Welcome to The Village
18 t/m 21 juli 2019

In deze tijden van eindeloze informatie, technologie die steeds meer overheerst, keuzestress en de simpele verspreiding van (on)waarheden, merkten ze bij Welcome to The Village dat mensen steeds vaker teruggrijpen naar eeuwenoude denkwijzen. Een verschuiving van het gevoel: van het hoofd naar de buik, van een iPhone naar de natuur en van het individu naar het collectief. Daarmee was het thema voor 2019 geboren: de nieuwe spiritualiteit.

Onze tips voor Welcome to The Village hebben we onlangs gedeeld, net als onze ticketactie. Daarnaast spraken we het gloednieuwe programmeurs-duo van het festival, interviewden we Flamingods in aanloop naar zijn show op Welcome to The Village en in een speciale podcast spraken we DORP-coördinator Johan de Vries over de thema’s van dit jaar.

Het moet uit jezelf komen
We ronden af met een gesprek over het thema van dit jaar: nieuwe spiritualiteit. Daarover spreken we artistiek directeur Sjoerd Bootsma. “Het idee ontstond vorig jaar toen ik mij bij ons festival, en ook bij andere, enorm begon te storen aan het feit dat er bijvoorbeeld bij eten en vuilnis altijd bordjes en verklaringen hangen. Om overduidelijk te vertellen waar alles vandaan komt en hoe goed en duurzaam het allemaal wel niet is”, vertelt Bootsma. “Terwijl dat eigenlijk niet zou moeten: het zou tijdens een festival veel meer over kunst moeten gaan, over muziek en niet of iets duurzaam is of niet. Sowieso kun je dat niet echt opleggen, dat moet vanuit jezelf komen en in principe hoort dat ‘normaal’ te zijn.”

“Als tweede kwamen we bij de vraag: ‘Maar hoe verwerken we dat gevoel nou in het festival?’ Daar kwam uit dat we minder wilden vertellen wat we doen en hoe het allemaal zou moeten in de wereld, maar dat we iedereen – van de muzikanten tot de theatermakers en de koks – het wilden laten voelen. Het moet van je hoofd naar je buik. En ook naar je hart! Vanuit daar zijn we gaan zoeken naar performances en acts die goed bij dat gevoel passen. Om er eentje te noemen: de performance van de Recoil Performance Group met 200.000 meelwormen. Dat gaat over de circulaire samenleving, maar dat gaan we niet vertellen, dat ga je ervaren.”

Nieuwe spiritualiteit
Dat uit zich onder meer in collectieve ervaringen die de nieuwe spiritualiteit vorm moeten geven. Wat doet zo’n thema in de praktijk met een festival? “Ik denk dat het programma daar lekkerder van wordt, dat je het meer kunt beleven. En als je wilt bouwen aan een betere wereld, dan is het denk ik belangrijk om mensen die dingen te laten ervaren. Je kunt erover praten wat je wilt, maar je moet het voelen en ernaar handelen. Want volgens mij maken we er een enorme puinhoop van op deze aardbol en het is goed om daar iets aan te gaan doen”, zegt Bootsma hartgrondig. “Iedereen probeert op zijn eigen manier de wereld mooier te maken en wij doen dat door een festival te organiseren. Het zou mooi zijn als iedereen op zijn manier de wereld morgen een stukje mooier achterlaat dan vandaag.”

“Naar ons idee hebben veel mensen het idee dat de wereld snel verandert en het is lastig om daar grip op te krijgen. We merken dat een hoop mensen bijvoorbeeld zoekende zijn naar een manier om positieve invloed uit te oefenen op hun omgeving. Op dat vlak willen wij mensen inspireren, door een idee uit te werken of ergens aan mee te werken en te kijken wat dat doet en hoe je je erbij voelt. Bij ons heb je de tijd om alles even aan de kant te zetten, weer verliefd te worden op het leven en vanuit daar te gaan handelen. Klinkt heel zweverig, maar da’s wel belangrijk!”

“We laten zien dat er nog veel meer is dan een Britse vierkwartsmaat

Een andere realiteit
De festivalsfeer is een ideale gelegenheid om met dit soort thema’s bezig te zijn. Mensen zijn ontspannen, weg van hun dagelijkse bezigheden en staan open voor nieuwe indrukken. “Welcome to The Village neemt je vier dagen mee naar een andere realiteit, waarin we laten zien dat de samenleving anders kan werken dan dat ‘ie nu doet. Daarbij is diversiteit altijd belangrijk geweest. We laten op muziekgebied zien dat er nog veel meer is dan een Britse vierkwartsmaat, maar ook dat je prima insecten kunt eten in plaats van vlees, om maar wat te noemen.”

