit album werd gemaakt in de hel, de grootstedelijke Berlijnse hel. Het zwarte gat van David Bowie, de Boheemse droom van Rufus Wrainwright, de afgefakkelde stad van Lou Reed. Deze keer tekent Aurelièn Marie, tegenwoordig Lian Ray, voor zijn eigen ontsnapping. Batman’s Joker gilt: ‘I played this stinkin’ city like a harp from hell.’ Het zouden Lian’s eigen woorden kunnen zijn: hij moest bijna volledig kapotgaan om terug te komen met Rose. Als Orpheus met zijn harp.

Het is veel te warm voor de zesde november en ik sta met een zware winterjas aan de bar van Bar Dó en dan valt het me ineens op – take your protein pills and put your helmet on – dat de muziek in het café niets minder is dan een gruwelijke reggae-bewerking van David Bowie zijn Space Oddity. Ik word vriendelijk verzocht naar mijn stoel te gaan, omdat ik daar wel bedient zal worden. Daar zit in een donkere hoek Aurelièn Marie met een bier zo hoog als zijn gezicht. Het is elf uur ‘s ochtends.

Ik kan er niet omheen dat hij er wat verschaald uitziet, dus ik vraag of Aurèlien goed geslapen heeft.

Heb je goed geslapen?
“Niet echt. Ik had het recept voor mijn antidepressiva verlengd, maar toen ik ze twee dagen geleden wilde ophalen lagen ze niet klaar. Dus nu slaap ik twee dagen slecht, of eigenlijk niet. Ik kom dan in zo’n halfslaap terecht waarin ik mijn tijd ‘s nachts doorbreng in een obscure, donkere uithoek van YouTube, met in dit geval filmpjes over het openmaken van sloten. En dan slaap ik een beetje en droom ik dat ik sloten openmaak.”

Dan wordt het drie uur, vier uur, vijf uur.
“Vlak bij mijn appartement staat een kerkklok en die gaat ieder uur, het carillon, ook ‘s nachts. Om de zoveel tijd veranderen ze het liedje, en nu is het While My Guitar Gently Weeps, ‘s nachts, ieder uur. En dan wordt het zes uur en dan denk ik: Ik kan nu net zo goed uit bed komen. Dan sta ik op en werk ik soms een beetje aan mijn muziek. En dan heb ik overdag een job, ik sta hier vlak om de hoek in een winkel. In Berlijn had ik best veel tijd voor het maken van muziek, met m’n band Rhesus hadden we best wel wat geld verdiend. Ik besef mij nu dat dat een enorme luxe was.”

Wanneer ben je nu uit Berlijn vertrokken?
“Dat is nu bijna exact één jaar geleden, november 2017. Ik ben per vliegtuig gegaan. De rest, de meubels, de katten, per truck.”

Hoe was je laatste dag in Berlijn?
Pretty horrible. Last-minute inpakken, trappen op en af omdat er geen lift was. Ik doe die dozen wel even van boven naar beneden, dacht ik. Maar na de tweede keer op-en-neer was ik al stuk. Ik móést weg. Berlijn was alles wat ik geweldig vond aan een stad. Daar was die laatste dag niks meer van over. It’s the greatest city to self-destruct.

Ik vond een quote uit een oud interview.
“O jee.”

Waarin je je nog best positief uitlaat over Berlijn. Je zegt: ”Het is echt een toffe stad voor een artiest en om als artiest in te wonen. Er is nog steeds een bohemian-kant, de straten, clubs, gallerijen. Alles is gerenoveerd, getransformeerd, opnieuw gemaakt.”
“Natuurlijk, natuurlijk zijn er ook positieve kanten aan Berlijn: je vindt er ontzettend veel artistieke mensen, er is een toffe muziekscene, dat is er allemaal. Ik ontdekte al vrij snel dat Berlijn onder de oppervlakte een door-en-door verrotte stad is. In 2016 liep ik tegen een gigantische muur. Ik was al mijn geld kwijt, nonstop drugsverslaafd.”

In het persbericht lees ik de zin: this album was made in hell.
Aurelièn lacht, heel erg hard: “De eerste zes maanden waren nog leuk, hoor. Je experimenteert wat: zal ik muziek schrijven op deze drug of deze drug? Hier en daar kreeg ik drugs aangeboden en vanzelf ook een telefoonnummer. Ik was eigenlijk altijd te verlegen om contact te leggen met een dealer en van het één komt toch het ander. ‘Let’s try coke and cannabis’, het ging net zo gemakkelijk als Amazon. En vanzelf loopt het dan helemaal uit de hand.”

Hoe ziet dat eruit?
“Oh zeker, en ik heb het geprobeerd, en voor mij werkte het niet. Helemaal niet. Als ik schreef en high was dacht ik, dan was ik ervan overtuigd: “Oh yeah, this is great.” Dan keek ik er de volgende dag nog eens naar en dan was er niets van over.”

Hoe kwam je überhaupt toe aan muziek?
“In de tussendoor-momenten hield ik mij daarmee bezig en in mijn hoofd zijn dat net eilandjes. Ik kan je wel verzekeren dat nul tracks van deze plaat zijn geschreven toen ik high was. Ik had een piano in mijn studio staan en als ik daar zat en speelde kwam ik een beetje op adem. Het schrijven aan dit album deed ik steeds op dat soort eilandjes tussen 2012 en 2014. En alle songs gaan over m’n muze destijds: Rose. The one woman. Er speelde iets met een ongezond soort jaloezie en dat werd de brandstof voor deze plaat, als mijn Melody Nelson.”

Hoe ben je weggekomen uit Berlijn?
“Nadat ik zonder geld tegen die muur klapte, is mijn stiefvader is mij komen ophalen, met een busje uit Frankrijk. Na een jaar in een afkick-kliniek heb ik nog een jaar in Berlijn doorgebracht, waar ik mijn huidige vriendin heb leren kennen. She’s a rock. Omdat ze epilepsie heeft kan ze absoluut geen drugs of alcohol hebben en dat heeft mij geholpen om clean te blijven. En toen ben ik in 2018 opnieuw contacten gaan leggen met de muziekwereldm en die contacten bleken te zitten in Nederland, zoals Cedric (Muyres, manager Snowstar – red.)”

En nu woon je in of all places Amsterdam. Niet overwogen om in een boerderij op het platteland te gaan zitten?
“Mijn moeder zei dat ook al: “Joh, waarom nu uitgerekend Amsterdam?” Het ziet hem niet per se in de stad, maar vooral om een nieuw begin, een schone lei. In Berlijn kende ik elke toilet van elke bar en elke kelder waar ik die en die drug heb genomen. Naast de muzikale contacten en mijn vriendin hier, heb ik ook contact met Kick Your Habits. Ze helpen mij om clean te blijven, verder is het een pure kwestie van wegblijven bij die ‘typische’ plaatsen. Ik ga dus niet, nee: nooit meer uit.”

Hoe is het nu, om met die nieuwe plaat, steeds geconfronteerd te worden met deze periode uit je leven? Wil je dit hoofdstuk nu niet sluiten?
“Nu ik met deze tracks terugkijk op acht jaar in Berlijn is het haast een droom en de thema’s die mij destijds aanzetten om te gaan schrijven spreken mij nu nog steeds aan: het verlangen, iets willen dat je niet kunt krijgen. Of dat nu over jaloezie gaat, een vrouw, iets anders. Daar ben ik nooit los van gekomen. En ook zijn deze tracks nu therapeutisch voor mij, ze helpen mij om van de drugs af te blijven. Like, never drop your guard. Er zal altijd iets in mij blijven zitten dat terug wil.”


