Kliko Fest
Zaterdag 13 juli
Patronaat Haarlem

In een wereld die zo gevoelig is voor vernieuwing als de muziekscene, kun je je afvragen waar een band die door zijn discografie heen niet bijzonder veel ontwikkeling laat horen, zijn bestaansrecht ontleent. Naar aanleiding van de show van Cloud Nothings aankomend weekend op Kliko Fest in Patronaat, legt onze redacteur Mick nog eens uit waarom het nog steeds de moeite is om naar de band te luisteren.

Tekst Mick Arnoldus

Altijd lastig, een genre-stempel op een band plakken. Noise? Post-hardcore? Garage-grunge? Gewoon indierock? Het is dat poppunk zo’n nare associatie heeft met puberale films over high schools in de VS, anders zou je overwegen die voor de sound van Cloud Nothings te gebruiken. De brute gejaagdheid is zeker aanwezig en doet je bij tijd en wijle naar adem snakken, maar tegelijk komen er veel melodieën langs die aangenaam in het gehoor liggen en waarbij je hartslag even tot rust kan komen. De sfeer rond de band uit Cleveland, Ohio ademt de jaren negentig, met name de emo van American Football. Maar bij tijd en wijle doet de energie van Cloud Nothings niet onder voor die van Minor Threat of Anti-Flag. Met zes platen (eigenlijk zeven, daarover later meer) in een kleine tien jaar, voelt in de discografie van de band duiken alsof je een opgerolde bal van stoffig spinrag moet ontkluwen. Toch doen wij in deze klassieke The Daily Indie-longread een poging voor je.

One-man-band
Cloud Nothings had ook zomaar niet kunnen bestaan. Rond 2009 neemt de dan achttienjarige Dylan Baldi met Garageband op zijn Macje nummers op in de kelder van z’n ouders in Cleveland. Hij is dan net gestopt met zijn studie voor saxofonist. Hij maakt meerdere accounts aan op Myspace, die allemaal bedoeld zijn voor andere muziek. Zijn enorme productiviteit valt op in de blogosphere en resulteert in een uitnodiging van concertpromotor Todd Patrick om wat support-acts in New York te komen spelen. Plots moet Baldi vanuit Cleveland een band optrommelen om te openen voor Woods en Real Estate: het kan snel verkeren. Krap een jaar later tekent hij als one-man-band bij Carpark Records, dat de cassettes en EP’tjes die tot dan toe in beperkte oplage door Baldi zelf verspreid werden, uitbrengt op één album: Turning On. De tracks zijn door Baldi bij elkaar geplakt in Garageband, maar ondanks het uitgesproken lofi-geluid van de plaat, valt zijn talent voor catchy melodieën op en wordt geprezen door recensenten.

Turning On zorgt ervoor dat Cloud Nothings het jaar daarop door de Verenigde Staten kan touren en zelfs al bescheiden Europa aandoet, waaronder op 19 november 2010 in de inmiddels ter ziele gegane club Trouw in Amsterdam. Bij thuiskomst begint Baldi aan de opvolger van zijn debuut. Dit album, dat simpelweg Cloud Nothings zou gaan heten, wordt opgenomen in een echte studio in Baltimore, met producer Chester Gwazda. Zonder de zolderkamerruis klinken de liedjes van Baldi plots een stuk meer als gitaarpop, ook vanwege die vaardigheid in het ontwerpen van hooks die blijven hangen. Dat Baldi daar bedreven in is, is een logisch gevolg van het leren spelen van meerdere instrumenten in zijn jeugd. Op zijn basisschool spijbelde hij om piano in de lerarenkamer te spelen. Daarnaast speelde hij banjo in een schoolmusical en gitaar in het koor. “Het concentreren op liedjes hielp mij op de middelbare school, omdat ik niemand daar echt aardig vond”, zei hij daar later over. Baldi benadert de gitaar meer als een piano om tot interessante composities te komen: “Alsof elke vinger afzonderlijk een apart instrument is”.

De doorbraak
Achteraf blijken leuke melodietjes niet Baldi’s enige kracht. Dit wordt maar al te goed duidelijk met het keiharde Attack On Memory uit 2012. Behalve dat dit album de band definitief faam bezorgt bij een wereldwijd publiek, zou het ook het geluid van Cloud Nothings gaan definiëren. Het samengeraapte zooitje muzikanten dat Baldi uit noodzaak bij elkaar sprokkelde, is vanaf hier een volwaardige band, in dezelfde bezetting live als in de studio. Baldi schrijft de liedjes nog steeds zelf, maar heeft nu een stuk meer input van de bandleden tot zijn beschikking. Neem bijvoorbeeld drummer Jayson Gerycz: als je iemand achter je hebt zitten die honderd procent van zijn talent in één aspect van je nummer kan gieten, is dat ook in de studio een luxe. Bovendien luisterde Gerycz veel ‘hard, noisy stuff‘ in het tourbusje, aldus Baldi. Vooral het ontdekken van The Wipers heeft veel invloed op de periode dat Baldi de liedjes voor Attack On Memory schrijft. Dezelfde band werd al door Nirvana en Dinosaur Jr. genoemd als inspiratiebron.

Attack On Memory werd geproduceerd door Steve Albini, een producer die je mogelijk kent van bijvoorbeeld Nirvana, The Stooges, Mogwai, The Ex en The Pixies. Blijkbaar is een grootheid strikken voor je productie makkelijker dan die namen doen vermoeden: tegen Pitchfork vertelt Baldi dat Albini elke klus aanneemt die hij toegeworpen krijgt. Albini gebruikte toen al twintig jaar dezelfde (goed voorziene) studioruimte om op te nemen en dat is voor Cloud Nothings de voornaamste stempel: “Hij zat bijna de hele tijd Scrabble te spelen op Facebook. Dat wisselde hij dan af met het bijwerken van z’n blog over eten. Ik weet niet eens of hij nog weet hoe ons album klinkt.” Baldi heeft daarentegen al een duidelijk beeld van hoe Attack On Memory moet gaan klinken. Alleen de bewust gekozen albumtitel verraadt al hoe hij wil breken met zijn vorige werk. Baldi wil hardere, moeilijkere muziek maken, die de talenten van zijn band ten volle kan benutten.

Uit geen nummer blijkt dat gegeven meer dan uit Wasted Days, zonder twijfel de sleuteltrack van het album. Een epos van bijna negen minuten was je op de vorige platen van Cloud Nothings nog niet tegenkomen. Hoewel de muziek van Cloud Nothings strikt genomen allang geen lo-fi meer is, kun je altijd een textuur in de productie ontwaren die als een gruizige verzameling bouwpuin in de akoestiek van de studio aanwezig lijkt te zijn. Door die ruis krijg je als het ware een bouwhelm inclusief oorbeschermers en veiligheidsbril opgezet. Desondanks wordt elke nietsvermoedende leek meteen overweldigd door de intensiteit van het nummer en de niet door enige zangtechniek gehinderde stem van Baldi. ‘I thought, I would, be more than this‘ schreeuwt hij in de climax van die track, terwijl zijn voltallige band hun instrumenten tot het uiterste geselt.

Het is ook het moment op Attack On Memory waar Baldi’s persoonlijke verhaal over de angstaanvallen en depressies waar hij regelmatig mee kampt, het meest direct doorklinkt. Baldi is onzeker over zijn muziek en over erkenning, en kan daar als adolecent moeilijk mee dealen. Attack On Memory fungeert in zekere zin als manier om zijn frustraties eruit te schreeuwen. Zelf grapte hij ooit luchtig dat het, als zoon van twee docenten, in de familie zat: ‘I’m continuing the family tradition of yelling at kids.’ Maar wanneer hij twee jaar later, in 2014, in een interview met The Daily Indie op de periode terugkijkt, kan hij er iets luchtiger op reflecteren. Deels heeft dat te maken met de tour van Attack On Memory, waarin Baldi veel liedjes onderweg kan schrijven:

“Ik wilde gewoon een aantal nummers schrijven die ik goed vond, zonder écht na te denken voor wie en waarom ik ze schreef. Op Attack On Memory probeerde ik een boze rockplaat te maken, ik wilde zien hoe dat was. Als ik dat nu zou doen, zou het totaal onoprecht zijn! Begrijp me niet verkeerd, Attack On Memory was heel persoonlijk, alleen bekijk ik nu deze thema’s in een ander licht. Op de vorige plaat was alles voor mijn gevoel fucked up, terwijl ik nu denk: meh, it will be OK!

Vorig jaar waren we voortdurend op tour en wanneer we niet aan het touren waren bleef ik doorreizen, omdat ik niet graag stil zit. Vraag mij niet waarom, maar ik kan niet lang op dezelfde plaats blijven. Daarom zijn alle nummers op verschillende plekken in de wereld geschreven, misschien zelfs wel elk nummer in een ander land. Het probleem van toeren is dat je zelfs je beste vrienden gaat haten, doordat je elkaar elke dag ziet. Juist doordat we elkaar een tijd niet hadden gezien, voelde het weer als rondhangen met vrienden. Het is heel fijn om die scheiding tussen die werelden te hebben, waardoor touren nu zelfs aanvoelt als wat aankloten met vrienden! Het heeft dus eigenlijk ervoor gezorgd dat ik gelukkiger ben.

Nieuwsgierigheid en rusteloosheid
De onderweg geschreven stukjes komen pas samen in de studio, wanneer de band bezig is met het opnemen van opvolger Here And Nowhere Else dat verschijnt in 2014. Dankzij het succes van de tour hebben Baldi’s angsten plaatsgemaakt voor nieuwsgierigheid en rusteloosheid. De albumtitel is al net zo letterlijk bedoeld: genieten van het ervaren dat je hier en nergens anders bent, als jezelf, en niets anders dan jezelf. “Dat gevoel, waarbij je gewoon bent en nergens anders over nadenkt, is erg belangrijk voor mij in de afgelopen paar jaar geworden, dus heb ik er een album over gemaakt.” Het nummer Pattern Walks is zelfs een letterlijke reactie op Wasted Days. ‘I thought I would be more than this’ is vervangen door een wat meer mijmerende rasp, die ‘I thought’ blijft herhalen. Het vat precies het verschil tussen iemand die na de tour voor zijn tweede album vreest dat niemand zijn muziek leuk vindt en daar depressief van wordt, met iemand die op tour gaat met een album dat iedereen geweldig vindt.


Maar als je die positieve achtergrond aan iemand uitlegt en daarna het album laat horen, zul je diegene waarschijnlijk nogal slecht voorbereid hebben. Net als Attack On Memory is Here And Nowhere Else wat de muziek betreft een nietsontziend noiserock-monster. Producer John Congleton heeft dan ook met meer indiebands van groot kaliber gewerkt: bijvoorbeeld Modest Mouse en Cymbals Eat Guitars. Gitarist Joe Boyer heeft de band verlaten en is niet vervangen, maar horen doe je dat niet. De gruizige textuur die inmiddels Cloud Nothings’ handelsmerk is geworden, is uiteraard weer aanwezig. Jammer, want zo hoor je niet hoe de band zichzelf uitdaagt in de studio om beter te worden in wat ze doen. Baldi vertelt in het interview bijvoorbeeld, waarin hij Pattern Walks tegenover Wasted Days zet, dat hij in elk nummer expres iets schrijft wat hij nog niet kan spelen.

Foto: Rudy Sablerolle

Album in tien dagen
Ondertussen maakt Baldi in deze periode een interessant uitstapje. Wanneer hij met een kater wakker wordt in het huis van zijn toenmalige vriendin in Parijs, heeft hij een sms’je van Nathan Williams van de Californische band Wavves: ‘Yo, wanna make a record together?’. Binnen tien dagen zijn ze klaar en is No Life For Me een feit. Het is een logisch uitstapje dat zeker de moeite waard is: Cloud Nothings’ eerste twee albums werden al veel vergeleken met het werk van het destijds eveneens zeer lo-fi opererende Wavves, maar beide bands zijn anno 2015 wel uit dat jasje gegroeid.