Waar Welcome to The Village een samenleving op kleine schaal is: zijn er ideeën die verder komen dan het festivalterrein? “Zeker, dat zien we terug op allerlei gebieden. Het festival inspireert mensen om hier aan hun ideeën te werken, om zelfvertrouwen op te doen en dingen te testen in de praktijk. Zo had de uit Iran afkomstige Hooman Nassimi een paar jaar geleden het idee dat nieuwkomers veel beter konden integreren in Nederland en dat festivals daar een goed middel voor zouden zijn. Wij begonnen met een groep vrijwilligers tijdens Welcome to The Village en daar is uiteindelijk New Faces uit ontstaan, wat nu met steeds meer festivals samenwerkt. Zo kunnen wij een kickstart geven aan allerlei projecten.”

Hoogtepunten
Als artistiek directeur zal hij overal te vinden zijn tijdens het festivalweekend. Naar een aantal acts kijkt hij specifiek uit. “Ik vind het waanzinnig tof dat het Ghanese project gelukt is en dat we de Bongo Bar op kunnen richten voor alle artiesten die daar zullen spelen. Daarnaast kijk ik uit naar Blind Boys of Alabama and Amadou & Mariam, dat vind ik echt heel gaaf. Als je tijdens die show niet schoon verliefd wordt op het leven, dan weet ik het ook niet meer”, lacht hij. “Tja, maar er is zoveel, joh. Ik hoop vooral dat mensen vier dagen lang plezier hebben.”Dat is echt wat we proberen te doen. Je hebt als mens momenten in je leven nodig waarbij je even de tijd stil kunt zetten. Waarin alles gewoon even niet uitmaakt, dat je niet van alles moet”, vertelt Bootsma.

“Misschien wat anders, maar ik vind het echt een mooi verhaal: de Grieken hadden vroeger twee goden voor de tijd. Je had Chronos, die de personificatie van de tijd en de vergankelijkheid was, de figuur met de zeis en de zandloper, waarbij de seconden wegtikken tot ze op zijn en het leven voorbij is. Dat is eigenlijk de god waarnaar onze samenleving is ingericht, het hele neoliberalisme: waar de klok bepaalt dat tijd geld is en dat je een beetje op moet schieten. Dat is echte Chronos-tijd.”

“Maar je had ook Kairos, dat was de jongste zoon van Zeus en hij stond voor de niet-chronologische tijd. Hij wordt altijd afgebeeld als een soort dunne twintiger, had een skanky toga om en vleugeltjes op zijn hielen en schouders. Maar het ding was vooral dat hij een kaalgeschoren hoofd had, met daarop een lange lok”, vertelt Bootsma enthousiast. “En het doel van de oude Grieken was om hem bij de lok te grijpen. Want zodra je die beet had, dan zat je in het moment. Hij stond daarmee voor creativiteit, voor de non-lineaire tijd. Het gevoel als je bijvoorbeeld aan het schrijven bent, door de natuur wandelt, mediteert of helemaal opgaat in een concert en alle tijd vergeet. Dat moeten we zijn: als Welcome to The Village moeten wij Kairos zijn.”


WEBSITE WELCOME TO THE VILLAGE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Misty Fields
6, 7 & 8 september

Met een prachtige single in de lucht, een Popronde-selectie op zak voor dit jaar en onder meer Misty Fields op de planning, gaat het de goede kant op voor la loye. Een warme en kwetsbare band die je naar ons idee goed in de gaten moet houden. Wij stellen je voor aan de bedenkster van het project: Lieke Heusinkveld.

Haar band kwam snel uit de startblokken met onder andere een eerste single, to live underwater, die ondertussen alweer meer dan dertigduizend keer is gestreamd op Spotify. ‘Een warm nummer dat aanvoelt als een winteravond bij de kachel terwijl de wereld buiten in een ijzige stilte is vervallen’, schreven we daarover. Eerder spraken we Heusinkveld namelijk al eens over haar project, dat liefhebbers van bands als Big Thief goed zal bevallen. Vandaag gaan we verder de diepte in.

Waar ben je verder allemaal mee bezig naast het maken van muziek?
“Zoals de meeste muzikanten ben ik een manusje-van-alles. Naast muziek verzorg ik planten in een Haagse plantenzaak. Ik moet zeggen dat het wel goed werkt, omdat ik daar mijn hoofd een beetje uit kan zetten en die rust mee naar huis kan nemen om daar te schrijven.”