Een gesprek met deze band is als luisteren naar deze band: het kabbelt lekker voort en om de zoveel tijd vraag je jezelf af of je dit niet eerder gehoord hebt. Als je vervolgens goed luistert, blijken de details toch anders te zijn. En dan wel dusdanig anders dat het toch echt iets anders is dan waar het op lijkt.

Tekst Mick Arnoldus
Foto’s David van Dartel

Als je een kijkje in de keuken van een journalist krijgt, zul je vaak zien dat ze huiverig zijn twee keer hetzelfde neer te pennen. Schrijven is schrappen. Verveel je lezer vooral niet. Bij dit interview moesten we die instincten laten varen. Laat je net als ons meevoeren op de niet zo woelige baren die Real Estate bevaart. Iedereen die weleens een paar uur naar de zee gestaard heeft, kan beamen dat de eeuwige golfslag je vanzelf aan het denken zet. Zo ook Martin Courtney en Alex Bleeker, die ons ontvangen in een kombuis waar de wijn klaarstaat. Niet zomaar wijn overigens, maar Reality Estates: een signature rode wijn van de band, in de varianten malbec, petit verdot en cabernet sauvignon.

The Main Thing
Over naar de nieuwe plaat: de band heeft er lang over gedaan. In maart 2018 begonnen de opnames van het nieuwe album The Main Thing. Alex: “We hadden onszelf eerst wel een deadline opgelegd, maar gaandeweg kwamen we erachter dat we de tijd wilden nemen die nodig is. Zo hoefden we niet op de automatische piloot te varen en konden we alles echt goed overdenken.” Voor de opvolger van In Mind heeft Real Estate dezelfde studio inclusief producer gebruikt als voor de definitieve doorbraakplaat Days. Daarover vertelt Martin: “Alex en ik hadden al met Kevin (McMahon de producer, red.) gewerkt, de rest nog niet. Eigenlijk was eerst het idee dat we gingen kijken hoever we kwamen met een paar tracks die we al hadden. Maar het voelde daar, in die studio, op die plek, met Kevin, al vanaf dag één precies zoals het zou moeten zijn. Terug in onze Airbnb besloten we samen dat we het zo gingen doen.”

Alex: “Voor dit album draaien wel meer dingen om het juiste gevoel. Wat betekent het voor ons om in deze tijd een plaat te maken? We zijn een jaar of tien geleden begonnen met deze band, we staan er nu heel anders in dan toen. Kevin is de man die ons laat nadenken. Hoe laten we de emoties spreken die onze keuzes voor het album bepaald hebben. Hij kent ons al heel lang.”

Martin: “En hij begrijpt in welke levensfase wij zitten, hij kent al die emoties die daarbij horen al. Hij is net wat ouder dan wij. De mijlpalen die wij nu bereiken heeft hij al gehad. Vóór de opnames heb ik met hem een paar liedjes opgenomen en goede gesprekken gehad. We hadden elkaar ook al een tijdje niet gezien. Daarna opperde ik bij de band om met hem samen te werken.”

Alex: “Hij was zo ook echt een onderdeel van de band, dat werkt anders dan wanneer je een derde partij inhuurt die het gewoon als het zoveelste project ziet. Dat kan natuurlijk ook werken, maar zo konden we bijna een heel jaar intensief samenwerken”.

Ouder worden
Die emotionele keuzes komen naar voren in de productie en zeker in de teksten. Martin: “De rest van de band hoort ook gewoon wat ik zing. Ik wilde echt iets betekenisvols meegeven aan dit album. We worden allemaal een jaartje ouder en we praten veel over wat dat voor ons betekent. Ik denk dat je dat wel terughoort in de arrangementen, de productie en de teksten.”

Alex: “Bij de opnames hebben we door al die gesprekken ook veel bewuster rekening gehouden met de inhoud van de nummers, het zit veel meer verweven in de muziek. Zoals lichaam en geest één zijn, zo is de muziek één met de inhoud van de teksten. Het beïnvloedt elkaar evenredig.”.

We schamen ons een beetje dat we deze vraag echt stellen, maar toch doen we het: wat was the main thing dat ze uit elke opnamedag wilde halen? Tot onze opluchting is de formulering net wat specifieker dan wat ze tot nu toe gewend zijn en geven ze graag antwoord. Martin: “Door Kevin dachten we elke dag na over wat we wilden zeggen. Wat wil je zeggen met dát akkoord op je gitaar, met díe melodie? Zit er een idee achter en zo ja: wat is het en is dat wat je wilt zeggen?”

Alex: “Door dat micromanagen werd het grote plaatje ook ingekleurd, elke stap die we namen had een doel. Dus dat was the main thing elke dag, nadenken over waarom je doet wat je doet.”

Martin: “Gisteren hadden we het er nog over dat veel liedjes op het album gaan over stilstaan bij wat je met je leven aan het doen bent. Ik heb nu een heel ander leven dan toen we net begonnen hiermee op mijn 22ste. Is dit wat ik blijf doen? Zodra je kinderen hebt denk je vaker na over zulke dingen.”

Alex: “Tegelijk lees je over het einde van de wereld door klimaatverandering of oorlog en stel je jezelf de vraag of het maken van een album wel het beste is wat je kunt doen. We hopen ook dat mensen de boodschap oppikken en zich elke dag even afvragen wat the main thing is. Ondertussen heeft Martin al bedacht dat het voorbeeld dat hij nu voor zijn kinderen stelt het goede is.”

Martin: “Ik wil niet dat ze iemand zien die een of andere saaie baan heeft omdat dat nu eenmaal moet. We hebben enorm geluk gehad dat we dit leven kunnen leven, niemand heeft ons gedwongen, dus we kunnen er dan maar net zo goed mee doorgaan.”

Melancholie?
Die existentiële twijfel hoor je in het eerdere werk van Real Estate ook terug. Het geeft de muziek die melancholische lading, die tevoorschijn komt als je de op het eerste gehoor prettig onbezorgde liedjes al een beetje kent. Hoe kunnen ze dat spanningsveld nog voeden als de twijfel weg is? Alex: “Dat kan makkelijk!”

Martin: “Onze muziek klinkt in eerste instantie inderdaad zonnig, met leuke melodietjes die prettige gevoelens oproepen. Toch proberen we er wel een bepaalde emotionele diepte aan mee te geven en we hopen dat die uiteindelijk ook de luisteraar bereikt. Ik weet niet of melancholie het juiste woord is. Het is eerder een zoektocht of een verlangen dat uit de muziek spreekt. Iedereen mag er natuurlijk alles in horen wat ze willen. Het jezelf afvragen waar je staat zat er altijd wel in.”

Alex: “We staan nu aan het begin van een nieuw tijdperk met de band. Een nieuw decennium, nieuwe bezetting, nieuw album, nieuwe samenwerkingen. Je kunt de toekomst niet voorspellen, maar ik denk dat we er nog een decennium aan gaan plakken.”

Even terug naar die prettig onbezorgde en zonnige sound. Je wilt er meteen opnieuw naar luisteren. Dat is iets waar Real Estate bewust naar streeft. Beginnen ze daar elke opname mee of destilleren ze dat achteraf? Martin: “Als we een album opnemen, proberen we er altijd een geheel van te maken. Uiteindelijk eindigden we voor The Main Thing met bijna twintig tracks, daar maken we dan een selectie van. Ik houd er niet van als een album eindeloos doorgaat.”

Alex: “Het zit hem ook in de details, iedere keer kan je iets anders opvallen. De teksten kunnen een nummer een hele andere lading geven als je daar voor het eerst goed naar luistert.”

