Kliko Fest
Zaterdag 13 juli
Patronaat Haarlem

In een wereld die zo gevoelig is voor vernieuwing als de muziekscene, kun je je afvragen waar een band die door zijn discografie heen niet bijzonder veel ontwikkeling laat horen, zijn bestaansrecht ontleent. Naar aanleiding van de show van Cloud Nothings aankomend weekend op Kliko Fest in Patronaat, legt onze redacteur Mick nog eens uit waarom het nog steeds de moeite is om naar de band te luisteren.

Tekst Mick Arnoldus

Altijd lastig, een genre-stempel op een band plakken. Noise? Post-hardcore? Garage-grunge? Gewoon indierock? Het is dat poppunk zo’n nare associatie heeft met puberale films over high schools in de VS, anders zou je overwegen die voor de sound van Cloud Nothings te gebruiken. De brute gejaagdheid is zeker aanwezig en doet je bij tijd en wijle naar adem snakken, maar tegelijk komen er veel melodieën langs die aangenaam in het gehoor liggen en waarbij je hartslag even tot rust kan komen. De sfeer rond de band uit Cleveland, Ohio ademt de jaren negentig, met name de emo van American Football. Maar bij tijd en wijle doet de energie van Cloud Nothings niet onder voor die van Minor Threat of Anti-Flag. Met zes platen (eigenlijk zeven, daarover later meer) in een kleine tien jaar, voelt in de discografie van de band duiken alsof je een opgerolde bal van stoffig spinrag moet ontkluwen. Toch doen wij in deze klassieke The Daily Indie-longread een poging voor je.

One-man-band
Cloud Nothings had ook zomaar niet kunnen bestaan. Rond 2009 neemt de dan achttienjarige Dylan Baldi met Garageband op zijn Macje nummers op in de kelder van z’n ouders in Cleveland. Hij is dan net gestopt met zijn studie voor saxofonist. Hij maakt meerdere accounts aan op Myspace, die allemaal bedoeld zijn voor andere muziek. Zijn enorme productiviteit valt op in de blogosphere en resulteert in een uitnodiging van concertpromotor Todd Patrick om wat support-acts in New York te komen spelen. Plots moet Baldi vanuit Cleveland een band optrommelen om te openen voor Woods en Real Estate: het kan snel verkeren. Krap een jaar later tekent hij als one-man-band bij Carpark Records, dat de cassettes en EP’tjes die tot dan toe in beperkte oplage door Baldi zelf verspreid werden, uitbrengt op één album: Turning On. De tracks zijn door Baldi bij elkaar geplakt in Garageband, maar ondanks het uitgesproken lofi-geluid van de plaat, valt zijn talent voor catchy melodieën op en wordt geprezen door recensenten.

Turning On zorgt ervoor dat Cloud Nothings het jaar daarop door de Verenigde Staten kan touren en zelfs al bescheiden Europa aandoet, waaronder op 19 november 2010 in de inmiddels ter ziele gegane club Trouw in Amsterdam. Bij thuiskomst begint Baldi aan de opvolger van zijn debuut. Dit album, dat simpelweg Cloud Nothings zou gaan heten, wordt opgenomen in een echte studio in Baltimore, met producer Chester Gwazda. Zonder de zolderkamerruis klinken de liedjes van Baldi plots een stuk meer als gitaarpop, ook vanwege die vaardigheid in het ontwerpen van hooks die blijven hangen. Dat Baldi daar bedreven in is, is een logisch gevolg van het leren spelen van meerdere instrumenten in zijn jeugd. Op zijn basisschool spijbelde hij om piano in de lerarenkamer te spelen. Daarnaast speelde hij banjo in een schoolmusical en gitaar in het koor. “Het concentreren op liedjes hielp mij op de middelbare school, omdat ik niemand daar echt aardig vond”, zei hij daar later over. Baldi benadert de gitaar meer als een piano om tot interessante composities te komen: “Alsof elke vinger afzonderlijk een apart instrument is”.

De doorbraak
Achteraf blijken leuke melodietjes niet Baldi’s enige kracht. Dit wordt maar al te goed duidelijk met het keiharde Attack On Memory uit 2012. Behalve dat dit album de band definitief faam bezorgt bij een wereldwijd publiek, zou het ook het geluid van Cloud Nothings gaan definiëren. Het samengeraapte zooitje muzikanten dat Baldi uit noodzaak bij elkaar sprokkelde, is vanaf hier een volwaardige band, in dezelfde bezetting live als in de studio. Baldi schrijft de liedjes nog steeds zelf, maar heeft nu een stuk meer input van de bandleden tot zijn beschikking. Neem bijvoorbeeld drummer Jayson Gerycz: als je iemand achter je hebt zitten die honderd procent van zijn talent in één aspect van je nummer kan gieten, is dat ook in de studio een luxe. Bovendien luisterde Gerycz veel ‘hard, noisy stuff‘ in het tourbusje, aldus Baldi. Vooral het ontdekken van The Wipers heeft veel invloed op de periode dat Baldi de liedjes voor Attack On Memory schrijft. Dezelfde band werd al door Nirvana en Dinosaur Jr. genoemd als inspiratiebron.

Attack On Memory werd geproduceerd door Steve Albini, een producer die je mogelijk kent van bijvoorbeeld Nirvana, The Stooges, Mogwai, The Ex en The Pixies. Blijkbaar is een grootheid strikken voor je productie makkelijker dan die namen doen vermoeden: tegen Pitchfork vertelt Baldi dat Albini elke klus aanneemt die hij toegeworpen krijgt. Albini gebruikte toen al twintig jaar dezelfde (goed voorziene) studioruimte om op te nemen en dat is voor Cloud Nothings de voornaamste stempel: “Hij zat bijna de hele tijd Scrabble te spelen op Facebook. Dat wisselde hij dan af met het bijwerken van z’n blog over eten. Ik weet niet eens of hij nog weet hoe ons album klinkt.” Baldi heeft daarentegen al een duidelijk beeld van hoe Attack On Memory moet gaan klinken. Alleen de bewust gekozen albumtitel verraadt al hoe hij wil breken met zijn vorige werk. Baldi wil hardere, moeilijkere muziek maken, die de talenten van zijn band ten volle kan benutten.

Uit geen nummer blijkt dat gegeven meer dan uit Wasted Days, zonder twijfel de sleuteltrack van het album. Een epos van bijna negen minuten was je op de vorige platen van Cloud Nothings nog niet tegenkomen. Hoewel de muziek van Cloud Nothings strikt genomen allang geen lo-fi meer is, kun je altijd een textuur in de productie ontwaren die als een gruizige verzameling bouwpuin in de akoestiek van de studio aanwezig lijkt te zijn. Door die ruis krijg je als het ware een bouwhelm inclusief oorbeschermers en veiligheidsbril opgezet. Desondanks wordt elke nietsvermoedende leek meteen overweldigd door de intensiteit van het nummer en de niet door enige zangtechniek gehinderde stem van Baldi. ‘I thought, I would, be more than this‘ schreeuwt hij in de climax van die track, terwijl zijn voltallige band hun instrumenten tot het uiterste geselt.

Het is ook het moment op Attack On Memory waar Baldi’s persoonlijke verhaal over de angstaanvallen en depressies waar hij regelmatig mee kampt, het meest direct doorklinkt. Baldi is onzeker over zijn muziek en over erkenning, en kan daar als adolecent moeilijk mee dealen. Attack On Memory fungeert in zekere zin als manier om zijn frustraties eruit te schreeuwen. Zelf grapte hij ooit luchtig dat het, als zoon van twee docenten, in de familie zat: ‘I’m continuing the family tradition of yelling at kids.’ Maar wanneer hij twee jaar later, in 2014, in een interview met The Daily Indie op de periode terugkijkt, kan hij er iets luchtiger op reflecteren. Deels heeft dat te maken met de tour van Attack On Memory, waarin Baldi veel liedjes onderweg kan schrijven:

“Ik wilde gewoon een aantal nummers schrijven die ik goed vond, zonder écht na te denken voor wie en waarom ik ze schreef. Op Attack On Memory probeerde ik een boze rockplaat te maken, ik wilde zien hoe dat was. Als ik dat nu zou doen, zou het totaal onoprecht zijn! Begrijp me niet verkeerd, Attack On Memory was heel persoonlijk, alleen bekijk ik nu deze thema’s in een ander licht. Op de vorige plaat was alles voor mijn gevoel fucked up, terwijl ik nu denk: meh, it will be OK!

Vorig jaar waren we voortdurend op tour en wanneer we niet aan het touren waren bleef ik doorreizen, omdat ik niet graag stil zit. Vraag mij niet waarom, maar ik kan niet lang op dezelfde plaats blijven. Daarom zijn alle nummers op verschillende plekken in de wereld geschreven, misschien zelfs wel elk nummer in een ander land. Het probleem van toeren is dat je zelfs je beste vrienden gaat haten, doordat je elkaar elke dag ziet. Juist doordat we elkaar een tijd niet hadden gezien, voelde het weer als rondhangen met vrienden. Het is heel fijn om die scheiding tussen die werelden te hebben, waardoor touren nu zelfs aanvoelt als wat aankloten met vrienden! Het heeft dus eigenlijk ervoor gezorgd dat ik gelukkiger ben.

Nieuwsgierigheid en rusteloosheid
De onderweg geschreven stukjes komen pas samen in de studio, wanneer de band bezig is met het opnemen van opvolger Here And Nowhere Else dat verschijnt in 2014. Dankzij het succes van de tour hebben Baldi’s angsten plaatsgemaakt voor nieuwsgierigheid en rusteloosheid. De albumtitel is al net zo letterlijk bedoeld: genieten van het ervaren dat je hier en nergens anders bent, als jezelf, en niets anders dan jezelf. “Dat gevoel, waarbij je gewoon bent en nergens anders over nadenkt, is erg belangrijk voor mij in de afgelopen paar jaar geworden, dus heb ik er een album over gemaakt.” Het nummer Pattern Walks is zelfs een letterlijke reactie op Wasted Days. ‘I thought I would be more than this’ is vervangen door een wat meer mijmerende rasp, die ‘I thought’ blijft herhalen. Het vat precies het verschil tussen iemand die na de tour voor zijn tweede album vreest dat niemand zijn muziek leuk vindt en daar depressief van wordt, met iemand die op tour gaat met een album dat iedereen geweldig vindt.