Ten opzichte van het grauwe Cloud Nothings steekt Wavves af als een kleurige LSD-trip (hoewel dat niet de drug is waar je Williams mee associeert; dat is wiet, heel veel wiet). Samen vullen ze elkaar vooral aan met harder werk, waar Williams ook nooit vies van is geweest. Twee muzikanten die beide de kunst van het liedjes maken onder de knie hebben, en die beide vanuit ongeveer dezelfde zolderkamer bekend werden met een lofi-sound: het is een enorm logische match. Onder het ‘Fans vinden dit ook leuk’-gedeelte op de Spotify van Cloud Nothings staat Wavves bij ons op de vierde plek. Geen enkele algoritmische benadering zal besluiten om het voor jou heel anders te doen.

Cloud Nothings’ volgende eigen wapenfeit Life Without Sound wordt eind januari 2017 uitgebracht. Het is op eerste gehoor het meest toegankelijke en, zoals dat dan vaak gaat, misschien wel het minst spannende album van Cloud Nothings, dat met de komst van gitarist Chris Brown inmiddels weer een viertal is. De softere sound heeft een andere reden. Baldi is veranderd, vertelt hij aan The Daily Indie: “Ik ben ouder geworden, heb alles meer op een rijtje en heb meer rust. Dat zou goed kunnen komen doordat ik een poosje thuis geweest ben. Ik was gewoon een beetje een gek: crazy. Egoïstischer ook. Ik geef nu meer om andere mensen”.

Voor het eerst is hij écht goed zitten om de teksten te schrijven, iets wat normaal gesproken hooguit twee uur van tevoren gebeurde. Sprak Baldi in het verleden niet graag over hoe zijn muziek door zijn persoonlijkheid gevormd werd (‘interview-modus’ noemt hij het, wanneer hij meestal verklaarde ‘gewoon liedjes’ te maken), op Life Without Sound wil hij opener zijn. Juist op het album waar hij zich voorneemt goed na te denken over de teksten, valt het denken zwaar. Baldi belandt opnieuw in een depressie via een verslechterende relatie en de eenzaamheid van een vreemde stad. Het mantra van Here And Nowhere Else werkt niet meer, wanneer je niets anders dan jezelf hebt. Hij schrijft de depressie niet van zich af, maar accepteert de duisternis, het daarbij ook loslatend. Ervoor kiezen je niet zo te voelen: ‘It’s supposed to be inspiring.’ Baldi verhuist terug naar zijn vertrouwde Cleveland, waar hij een huis deelt met drummer Gerycz vlakbij waar hij ooit opgroeide. “Als je hiervandaan komt, ga je er snel weg of je blijft hangen. Ik ben uiteindelijk alsnog blijven hangen”, concludeert hij er nuchter over.

De nabijheid van de bandleden gebruikt Cloud Nothings om, onafhankelijk van kostbare studiotijd, samen muziek te maken. En dat hoor je nergens beter dan op recent wapenfeit Last Building Burning. Het album grijpt terug op de verzengde energie van Attack On Memory en doet daar nog een schepje bovenop. Producer Randall Dunn weet als ex-geluidsman van Sunn O))) als geen ander hoe je een goede bak herrie neer moet zetten. Het album vangt goed hoe Cloud Nothings live is: keihard en catchy. En toch is het nooit bedoeld als stomp in je maag, zegt Baldi zelf op KEXP in een anekdote over de zanger van The Wipers: “Greg Sage ontwikkelde zijn teksten vanuit ideeën die hij kreeg door in een koffietentje te gaan zitten. Hij luisterde naar de mensen om hem heen en schreef hoe de toekomst eruit zou komen te zien op basis van wat ze zeiden. Allemaal vrij vreugdeloos. Die aanpak heb ik mij ook eigen gemaakt.”

Last Building Burning is het meest intense werk dat Cloud Nothings ooit uitgebracht heeft, een die het het niveau van ‘sleutelplaat’ Attack On Memory benadert. Dan rest de vraag hoe je die eventueel moet gaan overtreffen, of hoe je op dit constante niveau kunt blijven. Bij KEXP gaat Baldi ook op die vraag in: “Ik vraag me af op welk punt je de top bereikt. Ga je nog intenser? Like, wat kunnen we nu nog doen?” Om de vraag direct te beantwoorden: “Ik speel ook free jazz op de saxofoon in Cleveland. Dat gaat al helemaal alle kanten op als ik met Jayson (drummer, red.) even niet in rock mode ben en we vrij aan het jammen zijn. Ik vraag mij vaak af of we met Cloud Nothings uiteindelijk een free jazz-album zouden kunnen maken dat niemand wil hebben. Waarschijnlijk niet.”


WEBSITE PATRONAAT | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Nu het festivalseizoen via onder andere Best Kept Secret, Strange Sounds From Beyond en Metropolis in de hoogste versnelling is getrokken, raas je voor je het weet alweer naar de Groene Heuvels in Beuningen voor de zesde editie van Down The Rabbit Hole. Het festivalkindje van MOJO is vorig jaar met een stijging van het bezoekersaantal tot 35.000 definitief volwassen geworden. Het meest feestelijke coming of age-verhaal werd dit weekend weer vrolijk doorgezet en natuurlijk was The Daily Indie aanwezig.

Tekst Bram van Duinen
Foto’s Mirel Masic

Waar het festival vorig jaar een grote omslag heeft gemaakt door onder andere de Hotot-tent (Main Stage) te vervangen voor een open podium met uitzicht over het meer en natuurlijk het flink grotere bezoekersaantal, zijn de veranderingen dit jaar wat subtieler. De focus lijkt er deze keer vooral op te liggen om wat groeipijnen weg te nemen, met goed resultaat. Zo sta je eigenlijk nooit meer echt lang in de rij voor je biertje of de wc. Klein minpuntje is dat het terrein er dit jaar wel erg droog bij ligt, waardoor het dit jaar toepasselijker getiteld zou zijn als zandverstuiving de Bruine Heuvels. Vooral als je even lekker achterover zit bij de Hotot is het weleens minder als er ineens een windvlaag met zand in je gezicht blaast.

 

Het valt verder op dat het festival dit jaar nadrukkelijker bezig is met een duurzaam imago. Al het verpakkingsmateriaal van het eten is bio-based en de drinkbekers zijn gemaakt van mais en daardoor volledig composteerbaar. Dit is al langer het geval, maar het wordt dit jaar meer dan ooit benadrukt met filmpjes waarin het verwerkingsproces van al dit afval wordt getoond. Het is goed om te zien dat het steeds groter wordende festival hiermee zijn groter wordende verantwoordelijkheid op dat gebied ook neemt.

Kijkend naar de poster van dit jaar valt direct op hoe gevarieerd de line-up is. Het lijkt wel alsof het festival de belangrijkste niches van het moment wil samenbrengen door het beste te pakken van vooruitstrevende elektronica zoals je die op Dekmantel zou zien, scherpzinnige hiphop van Woo Hah! en onnavolgbare jazz van Super-Sonic Jazz. Natuurlijk worden de gitaren niet vergeten en valt er op indiegebied ook genoeg te beleven op Down The Rabbit Hole. Hoog tijd om het konijn bij de hand te grijpen en kijken waar het ons heenbrengt.

 

Zo belanden we op de vrijdag bij Jordan Rakei. Dit multitalent uit Nieuw-Zeeland weet popmuziek op virtuoze wijze te combineren met complexe jazz en neosoul, op zo’n manier dat het goed in het oor ligt voor de beginnende luisteraar, maar de jazznerd zich er ook helemaal in kan verliezen. De gladde akkoordjes en zijdezachte zanglijnen blijven spannend door prikkelende fills. Rakei is op het podium op zijn oranje pet na geen opvallende verschijning en doet ook niet echt aan publieksinteractie, maar laat liever de muziek voor zich spreken.

Diezelfde complexiteit vind je bij het Londense Ezra Collective. Deze band is een van de sleutelfiguren in de supervernieuwende UK-Jazz scene waar ook acts als Yussef Kamaal en Portico Quartet deel van uitmaken. Ezra Collective mixt jazz met hiphop en afrobeat tot een bombastische bal met energie en spuwt solo naar solo af op het publiek. Dansen in de maat voelt hier bijna als een ondoenbare uitdaging door de complexe ritmes en vele tempowisselingen. De jazzformatie begrijpt dat het publiek af en toe wel wat herkenning kan gebruiken en speelt daarom een mini-cover van de wereldhit van Billie Eilish’ Bad Guy, een baslijn die hier als een soort moderne Seven Nation Army wordt meegebruld vanuit het publiek. Met slotnummer São Paulo neemt de band je mee naar Brazilië, waar ze zijn beste feest ooit ervoeren, vanmiddag voelt het alsof dat feest plaatsvindt in de Fuzzy Lop.

 

De wereldreis zet zich voort aan de andere kant van de Atlantische Oceaan bij de Frans-Congolese band Tshegue, het samenwerkingsproject van de Parijse drummer Nicolas Dacunha en de supercoole frontvrouw Faty Sy Savanet uit Congo. Deze vrij nieuwe band speelt afropunk met stampende percussie waarbij Savanet het publiek als een soort voodoo-priester bezweert waardoor iedereen zelfs op alleen een kickdrum zou kunnen losgaan. Deze band is een blok energie die als een wervelwind door de Fuzzy Lop raast. Er valt wel een kloof op tussen de kernleden van Tshegue en de rest van de band als Savanet een nummer halverwege stopt omdat ze vindt dat de uitvoering niet goed genoeg is. Toch vergeet iedereen dit moment als Muanapoto wordt gestart. Daarmee heeft de band nu al een festivalanthem te pakken waar sommige acts een leven lang naar op zoek zijn.

 

Down The Rabbit Hole is een festival dat van begin af aan bekend staat om een uitgebreid randprogramma waar alles kan en mag, een speeltuin waar volwassenen weer in kinderen kunnen veranderen. Even uitrustend aan het strand zien we iemand in het meer graven en zoveel mogelijk modder in emmers verzamelen. Op een festival als deze moet je je natuurlijk nergens over verbazen, maar je vraagt je toch af wat daar de bedoeling van is. Het antwoord vind je in de vergane boot The Steamer Club, van binnen uitgedost als post-apocalyptische punkbar. Hier vindt overdag The Swamp Is Lava plaats, misschien wel het meest vervreemdende feestje van het festival waar dragqueens je commanderen om niet op de vloer te staan. Op het moment dat je dat wel doet, wordt je door krokodillen ondergesmeerd met de vers verzamelde modder terwijl Joost van Bellen verkleed als Elvis al net zulke smerige nummers draait. Is deze gekte niet aan je besteed? Dan kun je voor wat meer rust ook gewoon terecht op het Future Fuzzy Field om je eigen hoed te knutselen en daar het hele weekend mee te flaneren.

 

 

Uiteindelijk gaat het natuurlijk wel gewoon om de muziek op dit festival. Waar de headliners dit jaar toch een klein beetje tegenvallen ten opzichte van vorig jaar – vooral Editors en Janelle Monaé zijn toch net wat minder spannend dan Nick Cave en Queens of the Stone Age – valt er een stapje lager op het affiche meer dan genoeg te ontdekken. Sampa The Great is afkomstig uit Zambia en woonachtig in Melbourne, maar klinkt met haar conscious hiphop alsof ze uit Chicago komt en meelift met de golf van Noname, Saba en Chance The Rapper. Met haar kenmerkende raspende, lage stem uit ze kritiek op het westerse schoonheidsideaal op Black Girl Magik, het nummer dat ze voor haar zusje schreef om haar bewust te maken van haar schoonheid. Vandaag laat Sampa iedereen zich mooi voelen en laat haar vrolijkheid en zelfverzekerdheid overslaan op het publiek als iedereen ‘I am beautiful’ scandeert.

 

De show van de grimekoning Skepta op zaterdag voelt wat plichtmatig aan. Z’n hits als opener That’s Not Me en afsluiter Shutdown staan garant voor een lading energie en moshpits. De visuals zijn heel sick en de Londenaar brengt z’n verses uitzonderlijk scherp en goed verstaanbaar. Iets wat in dit genre live vaker niet dan wel het geval is. Toch is de magie in het middenstuk van de show een beetje uitgewerkt. Skepta vraagt constant om z’n energy crew, maar lijkt er zelf niet écht voor te willen gaan.