We bespreken als treffend voorbeeld Crime, van het derde album Atlas. De intro is mierzoet en stralend en dan de eerste woorden: ‘Toss and turn all night / don’t know how to make things right / crippling anxiety.’

Alex: “Dat is de dualiteit ervan inderdaad.”

Martin: “Er zit een hoop verontrusting in onze muziek. Ik ben een ongerust mens. Maar dát liedje in het bijzonder is dan ook wel the anxiety song. Een heel mooi liedje en in het refrein zing ik: ‘I don’t wanna die.’ Het is op zijn minst intrigerend.”

Ligt die verontrusting op het nieuwe album meer of minder op de voorgrond? Alex: “We treden het nu met open blik tegemoet. We hebben meer antwoorden. Voorheen waren we die angsten aan het bevragen en ontdekken, nu doen we er echt iets mee.”

Iets anders dat bij het repertoire van Real Estate hoort, zijn de intrigerende videoclips van de band. Martin: “Vaak werken we daarbij met dezelfde mensen en hebben we ook inbreng, maar het echte werk wordt door hen gedaan.”

Alex: “Ja, laat daar geen misverstand over bestaan.”

Martin: “Als we zeggen dat we trots zijn op het resultaat, is dat omdat we er ons verbonden mee voelen, niet vanwege het werk wat wij er aan gehad hebben.”

Wat vinden de twee van videoclips als medium? Welke functie hebben ze tegenwoordig? Martin: “Het is minder relevant dan vroeger. Je hebt wel iets om op het internet te zetten dat iets om het lijf heeft. En het blijft een stukje van het beeld dat je als band uitdraagt.”

Alex: “Een goede clip past bij het nummer en het vangt de aandacht. En het is leuk om een soort mini-film te maken.”

Martin: “Dat is zeker leuk! Je krijgt de kans om samen te werken met interessante artiesten in dat vak. We houden ervan om er iets interessants mee te doen. Voor Stained Glass (van het album In Mind, red.) hebben we een soort interactieve kleurplaat gemaakt als videoclip, die staat nog online.”

Over andere vormen van kunst gesproken: wie kwam op het idee van de wijn? Alex: “Dat was het idee van iemand die we kennen met geërfde wijnboerderij in Californië. Hij vond dat wel leuk maar hij vond het nog leuker om daar concerten te houden. Na een paar keer daar spelen werden we vrienden. Hij vond: bij goede muziek hoort goede wijn.”

Martin: “Uiteindelijk hebben we met zijn allen al zijn wijnen geproefd om een goede mix samen te stellen. Tijdens het proeven draaiden we onze muziek en de muziek die ons geïnspireerd heeft. Het was een heel leuk project. Een andere vriend van ons heeft het etiket ontworpen.”


Het leek er wellicht even op dat de Haagse band Torii van de radar verdwenen was, maar niets is minder waar. De afgelopen twee jaar werkte multi-instrumentalist en producer Domenico Mangione met zijn bandleden in alle rust aan een debuutplaat, die vandaag het levenslicht ziet. En geloof ons: Return To Form is een plaat die je gerust grijs kunt draaien. De kans is groot dat je met iedere luisterronde weer nieuwe lagen ontdekt. En laat dat nou precies de bedoeling zijn. We spreken Mangione over een nieuw hoofdstuk voor Torii.

Tekst Bente Hout
Foto’s Tom van Huisstede

“We wilden iets compleets maken. Niet een flard, maar een compleet album”, zegt Mangione. “Dat kost misschien wat meer tijd dan de meeste mensen denken.” Hij doelt op de afgelopen twee jaar, waarin de band zich achter de schermen verscholen hield, om zijn volle focus op de opnames te richten. “Het is al met al best een ontwikkeling geweest. Toen we na de EP-release live gingen spelen, ontstond er eigenlijk een heel andere band. Het duurde even voor we de tijd weer hadden om verder te gaan.”

Zelf opnemen in een eigen studio
Een lang en intensief proces volgde. “We hebben de hele plaat in onze eigen studio opgenomen. Dus we bleven er continu mee bezig. Het duurde bijna een jaar voordat we alle opnames compleet hadden”, vertelt Mangione. Daarna volgde een fase van veel sleutelen en bijschaven: “Zelf opnemen in een eigen studio gaf ons de kans om nummers op verschillende manieren te benaderen.” Hij lacht: “Ik durf niet te zeggen dat ik ooit nog een album op deze manier zou opnemen. Het kostte echt héél veel tijd.”

Die laatste uitspraak wekt misschien een enigszins ontmoedigde indruk. Echter, zelf doen en de tijd nemen lijken in de aard van het beestje te zitten. Ook voorganger Submerged kwam tot stand door Mangione’s eindeloze geploeter in zijn toenmalige thuisstudio in een oude school. “Dat was toch een ander proces”, zegt hij. “Ik heb toen alles opgenomen in een leeg klaslokaal en ik was destijds nog maar net met opnemen bezig. Die EP is meer een soort verwerkingsproces geweest.”

Een nieuwe benadering
Waar Submerged een redelijk kale en pure momentopname is, klinkt Return To Form gelaagder en beter doordacht. In ieder nummer zitten details verwerkt die je misschien pas na een paar keer luisteren ontdekt. Ook is de creatieve input van de huidige bandleden goed hoorbaar. “Torii is nu echt een collectief ding, waarop iedereen zijn eigen invloed uitoefent. De benadering van deze plaat was anders”, aldus de frontman. En dat zat ‘m niet alleen in de manier waarop de nummers geschreven werden. “We hebben op verschillende plekken opgenomen, waaronder in het skatepark naast onze huidige studio The Womb”, vertelt hij.

De DIY-studio die Mangione met een aantal anderen oprichtte, waaronder bandlid Tijmen van Wageningen, was van grote invloed op het opnemen van de plaat. “We konden daar onze eigen gang gaan.” Onder andere het uitgesponnen, instrumentale nummer Tongue Tied werd opgenomen in dat skatepark naast de studio. “We hebben de drums opgenomen in een skatebowl. De reflecties van die ruimte hebben we bewust verwerkt in de opname.”

De ruimte verwerken in opnames is iets dat Mangione al langere tijd intrigeert. Zo hoor je in oudere nummers onder meer de meeuwen die om zijn voormalige studio cirkelden. “Op deze plaat hoor je ook weer vogelgeluiden en andere omgevingsgeluiden. Maar we hebben de ruimte ook op andere manieren benut. Zo waren we de snaredrum in de single Forward Retreat aan het opnemen, en terwijl we dat deden, hebben we ‘m ook uitgestuurd door een tape-machine. Dat creëerde een weerkaatsing die uiteindelijk het nummer aandrijft.” De gelaagdheid die het gebruik van een locatie kan creëren in muziek, speelt volgens Mangione een belangrijke rol in zijn opnames. “Spelen met ruimte is niet iets wat je direct hoort, maar het creëert wel geluidslagen en een bepaalde dynamiek die iets toevoegt. Het zet je ertoe aan om op nieuwe manieren naar muziek te kijken.”

Verzameling van gevoelens en verwerkingen
We mogen gerust stellen dat de verstreken jaren en het intensieve opnameproces geleid hebben tot een prachtige debuutplaat, die het verdient om met aandacht beluisterd te worden. Een zorgvuldig samengestelde bundeling van tot in de kern doordachte ideeën. “Ik zie het als een verzameling van gevoelens en verwerkingen. Sommige nummers zijn nieuw. Andere nummers, zoals Oh Nola, heb ik jaren geleden al geschreven. Dat vind ik juist bijzonder: dat we op deze plaat zoveel verschillende ideeën bij elkaar hebben gebracht. Er kan een eeuwigheid zitten tussen de momenten waarop de nummers zijn ontstaan, maar toch vormen ze een geheel.”

