De allerlaatste week van de zomer is aangebroken, maar why stop? In onze reisserie Ontdek Je Plekje nemen (gast)redacteurs je mee naar makkelijk te bereiken, onverwachte Europese steden waar je als muziek- en cultuurliefhebber volop aan je trekken komt. Na dit jaar in BrightonCluj-Napoca en Edinburgh te zijn geweest, gaan we er nog een keer op uit, en wel naar de Oekraïense hoofdstad Kiev.

Tekst en foto’s Theo van der Veer

Als er één Oost-Europees land veel in het nieuws is geweest de laatste jaren, dan is het Oekraïne wel. Om uiteenlopen redenen haalde het hier de kolommen van de dagbladen: de Oranje revolutie, de songfestivalwinst van Svetlana, de perikelen rondom de Krim en recentelijk nog de uitverkiezing van de komiek Volodymyr Zelensky tot president van de voormalige Sovjetstaat. Oekraïne is op z’n zachtst gezegd een bijzonder land, waar we weinig van weten. Veel minder dan dat we eigenlijk denken.

Denk je aan Kiev, dan denk je waarschijnlijk niet aan een bruisende, hippe en westerse stad. Niks is echter minder waar. Kiev (of Kyiv zoals ze zelf zeggen; Kiev is een ouderwetse Russische uitspraak, Oekraïners zullen gevleid zijn als je de stad op een Oekraïense manier noemt) is moderner dan je verwacht en een stad die binnen afzienbare tijd uit zou kunnen groeien tot misschien wel ‘het nieuwe’ Berlijn of Leipzig. Toegegeven, dit predicaat wordt tegenwoordig te pas en te onpas op steden geplakt waar iets broeit, toch is Kiev en stad met (culturele) potentie. Al loopt het er nog niet over van toeristen: van fotograferende Aziaten blijf je vooralsnog gevrijwaard.

Verdwalen
Om niet te verdwalen in Kiev – de stad bestrijkt per slot van rekening 836 km² en telt bijna drie miljoen inwoners – heb ik afgesproken met Alona Dmukhovska. Ik heb haar vorig jaar leren kennen tijdens een cultureel uitwisselingsproject, waarvoor ze toen in Nederland was. We ontmoeten elkaar bij het metrostation Arsenale, op zich al een belevenis. Station Arsenalna (vernoemd Arsenal Factory, is een van de oudste en meest beroemde industriële fabrieken) ligt ruim 100 meter onder de oppervlakte en is daarmee het diepste metrostation ter wereld. Vanaf daar is het tien minuten lopen naar de Wake CUP Bar (Ivan Mazepa Str. 18/29) een hippe bar onder de grond waar je we gaan dineren. De kaart telt talloze vegetarische en veganistische gerechten. Maar je kunt er ook terecht voor een goed ontbijt, lunch, maar het is ook een prima werkplek, met goede koffie!

National Museum of the History of Ukraine
Vanuit daar maken we een wandeling naar het National Museum of the History of Ukraine in the Second World War (Lavrska Str. 24), een park dat even buiten het centrum ligt. Vanaf hier heb een prachtig uitzicht over de oostkant van de stad, en de rivier de Dnipro, die de Kiev in tweeën deelt. Ook het park zelf is een adembenemende verzameling van visuele hoogstandjes. Het is aangelegd tijdens het Sovjetregime en het park staat dan ook vol met megalomane Sovjet-standbeeelden. Indrukwekkend, voor wie een fascinatie heeft Oost-Europese architectuur, zoals ondergetekende (die wat dat betreft in Kiev goed aan zijn trekken komt). Helden en gevallenen worden hier groots geëerd. Of beter gezegd werden: de hedendaagse, jonge inwoners van Kiev hebben niet veel op met de toenmalige Sovjet-Unie. Het Motherland Monument van ruim honderd meter, dt trouwens zeer prominent aanwezig in een clip van Frightened Rabbit, is gebouwd ter verheerlijking van de toenmalige ‘Unie van Socialistische Sovjet Republieken’.

Majdan Nezalezjnosti
Na een wandeling langs overheidsgebouwen en de ambtswoning van de recentelijk verkozen president, belanden we op het Onafhankelijkheidsplein (Majdan Nezalezjnosti). Wereldberoemd geworden als strijdtoneel van de Oranjerevolutie (2004-2005) en Euromaidan (de Revolutie van de Waardigheid): protesten en politieke manifestaties waarbij tientallen doden vielen te betreuren. De gevallenen worden middels portretten op indrukwekkende wijze herdacht.

En hoe wrang ook, door de recente geschiedenis is het plein tevens de grootste toeristische trekpleister en kloppend hart van de stad. Het is nog opvallend druk op de late avond, maar het is dan ook nog altijd ruim 25 graden. De zomers in Oekraïne zijn erg warm: dagen van rond de 30 graden zijn geen uitzondering (maar een onverwachte wolkbreuk al evenmin). We vinden enigszins verkoeling wanneer we de het metrostation inlopen, hier neem ik afscheid van Alona. Op steenworp afstand van het Majdan Nezalezjnosti is Cuba Coffee (Tarasa Shevchenkalaan 2) gevestigd, hier schenken ze misschien we de beste koffie van Kiev.

Majdan Nezalezjnosti

Koфeepия
De volgende dag bezoek ik Podil, een van de hipste wijken van de stad en tevens een van de oudste. Podil is het culturele hart van Kiev. Daarnaast kun je hier prima eten en zijn er zijn tal van leuke koffietentjes, waar veel opgeklapte laptops opvallen en zeer goede (en sterke) koffie geschonken wordt. Mijn favoriet is koffietent Koфeepия (Mezhyhirska Str. 7), wat zoiets betekent als ‘lekkere koffie waar je blij van wordt’. Een klein schattig zaakje, waar vintage meubilair de boventoon voert. Al weet je in Oost-Europa nooit of dit de bedoeling is, of dat het interieur al die jaren onaangeroerd is gebleven. De koffie is er voortreffelijk en niet duur. Op een goede tweede plaats gevolgd door Hum:Hum (Mezhyhirska Str. 13/34), zelfde recept: goede koffie, maar ook een prima vegetarische kaart.

Want voor een goede vegetarische (en zelfs een veganistische) maaltijd kun je in Podil te kust en te keur terecht. Een goed voorbeeld hiervan is KOLO (Illinska Str, 20). Een klein restaurantje, op steenworp afstand van de Dnipro, waar een goede vegetarische maaltijd geserveerd wordt. Minstens zo lekker kun je eten bij MOMO (Petra Sahaidachnoho Str. 24), gelegen aan het Kontraktova plein, in het kloppende hart van Podil. Een hip restaurant dat van buitenaf de uitstraling heeft van een fastfoodrestaurant en dat in zeker zin ook wel is, alleen staat de kaart hier vol met biologische, vegetarische en veganistische lekkernijen. Zoals smoothies en drankjes maar ook gerechten die je zelf samenstelt. Dit alles voor een zeer schappelijke prijs. Dit in tegenstelling tot in ons land, waar verantwoord eten en drinken synoniem zijn voor hoge prijzen.

MOMO

Closer
In zo’n hippe stad zal het ook wel goed zitten met het muzikale landschap, zou je zeggen, maar de muziekscene van Kiev is niet gecentraliseerd. Desondanks zijn er genoeg podia om leuke concerten te bezoeken. Kunst en cultuur was sowieso geen ondergeschoven kindje in de Sovjettijd en daar plukt (op het gebied van vastgoed) Oekraïne nog altijd de vruchten van. Er zijn talloze theaters en musea (wat te denken van het Jellyfish Museum, serieus!) in de stad, én er zijn een paar hele interessante poppodia.

Yurkovytsya

Een van die podia is Closer (Nyzhnoiurkivska Str. 31), bekend om zijn dance- en techno-avonden, maar er treden ook regelmatig bands op. De club zelf ligt achteraf, in gebied dat Yurkovytsya heet. Closer is een wereldberoemd podium waarvoor zelf The Guardian en The New York Times vleiende woorden over hadden. DJs als Richie Hawtin, Helena Hauff en Moodyman zijn hier kind aan huis. Maar er wordt breder geprogrammeerd: op de (doordeweekse)avond dat ik er ben, treedt het lokale DZ’OB op, een zevenkoppig orkest met strijkers, een drummer en een DJ. De prijzen bij Closer liggen aanzienlijk hoger dan elders in de stad en de ervaringen met betrekking tot gastvrijheid schijnen nogal wisselend te zijn. Ik heb hier in elk geval een prima avond gehad.