 

Gelukkig is de nieuwe grime-generatie ook op het festival aanwezig in de vorm van slowthai. Slowthai brengt de twee Britse muzikale exportproducten, grime en punk, samen tot een geluid wat je zo als soundtrack onder de Trainspotting-films kan zetten. Dit komt het best tot zijn uiting in het nummer Doorman dat hij samen met Mura Masa maakte: een ongelooflijke wervelwind van een plaat die zelfs de grootste pacifist een flinke vechtlust kan geven. slowthai compenseert de futloosheid van Skepta ruimschoots, krijgt alles waar hij om vraagt en beantwoordt steevast met zijn kenmerkende maniakale grijns. Enorme draaikolken en moshpits zetten de Fuzzy Lop ondersteboven en slowthai’s dj en mc verliest hierbij zijn schoen. Een grappig moment ontstaat als deze aan het eind van de show eindelijk teruggevonden wordt en de dj hem terug krijgt in een sprookjesachtig assepoester-moment te midden van alle chaos.

 

Vanzelfsprekend is Parquet Courts een must-see in de Teddy Widder op zaterdag. De New Yorkse punkband maakte met Wide Awake! het beste album van 2018 door hun maatschappijkritiek scherper dan ooit te verwoorden. Juist bij een liveshow als deze wordt duidelijk wat een muzikale ommezwaai de band heeft gemaakt door van straffe punk naar een meer kleurrijk en funky geluid te gaan. Beide gezichten van de band werken supergoed in de festivaltent waar de melodische baslijnen lekker doordreunen. Opvallend genoeg worden deze vandaag niet gespeeld door de vaste bassist Sean Yeaton; “He’s in jail, he did something bad”, luidt de uitleg van zanger Austin Brown. Of dat ook echt zo is of niet, laten we maar in het midden. Het is in ieder geval duidelijk dat ze een goede vervanger hebben gevonden, want de band klinkt zo strak als je van een ervaren formatie als deze mag verwachten. Ze staan al voor de derde keer op Down The Rabbit Hole, laten we hopen dat er nog vele malen volgen.

 

Dezelfde podiumervaring zie je terug bij Balthazar. Maarten Devoldere en Jinte Deprez zijn weliswaar een paar jaar uit elkaar geweest voor hun succesvolle soloprojecten Warhaus en J. Bernardt, inmiddels voelen de twee frontmannen van de Vlaamse indieband elkaar weer feilloos aan. Het nieuwe album Fever is dansbaarder dan ooit. Een regendans, zo blijkt als de eerste en enige buien van dit festivalweekend zich over het veld storten. Deze regen maakt de show eigenlijk alleen maar beter, want stiekem is niets lekkerder dan met tienduizenden poncho’s te springen op de heerlijk langgerekte titeltrack Fever en het afsluitende Entertainment. Balthazar is meer stadionrock dan ooit tevoren, meeschreeuwbare gitaarriffs incluis, maar blijft toch credible en héél erg goed.

 

Een grote tegenvaller voor de festivalorganisatie is het afzeggen van Beirut in verband met stemproblemen van de zanger. Het is bijna niet te doen om nog een goede vervanger te vinden op korte termijn, zeker als het een grote als Beirut is. Wat een geluk heeft de organisatie dan dat precies tijdens Beiruts tijdslot de WK-finale van het vrouwenvoetbal gepland staat. Het is een aparte festivalervaring, maar stiekem is het heel erg leuk om zittend op het Hotot-veld met zoveel mensen de wedstrijd te kijken. Het past ook goed bij Down The Rabbit Hole, waar de bezoeker op alle fronten vermaakt wil worden en niet alleen op muzikaal vlak. Als Merol in de rust het podium op komt is de Nederlandse superbowl compleet met haar spontaan georganiseerde halftime show met – hoe kan het ook anders – Lekker Met De Meiden en Hou Je Bek En Bef Me. Laten we het er dan verder maar niet hebben over wat er na de rust is gebeurd.

 

Tijd om uit te huilen is er niet, want Rosalía staat al klaar op de planken van de Teddy Widder. De beeldschone Catalaanse neemt de wereld over met haar unieke crossover tussen klassieke flamenco en moderne R&B en is daarmee in een jaar uitgegroeid tot een van de populairste Spaanstalige zangeressen. Die grootsheid valt zeker terug te zien in haar optreden, want wát een overdonderende show zet zij neer. Compleet met een kudde achtergronddanseressen beweegt Rosalía over het podium zoals alleen de grootste popdiva’s als Beyoncé dat kunnen. De muziek is vooruitstrevend, alle danspasjes zijn raak en niemand kan stil blijven staan tijdens deze rollercoaster. Ze schakelt moeiteloos tussen volkse flamenco, hypercommerciële reggaeton uit samenwerkingsprojecten met J. Balvin en natuurlijk de James Blake-samenwerking Barefoot In The Park, nu al een van de mooiste nummers van 2019. Voor sommigen zal de show een beetje too much zijn, maar dat het supergoed in elkaar zit kan niemand ontkennen.

 

Down The Rabbit Hole is dit jaar dus een festival van jazz, hiphop, indie en pop, maar het gevoelsmatige zwaartepunt ligt in de elektronische hoek. De nachten in de Fuzzy Lop zijn lang en er wordt gedraaid op het scherpst van de snede. Afra, Tom Trago en Orpheu The Wizard geven de tent bijna hetzelfde clubgevoel als de X-Ray op Lowlands. Ook in het live-programma speelt elektronica een belangrijke rol. Bruxas, het nieuwste samenwerkingsproject tussen Jacco Gardner, Nic Mauskoviç en Tienson Smeets, boeit met lekkere trage afrodisco verrijkt met bongo’s op het Future Fuzzy Field. Op datzelfde veld vind je een dag eerder het Nederlandse duo Amy Root dat voor Alike nog even Koen van de Wardt van Klangstof het podium op trekt.

 

Headliner Underworld brengt de Hotot naar extase met hun jaren negentig-techno, maar de koning van de elektronica en het hele festival is toch wel Thom Yorke. De frontman van Radiohead heeft net zijn nieuwste soloproject Anima uitgebracht, dat gepaard gaat met een hele trippy korte film op Netflix. Op Anima trekt Yorke het concept van Kid A nog een flinke stap verder naar de dansvloer met zijn falsettozang over duistere technobeats die niet misstaan in de Berlijnse clubs. Van oorverdovend hard knallen tot de fluisterstille pianoballad Dawn Chorus: Yorke doet het allemaal terwijl hij danst als een bezetene.  Op de achtergrond imponeren de spectaculaire visuals van de Nederlandse Tarik Barri, die deze ook op het podium creëert en dus een volwaardig onderdeel van de show is.

Al met al is Down The Rabbit Hole ook dit jaar weer een festival met vele gezichten. Je duikelt van het ene genre in het ander in een weekend vol ontdekkingen, verrassingen en veel verborgen feestjes. Het festival is ook dit jaar weer wat volwassener geworden maar is z’n speelsheid niet verloren tijdens het opgroeien. We kijken nu al uit naar volgend jaar.

Schlagenheim is een al net zo mysterieus nietszeggende titel als de nevelen waarin Black Midi zich hulde in zijn opmars. Op basis van een zeer geringe hoeveelheid materiaal, tot aan het debuutalbum slechts mondjesmaat aangevuld, ontstond er een hype. Een hype die haast doet denken aan hoe vijftien jaar geleden Arctic Monkeys tot de nieuwe Beatles werd gebombardeerd.

De manier waarop nieuwe bands tegenwoordig groot kunnen worden mag dan fundamenteel veranderd zijn, old habits die hard in de Britse muziekmedia. De stijl waarin Black Midi speelt is lastig in enkele woorden te vatten, laat staan in een genre. Hoewel de gitaar natuurlijk snel ‘rockmuziek’ zegt, kun je daar nog alle kanten mee op. We vroegen het de ritmesectie die op interview-tour was. Meteen een goed moment om te vragen of het aan ons ligt dat er meer dan één songtitel naar iets uit het universum van gamereeks The Witcher vernoemd lijkt te zijn.

Geralt of Rivia
Op het album staat namelijk een track met de titel Of Schlagenheim, die eerder als Of Rivia door het leven ging, en een van de eerste singles heet Crow’s Perch. Geralt of Rivia is de naam van het hoofdpersonage in wiens huid je kruipt bij het spelen van The Witcher III: The Wild Hunt. Crow’s Perch is de verblijfplaats van drie ‘crows’, een soort heksen, waar een paar sleutelmomenten van het verhaal zich afspelen. “We hebben het allemaal gespeeld, het is echt een geweldig spel.” Bassist Cameron Picton heeft de laatste uitbreiding bijna uitgespeeld, maar heeft het nu al zo lang laten liggen dat het lastig is om het weer op te pakken: “Ik kwam tot dat stuk dat je de vampier tegenkomt, maar daarna ben ik niet meer verder gegaan.”

Drummer Morgan Simpson moet bekennen dat hij het hooguit tien minuten heeft gespeeld. De thematiek van een de beste spellen van deze generatie kunnen we helaas niet gebruiken als een bruggetje om iets te zeggen over het geluid van Black Midi. Net als bij muziek hopt de consument bij games zo van het ene genre naar de andere. Dat blijkt als we vragen welke andere game ze zouden kiezen als laatste game om ooit te spelen: FIFA. Want, aldus Cameron: “You can get exhausted in stories, but football is forever.” Morgan moet lachen om deze onverwacht diepe uitspraak, en sluit zich erbij aan: ‘Je blijft terugkomen, je kunt het zo oppakken. Het is ook makkelijk om even snel te spelen met vrienden.”

Sparta-shirt
Nu we het toch over voetbal hebben: we waren erbij toen ze op Motel Mozaique de Arminiuskerk overtuigden. Een van de vele details in een toch al chaotisch geheel was het Sparta-shirt van Cameron. “Mijn opa komt uit Rotterdam en is fan. We spraken Harry (Hamelink, festivaldirecteur Motel Mozaique, red.) een keer in Amsterdam en toen hadden we het daarover. Op de dag van de show kreeg ik het shirt als verrassing, dat was erg gaaf. Er zat ook een sticker van het festival op, heel leuk.”

Tijdens de overdonderende show leek er zo nu en dan wel wat mis te gaan. De versterker van gitarist Matt Kwasniewski-Kelvin begaf het af en toe, en er was constant iemand bezig om de drumkit van Simpson terug te zetten. “Technische problemen voegen alleen maar iets toe. De meeste mensen horen de muziek toch voor het eerst en wij hebben het al zo vaak gespeeld dat we er wel een weg in vinden. Fouten bestaan eigenlijk niet bij ons.” Dat is makkelijk voor te stellen bij muziek die klinkt alsof een paar jazzmuzikanten gaan jammen met het instrumentarium van The Dillinger Escape Plan in hun handen. Maar dat is niet hoe de jongens van Black Midi zijn begonnen. Een aantal van hen heeft het vak geleerd in de kerk. Motel Mozaique was dan ook een soort thuiswedstrijd: “Erg mooie setting. We hadden wel al in een voormalig mausoleum gespeeld, maar nog niet in een kerk. Je leert goed met mensen samen te spelen en te improviseren als je in een kerk begint met muziek.”

The best thing ever
Dat talent voor improvisatie spat er vanaf als je deze band live ziet, maar hoe pakt dat uit als je een album op wilt nemen? Cameron: “Dat vergt wel een ander gevoel dan wanneer je aan het jammen bent, een andere energie. Gewoon knallen werkt minder goed. Een studioalbum en een liveshow horen van elkaar te verschillen. Het zijn gescheiden werelden die op zichzelf genoeg bestaansrecht hebben maar elkaar ook aanvullen.” Morgan knikt enthousiast in overeenstemming. Die wisselwerking tussen het album en de liveshow zal de komende optredens van de band beïnvloeden verwacht hij: “Het wordt interessant om te beleven wat mensen live van ons vinden nu ze het materiaal al kennen. Ik heb er zin in, ze zullen eerder komen omwille van de muziek en niet alleen omdat alle andere mensen zeggen dat we goed spelen.”

