Tamino trok dit jaar van kust naar kust in Noord-Amerika, ging kriskras door Europa en dit najaar vlogen zijn liedjes met hem mee voor zijn eerste tournee in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De laatste stop was in Casablanca, waar The Daily Indie de Vlaamse muzikant volgde die alle continenten verovert en werelden verbindt.

Tekst Ricardo Jupijn
Foto’s Kamil Tahiri

De lokale organisator Chama Tahiri heeft een SUV voor laten rijden die ons naar de concerthal brengt. In de auto suizen we door het krioelende verkeer over de boulevards. De stad glijdt aan ons voorbij met zijn waaierende straten vol winkeltjes en koffiehuizen, palmbomen, pompstationnetjes, straatkatten, felgekleurde bloemen en langgerekte wijken waar bewakers in houten huisjes de wacht houden voor ommuurde stadsvilla’s. Als in een luchtspiegeling verschijnt het strakke en glazen kunstcentrum Le Studio Des Arts Vivants.

Het was een bijzonder druk jaar voor de zanger en hij moet goed op zijn gezondheid en zijn stem letten. De eerste show in Casablanca ging eind oktober dan ook niet door wegens stemproblemen: “Iemand vergeleek het laatst als altijd zwanger zijn. Niet roken, niet drinken, niet uitgaan, rustig aan doen.”

De wereld wordt steeds kleiner
Alles om Tamino heen lijkt te resoneren als hij uit de auto stapt. Zijn lange en smalle figuur slaat een dromerig akkoord aan dat echoot in de drukte van het toeterende verkeer, het sierlijke Arabische schrift op de witte gebouwen en kruidige etensgeuren die opstijgen in de ruisende zeewind. We worden ontvangen met zelfgemaakte hapjes, er wordt gesoundcheckt en Tamino doet nog even een dutje in de backstage. Het is alweer zijn zesde show in een week tijd, met onder meer de Lotto Arena en L’Olympia in Parijs. Er wordt gegeten als hij weer wakker is, wat op telefoons gescrold, over restaurantjes en vakantiebestemmingen gepraat, een idee voor een nieuw liedje geanalyseerd en is het een komen en gaan van inside jokes.

Boven de artiest warmt het zachtrode pluche van het uitverkochte theater zich inmiddels aan bijna zeshonderd bezoekers. Er hangt een opgewonden stemming, er wordt gezwaaid, geknuffeld en gekust. Uit heel Marokko zijn er fans gekomen: van studenten met hippe, grote brillen die selfies maken tot verfijnd geklede middenklasse-echtparen met kinderen die in spanning zitten te wachten op hun Belgische held. Terwijl een omroeper iedereen verzoekt te gaan zitten, geen foto’s met flits te nemen, telefoons uit te schakelen en in stilte te luisteren, zwiept hij het publiek als een stadionspeaker nog een paar keer op voor de komst van de zanger.

Lokale organisatoren
“Deze tour is fantastisch”, vertelt Tamino-Amir Moharam Fouad eerder die dag in zijn hotelsuite op de 23ste etage, waar de muzikant met Egyptische en Libanese wortels ons ontvangt. “Overal waar we komen zijn de mensen zo lief, warm en gepassioneerd. Dat tonen ze ook tijdens de shows, je voelt dat mensen er lang naar uit hebben gekeken. Er spelen hier niet vaak westerse artiesten, dus het is een groter event dan bij ons, waar we een overaanbod hebben aan concerten en festivals”, vertelt de zanger, met achter hem de hypnotiserende stad die met kroontjespennen lijkt te zijn getekend en zich tot aan de horizon strekt. “Ik vind het soms raar dat er niet meer artiesten deze kant op komen. Ik snap het wel, hoor. Je moet er meer moeite voor doen, het is allemaal iets minder gestroomlijnd, maar er wonen hier net zo goed mensen die naar muziek luisteren en naar optredens willen gaan.”

Hij praat verder met het adembenemende uitzicht over de stad, met de zeegroene en bloemenwitte Hassan II-moskee die overal bovenuit torent. “Het zijn geweldige ervaringen: de mensen die ik ontmoet, de shows, het eten, de schitterende plekken die ik te zien krijg. Ik heb het gevoel dat de wereld steeds kleiner wordt. Dat vind ik een erg aangenaam gevoel. Na zo’n show ga ik naar huis met het gevoel: wow, er is nog een plek op aarde waar ik mijn muziek met mensen kan delen. Er is nog zoveel te ontdekken en ik wil het allemaal gezien hebben.” Zo trok Tamino dit najaar onder meer door de Arabische wereld. “Ik wilde dit album hier nog graag komen spelen en op sociale media lazen we veel berichtjes van mensen die vroegen of we hiernaartoe kwamen. Het was zeker niet eenvoudig om het allemaal te regelen, het is enkel gelukt dankzij de hulp van lokale organisatoren. Zij weten de weg en hebben contacten die wij niet hebben. Het zijn voor mij extra spannende shows. Zeker die in Egypte was bijzonder, ik voel daar de geschiedenis van mijn familie. Het is het land van mijn vader en waar mijn grootvader beroemd is. Dat optreden moest écht goed zijn. We deden die bewust later in de tour zodat we als band nog beter op elkaar ingespeeld waren.”

Van die eerste tour door het Midden-Oosten en Noord-Afrika, wat is Tamino daar het meest van bijgebleven? “De warmte en de gastvrijheid overal. Daar kunnen wij toch nog wel wat van leren in het noorden: simpelweg wat vriendelijker zijn tegen elkaar. Minder haasten, wat meer de tijd nemen”, vertelt hij. “Daarnaast wordt mijn muziek hier op andere manier ontvangen. Het is een mix van westerse en Arabische muziek, alleen worden juist de verschillen vaak uitvergroot, terwijl dat juist niet het ding is. Ik heb het idee dat de muziek voor de mensen hier iets anders betekent en meer een samensmelting is, zo vertellen de mensen het mij.”

We love you, Tamino
Terug in Le Studio Des Arts Vivants gaat het licht uit en wandelt de muzikant het podium op, hij doet zijn gitaar om die wegvalt in zijn zwarte gewaad en gaat met een rechte rug staan voor de zaal die zijn naam scandeert. Het publiek wordt stil, Tamino begint te tokkelen en hij bezweert het Marokkaanse publiek met zijn mysterieuze liedjes vol verstilde schoonheid. Op de voorste rijen wordt er met ingehouden adem gefilmd door zijn jonge fans, links en rechts schiet een cameraman voorbij van een nationale televisiezender. In een Arabische nacht lijken zijn kronkelende melodieën en de kwikzilveren kwartnoten van Tamino’s bezwerende stem wel een ijle droom. De smalle strookjes lucht glijden uit zijn keel en hij plukt de hoge en lage tonen uit de Marokkaanse avond.

Tussen de nummers worden verzoekjes en ‘we love you’s’ vanuit de zaal geroepen. Hij oogt ontspannen, maakt grapjes, haalt zijn beste Frans naar boven en laat de zaal joelen. Voor het laatste nummer vertelt Tamino hoe bijzonder deze show voor hem is en toont zijn dankbaarheid aan de organisators, die bijna anderhalf jaar bezig zijn geweest om dit te regelen. Na het concert stromen er stralende mensen naar buiten die de organisators op hun beurt liefdevol bedanken dat ze Tamino naar Casablanca hebben gehaald.

De avond wordt afgesloten met een signeersessie, waar Tamino voor iedereen de tijd neemt. Aandachtig luistert hij naar alle verhalen, bedankt voor de cadeaus die hij ontvangt en gaat met zijn fans op de foto. Verderop staan Hafsa en Rime met een glimlach van oor-tot-oor als ze Tamino gesproken hebben: “We vinden het geweldig dat hij deze kant op komt om voor ons te spelen en de tijd neemt om naar ons te luisteren. Elke dag luisteren we naar zijn muziek, hij inspireert ons op allerlei manieren: met zijn teksten, zijn avonturen, zijn melodieën. Hij doet wat hij mooi vindt en brengt mensen bij elkaar met zijn muziek.”

Waar de sessie vorige maand in Istanbul nog 2,5 uur duurde, droogt de rij na een uur op. Het is laat, de zanger is moe en de crew gaat terug naar het hotel. Hij krijgt nog een paar doosjes met koekjes mee van de organisatie, stapt in de auto en verdwijnt met zijn dromen in de donkere nacht van Casablanca.


Dit soort verhalen komen niet zomaar tot stand en maken we volledig onafhankelijk. Hoop je dat we dit soort verhalen blijven vertellen? Word dan lid van The Daily Indie, al voor een tientje per jaar!

Met speciale dank aan Job Smit, Chama Tahiri, Kamil Tahiri, Thomas Snoeijs & Sophie Westhiner.

Alweer een jaar dat zomaar ergens verdween tussen de sterren. Gelukkig hebben we nog genoeg bewijzen van 2019 en wat voor jaar het is geweest. Gelukkig ‘hebben we niet alleen de foto’s nog‘, maar is er ook nog een waanzinnige berg aan toffe albums verschenen die we vandaag nog eens doorspitten.

Wij vroegen onze redactieleden om hun tien favoriete platen van afgelopen jaar te verzamelen. Leuk om te maken, leuk om te lezen en hopelijk ontdek je nog iets in de onderstaande lijstjes of onze 2019-playlist. Aan een favoriet ‘The Daily Indie-album van het jaar’ doen we niet, muziek is geen competitie. Laat hieronder 2019 nog eens door je oren in je hoofd glijden, voordat we langzaam afscheid nemen van dit jaar.
Ricardo Jupijn, hoofdredacteur

Wat waren jouw muzikale hoogtepunten van het jaar? Laat het weten in ons clubhuis!