DZ’OB

Muziek op Trykhaniv Island
Een andere locatie waar zomers met regelmaat festivals en concerten plaats vinden is Южный Берег Киева (wat zoiets als ‘Zuidkust Kiev’ betekent). Een prachtige strandtent (inclusief zandstrand) met podium op het eiland Trykhaniv island, gelegen aan de Dnipro. Overdag ook een prima plek om te vertoeven. Om hier te komen kun je vanuit het centrum het best de voetgangersbrug Parkovy Pedestrian Bridge over de rivier nemen. Op de avond dat ik Trykhaniv island bezoek, treedt Lucas Bird er op, een jonge hipster van nog geen twintig jaar. Южный Берег Киева is een plek waar je ziet en gezien mag worden. Het publiek is jong (mid twintig) en westers uitgedost.

Na het optreden spreek ik kort met Bird, ik vraag hem hoe populair hij is in Kiev. Hij kan nog moeiteloos over straat kan lopen, ‘zonder herkend te worden’, antwoordt hij serieus. Maar een doorbraak, binnen maar ook buiten Oekraïne hoeft niet lang op zich te laten wachten. Zijn blik is vooral gericht op het  westen. “In Kiev is geen popscene, iedereen werkt op z’n eigen een eilandje”, legt hij uit. Naast het westen zou hij ook graag oostwaarts trekken. “Naar Japan”, vertelt hij enthousiast. “Na Oekraïne worden mijn liedjes daar het meest gedraaid.” Het is niet voor het eerst dat ik hoor dat er geen samenhangende muziekscene is in Kiev. Dat is jammer, want hierdoor zijn artiesten veelal op zichzelf aangewezen, of op Music Export Ukraine, de organisatie waarvoor ook Alona werkt.

Lucas Bird

Scenevorming kun je ook niet creëren, het moet ontstaan. Potentie in Kiev is er genoeg, zoals de afgelopen jaren ook al te zien was op Eurosonic. Daarnaast is het een heel interessante stad, die mijn hart heeft gestolen. Het leven is goedkoop en je kunt er goed overnachten. Reizen doe je het beste met de metro: voor nog geen 10 cent koop je al een muntje voor een ritje, zonder zones. Het is een stad waar historie en vooruitgang hand in hand lopen en een aanrader voor iedereen die niet achter in de rij van toeristen wil aansluiten, maar wel het nodige wil zien.

Hoe kom je er?
Voor mensen met vliegschaamte is Kiev op zich goed te bereiken met de auto, hoewel de wegen na Warschau niet van de kwaliteit zijn als wat wij hier in het westen gewenst zijn. Daarnaast is de douane een uitdaging en niet slechts een horde. Vliegen een betere optie. Dat kan dagelijks vanaf Schiphol en daarnaast met regelmaat vanaf Rotterdam en Eindhoven.

Drukke agenda dit weekend? Maak maar vrij, want je gaat de tijd nodig hebben. Als je up-to-date wil blijven met alle nieuwe releases tenminste, want goddamn: wat komt er een hoop uit deze week. We hebben weer alles geluisterd en een selectie voor je gemaakt. Maar houd natuurlijk ook onze release-agenda in de gaten voor meer moois.

Popronde is van start gegaan gisteren en we zien vandaag meteen twee nieuwe singles verschijnen van beloftes uit de selectie: van WIES, het Nederlandstalige indiepoppproject van Jeanne Rouwendaal en de weirde lo-fi outcast-autotunerap van Grote Prijs-winnaar Johnny Loves Me.

Verder zijn er singles van Temples, dat volgende week zijn langverwachte derde plaat uitbrengt (stay tuned voor een interview met de band), nu al nieuw werk van voormalig-Wild Beast Hayden Thorpe en een derde teken van leven van Girl Band. Deze derde single in korte tijd wijst erop dat de band, na het waanzinnige Holding Hands With Jamie uit het veelgeplaagde jaar 2015 (de band moest continu tours afzeggen vanwege gezondheidsproblemen van frontman Dara Kiely) het nu opnieuw probeert. Het momentum voor bands uit Dublin is er met Fontaines D.C. en The Murder Capital momenteel in elk geval.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de albums! We zien nieuwe van TDI-favs (Sandy) Alex G. (morgen verschijnt een interview op deze site!), Alex Cameron, Metronomy, Twin Peaks, Men I Trust en Jenny Hval. Maar ook frisse ontdekkingen, zoals ‘superband’ L’Épée, Djo (de band van Stranger Things-acteur Joe Keery) en het artistiek fascinerende Jerkcurb.

En. Nog. Veel. Meer. Veel luisterplezier!

Altijd op de hoogte blijven? Houd dan onze Spotifyplaylist en onze pagina vol Album Releases en New Music in de gaten.



(Sandy) Alex G – House Of Sugar

Twin Peaks – Lookout Low

Metronomy – Metronomy Forever

Alex Cameron – Miami Memory

L’Épée – Diabolique

Djo – Twenty Twenty

Devendra Banhart – Ma

Men I Trust – Oncle Jazz

Jenny Hval – The Practice Of Love

Jerkcurb – Air Con Eden

Trupa Trupa – Of The Sun

Sjamsoedin – Research


De zomer loopt ten einde, wat betekent dat de hoeveelheid releases, die afgelopen weken eigenlijk toch al hoger lag dan normaal, nu echt wordt opgeschroefd. Veel vaderlands nieuws deze week, met onder andere gloednieuw werk van Klangstof, Figgie, TESSEL en The Sweet Release Of Death.

Uiteraard keken we al een tijdje uit naar de nieuwe plaat van TDI-darlings Whitney, waarmee we vandaag ook een interview publiceerden. Ook is daar Twelve Nudes, de langverwachte nieuwe van Ezra Furman (we schreven al over de eerste single van die plaat). Ook onze favoriete Aussies DZ Deathrays brengen hun vierde plaat Positive Rising, pt. 1 uit.

Daarnaast zien we een nieuw teken van leven van oudgedienden Cold War Kids (de single Complainer) en The Futureheads (full-length Powers), een bijzondere samenwerking tussen de Deense producer Trentemøller en Warpaint’s jennylee, een daadwerkelijk heerlijk album van de Amerikaanse soulrapper Common (18 september te zien in TivoliVredenburg), EP’s van Four Tet, Pharmakon en Ugly en nog heel veel meer. Veel luisterplezier!

Altijd op de hoogte blijven? Houd dan onze Spotifyplaylist en onze pagina vol Album Releases en New Music in de gaten.



Whitney – Forever Turned Around

Ezra Furman – Twelve Nudes

DZ Deathrays – Positive Rising, pt. 1

Beach Baby – Songs From The Limbo Lounge

!!! – Wallop

Common – Let Love

The Slow Show – Lust And Learn

The Futureheads – Powers

Four Tet – Anna Painting EP

Pharmakon – Devour

Le Guess Who?
7 t/m 10 november, Utrecht

Nog meer kogels door de kerk in Utrecht, na de eerste 87 namen wordt vandaag onder meer het gecureerde programma van Fatoumata Diawara en Iris van Herpen & Salvador Breed gedeeld met de wereld, plus een aantal toevoegingen aan de curator-programma’s van Moon Duo, The Bug en Patrick Higgins.

Zo komen begin november onder meer Holly Herndon, Mykki Blanco, Efterklang, Sudan Archives, Master Soumy, , Vladimir Ivkovic, Lightning Bolt en Amnesia Scanner naar Utrecht. Daarnaast zullen de platenlabels Príncipe Discos en Spazio Disponibile een avond hosten en staat er een speciaal optreden van DJ/producer Vladimir Ivkovic op het programma.