Return To Form is vandaag uitgekomen via Mink Records. Morgen vindt de releaseshow plaats in De School in Amsterdam, daarna speelt Torii onder andere nog in V11 in Rotterdam en Het Magazijn in Den Haag. Klik hier voor alle shows.


Het is tijd om het te hebben over misschien wel hèt muziekgenre van onze tijd en een van de weinige echte ‘indie-scenes’: vaporwave. Een stroming die volledig achter de computer is ontstaan en die je zo uit de lucht kunt plukken met elk apparaat dat een internetconnectie heeft. Na tien jaar is dit nostalgisch-futuristische genre in vele subgenres vertakt en nog springlevend dankzij de fanatieke community. Wij drukken op het knopje van de begane grond en zoemen naar het begin van deze fascinerende beweging.

Tekst Ricardo Jupijn
Illustratie Jort van Meeteren

Als onze glazen lift in de glanzende Amerikaanse mall is aangekomen, belanden we in het paradijs van het consumentisme: de pastelgekleurde en pixelige jaren tachtig en negentig. Om ons heen zien we grote winkelketens, waar tevreden klanten met een glimlach op hun gezicht en grote tassen aan hun armen uit komen lopen. Ze halen nog een burger en een milkshake bij de McDonalds en wandelen richting het parkeerterrein, vanwaar ze met een luxe auto naar huizen rijden die met veel te riskante hypotheken zijn gekocht. Eenmaal thuisgekomen worden de grote televisies aangedrukt en verschijnen er korrelig-kleurrijke commercials tussen Miami Vice en Saved by the Bell, die de argeloze consument nog meer mooie spulletjes aan proberen te smeren. Het is de zorgeloze periode waarin het niet op lijkt te kunnen; het is de tijd van buitensporig economische groei, multinationals, hebzucht, luxe, nieuwe technologie, een onverzadigbare drang naar nieuwe producten en waarin consumeren een soort levensstijl is.

Het resulteert onder meer in een verpletterende crisis en precies in het midden van dat economische drama rijst er een nieuw genre omhoog uit de smeulende geldhopen: vaporwave.

Het volkslied van de vaporwave
Vaporwave is, denk ik, wel iets waardoor je gegrepen moet worden. Als je ineens over deze digitale stapel standbeelden struikelt, heb je hem wel of heb je hem niet. Deze muzikale meme roert al je emoties door elkaar en voelt surreëel, intiem en bevreemdend, en is tegelijkertijd ook nog eens erg grappig. Wat overigens prima is, want vaporwave neemt zichzelf niet bepaald serieus. Om alvast in de stemming te komen: check hieronder wat zo ongeveer het volkslied van het genre is: リサフランク420 – 現代のコンピュー van Macintosh Plus (ja, zo heet die track echt) om in de juiste stemming te komen.

Broekzakbelletje naar God
De eerste albums binnen het genre gaven dat eerder aangehaalde consumentisme een geluid en ja: dat klinkt bijzonder hol. Er wordt een dromerige en nostalgische sfeer geschapen die doet denken aan vervlogen gouden tijden. Klinische klanken die warm en aangenaam zijn en tegelijkertijd afstandelijk en stervende. Een beetje zoals de blijdschap die je voelde toen de allereerste personal computer met Windows 98 in huis kwam. Destijds een grote levensgebeurtenis, nu een melancholieke herinnering aan het beeldscherm met de grote kont, een kast met allerlei zoemende hardware, floppy’s, een groot ratelend toetsenbord en een bedrade muis. Ooit vooruitstrevende spullen, die nu niets meer waard zijn. Want mijn hemel, wat was er ook een hoop plastic rommel in die tijd: van de Abtronic tot Tamagotchi’s, action figures, opblaasbare stoelen, Game Boy’s, trollen met gekleurde kuiven en alle Happy Meal-surprises. Bijna niets uit die tijd wordt nog gebruikt. Het is allemaal weggegooid en in de vergetelheid geraakt.

Zeker, het was een mooie tijd: maar op een gegeven moment leek het consumeren meer om het te consumeren te gaan. Alles werd steeds gekker en groter en het ene werd al bijna direct voor het andere ingeruild. Dit gelukkige, onverzadigbare en naderhand best lege gevoel weet vaporwave op een of andere manier te grijpen met een mengelmoes van vertraagde hits uit de jaren tachtig en negentig. Glazige liftmuziek vol loops, glitches, pitch-bends, bodemloze reverb, lage bitrate, klinkend als achtergrondmuziek voor openbare gebouwen, winkelcentra en restaurants. Toch heeft al die waterige muzak met zijn drassige tonen iets futuristisch en bovenzinnelijks. Vaporwave is eveneens de muziek die je in een Albert Heijn op de maan hoort of als je om vijf uur ’s nachts van de bank afdondert en een broekzakbelletje pleegt naar God, dan is vaporwave zonder twijfel de wachtmuziek.

Albumhoes: Disconscious – Hologram Plaza

A E S T H E T I C S
Toch komen de klanken van dit muzikale behang niet alleen. De bevreemdende A E S T H E T I C S van vaporwave spelen een even grote rol bij het ontstaan van de online subcultuur. Vaporwave heeft een eigen smoel en een passende vormgeving waar de muziek naadloos in past. In de praktijk ziet dat er niet alleen een beetje uit alsof je internet stuk is, maar het stelt ook vragen over onze maatschappij. Het parodieert al dat continue streven naar ‘meer’ en maakbaar geluk. Vaporwave heeft een twijfelachtige houding tegenover popcultuur. Er komen mensen op af met een bepaalde kijk op het leven en zo is vaporwave meer een ervaring dan een verzameling vertraagde liedjes.

Al die Windows 95-screenshots, oude televisiecommercials en Romeinse zuilen en standbeelden geven vaporwave een gezicht. Net als de pixel-palmbomen die niet aan te slepen zijn, beelden van oude computergames, jaren tachtig-sportauto’s, maar ook foto’s van Amerikaanse winkelcentra en vroegmoderne kantoortuinen, praktisch alles wat Japans is, 3D-gerenderde objecten, vergeten logo’s en vooral veel technologie die nu lachwekkend achterhaald lijkt. Je hebt eigenlijk geen idee waar je nou naar zit te kijken en of het serieus bedoeld is. Waarom al die standbeelden en die palmbomen? Het vaporwave-antwoord is waarschijnlijk: waarom niet? Alhoewel je het allemaal niet te serieus moet nemen, vormen de merkwaardige combinaties toch een spiegel van onze westerse wereld waar ieder zijn eigen waarheden in ziet.

Met al die boterzachte muziek zijn het overigens wel een aangename reflecties. De betoverende vaporwave helpt je ontspannen, werken, nadenken, is yoga-ready en laat je soms even het contact met de realiteit verliezen. Dat is ook weleens goed voor een generatie die altijd ‘aan’ staat en op zoek is naar verlichting.