Illustratie Kevin Smink


Ricardo Jupijn
Ik heb dit jaar (tot nu toe) 320 artikelen geschreven voor The Daily Indie. Jongens en meisjes, ik weet even niet meer wat ik moet zeggen. Luister naar die plaat! En vooral dat ene liedje, Orange:
Orange is the color of my love,
Fragile orange wind in the garden,
Fragile means that I can hear her flesh,
Crying little rivers in her forearm,
Fragile is that I mourn her death,
As our limbs are twisting in her bedroom.’

1. Big Thief – U.F.O.F.
2. Orville Peck – Pony
3. Aldous Harding – Designer
4. La Bruja de Texcoco – De Brujas, Peteneras y Chachalacas
5. Moon Duo – Stars Are The Light
6. Cate le Bon – Reward 
7. Jessica Pratt – Quiet Signs
8. Fontaines D.C. – Dogrel
9. The Mauskovic Dance Band – The Mauskovic Dance Band
10. Weyes Blood – Titanic Rising


Robin van Essel
Er zijn maar weinig bands die zowel geloofwaardig zijn met lichtvoetige indietronica met funkritmes als wanneer ze volumetje posthardcore spelen. Maar precies dat doet Foals op de eerste van het tweeluik dat dit jaar uitkwam (part 2 was wat platter naar mijn smaak). Foals heeft mij in de afgelopen elf(!) jaar sowieso zelden teleurgesteld, maar ik hoorde de band uit Oxford nog nooit zo inventief als op Everything Not Saved Will Be Lost Part 1. De plaat heeft die artistieke, dreigende esthetiek, doorrammelende ritmes en fenomenale gitaarspel die onmiskenbaar Foals zijn, maar dit jaar klopte alles en kwam het voor mij tijdens de afsluiting van Down The Rabbit Hole tot een orgastische apotheose.

1 Foals – Everything Not Saved Will Be Lost Part 1
2 DIIV – Deceiver
3 Weval – The Weight
4 upsammy – Wild Chamber
5 Fontaines D.C. – Dogrel
6 Dakota – Here’s The 101 On How To Disappear
7 Floating Points – Crush
8 Trentemøller – Obverse
9 FKA twigs – Magdalene
10 PUP – Morbid Stuff


Benny van der Plank
De heavy metal-plaat vermengd met het karakteristieke garage en psychedelische rockgeluid van King Gizzard & The Lizard Wizard doet sterk denken aan mijn favoriete Bay Area thrashmetal-bands uit de jaren tachtig als Exodus, Slayer, Megadeth, Testament en Metallica.

1. King Gizzard & The Lizard Wizard – Infest the Rats’ Nest
2. Oh Sees – Face Stabber
3. Swans – Leaving Meaning.
4. METZ – Automat
5. Moon Duo – Stars Are The Light
6. Ty Segall – First Taste
7. Black Mountain – Destroyer
8. Life Of Agony – Sound Of Scars
9. Ploegendienst – Baba Ganoush EP
10. Tool – Fear Inoculum


Sharona Badloe
Ken je dat? Wanneer een cultureel fenomeen zo erg gehyped is dat je eigenlijk al geen zin meer hebt om het te proberen? Dat had ik dus met Girl Band. Nu wenste ik dat ik niet zo koppig was en jaren geleden al toegegeven had aan de groepsdruk. Hoewel ik de rauwe, DIY-feel van ouder werk vreemd genoeg een beetje mis, staat de even boze, maar scherper geproduceerde plaat van dit jaar bij mij al maandenlang op repeat.

  1. Girl Band – The Talkies
  2. Greentea Peng – Rising
  3. Paracetamøl – Paracetamøl
  4. Jerkcurb – Air Con Eden
  5. Ty Segall – First Taste
  6. Barney Artist – Bikes are Bikes
  7. SiR – Chasing Summer
  8. King Gizzard & The Lizard Wizard – Infest The Rats’ Nest
  9. Raveena – Lucid
  10. Sampa the Great – The Return

Niels Steeghs
Een titel zo pretentieus dat het eigenlijk niet bij hem past. Maar toch klopt. Andrew Bird, dit jaar mijn onbetwiste nummer één. Ontelbare keren gedraaid en het verveelt nooit. Hij was een van de eerste artiesten die ik interviewde (dertien jaar geleden alweer, toen zijn ook al prachtige The Mysterious Production of Eggs net uit was) en in gesprek met hem zijn is bijna net zo sereen als naar zijn muziek luisteren. Niemand kan zo kunstig flierefluiten, zijn spel met woorden is meesterlijk en zijn plaat – ook nu – inderdaad ragfijn. Op die verfijnde manier zo verdomd actueel en scherp over de wereld anno nu. 

  1. Andrew Bird – My Finest Work Yet
  2. The Mountain Goats – In League With Dragons
  3. Itasca – Spring
  4. I Am Oak – Osmosis
  5. Marike Jager – Hey Are You OK
  6. Angel Olsen – All Mirrors
  7. Patrick Watson – Wave
  8. Lavalu – Midair
  9. Moon Duo – Stars Are the Lights
  10. Christof van der Ven – You Were the Place


Anne-Marie van Rijn
Te gekke postpunk-plaat van deze band uit Dublin met praatzingende zanger. Toffe nummers als Too Real, Big en Boys In The Better Land. Ik heb de band gezien op Valkhof Festival waar er al binnen één minuut een enorme moshpit ontstond. Op dezelfde avond als Whispering Sons, waar helaas geen nieuwe plaat van verscheen in 2019, anders stond die hier ook zeker bij!

  1. Fontaines D.C. – Dogrel
  2. Aldous Harding – Designer
  3. The Murder Capital – When I Have Fears
  4. The Mystery Lights – Too Much Tension!
  5. Moon Duo – Stars Are The Lights
  6. DIIV – Deveiver
  7. Tropical Fuck Storm – Braindrops
  8. Pip Blom – Boat
  9. The Sweet Release of Death – The Blissful Joy of Living
  10. Lana Del Rey –  Norman Fucking Rockwell!

Bram van Duinen
Hoewel James Blake voor mij altijd al bekend staat als een van de boeiendste artiesten en producers van deze eeuw, liep hij de afgelopen jaren persoonlijk en muzikaal vast in de duisternis. Iets dat zijn albums niet altijd ten goede kwam. Het tegenkomen van zijn grote liefde, actrice Jameela Jamil, laat Blake het licht zien en stelt hem in staat om zijn mooiste en meest veelzijdige en hoopvolle album tot nu toe te maken.

  1. James Blake – Assume Form
  2. Fontaines D.C. – Dogrel
  3. Weval – The Weight
  4. Little Simz – GREY area
  5. Meetsysteem – Geen Signaal
  6. Tyler, The Creator – IGOR
  7. Thom Yorke – Anima
  8. Benny Sings – City Pop
  9. Balthazar – Fever
  10. Stella Donnelly – Beware Of The Dogs

Meike Jentjens
Ik had zóveel goede albums klaarstaan, maar die kwamen niet uit 2019. Zo wilde ik Singularity van Jon Hopkins uit 2018 nog eens nomineren in mijn lijstje, komt het nieuwe album van Bombay Bicycle Club pas in januari 2020 uit en is ABBA echt al lang niet meer van dit jaar. Maar wat ben ik blij dat DIIV terug is van weggeweest, dat maakte heel mijn muzikale jaar in één klap goed.

  1. DIIV – Deceiver
  2. Gotu Jim – Generation K
  3. Tycho – Weather
  4. Yak – Persuit of Momentary Happiness
  5. Lana del Rey – Norman Fucking Rockwell!
  6. Faberyayo – <3
  7. Hot Since ’82 – 8-Track
  8. M83 – DSVII
  9. Four Tet – Anna Painting
  10. Liam Gallagher – Why Me? Why Not.

Félice Hofhuizen
Hoewel mijn jaarlijstje dit jaar gedomineerd wordt door vrouwen, zet ik toch de plaat van Patrick Watson op nummer één. Omdat het voor mij onmogelijk is om één album voor het hele jaar aan te wijzen, kies ik voor Wave omdat mijn herinneringen aan deze plaat mij altijd bij zullen blijven. Naast dat ik Patrick Watson live een fantastische performer vind en hij muziek maakt waar ik ten alle tijden naar kan luisteren, heb ik hem dit jaar ook mogen portretteren en ontmoeten. Ze zeggen wel: ‘Never meet your heroes‘, maar dat ging in dit geval zeker niet op.

  1. Patrick Watson – Wave
  2. Sharon van Etten – Remind Me Tomorrow
  3. The Bony King of Nowhere – Silent Days – The demo Recordings
  4. Lana del Rey – Norman Fucking Rockwell!
  5. Angel Olsen  – All Mirrors
  6. Big Thief – Two Hands
  7. Aldous Harding – Designer
  8. Faye Webster – Atlanta Millionairs Club
  9. Balthazar – Fever
  10. Billie Eilish – When We All Fall Asleep, Where Do We Go?

Wout Bekhuis
Hoewel ik mijn keuze tussen Wave en Kiwanuka lange tijd onmogelijk achtte, geeft Patrick Watsons albumafsluiter Here Comes The River uiteindelijk de doorslag: een prachtig klein pianoliedje, dat met de magische stem van Watson en de zinderende opbouw van steeds verder aanzwellende strijkers tot grote hoogte stijgt, om toch weer klein en subtiel te eindigen. Een bloedstollend en wonderschoon nummer. Veel mooier wordt het niet.