Fatoumata Diawara
De Malinese muzikante Fatoumata Diawara richt zich voor Le Guess Who? op afrofuturisme en afrocubisme, een kruisbestuiving van Malinese en Cubaanse muziek. Daarvoor nodigt ze onder meer van de Cubaanse jazzpianist Roberto Fonseca, die nog speelde met Buena Vista Social Club. Maar ook Ahmed Ag Kaedy, de nomadische Tuareg-muzikant, die in zijn muziek de kale overblijfselen oproept uit de Kidal-regio waar hij is verbannen. Daarnaast nodig Diawara de rapper Master Soumy uit, een Malinese rapper die thema’s als migratie, onderwijs en godsdienstvrijheid verwerkt in zijn muziek. Als laatste zullen ook de films Mali Blues en Yao te zien zijn tijdens het festival als onderdeel van Diawara’s curatorschap.

Iris van Herpen & Salvador Breed
Fashionfuturist Iris van Harpen en haar partner plus geluidskunstenaar Salvadoor Breed stellen een bijzonder programma samen met onder meer de Deense experimentele poppers van Efterklang, de activistische en vooruitstrevende Mykki Blanco, de vervreemdende clubmuziek van Amnesia Scanner en ook J-E-T-S komt naar Utrecht: het project van Jimmy Edgar en Travis Stewart van Machinedrum. Verder kwamen Van Herpen en Breed tijdens hun zoektocht uit bij DJ en producer Djrum, een pionier van UK bass-scene, en als laatste James Merry: de in IJsland wonende borduurkunstenaar.

Vladimir Ivkovic presenteert twintig jaar years na Suba / Rex Ilusivii’s dood
De Servische producer Mitar Subotić bracht in 1995 het visionaire album Wayang uit, waarop polyritmiek, gearchiveerd geluid, industriële sferen en zang worden gecombineerd in een filmisch muziekstuk. Tijdens Le Guess Who? wordt dit stuk nieuw leven ingeblazen door de Hongaarse DJ Vladimir Ivkovic, aangezien Subotić alweer twintig jaar geleden veel te vroeg overleed.

Het nieuwe album van Holly Herndon zal tijdens Le Guess Who? in een georkestreerde uitvoering het podium opgaan. Een show die is aangedragen door curatoren Iris van Herpen & Salvador Breed, Moon Duo én Patrick Higgins. En dat is nog niet alles, naar het festival komen ook Sudan Archives, Mueran Humanos, Lightning Bolt, Dossier X, Kali Malone en MC Flowdan.


WEBSITE LE GUESS WHO? | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Indiestadt Festival
Donderdag 19 september

Supergroepen kennen we allemaal wel. Eens in de zoveel tijd komen er weer een aantal bekende muzikanten samen om muziek te maken. De ene keer klinkt dat nergens naar en de andere keer weet het precies de kwaliteiten te bundelen. Nu is ‘bekend’ een relatief begrip en wil het feit dat de term supergroep regelmatig zeer losjes wordt gebruikt. Dat doen wij ook in deze feature, waarin we je vertellen waarom The Stroppies de moeite is om te checken op Indiestadt.

Wil je naar Indiestadt Festival? Koop dan een Indiestad-pas, dan wandel je zo naar binnen en kun je ook Stars, Cassia, Peaking Lights, Penelope Isles, Pile, Spiral Stairs, Algiers en The Blinders zien.

Melbournse soep
Laten we het eerst hebben over de reden waarom je deze band een supergroep zou kunnen noemen. Het is ontstaan uit leden van bekende acts uit het Australische DIY-circuit. Eén van de bandleden, Stephanie, komt uit de band Dick Diver. In 2016 schreven wij een feature over de zogeheten ‘kiwisound’ en hoe die vandaag de dag nog steeds zijn stempel drukt op de huidige indiemuziek. Dick Diver is precies zo’n band. De sound waar we het over hadden, ontstond eind jaren zeventig in Auckland, waar een levendige punkscene tot bloei kwam. De DIY-bandjes gingen ietsjes liever klinken en implementeerden popmelodieën die deden denken aan de Britse popinvasie van de zestiger jaren. Zijn plaat Melbourne, Florida behaalde relatief veel luisterbeurten op de grote streamingsdiensten.

Nog zo’n band uit het rauwe DIY-straat, The Stevens, bracht bandlid Angus Lord. NPR schreef over de track Chancer, en had er lovende woorden over. De band heeft volgens het medium het talent om vrolijk klinkende muziek en humor te combineren met zware thematiek. Het is muziek met popharmonieën en rammelende snaarinstrumenten.

De andere band waar Angus deel van uit maakt, is Boomgates, wat wordt omschreven als een ‘scratchy popkwartet’. Dat klinkt als een logische voorbode van de The Stroppies. Of, zoals de band het zelf mooi omschrijft: iets als een mix van Big Star, Camper van Beethoven, Towns van Sant, The Velvet Underground en waarschijnlijk nog wel wat andere ingrediënten. Over ingrediënten gesproken: het bijzondere aan de bands uit het Melbournse DIY-circuit is dat als je de samenstellingen langsgaat, je erachter komt dat veel van deze mensen in meerdere bands spelen. Het is één grote mengelmoes. En dat is wat The Stroppies is: een prachtige mengelmoes, noem het supergroep, van de Melbournse scene.

En nu we even bij Angus (of ‘Gus’) stilstaan, is het ook de moeite om zijn andere band te benoemen: Twerps. Het is een band die bovenstaande omschrijving ook zeer goed zou passen. Uncut noemde dit nog ‘de beste Australische band’ dankzij zijn zelfgetitelde EP uit 2008, Pitchfork gaf zijn laatste drie platen stuk voor stuk meer dan een zeven.

Een mooi, bindend, fun fact om deze passage mee af te sluiten, is het feit dat The Stevens, Dick Diver én Twerps allen een label delen: Chapter Music, een label dat bekend staat om goede Australische indiepop.

Aan de keukentafel
Maar laten we het nu hebben over dat eindproduct: The Stroppies. Het ontstaansverhaal van de band wordt uitgelegd door frontman Angus Lord aan het onlinemagazine Stack. Hoewel je door het bovenstaande stuk misschien zou verwachten dat de bandleden elkaar tegenkwamen en besloten een band op te richten, ging dat net iets anders. Lord vertelde hoe het idee voor The Stroppies ontstond toen hij zijn vrouw Claudia ontmoette tijdens zijn tour met de Twerps in Londen. De eerste nummers gaan over de dingen die hij met zijn partner deed toen ze net samen waren, en werden geschreven aan Lords keukentafel.

The Stroppies was dan ook weer één van Angus Lords zijprojecten. Hij ging er meer tijd in steken omdat het voor hem voelde als een plaats waar hij zijn ideeën echt de vrije loop kon laten. Gewoon, in een simpele thuisstudio set-up opnemen. Een drummer had de groep nog niet, dus drums werden zo uit het Casio-keyboard getrokken. De drummer kwam er uiteindelijk in de vorm van Rory Heane. De zelfgetitelde EP werd in de zitkamer in huize Lords opgenomen, geheel in DIY-stijl.

De laatste reden om deze Aussies te gaan checken op Indiestadt, is zijn nieuwste en tevens eerste LP: Whoosh. Het is een album dat volgens de frontman invloeden kent uit zijn leven: werk, relaties, cartoons en de laatste ruim zestig jaar aan gitaarmuziek: “Alles van Bill Fay tot Stephen Malkmus.” Alles dat wij daar aan toe willen voegen, is dat het rammelt, pakt en laat zien waarom Autralische DIY-bands spannend blijven.


Donderdag 19 september in Paradiso, met Algiers, The Blinders, Cassia, Peaking Lights, Penelope Isles, Pile, Spiral Stairs, Stars en The Stroppies.

WEBSITE INDIESTADT | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

PopMonument 2019
13 & 14 september

De programmering van de 2019-editie van PopMonument is rond! Het festival dat half september in Bergen op Zoom wordt georganiseerd, staat op springen met lokale en internationale artiesten die je twee dagen lang kunt ontdekken in eeuwenoude monumenten en bijzondere plekken in de stad.

Eerder werden voor de aankomende editie al Jan Verstraeten, Scram C Baby, Under The Surface, Things I Can’t Control, Compro Oro, Magnapop, Dirk., Love Couple en Mozes and the Firstborn aangekondigd, nu komen daar nog Nouveau Vélo, Robin Kester, Mortier, Nele Needs A Holiday, Polly & Bruce en Verdampt bij.