Maar als je die positieve achtergrond aan iemand uitlegt en daarna het album laat horen, zul je diegene waarschijnlijk nogal slecht voorbereid hebben. Net als Attack On Memory is Here And Nowhere Else wat de muziek betreft een nietsontziend noiserock-monster. Producer John Congleton heeft dan ook met meer indiebands van groot kaliber gewerkt: bijvoorbeeld Modest Mouse en Cymbals Eat Guitars. Gitarist Joe Boyer heeft de band verlaten en is niet vervangen, maar horen doe je dat niet. De gruizige textuur die inmiddels Cloud Nothings’ handelsmerk is geworden, is uiteraard weer aanwezig. Jammer, want zo hoor je niet hoe de band zichzelf uitdaagt in de studio om beter te worden in wat ze doen. Baldi vertelt in het interview bijvoorbeeld, waarin hij Pattern Walks tegenover Wasted Days zet, dat hij in elk nummer expres iets schrijft wat hij nog niet kan spelen.

Foto: Rudy Sablerolle

Album in tien dagen
Ondertussen maakt Baldi in deze periode een interessant uitstapje. Wanneer hij met een kater wakker wordt in het huis van zijn toenmalige vriendin in Parijs, heeft hij een sms’je van Nathan Williams van de Californische band Wavves: ‘Yo, wanna make a record together?’. Binnen tien dagen zijn ze klaar en is No Life For Me een feit. Het is een logisch uitstapje dat zeker de moeite waard is: Cloud Nothings’ eerste twee albums werden al veel vergeleken met het werk van het destijds eveneens zeer lo-fi opererende Wavves, maar beide bands zijn anno 2015 wel uit dat jasje gegroeid.

Ten opzichte van het grauwe Cloud Nothings steekt Wavves af als een kleurige LSD-trip (hoewel dat niet de drug is waar je Williams mee associeert; dat is wiet, heel veel wiet). Samen vullen ze elkaar vooral aan met harder werk, waar Williams ook nooit vies van is geweest. Twee muzikanten die beide de kunst van het liedjes maken onder de knie hebben, en die beide vanuit ongeveer dezelfde zolderkamer bekend werden met een lofi-sound: het is een enorm logische match. Onder het ‘Fans vinden dit ook leuk’-gedeelte op de Spotify van Cloud Nothings staat Wavves bij ons op de vierde plek. Geen enkele algoritmische benadering zal besluiten om het voor jou heel anders te doen.

Cloud Nothings’ volgende eigen wapenfeit Life Without Sound wordt eind januari 2017 uitgebracht. Het is op eerste gehoor het meest toegankelijke en, zoals dat dan vaak gaat, misschien wel het minst spannende album van Cloud Nothings, dat met de komst van gitarist Chris Brown inmiddels weer een viertal is. De softere sound heeft een andere reden. Baldi is veranderd, vertelt hij aan The Daily Indie: “Ik ben ouder geworden, heb alles meer op een rijtje en heb meer rust. Dat zou goed kunnen komen doordat ik een poosje thuis geweest ben. Ik was gewoon een beetje een gek: crazy. Egoïstischer ook. Ik geef nu meer om andere mensen”.

Voor het eerst is hij écht goed zitten om de teksten te schrijven, iets wat normaal gesproken hooguit twee uur van tevoren gebeurde. Sprak Baldi in het verleden niet graag over hoe zijn muziek door zijn persoonlijkheid gevormd werd (‘interview-modus’ noemt hij het, wanneer hij meestal verklaarde ‘gewoon liedjes’ te maken), op Life Without Sound wil hij opener zijn. Juist op het album waar hij zich voorneemt goed na te denken over de teksten, valt het denken zwaar. Baldi belandt opnieuw in een depressie via een verslechterende relatie en de eenzaamheid van een vreemde stad. Het mantra van Here And Nowhere Else werkt niet meer, wanneer je niets anders dan jezelf hebt. Hij schrijft de depressie niet van zich af, maar accepteert de duisternis, het daarbij ook loslatend. Ervoor kiezen je niet zo te voelen: ‘It’s supposed to be inspiring.’ Baldi verhuist terug naar zijn vertrouwde Cleveland, waar hij een huis deelt met drummer Gerycz vlakbij waar hij ooit opgroeide. “Als je hiervandaan komt, ga je er snel weg of je blijft hangen. Ik ben uiteindelijk alsnog blijven hangen”, concludeert hij er nuchter over.

De nabijheid van de bandleden gebruikt Cloud Nothings om, onafhankelijk van kostbare studiotijd, samen muziek te maken. En dat hoor je nergens beter dan op recent wapenfeit Last Building Burning. Het album grijpt terug op de verzengde energie van Attack On Memory en doet daar nog een schepje bovenop. Producer Randall Dunn weet als ex-geluidsman van Sunn O))) als geen ander hoe je een goede bak herrie neer moet zetten. Het album vangt goed hoe Cloud Nothings live is: keihard en catchy. En toch is het nooit bedoeld als stomp in je maag, zegt Baldi zelf op KEXP in een anekdote over de zanger van The Wipers: “Greg Sage ontwikkelde zijn teksten vanuit ideeën die hij kreeg door in een koffietentje te gaan zitten. Hij luisterde naar de mensen om hem heen en schreef hoe de toekomst eruit zou komen te zien op basis van wat ze zeiden. Allemaal vrij vreugdeloos. Die aanpak heb ik mij ook eigen gemaakt.”

Last Building Burning is het meest intense werk dat Cloud Nothings ooit uitgebracht heeft, een die het het niveau van ‘sleutelplaat’ Attack On Memory benadert. Dan rest de vraag hoe je die eventueel moet gaan overtreffen, of hoe je op dit constante niveau kunt blijven. Bij KEXP gaat Baldi ook op die vraag in: “Ik vraag me af op welk punt je de top bereikt. Ga je nog intenser? Like, wat kunnen we nu nog doen?” Om de vraag direct te beantwoorden: “Ik speel ook free jazz op de saxofoon in Cleveland. Dat gaat al helemaal alle kanten op als ik met Jayson (drummer, red.) even niet in rock mode ben en we vrij aan het jammen zijn. Ik vraag mij vaak af of we met Cloud Nothings uiteindelijk een free jazz-album zouden kunnen maken dat niemand wil hebben. Waarschijnlijk niet.”


WEBSITE PATRONAAT | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

De zomer is officieel begonnen, dus dat betekent natuurlijk dat het nu écht tijd is voor festivals. Dat zullen we weten ook, want op de allereerste editie van Loose Ends was het meteen kokend heet. Nu willen we natuurlijk niet klagen over mooi weer, maar voor een festival als Loose Ends waren deze omstandigheden misschien niet ideaal. Want in de brandende zon heb je toch minder snel zin om te moshen, toch?

Tekst Renier van der Zouw
Foto’s Michael Kattenbeld

Dat er toch vrij veel moshpits ontstonden, is bewijs dat er duidelijk nog een behoefte is aan een dag vol herrieschoppers als deze. Laten we beginnen met de feiten: Loose Ends is dus een spiksplinternieuw festival op de NDSM-werf in Amsterdam, dat ze delen met Strange Sounds From Beyond de dag ervoor, komt uit de koker van Friendly Fire en staat geheel in het teken van de betere (gitaar)herrie. Deze eerste editie heeft genoeg klinkende namen op de line-up: relatief oudgedienden als Sleaford Mods en Metz vullen nieuwe beloftes in de scene als Sports Team en Fontaines D.C. goed aan.

Het terrein is erg klein en biedt naast een pop-up winkel waar concertposters en ander artwork gekocht kan worden geen randzaken, dus het is duidelijk; op Loose Ends gaat het om de muziek. Met die muziek zit het gelukkig wel snor. De verhouding Nederlandse en buitenlandse bands is precies fifty-fifty en het aanbod is breed genoeg dat iedereen wel aan zijn trekken moet kunnen komen. Tenzij je fan bent van het écht harde werk, heel veel hoger dan bij Metz of Ploegendienst sloeg de decibellenmeter niet uit vandaag.

Indiefeestje
Nadat we het terrein verkend hebben – wat je dus in een minuut of vijf kan doen – beginnen we bij Personal Trainer. Deze Canshaker Pi-afsplitsing was ook al te zien op Best Kept Secret, dus de formule is bekend: Willem Smit en een hele hoop vrienden zorgen voor een ongeremd indiefeestje, waarbij de muziek net iets minder hard schuurt dan bij de grote broer. Ook vandaag op het kleine podium aan het water waar de band speelt is het weer een gezellige bedoening. Op het podium wordt er dermate veel gesprongen dat het af en toe lijkt alsof we bij een sessie ochtendgymnastiek zijn terechtgekomen. Vooral de toetsenist weet van geen ophouden. Het speelplezier is op zich aanstekelijk, maar slaat nog niet echt over op het publiek, daarvoor is het waarschijnlijk nog wat te vroeg en bovenal te heet. De springende toetsenist eindigt overigens bovenop een van de speakers, dus aan hem heeft het niet gelegen.

Ploegendienst

Daarna gaan we naar de tent voor Ploegendienst. Even geen zon dus, maar dat betekent niet dat er niet gezweet gaat worden. Ray Fuego’s punkband raast als een malle over het podium en zorgt vanaf de eerste minuten al voor de eerste pit die wij op Loose Ends zagen. Wij zijn overigens niet de enige die het heet hebben: Fuego komt al op zonder shirt, maar trekt ongeveer halverwege zelfs zijn broek uit, waarna hij ook het eerste heldenapplaus van de dag in ontvangst mag nemen. Maakt het dan uit dat zijn teksten niet te verstaan zijn en vrijwel ieder nummer hetzelfde klinkt? Mwah. Er zijn veel technisch verfijndere bands te vinden, maar er zijn er maar weinig die het publiek zo makkelijk mee krijgen als Fuego en zijn mannen.