  1. Patrick Watson – Wave
  2. Michael Kiwanuka – Kiwanuka
  3. Elbow – Giants Of All Sizes
  4. Whitney – Forever Turned Around
  5. Andrew Bird – My Finest Work Yet
  6. Sway Wild – Sway Wild
  7. Weyes Blood – Titanic Rising
  8. Finn Andrews – One Piece At A Time
  9. Robin Borneman – Folklore III
  10. Black Pumas – Black Pumas

Iris Luimstra
2019 was wederom een goed jaar voor hiphop. Vele uitzonderlijke producties passeerden de revue, maar zonder twijfel is IGOR mijn album van het jaar. Dit album is een geweldige rit, die de wijd uiteenlopende emoties van de liefde – en het opgeven ervan – met zich meebrengt. Elke keer als ik het opzet, keer op keer, van voor naar achter, in één zit (want dat moet bij dit album), kan ik het niet laten een traantje weg te pinken.

1. Tyler, The Creator – IGOR
2. Fontaines D.C. – Dogrel
3. JPEGMAFIA – All My Heroes Are Cornballs
4. Thom Yorke – ANIMA
5. Floating Points – Crush
6. (Sandy) Alex G – House of Sugar
7. Jenny Hval – The Practice of Love
8. Swans – leaving meaning.
9. Big Thief – U.F.O.F.
10. slowthai  – Nothing Great About Britain


Jan Rijk
De plaat van The Murder Capital staat op de eerste plaats omdat dit dé ontdekking is van afgelopen jaar met een steengoede plaat en heel fijne optredens.

  1. The Murder Capital – Feeling Fades
  2. Fontaines D.C. – Dogrel
  3. The National – I Am Easy To Find
  4. black midi – Schlagenheim
  5. DIIV – Deceiver
  6. Sebadoh – Act Surprised
  7. Stella Donnelly – Beware Of The Dogs
  8. Tacocat – This Mess Is a Place
  9. A Winged Victory For The Sullen – The Undivided Five
  10. Bill Callahan – Shepherd in a Sheepskin Vest

Joëlle Koorneef
Deze plaat in zijn geheel luisteren voelt als 48 minuten mijn adem inhouden, zo intens verplaats ik mij in het symfonisch uitvergrote lijden van Angel Olsen. Ze is nu niet meer alleen onze indie darling: All Mirrors heeft Angel Olsen in de internationale spotlight gezet en alle lofzang is welverdiend. (Lees hier ons interview met Angel Olsen, red.)

  1. Angel Olsen – All Mirrors
  2. Alex Cameron – Miami Memory
  3. Fontaines D.C. – Dogrel
  4. Weyes Blood – Titanic Rising
  5. Sharon van Etten – Remind Me Tomorrow
  6. Foals – Everything Not Saved Will Be Lost Part 2
  7. Lana del Rey – Normal Fucking Rockwell!
  8. Big Thief – U.F.O.F.
  9. Julia Jacklin – Crushing
  10. Cage the Elephant – Social Cues

Jort van Meeteren
Na het uiteenvallen van Veronica Falls ging frontvrouw Roxanne Clifford solo verder. Ze verhuisde naar Los Angeles, schoof de gitaar aan de kant en trok een rits synthesizers uit de kast, waarmee ze dit jaar onder de naam Patience het heerlijke Dizzy Spells uitbracht. De jaren tachtig liggen er in dikke klodders bovenop, maar toch is het ook onmiskenbaar haar werkstuk. Melancholische elektropop wat de klok slaat, op deze prachtplaat.

  1. Patience – Dizzy Spells
  2. Singapore Sling – Killer Classics
  3. L’Épée – Diabolique
  4. Faberyayo – <3
  5. Sigrid – Sucker Punch
  6. Hank & Tank – Last Call For Hank & Tank
  7. Death and Vanilla – Are You A Dreamer?
  8. Clinic – Wheeltappers and Shunters
  9. Hatchie – Keepsake
  10. Cigarettes After Sex – Cry

Mirel Masic
Ik werd instant fan nadat ik de eerste EP en het eerste album luisterde van Hælos en ik keek dus erg uit naar deze tweede release. De dynamiek in geluid en wisselende zang trok mij aan: een soort stoerdere versie van The xx, qua sound. Typisch zo’n album dat ‘s avonds op straat met goede headphones op goed tot z’n recht komt.

1. Hælos – Any Random Kindness
2. Altın Gün – Gece
3. Kultur Shock – D.R.E.A.M.
4. Nemanja – Tarot Funk
5. Virvel – Žena Sa Bradom, Patuljak, Idiot
6. Rammstein – Rammstein
7. Činčila – Bez Oblika
8. Eerie Wanda – Pet Town
9. Thom Yorke – ANIMA
10. Automatic – Signal


Reinier van der Zouw
Sommige platen zijn al goed, maar komen na een optreden pas écht tot leven. Ik vond Dogrel van Fontaines D.C. gewoon een sterke indierockplaat, zeker voor een debuut, maar na de release in april verdween hij redelijk snel weer uit mijn roulatie. Totdat ik de band op een snikhete zomerdag op Loose Ends op de NDSM-Werf zag spelen. Een ronkende, zweterige en onvergetelijke show, waarbij de hele plaat voorbij kwam en zowat ieder nummer op het podium live per direct tot moderne klassieker-status werd verheven. Sindsdien gaat zelden een dag dag voorbij zonder dat ik Big, Boys In The Better Land, Chequeless Reckless (of.. of… of…) meeschreeuw op de fiets en dat zal voorlopig ook nog wel even zo blijven, vermoed ik. (Lees hier ons interview met Fontaines D.C., red.)

1. Fontaines D.C. – Dogrel
2. De Staat – Bubble Gum
3. Sharon van Etten – Remind Me Tomorrow
4. Girl Band – The Talkies
5. clipping. – There Existed An Addiction To Blood
6. King Gizzard & The Lizard Wizard – Infest The Rats’ Nest
7. Angel Olsen – All Mirrors
8. black midi – Schlagenheim
9. Thom Yorke – Anima
10. Priests – The Seduction Of Kansas


Tess Janssen
Ik heb YAK vorig jaar tijdens Motel Mozaique door toeval gezien. Voor The Daily Indie mocht ik wat portretten maken van de band en we raakten aan de praat. De bassist vroeg of ik ook kwam kijken bij hun optreden, later op de avond. Dat heb ik toen gedaan en de dag daarna ben ik het album gaan halen. Ik vind het een hele fijne plaat omdat het bijna altijd op kan: hier en daar schuurt het wat, er staan wat rustigere nummers op en er zit veel energie in. Daarnaast vind ik de teksten te gek, ik blijf er nieuwe dingen in ontdekken.

  1. YAK – Pursuit of Momentary Happiness
  2. The Visual – Moments of Being
  3. Shortparis – Так закалялась сталь 
  4. Amber Run – Philophobia
  5. DIIV – Deceiver
  6. Patrick Watson – Wave
  7. Föllakzoid – I
  8. Kate Tempest – The Book of Traps and Lessons
  9. MNNQS – Body Negative
  10. Balthazar – Fever

Thijs Janssen
In simpliciteit ligt schoonheid. Een perfecte plaat om bij te ontspannen, weg te dromen, een jointje te roken, een roadtrip te maken of ondeugend door de stad te dwalen. Ik blijf alsmaar terugkomen bij Smooth Big Cat. Voor mij is dit de plaat van het jaar.

1. Dope Lemon – Smooth Big Cat
2. Avishai Cohen – Playing the Room
3. Thom Yorke – ANIMA
4. Fontaines D.C. – Dogrel
5. Mac DeMarco – Here Comes The Cowboy
6. Crows – Silver Tongues
7. Reinier Baas & Ben van Gelder – Mokum In Hi-Fi
8. Freddie Gibbs & Madlib – Bandana
9. Steve Gunn – The Unseen In Between
10. Jameszoo & Metropole Orkest – Melkweg


Tineke Klamer
Maar Tineke, jij houdt toch helemaal niet van metal? Neen, daar houd ik ook zeker niet van. Maar dit album, na het tijdens de eerste luisterbeurt op weg naar Lowlands halverwege weggedrukt te hebben omdat de boxen van mijn T3-camperbusje het niet meer trokken, kreeg twee weken later een nieuwe kans. En verdween de weken erna niet meer van Spotify en mijn platenspeler. In oktober ontdekte ik The Murder Capital, en ik verwacht dat als je mij volgend jaar weer naar mijn toppers uit 2019 vraagt, dat ik dan When I Have Fears op nummer één zet. Maar voor nu dus Infest the Rats’ Nest.

  1. King Gizzard & the Lizard Wizard – Infest the Rats’ Nest
  2. The Murder Capital – When I Have Fears
  3. LIFE – A Picture of Good Health
  4. Karen O ft. Danger Mouse – Lux Prima
  5. Snapped Ankles – Stunning Luxury
  6. Fontaines D.C. – Dogrel
  7. Dry Cleaning – Sweet Princess EP
  8. Cherry Glazerr – Stuffed and Ready
  9. Crocodylus – Enjoy
  10. Slowthai – Nothing Great About Britain

Vanessa Scheer
Ietwat buiten de lijntjes van de jaarlijstjes-opdracht, in deze wereld van eigen Spotify-playlists, hierbij de nummers die ik maar bleef herhalen in 2019. Supernatural van The Slow Readers Club brengt mij terug naar The Slope op die o zo fijne festivalweide van Rock Werchter.