Albumcover: Golden Living Room – Welcome Home

Anti-kapitalisme
Een andere interessante vraag over vaporwave is hoe een subcultuur op internet is ontstaan rondom een paar vage albums vol slome samples van artiesten als 2Pac, Toto, Fleetwood Mac en Diana Ross. Er moet iets zijn dat een groep bindt op plekken als Reddit, Tumblr, Turntable.FM en 4Chan, bepaalde waardes die worden gedeeld of een doel dat wordt nagestreefd. Een van de redenen is de anti-kapitalistische zweem die al vanaf het begin om het genre hangt en waarbij zelfs Marx om de hoek komt kijken. De Duitse filosoof schreef ooit in een communistisch manifest: ‘All that is solid melts into air, all that is holy is profaned, and man is at last compelled to face with sober senses his real conditions of life, and his relations with his kind.

Het valt te betwijfelen of dit gevoel terecht is en of dat de bedoeling is geweest van de eerste artiesten binnen vaporwave. Het zijn met name de muziekmedia die het in de beginperiode zo omschrijven. Wellicht hebben ze een punt, wellicht niet, maar mogelijk heeft het wel geholpen om dit nieuwe fenomeen een betekenis te geven. Hoe dan ook werkt het voor de beleving van de muziek en het is een gevoel dat mensen tot vaporwave aantrekt en met elkaar verbindt. In deze gestresste wereld waar alles lijkt te kunnen, maar waar soms niets lijkt te lukken. Waar we vooruitgaan richting, ja: wat? Op een planeet die in de brand staat en de ene na de andere millennial met een burnout van de radar verdwijnt. Al klinkt de muziek bij lange na niet hetzelfde, het soort anti-consumentisme en het afzetten tegen een individualistische succesmaatschappij heeft ergens dezelfde aantrekkingskracht als de punk- of hippie-beweging.

Albumcover: 猫 シ Corp. – Hiraeth

Zwevende bubbels
Vaporwave is net als veel internetwerelden een bubbel, maar dit is er echt eentje. Het is een verborgen wereld die zomaar langs kan zweven en die je met een nietsvermoedende muisklik open kan schieten (*pop!*). Omdat het een internetfenomeen is, lijkt het soms op iets dat net zo goed niet bestaat. Zoals Pitchfork eens schreef over het genre: ‘The thing about growing up in the heyday of internet file-sharing is that for all the isolation it instilled, it was easy to forget that there really was a person on the other end of the screen. We were separated, but connected.’ Deze hele scene is ontstaan op een plek die we als mensheid nog steeds niet goed kunnen duiden. Want als je online bent, waar ben je dan precies? Het legt onze vreemde relatie met het internet bloot: het bestaat wel, als een soort tweede wereld, maar het is net zo ongrijpbaar als de lucht. Dezelfde lucht als waar deze hele scene doorheen zweeft op de golven van het wereldwijde web. Stel nou dat iemand morgen per ongeluk het internet verwijdert, dan is vaporwave er nooit geweest. Of wel?

Al die soezende muziek zegt meer over onze tijdsgeest dan je in eerste instantie denkt. Steeds meer van onze cultuur speelt zich digitaal af en dat is het vreemde aan onze tijd. Want als je aan de jaren vijftig denkt, dan zie je meteen een beeld voor je: een look. Bij de jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig net zo goed. Maar wat zie je voor je als je aan de jaren tien van de 21ste eeuw denkt? Bakfietsmoeders, smartphone-junkies en hipsters, zoiets. Is dat het? En onze identiteit, staat die ergens op een server in de woestijn? Zomaar een vraag die vaporwave opwerpt.

Het zit al ergens in de naam van het genre, dat terug is te leiden tot ‘vapourware’. De term die wordt gebruikt voor software of hardware die al is aangekondigd, maar nog in de conceptfase zit of zelfs nog ontworpen moet worden. Het is dat ‘stomende’ geluid dat in de luchtledige muziek zit, die opstijgende gevoelens die in de lucht verdampen. Aan de andere kant de wave die is geleend van chillwave. Het dromerige genre dat bekend werd door acts als Neon Indian, Washed Out, Tycho, Nite Jewel en Ariel Pink. Met eenzelfde spookachtige afstand tussen de muziek en de luisteraar, veel reverb en lofi-sounds, glitchy artwork en VHS-gewiebel.

Albumcover: 2814 – 新しい日の誕生

De sfeer is goed
Goed: naast alle verklaringen, geschiedenissen, maatschappijkritische vragen en achterliggende gedachtes, is de vaporwave-scene bovenal een gemoedelijk en gezellig hoekje op het internet. Dat is misschien wel hetgeen dat mij het meest raakt. Want eerlijk: waar vind je dat nog? Natuurlijk zijn er sites met leuke content of mooie verhalen, maar gezellig? Op veel plekken is het web toch met name een anonieme, kale of commercieel ingestoken bedoeling. De optimistische visie waarmee het vroege internet gepaard ging is behoorlijk gekanteld, om het zacht uit te drukken. Natuurlijk, het heeft vele geweldige kanten, maar in 2020 is het internet veranderd in een onbeheersbaar monster. Het is beangstigend grote berg informatie, vol platforms waar de haat van je scherm spat, waar gepest wordt, je privacy wordt geschonden en cyberoorlogen nooit ver weg zijn.

Nee, dan de vaporwave-fora en internetgroepen. Het is een online community waar een knusse sfeer hangt, die je nog weleens voelde toen het internet fris was. Veel artiesten zijn goed te benaderen, mengen zich tussen luisteraars en er heerst een open en vriendelijke stemming met een grappige en authentieke manier van communiceren. Het is waarschijnlijk een van de redenen dat vaporwave nog bestaat: de scene bestaat bij de gratie van de scene en wordt zorgvuldig in leven gehouden door iedereen die erbij betrokken is.

Een open muziekindustrie
Iets anders dat vaporwave zo’n vrije plek maakt, is het feit dat er direct contact is tussen artiest en publiek. Binnen vaporwave zijn er geen partijen die de touwtjes in handen hebben, zoals dat in de reguliere muziekindustrie het geval is. Er zijn geen poortwachters, geen partijen met ‘macht’ en de daar regelmatig uit voortvloeiende effecten als vriendjespolitiek en oneerlijke concurrentie. Meer ‘indie’ dan vaporwave krijg je het eigenlijk niet. Er zijn geen rocksterren, geen kapsones en iedereen die het genre een warm hart toedraagt, is welkom. De verspreiding van de muziek is via kanalen als Bandcamp laagdrempelig en de communicatie verloopt via internetgroepen: iedereen met een internetverbinding kan meedoen.

Als kind van het web, is vaporwave vanaf het eerste moment een geglobaliseerd genre. Het maakt niet uit waar je woont en je bent niet afhankelijk of er een scene in je omgeving bestaat. Gezien het feit dat vaporwave-artiesten niet of nauwelijks optreden en dat geen essentieel onderdeel van de muziekbeleving vormt, voel je je ook niet buitengesloten als je, ik noem maar wat, in Centraal-Azië, op een Caribisch eiland of in het Midden-Oosten woont.

Albumcover: 식료품groceries – 슈퍼마켓Yes! We’re Open

Now that’s what I call vaporwave!
Tijd om eens dieper in op de pioniers van het genre te duiken, waarbij we niet alleen Brian Eno moeten bedanken voor zijn Windows 95-opstartgeluid dat ongelooflijk vaporwave klinkt, maar vooral de eerdergenoemde Macintosh Plus die Floral Shoppe in 2011 uitbracht: E S T H E T I S C H geschreven als フローラルの専門店. Daarnaast is er Far Side Virtual van James Ferraro en Eccojams Vol. 1 van Chuck Person AKA Daniel Lopatin AKA Oneohtrix Point Never. 