Om je een beetje een gevoel te geven van de waarde van deze line-up: in Bergen op Zoom weten ze wel hoe je een ontdekkingsfestival samenstelt, zo waren de laatste jaren bands te zien als The Subs, Jacco Gardner, ZES, Eerie Wanda, Iguana Death Cult, Ozark Henry, J. Bernardt, Arp Frique, Canshaker Pi, Geppetto & The Whales en Teen Creeps.

Voorluisteren
Niet alleen nieuwsgierig wat je allemaal te wachten staat in Bergen op Zoom op muzikaal gebied, maar ook naar de stad? Tijdens het festival worden er expedities georganiseerd waar je bij aan kunt sluiten om meer te leren over de historische stad. Hieronder geven we je nog een audiovisueel voorproefje van de line-up van PopMonument. Wil je er nog eens rustig doorheen luisteren, check dan de Spotify-playlist van het festival.



WEBSITE POPMONUMENT | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Zo midden in de zomer komen er verbazingwekkend veel nieuwe singles uit en niet de minste. Van de nieuwe Tropical Fuck Storm tot Allah-Las, B Boys, Djo en DIIV. We hebben ze allemaal weer verzameld in onze wekelijkse Pinguin Radio-show.

Afgelopen week bereikte ons het nieuws dat Iguana Death Cult heeft getekend op Innovative Leisure, dat onder meer het werk van Allah-Las, Nick Waterhouse, BADBADNOTGOOD en Tijuana Panthers uitbrengt of -bracht. Wat ons viezige koffievlekkerige kantoortje eveneens bereikte, was de gloednieuwe single van DIIV, iets dat ons bijzonder positief stemt. Niet alleen omdat het een waanzinnige track is, maar omdat daarmee de terugkeer van Zachary Cole Smith (na zoveel juridische en drugsproblemen) er weer helemaal bovenop lijkt te zijn.

In other news hebben we de kunstzinnige sensatie Walt Disco en Black Country, New Road, Stranger Things-ster Joe Keery met die ontzettend goede track Roddy, een verse Sheer Mag, Metronomy, een blazende Demob Happy, de twinkelende nostalgie-tintelingen van Allah-Las en de Hollandse fijnigheid van A.M. Sam, die we je adviseren in de gaten te houden.

Altijd op de hoogte blijven? Houd dan onze Spotifyplaylist en onze pagina vol Album Releases en New Music in de gaten.


  1. Allah Las – In The Air
  2. Demob Happy – Autoportrait
  3. Iguana Death Cult – Bright Lights
  4. Sheer Mag – Hardly To Blame
  5. Beechwood – I Know Its Not Right
  6. B Boys – Instant Pace
  7. FUR – Nothing (Until Something Else Comes Along)
  8. Walt Disco – Past Tense
  9. Tropical Fuck Storm – Who’s My Eugene
  10. Djo – Roddy
  11. DIIV – Skin Game
  12. Black Country, New Road – Sunglasses
  13. Tennis System – Turn
  14. A.M. Sam – Up in Silver Lake
  15. Metronomy – Walking In The Dark

Vergeet niet de playlist te volgen op Spotify, dan ben je altijd up-to-date!

Volgende week dinsdag zijn we weer te horen op Pinguin Radio, zoals altijd vanaf 21:00 uur!


Kliko Fest
Zaterdag 13 juli
Patronaat Haarlem

In een wereld die zo gevoelig is voor vernieuwing als de muziekscene, kun je je afvragen waar een band die door zijn discografie heen niet bijzonder veel ontwikkeling laat horen, zijn bestaansrecht ontleent. Naar aanleiding van de show van Cloud Nothings aankomend weekend op Kliko Fest in Patronaat, legt onze redacteur Mick nog eens uit waarom het nog steeds de moeite is om naar de band te luisteren.

Tekst Mick Arnoldus

Altijd lastig, een genre-stempel op een band plakken. Noise? Post-hardcore? Garage-grunge? Gewoon indierock? Het is dat poppunk zo’n nare associatie heeft met puberale films over high schools in de VS, anders zou je overwegen die voor de sound van Cloud Nothings te gebruiken. De brute gejaagdheid is zeker aanwezig en doet je bij tijd en wijle naar adem snakken, maar tegelijk komen er veel melodieën langs die aangenaam in het gehoor liggen en waarbij je hartslag even tot rust kan komen. De sfeer rond de band uit Cleveland, Ohio ademt de jaren negentig, met name de emo van American Football. Maar bij tijd en wijle doet de energie van Cloud Nothings niet onder voor die van Minor Threat of Anti-Flag. Met zes platen (eigenlijk zeven, daarover later meer) in een kleine tien jaar, voelt in de discografie van de band duiken alsof je een opgerolde bal van stoffig spinrag moet ontkluwen. Toch doen wij in deze klassieke The Daily Indie-longread een poging voor je.

One-man-band
Cloud Nothings had ook zomaar niet kunnen bestaan. Rond 2009 neemt de dan achttienjarige Dylan Baldi met Garageband op zijn Macje nummers op in de kelder van z’n ouders in Cleveland. Hij is dan net gestopt met zijn studie voor saxofonist. Hij maakt meerdere accounts aan op Myspace, die allemaal bedoeld zijn voor andere muziek. Zijn enorme productiviteit valt op in de blogosphere en resulteert in een uitnodiging van concertpromotor Todd Patrick om wat support-acts in New York te komen spelen. Plots moet Baldi vanuit Cleveland een band optrommelen om te openen voor Woods en Real Estate: het kan snel verkeren. Krap een jaar later tekent hij als one-man-band bij Carpark Records, dat de cassettes en EP’tjes die tot dan toe in beperkte oplage door Baldi zelf verspreid werden, uitbrengt op één album: Turning On. De tracks zijn door Baldi bij elkaar geplakt in Garageband, maar ondanks het uitgesproken lofi-geluid van de plaat, valt zijn talent voor catchy melodieën op en wordt geprezen door recensenten.

Turning On zorgt ervoor dat Cloud Nothings het jaar daarop door de Verenigde Staten kan touren en zelfs al bescheiden Europa aandoet, waaronder op 19 november 2010 in de inmiddels ter ziele gegane club Trouw in Amsterdam. Bij thuiskomst begint Baldi aan de opvolger van zijn debuut. Dit album, dat simpelweg Cloud Nothings zou gaan heten, wordt opgenomen in een echte studio in Baltimore, met producer Chester Gwazda. Zonder de zolderkamerruis klinken de liedjes van Baldi plots een stuk meer als gitaarpop, ook vanwege die vaardigheid in het ontwerpen van hooks die blijven hangen. Dat Baldi daar bedreven in is, is een logisch gevolg van het leren spelen van meerdere instrumenten in zijn jeugd. Op zijn basisschool spijbelde hij om piano in de lerarenkamer te spelen. Daarnaast speelde hij banjo in een schoolmusical en gitaar in het koor. “Het concentreren op liedjes hielp mij op de middelbare school, omdat ik niemand daar echt aardig vond”, zei hij daar later over. Baldi benadert de gitaar meer als een piano om tot interessante composities te komen: “Alsof elke vinger afzonderlijk een apart instrument is”.

De doorbraak
Achteraf blijken leuke melodietjes niet Baldi’s enige kracht. Dit wordt maar al te goed duidelijk met het keiharde Attack On Memory uit 2012. Behalve dat dit album de band definitief faam bezorgt bij een wereldwijd publiek, zou het ook het geluid van Cloud Nothings gaan definiëren. Het samengeraapte zooitje muzikanten dat Baldi uit noodzaak bij elkaar sprokkelde, is vanaf hier een volwaardige band, in dezelfde bezetting live als in de studio. Baldi schrijft de liedjes nog steeds zelf, maar heeft nu een stuk meer input van de bandleden tot zijn beschikking. Neem bijvoorbeeld drummer Jayson Gerycz: als je iemand achter je hebt zitten die honderd procent van zijn talent in één aspect van je nummer kan gieten, is dat ook in de studio een luxe. Bovendien luisterde Gerycz veel ‘hard, noisy stuff‘ in het tourbusje, aldus Baldi. Vooral het ontdekken van The Wipers heeft veel invloed op de periode dat Baldi de liedjes voor Attack On Memory schrijft. Dezelfde band werd al door Nirvana en Dinosaur Jr. genoemd als inspiratiebron.