Wat vinden ze inderdaad van die hype om hen heen? Is de storm al wat gaan liggen, legt het ze hoge verwachtingen op? “Zo gaat dat nu eenmaal in ons land. Je bent the best thing ever tot de volgende band dat is. We zien wel hoe het loopt, we hebben toch geen invloed op hoe mensen op ons reageren.” Morgan: “Het is leuk dat ze geïnteresseerd zijn, maar wij hebben het maken van platen als doel.” Cameron voegt toe: “We zijn er trots op dat we nu een album uitbrengen en het zou een goede zaak zijn als die beoordeeld wordt op de muziek.” Hóe de plaat dan uiteindelijk ontvangen wordt, is minder belangrijk: “Wij willen ons gewoon blijven ontwikkelen als muzikanten. Aan de andere kant helpt het wel als mensen belangstelling blijven hebben. Tot op zekere hoogte moet je commercieel levensvatbaar zijn om door te kunnen gaan.”

Dansbare experimentele rock
Als Black Midi zich verder wilt ontwikkelen, roept dat de vraag op waar ze nog naartoe kunnen. Muzikaal-technisch gezien zitten ze immers al op een enorm hoog niveau. Gaan ze dan compleet andere muziek maken? Morgan: ‘Het is een positief streven. We willen ons blijven evolueren. Daarbij weten we niet hoe we zullen gaan klinken en dat is spannend, er is geen eindpunt om naartoe te werken. Alles blijft hopelijk net zo organisch samenkomen zoals we gewend zijn te doen. Maar kunnen best wisselen wie welke instrumenten speelt, of die instrumenten zelf veranderen’. Onder welk genre valt Black Midi op dit moment? Morgan: “Sowieso onder de rock umbrella’. Cameron had het over dansbare experimentele rock.” Cameron: “Ja. Dansbaar, alle mogelijkheden verkennen.”

Black Midi live zien? De band speelt tijdens Valkhof Festival, de Vierdaagsefeesten, Lowlands Festival en in september in Melkweg.


Hot Chip
Maandag 2 december

Op 21 juni verschijnt het zevende album van Hot Chip, getiteld A Bath Full Of Ecstasy. De band die we in 2012 al eens eerder interviewden, bestaat al bijna twintig jaar en heeft nog steeds een zeer actieve fanbase, gezien alle uitverkochte zalen tijdens de laatste tour. Aan de vooravond van de laatste show van die tour, spraken we Al Doyle, Felix Martin en Owen Clarke in Tolhuistuin in Amsterdam. 

Het donkerste keldertje van de verder zonnige Tolhuistuin is de setting voor ons gesprek met de band. De kleedkamer van de drie bandleden die we zometeen gaan spreken, is er een zonder daglicht of poespas. Een koelkast met wat water en fris, een tafel met vier stoelen en twee kleine leren banken. Dat is waar het drietal het mee moet doen. Alexis Taylor en Joe Goddard – de twee zangers en producers van Hot Chip – zitten in de ruimte naast ons en krijgen we helaas niet te zien. Het schema van Hot Chip is enorm druk vertelt de tourmanager ons. Toch komen Doyle, Martin en Clarke ogenschijnlijk rustig binnen gelopen, een kwartiertje voor het afgesproken tijdstip. 

Slopend schema
Ze zien er fris uit, de mannen. Owen Clarke geniet van zijn koffie in thermoskan, strak in het pak, serieus als altijd. Felix Martin en Al Doyle kletsen rustig nog wat, totdat ze zich ineens weer lijken te herinneren dat ze geïnterviewd worden. Voor een band met een slopend schema zijn ze alle drie opvallend ontspannen. Doyle lijkt de leiding te nemen in het gesprek, wat gezien zijn muzikale CV wellicht niet zo gek is. “Het is erg druk vandaag, veel interviews. Na vandaag hebben we een weekje vrij, daarna gaan we door naar Amerika. Het is zo’n vier jaar geleden dat we getoerd hebben. We zijn net pas weer gewend aan het ritme daarvan en aan elkaar.” 

Dat ze het druk hebben, ligt niet alleen aan hun werk voor Hot Chip. Martin: “Doyle speelt natuurlijk ook in LCD Soundsystem, waar hij de afgelopen jaren ontzettend druk mee is geweest. Het was even wachten op hem en de twee frontmannen voordat we weer aan de slag konden samen. Joe produceert veel muziek voor andere artiesten en is vaak achter de draaitafels te vinden als DJ en Alexis draait ook altijd wel ergens.” Clarke voegt daar lachend aan toe: “Felix en ik zitten eigenlijk maar een beetje te wachten op de rest, tussen de albums door.” Hij gaat op serieuze toon verder: “We bellen ze af en toe om te vragen of we weer eens bij elkaar kunnen komen. Ik denk dat je ook afwachtende mensen moet hebben in een band. Voor de balans.” 

Jonge carrière
Hot Chip bestaat volgend jaar twintig jaar. Doyle, Martin en Clarke spelen nu ruim zestien jaar in deze opstelling. Daar worden ze liever niet aan herinnerd, want dan voelen ze zich wel erg oud. Martin: “Als onze band een kind zou zijn geweest, was hij nu een tiener. Eigenlijk is onze carrière dus nog heel jong. Adolescent, als je het zo bekijkt. We zouden nog niet eens mogen stemmen, als we een persoon zouden zijn. Zo oud zijn we dus helemaal nog niet.”

“Nu lijken we net oude mannen die alleen maar over vroeger willen praten” 

Terugdenken aan de tijd voor Hot Chip maakt de mannen een beetje nostalgisch. Ze hadden allemaal baantjes waar ze niet ontzettend gelukkig van werden. Doyle werkte in een callcenter, Clarke was assistent en Martin werkte voor Warp Records, waar hij pakketjes moest versturen. “De jaren negentig waren qua werk minder voor ons, maar qua muziek natuurlijk geweldig. Zo maakten we veel mixtapes met cassettebandjes. Misschien moeten we nu switchen van onderwerp, want nu lijken we net oude mannen die alleen maar over vroeger willen praten”, zegt Doyle hardop lachend. 

Vooruitkijken dan: het nieuwe album verschijnt in juni. De zevende plaat heet A Bath Full Of Ecstasy en heeft een psychedelische waterverfprint als artwork. Is het nog spannend, na zestien jaar en zes albums? Doyle vindt van wel. “Natuurlijk is het interessant om te zien hoe dit album weer ontvangen gaat worden. Dat bepaalt eigenlijk alles voor je, als artiest. Word je geboekt op festivals? Ben je nog populair? We kunnen het niet zomaar voor lief nemen. Gelukkig is Hungry Child, de eerste single, al best goed opgepakt. We krijgen veel reacties van jonge mensen, dat zien we ook terug op social media en Spotify.” Martin voegt toe: “Hungry Child is ook best een dansplaat. Een van de producers van dit album, Philippe Zdar, is fan van psychedelische dance-nummers en dat hoor je terug.” 

Het is de eerste keer dat Hot Chip met andere producers werkt dan alleen zijn eigen Joe Goddard. Naast Philippe Zdar (Phoenix, Cassius, red.), werd ook Rodaidh McDonald (The xx, David Byrne, red.) aan boord gehaald. Het opnameproces nam precies anderhalf jaar in beslag en vond niet alleen in de studio van Goddard in Londen plaats, maar ook een tijdje in Parijs. Doyle vertelt daarover: “Met Philippe Zdar reisden we tegen het einde van het opnameproces naar Parijs. We konden bij hem verblijven en werden iedere ochtend wakker in de buurt van Montmartre. Dat was een periode van wijn en gebakjes.” Clarke vertelt: “Niet in de ochtend hoor, wijn dronken we pas in de middag.” Doyle gaat verder: “Philippe maakte iedere avond whiskey sours voor ons. We hadden hele productieve dagen daar. We konden het zo goed met hem vinden, dat we hem gevraagd hebben het hele album te mixen. Ook al klinken we nog steeds als Hot Chip: A Bath Full Of Ecstasy heeft hierdoor wel een ander geluid gekregen.” 

*Deze week overleed Philippe Zdar na een val van een gebouw, de band deelde daarover het volgende bericht.

Vieze WC-hokjes
De planning van de band staat nu al tot en met volgend jaar vast. Nadat het album deze zomer verschijnt, gaan de mannen weer op tour en spelen ze een flink aantal grote festivals. In het najaar volgt nog een tour ter ere van het nieuwe album, waarbij ze ook weer terugkomen naar Amsterdam. Het is druk, geven ze toe, maar ze kijken er wel naar uit. “Festivals veranderen gelukkig tegenwoordig: ze worden beter georganiseerd”, zegt Clarke. “Voor bezoekers is het prettiger dan tien jaar geleden, zeker op het gebied van eten en voorzieningen.” Doyle: “En voor ons! Gelukkig zijn dingen als draagbare, vieze WC-hokjes ook verleden tijd op de meeste festivals-backstages. Alles wordt beter met de tijd.”

Later dit jaar speelt Hot Chip in Melkweg Amsterdam en wel op 2 december.


WEBSITE MELKWEG | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Aan een tafeltje in de zon, bij een hotel in Amsterdam, zit een blonde vrouw met een bril. Ze doet iets op haar telefoon met een bepaalde traagheid (of is het rust?) die je niet vaak ziet. Het is volgens mij geen onkunde: Kate Tempest heeft namelijk een uitstraling van integriteit en precisie. Dat merk ik pas echt wanneer we aan elkaar worden voorgesteld. Als ze vraagt hoe het met mij gaat, is het geen slap babbeltje. Haar interesse is oprecht en ontwapenend.

Ineens zit ik tegenover haar, aan dat tafeltje in de zon. Tegenover een gigant, verpakt in een klein lijf en blonde krullen, met blauwe ogen achter een bruin, hoornen brilmontuur. Precies een week voordat ik haar spreek, zie ik haar voor het eerst live, in Bitterzoet. Voorafgaand aan het optreden geeft Tempest aan dat de reeks intieme concerten die gepland staat een try-out is van haar nieuwe album The Book of Traps and Lessons. Ze zegt tijdens het concert dat ze liever in kleine settings speelt dan in een grote zaal. Dan kan ze ons zien en voelen, zegt ze. Achteraf blijkt dat het ook een beetje een test is geweest om de reactie van het publiek op haar nieuwe werk te kunnen zien.

Nieuw werk voor het eerst spelen
I’m still trying to work out how the fuck to play this album live”, zegt Tempest erover als we het optreden in Bitterzoet als eerste onderwerp aansnijden. Een headlineshow is anders, vindt ze. Mensen komen dan al om haar te zien. Maar er staat een aantal festivals op het programma, en dan is de situatie toch anders. “Het is een intens iets om te doen”, vervolgt ze. “Mijn vraag is of we de set moeten onderbreken met oude nummers of alleen maar nieuw werk moeten doen.” Het grote probleem volgens Tempest is dat mensen haar nieuwe album nog niet hebben gehoord. Bovendien is de vorm anders dan we van haar met Let Them Eat Chaos gewend zijn. Toen stond ze op het podium met haar band met drums, synthesizers en laptops die vaak een dansbare beat voortbrachten. Het nieuwe album is meer low-key en intiemer. “Ik probeer uit te zoeken hoe ik deze ontwikkelingen zodanig over kan brengen dat het publiek zich veilig voelt wanneer ze zulk nieuw en ander werk horen. Veel daarvan hangt af van mijzelf: je creëert die veilige omgeving met je uitstraling. Als ik daar sta alsof ik het allemaal niet weet, dan voelt het publiek dat en is de sfeer verpest. Maar dat is verder helemaal niet boeiend voor mensen.” Haar serieuze gezicht breekt uit in een grote grijns. Dan draait ze het gesprek om. Ze vraagt mij wat te doen, terwijl ze mij vriendelijk aankijkt.

Over haar uitstraling overbrengen gesproken: de integriteit waarmee Tempest haar woorden kiest en haar interesse in de mens stralen van haar af. Ze geeft mij het gevoel oprecht geïnteresseerd te zijn in mijn mening. Het duurt even voordat ik een antwoord kan formuleren. Er is een bepaalde balans ontstaan die zorgt voor een totaal andere sfeer dan ik gewend ben. Ineens hebben we een gesprek in plaats van een interview. Ze wacht geduldig terwijl ik mijn vragen stel of op zoek ben naar wat ik wil zeggen. Op geen enkel moment wekt ze de indruk zich te vervelen. Ze frummelt niet met het lepeltje bij haar theeglas of aan haar kleren. Ze wacht af en lijkt de vraag te herhalen in haar hoofd zodat ze een weloverwogen en bedachtzaam antwoord kan geven.