Ploegendienst

Want dat dat niet altijd makkelijk gaat, bewijst Mozes and the Fistborn even later op het hoofdpodium. De band speelt prima, maar lijkt in de eerste helft niet helemaal hittebestendig. “Ik zie echt niks in de zon”, verzucht frontman Melle Dielesen als hij zijn gitaar probeert te stemmen en de uitroepen van ‘spéleuh!’ die daarop volgen lijken daadwerkelijk voor wat irritatie te zorgen. De sfeer is dus soms wat ongemakkelijk, wat misschien ook verklaart waarom hit Sad Supermarket Song enigszins doodslaat. In de tweede helft komt de band gelukkig meer op stoom. Vanaf een fijn meeslepend Scotch Tape/Stick With Me is het publiek mee. De aanhouder wint.

Mozes and the Firstborn

Vermakelijk
Hoewel er dus op zich genoeg verschillende bands te vinden zijn, ligt de boventoon toch duidelijk op indierock met een punk- en garagerandje. Dat is geen probleem, maar dat zorgt er soms wel voor dat het lijkt alsof je keer op keer naar dezelfde show staat te kijken. Zo kunnen we over Sports Team eigenlijk hetzelfde zeggen als over Mozes: prima band, maar het wil niet helemaal vlotten, totdat het dat uiteindelijk wel doet. Afsluiter Stanton mag zich zelfs tot de hoogtepunten van het festival rekenen. Overigens is het zelfs als de show nog niet helemaal los komt wel heel vermakelijk om naar te kijken, want Sports Team heeft met Alex Rice een frontman waar je je ogen niet vanaf kan houden. Zijn capriolen zijn ook een goed contrast met de zeer stoïcijnse toetsenist annex tamboerijn-speler Ben Mac, die op het podium staat alsof hij voor iedere beweging die hij maakt belasting moet betalen. Als het met de band niks wordt, kunnen ze altijd nog als komisch duo op tour gaan.

Yak

Yak in de tent heeft vervolgens alle in zich om een kolkend hoogtepunt te worden. De live-reputatie van deze Britten is met recht ijzersterk en hun nieuwe album Pursuit of Momentary Happiness behoort tot de fijnste herrieplaten van dit jaar (lees hier het interview dat we onlangs met de band deden terug). Helaas blijkt de tent een maatje te groot voor Yak. In de zaal van een poppodium is het heerlijk zweten op de schurende riffs en slepende zang van Oli Burslem, maar hier komt het niet helemaal over. Het is ook jammer dat prijsnummer Harbour The Feeling wordt overgeslagen. Een band hoeft natuurlijk niet te pleasen, maar Yak heeft nou ook weer niet zó’n geweldige discografie dat de grootste hit niet gemist wordt als die niet voorbij komt. Een heerlijk venijnig Victorious (National Anthem) in de slotfase maakt een hoop goed, maar gezien de hoge verwachtingen mag dit optreden toch de boeken in als een gemiste kans.

Als de middag op zijn einde begint te lopen, beginnen er toch wat kinderziektes op te vallen. Dat het terrein vrij kleinschalig is, is op zich lekker knus, maar zorgt er wel voor dat het gedeelte waar je eten kan halen rond etenstijd volledig volloopt, waardoor je makkelijk een half uur in de rij staat en er voor de langste rijen niet eens echt ruimte is. Daar komt dan ook nog bij dat het aanbod qua eten vrij beperkt is, al zijn we misschien gewoon verwend door de Best Kept Secrets en Down The Rabbit Holes van deze wereld.

(De tekst gaat door onder de afbeeldingen)

Dead on arrival
Niet dat wie in de rij staat heel veel mist, want precies op dit punt begint het programma wat in te kakken. Indian Askin en Iguana Death Cult spelen gelijktijdig degelijke shows, maar wel shows die we van beide bands al wel vaker hebben gezien, zonder dat er echt iets aan opvalt in positieve of negatieve zin. Dat geeft tijd om na te denken, waarna we tot de conclusie komen dat de line-up toch wel iets avontuurlijker had mogen zijn. Op een paar nieuwe talenten na, zien we toch vooral veel namen die al váák in ons land te zien geweest zijn.

Indian Askin

Dat de shows van Nederlandse bands niet echt uniek zijn is natuurlijk onvermijdelijk, maar je kan je bijvoorbeeld best afvragen wat precies de toegevoegde waarde is van deze show van Sunflower Bean. Diens album Twentytwo in Blue stamt alweer uit maart 2018 en de band was sindsdien al twee keer te zien in ons land. Daar komt dan nog eens bij dat het drietal qua sound hier niet enorm op zijn plek is en frontvrouw Julia Cummings er vocaal wel eens naast zit en je hebt een show die eigenlijk dead on arrival is.

Sunflower Bean

Gelukkig is daarna Iceage de optater die we wel konden gebruiken. Oké, de laatste worp van deze Denen is ook al weer meer dan een jaar oud en ook hebben we ze sindsdien al wel een paar keer kunnen bewonderen, maar muzikaal gezien past hun theatrale postpunk Loose Ends als een handschoen. Frontman Elias Bender Rønnenfelt struint over het podium alsof de duivel hem op de hielen zit en sleurt de tent moeiteloos mee in het duistere universum die de band met zijn muziek creëert, waar het een klein uur lang goed toeven is. Al kan dat blijkbaar niet iedereen goed smaken: de tent loopt al vrij snel leeg, maar voor de liefhebber is dit onvervalst genieten.  

Iceage

Aan METZ vervolgens de taak om het publiek klaar te maken voor de eindsprint. Dat lukt redelijk, maar toch zien we ook deze band veel liever in pak hem beet de bovenzaal van Paradiso, dan op een open veld in de zon. Aan de Canadezen ligt het niet. Zoals we van ze gewend zijn voeren ze hun stuwende noise-rock met enorm veel passie op. Je voelt het zweet bijna op het podium druppelen, maar vanaf een afstandje is het toch minder meeslepend dan in een setting waar je echt up close and personal met de band mee kan zweten.

METZ

Beste rockshow in tijden
Op het dipje rond het avondeten na hebben we ons prima vermaakt hoor, maar een echt hoogtepunt zijn we nog niet tegengekomen. Enter Fontaines D.C. Dit Ierse vijftal dat we onlangs interviewden heeft waarschijnlijk ook wel de meeste buzz rond zich hangen van alle bands vandaag, met name dankzij het ijzersterke debuutalbum Dogrel. In april zagen we ze nog op Motel Mozaique, waar de show helaas niet helemaal uit de verf kwam. Vanavond gaat gelukkig wel alles goed. Sterker nog, de band geeft een van de beste rockshows die ondergetekende in tijden gezien heeft.

Fontaines D.C.

Fontaines D.C. is simpelweg de juiste band op de juiste plaats. Frontman Grian Chatten is een bijzondere podiumpersoonlijkheid,  heeft dankzij zijn Ierse accent een stem uit duizenden en wordt bijgestaan door een band in bloedvorm. Heel Dogrel komt voorbij, waardoor duidelijk wordt dat die plaat eigenlijk geen zwak nummer kent. Tranentrekkende meezingers voor in de pub (Roy’s Tune, Dublin City Sky) worden afgewisseld met krakers (Chequeless Reckless, Liberty Belle, Boys In The Better Land) die zorgen voor de grootste moshpit van heel Loose Ends. Maar bovenal is Fontaines D.C. vanavond een band die verbroedert. Grote, zweterige mannen vallen elkaar zingend in de armen en pinken bij de ballads misschien zelfs stiekem een traantje weg. Soms zagen we vandaag een bewijs dat de moderne gitaarmuziek een beetje saaiig aan het worden is, maar dit was rock op zijn mooist.

Helaas is na dit zinderende hoogtepunt headliner Sleaford Mods juist de verkeerde band op de verkeerde plaats, want wat geeft dit dynamische duo een strontvervelende show. De formule – Jason Williamson spuwt in zijn zware Britse accent venijnige teksten uit in een gedesinteresseerd toontje, terwijl zijn kompaan rustig de beats op het publiek afvuurt – kan best leuk zijn, maar op Loose Ends slaat het in als een lul op een drumstel. Nummer na nummer komt voorbij zonder dat er maar een enkele klik met het publiek ontstaat. Na een minuut of veertig begint het geheel eindelijk een beetje tot leven te komen, maar dan is voor Sleaford Mods de wedstrijd al lang verloren.

Als afsluiter is dat dus een beetje een domper, maar verder beleefde Loose Ends een degelijke eerste editie. Een echte identiteit heeft het festival nog niet gevonden – geen van deze bands had misstaan op een Best Kept Secret of Down The Rabbit Hole – maar het was aangenaam om even een dag lang ondergedompeld te worden in, meestal, de betere herrie. Een tip van ons: zowel in de aankleding als in de programmering mag het allemaal best wat meer schuren. We waanden ons maar op een paar selecte momenten echt op een ode aan de betere herrie, nog iets te vaak was het een wat brave bedoening. Om de wijze woorden van Fontaines D.C. maar even te citeren: ‘you’re not alive until you start kicking‘.


Liefhebbers van Alex Cameron zijn flink verwend de laatste weken. Op 19 april bracht de Australische excentriekeling nog een live-album uit, waarop alleen de praatjes tussen de nummers al het beluisteren waard zijn. Afgelopen week kondigde hij zijn volgende tour aan die op 18 september aftrapt in Paradiso. Lekker nieuws, dus! Als je nog niet van plan was om aanstaande vrijdag een wekker te zetten voor de kaartverkoop, moet je misschien even naar Miami Memory luisteren.

De nieuwe single knalt er gelijk in met een harde drum en wat ge-‘ohooo‘ van Cameron. Op de achtergrond klinkt zachtjes het saxofoonspel van Roy Molloy, the best name in showbizz. De eerste teksten – over handjes vasthouden in de stripclub en op het strand – dienen als liefdesbrief aan Miami. Terwijl je je blijft verbazen over de bizarre lyrics, dreunt de beat maar door en voor je het weet staat het nummer alweer op repeat. 

In de clip van Miami Memory is de zanger gepoederd zoals Marie Antoinette, terwijl hij dansend gefilmd wordt door zijn liefje Jemima Kirk. Op Instagram droeg Cameron het nummer op aan de actrice uit Girls: ‘If you can’t afford a ring. You get on the mic and sing. Miami Memory is for Jemima.’