Attack On Memory werd geproduceerd door Steve Albini, een producer die je mogelijk kent van bijvoorbeeld Nirvana, The Stooges, Mogwai, The Ex en The Pixies. Blijkbaar is een grootheid strikken voor je productie makkelijker dan die namen doen vermoeden: tegen Pitchfork vertelt Baldi dat Albini elke klus aanneemt die hij toegeworpen krijgt. Albini gebruikte toen al twintig jaar dezelfde (goed voorziene) studioruimte om op te nemen en dat is voor Cloud Nothings de voornaamste stempel: “Hij zat bijna de hele tijd Scrabble te spelen op Facebook. Dat wisselde hij dan af met het bijwerken van z’n blog over eten. Ik weet niet eens of hij nog weet hoe ons album klinkt.” Baldi heeft daarentegen al een duidelijk beeld van hoe Attack On Memory moet gaan klinken. Alleen de bewust gekozen albumtitel verraadt al hoe hij wil breken met zijn vorige werk. Baldi wil hardere, moeilijkere muziek maken, die de talenten van zijn band ten volle kan benutten.

Uit geen nummer blijkt dat gegeven meer dan uit Wasted Days, zonder twijfel de sleuteltrack van het album. Een epos van bijna negen minuten was je op de vorige platen van Cloud Nothings nog niet tegenkomen. Hoewel de muziek van Cloud Nothings strikt genomen allang geen lo-fi meer is, kun je altijd een textuur in de productie ontwaren die als een gruizige verzameling bouwpuin in de akoestiek van de studio aanwezig lijkt te zijn. Door die ruis krijg je als het ware een bouwhelm inclusief oorbeschermers en veiligheidsbril opgezet. Desondanks wordt elke nietsvermoedende leek meteen overweldigd door de intensiteit van het nummer en de niet door enige zangtechniek gehinderde stem van Baldi. ‘I thought, I would, be more than this‘ schreeuwt hij in de climax van die track, terwijl zijn voltallige band hun instrumenten tot het uiterste geselt.

Het is ook het moment op Attack On Memory waar Baldi’s persoonlijke verhaal over de angstaanvallen en depressies waar hij regelmatig mee kampt, het meest direct doorklinkt. Baldi is onzeker over zijn muziek en over erkenning, en kan daar als adolecent moeilijk mee dealen. Attack On Memory fungeert in zekere zin als manier om zijn frustraties eruit te schreeuwen. Zelf grapte hij ooit luchtig dat het, als zoon van twee docenten, in de familie zat: ‘I’m continuing the family tradition of yelling at kids.’ Maar wanneer hij twee jaar later, in 2014, in een interview met The Daily Indie op de periode terugkijkt, kan hij er iets luchtiger op reflecteren. Deels heeft dat te maken met de tour van Attack On Memory, waarin Baldi veel liedjes onderweg kan schrijven:

“Ik wilde gewoon een aantal nummers schrijven die ik goed vond, zonder écht na te denken voor wie en waarom ik ze schreef. Op Attack On Memory probeerde ik een boze rockplaat te maken, ik wilde zien hoe dat was. Als ik dat nu zou doen, zou het totaal onoprecht zijn! Begrijp me niet verkeerd, Attack On Memory was heel persoonlijk, alleen bekijk ik nu deze thema’s in een ander licht. Op de vorige plaat was alles voor mijn gevoel fucked up, terwijl ik nu denk: meh, it will be OK!

Vorig jaar waren we voortdurend op tour en wanneer we niet aan het touren waren bleef ik doorreizen, omdat ik niet graag stil zit. Vraag mij niet waarom, maar ik kan niet lang op dezelfde plaats blijven. Daarom zijn alle nummers op verschillende plekken in de wereld geschreven, misschien zelfs wel elk nummer in een ander land. Het probleem van toeren is dat je zelfs je beste vrienden gaat haten, doordat je elkaar elke dag ziet. Juist doordat we elkaar een tijd niet hadden gezien, voelde het weer als rondhangen met vrienden. Het is heel fijn om die scheiding tussen die werelden te hebben, waardoor touren nu zelfs aanvoelt als wat aankloten met vrienden! Het heeft dus eigenlijk ervoor gezorgd dat ik gelukkiger ben.

Nieuwsgierigheid en rusteloosheid
De onderweg geschreven stukjes komen pas samen in de studio, wanneer de band bezig is met het opnemen van opvolger Here And Nowhere Else dat verschijnt in 2014. Dankzij het succes van de tour hebben Baldi’s angsten plaatsgemaakt voor nieuwsgierigheid en rusteloosheid. De albumtitel is al net zo letterlijk bedoeld: genieten van het ervaren dat je hier en nergens anders bent, als jezelf, en niets anders dan jezelf. “Dat gevoel, waarbij je gewoon bent en nergens anders over nadenkt, is erg belangrijk voor mij in de afgelopen paar jaar geworden, dus heb ik er een album over gemaakt.” Het nummer Pattern Walks is zelfs een letterlijke reactie op Wasted Days. ‘I thought I would be more than this’ is vervangen door een wat meer mijmerende rasp, die ‘I thought’ blijft herhalen. Het vat precies het verschil tussen iemand die na de tour voor zijn tweede album vreest dat niemand zijn muziek leuk vindt en daar depressief van wordt, met iemand die op tour gaat met een album dat iedereen geweldig vindt.


Maar als je die positieve achtergrond aan iemand uitlegt en daarna het album laat horen, zul je diegene waarschijnlijk nogal slecht voorbereid hebben. Net als Attack On Memory is Here And Nowhere Else wat de muziek betreft een nietsontziend noiserock-monster. Producer John Congleton heeft dan ook met meer indiebands van groot kaliber gewerkt: bijvoorbeeld Modest Mouse en Cymbals Eat Guitars. Gitarist Joe Boyer heeft de band verlaten en is niet vervangen, maar horen doe je dat niet. De gruizige textuur die inmiddels Cloud Nothings’ handelsmerk is geworden, is uiteraard weer aanwezig. Jammer, want zo hoor je niet hoe de band zichzelf uitdaagt in de studio om beter te worden in wat ze doen. Baldi vertelt in het interview bijvoorbeeld, waarin hij Pattern Walks tegenover Wasted Days zet, dat hij in elk nummer expres iets schrijft wat hij nog niet kan spelen.

Foto: Rudy Sablerolle

Album in tien dagen
Ondertussen maakt Baldi in deze periode een interessant uitstapje. Wanneer hij met een kater wakker wordt in het huis van zijn toenmalige vriendin in Parijs, heeft hij een sms’je van Nathan Williams van de Californische band Wavves: ‘Yo, wanna make a record together?’. Binnen tien dagen zijn ze klaar en is No Life For Me een feit. Het is een logisch uitstapje dat zeker de moeite waard is: Cloud Nothings’ eerste twee albums werden al veel vergeleken met het werk van het destijds eveneens zeer lo-fi opererende Wavves, maar beide bands zijn anno 2015 wel uit dat jasje gegroeid.

Ten opzichte van het grauwe Cloud Nothings steekt Wavves af als een kleurige LSD-trip (hoewel dat niet de drug is waar je Williams mee associeert; dat is wiet, heel veel wiet). Samen vullen ze elkaar vooral aan met harder werk, waar Williams ook nooit vies van is geweest. Twee muzikanten die beide de kunst van het liedjes maken onder de knie hebben, en die beide vanuit ongeveer dezelfde zolderkamer bekend werden met een lofi-sound: het is een enorm logische match. Onder het ‘Fans vinden dit ook leuk’-gedeelte op de Spotify van Cloud Nothings staat Wavves bij ons op de vierde plek. Geen enkele algoritmische benadering zal besluiten om het voor jou heel anders te doen.

Cloud Nothings’ volgende eigen wapenfeit Life Without Sound wordt eind januari 2017 uitgebracht. Het is op eerste gehoor het meest toegankelijke en, zoals dat dan vaak gaat, misschien wel het minst spannende album van Cloud Nothings, dat met de komst van gitarist Chris Brown inmiddels weer een viertal is. De softere sound heeft een andere reden. Baldi is veranderd, vertelt hij aan The Daily Indie: “Ik ben ouder geworden, heb alles meer op een rijtje en heb meer rust. Dat zou goed kunnen komen doordat ik een poosje thuis geweest ben. Ik was gewoon een beetje een gek: crazy. Egoïstischer ook. Ik geef nu meer om andere mensen”.