1. The Slow Readers Club – Supernatural (Build A Tower)
2. Yonaka – Rockstar (Don’t Wait Till Tomorrow)
3. The Franklin Electric – Made It up in Your Head (In Your Head EP)
4. INXS – Mystify (Documentaire Michael Hutchence)
5. Inhaler – My Honest Face (Single release)
6. Miles Kane – Cry On My Guitar (Coup de Grace)
7. James Bay – Peer Pressure (Oh My Messy Mind)
8. Yungblud – I Love You, Will You Marry Me (21st Century Liability)
9. Stereophonics – Chaos From The Top Down (Single release)
10. Gavin James – Always (Only Ticket Home)


Buiten heerst het vochtige en tochtige novemberweer. Dat zorgt voor wasem op de ramen van het knusse koffiebarretje waar we kamermuzikant Marielle Woltring – zij is LAVALU – in thuisstad Arnhem spreken. Het ontneemt de blik op de drukke Eusebiusbuitensingel en de toegangsstraat naar haar wijk, het Spijkerkwartier, en accentueert vooral nog maar eens de intieme sfeer. Woltring spreekt open, veel en snel over haar nieuwe album Midair. Want er valt eenvoudigweg een hoop over te vertellen.

Tekst & foto’s Niels Steeghs

Het is deel twee van een trilogie waarmee voor haar eindelijk alle Tetrisblokjes precies op de juiste plek belanden. Midair is een ode aan het leven, aan het heft in eigen hand nemen, aan de liefde. En bovenal aan zelfliefde. Zijn wie je zijn wilt. Natuurlijk, de periode rond de release is hectisch. Woltring houdt het voor zichzelf behapbaar door ‘niet maar alles te doen’. De interne bullshitmeter helpt om te kiezen wat er echt toe doet. Geen makkelijke weg, alleen het pad dat goed voelt. Woltring: “De interviews die ik heb gehad zijn over het algemeen diepgaand. De bullshitmeter had ik al, maar die is nog sterker geworden sinds ik een kind heb. En die wordt nog steeds sterker. Naarmate ik ouder word heb ik minder tijd en energie over voor allerlei beslommeringen. Ik heb er geen zin meer in. Liever ga ik terug naar de basis, naar de nitty gritty van wat ik zelf echt belangrijk vind.”

Lachend zegt ze: “Ik heb het gevoel dat ik pas drie keer heb ademgehaald sinds eind augustus. Het is een soort Transsiberië Express. Eind december is de tour klaar en rol ik uit de trein. Maar ik vind het te gek. Het is fijn dat de muziek waar ik zelf nachtenlang, jarenlang aan gewerkt heb, nu aandacht krijgt. Dat is iets om dankbaar voor te zijn. Het is ook vaak zat geweest dat ik even hard had gewerkt aan een plaat, maar dat zo (terwijl ze dat zegt maakt ze het geluid van een vallend object een diepe put, red.) in de leegte valt. Je hoort alleen de echo. Vreselijk. In de loop der jaren ben ik wijzer geworden, heb ik geleerd hoe je een bedje creëert voor een album.”

“Mijn moeder zei al toen ik liet weten dat ik een hang had om het creatieve vak in te gaan: ‘Ik vind het goed, maar één ding: word zakelijk net zo sterk als creatief!’ Ook al toen ik vijftien was. Mijn moeder komt helemaal niet uit een kunstenaarsfamilie, maar ze had het wel door. Ze hield heel erg van de kunsten. Ze zag ook: de enige mensen die het in de kunsten redden, zijn de mensen die zakelijk slim zijn. Zij zelf was ook ondernemer, ze had een massagepraktijk, terwijl ze eerst verpleegster was. Voor mij was ze een voorbeeld. Ze ging volledig voor wat ze belangrijk vond. En is daar succesvol in geworden. Ook hoe zij reclame maakte. Mensen zeiden altijd: je moet in de Gouden Gids staan. Maar ze zei: daar komen hele verkeerde mensen op af. Ze wilde goed werk leveren. En mond-tot-mondreclame is de beste. En de praktijk liep. Zo zeg ik het ook vaak aan het einde van mijn shows: als jij het vet vindt, het je raakt, vertel het door! Liever dat dan dat ik heel veel geld ga uitgeven om in dat of dat blad reclame te maken.“

Gelijkgestemden
Want dat is het precies. Lavalu bouwt aan een gemeenschap van gelijkgestemden. Gestaag, ziel voor ziel. Ze gaat voor de diepgang, voor het raken en voor het verbinden. “Wat ik aanraak met mijn muziek, dat gaat over een soort trilling. Over echt de diepte in durven gaan. Ik merk dat de mensen die op de shows afkomen ook klaar zijn met de onzin en op zoek zijn naar wat ze zelf willen. Wat wil ik? Los van wat de wereld tegen mij zegt. Ook bij de merchtafel daarna, mensen komen terug op wat ik tijdens de show vertel en vertellen over hun eigen uitdagingen, hoe ze gevochten hebben om te zijn wie ze willen zijn, de muren die je tegenkomt. En dat je het toch doet. Iedere keer proberen en dan maar op je bek gaan, dat is volgens mij het leven aangaan. Op moment dat mensen resoneren met wat ik zeg, dan zijn we samen op een zoektocht naar dat wat echt is. De details doen er niet toe, de beweging wel. Ik vind het gaaf om daar op door te bouwen.”

“Vorig jaar had ik één concert waar een goede vriendin van mij bij was. Toen zongen we op het laatst met zijn allen een bepaald nummer over zelfliefde en acceptatie. Het hele publiek zong mee. En zij zei: ‘Dit is het dichtste bij een kerkdienst wat ik in jaren heb meegemaakt en ik vond het te gek!’ Hoe tof zou het zijn als mijn concerten kerkdiensten zonder religie kunnen zijn? Want dan trilt het door in een hele diepe laag. Juist in deze wereld waar de waan van de dag en de angst die ons door media wordt aangepraat regeren. Er móet liefde tegenover staan. En hoe klein die gemeenschap ook is, het maakt niet uit. Dan is er iets verschoven, iets bewogen. Ik ga niet staken in Den Haag, dit is wat ik doe. Ik probeer in mijn concerten zo eerlijk mogelijk te zijn, daar liefde te brengen. En ik hoop dat dat zich verder verspreidt.”

Stille revolutie
In haar bio beschrijft ze hoe ze gebombardeerd werd tot lid van de stille revolutie. En ja, dat slaat ook op het voorgaande, geeft Woltring aan. “Dat waren niet mijn woorden, maar die van een ontzettend goede pianobouwer, de oorspronkelijk uit Letland afkomstige David Klavins. Hij bouwde bijvoorbeeld een enorme, vierenhalve meter hoge piano: de M450. Daar moet je in klimmen met een trap. Die kwam tot stand met hulp van Nils Frahm. Hij zorgde voor de financiering en heeft de piano nu in zijn studio in Berlijn staan. Klavins is een visionair. Ik gaf als eerste artiest in zijn werkplaats in Hongarije een concert op zijn nieuwste Concert Grand model. Hij zei: ‘You are one of us, you are part of the silent revolution.’ Ik snapte het wel. Hij zegt: ‘Ze zien ons niet komen.’ De angst en polarisatie regeren, daardoor hebben we al die vreselijke leiders op dit moment. Omdat we angst laten winnen. De beweging van liefde moet van binnenuit gaan komen, vanuit allerlei kleine plekken. Sterker dan angst. Ik kan nooit de knop omzetten voor anderen, dat moeten ze zelf doen. Ik kan het alleen uitdragen, zijn wie ik ben. Anderen kunnen het oppikken.”

Midair is het tweede deel van de Rise-trilogie. Waar het eerste deel, Solitary High, nog een vooral stilletjes gefluisterd album was (door haar zevenjarige dochter zelfs liefkozend ‘de slaapliedjes’ genoemd), daar is Midair steviger, meer gedecideerd. Het staat als een huis, straalt vertrouwen en levenslust uit. “Solitary High ging over verlangens die ik bijna alleen maar ’s nachts durfde te voelen en te dromen. Sindsdien heb ik veel van dat soort wensen geïmplementeerd. Midair gaat over: nu ben ik midden in de lucht, nu ga ik ervan genieten, leven op mijn manier. Een nummer als Anthem, ik sta er! Dat is best een grote verbetering. Het nummer is een statement voor mij. Ik ga het niet uitleggen, dat is mijn verhaal. Ik kan wel zeggen dat Anthem meer dan welk nummer ook op deze plaat gaat over jezelf omarmen zoals je bent. Het is oké. Dat geldt voor iedereen. Er is eigenlijk niemand die in het plaatje past. Degenen die er wel in lijken te passen zijn heel hard aan het werk om er wel in te passen. Voor mij is het een shoutout naar de hele wereld: sta op in jezelf, ben wie je bent. Laatst in Amersfoort vertelde ik dit ook tijdens een show en kwam er naderhand een vrouw naar me toe, duidelijk geboren als man, in een prachtige jurk. Ze stond voor me en zei: ‘Dankjewel dat je dat zei.’ Wow! Als je jezelf accepteert, dan ben je ook accepterend naar een ander. De mensen die het hardst haten, hebben ook het meeste zelfhaat.”