En met de band: waar ben je allemaal mee bezig?
“We hebben in maart in de Melkweg een single-releaseshow gedaan. Waar we daarna toch een beetje tegenaan liepen: ik had een hele mooie band bij elkaar verzameld, alleen het was ontzettend lastig om iedereen zijn agenda op elkaar af te stemmen, aangezien iedereen zo druk is met andere projecten. Ik zit nu alleen in een fase waar ik stappen wil gaan maken, veel wil repeteren, meer shows wil gaan spelen en simpelweg vooruit wil. Dus daar ben ik nu druk mee.”

Wat voor gevoel zoek je in jouw muziek en daarmee in de muzikanten die je erbij zoekt?
“Het is nogal nostalgische muziek, iets waar je in kunt kruipen en door wordt meegesleept. Dat wil ik met deze band bereiken en dat is voor mij een zeer intuïtief proces. Als iets goed voelt, doe ik het, en anders niet.”

Had je van tevoren al uitgedacht wat voor ‘soort band’ dit moest worden, ook qua vormgeving, kleuren, fotografie?
“Zeker, daar steek ik veel tijd in. Het is tegenwoordig zo belangrijk om goed na te denken over hoe je jezelf als artiest neerzet. Niet alleen om op te vallen, maar om jezelf nog meer te uiten naast de muziek. Dat voegt zoveel toe aan wat je wilt overbrengen. Ik wil dat mijn persoonlijkheid doorschijnt in alles wat ik doe. De artiesten die ik tof vind, geven praktisch allemaal zo’n totaalbeeld van wie ze zijn.”

Wat voor artiesten hebben dat?
“Florist vind ik een goede, daar luister ik de laatste tijd weer veel naar. Ik vind het cool dat zij die quirkyness van de muziek overbrengt in alles wat ze doet, het is een rode draad in haar stijl.”

“Het is zó’n uiting van wie ik ben en wat ik doe. Ik zou me niet kunnen voorstellen dat het er, ja, niet is”

Want wat betekent deze band voor jou?
“Iedere seconde van de dag ben ik er wel mee bezig, of het nou schrijven is of plannen maken. Het is zó’n uiting van wie ik ben en wat ik doe. Ik zou me niet kunnen voorstellen dat het er, ja, niet is.”

De Popronde gloort alweer aan de horizon: hoe bereid je je daarop voor?
“Daar is die identiteit als band belangrijk, dat je direct laat zien waar je voor staat tussen alle honderdveertig andere acts. Daarnaast zijn we 3voor12-talent, waar ik erg dankbaar voor ben, dat levert hopelijk een aantal mooie shows op. En ik denk dat het scheelt als je laat zien dat je niet zomaar een band bent die even een showtje komt spelen, maar die er echt iets uit wilt halen. Elke show die je speelt moet echt stáán en ik wil groeien met mijn band. Je ziet aan veel Popronde-acts dat ze echt een stap hebben gezet met elkaar, die komen eruit als een volgroeide band. Als in: ‘Dit hebben we overleefd, nu kunnen we de wereld aan.’ Dat vind ik mooi aan de Popronde, dat je comfortabeler met elkaar wordt. Dat maakt een veel betere live-act.”

Er zijn momenteel veel goede Nederlandse acts actief en het lijkt soms wel een beetje een rat race. Hoe verhoud jij je daartoe?
“Dat is soms lastig, maar het is goed om in alle hectiek geduldig te kunnen zijn. Als je alles in een fractie van een seconde beslist, dan kun je niet alles neerzetten wat je in je hoofd hebt en wat je wilt doen.”

Een van die dingen zal ongetwijfeld een album zijn: in hoeverre ben je daarmee bezig?
“Er is in principe genoeg werk om dat op te kunnen nemen, maar ik ben dat nog lekker aan het uitpluizen in mijn hoofd. Ik vind het vooral belangrijk dat het één geheel wordt, dat ben ik aan het smeden.”

Hoe verloopt dat proces?
“Ik merk dat ik steeds meer dingen weg begin te halen. Less is more. Vroeger werkte ik heel gelaagd en had ik allerlei partijen in mijn hoofd die ik allemaal opnam, maar nu probeer ik meer te zeggen met minder. Ik vind het fijn om te merken dat mijn eigen stijl veranderlijk is en telkens blijft groeien.” 