Voor het eerst is hij écht goed zitten om de teksten te schrijven, iets wat normaal gesproken hooguit twee uur van tevoren gebeurde. Sprak Baldi in het verleden niet graag over hoe zijn muziek door zijn persoonlijkheid gevormd werd (‘interview-modus’ noemt hij het, wanneer hij meestal verklaarde ‘gewoon liedjes’ te maken), op Life Without Sound wil hij opener zijn. Juist op het album waar hij zich voorneemt goed na te denken over de teksten, valt het denken zwaar. Baldi belandt opnieuw in een depressie via een verslechterende relatie en de eenzaamheid van een vreemde stad. Het mantra van Here And Nowhere Else werkt niet meer, wanneer je niets anders dan jezelf hebt. Hij schrijft de depressie niet van zich af, maar accepteert de duisternis, het daarbij ook loslatend. Ervoor kiezen je niet zo te voelen: ‘It’s supposed to be inspiring.’ Baldi verhuist terug naar zijn vertrouwde Cleveland, waar hij een huis deelt met drummer Gerycz vlakbij waar hij ooit opgroeide. “Als je hiervandaan komt, ga je er snel weg of je blijft hangen. Ik ben uiteindelijk alsnog blijven hangen”, concludeert hij er nuchter over.

De nabijheid van de bandleden gebruikt Cloud Nothings om, onafhankelijk van kostbare studiotijd, samen muziek te maken. En dat hoor je nergens beter dan op recent wapenfeit Last Building Burning. Het album grijpt terug op de verzengde energie van Attack On Memory en doet daar nog een schepje bovenop. Producer Randall Dunn weet als ex-geluidsman van Sunn O))) als geen ander hoe je een goede bak herrie neer moet zetten. Het album vangt goed hoe Cloud Nothings live is: keihard en catchy. En toch is het nooit bedoeld als stomp in je maag, zegt Baldi zelf op KEXP in een anekdote over de zanger van The Wipers: “Greg Sage ontwikkelde zijn teksten vanuit ideeën die hij kreeg door in een koffietentje te gaan zitten. Hij luisterde naar de mensen om hem heen en schreef hoe de toekomst eruit zou komen te zien op basis van wat ze zeiden. Allemaal vrij vreugdeloos. Die aanpak heb ik mij ook eigen gemaakt.”

Last Building Burning is het meest intense werk dat Cloud Nothings ooit uitgebracht heeft, een die het het niveau van ‘sleutelplaat’ Attack On Memory benadert. Dan rest de vraag hoe je die eventueel moet gaan overtreffen, of hoe je op dit constante niveau kunt blijven. Bij KEXP gaat Baldi ook op die vraag in: “Ik vraag me af op welk punt je de top bereikt. Ga je nog intenser? Like, wat kunnen we nu nog doen?” Om de vraag direct te beantwoorden: “Ik speel ook free jazz op de saxofoon in Cleveland. Dat gaat al helemaal alle kanten op als ik met Jayson (drummer, red.) even niet in rock mode ben en we vrij aan het jammen zijn. Ik vraag mij vaak af of we met Cloud Nothings uiteindelijk een free jazz-album zouden kunnen maken dat niemand wil hebben. Waarschijnlijk niet.”


WEBSITE PATRONAAT | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

De zomer is officieel begonnen, dus dat betekent natuurlijk dat het nu écht tijd is voor festivals. Dat zullen we weten ook, want op de allereerste editie van Loose Ends was het meteen kokend heet. Nu willen we natuurlijk niet klagen over mooi weer, maar voor een festival als Loose Ends waren deze omstandigheden misschien niet ideaal. Want in de brandende zon heb je toch minder snel zin om te moshen, toch?

Tekst Renier van der Zouw
Foto’s Michael Kattenbeld

Dat er toch vrij veel moshpits ontstonden, is bewijs dat er duidelijk nog een behoefte is aan een dag vol herrieschoppers als deze. Laten we beginnen met de feiten: Loose Ends is dus een spiksplinternieuw festival op de NDSM-werf in Amsterdam, dat ze delen met Strange Sounds From Beyond de dag ervoor, komt uit de koker van Friendly Fire en staat geheel in het teken van de betere (gitaar)herrie. Deze eerste editie heeft genoeg klinkende namen op de line-up: relatief oudgedienden als Sleaford Mods en Metz vullen nieuwe beloftes in de scene als Sports Team en Fontaines D.C. goed aan.

Het terrein is erg klein en biedt naast een pop-up winkel waar concertposters en ander artwork gekocht kan worden geen randzaken, dus het is duidelijk; op Loose Ends gaat het om de muziek. Met die muziek zit het gelukkig wel snor. De verhouding Nederlandse en buitenlandse bands is precies fifty-fifty en het aanbod is breed genoeg dat iedereen wel aan zijn trekken moet kunnen komen. Tenzij je fan bent van het écht harde werk, heel veel hoger dan bij Metz of Ploegendienst sloeg de decibellenmeter niet uit vandaag.

Indiefeestje
Nadat we het terrein verkend hebben – wat je dus in een minuut of vijf kan doen – beginnen we bij Personal Trainer. Deze Canshaker Pi-afsplitsing was ook al te zien op Best Kept Secret, dus de formule is bekend: Willem Smit en een hele hoop vrienden zorgen voor een ongeremd indiefeestje, waarbij de muziek net iets minder hard schuurt dan bij de grote broer. Ook vandaag op het kleine podium aan het water waar de band speelt is het weer een gezellige bedoening. Op het podium wordt er dermate veel gesprongen dat het af en toe lijkt alsof we bij een sessie ochtendgymnastiek zijn terechtgekomen. Vooral de toetsenist weet van geen ophouden. Het speelplezier is op zich aanstekelijk, maar slaat nog niet echt over op het publiek, daarvoor is het waarschijnlijk nog wat te vroeg en bovenal te heet. De springende toetsenist eindigt overigens bovenop een van de speakers, dus aan hem heeft het niet gelegen.

Ploegendienst

Daarna gaan we naar de tent voor Ploegendienst. Even geen zon dus, maar dat betekent niet dat er niet gezweet gaat worden. Ray Fuego’s punkband raast als een malle over het podium en zorgt vanaf de eerste minuten al voor de eerste pit die wij op Loose Ends zagen. Wij zijn overigens niet de enige die het heet hebben: Fuego komt al op zonder shirt, maar trekt ongeveer halverwege zelfs zijn broek uit, waarna hij ook het eerste heldenapplaus van de dag in ontvangst mag nemen. Maakt het dan uit dat zijn teksten niet te verstaan zijn en vrijwel ieder nummer hetzelfde klinkt? Mwah. Er zijn veel technisch verfijndere bands te vinden, maar er zijn er maar weinig die het publiek zo makkelijk mee krijgen als Fuego en zijn mannen.

Ploegendienst

Want dat dat niet altijd makkelijk gaat, bewijst Mozes and the Fistborn even later op het hoofdpodium. De band speelt prima, maar lijkt in de eerste helft niet helemaal hittebestendig. “Ik zie echt niks in de zon”, verzucht frontman Melle Dielesen als hij zijn gitaar probeert te stemmen en de uitroepen van ‘spéleuh!’ die daarop volgen lijken daadwerkelijk voor wat irritatie te zorgen. De sfeer is dus soms wat ongemakkelijk, wat misschien ook verklaart waarom hit Sad Supermarket Song enigszins doodslaat. In de tweede helft komt de band gelukkig meer op stoom. Vanaf een fijn meeslepend Scotch Tape/Stick With Me is het publiek mee. De aanhouder wint.