Het gesprek komt op zijn wie je wilt zijn en het zoeken naar de juiste balans. Voor haar is één ding helder: “Ik zou voor geen goud meer twintiger willen zijn. Dat was een onwaarschijnlijk pittige periode, waarin je zo op zoek bent naar wie je bent en dat puberachtige schaamtegevoel van je af moet schudden. Het is zo’n zoekproces. Na mijn dertigste begon het leven meer logisch te worden, begon ik het te snappen. Nu ben ik nét veertig geworden en kijk ik heel erg uit naar dit decennium en naar de ontwikkeling die zich doorzet. Vroeger ben ik gepest. Ik heb daardoor wel geleerd dat je niet iedereen kunt pleasen. Je moet gewoon gelijkgestemden opzoeken. Anders wordt het heel eenzaam in het leven. Ik hoop natuurlijk niet dat het mijn dochter gebeurt, maar je klimt over de doornen om bij de mooiste roos te komen. Such is life. Die mythe, daarvan zou ik het fijn vinden dat de jonge generatie nu al leert dat die niet bestaat. Wij zijn opgevoed met het idee dat het leven maakbaar is, dat je alles kunt bereiken dat je wil bereiken. Dat is niet waar. En het hoeft ook niet waar te zijn. Je moet zoeken wat belangrijk voor je is, dan kun je ver komen. In een aantal dingen. Dat je één groot mooi gelukkig leven kunt hebben, is best wel een schadelijke mythe. Het succes dat hangt aan deze maatschappij maakt dat het heel snel voelt als je eigen schuld als iets niet lukt. Honderdduizend mensen willen één ding. Dat gaat niet al die mensen lukken.”

Kamermuziek voor nu
Buiten vallen de bladeren, waait de wind guur. Binnen in de op Portugese leest geschoeide koffiebar pruttelt de koffiemachine herhaaldelijk. De huiselijke warmte van dit seizoen past bij de shows die Lavalu doet en bij het verhaal dat ze wil vertellen. Ze haalt vakkundig even de snelheid uit het leven, brengt verstilling in de jachtigheid van alledag. “Dat contemplatieve, het mijmeren, dat zit heel erg in de herfst. Dat voel je. In de zomer is er de drang naar buiten te gaan, het terras op. Dan komt de herfst, het werkseizoen. Dan gaan de oogklepjes op. Mijn muziek daagt daar toe uit. Met vragen over wie ben ik, wat wil ik, waar sta ik. Dus het past mooi bij elkaar.” Daar gaan de nummers ook telkens over. Los komen, jezelf prikkelen, maar ook de pieken en dalen van het leven. Zoals in het prachtige nummer Birds. Woltring: “Dat gevoel van zweven, los zijn van het aardse, bijna het goddelijke aanraken en daarna weer terug naar de aarde moeten. Dat zit daar heel erg in. Dat even alles goed is, vlak voor het leven je – bam – weer met de neus in de modder duwt. Waarna je weer gaat opstijgen. Die beweging, tot de dag dat je doodgaat.”

Met de shows die ze nu doet brengt de muzikante ook de kamermuziek weer terug in het hier en nu. Daar is ze niet de enige in, al stond ze daar in eerste instantie niet eens bij stil. “Ik bracht Solitary High uit, denkende dat ik de enige was met pianomuziek en zang. Maar meiden als Lisa Morgenstern en Hania Rani zingen er ook bij, net als ik. Het is toch een hele beweging, waar ook Nils Frahm en Ólafur Arnalds in passen. Voor mij is dat logisch. Ik kom uit die twee werelden.  Mijn moeder luisterde klassieke muziek, mijn vader popmuziek. Ik speelde klassiek piano, maar ging naar popconcerten. Ik besta uit die twee werelden. Achteraf vind ik het grappig dat ik twintig jaar nodig heb gehad om deze muziek te maken. Het lag zo voor de hand, daar kom ik vandaan.”

“Ik was zo aan het zoeken naar iets dat buiten mij lag. Eerst met jazzmuzikanten, toen met popmuzikanten, ik wilde een indieplaat maken. Na al die omzwervingen kwam ik erachter dat dat het niet was. Maar wat dan wel? Toen ging ik terug naar de basis. Klassieke piano of vleugel, met mijn zang. Ik heb het gevoel dat ik eindelijk mijn eigen stem heb gevonden. Elke plaat die ik gemaakt heb, stond ik met dat ding in handen en was ik niet helemaal tevreden. Hier sta ik honderd procent achter. Mijn hele rugzak, alles wat ik heb meegemaakt zit hier in. Natuurlijk ben ik ook nog andere dingen. Dit is wel de basis. Dit ben ik.”

Door de connecties die ze opdoet lopen de dingen tegenwoordig organisch in elkaar over, ook al omdat ze meer dan ooit op haar gevoel vertrouwt en dat blindelings volgt. Werd Solitary High nog opgenomen in het prachtige en statige Arnhemse Musis Sacrum,  voor Midair toog ze naar Berlijn. “Musis, dat was al zo’n summum. Waar ga je dan deel twee opnemen? Deel één ging ik mixen in Berlijn, bij Peter Schmidt, een waanzinnige mixer. Daar kon ik via-via terecht. Zijn hokje zit schuin boven de Teldex Studio.” Woltring zet een Allo Allo-accent op en imiteert Schmidt: ‘The live room is free, you have to see it, come down!’ Prachtige ruimte! Die houten vloer, een mooie vleugel. En ik wist meteen: hier wil ik opnemen. Ik ben gaan vertrouwen op in dat moment leven. Het was niet makkelijk, maar uiteindelijk zijn we daar via Peter terecht gekomen. Daar binnen valt de historie over je heen. Toen zei de engineer: ‘Martha Argerich zat daar vorige week nog op de piano te spelen.’ Dat is voor mij een van de grootste klassieke musici. Daarna moet je die ruimte even eigen maken. Mijn weg is niet de snelste, maar wordt wel steeds meer gedragen door mensen die ook ontzettend getalenteerd zijn in hun vakgebied. Dat is vet. Het gaat met ups en downs, zoals in het leven, maar ik ben heel blij en dankbaar waar ik nu ben. Vroeger stelde ik mij iets voor als Björk, met een imperium van festivals en grote shows. In plaats daarvan maak ik kamermuziek voor nu. De kracht ervan, de intensiteit van de liveshows is even groot. Daar gaat het om. En ik ben nu in gesprek met een orkest. Ik neig niet meer naar een band, maar des te makkelijker kan ik naar strijkers en blazers toevoegen. Dat lijkt mij een mooie ontwikkeling.”

En ontwikkelen, dat doet ze zeker. Niet voor niets zadelde ze zichzelf op met een ambitieus drieluik. Mede omdat er inspiratie te over was. Er ligt genoeg op de plank om aan te sleutelen. Het slotstuk van de Rise-trilogie moet nog verder vorm krijgen. “Deel drie begint op te borrelen. Daar ga ik vanaf januari verder mee aan de slag, als de neerslag van deze tour in het grind van mijn hersenen door is gesijpeld. Het was een hele snelle keuze om een drieluik te doen, want ik had veel nummers. Ik kijk met nieuwsgierigheid waar het nu naartoe gaat. Het vormt zich, een mens beweegt. Je bent bezig met muziek in de wereld zetten, dat confronteert. Er zijn zoveel bewegingen gaande dat ik na twee jaar weer echt op een andere plek ben. Dat steekt af tegen waar ik was twee jaar terug. Ik ben nu rustig aan het onderzoeken wat er opborrelt. Dit hele proces is een uitingsvorm van mijn zelfacceptatie. En nog veel interessanter dan mij begrijpen, is het als dat je helpt te begrijpen wie je zelf bent.”


Deze week kwam de nieuwe videoclip van L’Épée uit. We schreven al eerder over de samenwerking tussen Anton Newcombe van The Brian Jonestown Massacre, garageduo The Limiñanas en zangeres-actrice Emmanuelle Seigner. De clip hoort bij het nummer Ghost-Rider, de zesde track op de succesvolle debuutplaat Diabolique die begin september uitkwam. We vonden het een mooi excuus om weer eens af te spreken met onze favoriete psychrockkoning Anton Newcombe, die het album produceerde.

Tekst Mick Vierbergen
Foto’s Thomas Girard

De clip bij Ghost-Rider is tegelijkertijd uncanny, door de schimmige zwart-wit beelden van zangeres-actrice Emmanuelle die doen denken aan een jarendertig horrorfilm, en psychedelisch, door het kleurrijke LSD-achtige beeld. ‘Yes I’m Dead’, zingt Seigner duister. We spraken af met Newcombe om te praten over de samenwerking . En omdat hij ten tijde van The Brian Jonestown Massacre aardig tegen de muziekindustrie aan het schoppen was, wilden we van de gelegenheid gebruikmaken om hem te vragen hoe hij terugblikt op deze periode en wat hij vindt van de hedendaagse muziekindustrie. Het korte antwoord? “Artiesten zijn screwed”.

Het is woensdagochtend. Nog bijkomend van het concert van POND de avond ervoor, werk ik mijn ontbijt naar binnen en maak ik me klaar voor het interview. Via Skype toets ik het Duitse nummer in, en na een aantal keer overgaan hoor ik een ‘Hello?’. Newcombe’s stem klinkt bekend van The Brian Jonestown Massacre-platen en van de documentaire die ik recentelijk heb gezien. “Good morning!” zeg ik. “Good morning to you!” hoor ik Newcombe antwoorden. Ik vraag hem hoe het project L’Épée is begonnen en hoe hij Seigner, Lionel en Marie Limiñana heeft ontmoet.

Supergroep
“Een tijd geleden heb ik het symfonische album Music For Film Imagined gemaakt, waarop de zangeres/actrice SoKo een van de nummers zingt. Ik was toen in Parijs voor een persconferentie en interviews en haar management gaf me een aantal CD’s van The Limiñanas. Dus ongeveer een maand later toen ik in de auto zat en ik de CD’s opzette dacht ik: holy cow, dit is geweldig! Ik heb Lionel en Marie toen gevraagd om een show voor The Brian Jonestown Massacre te openen in Parijs. Maar het was best lastig, ze waren toen nog niet zo bekend buiten de garagescene. Maar ik vond het echt next level en het publiek vond het ook gaaf. Hierna werkte ik samen met het op hun laatste album, Shadow People, waardoor ik Emmanuelle ontmoette. Zij wilde een soloplaat opnemen met The Limiñanas. Toen we dat waren begonnen, stelde ik voor om er een supergroep van te maken.”