Ik denk dat er in Nederland te veel binnen Nederland wordt gedacht

Al een producer op het oog?
“Nog niet, ik ben nog rond aan het kijken naar iemand die er echt goed bij past.”

Ook internationaal?
“Natuurlijk, waarom niet? Ik denk dat er in Nederland te veel binnen Nederland wordt gedacht, terwijl het vrij eenvoudig is om verder te kijken. Waarom zouden er in het buitenland geen mensen zijn die mijn muziek mooi vinden of met mij willen werken? Het is natuurlijk ook beangstigend, want: ‘waar begin je?!’”

Nou?
“Tja, door gewoon maar ergens te beginnen, uiteindelijk.”

Waar ga je deze zomer mee aan de slag?
“Vooral met het verder uitwerken van de plannen voor de komende twee jaar. Het is soms wat ver weg, maar het is fijn om zo te werken en te weten wat je wilt zodat je ermee aan de slag kunt. Daarnaast ben ik met name aan het bouwen aan een liveshow die ik aan de hele wereld wil laten zien.”

Die onder meer op Misty Fields is te zien in september, waar ze dat zeker kunnen waarderen naar mijn idee!
“Ja, het is ontzettend fijn om dat soort shows te mogen spelen en daarmee te merken dat het langzaam komt waar je wil dat het komt. En dat je door moet gaan met wat je aan het doen bent, dat is erg waardevol.”


WEBSITE MISTY FIELDS | FACEBOOK-EVENT | TICKETS


Een voorproefje zien van la loye? Op 3 september presenteren we ook nog eens de show van de band in Cinetol. Meer informatie vind je hier!

Zomerparkfeest
8 t/m 11 augustus

Vandaag stellen we je voor aan een nieuwe podcastreeks: Spoor voor Spoor. Een serie waarin we muzikanten bevragen naar hun singles, het startpunt en waarom ze hebben gekozen voor bepaalde sounds en instrumenten. We beginnen met The Mauskovic Dance Band, de cumbia-band die in binnen- en buitenland als een torpedo gaat.

Deze eerste podcast is in samenwerking met Zomerparkfeest tot stand gekomen, het kleurrijke festival in Venlo waar de band op 9 augustus speelt. Daarvoor zijn we om de tafel gaan zitten met Nic en Donny Mauskoviç, om het te hebben over de single Drinks By The Sea van het pas verschenen debuutalbum. Luister hieronder naar het nummer en laat je daarna meevoeren naar de wereld van de band, waarin we een tipje van de mysterieuze sluier proberen te lichten van het componeren, produceren en songwriten.


Spoor voor Spoor Podcast
Hieronder check je onze podcast met de band. Beluister je hem liever via andere kanalen? Hier vind je de aflevering op Spotify, hier op Apple Podcasts, op Google Podcasts, Breaker en Stitcher.


WEBSITE ZOMERPARKFEEST | FACEBOOK-EVENT | FESTIVALLOCATIE

Schlagenheim is een al net zo mysterieus nietszeggende titel als de nevelen waarin Black Midi zich hulde in zijn opmars. Op basis van een zeer geringe hoeveelheid materiaal, tot aan het debuutalbum slechts mondjesmaat aangevuld, ontstond er een hype. Een hype die haast doet denken aan hoe vijftien jaar geleden Arctic Monkeys tot de nieuwe Beatles werd gebombardeerd.

De manier waarop nieuwe bands tegenwoordig groot kunnen worden mag dan fundamenteel veranderd zijn, old habits die hard in de Britse muziekmedia. De stijl waarin Black Midi speelt is lastig in enkele woorden te vatten, laat staan in een genre. Hoewel de gitaar natuurlijk snel ‘rockmuziek’ zegt, kun je daar nog alle kanten mee op. We vroegen het de ritmesectie die op interview-tour was. Meteen een goed moment om te vragen of het aan ons ligt dat er meer dan één songtitel naar iets uit het universum van gamereeks The Witcher vernoemd lijkt te zijn.

Geralt of Rivia
Op het album staat namelijk een track met de titel Of Schlagenheim, die eerder als Of Rivia door het leven ging, en een van de eerste singles heet Crow’s Perch. Geralt of Rivia is de naam van het hoofdpersonage in wiens huid je kruipt bij het spelen van The Witcher III: The Wild Hunt. Crow’s Perch is de verblijfplaats van drie ‘crows’, een soort heksen, waar een paar sleutelmomenten van het verhaal zich afspelen. “We hebben het allemaal gespeeld, het is echt een geweldig spel.” Bassist Cameron Picton heeft de laatste uitbreiding bijna uitgespeeld, maar heeft het nu al zo lang laten liggen dat het lastig is om het weer op te pakken: “Ik kwam tot dat stuk dat je de vampier tegenkomt, maar daarna ben ik niet meer verder gegaan.”