“Men heeft mij geadviseerd om mijzelf te adverteren”, gaat Tempest uiteindelijk verder. “Dat is natuurlijk in principe wat je doet op een festival. Maar zo ben ik niet! Dat is niet wat ik doe. Wat ik kan doen, is de integriteit eer aanhouden en blijven bij het creatieve proces waar ik nu in zit. The Book of Traps and Lessons is dat creatieve proces. En hopelijk voelen de mensen die blijven en de hele set uitzitten een ander soort beloning.” Ze staart even in de verte, knikt lichtjes en glimlacht wanneer ze me weer aankijkt. “Food for thought.” Ze biedt mij de helft van haar koekje aan.

Rick Rubin en Malibu
Uit haar vragen over hoe het album straks live wordt vertolkt, rijst natuurlijk de vraag: hoe komt het dat The Book Of Traps And Lessons zo anders is dan Let Them Eat Chaos? “So, what happened was”, begint Tempest, en ze leunt wat achterover alsof ze gaat zitten voor een goed verhaal. Ze begint weer te lachen. Het is opmerkelijk hoe vrolijk ze overkomt, gezien het feit dat haar teksten vaak zwaar zijn. “Vijf jaar geleden belde Rick Rubin me op, nadat hij mij op tv had gezien. Ik deed een korte extract van een theaterstuk, Brand New Ancients, waar ik mee bezig was in New York. En hij zei letterlijk: “Wij moeten samen een album maken”.” Toentertijd kon Tempest het maken van een album zich nog niet voorstellen. Ze was een dichter die toerde met een theaterstuk en had het simpelweg ook nog eens te druk. “Ik was op een missie. Er was geen ruimte voor een album, maar we hielden contact.” Dat was in 2015. Over een tijdspanne van bijna vier jaar lukt het Tempest en Dan Carey, haar schrijfpartner, toch om met Rubin te gaan zitten en te schrijven. “In zijn studio. In Malibu, of all places”, zegt ze, met een gezichtsuitdrukking alsof ze het nog steeds niet gelooft. “We zaten in Bob Dylan’s tourbus!”

Rubin wilde een album maken waarop Tempest niet rapt. Hij had haar alleen gezien als spoken word poet en was zo op het idee gekomen een album te maken waarop het gedicht het tempo dicteert en niet de muziek. Waar spoken word dus eigenlijk om draait. Rubin wist alleen niet dat Tempest ook rapper is. “Ik heb vijftien, twintig jaar getraind om het rappen te perfectioneren. En hij zei heel simpel: stop met rappen.” In eerste instantie leek dit onmogelijk. Hoe moest ze, na zoveel jaar, de beat negeren? Het werd nog moeilijker toen bleek dat Rubin eigenlijk niet kon uitleggen waar hij precies naar op zoek was. Hij kon alleen maar aangeven wanneer het niet goed was. Zodoende zijn er honderden demo’s gemaakt. Die heeft hij beluisterd, wat uiteindelijk tot Let Them Eat Chaos heeft geleid.

Geijkt op vergevingsgezindheid
In 2018 kwam dan toch eindelijk de doorbraak. Keep Moving Don’t Move is een van die nummers geweest. “Dat is het lange verhaal. Het andere verhaal is dat ik met Chaos in een donkere situatie zat. Met The Book of Traps and Lessons zit ik in een totaal andere sfeer. En dat hoor je terug: de toon van het album is veel lichter en meer geijkt op vergevingsgezindheid.” Het uiteindelijke album is in één take opgenomen. “Stond ik daar in die recording booth”, grapt Tempest, “Ik keek om mij heen en dacht: ‘Oké. Daar sta je dan. 45 minuten lang opnemen. Good luck!’” Het is Tempest gelukt om het album, ondanks de enorme invloed van Rubin, toch heel persoonlijk te houden. “Wanneer iemand oprecht luistert, en Rick kan op die manier luisteren, dan voel je je heel veilig. Dan is het veel makkelijker om persoonlijk en kwetsbaar te zijn en te blijven.” Ze imiteert met een intens gezicht hoe het eruitziet wanneer Rubin wel en niet geïnteresseerd is. “Rick wilde dat ik een verhaal vertelde, maar dan wel op een persoonlijke manier. Het gaat niet om mijn ervaring met het album, of zelfs om jouw ervaring. Het gaat om het geheel.” Dat hoor je terug in de tekst. Sommige nummers voelen zo persoonlijk, dat ze haast wel een persoonlijke insteek moeten hebben. Maar tegelijkertijd kan het iedereens verhaal zijn. “Met elk verhaal dat ik vertel, probeer ik iets te vertellen zonder dat ik het zeg. Op een gegeven moment vertelt het verhaal jou wat je moet vertellen.”

Maar wat gebeurt er wanneer de tekst niet meer de beat dient? Het ritmische valt weg, want het geluid valt voor een groot deel weg. En dan? “Je creëert dan een bepaalde ruimte die de tekst op emotioneel vlak kan opvullen”, mediteert Tempest. “Je dient de tekst veel meer en ineens heeft emotie zoveel ruimte… Die emotie hoef je niet te vertellen of in te kleuren. Dat vult zichzelf. Dat wordt een eigen beat: de beat van de tekst.”

Een gigantische workload en een drankprobleem
Tempest praat zoals je haar ziet: met rust en weloverwogen. Die rust is opmerkelijk, gezien haar vorige album, en zo toepasselijk bij haar nieuwe album. Gekte en eenzaamheid zijn dingen die Tempest intussen kent. Ze had naast een gigantische workload een drankprobleem. Ook heeft ze een ongezonde relatie achter de rug. Creativiteit hield haar op de been, maar ze heeft ook haar lessen moeten leren. Het hielp dat ze ‘de meest geweldige persoon ooit’ tegenkwam. De geleerde lessen en het tegenkomen van haar nieuwe liefde zijn, vertalen en maken samen The Book Of Traps And Lessons.

De komende tijd is er weinig rust voor Tempest en is ze de komende achttien maanden op tour: Amerika, Australië, Europa en misschien Azië. Ze hoopt op Zuid-Amerika. Deze zomer verschijnt haar derde theaterstuk op de planken in haar thuisland. Daarnaast is ze ook al begonnen met haar volgende album. “Ik begin graag met nieuw werk voordat het andere nieuwe werk uitkomt. Zo blijf ik bezig. En dan maakt het niet zoveel uit of een album het goed doet of niet: mijn energie zit al in het volgende project. Ik blijf creatief bezig en dat is belangrijk. Creativiteit is misschien wel het middel tegen alles. In ieder geval tegen gekte en eenzaamheid.”



Rhye
Dinsdag 18 juni

Trendy klinkende platen zijn meestal gedoemd om snel weer vergeten te worden in muziekland. Met Woman, het debuut van Rhye, is iets bijzonders aan de hand. Toen de plaat uitkwam in 2013, weerklonk het juiste geluid op het juiste moment. In zes jaar veranderde de muziekwereld radicaal, maar Woman klinkt nog steeds even actueel. Iets dat eveneens staat te gebeuren met zijn nieuwe werk Spirit waarmee hij naar Nederland komt.

Wil je naar de show van Rhye toe én Spirit op LP winnen?! Mail dan vóór 17 juni naar ricardo@thedailyindie.nl en vertel ons waarom je erbij wilt zijn.

Lang was er niets bekend over Rhye. De liedjes, de clips en zeker ook de androgyne stem van de zanger lieten veel te raden over. Toch is het mysterie rondom Rhye inmiddels grotendeels opgelost. “Het was nooit de intentie om Rhye als een mysterieuze act neer te zetten”, reflecteert de Canadese muzikant Mike Milosh nu. “Ik wilde dat mensen in de eerste plaats de muziek ontdekten, zonder vooroordelen. De muziek moest voor zichzelf spreken.” Milosh slaagde daarin. Hoewel het gonsde rondom de groep en er van alle kanten aan de band getrokken werd, bleef Milosh dicht bij zichzelf. Hij wachtte, repeteerde en liet zich niet meesleuren door de waan van de dag. 

Vitaal onderdeel
Ruim twee jaar na Woman maakte Rhye zijn Nederlandse podiumdebuut op Down The Rabbit Hole. Sindsdien heeft de band een flinke reputatie als liveact opgebouwd. Door uit de anonimiteit te stappen en live voor grote groepen mensen te spelen, veranderde Rhye. Milosh bestempelt optreden nu als een vitaal onderdeel van zijn creatieve proces. “Ons geluid is op een natuurlijke manier geëvolueerd. Dit komt vooral doordat we jaren opgetreden hebben over de hele wereld. We hebben bijvoorbeeld net shows in Hawaï en Japan gedaan. Ik houd van reizen en live spelen. We hebben er zin in om nu naar Europa te komen!”

En daar zitten een hoop liefhebbers van Rhye eveneens op te wachten. Het komt dan ook niet vaak voor dat een groep een geluid vindt dat zoveel betekenissen heeft voor verschillende mensen. “Ik denk dat dit komt doordat luisteraars zelf kunnen invullen hoe ze de muziek willen beleven. We maken erg intieme muziek. Hopelijk vertaalt dit zich in muziek die bezoekers verbindt omwille van de intimiteit.” Het is Rhye ten voeten uit. Een band die nooit te veel invult. De politiek-maatschappelijke vraag die we Milosh voorleggen wordt nonchalant terzijde geschoven. “We prefer to stick to the musical element, if that’s allright.” Het is een antwoord dat bij Rhye past.

Foto: Genevieve Medow Jenkins

Piano-rituelen
Een nadeel van de haast eindeloze wereldtournees, is dat ze tijdrovend zijn. Hectisch ook. Toen een uitgeputte Milosh thuis kwam na een van zijn vele tournees, stond er een verrassing op hem te wachten. “Een vriend van mijn vriendin gaf ons een baby grand piano te leen. De gezochte opslagplek werd bij ons in de woonkamer gevonden. Zelf had ik lange tijd geen piano, maar nu ging ik elke ochtend, voor het ontbijt, weer spelen. Het werd een ritueel, een geweldige manier om wakker te worden en aan de dag te beginnen.”

Acht van die meditatieve en ritualistische stukken werden gebundeld op Milosh derde – en meest kale – album: Spirit, verschenen in mei. “Deze plaat laat zien, net als alles wat ik maak, waar ik op dit moment sta. Met Rhye waren we een jaar lang op een intensieve tournee geweest na de release van ons album Blood. Door achter de piano te ontdekken welke mellow music ik in mij had, werd ik innerlijk kalm. Een fijne afwisseling na een hectisch jaar on the road. Door terug te gaan naar mijn dagelijks routine en zonder vooropgezet plan gewoon lol te maken in de studio kon ik mijn balans terugvinden.”

Geen mysterie meer
Milosh is nu weer klaar om te doen wat hij het liefste doet: spelen. Toch is Rhye op het podium verre van een soloproject. “Met de muzikanten die live betrokken zijn bij Rhye, neig ik steeds meer naar samenwerking. Op plaat begint ieder nummer persoonlijk en uniek, zoals de liedjes op Spirit ook klinken. Ze beginnen met piano en keyboard, maar evolueerden daarna in een bandgeluid.” Rhye is dus zijn band, maar Milosh gaat op in het sensuele geheel. Geen mysterie meer, maar nog steeds met het geluid van nu.

Rhye speelt dinsdag 18 juni in TivoliVredenburg met City Park als supportact.


WEBSITE TIVOLIVREDENBURG | FACEBOOK-EVENT | TICKETS


Valkhof Festival
13 t/m 19 juli


Het is nog rustig in Nijmegen wanneer ik met Marina, zangeres van Eerie Wanda, afgesproken heb. “Over minder dan twee maanden is het hier wel een stuk drukker” en dat geloven we maar wat graag. Het lijkt de hele tijd alsof het gaat regenen, maar de temperatuur nodigt uit tot een terrasje. Daar zeggen we natuurlijk geen nee tegen en dus bestellen we een ijskoffie, ik hou niet zo van warme dranken.