Te beginnen met Macintosh Plus, het pseudoniem van de Amerikaanse producer Vektroid (echte naam: Ramona Andra Xavier). Deze plaat wordt nog steeds gezien als het ijkpunt van de klassieke vaporwave. De eerste keer dat je het luistert, heb je het gevoel dat er iets mis is met je computer of je internetverbinding en niet veel later denk je dat je gigantisch in de zeik wordt genomen. En dat het eigenlijk wel een lekker gevoel is! Van het artwork tot de vertraagde samples, plotselinge tempowisselingen, verandering van toonhoogte zo vluchtig als de aandachtspanne van de internetgeneratie en haperingen die klinken als een GIF. Het is vreemd en warm, nostalgisch en futuristisch, bizar en grappig. Het resultaat is een collectie zombie-ritmes die voor een surreële droom zorgen.

Ecco the Dolphin
Nog iets eerder was Chuck Person met zijn Eccojams Vol 1, dat in de zomer van 2010 verscheen. Deze echo jams zijn sample-based, opgebouwd rondom loops en gooien allerlei jaren tachtig-klassiekers door elkaar heen, van Fleetwood Mac tot Toto en Heart. Samengevat klinkt het als het muzikale equivalent van een impressionistisch computervirus. Ondertussen maken de Sega Mega Drive A E S T H E T I C S het helemaal af en alhoewel Lopatin dit album als een soort tussendoortje maakt onder een eenmalig pseudoniem, zet hij een hele scene in werking. De eenmalige partij van honderd cassettes die hij liet maken worden tegenwoordig voor gemiddeld 315 euro verkocht…! 

Piece of art
James Ferraro zijn album FARSIDEVIRTUAL was in eerste instantie een serie downloadbare ringtones, die hij toch in de vorm van een album uit wilde geven. Deze in 2011 uitgebrachte plaat vol MIDI-symfonieën maakte Ferraro in GarageBand, wat het precies de goedkope digitale sound geeft waar hij naar op zoek was. Alles op Far Side Virtual klinkt zo digitaal en steriel, dat het perfect het lege geluksgevoel oproept dat bedrijven je de hele dag door willen verkopen. Door Stereogum ‘nihilistic easy-listening’ genoemd en FACT vond het meer een piece of art dan een collectie muziek. Tot slot omschreeft Pitchfork het als: ’You suddenly realize you’re listening to 45 minutes of utilitarian music that doesn’t really have a purpose. Can something be utopian and dystopian at the same time? Probably. Maybe even always.’

Tegen Altered Zones vertelt Ferraro in 2013: ‘Far Side Virtual mainly designates a space in society, or a mode of behaving. All of these things operating in synchronicity: like ringtones, flat-screens, theater, cuisine, fashion, sushi. I don’t want to call it ‘virtual reality’, so I call it Far Side Virtual. If you really want to understand Far Side, first off, listen to Claude Debussy, and secondly, go into a frozen yogurt shop. Afterwards, go into an Apple store and just fool around, hang out in there. Afterwards, go to Starbucks and get a gift card. They have a book there on the history of Starbucks—buy this book and go home. If you do all these things you’ll understand what Far Side Virtual is — because people kind of live in it already.’ Het wordt niet helemaal duidelijk of hij het westerse consumentisme op de hak neemt, bekritiseerd of omarmd. Ook wel weer typisch vaporwave. 

Als je nog meer vaporwave-albums wilt ontdekken, dan moet je zeker eens door The Vaporwave Essentials Guide: Ultra Edition pluizen. Het is de beste gids om het genre te ontdekken en het is samengesteld door een betrokken groep vaporwave-liefhebbers uit de community. De Ultra Edition is een tabel met belangrijke albums in het genre en de ontwikkeling laat zien van de eerste jaren. En het mooie is: alle albums zijn ook nog eens allemaal beschikbaar gesteld om gratis te downloaden via de volgende link.

Chill and vape
Ik weet het: het is vreemd dat een soort achtergrondmuziek bij Tel Sell-reclames uit de jaren negentig leuk is. Maar als het je raakt en je voelt hem, dan heb je echt een goudmijn aangeboord. Alhoewel we nu vooral terug hebben gekeken, is het leuke aan vaporwave dat het een beweging is die nú gaande is. In dit artikel hebben we slechts een opzetje gegeven; het genre heeft zich door de jaren heen allerlei stromingen ontwikkeld. De tijd dat er alleen samples worden vertraagd is allang verleden tijd, veel muziek is volledig origineel. Het gaat van future funk tot ambience, mallsoft, vaportrap, utopian virtual, simpsonwave, hardvapour, late night lofi, broken transmission… En daar gaat het nog wel even door. Vaporwave en de aanhangende genres zijn volwassen geworden en het is een serieuze scene.

Laatste tip: je moet het af en toe wel even rustig aandoen, want je hoofd gaat nogal draaien als je de hele dag in die visueel overweldigende vaporwave-wereld rondhangt. Doe het rustig aan, hang achterover en vape!


Wie afgelopen najaar de nieuwste single Gentleman van de onverwoestbare Amerikaanse garagerockers The Black Lips luisterde, kwam voor een verrassing te staan. Weg was het geschreeuw en de schurende riffs, in plaats daarvan was een zowaar haast fijngevoelige tekst waarop frontman Cole Alexander constateert dat zijn middelvinger te dik is geworden van al het opsteken ervan en daarbij een vrolijk tokkelende akoestische gitaar.

Tekst Reinier van der Zouw
Foto’s Nick Helderman

Jawel, The Black Lips go country. Album nummer negen Sing In A World That’s Falling Apart is dan ook een volbloed country-plaat geworden. Of nou ja, volbloed… The Black Lips zouden The Black Lips niet zijn als er niet wat kwinkslagen in zaten. Wij troffen Alexander en drummer Oakley Munson op een namiddag in Amsterdam om ze aan de tand te voelen over dit nieuwe project.

Was er een directe aanleiding waardoor jullie een country-plaat wilde maken?
CA: “Er heeft altijd al wel een beetje country in onze muziek gezeten, maar ik denk dat we er nu voor het eerst echt op focusten. Toevallig is er best wat buzz rond country nu, dus het was ook wel eens cool dat de mainstream-cultuur zich op hetzelfde gebied bevond als waar wij in geïnteresseerd waren. Dus dat was niet bewust, maar het was fijn om eens niet recht tegen over de popcultuur te staan.”

Ik kan me voorstellen dat Lil Nas X met zijn country-hiphop hit Old Town Road het genre in Amerika nogal een boost gaf.
CA: “Ja! Dat was erg fijn. Hij komt net als wij uit Atlanta en het was verfrissend om, terwijl een boel dingen zoals de politiek veel verdeeldheid zaaien, iets te hebben dat mensen bij elkaar bracht. Hij kreeg oude, witte rednecks en jonge, zwarte kids in de stad aan het dansen op hetzelfde nummer. En ik ben er natuurlijk trots op dat hij uit Atlanta komt. Dat gooide wat extra olie op het vuur. Het is op zich niet iets nieuws. Er zijn zwarte cowboys en zwarte country-artiesten geweest sinds Amerika ontstond, maar mensen komen daar volgens mij nu pas achter. Wat cool is, want zeker die zwarte cowboys waren enorm bad ass. Allemaal cooler dan John Wayne ooit geweest is. Het is zo’n lange traditie die eigenlijk vergeten is, dus het is cool om te zien dat de nieuwe generatie het een soort update geeft. Hiphop en country hebben sowieso meer gemeen dan mensen denken. We hebben ook wel eens overwogen om ons zelf aan zo’n fusie te wagen.”