Diabolique is deels opgenomen in de studio van Lionel en Marie Limiñana in Frankrijk, waar het framework van het album is neergezet, en verder is geproduceerd in Newcombe’s studio in Berlijn. “Dit soort platen steken simpel in elkaar: het repeteert een interessante baslijn en heeft een duidelijke gitaarstijl. Wij probeerden er een ambience aan te geven, wat veel belangrijker is. Dat is zo ongeveer het proces. We schetsen eerst een outline met de opnames van bas, gitaar en drums en daarna zetten we het geheel in elkaar.”

“De beste ideeën komen als je aan het lopen of aan het fietsen bent, en soms ook als je slaapt”

De bandnaam ‘L’Épée’, wat het Franse woord voor ‘zwaard’ is, bedacht Newcombe in een droom. Hij legt uit: “Als ik namen of titels verzin, probeer ik openminded te zijn. De beste ideeën komen als je aan het lopen of aan het fietsen bent, en soms ook als je slaapt. Niet als je tegen een muur aan het staren bent en op een idee moet komen. Dus ik lag te slapen en ik was toen op zoek naar iets met ambigue betekenissen. Maar wel iets dat een specifieke toepassing zou kunnen hebben en iets dat fonetisch goed klinkt. Dus ja, ik werd wakker en ik zag ‘het zwaard,’ en ik was benieuwd hoe dat zou klinken in het Frans. Dus ik zocht het op en ik vond de flow van het woord wel goed. Het was geen fantastisch visioen, zoals The Lady of the Lake die mij het zwaard overhandigt ofzo, maar ik kwam er gewoon op toen ik sliep.”

Begin december is L’Épée live te zien in Paradiso Noord en op Upon The My-O-My in Doornroosje. Ik vraag Newcombe wat we kunnen verwachten van de shows. “De goede nummers zijn echt fucking goed live,” lacht hij. In iets serieuzere toon: “Ik denk dat je het een goede show gaat vinden als je onze muziek leuk vindt. Emmanuelle en The Limiñanas weten hoe ze moeten spelen en ik vind het ook leuk om te doen. We kunnen een hoop lawaai maken!”

Berlijn
Ongeveer tien jaar geleden vertrok Newcombe naar Berlijn, waar hij nu met zijn vrouw Katy en zijn zoon Wolfgang woont. Hij bouwde zijn eigen studio en richtte het label A Recordings op. “Situaties veranderen, weet je? Voordat ik mijn eigen studio had was ik veel aan het reizen om muziek te maken. Nu is mijn studio op een plek, wat ik erg prettig vind. Ik vind Duitsland erg rustgevend. Iedereen houdt van Berlijn.” Ik vraag hem of hij op een andere manier is gaan werken nu hij zijn eigen studio heeft: “Ja, het enige echte verschil tussen wanneer je een eigen studio hebt en wanneer je – weet je wel – naar een andere studio moet gaan, is dat je dan gepusht wordt om hard te werken. Je hebt die ruimte en tools nodig om je doel te bereiken. Als je je eigen studio hebt en je bent niet aan het werk dan voelt dat soms alsof je een shit person bent. Je hebt alles wat je nodig hebt om iets op te nemen, maar je bent maar gewoon aan het relaxen of zo? Op zo’n moment moet ik me opnieuw focussen op hoe ik denk over mijn leven. Want ik ben productief geweest, maar het is belangrijk om ook een beetje te leven. Wanneer je niet een studio hebt, heb je ook niet het probleem dat je naar jezelf kijkt met het idee ‘waarom gebruik ik dit niet?’ Een hoop mensen dromen van een situatie waarin ze net dat ene zouden willen hebben om een goede plaat op te kunnen nemen. Maar ik heb al die apparatuur, dus geef ik mezelf een schop onder mijn kont en werk ik harder!”

“Dat is crazy shit. Dat is fucking mental.”

Als het gaat over de verschillen tussen de muziekscene in Europa en de VS, reageert Newcombe wat geagiteerder: “Ik kan me niet bezighouden met whatever er allemaal speelt in de wereld. Je moet je eigen cultuur creëren. Omdat wanneer je te veel in een richting luistert, denk je dat de wereld op die manier in elkaar steekt. Ik dacht daar net aan. Hoe irrelevant alles is, muzikaal gezien. Er was een Schotse jongen die een nummer een hit had in Schotland en twee maanden geleden werd het nummer één Amerika. En dit is gewoon een goofy gozer! Wat betekent dat? Het maakt me niks uit dat hij een nummer één hit had. Het is gewoon een silly guy met slechte muziek. Volgens mij heette hij Lewis Capaldi, maar ik heb niks tegen hem. Of als ik kijk naar grime in de UK, dat spreekt me compleet niet aan, het is de manier waarop het helemaal wired up is, alsof het aan de methamphetamine is of some shit… Weet je, twitchy and all that stuff, het spreekt me echt niet aan, maar ja: ik denk dus dat het belangrijk is om je eigen cultuur te maken.”

De documentaire Dig! uit 2004 laat zien hoe The Brian Jonestown Massacre en The Dandy Warhols in dezelfde scene opgroeiden en gaat over de clash tussen kunst en commercie. Terwijl de documentaire aan de ene kant het commerciële succesverhaal vertelt van The Dandy Warhols, die grote recorddeals kregen aangeboden, laat het ook vooral de problematiek en interne struggles binnen Newcombe’s band zien. Zelf heeft hij het uiteindelijke resultaat nooit gezien: “Ik heb in het kantoor van een advocaat een soort permissie moeten ondertekenen voor de film, voor mijn portretrecht. Dus uiteindelijk heb ik wel wat gezien, maar het is niet de film die iedereen heeft gezien. Er is een hoop dat zakelijk en menselijk niet oké was in de manier waarop makers hebben gehandeld en ons hebben neergezet. Dus ik heb hier niet zo veel over te zeggen. Mensen kunnen ervan maken wat ze willen.”

Screwed
Ik vraag hem wat er is veranderd in de muziekindustrie sinds die tijd: “Als je kijkt naar de muziekindustrie nu, zie je dat de mensen die vroeger macht hadden een soort van geïmplodeerd zijn. Ik bedoel, kijk naar wat er is gebeurd met de waarde van muziek. De hele industrie was screwed. Die mensen hebben nu geen baan meer. Dat soort recorddeals en de hele manier waarop ze probeerden je te forceren dingen te doen, bestaat niet meer in die context. Bedenk even dat The Dandy Warhols 500.000 euro kregen om een video te maken. Dat is crazy shit. Dat is fucking mental.”

Het is nu anders: “Ik handel in fysieke uitgaven van muziek. Dus dat is anders dan het hele imago van een artiest bezitten. ‘360 graden’, zoals ze dat noemen: alles van die persoon. Ik ben blij dat ik nu kan uitgeven wat ik wil, kan aannemen waar ik samen mee wil werken en dat we overal kunnen spelen in de wereld. Ik hoef niemand te vragen of overtuigen van iets. Ik kan opnames uitgeven van andere artiesten en ze verspreiden over winkels wereldwijd. Dus ik denk dat dat veel beter is dan werken voor iemand anders.

“Ik vind het interessant om te zien welke pogingen er gedaan worden om de waarde van intellectueel eigendom te monetariseren, en andersom. Ik zie dit niet als een duurzame situatie. Zolang je betaald krijgt voor je werk is het oké, maar het is niet mogelijk om intellectueel eigendom van mensen af te pakken en ze niet te betalen. Ik denk dat we daar naar moeten kijken. Artiesten zijn screwed all over the stuff. Maar ik probeer gewoon door te werken en nieuwe dingen te maken en concerten geven.”

Toch besluit Newcombe op een positieve noot. “Ik denk dat de eerste uitdaging van artiesten is om trouw aan jezelf te blijven en gewoon creatief te zijn. De rest kan je onderweg wel uitzoeken.”

L’Épée live zien? De band speelt 6 december in Tolhuistuin en 7 december tijdens Upon the My-O-My.


In onze reisserie Ontdek Je Plekje nemen (gast)redacteurs je mee naar makkelijk te bereiken, onverwachte Europese steden waar je als muziek- en cultuurliefhebber volop aan je trekken komt. Dus toen we door New Fall Festival werden uitgenodigd om te komen ontdekken wat het Duitse Düsseldorf achter de façades van staal en glas te bieden heeft, wisten we het wel.

Tekst Robin van Essel
Foto’s Robin van Essel & Reiner Pfisterer

Als Rotterdammer (zoals ondergetekende) voel je je snel thuis in Düsseldorf: ook deze stad is in de Tweede Wereldoorlog effectief in de as gelegd en dus vanaf de grond toe opnieuw opgebouwd, vol abstracte en moderne architectuur. Met name in stadsdeel Medienhafen siert dit de oevers van de Rijn. Ook hier snijdt de rivier de stad in tweeën en is overspannen door meerdere moderne bruggen. Ook hier steekt een uitkijktoren als een naald ruim honderdvijftig meter boven de skyline uit. Ook hier ademt de stad rauwe én gepolijste creativiteit en ondernemerschap. Düsseldorf is een overzichtelijke, schone en compacte stad, waar je in een weekend gemakkelijk voldoende in kan duiken.

We zijn hier op uitnodiging van het New Fall Festival, waar we je eerder al aan voorstelden, en dat zich voornamelijk ’s avonds afspeelt. Genoeg tijd dus om te ontdekken wat deze stad nog meer te bieden heeft voor muziekliefhebbers!