In januari verscheen het tweede album van Eerie Wanda getiteld Pet Town via het Amerikaanse Joyful Noise Recordings. Tien kleine liedjes, minimaal opgenomen. “We hebben het niet samen in de studio opgenomen, maar ieder apart. Daarna hebben we het samengevoegd en analoog gemixt. Niet samen opnemen brengt een bepaald minimalisme met zich mee en geeft ruimte. De liedjes spreken zo voor zich, dat het ook niet heel ingewikkeld is en het niet nodig was om met de hele band samen te komen. Het is echt iets van deze tijd dat iedereen thuis kan opnemen. We hebben bijvoorbeeld geen drums gebruikt, alleen een drumcomputer, claps en snaps.”

De klassieke bandopstelling die we hoorden op de vorige plaat, Hum, werd ingeruild voor een vernieuwende, minimalistische opstelling. “De band is veranderd, maar Jasper speelt wel nog steeds mee op de nieuwe plaat.” Die Jasper, dat is Jasper Verhulst, de bassist van Altin Gün. De link met die band wordt nog groter wanneer Marina vertelt dat zij het artwork voor Gece, het nieuwe album van Altin Gün, ontworpen heeft. Maar terug naar Jasper dus. “Hij is druk met die band, maar speelt mee als hij tijd heeft. De toetsenist speelt ook bas op zijn Moog synthbas. Het is dus een andere plaat geworden met meer karakter.”

“Ik heb het album geschreven in een periode waarin ik voor het eerst mijn eigen woning had en het touren met die eerste plaat voorbij was. Ik trad dus even niet op. Dat teruggetrokken gevoel in mijn huisje probeerde ik vast te leggen. Zo’n rustmoment zorgt voor introspectie en inspiratie en dat is uiteindelijk Pet Town geworden, een heel persoonlijke plaat.”

Ondertussen is er weer heel wat gaande zowel voor als achter de schermen. “Binnenkort ga ik voor een maand naar Amerika voor een nieuw project. Heel spannend.” Gelukkig is ze wel op tijd terug voor Valkhof festival, waar Eerie Wanda op 14 juli op het Boog podium te zien is. “Valkhof Festival is tijdens de Zomerfeesten de plek waar ik altijd heen ga met vrienden, het is een beetje de plek voor alternatieve muziek en het is niet te vergeten ook helemaal gratis.”

Het is niet de eerste keer dat Marina op Valkhof speelt. “Ik speelde ooit een keer met de band van een vriend, Earth Mk. II en toen was ik heel nerveus, want mijn hele familie kwam kijken. Ik vind dat ook spannender dan wanneer er allemaal mensen staan die ik totaal niet ken. Familiar faces zijn veel enger op een of andere manier.” Daar kan ik me wel in vinden, want de mensen die je kent, die wil je ook voor geen geld van de wereld teleurstellen.

De zon breekt zachtjes door en dat maakt de aankomende festivalzomer bijna tastbaar. Ik was wel benieuwd naar enkele tips voor Valkhof, dus duiken we even de programmering in. “Ik heb zeven jaar voor Extrapool gewerkt, dat is een experimenteel podium en kunstinitiatief en zij programmeren in de kapel. Daar komen meer experimentele dingen, wat dat dan ook mag betekenen. Er zijn stoelen, dus het is meer een intieme luisterbeleving.”

Voor wie even wil ontsnappen aan de drukte van Valkhof – en de Zomerfeesten in het algemeen – klinkt dat vast als muziek in de oren. “Verder heb ik de programmering nog niet zo goed bekeken, maar dat ga ik nu even doen.” Ondertussen drinken we van onze ijskoffie die smaakt naar zomer. “Ik ken eigenlijk heel weinig, maar Donna Blue is altijd wel vet. Ik ben heel traag in het luisteren van nieuwe muziek. Er komt zo veel op je af en daardoor ga ik me net een beetje afsluiten en naar de platen luisteren waar ik al heel mijn leven naar luister.”

“Ik weet in ieder geval dat een vriendin van me ook gaat optreden, Antoine Panaché. Zij is performance kunstenaar en maakt hele rare kostuums. Die wil ik sowieso aanraden, want dat wordt echt tof. Verder moet je het ook een beetje op het moment zelf zien.” Ja, dat is het natuurlijk altijd met alternatieve festivals, er staan heel veel vette dingen, maar je moet wel zelf de moeite doen om ze op te zoeken.

“Oh ik zie dat Yin Yin ook op Valkhof staat. Dat is ook tof, we stonden een keer samen op een ding in Apeldoorn, de dag na Eurosonic. Dat was best heftig!” We dwalen een beetje af, over exotica in muziek en de elitaire status die daar soms aan gelinkt wordt. “Ik zie zulke muziek echt niet als een statussymbool. Ik zie gewoon dat er meer waardering komt voor andere muziek en andere culturen en misschien is dat een soort tegenreactie voor de opkomst van rechts, maar dan ga je het wel heel ver zoeken.”

“Soms zijn mensen er gewoon klaar voor en ontdekken ze dat ‘andere’ muziek ook ontzettend tof kan zijn. Het is ook een heel Europees fenomeen, in Amerika is dit totaal niet gaande eigenlijk. We leven denk ik in een tijdperk waarin alles bestaat en alles is een versie van iets anders. Spotify geeft ook suggesties op basis van dingen die je al kent, waardoor je nooit écht iets nieuws gaat ontdekken. Dat is wel jammer aan dat soort dingen, want soms hoor je iets waar je zelf niet naar zou zoeken en verrast het je echt helemaal.”

Die muzikale openheid zie je ook terug in de line-up van diverse (alternatieve) festivals. De steeds breder wordende programmering is een logische evolutie nu mensen een steeds meer uiteenlopende smaak ontwikkelen. We luisteren niet meer naar genres, maar naar artiesten. “Toen ik mijn eerste Sonic Youth-cd kocht, vond ik dat echt herrie. Na een paar keer luisteren, ontdekte ik pas hoe geniaal dat eigenlijk was want er worden catchy melodieën gemaakt met dissonante tonen. Hoe ouder je wordt, hoe meer je kan begrijpen denk ik.”

Ik wil graag verder doorgaan op die wereldse, exotische invloeden die onbewust toch doorsijpelen in Westerse muziek. “Er is zo veel muziek om je heen, daardoor is het echt moeilijk om te zeggen waardoor je beïnvloed wordt. Het is alles. Ik weet zeker dat ik het gitaarlijntje in Magnetic Woman, een nummer op de nieuwe plaat, nooit bedacht had als ik nooit naar Afrikaanse muziek had geluisterd. Het zit er dus wel ergens in. Ik speel op een Spaanse gitaar, maar thuis luister ik vooral naar niet-exotische, Westerse muziek.”

Of we het nou willen of niet, we worden onbewust altijd beïnvloed door wat rond ons gebeurt. Het is de maatschappij anno 2019, een storm die niet gaat liggen. Laat je tijdens Valkhof Festival onderdompelen in een muzikaal bad van warmte. We beloven je alvast dat je niet teleurgesteld wordt. En kijk vooral uit dat die ijskoffie op is voor hij gesmolten is. Dat zou pas zonde zijn!


WEBSITE VALKHOF | FACEBOOK-EVENTINSTAGRAM


Welcome to The Village
18 t/m 21 juli 2019


Een paar weken geleden verscheen alweer het vierde album van Flamingods: Levitation. Deze zomer staat de band, die zijn roots heeft in de kleine eilandstaat Bahrein, op Welcome to The Village in Leeuwarden. We belden met frontman Kamal Rasool die momenteel in het Verenigd Koninkrijk woont en ons met veel liefde vertelde over de bijzondere weg van zijn band. Alsof dat nog niet genoeg goed nieuws is, mogen we maar liefst vijf (!) albums weggeven.

Voor het eerst sinds debuutplaat Sun, zaten de leden van Flamingods weer samen in de repetitieruimte. Een jaar lang werd er vooral gejamd, riffjes en motieven werden uitgewisseld. Die interactie is terug te horen op Levitation. “Het resultaat is een natuurlijkere en meer organische sound. Vooraf bestond het songwriten vooral uit ideeën doorsturen, heel gefragmenteerd. Nu konden we echt op bepaalde geluiden werken en was er veel meer tijd om samen te werken aan dingen die nooit gelukt zouden zijn als we niet in dezelfde ruimte zaten.”

Het vorige album was heel erg geïnspireerd door de exotica waar heel wat bands naar teruggrijpen. Op Levitation horen we een euforisch geluid, waarbij ook disco en funk in de mix gegooid werden. Daarover weet Rasool het volgende te zeggen: “We wilden vooral de euforische gedachte van ‘loslaten’ vertalen en vangen in onze muziek. We hebben andere genres in de blender gegooid met psychedelica en ik hoop dat dat ook resoneert bij onze fans.”

“Er zitten heel wat thema’s in deze plaat verwerkt, maar de grote rode draad is dealing with life. Er gebeurde heel wat in ons leven terwijl we aan de plaat werkten, zo overleed KP’s (bandlid Karthik Poduval, red.) vader. Dat soort gebeurtenissen hebben een stempel gedrukt, maar we wilden dat ook overstijgen en positiviteit in het album verwerken.”

“Wij denken niet echt na over onze culturele diversiteit, mensen zouden dat wat minder moeten doen”

De trend van exotische, wereldse invloeden in Westerse muziek kan niemand ontgaan zijn, met in Nederland bands als Altın Gün en YĪN YĪN. Ook Flamingods kan als muzikaal exportproduct van de Verenigde Arabische Emiraten plaatsnemen in dat rijtje. “We hebben een achtergrond van high school-bands met drums, gitaren en bas. Op een bepaald moment wilden we experimenteren en dat was het punt waarop we terugkeerden naar onze roots. We hebben iemand uit Jamaica, India… Die rijke culturele achtergrond komt samen op het podium. Wij denken daar ook niet echt over na, mensen zouden dat wat minder moeten doen.”

Daar kunnen we ons alleen maar bij aansluiten: het traditionele witte, westerse beeld bij psychedelische muziek ruimt steeds meer baan voor diversiteit. Een realistischere representatie van de samenleving anno 2019. “De diversiteit die je nu zien in psychedelische muziek en rock in het algemeen, is er een waar bands voor ons voor gevochten hebben. Het is zo mooi en bijzonder om te zien dat dat nu eindelijk aan het gebeuren is.”

Ook Bahrein blijkt een broeihaard voor culturele diversiteit te zijn, als we Rasool mogen geloven. “Mensen realiseren zich vaak niet dat Bahrein echt een multicultureel eiland is, naast de Arabische populatie, is er ook een behoorlijke westerse invloed met een Amerikaanse basis en Britse scholen. Verder is er ook een Aziatische en West-Afrikaanse gemeenschap. We groeiden op tussen al deze verschillende culturen en hadden niet de luxe om elke week naar concerten te gaan. Dat bestond gewoon niet echt. Toen we achttien waren en in het Verenigd Koninkrijk woonden, raakten we opeens heel geïnformeerd over cultuur rond ons, zagen we dingen op tv en in magazines. Dat gegeven heeft voor ons wel een verschil gemaakt denk ik en het heeft er ongetwijfeld voor gezorgd dat we onze eigen manier bedacht hebben om muziek te maken.”

“Ik heb een soort rekenkundige formule bedacht om de flow van Koray te vatten”

Even terug naar Levitation, die nieuwe plaat die je meeneemt op een ongelofelijk mooie trip: “Het was een lastig album en we kwamen bij heel onverwachte oplossingen voor de problemen waar we tegenaan botsten. Een mooi voorbeeld daarvan is het nummer Koray. Het lukte me maar niet om de flow te vatten en toen heb ik een soort rekenkundige formule bedacht. Ik dacht dat ik gek werd, maar toen ik het nummer zong met deze formule in m’n hoofd, lukte het om een of andere gekke reden wel. Whatever works, toch?”

Ook het artwork van die laatste plaat is een streling voor het oog. De band ging in zee met de Indonesische artiest Ardneks en daar ontstond iets heel moois uit. “We hadden iets vrij specifiek in gedachten, dus we stuurden hem de nummers, teksten en het idee van wat we wilden overbrengen. Hij creëerde vervolgens een geheel nieuwe wereld en bracht het album tot leven. Dat artwork is een soort omarming van alle thema’s die erin verwerkt zijn. Sommige details verwijzen naar lyrics, een belangrijk deel van de plaat.”