OM: “Drie jaar geleden hadden we het hier met elkaar al eens over gehad. Toen had je een nieuw subgenre, hickhop, wat hele platte country-rap was. In feite gewoon gangster-rap, maar dan met een country-laagje, dus ging het over shotguns en ‘confederate flags’. Nooit zo goed als Lil Nas X natuurlijk. Het was erg low-budget, ze verkochten hun platen in truckstops. Dus we overwogen om ons in zo’n vreselijk subgenre te begeven, om te kijken of we het beter konden maken. Dat was een geweldig idee toen ik dronken was, maar uiteindelijk hebben we het maar niet gedaan.”

Was het een makkelijk album om te maken?
OM: “Het moeilijkste was denk ik dat country-liedjes écht liedjes moeten zijn. Niet gewoon een lekkere riff met wat geschreeuw er overheen. Maar als je dat dan hebt, is het juist weer makkelijker om het op te nemen, want als de basis goed is, is het eindresultaat dat ook, wat je verder ook doet. Het duurt gewoon iets langer om de lyrics goed te krijgen.”

CA: “Ja, bij punk schreeuw je er gewoon overheen. Dit is allemaal wat rustiger, dus dan kan je je met de teksten niet verstoppen achter een geluidsmuur. Je moet ze wat aandacht geven, want mensen gaan ze horen. Dus we moesten wat meer ons best doen qua lyrics, wat uiteindelijk erg goed voor ons was, denk ik.”

Was het lastig om de balans te vinden tussen een country-plaat en een Black Lips-plaat?
OM: “Het was best een natuurlijk proces. We maakten ons er niet heel veel zorgen om, maar zelfs als we meer ons best hadden gedaan om er een country-album van te maken, had hij denk ik nog steeds zo geklonken.”

CA: “Er is een hoop poeha over wat echte country is of niet, maar wij hoeven niet per se ‘echt’ country te zijn. Wat mensen zien als authentieke country wordt sowieso nog maar weinig gemaakt. Net als dat er zat mensen in Amerika rondlopen met cowboyhoeden, maar er toch maar weinig echte cowboys meer zijn. Heel veel maakt het ook niet uit. Er zijn ook mensen uit Australië die prima country maken, net als dat ook heus niet alle goede punk uit New York City komt. Het kan overal vandaan komen, zulke genres gaan meer om de houding die je meeneemt.”

Waren er nummers die tijdens het opnameproces verschillende vormen aannamen?
OM: “Albumopener Hooker Jon had ooit een intro met een rap bovenop een Neil Young-sample.”

CA: “Dat was één van die Lil Nas X-achtige dingen die we overwogen.”

OM: “Maar die sample had ons tienduizend euro gekost, dus dat werd hem niet. We bewaren hem denk ik voor onze volgende mixtape.”

CA: “Als je bijvoorbeeld ooit een Beatles-sample op een rapnummer hoort, staat dat nummer altijd op een mixtape, want voor een officiële release kan niemand zich dat veroorloven. Maar er staat wel een soort sample op het album: Get it On Time is gebaseerd op een nooit afgemaakt nummer van The Velvet Underground. Wat wij dus in feite afgemaakt hebben. Onze versie is blijkbaar goedgekeurd door John Cale.”

Hoe gingen jullie te werk om dat nummer af te maken?
OM: “Lou Reed had er een paar regels tekst voor geschreven, dus dat was een goede basis. Het slaat misschien nergens op, maar ik heb een kleine séance gehouden. In een compleet stille kamer dacht ik aan Lou Reed en wat hij zou willen schrijven en zette ik alles dat in mij naar boven kwam op papier. Het betekent dus niet echt iets, maar volgens mij werkte dat wel, ik had er denk ik ook niet te veel over na moeten denken.”

CA: “Ik ben een groot voorstander van dat iedereen zijn eigen interpretatie aan onze teksten moet kunnen geven. Zo zit in de tekst van dat nummer de naam Ritchie. Wij hadden ooit een gitarist die zo heette, hij was een wat oudere knul op mijn middelbare school, dus we keken toen allemaal best wel naar hem op. Dus Ritchie is altijd onze vriend geweest en hij is dol op The Velvet Underground, dus als hij dit nummer hoort vraag ik mij af of hij misschien denkt dat het over hem gaat. En als hij dat denkt, kan het net zo goed waar zijn. Dus voor mij gaat het nu eigenlijk ook daar over, zelfs als dat strikt genomen misschien niet zo is.”

Waren de lyrics een gedeeld proces?
CA: “Soms. Een van mijn favoriete nummers op het album is de opener, Hooker Jon, die heb samen met Oakley geschreven. Ik was aan een nummer begonnen, waarmee ik een beetje was vastgelopen en hij had ook zo’n soort nummer, dus die hebben we bij elkaar gegooid. The Beatles deden dat ook. Paul en John namen ook wel eens twee nummers en smeten die dan op een of andere manier bij elkaar. Dus dat probeerden wij ook maar eens, maar uiteindelijk paste ze verrassend goed bij elkaar.”

OM: “Het kan tot een beter nummer leiden, tot iets interessanters. Via die methode wordt een nummer een collage van woorden, die als het goed is een betekenis hebben, maar een compleet andere betekenis dan als je het in je eentje had geschreven.”

Welke delen van Hooker Jon kwamen van wie?
CA: “De coupletten kwamen uit mijn nummer en het refrein uit die van hem. De coupletten nemen je mee op reis over de weg en bij het refrein stop je bij een truckstop. En misschien proberen wat mensen je mee te nemen, zoals truckers jonge kerels mee proberen te nemen bij truckstops.”

OM: “Het is in feite een behoorlijk seksueel nummer, over minderjarige prostitutie. In de buurt waar ik een tijdje woonde in Los Angeles, was er een grote scene aan jonge, mannelijke, travestiet-prostituees. In die straat wonen vrijwel alleen maar gezinnen, maar ‘s nachts staan er rijen met jongens verkleed als meisjes. En ook niet overtuigend, ze hebben nog steeds baarden, ze hebben gewoon ook jurken aan. Maar jouw deel van het nummer was al een aantal jaar oud, toch?”

CA: “Klopt. Ik wilde destijds eigenlijk gewoon een Bob Dylan-ripoff maken, maar het overlapte toevallig met een paar van zijn thema’s. In Los Angeles zie je dat soort dingen iedere dag. Het viel mij eerst niet eens op, maar ik liep een keer ’s nachts door een deel van de stad waar ik normaal niet te voet kwam en sindsdien zie ik ze overal. Maar mensen knijpen een oogje dicht.”

OM: “De kern van het nummer zit hem in dat ik vaak in die buurt rondreed, wanhopig op zoek naar een parkeerplek, want dat is echt onmogelijk daar. Als ik dat dan deed, werd ik constant aangehouden door die jongens. Omdat ze zagen dat ik maar rondjes bleef reden, dus er vanuit gingen dat ik daar voor hen was, op zoek was naar eentje om mee naar huis te nemen. Dus ze flashten me constant en deden allerlei dansjes. Als ik dan eindelijk ergens had geparkeerd en naar huis liep, zag ik er vaak uit zoals ik er nou eenmaal uit zie na een rock-‘n-roll-show, met een strakke broek aan en met iets dat eruitziet als een pruik op mijn hoofd, dus dan werd ik aangehouden door auto’s, omdat ik er uitzag alsof ik bij de prostituees hoorde. Dus ik heb beide kanten van die situatie meegemaakt.”