Romantisch, dat is zeker. Met lyrics als ‘Eating your ass like an oyster, the way you came like a tsunami‘ is het koppel niet te preuts om hun relatie te delen met de buitenwereld. We hebben al meerdere pareltjes te danken aan deze muze. Zo liet ze in de video van Stranger’s Kiss als stalkende na-aper haar beste Alex Cameron vertolking zien en in de clip van Studmuffin96 speelden ze samen een vervreemdende slaapkamerscène. In vergelijking is Miami Memory niet eens zo vunzig, dus veeg het schaamrood maar alvast van je kaken. 


Het was een koude editie van Here Comes The Summer. Een paar weken eerder leek de zomer er daadwerkelijk aan te komen, maar dit weekend voelde dat toch nog wel ver weg. Daarom was de festival-merchandise dan ook geen strandlaken of zwembroek, maar een muts. Toch bleef de voorspelde regen – waardoor veel kaartjes op het laatste moment op TicketSwap eindigden – bijna helemaal uit. Het is dus echt waar, wat iedereen hier altijd beweert: Vlieland, daar waait alles over. 

Het festivalterrein is klein: er is het restaurant De Bolder, de zaal De Bolder en de buitenplek tussen de bomen: Ruige Plak, waarvan volgens mij iedereen het hele festival dacht dat het Ruige Plek heette. Of misschien was ik dat alleen. Klein dus, maar daarom soms nóg gezelliger dan Into The Great Wide Open. Hier is iedereen namelijk continu op dezelfde plek. Of Plak.

Voor de fanatiekelingen speelde Mozes And The Firstborn al op de donderdagavond in De Bolder. Daar waren we niet bij, maar de volgende dag was daar alweer Hand Habits, ofwel Meg Duffy. Na gitarist te zijn van Kevin Morby en studiogitarist van The War On Drugs, werkte Duffy lang aan een solocarrière. Tussen de bomen, op de vroege vrijdagmiddag zijn we getuige van een sterke eigen show. Fijne melancholische zanglijnen waar Sharon Van Etten nog jaloers op zou zijn.

Sea Moya

Buiten tussen de hangmatten, eettentjes, houtkachels en kinderglijbanen spelen later die avond Sea Moya en Jungle By Night. Die eerste band is een Duitse krautband, maar dan met veel psychedelische groove. Ze hebben er zin in en dat voel je. Voorin wagen bezoekers hun eerste dansje en later krijgt Jungle By Night de rest van het terrein mee. Ze zijn er ieder jaar, je weet wat je gaat krijgen en toch blijven ze als geen ander sfeer maken. 

WWWater

Iets anders is WWWater in De Bolderzaal. Het is precies wat de programmering af en toe nodig heeft, namelijk een act die verrast en spannend is. Vergeleken met de soms zwoele opnames van deze Gentse elektro-artiest is het live actiever en drukker. Haar stem is altijd on point en ondanks dat het publiek even moet omschakelen, weet ze de voorste rijen helemaal los te krijgen. 

Donna Blue

Terwijl veel mensen in hun tent of in De Bolder nog bijkomen van het DJ-duo Hans en Menno, speelt Donna Blue buiten al zijn mysterieuze en zwoele indiepop en daarna meteen Amber Arcades. Halverwege de set vergeet ze even hoe een nummer ging, maar we moesten doen alsof we het niet gehoord hebben. Het was namelijk gewoon een heel sympathiek moment in een erg fijne set.

Jordan Mackampa

Later speelt Jordan Mackampa, een Brits-Congolese singer-songwriter. Als je het van een afstand over de camping hoort galmen, klinkt het eerlijk gezegd niet zo spannend. Typische midden-op-de-dag gevoelige gitaarnummers, dacht ik. Maar eenmaal bij het podium, word je hoe dan ook omvergeblazen door zijn krachtige, rauwe stem en lift de band de singer-songwriter naar een hoger niveau.

SONS

De Belgische muziekwereld is trouwens flink vertegenwoordigd op het festival dit jaar. Niet alleen WWWater, maar ook Jaguar Jaguar bijvoorbeeld, die heel ‘zalig’ en strak spelen, maar ons niet echt weten te verrassen. En ook SONS, die dat wél doen. De garagepunk knalt door de bolderzaal en de dubbele vocals geven het publiek een zetje om te gaan spingen.

Les Amazones d’Afrique

Zo houden ze De Bolderzaal een beetje warm voor Les Amazones d’Afrique, de ‘eerste vrouwelijke supergroep uit West-Afrika’. De drie vrouwen zijn gekleed in prachtige kleurrijke pakken en hebben enorm indrukwekkende stemmen. Op alle nummers, afwisselend tussen funk, blues en jazz, halen ze er alles uit met ingewikkelde en perfect uitgevoerde vocals. De zaal staat helemaal vol en de rij staat bij het begin tot buiten. Niemand zou dit willen missen. 

Black Flower

Op zondag is het best lekker warm in de zon en staan er buiten weer twee Belgische bands. Eerst speelt Mooneye, een jonge band met een aanstekelijke energie. De vocals verdwijnen soms in de hoeveelheid galm, maar het is duidelijk dat de goede stem van de frontman daarmee eerder wordt versterkt dan verhuld. Die andere band is Black Flower, al zal je aan niet veel merken dat ze uit België komen. Ze spelen namelijk Ethiopische jazz, zoals Mulatu Astatke het gewild zou hebben en zetten de Ruige Plak zo op het einde nog even mooi in bloei.

Het hoogtepunt van de dag krijgen we in De Bolder, waar ’s ochtends de documentaire ‘De koning van de Nederlandstalige Rock-‘n-Roll’ speelt. Een film over Ricky De Sire, een cultheld die leeft om de beste Rock-‘n-Roll van ons land te maken, maar er misschien wel nooit gaat komen. Dit ontwapenende portret, gemaakt door Bastiaan Bosma van Aux Raus en Ploegendienst toont de gevoeligheid achter de vunzige teksten van Ricky. Terwijl iedereen vol verbazing naar de film kijkt, staat Ricky zelf aan de zijkant. Hij kijkt aandachtig naar zichzelf, maar vooral naar de reactie van de zaal. 

Een uur later staat hij op het podium. In de film zagen we al hoeveel waarde Ricky de Sire hecht aan beeldmateriaal: van zijn optredens, maar ook dat zijn lieve, nuchtere ouders alles van hem hebben vastgelegd. Die scènes worden nu voor onze ogen werkelijkheid. “Kun je effe filmen Piet”, roept hij door de microfoon, “als je het rode knopje kunt vinden”. Mensen die de film niet hebben gezien, zullen ongetwijfeld raar hebben opgekeken toen ze binnenliepen en een man met grijs haar en open overhemd over ‘dubbele penetratie’ horen zingen. Wie het verhaal uit de film kent, begrijpt een stuk beter waarom hij op onverwachte momenten door het publiek rent en soms vunzige teksten zingt. De frustratie van de nog niet doorgebroken Ricky is begrijpelijk, met deze band komen zijn poëtische teksten echt goed tot zijn recht. Luister maar naar ‘Nevelen der toekomst’, misschien komt het alsnog. 

Eerder vertelden we al het verhaal achter het nieuwe project van Mathijs Leeuwis, waar zijn passie voor fietsen en pedal steel samensmelten in het vernieuwende project Galibier. Nu brengt dit ensemble een mooie liveregistratie uit boordevol improvisatie en bijbehorende visuals. Een prachtmanier om weer te geven wat je kan verwachten bij een show van dit gezelschap.

De video werd in één take opgenomen. Gezeten achter het kromme stuur krijg je immers ook geen herkansing en net als bij de koers, is het resultaat telkens een concessieloze verrassing. Klik door voor bijna vijftien minuten pure schoonheid, vandaag in première bij The Daily Indie. Geestelijk vader Leeuwis licht nog even kort de achtergrond toe.

Hoe kwam je voor deze sessie bij Kytopia terecht?
“Al snel na de release van het album Galibier in november 2018, had ik door dat ik naast dit album ook een live-registratie met dit gezelschap wilde maken, zodat het totaalplaatje wat we live neerzetten beter in beeld gebracht zou kunnen worden. Mathijn den Duijf – producer, pianist en rots in de branding bij het maken van het album – had een studio in het voormalige Kytopia-pand aan de Oudegracht in Utrecht. Dat is ook de studio waar we het album hebben opgenomen. Zodoende was het lijntje met die locatie erg kort. Door alle randvoorwaarden die ik creatief-inhoudelijk had voor de registratie – volledig analoog opnemen, live visuals, extra lichtkunstenaars, rechtstreeks op tape opnemen – kwamen we snel uit bij Kytopia. De sfeer klopt met de muziek.” 

Over die sfeer gesproken: de sessie heeft een David Lynch-achtige sfeer. Dat matcht met het album. Was dat ook waar je voor deze sessie bewust naar op zoek was? 
“Voor deze sessie was het doel te komen tot één dwingende sfeer die een reflectie is van hoe wij live werken en wat wij live voor elkaar proberen te krijgen: een bubbel creëren waar mensen voor een dik uur in onder gedompeld worden, met veel ruimte voor associatie. Om dit te kunnen bereiken moeten de muzikanten elkaar verrassen en proberen onze klanken te blijven verdiepen. In dit geval heb ik geprobeerd voor die verrassing te zorgen door een aantal tape-loops voor te bereiden en die als startschot voor een reeks improvisaties te gebruiken. Vervolgens neemt dat startpunt een afslag en vormt zich iets nieuws.”

“De combinatie van de ruimte, deze muzikanten, het licht en de geïmproviseerde illustraties bracht deze duistere David Lynch-vibe naar boven. Als we vandaag weer een sessie zouden doen komt er wellicht een Disney-achtige vrolijkheid naar boven. De zoektocht naar verdieping van klank en sfeer stond vast, de uitkomst niet. 