Het is onmogelijk om het niet even over de toekomst te hebben. Van Flamingods, maar ook van exotica in muziek. “Het zijn golven, soms zijn mensen gewoon heel open, maar dat tij kan zomaar keren en dan zijn we weer bij grunge-bands uit de jaren negentig die allemaal hetzelfde klinken. Je weet nooit wat resoneert bij mensen. In dat opzicht kan je wel zeggen dat muziek een soort cyclus doormaakt langs verschillende genres. Als je geluk hebt, kan je ook met iets heel anders komen waar mensen dan plots toch naar gaan luisteren. In Nederland zijn daar mooie voorbeelden van, zoals The Mauskovic Dance Band en Altin Gun.”

“Psychedelische muziek is belangrijk in tijden als deze, waarin alles zo politiek is. Mensen hebben een natuurlijke drang van escapisme en dat zien we ook in muziek. Toeval of niet, maar het is telkens in tijden waarin de politiek geen stabiele factor is, dat psychedelische muziek weer zijn opmars maakt. De openheid voor en appreciatie van andere culturen, dat kan gewoon nooit slecht zijn, lijkt me.”

“Met Levitation hebben we onze grenzen opgezocht en die willen we nu verder overschrijven

Mocht je nou denken dat de band gaat rusten nu die nieuwe plaat eindelijk uit is, dan heb je het mis. “Het duurde zo lang voor Levitation klaar was en dan hebben we het nog niet eens over de druk van een label in die fase. Ik heb mijn huis zes maanden niet verlaten, maar deze keer pakken we het anders aan. Daarom zijn we van plan deze zomer te gaan schrijven aan het volgende album. Met Levitation hebben we echt onze grenzen opgezocht en die willen we nu verder overschrijden.”


Deze zomer, op 21 juli, staat de band op Welcome to The Village in Leeuwarden. Wil je je helemaal voorbereiden, dan hebben we goed nieuws. Wij mogen maar liefst vijf albums weggeven. Wil je daar een goede kans op maken, stuur dan voor 1 juli een mailtje naar ricardo@thedailyindie.nl met daarin een leuk verhaaltje over een van de nummers op Levitation.

WEBSITE WELCOME TO THE VILLAGE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS


De nieuwe plaat van Cate Le Bon klinkt als Deerhunter zijn Why Hasn’t Everything Already Disappeared? Of anders geformuleerd: de nieuwe Deerhunter klinkt als Cate Le Bon. De Welshe dertiger drukte als producer flink haar stempel op het geluid van Bradford Cox en co. De verrassende keuze bleek een gedroomde samenwerking. Wat Cate in de studio bij Deerhunter voor elkaar kreeg, lukt haar evengoed op soloplaat Reward, een scharnierpunt in de interessante carrière van Le Bon.

Tekst Daan Krahmer

Bradford Cox en Cate Le Bon ontmoetten elkaar via internet. “Bradford schreef iets prachtigs over mijn album Mug Museum voor Pitchfork”, vertelt Le Bon aan de telefoon. “We raakten aan de praat en hij nodigde me uit om bij hem te verblijven tijdens een tournee. Daarna hielden we contact.” Zo vloog Le Bon voor een langere periode naar Texas, waar ze meewerkte aan de achtste Deerhunter plaat. “Het is een absolute trip om je in de wereld van Bradford Cox te begeven. Bradford is een extraordinary person: onmogelijk te beschrijven, alsof hij op aarde loopt sinds het begin der tijden. Hij heeft een prachtige, bijna kinderlijke verwondering voor muziek en kan extreem opgewonden zijn. Hij leeft voor kunst en creativiteit. Zijn liefde daarvoor is onvoorwaardelijk. Het was een eer om hem beter te leren kennen. Lockett is ook een absolute sweetheart.”

Daarnaast bevalt het produceren van de muziek van anderen Le Bon prima. “It’s a gift. Als je met een band werkt, wil elk bandlid iets anders van je. Werken als producer is veeleisend en altijd anders, maar the reward is groot als je een geluid produceert waar iedereen gelukkig mee is. Elke plaat is een leerproces, ook voor mijzelf. Je bent dwaas als je niet reflecteert op het creatieve proces. Je moet je blijven ontwikkelen als artiest én als producer.”

“Hout kun je voelen en aanraken, terwijl muziek ontastbaar is”

Toch produceerde ze haar nieuwe plaat niet zelf. Het was zelfs even de vraag of Le Bon wel professioneel muzikant wilde blijven. “Ik heb een jaar lang een meubelcursus gedaan. Dat was iets wat ik al lange tijd wilde doen, maar als je in een werkritme zit, in een cyclus van optreden en platen maken, kom je daar niet aan toe. Muziek creëren is intens en kost veel energie, maar vooral het vele reizen kan uitputtend zijn. Meubels in elkaar zetten is wat dat betreft meditatiever. Je kunt je speelse creativiteit kwijt, maar je werkt ook met tastbaar materiaal. Je werkt met je handen. Hout kun je voelen en aanraken, terwijl muziek ontastbaar is.”

“Ik wist ook niet of muziek echt mijn toekomst zou zijn”, vervolgt Le Bon. Die twijfel en intense reflectie hoor je terug op Reward. De plaat ademt verandering en laat een herboren artiest horen. In ieder liedje valt wat te vinden. Een rafelig detail, een verrassende wending, of een hypnotiserende melodie. “Tijdens mijn meubelcursus bracht ik veel tijd alleen door. Nu wilde ik samenwerken met iemand. Iemand die ik vertrouwde. Samur Khouja wist in wat voor mentale toestand ik me bevond en kon daar precies op inspringen. Soms is het moeilijk om zowel creatief als kritisch te zijn. Dat kan niet tegelijkertijd en daar helpt samenwerking echt bij.”

“Je kunt niet creatief en kritisch tegelijk zijn”

De uitstekende single, Daylight Matters, blijkt om verschillende redenen een bijzonder liedje. Het nummer is exemplarisch voor het album. Le Bon creëerde de demo in haar eentje. “Ik schreef Daylight Matters in Lake District. Het liedje is geschreven op piano. Ik heb er bewust niks raars mee gedaan, maar geprobeerd het zo natuurlijk mogelijk in de studio op te nemen. Daardoor klinkt mijn nieuwe materiaal wat naïever. Dat is de insteek voor de hele plaat: Reward is intiemer en directer. De liedjes zijn overwogen en doordacht. Live ga ik het spelen met een grotere band en er komt een saxofonist mee. De saxofoon is wat mij betreft een van de mooiste instrumenten.” 

“Voor mij is Krautrock een aantrekkelijke taal waarnaar ik graag terugkeer”

Op Reward speelt dat instrument een rode draad. In ieder liedje hoor je wel een saxofoon die de textuur van het lied benadrukt. Nog steeds creëert Le Bon kleine miniatuurwereldjes, maar de absurdistische riffjes en de rusteloosheid van de vorige platen is naar de achtergrond verdrongen. “Mijn vorige albums werden gedicteerd door instrumenten. Heel machinaal. Het waren albums met hevig bewerkte liedjes. De nieuwe spontaniteit en speelsheid komen uit de Krautrock-scene. Faust IV is absoluut mijn favoriete plaat. Toen ik die voor het eerst ontdekte, ontdekte ik meteen een nieuwe muzikale vocabulaire. NEU! en veel van CAN vind ik ook te gek. Voor mij is Krautrock een aantrekkelijke taal waar ik graag naar terugkeer. It breathes joy and playfulness.”

Zo beheerst en zakelijk als ze aan de telefoon vertelt over haar werk, zo duidelijk neemt Le Bon stelling in het persbericht waarmee Reward aangekondigd werd. ‘Everything is losing its meaning’, valt er te lezen. “We leven in een aparte tijd waarin rust lastiger te krijgen is. Dit komt vooral door de politiek en het internet. We worden om de oren gegooid met slogans en woorden die gebruikt worden om te manipuleren. Mensen gebruiken grote woorden omdat ze een doel hebben. Door huge, powerful words lijkt de taal zelf haar betekenis te verliezen.”

Terwijl Le Bon twijfelde of de muziekwereld wel echt bij haar paste, dook haar naam er steeds vaker op. Ze maakte een mooie plaat met Tim Presley van White Fence en kreeg bijzondere complimenten. Jeff Tweedy schreef bijvoorbeeld dat Cate Le Bon een eigen sound heeft in een tijd waarin dat steeds zeldzamer is. “Het is altijd fijn om complimenten te krijgen, maar je moet het wel met een korreltje zout nemen. Je moet niet focussen op de negativiteit, maar ook niet op de positiviteit. Probeer zelfzeker te worden over wat je doet. Toch was het ook een bijzonder compliment. Jeff Tweedy is een gerespecteerde muzikant en echt een muziekliefhebber.”

Nu is er dus album nummer vijf, maar is Le Bon zelf tevreden over de plaat? “Altijd als ik iets gemaakt heb, háát ik het eindproduct. Heel intens. Je brengt veel tijd door met de muziek die je in elkaar zet en als je er eindelijk klaar mee bent, is het laatste wat je wil doen er nóg meer tijd mee doorbrengen. Als ik redenen heb om iets te creëren en het resultaat bevalt mij, dan voelt het zinvol om muzikant te zijn. Het kan iets bijdragen aan het leven van mensen. Ik kan me bijvoorbeeld nog herinneren dat mijn vader me voor het eerst Pavement liet horen. Dat opende nieuwe deuren in mijn denken over muziek. Naar mijn mening is het gitaarspel van Stephen Malkmus zeer invloedrijk geweest. Syd Barrett en David Bowie blijven me ook eindeloos fascineren. Ik kan me nog herinneren dat ik Bowie hoorde als baby, gaandeweg ontdekte ik hoeveel liefde in een plaat als Hunky Dory zit.” 

Le Bon zoekt authenticiteit en vindt die op iedere plaat weer. In dat opzicht passen de albumhoezen, die op een of andere manier altijd herkenbaar zijn, goed bij haar muziek. Op de nieuwe cover loopt ze door de natuur met een opvallende, lange rode jas. “Kleren zijn een gezonde interesse, maar het is geen materialistisch verhaal. Brands kunnen me niets schelen en ik houd ook niet van de elitaire smaak die rondom mode hangt. Ik poseer ook niet graag op foto’s, maar het was interessant dat Phil Collins – nee, niet dié Phil Collins – beelden schoot waar ik gelukkig mee was. Daarvoor ging ik naar Berlijn, waar we intensief aan beelden hebben gewerkt voor de plaat. Phil kijkt met een bijzonder oog. Het is niet trendy of modern, maar het staat op zichzelf.” Net als Cate Le Bon zelf. 

Cate Le Bon live zien? Op 31 mei speelt ze op Best Kept Secret en in november is ze te zien op Le Guess Who? in Utrecht.


Nu Drowned in Sound de rekeningen niet meer kan betalen, is de muziekjournalistiek opnieuw een onafhankelijk blog armer. Na bijna twintig jaar is het doek gevallen voor dit invloedrijke kwaliteitsplatform. Het hing al een tijdje in de lucht, maar ik vraag mij af: ‘hoe kan dat nou?! Is muziekjournalistiek dan wel ‘leuk’, maar kennelijk ‘niet zo belangrijk?’ Hoe zorgen we ervoor dat het niet telkens armoediger wordt, dat het überhaupt blijft bestaan en dat creatief talent niet verloren gaat? En zal Pitchfork het voorbeeld gaan geven met zijn paywall?

Dat advertentie-inkomsten teruglopen is geen nieuws en dat het lastig is om een (online) community levende te houden, is dat eveneens niet. Maar dat een groot platform als Drowned in Sound, met jaarlijks miljoenen muziekliefhebbers op hun website, de serverkosten van 1.200 pond per maand niet meer op kan brengen: dat vind ik wel fascinerend en vooral erg treurig om te zien. Zoals gezegd waren de signalen niet nieuw, DiS draaide al langer in kleiner wordende financiële cirkels en riep regelmatig om hulp. Steun die er niet kwam.