Apparat op New Fall Festival

The Sound Of Düsseldorf
Düsseldorf was in de jaren zeventig het thuis van een rauwe, immens creatieve en grensverleggende muziekscene. Het is de plek waar, geïnspireerd door de omliggende industrie van het Ruhrgebied, de esthetiek van de punk en de mechanische sound van de techno voor het eerst een verbond smeedden. Zo stond Düsseldorf aan de wieg van de Krautrock en de Neue Deutsche Welle, muziekstromingen die de weg plaveiden voor hele genres die we vandaag de dag nog steeds luisteren.

Het was de plek waar Ralf Hütter en Florian Schneider-Esleben van Kraftwerk voor het eerst hun ‘model’ zagen langslopen, die Bowie inspireerde om naar Berlijn te gaan, waar Andreas Frege van Die Toten Hosen voor het eerst met punk in aanraking kwam en waar Depeche Mode zijn coverart maakte. Dankzij de invloedrijke kunstacademie (de oudste en grootste van Duitsland) was de muziekscene hier bovendien bovengemiddeld artistiek, met een opvallende eigen stijl verweven met beeldende kunst en architectuur, en drukte destijds een zichtbare stempel op het culturele leven in de stad.

The Sound of Düsseldorf-tour

Voor wie diep in die muzikale historie wil duiken, is The Sound Of Düsseldorf een aanrader. Elke zaterdag nemen Michael Wenzel en Sven-André Dreyer, lokale muziekjournalisten en auteurs van het boek Keine Atempause: Musik aus Düsseldorf, je mee op een twee uur durende tocht langs allerlei plekken die een rol spelen in de muzikale historie van de stad. Je komt langs de locaties van bekende albumhoezen, legendarische studio’s, platenzaken, clubs en podia. De goed geïnformeerde Wenzel en Dryer zitten vol met vermakelijke anekdotes en laten tijdens de tocht ook muziek van lokale bands als Kraftwerk, NEU!, Die Toten Hosen, Rheingold en La Düsseldorf ongegeneerd hard over de meegebrachte bluetoothspeaker knallen. Enige puntje is dat je je naamvallen wel op orde moet hebben: hoewel de titel van de tour anders suggereert, is deze Duitstalig.

Legendarische clubs
Leuk die geschiedenis, maar: das war. Net als helaas in zo veel andere steden, moet je in Düsseldorf tegenwoordig eerst een laagje vernis wegkrassen voordat je die verhalen terugvindt. Met het verstrijken der jaren vestigde een grote financiële dienstverlenende sector zich in de stad. Het bracht de gentrificatie-drift mee die ook hier in volle hevigheid heeft toegeslagen. Zaken en welvaart zijn moeilijk te verenigen met de conventies van een tegencultuur met anarchistische trekjes. Clubs en concertzalen moesten plaatsmaken voor hotelketens, kantoren of appartementen. Gelukkig zorgt de rijke historie van de muziekscene hier er ook voor dat deze veerkrachtig is. Je kunt hem op de ene plek de kop indrukken, maar dan steekt ‘ie wel op een andere die kop weer op.

Stone im Ratinger Hof

Zo bestaat de legendarische punkclub Stone im Ratinger Hof (Ratinger Straße 10) nog steeds, weliswaar als doorstart van de plek van weleer. Toen wij er waren, knalde de Duitse punk uit de speakers en waren de biertjes goedkoop; alsof de tijd heeft stilgestaan. We moeten bekennen dat we ook Green Day voorbij hoorden komen, waarschijnlijk om de aanwezige Engelse vrijgezellenfeesten tevreden te houden. Als je het wat authentieker wil, ga dan voor Salon des Amateurs (Grabbeplatz 4), een nachtclub onder museum Kunsthalle die zich qua legendarische status kan meten met de beste clubs van Berlijn en Keulen. Sinds de opening in 2005 was dit de club waar de dj’s voor het eerst midden in het publiek stonden en new wave en krautrock voor het eerst geschikt bleken voor de techno-dansvloer. Salon moest door achterstallig onderhoud vorig jaar de deuren sluiten, maar er werd pas vanuit het niets voor volgende week een re-opening aangekondigd.

Kunst en platen
We zeiden het al: de kunst- en muziekscene zijn maar op weinig plekken zo verweven als in Düsseldorf dankzij de grote Kunstakademie. Zo kan het dus zijn dat je in de metro (in station Heinrich-Heine-Allee) ineens onderdeel wordt van een muzikale kunstinstallatie waarvoor Kurt Dahlke, oprichter van de legendarische NDW-band DAF en net zo legendarische platenlabel Ata Tak, de muziek maakte. Ook vind je in de stad tien Säulenheiligen van kunstenaar Christoph Pöggeler: aanplakzuilen met daarop levensechte standbeelden zoals een vrouw in een trouwjurk of een vader met zijn zoontje op zijn nek. Ze zijn zo realistisch dat je elke keer je ogen niet helemaal gelooft.

Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen

Voor wie minder fan is van guerilla-art heeft de stad ook een aantal uitstekende musea. Vooral Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen (met locaties op de Grabbeplatz en Ständehausstraße) zijn de moeite waard, met verschillende moderne expo’s die de grens van audiovisuele visuele kunst opzoeken. Ook de moeite waard zijn de moderne schilderijen in het Kunstpalast (Ehrenhof 4) en de absurde beeldende kunst van de Kunsthalle (Grabbeplatz 4).

Met de handige Düsseldorf Card voor gratis openbaar vervoer krijg je bovendien bij de meeste musea korting of gratis entree. Meer weten what’s going on? Check het stadsmagazine The Dorf voor een actueel cultuurprogramma. Het is op Issuu beschikbaar in het Engels.

Ook voor de betere platenzaak kom je in Düsseldorf nog steeds aan je trekken. De tijden waar je onder de counter zeldzame punkplaten kon kopen in het legendarische Rock On zijn weliswaar voorbij, maar het lastig vindbare Hitsville (Wallstraße 21) is een goede vervanger. Het is de bekendste zaak van de stad, mede dankzij de eigenaar; de voormalige Ratinger Hof-dj Jürgen Krause. Je kunt hier op zoek in een verzameling van muur tot muur vol met goed gecategoriseerd vinyl, veel tweedehands, naar die ene NDW-parel. Rainking Records (Düsselthaler Straße 2) en Slowboy (Lindenstraße 186) zijn eveneens goede alternatieven. Electronica-liefhebbers moeten naar Beat Retreat (Ackerstraße 53).

New Fall Festival
Met New Fall Festival heeft Düsseldorf een bijzonder festival te pakken, en een extra aantrekkelijke reden om de stad te bezoeken. Het is een kleinschalig festival dat een beetje aandoet als een showcase. Deels is dat het ook: er staan ook panels, conferenties en thema-showcases op het programma. Uit de prominente aanwezigheid van de posters en programmaboekjes, die je overal in de stad terugziet, en grote aandeel lokale bands, rijst het vermoeden dat de gemeente diép in New Fall zit om de muziekscene van Nordrhein-Westfalen een boost te geven (en het toerisme naar de stad in de slipstream).

Allah-Las

Dat stoort echter totaal niet. New Fall profileert zich als ‘festival voor muziekliefhebbers, niet voor muziekverslinders’. Hier geen bomvolle blokkenschema’s, maar vier dagen lang één tot vier volwaardige shows en showcases per dag, op diverse fraaie locaties rond cultuur-hotspot de Ehrenhof.  Het idee is ongetwijfeld dat je middels de ‘gewone’ headliners – dit jaar Allah-Las, Apparat, Roosevelt en Nils Frahm – zo ook wat lokaal talent meepakt. Die zijn soms een beetje hit & miss. Maar toch: de fijnste shows die het weekend zien, zijn de licht-psychedelische indie van Suzan Köchner Supraphon, singersongwriter-waar-wij-nog-nooit-van-hadden-gehoord-maar-heel-veel-Duitsers-wel Antje Schomaker en de zonnige maar razendknappe slackerpop (ja, we wisten ook niet dat Duitsers dat konden maken) van The Mañana People.

Antje Schomaker

Net als Düsseldorf zelf, is New Fall net effe anders dan je gewend bent. Maar ook, dankzij het bescheiden programma en bezoekersaantal, juist heel erg relaxt. Dankzij de inbedding die het festival heeft in de stad en de bijzondere locaties waar het plaatsvindt is het absoluut een heel goede reden om Düsseldorf specifiek in het tweede weekend van oktober te bezoeken.

Bier in de Altstadt en Instagrammable eten
Je zou het haast vergeten, maar je bent in Duitsland. We associëren meestal de zuidelijke provincie Beieren met bierhallen, lange tafels en volle pullen, maar hun Rheinische landgenoten kunnen er ook wat van. Die Toten Hosen noemden de binnenstad van Düsseldorf in Der Altbierlied ‘de langste bar ter wereld’ en dat is niet overdreven: het centrum telt ruim 260 bars, waarvan vele een eigen variant van het lokale, donkere Alt-bier brouwen, dat met tientallen glazen tegelijk door de obers op enorme dienbladen non-stop getransporteerd wordt naar de schijnbaar onstilbaar dorstige bezoekers. Vooral de Flinger Straße, Ratinger Straße en Bolkerstraße veranderen na werktijd in een immense blockparty die tot in de kleine uurtjes doorgaat.

Bolkerstraße

Stoppen om te eten hoeft ook niet trouwens. De vele Brauereien daar, zoals de Im Füchschen, Zum Schlüssel, Zum Schiffchen of Zum Uerige, zijn van die stereotype Duitse bierholen en serveren voer dat meer dan uitstekend fungeert als bodempje voor nog meer bier. Lokale specialiteiten zijn Schweinehaxe (geroosterde varkensenkel) en Sauerbraten (zuur stoofvlees), uiteraard geserveerd met overdaad aan zuurkool, rodekool en aardappels. Erg subtiel is het allemaal niet, maar hé: je bent in Duitsland.