Mozes and the Firstborn

Vermakelijk
Hoewel er dus op zich genoeg verschillende bands te vinden zijn, ligt de boventoon toch duidelijk op indierock met een punk- en garagerandje. Dat is geen probleem, maar dat zorgt er soms wel voor dat het lijkt alsof je keer op keer naar dezelfde show staat te kijken. Zo kunnen we over Sports Team eigenlijk hetzelfde zeggen als over Mozes: prima band, maar het wil niet helemaal vlotten, totdat het dat uiteindelijk wel doet. Afsluiter Stanton mag zich zelfs tot de hoogtepunten van het festival rekenen. Overigens is het zelfs als de show nog niet helemaal los komt wel heel vermakelijk om naar te kijken, want Sports Team heeft met Alex Rice een frontman waar je je ogen niet vanaf kan houden. Zijn capriolen zijn ook een goed contrast met de zeer stoïcijnse toetsenist annex tamboerijn-speler Ben Mac, die op het podium staat alsof hij voor iedere beweging die hij maakt belasting moet betalen. Als het met de band niks wordt, kunnen ze altijd nog als komisch duo op tour gaan.

Yak

Yak in de tent heeft vervolgens alle in zich om een kolkend hoogtepunt te worden. De live-reputatie van deze Britten is met recht ijzersterk en hun nieuwe album Pursuit of Momentary Happiness behoort tot de fijnste herrieplaten van dit jaar (lees hier het interview dat we onlangs met de band deden terug). Helaas blijkt de tent een maatje te groot voor Yak. In de zaal van een poppodium is het heerlijk zweten op de schurende riffs en slepende zang van Oli Burslem, maar hier komt het niet helemaal over. Het is ook jammer dat prijsnummer Harbour The Feeling wordt overgeslagen. Een band hoeft natuurlijk niet te pleasen, maar Yak heeft nou ook weer niet zó’n geweldige discografie dat de grootste hit niet gemist wordt als die niet voorbij komt. Een heerlijk venijnig Victorious (National Anthem) in de slotfase maakt een hoop goed, maar gezien de hoge verwachtingen mag dit optreden toch de boeken in als een gemiste kans.

Als de middag op zijn einde begint te lopen, beginnen er toch wat kinderziektes op te vallen. Dat het terrein vrij kleinschalig is, is op zich lekker knus, maar zorgt er wel voor dat het gedeelte waar je eten kan halen rond etenstijd volledig volloopt, waardoor je makkelijk een half uur in de rij staat en er voor de langste rijen niet eens echt ruimte is. Daar komt dan ook nog bij dat het aanbod qua eten vrij beperkt is, al zijn we misschien gewoon verwend door de Best Kept Secrets en Down The Rabbit Holes van deze wereld.

(De tekst gaat door onder de afbeeldingen)

Dead on arrival
Niet dat wie in de rij staat heel veel mist, want precies op dit punt begint het programma wat in te kakken. Indian Askin en Iguana Death Cult spelen gelijktijdig degelijke shows, maar wel shows die we van beide bands al wel vaker hebben gezien, zonder dat er echt iets aan opvalt in positieve of negatieve zin. Dat geeft tijd om na te denken, waarna we tot de conclusie komen dat de line-up toch wel iets avontuurlijker had mogen zijn. Op een paar nieuwe talenten na, zien we toch vooral veel namen die al váák in ons land te zien geweest zijn.

Indian Askin

Dat de shows van Nederlandse bands niet echt uniek zijn is natuurlijk onvermijdelijk, maar je kan je bijvoorbeeld best afvragen wat precies de toegevoegde waarde is van deze show van Sunflower Bean. Diens album Twentytwo in Blue stamt alweer uit maart 2018 en de band was sindsdien al twee keer te zien in ons land. Daar komt dan nog eens bij dat het drietal qua sound hier niet enorm op zijn plek is en frontvrouw Julia Cummings er vocaal wel eens naast zit en je hebt een show die eigenlijk dead on arrival is.

Sunflower Bean

Gelukkig is daarna Iceage de optater die we wel konden gebruiken. Oké, de laatste worp van deze Denen is ook al weer meer dan een jaar oud en ook hebben we ze sindsdien al wel een paar keer kunnen bewonderen, maar muzikaal gezien past hun theatrale postpunk Loose Ends als een handschoen. Frontman Elias Bender Rønnenfelt struint over het podium alsof de duivel hem op de hielen zit en sleurt de tent moeiteloos mee in het duistere universum die de band met zijn muziek creëert, waar het een klein uur lang goed toeven is. Al kan dat blijkbaar niet iedereen goed smaken: de tent loopt al vrij snel leeg, maar voor de liefhebber is dit onvervalst genieten.  

Iceage

Aan METZ vervolgens de taak om het publiek klaar te maken voor de eindsprint. Dat lukt redelijk, maar toch zien we ook deze band veel liever in pak hem beet de bovenzaal van Paradiso, dan op een open veld in de zon. Aan de Canadezen ligt het niet. Zoals we van ze gewend zijn voeren ze hun stuwende noise-rock met enorm veel passie op. Je voelt het zweet bijna op het podium druppelen, maar vanaf een afstandje is het toch minder meeslepend dan in een setting waar je echt up close and personal met de band mee kan zweten.

METZ

Beste rockshow in tijden
Op het dipje rond het avondeten na hebben we ons prima vermaakt hoor, maar een echt hoogtepunt zijn we nog niet tegengekomen. Enter Fontaines D.C. Dit Ierse vijftal dat we onlangs interviewden heeft waarschijnlijk ook wel de meeste buzz rond zich hangen van alle bands vandaag, met name dankzij het ijzersterke debuutalbum Dogrel. In april zagen we ze nog op Motel Mozaique, waar de show helaas niet helemaal uit de verf kwam. Vanavond gaat gelukkig wel alles goed. Sterker nog, de band geeft een van de beste rockshows die ondergetekende in tijden gezien heeft.

Fontaines D.C.

Fontaines D.C. is simpelweg de juiste band op de juiste plaats. Frontman Grian Chatten is een bijzondere podiumpersoonlijkheid,  heeft dankzij zijn Ierse accent een stem uit duizenden en wordt bijgestaan door een band in bloedvorm. Heel Dogrel komt voorbij, waardoor duidelijk wordt dat die plaat eigenlijk geen zwak nummer kent. Tranentrekkende meezingers voor in de pub (Roy’s Tune, Dublin City Sky) worden afgewisseld met krakers (Chequeless Reckless, Liberty Belle, Boys In The Better Land) die zorgen voor de grootste moshpit van heel Loose Ends. Maar bovenal is Fontaines D.C. vanavond een band die verbroedert. Grote, zweterige mannen vallen elkaar zingend in de armen en pinken bij de ballads misschien zelfs stiekem een traantje weg. Soms zagen we vandaag een bewijs dat de moderne gitaarmuziek een beetje saaiig aan het worden is, maar dit was rock op zijn mooist.

Helaas is na dit zinderende hoogtepunt headliner Sleaford Mods juist de verkeerde band op de verkeerde plaats, want wat geeft dit dynamische duo een strontvervelende show. De formule – Jason Williamson spuwt in zijn zware Britse accent venijnige teksten uit in een gedesinteresseerd toontje, terwijl zijn kompaan rustig de beats op het publiek afvuurt – kan best leuk zijn, maar op Loose Ends slaat het in als een lul op een drumstel. Nummer na nummer komt voorbij zonder dat er maar een enkele klik met het publiek ontstaat. Na een minuut of veertig begint het geheel eindelijk een beetje tot leven te komen, maar dan is voor Sleaford Mods de wedstrijd al lang verloren.

Als afsluiter is dat dus een beetje een domper, maar verder beleefde Loose Ends een degelijke eerste editie. Een echte identiteit heeft het festival nog niet gevonden – geen van deze bands had misstaan op een Best Kept Secret of Down The Rabbit Hole – maar het was aangenaam om even een dag lang ondergedompeld te worden in, meestal, de betere herrie. Een tip van ons: zowel in de aankleding als in de programmering mag het allemaal best wat meer schuren. We waanden ons maar op een paar selecte momenten echt op een ode aan de betere herrie, nog iets te vaak was het een wat brave bedoening. Om de wijze woorden van Fontaines D.C. maar even te citeren: ‘you’re not alive until you start kicking‘.