“Waar misschien nog wel meer een verbinding met David Lynch zit: je houdt ervan of je haat het. We wilden in creatieve zin nergens gas terug nemen, maar precies doen wat wij graag doen. Een clip van bijna een kwartier is in promotionele zin natuurlijk verre van verstandig, maar dit is wel wat Galibier is: een zoektocht naar nieuwe klanken, zonder concessies.” 

Je wilde het totaalplaatje dat je live brengt vereeuwigen in een totaalkunstwerk. Wat zijn je verdere plannen hiermee voor de komende tijd?
“Met dit gezelschap inclusief licht en visuals zullen we in het najaar een kleine reeks optredens op een aantal bijzondere locaties doen. Deze sessie is dus ook zeker bedoeld om het publiek te laten zien wat we live doen. Daarnaast werk ik momenteel samen met Mathijn den Duijf aan een nieuwe compositie voor tape-loops, volledig geschreven en uitgevoerd op een eigen tape-loop-installatie. Met Marzio Scholten – als gitarist bij Galibier betrokken – heb ik een nieuwe band Things I Can’t Control (met op drums Jimmi Hueting van o.a. Jo Goes Hunting), waarmee we de komende tijd redelijk wat live zullen spelen. Zo is het gezelschap rond Galibier ook een plek van waaruit er nieuwe ideeën opborrelen die vervolgens uit kunnen groeien tot eigen wereldjes. Eén ding is de constante factor, de rode draad: mijn pedal steel.”

Het hele land duikelt nu – na de Amstel Gold Race – in enthousiasme over Mathieu van der Poel en wie weet wat dit wielerjaar nog meer brengt. Zit daar nog ergens muziek in?
“In Van der Poel zit momenteel alles, dus vast ook veel muziek. Dit jaar focus ik mij met name op de doorontwikkeling van Galibier. Momenteel ben ik nieuwe stukken aan het schrijven voor een EP die eind 2019 of begin 2020 naar buiten moet komen. Ook de tape-loop-installatie waar ik eerder over sprak gaat eind 2019 al een proefritje maken in de openbaarheid. Druk zat dus. Voor de echte wielerfan is er een klein beetje goed nieuws: achter de schermen werk ik ook aan een theatrale versie van Galibier waarbij ik meer ruimte wil geven aan de wielerverhalen die ten grondslag liggen aan de muziek. En tijdens de Tour de France steek ik uiteraard ook ergens m’n kop op. Wanneer en hoe? Dat laten we nog even in het midden.”


De hype rond black midi kan je haast niet ontgaan zijn. De band is overal, maar had tot voor kort geen materiaal op streamingsplatforms. Vorige week kwam daar eindelijk verandering in met Crow’s Perch: een magistrale debuutsingle. We zagen de toekomst van de postpunk al op ESNS en horen die nu door onze speakers knallen. Je begrijpt dat deze dus niet kon ontbreken tijdens ons wekelijks uurtje op Pinguin Radio.

Meer goed nieuws kwam uit het kamp van Beck en Cage The Elephant, de twee Grammy-winnaars treden samen lichtjes buiten de eigen comfortzone in het muzikale huwelijk Night Running. Binnenkort verschijnt het nieuwe album van Cage The Elephant waarmee de band zijn elektronische en harde kant lijkt op te zoeken.

Verder waren ook nieuwe nummers van King Gizzard & The Lizzard Wizard, White Denim, Bedouine, Plague Vendor en Foxygen te horen. We maakten het je alvast zo makkelijk mogelijk en verzamelden alle nummers in een playlist die zoals altijd te vinden is op Spotify.

  1. Bedouine – Bird
  2. black midi – Crow’s Perch
  3. Cage The Elephant ft. Beck – Night Running
  4. Doug Tuttle – I’ll Throw It All Away
  5. Drugdealer – Honey
  6. Foxygen – Face The Facts
  7. JAWS – Please Be Kind
  8. King Gizzard & The Lizzard Wizard – Boogieman Sam
  9. Mikal Cronin – Undertow
  10. Kevin Morby – Nothing Sacred / All Things Wild
  11. Plague Vendor – New Comedown
  12. Slowthai – Gorgeous
  13. Sorry – Jealous Guy
  14. The Tallest Man On Earth – I’m A Stranger Now
  15. White Denim – Small Talk (Feeling Control)

Vergeet niet de playlist te volgen op Spotify, dan ben je altijd up-to-date!

Volgende week dinsdag zijn we weer te horen op Pinguin Radio, zoals altijd vanaf 21:00 uur!


Een tijdje geleden berichtten we je al over de comeback van übertalent Max Meser. Een nieuwe line-up en het dumpen van het platenlabel vroegen om een nieuw begin, dus gaat de band tegenwoordig door het leven als The Max Meser Group. De nieuwgevonden vrijheid klonk door in de single Free en ook opvolger Dull & Bored (Bamboo) klinkt, ondanks de titel, zo mogelijk nog meer als puur vrijgevochten speelplezier. Lowlands, anyone?

Net als Free en de andere nieuwe tracks van Meser werd Dull & Bored opgenomen met Henk Jonkers, drummer van de legendarische Amsterdamse eighties-band The Fatal Flowers, die ook produceerde voor ZzZ en in Hallo Venray speelt. Zou het de harmonieuze ‘help me’ uit het refrein zijn, die ons zo ontzettend aan Lennon & McCartney doet denken? Zonder dat het overigens als een kopie klinkt, want Dull & Bored (Bamboo) rockt ook gewoon eigentijds. De track is zo catchy dat de verf hier zowat van de muren springt van opwinding. De video bij het nummer zie je vandaag als eerste bij The Daily Indie.

Max Meser 2.0
Lekker, toch? En zo heeft Max Meser 2.0 inmiddels een verzameling verdomd sterke songs bij elkaar. Je hoeft niet heel vaak naar dit nummer te luisteren om te snappen dat dit gemaakt is voor de naderende festivalzomer. Meser testte dat afgelopen december al, met shows in Haarlem, Eindhoven en Den Haag, maar de band ging ook op Europese tour met The Strypes en vooral in Mesers thuisland Spanje gaat het lekker. Over de show op het Purple Weekend Festival in Galicië: “Ze nemen het daar nog niet zo voor lief als in Nederland. Ze zingen alles mee. Het betekent nog heel veel voor de mensen daar, omdat ze het niet dagelijks krijgen. En dat merk je op het podium. Er is nog zoveel te bereiken voor ons, het begint eigenlijk nu pas.”

Speaking of which: deze zomer dan? Vooralsnog staan er volgende maand shows in Londen op het programma en een aantal Spaanse festivals. Dames en heren, Nederlandse programmeurs? Aan de band ligt het vooralsnog niet: “We just want to do what we are best at: play, play, play. Dull & Bored (Bamboo) is exactly the opposite of what we will be this summer!”


Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Word-Lid-Banner-660x150.jpg

“Mijn naam is Willis Earl Beal. Bel me en ik zing een liedje voor je.” Tekst afkomstig van een flyer, uitgedeeld door Willis Earl Beal zelf. Willis woont dan bij zijn oma, scharrelt wat bij in het grootstedelijk gebied van Chicago. Dat was 2000.

Beal wordt afgewezen voor het Amerikaanse leger vanwege darmproblemen. Is dakloos, zo nu en dan.  Vijf jaar later schrijft een recensent: ‘De tussen popconcert, theaterperformance en dadaïstische spielerei balancerende show die volgde, hoort bij het meest opwindende, meest desoriënterende dat we in 2015 op de concertpodia zagen.’

De man heeft soul, releast zo ongeveer ieder jaar een plaat. Nu is daar, samen met Druidance (waar schier niks over te vinden valt) een single van twee minuten: 3 Angels. Blues en een blikken trommel. Dan volgen er synthesizers, waarvan één een doedelzak nadoet en de rest violen. Beal zingt voor je: ‘In this land of peace, we are all alone’. Het verhaal van de drie engelen eindigt met een keuze: terug naar boven, of vast op aarde. De tweede optie is een zelfgekozen veroordeling. Ballingschap.

Wellicht heeft Willis het over zichzelf. Sombere ziel.

Het is de derde week van januari en dat betekent dat we weer afreizen naar Groningen, steevast hét epicentrum van de Europese muziek: showcasefestival Eurosonic/Noorderslag. Van woensdag tot zaterdag spelen letterlijk honderden bands uit heel Europa op tientallen locaties in de stad. Een ware uitputtingsslag, waarbij de hele muziekscene de nieuwe grote acts van het komende jaar wil spotten. Hoe vlieg je dat als bezoeker in godsnaam aan? The Daily Indie geeft een introductiecollege, plus een hoop muziektips.

Tekst Bart Breman, Reinier van der Zouw, Midas Maas & Robin van Essel
Coverfoto Oscar Anjewierden

Eerst maar eens wat cijfers. Op ‘ESNS’ spelen meer dan 350 bands op 62 verschillende podia. Er komen meer dan veertigduizend bezoekers op af, waarvan ongeveer twintig procent werkzaam is in de muziekindustrie. Eurosonic is een Europees showcasefestival dat loopt van woensdag tot en met zaterdagmiddag. Overal in de stad staan aanstormende acts geprogrammeerd. Allemaal willen ze opvallen en allemaal hopen ze op een doorbraak, of interesse van buitenlandse boekers of labels. Hordes mensen uit de muziekindustrie slepen zich van kroeg naar kroeg om bands te bekijken, en om te borrelen en te netwerken natuurlijk. Deze boekers, platenlabels, pers en allerlei andere insiders zoeken naar de nieuwe bands die het in 2019 moeten gaan maken in de clubs en belangrijker: op de zomerfestivals. Naast de optredens zijn er allerlei Europese awardshows, borrels en conferenties, waar de muziekpro’s bij lezingen en paneldiscussies de trends uit de industrie bespreken. Kortom: op Eurosonic wordt grof gezegd bepaald welke muziek jij het komende jaar gaat zien.