Drummer Morgan Simpson moet bekennen dat hij het hooguit tien minuten heeft gespeeld. De thematiek van een de beste spellen van deze generatie kunnen we helaas niet gebruiken als een bruggetje om iets te zeggen over het geluid van Black Midi. Net als bij muziek hopt de consument bij games zo van het ene genre naar de andere. Dat blijkt als we vragen welke andere game ze zouden kiezen als laatste game om ooit te spelen: FIFA. Want, aldus Cameron: “You can get exhausted in stories, but football is forever.” Morgan moet lachen om deze onverwacht diepe uitspraak, en sluit zich erbij aan: ‘Je blijft terugkomen, je kunt het zo oppakken. Het is ook makkelijk om even snel te spelen met vrienden.”

Sparta-shirt
Nu we het toch over voetbal hebben: we waren erbij toen ze op Motel Mozaique de Arminiuskerk overtuigden. Een van de vele details in een toch al chaotisch geheel was het Sparta-shirt van Cameron. “Mijn opa komt uit Rotterdam en is fan. We spraken Harry (Hamelink, festivaldirecteur Motel Mozaique, red.) een keer in Amsterdam en toen hadden we het daarover. Op de dag van de show kreeg ik het shirt als verrassing, dat was erg gaaf. Er zat ook een sticker van het festival op, heel leuk.”

Tijdens de overdonderende show leek er zo nu en dan wel wat mis te gaan. De versterker van gitarist Matt Kwasniewski-Kelvin begaf het af en toe, en er was constant iemand bezig om de drumkit van Simpson terug te zetten. “Technische problemen voegen alleen maar iets toe. De meeste mensen horen de muziek toch voor het eerst en wij hebben het al zo vaak gespeeld dat we er wel een weg in vinden. Fouten bestaan eigenlijk niet bij ons.” Dat is makkelijk voor te stellen bij muziek die klinkt alsof een paar jazzmuzikanten gaan jammen met het instrumentarium van The Dillinger Escape Plan in hun handen. Maar dat is niet hoe de jongens van Black Midi zijn begonnen. Een aantal van hen heeft het vak geleerd in de kerk. Motel Mozaique was dan ook een soort thuiswedstrijd: “Erg mooie setting. We hadden wel al in een voormalig mausoleum gespeeld, maar nog niet in een kerk. Je leert goed met mensen samen te spelen en te improviseren als je in een kerk begint met muziek.”

The best thing ever
Dat talent voor improvisatie spat er vanaf als je deze band live ziet, maar hoe pakt dat uit als je een album op wilt nemen? Cameron: “Dat vergt wel een ander gevoel dan wanneer je aan het jammen bent, een andere energie. Gewoon knallen werkt minder goed. Een studioalbum en een liveshow horen van elkaar te verschillen. Het zijn gescheiden werelden die op zichzelf genoeg bestaansrecht hebben maar elkaar ook aanvullen.” Morgan knikt enthousiast in overeenstemming. Die wisselwerking tussen het album en de liveshow zal de komende optredens van de band beïnvloeden verwacht hij: “Het wordt interessant om te beleven wat mensen live van ons vinden nu ze het materiaal al kennen. Ik heb er zin in, ze zullen eerder komen omwille van de muziek en niet alleen omdat alle andere mensen zeggen dat we goed spelen.”

Wat vinden ze inderdaad van die hype om hen heen? Is de storm al wat gaan liggen, legt het ze hoge verwachtingen op? “Zo gaat dat nu eenmaal in ons land. Je bent the best thing ever tot de volgende band dat is. We zien wel hoe het loopt, we hebben toch geen invloed op hoe mensen op ons reageren.” Morgan: “Het is leuk dat ze geïnteresseerd zijn, maar wij hebben het maken van platen als doel.” Cameron voegt toe: “We zijn er trots op dat we nu een album uitbrengen en het zou een goede zaak zijn als die beoordeeld wordt op de muziek.” Hóe de plaat dan uiteindelijk ontvangen wordt, is minder belangrijk: “Wij willen ons gewoon blijven ontwikkelen als muzikanten. Aan de andere kant helpt het wel als mensen belangstelling blijven hebben. Tot op zekere hoogte moet je commercieel levensvatbaar zijn om door te kunnen gaan.”