Liefhebbers van Alex Cameron zijn flink verwend de laatste weken. Op 19 april bracht de Australische excentriekeling nog een live-album uit, waarop alleen de praatjes tussen de nummers al het beluisteren waard zijn. Afgelopen week kondigde hij zijn volgende tour aan die op 18 september aftrapt in Paradiso. Lekker nieuws, dus! Als je nog niet van plan was om aanstaande vrijdag een wekker te zetten voor de kaartverkoop, moet je misschien even naar Miami Memory luisteren.

De nieuwe single knalt er gelijk in met een harde drum en wat ge-‘ohooo‘ van Cameron. Op de achtergrond klinkt zachtjes het saxofoonspel van Roy Molloy, the best name in showbizz. De eerste teksten – over handjes vasthouden in de stripclub en op het strand – dienen als liefdesbrief aan Miami. Terwijl je je blijft verbazen over de bizarre lyrics, dreunt de beat maar door en voor je het weet staat het nummer alweer op repeat. 

In de clip van Miami Memory is de zanger gepoederd zoals Marie Antoinette, terwijl hij dansend gefilmd wordt door zijn liefje Jemima Kirk. Op Instagram droeg Cameron het nummer op aan de actrice uit Girls: ‘If you can’t afford a ring. You get on the mic and sing. Miami Memory is for Jemima.’

Romantisch, dat is zeker. Met lyrics als ‘Eating your ass like an oyster, the way you came like a tsunami‘ is het koppel niet te preuts om hun relatie te delen met de buitenwereld. We hebben al meerdere pareltjes te danken aan deze muze. Zo liet ze in de video van Stranger’s Kiss als stalkende na-aper haar beste Alex Cameron vertolking zien en in de clip van Studmuffin96 speelden ze samen een vervreemdende slaapkamerscène. In vergelijking is Miami Memory niet eens zo vunzig, dus veeg het schaamrood maar alvast van je kaken. 


Het was een koude editie van Here Comes The Summer. Een paar weken eerder leek de zomer er daadwerkelijk aan te komen, maar dit weekend voelde dat toch nog wel ver weg. Daarom was de festival-merchandise dan ook geen strandlaken of zwembroek, maar een muts. Toch bleef de voorspelde regen – waardoor veel kaartjes op het laatste moment op TicketSwap eindigden – bijna helemaal uit. Het is dus echt waar, wat iedereen hier altijd beweert: Vlieland, daar waait alles over. 

Het festivalterrein is klein: er is het restaurant De Bolder, de zaal De Bolder en de buitenplek tussen de bomen: Ruige Plak, waarvan volgens mij iedereen het hele festival dacht dat het Ruige Plek heette. Of misschien was ik dat alleen. Klein dus, maar daarom soms nóg gezelliger dan Into The Great Wide Open. Hier is iedereen namelijk continu op dezelfde plek. Of Plak.

Voor de fanatiekelingen speelde Mozes And The Firstborn al op de donderdagavond in De Bolder. Daar waren we niet bij, maar de volgende dag was daar alweer Hand Habits, ofwel Meg Duffy. Na gitarist te zijn van Kevin Morby en studiogitarist van The War On Drugs, werkte Duffy lang aan een solocarrière. Tussen de bomen, op de vroege vrijdagmiddag zijn we getuige van een sterke eigen show. Fijne melancholische zanglijnen waar Sharon Van Etten nog jaloers op zou zijn.

Sea Moya

Buiten tussen de hangmatten, eettentjes, houtkachels en kinderglijbanen spelen later die avond Sea Moya en Jungle By Night. Die eerste band is een Duitse krautband, maar dan met veel psychedelische groove. Ze hebben er zin in en dat voel je. Voorin wagen bezoekers hun eerste dansje en later krijgt Jungle By Night de rest van het terrein mee. Ze zijn er ieder jaar, je weet wat je gaat krijgen en toch blijven ze als geen ander sfeer maken. 

WWWater

Iets anders is WWWater in De Bolderzaal. Het is precies wat de programmering af en toe nodig heeft, namelijk een act die verrast en spannend is. Vergeleken met de soms zwoele opnames van deze Gentse elektro-artiest is het live actiever en drukker. Haar stem is altijd on point en ondanks dat het publiek even moet omschakelen, weet ze de voorste rijen helemaal los te krijgen. 

Donna Blue

Terwijl veel mensen in hun tent of in De Bolder nog bijkomen van het DJ-duo Hans en Menno, speelt Donna Blue buiten al zijn mysterieuze en zwoele indiepop en daarna meteen Amber Arcades. Halverwege de set vergeet ze even hoe een nummer ging, maar we moesten doen alsof we het niet gehoord hebben. Het was namelijk gewoon een heel sympathiek moment in een erg fijne set.

Jordan Mackampa

Later speelt Jordan Mackampa, een Brits-Congolese singer-songwriter. Als je het van een afstand over de camping hoort galmen, klinkt het eerlijk gezegd niet zo spannend. Typische midden-op-de-dag gevoelige gitaarnummers, dacht ik. Maar eenmaal bij het podium, word je hoe dan ook omvergeblazen door zijn krachtige, rauwe stem en lift de band de singer-songwriter naar een hoger niveau.

SONS

De Belgische muziekwereld is trouwens flink vertegenwoordigd op het festival dit jaar. Niet alleen WWWater, maar ook Jaguar Jaguar bijvoorbeeld, die heel ‘zalig’ en strak spelen, maar ons niet echt weten te verrassen. En ook SONS, die dat wél doen. De garagepunk knalt door de bolderzaal en de dubbele vocals geven het publiek een zetje om te gaan spingen.

Les Amazones d’Afrique

Zo houden ze De Bolderzaal een beetje warm voor Les Amazones d’Afrique, de ‘eerste vrouwelijke supergroep uit West-Afrika’. De drie vrouwen zijn gekleed in prachtige kleurrijke pakken en hebben enorm indrukwekkende stemmen. Op alle nummers, afwisselend tussen funk, blues en jazz, halen ze er alles uit met ingewikkelde en perfect uitgevoerde vocals. De zaal staat helemaal vol en de rij staat bij het begin tot buiten. Niemand zou dit willen missen. 

Black Flower

Op zondag is het best lekker warm in de zon en staan er buiten weer twee Belgische bands. Eerst speelt Mooneye, een jonge band met een aanstekelijke energie. De vocals verdwijnen soms in de hoeveelheid galm, maar het is duidelijk dat de goede stem van de frontman daarmee eerder wordt versterkt dan verhuld. Die andere band is Black Flower, al zal je aan niet veel merken dat ze uit België komen. Ze spelen namelijk Ethiopische jazz, zoals Mulatu Astatke het gewild zou hebben en zetten de Ruige Plak zo op het einde nog even mooi in bloei.

Het hoogtepunt van de dag krijgen we in De Bolder, waar ’s ochtends de documentaire ‘De koning van de Nederlandstalige Rock-‘n-Roll’ speelt. Een film over Ricky De Sire, een cultheld die leeft om de beste Rock-‘n-Roll van ons land te maken, maar er misschien wel nooit gaat komen. Dit ontwapenende portret, gemaakt door Bastiaan Bosma van Aux Raus en Ploegendienst toont de gevoeligheid achter de vunzige teksten van Ricky. Terwijl iedereen vol verbazing naar de film kijkt, staat Ricky zelf aan de zijkant. Hij kijkt aandachtig naar zichzelf, maar vooral naar de reactie van de zaal. 

Een uur later staat hij op het podium. In de film zagen we al hoeveel waarde Ricky de Sire hecht aan beeldmateriaal: van zijn optredens, maar ook dat zijn lieve, nuchtere ouders alles van hem hebben vastgelegd. Die scènes worden nu voor onze ogen werkelijkheid. “Kun je effe filmen Piet”, roept hij door de microfoon, “als je het rode knopje kunt vinden”. Mensen die de film niet hebben gezien, zullen ongetwijfeld raar hebben opgekeken toen ze binnenliepen en een man met grijs haar en open overhemd over ‘dubbele penetratie’ horen zingen. Wie het verhaal uit de film kent, begrijpt een stuk beter waarom hij op onverwachte momenten door het publiek rent en soms vunzige teksten zingt. De frustratie van de nog niet doorgebroken Ricky is begrijpelijk, met deze band komen zijn poëtische teksten echt goed tot zijn recht. Luister maar naar ‘Nevelen der toekomst’, misschien komt het alsnog.