Klinkt als een incrowd-feestje? Klopt helemaal, maar dat maakt het niet minder interessant voor jou, gewone sterveling. Dit is namelijk hét festival om de bands van morgen te zien. Franz Ferdinand, Dua Lipa, IDLES, Shame: ze braken allemaal door op Eurosonic. Hoewel het festival elk jaar stijf uitverkoopt, kun je er prima bij, als je maar op tijd je kaartjes haalt. Het is wel zo dat de professionals met voorrang de verschillende zalen in mogen. Het is als betalende bezoeker soms heel frustrerend om iemand met het juiste polsbandje snel naar binnen te zien wandelen, terwijl jij drie kwartier staat te wachten om uiteindelijk vijf minuten van het optreden van jouw favoriete bandje te zien. Het is part of the game. Je kunt je erop voorbereiden door een strak schema te volgen en op tijd bij bepaalde locaties te zijn. Zo maar binnenwandelen gaat je bij de populaire bands of de grote zalen gaat echt niet lukken: vooral de wachtrijen bij poppodium Vera zijn berucht.

Tsjechië en Slowakije
Elk jaar is er een focus: de organisatie kiest één of meerdere Europese landen die wat extra aandacht krijgen. Geinig, want het zorgt ervoor dat je acts uit Europese landen voorbij ziet komen waar je normaliter live niet snel mee in aanraking komt – en dat is vaak best de moeite waard. Dit jaar ligt de focus op Tsjechië en Slowakije. Wat komt daar dan zoal vandaan? Een naam die een belletje doet rinkelen is The Ills, een bloedserieus instrumentaal postrockkwartet uit Bratislava. De band speelde al eens eerder op Eurosonic en werd afgelopen jaar door de collega’s van Consequence Of Sound als favoriet bestempeld.


Ook enkele Tsjechische zendelingen zijn de moeite van het checken waard, zoals de weirde outsidermuziek van Lazer Viking en de dreampop van Manon Meurt. Het fijne aan een showcasefestival als ESNS is dat het aan de ene kant doorgaans goed is in het vatten van de tijdsgeest: ook hier zat poppy potentie, al dan niet op weg naar de Europese stadions. Zo is er bijvoorbeeld de catchy indiepop van Nvmeri, de weidse elektronica van LASS of Avec en grimy hiphop van Hellwana.

Aan de andere kant is de line-up breed en is er ook veel ruimte voor obscuurdere en experimentelere acts. Lonker See maakt onnavolgbaar vage freejazz, de industriële noise van Tittingur lijkt de moeite ook meer dan waard, net als Bohemian Cristal Instrument, futuristische orkestrale ambient met naar verluid een zeer trippy liveshow. En ten slotte gaan we zeker langs bij Isama Zing, een nevelen gehulde, experimentele producer die in zijn eigen land Slowakije het DJ-collectief annex platenlabel Mäss aanvoert dat achter diverse clubnights zit.

Hypes en must-sees
Maar elk jaar zijn er toch vooral een handjevol internationale acts die al goed en wel Groningen lijken ontstegen voordat ze er spelen. De BBC –trouwens ook aanwezig met een eigen showcase – publiceert elk jaar een lijstje met artiesten van wie zij verwachten dat ze het gaan maken. Dat gebeurt meestal ook wel.  Boy Azooga ken je al als je ons trouw volgt, Rapper Octavian speelt met het genre en is al goedgekeurd door Drake en ook Mahalia is er eentje om in de gaten te houden. De uiterst hippe R&B van de jonge Engelse doet wel wat denken aan Erykah Badu en het kan niet anders dan deze dame het ver gaat schoppen. Ook is er een hypeje rond Black Midi, ook al uit Engeland en al op sleeptouw genomen door Shame. Slechts één liedje staat er online, een liveopname van een mathematisch dwars, kriebelend postpunkliedje met wat vreemde zang. In hetzelfde straatje past Fontaines D.C. uit Ierland, met hun even dwarse als toegankelijke gitaarpop, en de catchy liedjes van Sports Team.

Wie ook maar een beetje naar België keek afgelopen jaar, kon eigenlijk niet om het Antwerpse hiphopduo blackwave. heen. Elusive stond maar liefst vier weken op de nummer een van De Afrekening, dé hitlijst van Studio Brussel: old school rapflows, soulvolle passages en jazzy melodieën zonder elektronische poetsmiddeltjes. Het duo stond bovendien op Rock Werchter, Paaspop en de Lokerse Feesten, en wel met een band van zes muzikanten om de sound live volledig tot zijn recht te laten komen.

Maar, zoals we al zeiden: naast de hypes is er zat te ontdekken dat de moeite waard is. Of ronduit weird. Alien Tango nam in keukens, slaapkamers en tal van andere plekken in zijn geboorteland Spanje geluiden op van ontstemde instrumenten, zijn lichaam en cartoons. Dat resulteerde in bijzonder dansbare glampop die The Line of Best Fit omschreef als een combinatie tussen Bee Gees, The Rocky Horror Picture Show en The Beatles. Het absurdisme houdt niet op bij de sound: de teksten zijn op zijn minst zo bijzonder.

Ook kunnen we geen chocola maken van het nogal mysterieuze backstory dat aan het Wit-Russische Weed & Dolphins wordt toegeschreven, maar wat we wel weten is dat single Mortal Kola heerlijk strak klinkt. De combinatie van het heerlijk zeurderige riffje met de droogkomische vocalen maakt het tot een instant oorwurm, die als we deze gekke Oost-Europeanen goed inschatten vast nog een stuk explosiever wordt op het podium. Feestje gegarandeerd, neem je opblaasdolfijn mee.

Tijdens de duursport die ESNS is, wil je ook gewoon regelmatig om je oren geslagen worden met venijnige riffs. Op ESNS kunnen onder andere de Fransozen van The Psychotic Monks daarvoor zorgen. Denk King Gizzard & The Lizard Wizard on steroids en met net wat meer aandacht voor het liedje en je bent er ongeveer wel. Iets minder hemeltergend zijn de uitbarstingen van landgenoten MNNQNS (‘mannequins’). Songtitels als Bored In This Town geven al aan dat je voor originaliteit hier niet echt hoeft te zijn, maar dat wil niet zeggen dat dit sterk op elkaar ingespeelde viertal niet enorm lekker uit de speakers knalt. Net als het voor eenderde uit Litouwen afkomstige Petrol Girls: feminisme, nationalisme en gender-issues zijn allemaal relevante thema’s die deze band gierend aansnijdt. De muzikale omlijsting daarbij is grotendeels wat je verwacht, al is ook de vergelijking die in de bio wordt getrokken met, jawel, Björk niet geheel uit de lucht gegrepen.

Randprogramma
Dacht je dat we er al waren? Think again, ESNS is nog groter. Want als je geen zin hebt om (toegegeven: veel) geld uit te geven aan een duur kaartje, is er een gigantisch randprogramma, waarvan een groot gedeelte gratis toegankelijk is. Veel van de bands die in het reguliere programma spelen kun je ook gratis zien op één van de vele feestjes en optredens. Het is te veel om hier allemaal op te sommen, dus halen we een aantal krenten uit de pap.

The Sounds of Young Holland-showcase van platenlabel Subroutine is al jaren één van leukste én meest relevante onderdelen van het festival met de beste bands uit de Nederlandse underground, zoals dit jaar The Avonden en The Sweet Release of Death. Ook leuk is de Garage van Klaas: in een café vlak buiten het centrum zie je dit jaar onder andere Canshaker Pi, Ploegendienst en Mark Lada’s Golden Arches. Ook kun je het hele weekend terecht in De Drie Gezusters op de Grote Markt bij Altersonic, inmiddels omgedoopt tot Pinguin Radio Showcases.

Op vrijdag is verder de showcase van Grasnapolsky X On Track Agency X Cloudhead in EM2 de moeite waard, met onder andere Anemone, The Mighty Breaks, De Likt en Indian Askin. Zaterdag wordt het rennen: Platosonic heeft steevast een enorm programma en ook de Day Party van onze collega’s van Subbacultcha! is altijd favoriet (want gratis bier!). Ook bijzonder is de expo en show rond Indie Academy in Brouwerij Martinus, het fotoboek van fotografe Jorah Terwisscha en Excelsior Recordings. Terwisscha fotografeerde afgelopen tijd diverse Nederlandse bands die ook zullen spelen, zoals Pip Blom, KIEFF, Scram C Baby en – zijn ze weer – Canshaker Pi.

Noorderslag
En dan culmineert het feest naar de zaterdagavond in De Oosterpoort voor Noorderslag. Dat is een stuk overzichtelijker, want de hele avond vindt plaats onder hetzelfde dak van dit inmiddels wat verouderde concertzalencentrum. Waar Eurosonic nog wel enigszins voor de liefhebber is, lijkt tijdens Noorderslag zo ongeveer heel Nederland in al zijn soorten en maten naar Groningen te zijn afgereisd. Je krijgt dus ook een dwarsdoorsnede van wat er speelt op Nederlands popgebied en het gaat letterlijk alle kanten op. Je ziet mega-acts als Douwe Bob, vlogster gone popster Famke Louise of de zomerse pop van Kenny B. Ook voor aanstormend talent is het the place to be, zoals voor namen als S10, Idaly en Rimon. Maar je kunt ook terecht bij TDI-favorieten als Lewsberg, Donna Blue, Thomas Azier, The Visual, Karel, Ploegendienst en Feng Suave.

Noorderslag draait losjes om de uitreiking van de Popprijs, bedoeld voor de act die het afgelopen jaar ‘het meest voor de Nederlandse pop heeft betekent’. Vorig jaar was ‘ie voor Kensington. En dit jaar? Wende Snijders? Ronnie Flex?  Eén ding is zeker. De winnaar krijgt geen bierdouche. Jarenlang was het de gewoonte om de winnaar te bekogelen met bier, een ‘traditie’ die ooit was ontstaan toen 2 Unlimited werd uitgeroepen als winnaar en het publiek zich daar niet in kon vinden. In de jaren daarna werden winnaars, wat meer goedmoedig dan destijds, ook onthaald met zo’n bierdouche. Sinds enkele jaren is dat voorbij: artiesten en Giel Beelen hielden er niet van en de traditie werd beëindigd.