Dansbare experimentele rock
Als Black Midi zich verder wilt ontwikkelen, roept dat de vraag op waar ze nog naartoe kunnen. Muzikaal-technisch gezien zitten ze immers al op een enorm hoog niveau. Gaan ze dan compleet andere muziek maken? Morgan: ‘Het is een positief streven. We willen ons blijven evolueren. Daarbij weten we niet hoe we zullen gaan klinken en dat is spannend, er is geen eindpunt om naartoe te werken. Alles blijft hopelijk net zo organisch samenkomen zoals we gewend zijn te doen. Maar kunnen best wisselen wie welke instrumenten speelt, of die instrumenten zelf veranderen’. Onder welk genre valt Black Midi op dit moment? Morgan: “Sowieso onder de rock umbrella’. Cameron had het over dansbare experimentele rock.” Cameron: “Ja. Dansbaar, alle mogelijkheden verkennen.”

Black Midi live zien? De band speelt tijdens Valkhof Festival, de Vierdaagsefeesten, Lowlands Festival en in september in Melkweg.


Nog geen nummer uitgebracht, maar al wel spelen op Eurosonic en in een uitverkocht voorprogramma van YUNGBLUD in Vera. Het Groningse garagerock-trio The Vices begon 2019 op een veelbelovende manier.

Ooit begonnen als Ten Years Today besloot de band dat deze naam niet langer bij hem paste en veranderde dit begin 2018 naar The Vices. Met nieuwe muziek en een Engelse tour heeft de band flinke stappen gezet. Met So it Goes in februari en Speeding up to Last in mei, bracht de band dit jaar zijn eerste twee singles uit. Maar de jongens beloven genoeg nieuw werk klaar te hebben wanneer de Popronde, waar The Vices dit jaar aan meedoet, weer van start gaat.

Ik ging langs bij de jongens van The Vices tijdens een van hun repetities in Zwolle. Aangekomen bij het appartement van drummer Mathijs werd ik begroet door een aantal gasten hangend op een balkon, het was al snel duidelijk waar ik moest zijn. Nadat iedereen zich omhoog had gehesen en een nieuw biertje had opengetrokken, namen we plaats aan de keukentafel om in gesprek te gaan over gillende meiden, stinkende kaas in een te kleine camper en natuurlijk de nieuwe muziek van The Vices. Luister de podcast hieronder!


Welcome to The Village
18 t/m 21 juli 2019

 

Nog een paar weken tot Welcome to The Village voor de zevende keer van start gaat nabij Leeuwarden. Het vooruitstrevende festival, dat elk jaar met een sterke ontdekkingsprogrammering weet te verrassen, heeft sinds dit jaar een nieuw programmeursduo: Lisa de Jongh, ook van Patronaat Haarlem en Nick Veenstra, ook van podium Asteriks. Wij spraken hen over hoe ze het dit jaar hebben aangepakt.

Onze tips voor het festival hebben we onlangs met de wereld gedeeld, we spraken Flamingods in aanloop naar de heren hun show op Welcome to The Village en in een speciale podcast spraken we DORP-coördinator Johan de Vries over de thema’s van dit jaar. Het Friese festival is veel meer dan muziek en richt zich op innovatie, kunst, maatschappelijke vraagstukken, voedsel, duurzaamheid en performance.

Nick Veenstra & Lisa de Jongh

 

Nick, jij werkt sinds vorig jaar bij Welcome to The Village. Heb je die editie gebruikt om bekend te raken met de achterkant van het festival?
Nick: “Peter Dijkstra was een van de vorige programmeurs. Met hem praatte ik regelmatig over het festival en ik vertelde wat ik ervan vond. Hij zag daar kennelijk iets in en vroeg of ik mee wilde lopen. Ik heb toen wel een aantal dingen beslist, maar ik heb vooral meegekeken en dat was erg leerzaam voor de komende editie die ik met Lisa heb geprogrammeerd.”

Lisa, jij zit er inderdaad sinds deze editie bij en met Nick vorm je het nieuwe programmeursduo van Welcome to The Village. Hoe is dat gelopen?
Lisa: “Vlak voor de zomer van 2018 werd ik gevraagd en ik twijfelde toen nog wel. Daarom ben ik naar het festival gegaan om een beslissing te maken. Ik was direct om toen ik de programmering zag, de gemoedelijke sfeer, het terrein en de mensen van het team. Ik twijfelde nog wel aan het feit dat ik niet uit de omgeving Leeuwarden kom, alleen vonden ze dat juist wel fijn. Iemand met een frisse blik die het meer van een afstand kan bekijken.”