Het is niet dat de site continu zijn handje ophield en niet probeerde om andere bronnen van inkomsten te vinden. Zo heeft het platform onder meer events gepromoot, zijn er partnerships aangegaan met festivals, is er geëxperimenteerd met podcasts en video, met artiestenmanagement en zelfs met publishing. Maar de meeste activiteiten leidden de oprichters alleen maar af van waar het om ging: een plek creëren waar muziekfans bij elkaar kunnen komen. En ik kan mij voorstellen dat dat continue gehengel naar geld belemmerend werkt, tijd opslokt en dat het niet prettig is om steeds maar weer over dat knaken te moeten beginnen. Dat is niet de reden waarvoor je zo’n blog op hebt gezet en geldwerving is daarnaast wel even een andere tak van sport. Aan de andere kant van het spectrum, zegt de site in 2016 wel het volgende:

Due to old code and a lack of investment over the years, it currently costs us over £700 per month to run our messageboards. The boards (aka “the indie mumsnet”) rarely generate this much in advertising revenue, so we need to move them somewhere cheaper. The restoration and transition of the forums will cost us at least £2000 and we need your help to raise the funds to keep the forums going…

Een crowdfund-actie om in totaal 8.000 pond op te halen wordt niet gehaald en blijft steken op 5.635 pond. Toch is zo’n community een nobel streven, dat toch zeker haalbaar zou moeten zijn met meer dan honderdduizend volgers op Twitter, 86.000 fans op Facebook en twee tot drie miljoen jaarlijkse bezoekers op de site. Dat zou 0,014 cent per Facebook-like, 0,012 cent per Twitter-volger en 0,006 cent per sitebezoeker zijn. Uiteraard, dat zijn van die cijfers waar je geen reet aan hebt, maar het zegt wel iets. Het is DiS in ieder geval niet gelukt om zo’n relatief klein bedrag maandelijks bij elkaar te krijgen. Nog schrijnender: een maand geleden werd er nog eens een donatie-actie gedaan via Facebook, voor een bedrag van duizend pond. De teller is blijven steken op 774 pond… Hoe is dat in hemelsnaam mogelijk met zoveel toegewijde fans die het platform lijkt te hebben? Dat is absurd.

‘Gaan mensen er nog steeds vanuit dat journalistiek die gratis wordt aangeboden niets kost om te maken en dat zoiets vanzelf wel gemaakt wordt?’

Op Twitter meldt de site: ‘If everyone tweeting had donated £1 a year, we wouldn’t be struggling to continue.’ Dat is inderdaad de spijker op de kop. Iets dat je altijd ziet als er weer eens een mooi instituut door de knieën gaat: iedereen vindt het super belangrijk dat er vrije en onafhankelijke platforms zijn, maar donateurs zijn in geen velden of wegen te bekennen als puntje bij paaltje komt. Maar o, wat is het toch jammer! Nou-nou, tut-tut. Net als ‘die leuke, kleine winkeltjes in de stad’. Och, wat is het doodzonde dat ze allemaal verdwijnen, maar de eerste aankoop wordt vaak pas gedaan als er een lekkere korting is tijdens de opheffingsuitverkoop. Het zegt iets over de waardering, maar net zo goed iets over de levensvatbaarheid: misschien is er simpelweg niet genoeg vraag naar.

Toekomstmuziek
Want wat nou als je inderdaad je berichten niet achter een paywall wilt zetten omdat je alles toegankelijk wilt houden (zoals wij bij The Daily Indie ook willen), als subsidies voor deze vorm van journalistiek nauwelijks te vinden zijn, je niet voor een karretje van commerciële partners wilt laten spannen, je geen startbudget hebt om investeringen te doen om verder te komen en je geen Kanye-clickbait wilt maken? Dan ben je voor een deel afhankelijk van het binnenhalen van donaties en advertenties, waarbij die laatste vijver voor blogs behoorlijk is uitgedroogd. Praktisch alle budgetten gaan tegenwoordig richting Facebook en Instagram, iets dat DiS heeft ondervonden. Zover geen nieuws, maar wat is dan de conclusie: dat de meeste lezers en adverteerders muziekblogs ‘leuk’ vinden, maar kennelijk niet zo ‘belangrijk’ of ‘goed genoeg’ om het financieel te steunen. Gaan mensen er dan nog steeds vanuit dat journalistiek die gratis wordt aangeboden niets kost om te maken en dat zoiets vanzelf wel gemaakt wordt? Ja, dat blijkt voor een goed deel zo te zijn.

“Eeen gezin onderhouden met de opbrengsten van een onafhankelijk muziekplatform? Succes daarmee”

Hoe is het dan mogelijk om te overleven en hoe ziet die toekomst eruit voor onafhankelijke blogs die het hoofd boven water weten te houden? Moeten we maar hopen dat er meer geadverteerd gaat worden, dat de community echt een keer wakker wordt of is hier onder meer een taak voor de muziekindustrie weggelegd, die er doorgaans toch erg blij mee is dat de mogelijkheid om goed in de pers te komen bestaat. Of moeten we hopen dat er om de zoveel tijd nieuwe en kwalitatieve platforms uit de grond worden gestampt die het lang genoeg volhouden om elkaar op te volgen? Al die bovenstaande trends zijn nationaal en internationaal in ieder geval niet te zien. Eén ding is wel zeker: de industrie zal Pitchfork nauwlettend in de gaten houden als het betaalhekje omhoog gaat. Zou ik ervoor betalen? Zou jij ervoor betalen? En wil die redactie het eigenlijk zelf wel? Aangezien uitgever Condé Nast deze stap zet voor al zijn merken, en Pitchfork daar nu eenmaal onderdeel van is. In Nederland zijn de eerste stappen ondertussen al gezet: zo staan album- en liverecensies bij OOR sinds kort achter een muurtje.  

Creatieve makers behouden
Een blog runnen is en blijft een Sisyphusarbeid, je blijft die steen maar de berg opduwen en elke keer als je er bijna bent… Je ziet blogs niet voor niets na een paar jaar stranden. Als ze het al zolang volhouden. Een van de vragen uit dit verhaal is voor mij: hoe blijven we enthousiaste makers aan de gang houden? Veel nieuwe platforms worden door jongeren opgericht en de kans is vrij groot dat die op een gegeven moment een serieuze baan willen, met een hypotheek of een hoge huur te maken krijgen, kinderen en ja: dan blijven er weinig vrije uurtjes over om een uit de klauwen gelopen platform draaiende te houden. Het runnen van zo’n platform doe je niet door zo nu en dan eens je laptop open te klappen en te kijken of er nog iets is gebeurd. Een blog is je leven. Als je het goed wilt doen moet je er altijd mee bezig zijn. En als je merkt dat je inzet niet honderd procent is, dan kan het binnen de kortste keren veranderen in een niet te dragen last. En als je het toch draaiende weet te houden: een gezin onderhouden met de opbrengsten van een onafhankelijk muziekplatform? Succes daarmee.


“Ben jij bereid om geld over te maken naar een (muziek)platform dat je graag leest of vaak gebruikt?”

Ik run dit platform bijna 8,5 jaar en ik denk regelmatig: ‘wat doe ik mijzelf toch aan?!’ Het is een bron van continue stress, van kleine en grote zorgen: of je wel op de juiste weg zit met wat je aan het doen bent, maar inderdaad ook zeker over financiën. Je verdient weinig geld, werkt zeven dagen per week, staat altijd onder druk, je kunt niet ziek worden en je hebt praktisch geen tijd en/of pegels om er eventjes met vakantie tussenuit te gaan. Verder moet je altijd op de hoogte zijn van wat er speelt, het platform blijven vernieuwen, je lezers blijven prikkelen, nieuw publiek aanboren, acquisitie doen, doorlopend creatief zijn, je hebt een compleet team waar je rekening mee moet houden, je bent eindverantwoordelijke voor alles wat er gebeurt, je krijgt complexe ondernemers- en belastingvragen voor je kiezen en honderden mails die per week moeten worden beantwoord. Het bovenstaande kun je allemaal niet of een beetje halfslachtig doen, maar dan overleef je het sowieso niet lang in de bizz.

Begrijp mij niet verkeerd: het is echt ontzettend tof om te doen en ik geef mijn hart en ziel voor dit platform om verhalen over mooie artiesten te vertellen. Maar het is niet zo vreemd dat veel bloggers dat niet jaar-in-jaar-uit volhouden, dat hun prioriteiten verschuiven of erger nog: in een burn-out belanden en vaak zelfs niet meer terugkeren naar de muziekindustrie. Een verspilling van talent, waar we vaak argeloos van genieten/van hebben genoten.

Wel of geen steun?
Goed, je kunt natuurlijk zeggen: ‘ja joh, kies dan lekker een ander beroep.’ Maar dit is niet bedoeld als een zielig verhaal. Ik denk dat iedereen die dit stuk leest, en regelmatig onze en andere muziekblogs bezoekt, iemand is die plezier haalt uit nieuwe muziek, graag mooie verhalen over artiesten leest en wilt weten wat er speelt. Wat doe je hier anders?

Maar ben jij bereid om geld over te maken naar een (muziek)platform dat je graag leest of vaak gebruikt? Waarom wel of waarom niet? Ik ben daar erg nieuwsgierig naar en ik denk dat er voor ons allemaal een rol is weggelegd om muziekjournalistiek in stand te houden en niet alleen dat: ervoor te zorgen dat het nog veel breder en mooier wordt en het zichzelf blijft vernieuwen. Of zitten we daar niet op te wachten?

Bijdragen aan deze discussie? Reageer op onze Facebook-post.


Net als vorig jaar ronden we het jaar af met een lading gloednieuwe limited edition T-shirts! Deze keer zijn we all-out gegaan en hebben we de getalenteerde Richard de Ruijter een exclusief ontwerp laten maken. Onze ‘Silver Surfer’ T-shirts hebben voorop ons logo op de borst en achterop een psychedelische, zilveren surfer. 

Zoek je nog een mooi kerstkado voor iemand, of wil je er gewoon zelf strak bijlopen deze feestdagen? Met onze gloednieuwe ‘Silver Surfer’ T-shirts heb je niet alleen een super exclusief shirt te pakken (de oplage is slechts veertig stuks), je steunt er ook The Daily Indie en de Nederlandse indiescene mee.

De shirts zijn gezeefdrukt op dik, kwalitatief hoogstaand katoen, beschikken over een tear-out neklabel en zijn verkrijgbaar in de maten S, M en L. Ze zijn van jou voor 25 euro per stuk inclusief verzendkosten (te betalen met PayPal, creditcard of Tikkie). Hieronder kun je bestellen.

Nu met gratis jaarlidmaatschap!
En nog beter: bij aankoop van een shirt krijg je nu automatisch één jaar lidmaatschap van The Daily Indie (ter waarde van tien euro). Als lid steun je de Nederlandse indiescene en kun je elk jaar gratis naar tientallen liveshows die wij presenteren, waarover je via onze speciale ledennieuwsbrief informeren. Daarnaast profiteer je van andere voordelen, zoals bijvoorbeeld korting op dit soort t-shirts en andere goodies.  Meer informatie over het lidmaatschap vind je hier.

Wil je hem op komen halen bij ons kantoor in Rotterdam?
Dat kan ook, dan kost ‘ie 20 euro en doen we gezellig een bakkie! (Scroll daarvoor even helemaal naar de onderkant van deze pagina).

The Daily Indie ‘Silver Surfer’
Alle foto’s zijn gemaakt door Niek Hage.

Betalen via PayPal/creditcard:

Maat

 

Of betaal met een Tikkie:
*De maat L is UITVERKOCHT!

Betaal je via Tikkie? Mail ricardo@thedailyindie.nl even de gewenste maat en je adres door!


Shirt op komen halen op ons kantoor?
Wil je het t-shirt op komen halen op ons kantoor in Rotterdam? Dat kan ook, dan nemen wij de verzendkosten voor onze rekening en kost een shirt slechts €20!

Betalen via PayPal/creditcard:

Maat

Of betaal met een Tikkie:
*De maat L is UITVERKOCHT!

Betaal je via Tikkie? Mail ricardo@thedailyindie.nl even de gewenste maat door!