Maar met bier wordt er nog genoeg gegooid. Zo rond een uur of drie ’s nachts bijvoorbeeld, als iedereen dronken door de gangen van De Oosterpoort zwerft en er altijd nog wel een punkbandje te vinden waar je kunt crowdsurfen en een moshpit bij starten. En als het dan tegen vieren toch echt klaar is, wordt het feestje gewoon doorgezet bij de legendarische Kroeg van Klaas of café De Knarie. Sluitingstijden, daar doen ze niet aan in Groningen, en zeker niet aankomende, steevast véél te lange weekend.


The Daily Indie is vanzelfsprekend het hele weekend aanwezig in Groningen en doet elke dag op deze site verslag.

Tweeduizendachttien loopt bijna ten einde en daarom zetten we bij The Daily Indie een vorig jaar gestarte traditie graag voort. Middels een serie eindejaarsfeatures kijken onze redacteurs terug op wat hen in 2018 opviel in de muziek, de invloed die dat had op de rest van de wereld, en omgekeerd. Met de laatste tientallen, compleet voorspelbare deuntjes van de Top 2000 op de achtergrond, gaan we zitten voor een jaaroverzicht van ons eigen platform.

Tekst Robin van Essel

Zo, dat was 2018. Om maar met een dooddoener te beginnen: wat een muziekjaar was het weer. We betreurden het heengaan van muzikanten, zowel Grote Namen als relatief obscure en zowel op respectabele als veel te jonge leeftijd, en die we hier onmogelijk allemaal kunnen noemen. Een greep: Mark E. Smith (lees hier onze in memoriam terug), Dolores O’Riordan (Cranberries), Avicii, Jóhann Jóhannsson, Aretha Franklin, John ‘Jabo’ Starks (drummer van James Brown), Scott Hutchison, Koos Alberts, Dale Barclay (The Amazing Snakeheads), Richard Swift, Conway Savage (The Bad Seeds), Charles Aznavour, Tony Joe White en onlangs nog Pete Shelley (Buzzcocks).


976 berichten
We lieten je afgelopen jaar kennismaken met zo veel mogelijk nieuwe muziek die meer aandacht verdient. Dat deden we met 976 berichten op onze website, waarvan vijfhonderd posts over nieuwe muziek, 108 interviews en 91 features, maar ook met 67 radio-uitzendingen en podcasts en 49 The Daily Indie Presents-liveshows. We waren aanwezig op tientallen festivals, we kregen een eigen podium tijdens de Popronde en lieten een waanzinnig toffe lijn T-shirts ontwerpen.

Maar uiteraard probeerden we ook verhalen te vertellen die, hopelijk, interessant zijn voor iedereen met bovengemiddelde interesse in muziek. Er viel namelijk genoeg te zeggen. De al eerder ingezette ontwikkeling naar een steeds diverser wordend poplandschap zette zich voort, iets dat dit jaar beter dan ooit te zien was in onze jaarlijst van beste albums. Maar het is nooit te laat om nieuwe muziek te ontdekken. Precies de reden waarom we afgelopen week nog in het teken zetten van onze ‘Op de valreep’-serie, bij The Daily Indie inmiddels net zo’n traditie als de jaarlijstjes zelf en iets waar we erg trots op zijn.

Gitaren
Hand in eigen boezem: we hebben het ook wel eens verkeerd. Zo riepen we regelmatig dat muzikale innovatie anno 2018 niet meer bij gitaarbands te vinden is en gingen op ESNS vorig jaar zelfs tevergeefs op zoek naar de hoop in bange gitaardagen. En dan komen de jaarlijsten en zetten we rustig de hoge regionen vol met oude en nieuwe gitaarfavorieten: Parquet Courts, IDLES (we verkozen Danny Nedelko zelfs tot beste song van het jaar), Shame, Rolling Blackouts Coastal Fever en Car Seat Headrest.


Vooral kenmerkend vinden we de plotselinge populariteit van ‘boze post-Brexit-bands’ zoals IDLES en Shame: blijkbaar hebben we ook aan deze kant van de Noordzee behoefte aan een muziek die tegengewicht biedt aan de steeds verder polariserende en populistischere wind in de samenleving. Op zich niet verwonderlijk, aangezien deze ontwikkeling overal gaande lijkt. Of het nu de Brexit is, Charlottesville, les gilets jaunes die hun weg vinden van Parijs deze kant op, of die poor excuses for human beings die zich bij de zwarte piet-demonstraties in Eindhoven ‘van hun beste kant’ lieten zien: politiek lijkt ons steeds vaker te polariseren en, extremer, aan te zetten om op de barricades te klimmen en tot actie over te gaan. Het is goed dat de muziekwereld daar steeds vaker een standpunt over inneemt, zoals de bovenstaande bands, of er gewoon op een slimme manier op reflecteert, zoals De Staat deed in de video voor KITTY KITTY, en waarover redacteur Ada pas nog een mooie analyse schreef.

Gitaren zat dus, en niet alleen in de UK. Ook in eigen land, bijvoorbeeld tijdens afgelopen Popronde, waar ‘klassieke’ gitaarbands als Yip Roc, The Tambles, Anemone, Van Common en Tape Toy steevast tot de best geboekte behoorden. Sowieso horen we tegenwoordig steeds vaker een grungier geluid bij de nieuwe generatie gitaarbands uit eigen land – het is allemaal net iets meer poppy en hifi, maar ook vaak harder, dan de vloedgolf garagebands die we afgelopen jaren voorbij zagen komen. Zie bijvoorbeeld ook het frissere geluid van de doorstart van een aantal van die bands, zoals Maple (eerder Orange Maplewood), Dripping Trees (voorheen Mexican Surf) en Gramma (voorheen Lookapony). Voorspelling: we hebben afgelopen jaren de sixties-garage voorbij zien komen, de seventies-psych en de eighties-synthesizers; 2019 wordt het jaar van de postgrunge-sound.


Diversiteit
Maar vlak de rest van de genres niet uit. Zoals we al zeiden: popmuziek wordt steeds diverser en daarmee ook voor platformen als het onze steeds meer credible – iets wat we vorig jaar in deze zelfde wrap-up al concludeerden. Die ontwikkeling zette zich dit jaar door, waarbij niet alleen popcoryfee Robyn een plaat maakte die alom werd gewaardeerd door ‘serieuze’ muziekliefhebbers, maar het zomaar kon gebeuren dat de voormalige enfant terribles van de indie hitproducer Brian ‘Danger Mouse’ Burton in de arm namen en met Wide Awake! hun meest poppy en funky plaat ooit maakten. En dat niet alleen: Parquet Courts veroverde er de nummer een in onze albumlijst mee. Verder in 2019 in onze jaarlijstjes: waanzinnige hiphop- en neosoul-platen van Noname, Kali Uchis en in eigen land van Rimon, jazz van Sons Of Kemet (lees hier onze feature over Shabaka Hutchings die we voor Le Guess Who? maakten terug) en Kamasi Washington (zie deze uitgebreide feature), de EBM-hype van bijvoorbeeld Job Sifre, en pure elektronica van Jon Hopkins (lees hier het interview met hem terug), Nicolas Jaar-alter ego Against All Logic en George FitzGerald (interview).

En wat te denken van ‘die andere’ diversiteit? Serieuzere onderwerpen, zoals etniciteit, gender en seksualiteit drukken ook hun stempel op de muziek en zijn natuurlijk, en gelukkig, niet aan een bepaald jaar voorbehouden. Ook 2018 was op dat vlak een bewogen jaar, maar zoals de tijd voorsluipt, is elke ontwikkeling ook weer een reactie op het voorgaande en dat brengt ook vaak iets moois. Zoiets zag redacteur Joëlle gebeuren, toen na de #MeToo-beweging van vorig jaar er dit jaar een hoop muziek verscheen die seksualiteit juist vierde.

Ook steeds vaker te zien: hoe de ‘traditionele’ functie van muziek wordt uitgedaagd en het hele concept van de band en zijn werk een kunstproject op zich wordt. Ook dat zagen we al eind vorig jaar, toen King Gizzard and the Lizard Wizard het idee van ‘een album’ uitdaagde door een megalomaan kunstproject van vijf albums met overlappende concepten en verhaallijnen. Dit jaar zagen we een band als Superorganism, een band die muzikaal wellicht niet grensverleggend is, maar door zijn conceptuele vorm en surrealistische gebruik van theater-elementen in zijn liveshow je aan het denken zet over wat muziek nou precies hoort te zijn (lees hier ook de albumreview en een interview met de band van dit jaar). Het is alleen maar ontzettend mooi dat al deze diversiteit anno 2018 in toenemende mate een publiek weet te vinden.


Filterbubbels en aandachtsvacuüms
De andere zijde van de medaille is dat het gevecht om aandacht van het publiek ervoor zorgt dat de deugd een nood wordt. Het is fantastisch dat Soundcloud een doorbraak kan forceren voor rappers als Lil Pump and 6ix9ine. Maar die rappers zijn hetzelfde bewijs dat artiesten anno 2018 niet zelden gewoon veranderen in menselijke clickfarms. Gooi alles wat een beetje spraakmakend is op Instagram, Tumblr en Snapchat en laat media als hijgerige paparazzi alle aandacht schenken aan een klein groepje bekende artiesten. Zo ontstaat er een aandachtsvacuüm waarbij andere muzikanten, die vaak meer talent hebben maar minder social media savvy zijn, worden vergeten.

We proberen bij TDI zo weinig mogelijk mee te doen met het achterna rennen van hypes, maar soms worden we ons ook pijnlijk bewust van de bubbel waar we zelf in zitten: toen bekend werd dat Josylvio de meest gestreamde Nederlandse artiest op YouTube was, moesten we hier op de redactie bekennen dat we nog nooit van de beste man gehoord hadden. De vraag is natuurlijk in hoeverre dat een kwaliteitskeurmerk is, maar een naar binnen gekeerde blik is nooit goed om zaken in een context te plaatsen. Gelukkig prikt de muziekjournalistiek de bubbel ook nog wel eens gedecimeerd door: begin dit jaar was, dankzij waanzinnig werk van De Volkskrant, ‘Dotan-gate‘ een veelgehoord woord in de scene. De vraag rijst in hoeverre likes, volgers en views in de indiescene een maatstaf voor succes zijn, en in hoeverre dat invloed heeft op boekingen voor clubshows en festivals. En, belangrijkere vraag: in hoeverre muzikanten erop inspelen. Naast de Dotan-gate kennen we allemaal de verhalen over clickfarms en het kopen van online volgers. Is dat een ding bij de muziek waar wij over schrijven?