Jullie hebben daarmee Peter Reen en Peter Dijkstra opgevolgd, oftewel ‘de Peters, die sinds de eerste editie betrokken waren bij Welcome to The Village. Zorgde dat voor een bepaalde druk?
Nick: “Een druk voelde ik niet, ik zie het eerder als een eer dat wij het nu mogen doen. Ik denk dat je het altijd op je eigen manier moet doen, dus met onze komst zouden er dingen gaan veranderen. Alleen konden wij ons goed vinden in hun programmavisie en hoe zij te werk gingen, dus daar zijn we deels op doorgegaan.”

Foto: Ruben van Vliet

 

Hoe merkt het publiek dat er andere programmeurs in dienst zijn getreden?
Nick: “Wij zitten naar mijn idee nog iets meer in de indie-hoek en ik vind het zelf interessant om onbekende acts neer te zetten die bij de meesten geen belletje doen rinkelen, maar die ontzettend goed zijn. Daarnaast zijn we dit jaar nog iets intensiever met curatoren samen gaan werken, zoals Koen ter Heegde, die alle ontwikkelingen in Oost-Europa bijhoudt, Francis da Souza van Earthbeat die verantwoordelijk is voor het wereldmuziek-programma en Arnold de Boer van The Ex, die dit jaar een aantal bijzondere acts uit Ghana presenteert.”

Lisa: “We zijn in de huid van een bezoeker gekropen en hebben zo gekeken naar wat goed bij het moment past, waarbij we vooral de dynamiek in de gaten hebben gehouden. Als je bijvoorbeeld voor het eerst het terrein op komt lopen op vrijdagmiddag om vijf uur: wat moet er dan gebeuren? Ik zou dan bijvoorbeeld zin hebben in een biertje en direct een wat hardere band om er goed in te komen. Op die manier zijn we gaan puzzelen.”

En onderling: hoe versterken jullie elkaar?
Nick: “Onze muzieksmaak komt voor een groot deel overeen, maar op sommige punten totaal niet. Die combinatie zorgt voor een sterk middenprogramma met verrassende uitschieters. We maken uiteraard samen het programma, maar we hebben het globaal zo verdeeld dat Lisa de wat grotere acts voor haar rekening neemt en ik wat meer in de underground en in de lokale scene ben gaan zoeken.”

Lisa: “Vanuit mijn werk bij Patronaat werk ik regelmatig met artiesten waar wat hogere bedragen bij komen kijken. Dat netwerk en die kennis kan ik gebruiken bij Welcome to The Village en Nick krijgt dat op die manier ook mee. Zo leren we van elkaar.”

Soms dacht ik weleens: ‘waar gaat dit allemaal heen met dit programma?!

 

Welcome to The Village is inhoudelijk een van de breedste festivals in Nederland. In hoeverre stem je het muziekprogramma af met theater, performances, beeldende kunst of de initiatieven rondom zaken als innovatie en duurzaamheid?
Nick: “Elk jaar werkt het festival met een thema dat als inspiratiebron gebruikt kan worden en dat neem je mee in je selectie. Dit jaar is dat thema ‘spiritualiteit’, daarbij kun je bijvoorbeeld denken aan trance-achtige en hypnotiserende acts. Op die manier is iedere programmeur bezig met een zoektocht naar een passend programma.”

Lisa: “Het thema loopt als een rode draad door het programma. Ik voelde die spiritualiteit bijvoorbeeld in de muziek van Amadou & Mariam, maar ook in het nieuwe project van Jacco Gardner. En podiumkunst-programmeur Jonathan Offereins ziet dat dan bijvoorbeeld weer terug in de naakte rave van Doris Uhlich. Soms dacht ik weleens: ‘waar gaat dit allemaal heen met dit programma?!’ Maar dan zie je dat het allemaal binnen het thema past en elkaar raakt. Als bezoeker zul je dat merken, zonder dat het er te dik bovenop ligt.”

 

Over andere disciplines gesproken: waar zijn jullie erg nieuwsgierig naar?
Nick: “Naar de performance met tweehonderdduizend meelwormen van Recoil Perfomance Group! Ik ben erg benieuwd hoe dat eruit gaat zien. Maar ook zeker naar die naked rave waar we het net over hadden, op internet kwamen daar direct veel reacties op. Daarnaast ben ik nieuwsgierig wat er uit DORP gaat komen dit jaar. Het gaat over voedsel en vooral over de verduurzaming van het productieproces. Dat is een behoorlijk ingewikkeld verhaal, dus ik ben benieuwd naar hun bevindingen.”