Zijn er nog meer nummers op het album door iets beïnvloed dat zo dichtbij jullie staat?
CA: “Het nummer Angola Rodeo, misschien. We gingen naar een rodeo in een gevangenis. De gevangen die daar al wat langer zitten en zich goed gedragen mogen daar aan meedoen. Dat is heel bijzonder om te zien. Het is een van de vrolijkere, leukere nummers geworden, wat enigszins ironisch is, want de gevangenis kan een nogal deprimerend onderwerp zijn. En we vinden ook wel dat er heel wat zou moeten veranderen in die sector. Maar tijdens die rodeo was het duidelijk dat alle deelnemers het zoveel mogelijk naar hun zin hadden als mogelijk was. Het was voor ons erg leuk om daarnaar te kijken, maar tegelijkertijd gaf het ons ook meer empathie voor hun situatie.”

De naam van het album, The Black Lips Sing In A World That’s Falling Apart, kun je zonder al te veel fantasie herleiden naar onze huidige tijd, maar de sound van het album is dan weer bijna ouderwets. Was dat contrast bewust?
CA: “Ik denk dat ons voornaamste doel was om ouderwetse, tranentrekkende nummers te schrijven en daar paste die titel goed bij. Maar ik denk ook dat je op bijna ieder moment in de geschiedenis wel zou kunnen zeggen dat het eind van de wereld in zicht leek.”

OM: “Ja, ik kan je in iedere tijd in de geschiedenis wel iets aanwijzen dat net zo erg is als dat wat we nu doormaken. En daar werd dan ook altijd doorheen gezongen, dat is toch altijd iets dat je situatie een soort van oké kunt maken. Het is wel waar dat het nu meer dan ooit voelt alsof mensen er ook mee bezig zijn dat de wereld uit elkaar lijkt te vallen. Toen er een nucleaire wapenwedloop was en we klaar waren om elkaar op te blazen was daar volgens mij minder constante aandacht voor dan voor de situatie nu.”

De plaat is dus ook niet echt beïnvloed door iets dat in de wereld speelt op het moment?
CA: “Niet echt belangrijke issues. De inhoud van onze teksten is meestal niet bepaald relevant of diepzinnig. Maar er is altijd wel iets dat ons inspireert. Jeff (Clarke, gitarist, red.) schreef het nummer Chainsaw over een vriend die zijn hond kwijt was geraakt. Die hond was super oud, dus hij was een zwembad voor hem aan het bouwen, dat die hond kon gebruiken als geriatrische, fysieke therapie, maar de hond liep weg door de poort toen hij daarmee bezig was. Dus eindigde het zwembad als een gigantisch leeg graf voor zijn vermiste hond. Maar nadat het nummer al was gemaakt, vond hij zijn hond op Craigslist. Compleet vermagerd en uitgehongerd, maar hij had hem terug. Dus dat is een erg verdrietig nummer, maar toch met een happy ending.”

Een nummer met een titel als Dishonest Men klinkt ook wel alsof het over iets relevants voor onze tijd kan gaan, maar dat is dus ook niet zo?
OM: “Nee, dat nummer gaat over Gone With The Wind. Maar iets dat een paar jaar oud is kan natuurlijk nog steeds relevant zijn, dit onderwerp is dan toevallig honderdvijftig jaar oud. Jared (Swilley, bassist, red.) schreef dat nummer en hij schrijft sowieso graag over geschiedenis en historische gebeurtenissen of personen. Dat vind ik zelf ook fijner dan over relevante politieke of sociale thema’s schrijven, want dat is erg moeilijk. Ik heb het weleens geprobeerd, maar het eindresultaat ligt altijd erg zwaar op de hand, dus dat laat ik liever over aan Bob Dylan of Patti Smith of wie dan ook. Mensen horen tegenwoordig ook al wel genoeg nieuws, denk ik. En dat gaat ook heel snel. Ik zou zelf geen nummer over iets waar ik mensen al over heb horen ruziën willen horen. Waar ik alle kanten al van gehoord heb.”

CA: “Ik kies sowieso niet graag een kant in de muziek. Zelfs als je op het moment van schrijven denkt dat je gelijk heb, kan je er later zomaar achter komen dat je fout zit.”

OM: “Er speelt ook nog mee dat ik geen winst wil maken op iemand anders zijn ongeluk. Je kunt natuurlijk een nummer schrijven over iemand die onterecht is neergeschoten of is aangevallen door politie, maar waarom doe je dat? Om aandacht te geven aan die zaak, of om jezelf populair te maken? En was die persoon je vriend, of was het iemand die je niet kent?”

CA: “Als je een groter bereik hebt, heb je natuurlijk ook meer kracht. Neem Bob Dylan, die een van de grootste artiesten ter wereld was toen hij Hurricane schreef, over een bokser die onterecht in de gevangenis zat. Daar had die man ook echt wat aan. Niet om te zeggen dat wij niemand zouden kunnen helpen, maar dan zouden we wel iets willen vinden dat nog niet compleet dood is gediscussieerd op Twitter, maar dat juist onder de radar gevlogen is. En daar zouden we dan tactvol mee om gaan. Het is niet iets waar we per se op tegen zijn, maar we zijn er wel voorzichtig mee en als we het zouden doen, zouden we het ook góéd willen doen.”

Denken jullie dat de sound van deze plaat voor herhaling vatbaar is?
CA: “Ik denk niet dat we hem teveel vast zouden willen houden, want het wordt misschien al snel kitscherig, maar ik heb wel het gevoel dat we er nog meer uit kunnen halen. En we hebben er wel veel van geleerd, dus het blijft waarschijnlijk nog wel even om ons heen hangen.”

OM: “Het is lastig om te voorspellen. Zelfs met dit album moesten we ook maar zien wat het werd. Het is natuurlijk wel een beetje een country-album geworden, dat hebben we een beetje geforceerd, maar het klinkt nog steeds niet als de country die in de Top 40 staat.”

CA: “Om een beetje terug te komen op wat ik al eerder zei, ik doe geen poging om ‘echte country’ te maken. Maar ik denk wel dat country een stuk diverser is dan mensen denken. Net als bij punk hebben sommige mensen hele vaste regels over wat het genre moet zijn, maar voor mij ben je juist punk als je die regels breekt. Suicide had geen gitaren,  maar die zijn voor mij meer punk dan iedere willekeurige band die dat wel heeft, want ze doen iets dat je niet verwacht.”

Welke regels van de country denk je dat jullie gebroken hebben?
CA (lacht): “Allemaal, denk ik.”

OM: “We hebben geen fiddle, dat is er sowieso eentje. Ik weet even niet meer hoe het heet, maar er is een nummer met regels voor een perfect country-nummer. Uit mijn hoofd: je moet zingen over de gevangenis, je moet zingen over momma, je moet zingen over drinken en over treinen en trucks. Gevangenis, check. Het nummer zegt niks over honden, maar ik vind dat dat wel een zesde regel mag zijn.”

CA: “Die kan compenseren voor eentje die wij missen.”

OM: “Precies! We hebben het volgens mij nooit over drinken, of nou ja, dat moet vast wel ergens ter sprake zijn gekomen.”

CA: “In Gentleman!”

OM: “Maar geen trucks, verdomme. En geen momma.”

CA: “Als je door de teksten heengaat duikt er vast wel ergens een momma op. Wacht, volgens mij zit er eentje in Gentleman!”

Dan klinkt het alsof…
OM (enthousiast): “Ja! We hebben geen enkele regel gebroken, het is een perfect country-album!”

CA: “Ik verwacht hem nog steeds niet terug te zien in de country-sectie van een platenzaak, maar daar kan ik mee leven.”

Het nieuwe album van The Black Lips is vanaf vandaag uit, deze zomer is de band bevestigd voor Dour Festival en Best Kept Secret.