Parquet Courts doet nog steeds niet aan social media, dat weten we, net als de Rotterdammers van Lewsberg die we eerder dit jaar nog interviewden. Aan de andere kant zien we ook dat bands, vooral in een land als Nederland, steeds minder vaak een goed plan lijken te hebben en allemaal hetzelfde traject doorlopen voor snelle populariteit: een paar songs op Spotify, actief zijn op Instagram, meedoen aan Popronde, hopelijk Noorderslag en links en rechts wat festivalshows. Dat is geen goed pad naar een duurzame carrière: Nederland is een klein land en snel verzadigd. We spraken daar onlangs uitgebreid over met Amber Arcades, maar ook in interviews met The Hazzah en Pip Blom kwam het aan de orde.

Social media lijken overigens dan wel een katalysator voor dit proces, maar die concentratie van aandacht en geld bij een relatief select groepje artiesten is natuurlijk niks nieuws. Maar hoe dat carrières kapot kan maken en wel degelijk invloed heeft op wat wij te horen krijgen en live kunnen zien, werd zelden zo vlijmscherp verwoord als door Jonathan Wilson, in het interview dat redacteur Daan afgelopen zomer had met hem. Not sugar coating it mag een understatement genoemd worden.

Het werd, meer dan terecht, het meest gelezen artikel van The Daily Indie dit jaar.


En dan nog even dit…
Alle bovenstaande vragen en issues probeerden we in 2018 bespreekbaar te maken, in een context te plaatsen en idealiter te beantwoorden. Goede verhalen over goede muziek die te onderbelicht blijft, is wat we ook in 2019 zullen blijven doen. Helaas gaat dat niet altijd zo maar. Ons platform is gratis en dat blijft zo, maar als je het vet vindt wat The Daily Indie doet, willen we om een klein beetje hulp vragen.

Als je lid wordt van The Daily Indie voor een schamele tien euro per jaar, help je niet alleen ons om goede verhalen over de indiescene te blijven maken. Je profiteert ook nog eens van ontzettend veel voordelen: je kan gratis naar onze The Daily Indie Presents-shows door heel het land en je krijgt korting op tickets voor tientallen andere gigs en festivals bij onze muzikale partners. Via onze ledennieuwsbrief informeren we je bovendien over alle andere exclusieve ledenacties voor concert- en festivaltickets, unieke releases, T-shirts en vinyl.

Check deze pagina voor meer info over het lidmaatschap. Meteen een leuke actie? Koop ons fraaie limited edition ‘Silver Surfer’ T-shirt voor €25 en krijg er direct een jaarlidmaatschap bij.

Voor nu, goede jaarwisseling en tot volgend jaar, namens iedereen bij TDI!



Lijstjes, lijstjes. Of het nu onze favoriete platen waren, of songs: wanneer het einde van het jaa nadert, vangen we liefst alles in overzichtjes, rankings en top-zoveels. En omdat de vaklieden die al onze content dag in dag uit van fraaie visuele aankleding voorzien er normaliter nogal bekaaid vanaf komen, presenteren wij: de beste muzikale foto’s van onze redactiefotografen.

Coverfoto Tess Janssen

Félice Hofhuizen 
“Mijn foto van 2018 is van The National op Best Kept Secret. De eerste keer dat ik als fotograaf in de welbekende fotopit van een groot festival stond en dan bij een band die hoog op mijn favorietenlijstje staat. Het licht kadert Matt Berninger waardoor er een soort rust in de foto ontstaat terwijl hij aan de andere kant ook veel emotie uitstraalt. Ik vind het een spannend en krachtig beeld, gemaakt op een moment die ik niet snel zal vergeten.”

David van Dartel 
“Dit is Joost, net nadat hij uit de Noordzee kwam op Into The Great Wide Open. Zo rechtstreeks uit de zee en klaar om op te treden, vol energie.”

Tess Janssen 
“Sta je dan; eerste keer Lowlands en je staat niet op de lijst om Gorillaz te mogen fotograferen. Balen, maar wat niet is, dat is niet. De fotografen die wel mogen, staan front of house, dus daar heb je ook niet veel aan. Dan maar een feestje vieren vanaf de zijkant. Nog voor het derde nummer duikt zanger Damon Albarn het publiek in. Sta je dan: per ongeluk perfect opgesteld voor wat je kort daarna noemt mijn Lowlands monster shot.”

Niek Hage 
“De Likt, Maassilo, Rotterdam. Huilen, emotie, liefde. Kusje, doei.”

Michael Kattenbeld 
“Róisín Murphy, omdat ik ‘dankzij’ deze dame concerten fotografeer… In 2005 jaar trad zij op in Paradiso, nadat de band Moloko definitief uit elkaar gegaan was. Die show van haar, alleen in de Paradiso, blijft nog steeds de beste show die ik ooit gezien heb. Een paar maanden daarna zou ze weer terugkomen naar Amsterdam en heb ik haar een mail gestuurd met de vraag of ik de show kon fotograferen, en tot mijn verbazing had ik ineens mijn eerste fotopas te pakken! Deze foto is natuurlijk van dit jaar in de Ronda. Na dertien jaar blijft Róisín Murphy nog steeds mijn muse. De manier waarop ze beweegt op het podium, speelt met het publiek en ogenschijnlijk lijkt te poseren voor de camera’s is een feest om te fotograferen.”

Sabrine Baakman 
“Karel, geschoten op Down The Rabbit Hole. Het onverwachte hoogtepunt! Ik kende Karel toen nog niet en we hadden hem ook niet op de lijst staan om te fotograferen. Maar ik was er toevallig in de buurt en dacht: ik pak hem nog even mee. Ik ben nu dik fan!”

Ad Baauw 
“Dit is de ons welbekende Ricardo Jupijn (hoofdredacteur The Daily Indie, red.). De foto is genomen in de Kroepoekfabriek te Vlaardingen, waar zijn band Anemone speelde in het voorprogramma van The Animals.”

Anne-Marie van Rijn 
“Mijn foto van het jaar is Japanese Breakfast geworden, spelend op het strandpodium van een zonnig Into The Great Wide Open. Ik kan naar deze foto blijven kijken: de details van het shirt, de tattoos, de oorbellen, de perfecte make-up onder de zonnebril en haar blik naar beneden!”
Eva Ruiten 
“The Vamps (hier in Paradiso) is altijd een van mijn favoriete bands geweest. Hoewel ik daar inmiddels een beetje overheen ben, was dit alsnog een bucketlisding om te fotograferen. Wat dit mijn favoriete foto maakt is de kleuren in combinatie met zijn blik. Niet alleen zijn de kleuren heel vrolijk, maar je ziet aan hem gewoon zo goed dat hij geniet van hetgeen waar hij voor op het podium staat. Hij is hier echt voor gemaakt.”

Jan Rijk 
“Afgelopen jaar bestond The Cure veertig jaar en ik was aanwezig bij het enige Europese concert. Vijftigduizend mensen verzamelden zich British Summer Time, een snikhete dag in Hyde Park in London. Er speelden ruim tien bands die door The Cure beïnvloed waren, zoals The Twilight Sad, Slowdive, Editors, en Interpol. Daarna was het tijd voor de band zelf, een prachtig concert met een prachtige doorsnede van een lange carrière.”

Marcel Boshuizen 
“Dit is Sharon oftewel Kovacs, op 7 december in Bibelot in Dordrecht.
Een beeld moet je raken, dus ik zal er niet te veel over zeggen, maar ondanks (of juist door) het minimalisme straalt de foto voor mij een enorme kracht uit. Het is de combinatie van power, passie en pijn die het hem doet.”

Mirel Masic 
“La Femme op Sziget Festival is mijn foto van het jaar. Ik kreeg de kans om in de fotopit en backstage te komen en heel veel toffe momenten vast te leggen, waaronder deze vanaf de zijkant. Toetsenisten en zulke poses zie je niet zo vaak. La Femme wilde ik al jaren zien, en ze dan ook nog kon fotograferen was dus extra leuk.”

Tineke Klamer 
“Ik heb het hele jaar in moshpits doorgebracht voor een documentaireserie. Maar dit was een van de avonden van dit jaar waar het meeste actie te fotograferen viel. Niet alleen ging het publiek helemaal uit zijn dak, ook de band ging helemaal los. <3 voor Viagra Boys.”

Sharon Vreeburg 
“Dit is Barns Courtney in de Kleine Zaal van Paradiso vorige maand. Ik ben erg fan van hem het betekende veel voor me dat ik hem kon fotograferen. Ik heb hem een paar jaar terug ontdekt op London Calling en zag hem daarna in een pub in Brighton. Ik wilde toen na zijn show op hem af gaan en vertellen dat ik zijn muziek te gek vind. Ik had al aardig wat drankjes op, en in plaats van ‘I really love your music’, zei ik: ‘I really love you…” Gelukkig ging hij er superleuk op in. Ik heb drie jaar moeten wachten op zijn album en tot hij terugkeerde in Nederland. Ik was dan ook beyond excited toen hij een show bekend maakte. Op deze foto heeft hij zich net op de grond laten vallen. Hij is heel enthousiast en geflipt op het podium en dat laat deze foto zien, doorweekt van het zweet.”

Maureen Vreeburg
“Dit is een moment tijdens de show van Yungblud in EKKO in januari. Ik vind deze foto vooral zo mooi, omdat je van Yungblud meestal heel typerende foto’s ziet met een tong uit zijn mond of de bekende sprong. Deze foto is even een moment tussen het zingen door, waarbij hij in zichzelf  lacht. Je kan heel goed op de foto zien hoe erg hij geniet van het optreden en dat vind ik mooi.”

Vanessa Scheer 
“Mijn fotografie-debuut voor TDI was het zeer verassende optreden van Pinegrove in de Sugarfactory.De gekozen foto is niet mijn allermooiste ooit, maar geeft zo mooi de energie van zowel de band als het publiek weer, dat hij mijn nummer één is. Op naar onvergetelijke optredens en foto’s in 2019!”