Mocht bovenstaande niet je ding zijn, geen nood. Net als in andere grote Duitse steden heeft de jongere generatie weinig op met de twijfelachtige dieetkeuzes van zijn ouders. En dus struikel je in Düsseldorf over hippe, moderne cafés waar je naast een bakkie espresso of flat white ook gewoon een prima Instagrammable avo-toast of açai bowl kunt krijgen. Probeer ook vooral de (wel traditionele, maar stuk lichter verteerbare) Halve Hahn die je overal op de kaart vindt: twee stukken vers roggebrood met hüttenkäse, zilveruitjes en mosterd. Café Velvet (Stresemannstraße 8) in het centrum was een erg aangename plek voor een cafeïnepauze en ook op de hipsterfähige Lorettostraße (vlakbij Medienhafen) vind je veel vintagezaken en cafés, waarvan Greentrees (Lorettostraße 54) onze favoriete koffie serveerde.

Greentrees

Voor lunch is de markt op de Carlzplatz een aanrader. Naast marktkraampjes met vers fruit, groente, vis en vlees vind je hier allerlei street food, dat je opeet aan een van de lange statafels. Voor je avondmaal kun je vertrouwen op de enorme Japanse community van Düsseldorf, die heeft gezorgd voor ongeveer een miljoen ramen noodle-bars die je overal in de stad ziet. De nu ook in Nederland gevestigde keten Takumi (Immermannstraße 28) is hier begonnen als piepkleine zaak.

Hoe kom je er?
Bespaar je de vliegschaamte en pak gewoon de trein of bus, waarmee Düsseldorf ook lachwekkend snel te bereiken is vanuit Nederland. Met NS International sta je vanuit Utrecht binnen twee uur op het Hauptbahnhof. De Deutsche Bahn heeft een rechtstreekse intercitybusdienst tussen Antwerpen, Eindhoven en Düsseldorf. Ook andere aanbieders zoals BlaBlaBus en Flixbus rijden vanuit het hele land al dan niet direct naar de stad.


Kristian Matsson, zoals de redelijk kleine, charmante zanger uit Zweden eigenlijk heet, vindt het na dertien jaar nog steeds ongelooflijk dat mensen zijn muziek zo waarderen. We spreken hem over de allesomvattende thema’s die op I Love You. It’s A Fever Dream. worden bezongen: donkere tijden, verdriet en rust.

Tekst Meike Jentjens
Foto’s Tom van Huisstede

Wie eerdere interviews met Matsson heeft gelezen, zal hebben opgemerkt dat de ingetogen zanger niet graag met journalisten praat. Het zijn geen sterallures, maar een soort angst dat hij niet de juiste woorden kan vinden om zijn verhaal over te brengen. Laat hem maar muziek maken, zegt hij er zelf over. Toch ziet hij er opgewekt en kalm uit, als we hem spreken in een hotellobby in Hilversum. Met een espresso achter de kiezen vertelt hij over wat hem zoal – of altijd – bezighoudt. Aarzelend, zuchtend en dromerig, dat wel.

Als we hem vertellen dat we van The Daily Indie zijn, grapt hij dat deze naam goed de titel van zijn leven zou kunnen zijn.

Thuiskomen
Even rustig ademhalen, voor hij de vraag beantwoord hoe het met hem gaat. “Best goed. Ik mediteer veel. Ik heb er lang mee geworsteld dat ik op zoek was naar een huis, een plek waar ik mij helemaal kon aarden. Doordat ik deels in New York en deels in Zweden woon, verlangde ik altijd naar de andere plek dan waar ik op dat moment was. Als ik op tour was, wilde ik naar huis en andersom. Nu probeer ik het niet meer zo te zien en aan mezelf te werken, zodat ik mij in het moment goed voel.”  

Waar Matsson zich het meest thuis voelt op deze aarde, kan hij nog steeds niet bepalen. “Ik ben ontzettend veel op tour geweest de laatste jaren. Ik kan niet zo goed tegen routine, dus ik heb nooit een plan naar welk huis ik ga als ik terugkom van die lange reizen. In New York is het nooit stil, dus dat werkt goed om de hoge energie van het touren vast te houden.”

“In Zweden sta ik soms in een doodstille, lege keuken mij af te vragen wat ik nu moet gaan doen. Meestal kom ik uit op muziek maken. Dat zijn de goede momenten, zo houd ik mezelf voor de gek met mijn twijfels en denk ik niet te veel na over wat ik zou moeten doen. Ik doe dit al dertien jaar, maar ik vind het nog steeds moeilijk om te zeggen hoe ik het doe.”

Het lijkt een terugkerend thema voor The Tallest Man On Earth: thuiskomen. Het voorgaande album uit 2015, Dark Bird Is Home, schreef hij net na zijn scheiding en was een verwerkingsproces van een moeilijke tijd voor hem. “Soms luisterde ik ter inspiratie naar Joni Mitchell en dacht ik: wow, het huwelijk ís ook moeilijk! Meer mensen denken dit! Ik hoop dat ik mensen die naar mijn muziek luisteren ook zo’n gevoel van begrip kan geven. We maken allemaal dit soort dingen mee. Iedereen is wel eens verdrietig en met muziek kun je dat voelen, benoemen en accepteren.”

Dat zijn nummers nogal nostalgisch en verdrietig klinken, hoort Matsson heel vaak. Als hij nieuwe muziek schrijft is hij echter nooit verdrietig, legt hij uit. “Ik denk dat mensen zich kunnen herkennen in die alledaagse problemen en daar een collectief gevoel van steun uit kunnen halen. Natuurlijk klínken mijn nummers sad, maar ik ben het dan niet meer. Dat is dan al gepasseerd. Verdriet werkt verlammend voor je creativiteit.”

Hoe komt die creativiteit dan wel bij jou naar boven?
“Ik ben in Zweden veel fysiek aan het werk op mijn kleine boerderijtje. Ik kook heel erg graag en ik bouw daar veel aan mijn schuur. Ik ben bezig met het repareren van allerlei dingen. Dat zouden mensen meer moeten doen, trouwens: dingen repareren in plaats van ze zomaar meteen weg te gooien. We hebben zoveel spullen met z’n allen, maar zoveel hebben we toch niet nodig? Het is echt een donkere wereld om in te leven nu.” Dan, peinzend: “Sorry, wat was ik aan het vertellen?”

Die duistere wereld van hem heeft niets te maken met het feit dat hij nu in Amerika woont, geeft hij aan. “Wat ik bedoel, geldt voor heel de wereld. Ik ben niet economisch of politiek onderlegd, maar ik denk dat we liefde moeten verspreiden en voor elkaar moeten zorgen. We moeten dit samen doen. Iedereen moet buiten zijn bubbel kijken en iets opofferen voor een ander. Een beetje simpeler leven, zou mijn advies zijn. Maar hoe praat ik mezelf hier nu weer uit?”

Terugkomend op wat hij oorspronkelijk wilde vertellen: “Soms loop ik van de schuur naar de boerderij en heb ik ineens muziek in mijn hoofd en voor ik het weet zit ik dan helemaal onder de modder op mijn piano te rammen”, grapt hij. “Dat werkt veel beter voor mij dan mezelf te dwingen om acht uur lang muziek te gaan maken. Je kunt inspiratie niet oproepen. Het is wat dat betreft een lastig beroep, muzikant zijn.”

Adrenalinepieken
Waar Matsson op doelt, terwijl hij naar de juiste woorden zoekt om niet ondankbaar te klinken, is dat hij het lastig vindt om goed voor zichzelf te zorgen met de dwingende schema’s die bij tours komen kijken. “Als ik ’s avonds een show heb gespeeld, heb ik daarna een enorme piek aan adrenaline. Na zo’n optreden ga ik dan weer in mijn lege tourbus zitten, waar niets is. Ik ga niet meer feesten tegenwoordig, dat heb ik wel achter mij gelaten.

Het is moeilijk om nog te gaan slapen als je net die bak energie hebt gekregen. Alle prikkels van al die mensen in het publiek of die ik heb gezien vang ik op en ik kan ze moeilijk verwerken. Ik probeer mij daarom nu thuis te voelen op elke plek waar ik kom. Is dat cliché?”

Zelfverzekerdheid
Het tegenstrijdige aan Kristian Matsson, is dat hij het tijdens ons gesprek een aantal keer heeft over ‘self doubt’, terwijl hij tijdens optredens helemaal alleen én zelfverzekerd op het podium staat. Ook in zijn nummers komt deze bewoording vaak terug. Is hij onzeker op het podium? “Nee, zeker niet. Dat heb ik altijd gedaan en ga ik de komende tour ook weer doen. Daar voel ik mij thuis.” Clichés zijn clichés omdat ze waar zijn, besluiten we.

Kristian Matsson kijkt ontzettend uit naar de start van zijn nieuwe tour in Utrecht. Er is geen frustratie meer voor hem, als hij tourt. Niet zoals vroeger. De ‘shared sadness’, zoals hij het warme gevoel met zijn publiek noemt, is voor hem de beloning van zijn werk. Als hij daarvoor dan met een paar journalisten moet praten, heeft hij er dat graag voor over.

Een half jaar nadat het vijfde album van The Tallest Man On Earth is verschenen, komt de Zweedse muzikant in oktober twee avonden naar Utrecht. De eerste show verkocht zo snel uit dat er al snel nog een tweede werd aangekondigd.