Wat vinden jullie tot nu toe het leuke aan het programmeren voor Welcome to The Village?
Lisa: “Het is erg uitdagend om van zo’n divers festival samen een geheel te vormen. Tegelijkertijd is dat bijzonder inspirerend, want je komt van alles tegen waar je anders mogelijk nooit van gehoord had.”

Jullie hebben bij Welcome to The Village de kans om bijzondere muzikanten naar het festival te halen. Om toch even een echte programmeurstip te krijgen: wat zijn acts waar jullie echt blij mee zijn dat ze naar Leeuwarden komen?
Lisa: “Ik ben erg blij met Mattiel, dat is mijn act van het jaar. Ik vind wat zij doet heel vet en zij past goed bij het thema van de krachtige vrouw, daar is zij veel mee bezig. Wij wilden graag een verdeling van ongeveer zestig-veertig tussen frontmannen en frontvrouwen en dat is onder meer met haar erg mooi gelukt.”

 

The Soft Moon
“Van The Soft Moon ben ik al ontzettend lang fan, dus daar sta ik sowieso vooraan! Een band die prima bij het spiritualiteitsthema past, het is altijd wel een soort openbaring.”

 

Blind Boys of Alabama and Amadou & Mariam
“Het project van Blind Boys of Alabama and Amadou & Mariam vind ik erg bijzonder. Die groep is nog nooit in deze samenstelling op tour geweest in Europa, dus het is niet alleen uniek, maar voor ons net zo spannend hoe dat uit gaat pakken en dat maakt het extra leuk!”

 

Aiming for Enrike
Nick: “Zelf ben ik ontzettend blij met Aiming for Enrike, het is een duo dat simpelweg een geluidsmuur optrekt. Het heeft iets elektronisch en soms is het erg dansbaar, maar regelmatig heeft het zulke gekke melodieën dat je niet eens weet hoe je erop moet bewegen. Dat speelt middenin de nacht, dus dat kan wel explosief gaan worden.

 

Kate NV
“Aan de de andere kant vind ik het erg tof dat we Kate NV hebben, zij is binnen haar genre wel een van de grote namen en is echt goed bezig. Sinds dit jaar hebben we overigens een dance-stage, ik ben nieuwsgierig hoe dat uit gaat pakken. Uiteindelijk ben ik erg blij met de hele line-up, we hebben best wel wat namen die veel mensen misschien niet veel zeggen en waar veel valt te ontdekken. We zijn erg blij met de kwaliteit van de acts die er staan.”


 

WEBSITE WELCOME TO THE VILLAGE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Metropolis Festival
Zondag 30 juni

Een van de sensaties van dit jaar is zonder twijfel The Murder Capital, de Ierse band die tijdens Eurosonic zijn zegetocht begon en deze zomer als een wervelstorm over de Europese velden zal trekken. Op zondag 30 juni zal het bliksemen in Rotterdam, waar de band Metropolis Festival aan zal doen.

Wij tipten begin dit jaar twee bands die het naar ons idee goed zouden gaan doen: Sports Team en The Murder Capital. Tot nu toe hebben ze ons allesbehalve teleurgesteld. Over de laatste schreven we destijds: ‘Bij het zien van de livesessie van de band dachten we direct aan de eerste keer dat we Shame zagen, in een of andere garage. Net als bij die sessie, is de energie en de spanning in elke vezel voelbaar en je ziet direct: deze guys hebben het, dit gaat hem worden.’

De Opwindvogelkronieken
Nu, vijf maanden later, spreken we de band in de vorm van James McGovern. We vragen als eerste aan de zanger waar hij is en of hij een beschrijving van zijn zintuigen kan geven. “Ik zit thuis in mijn tuin, ik rook een Camel Blue en ik zie vooral veel bomen, waar een grijze deken van Ierse wolken op leunt. Ja, het is best ontspannen”, zegt McGovern, die de dag daarna zal vertrekken op een ongelooflijk lange tour door Europa. “Op het moment ben ik De Opwindvogelkronieken van Murakami aan het lezen, verder ben ik lekker nieuwe muziek aan het maken met mijn vrienden en het is zomer, dus we zitten regelmatig bier te drinken aan het kanaal. Altijd goed.”

Dan over naar de band: wat schiet er door McGovern zijn hoofd als hij aan zijn band denkt? “Pure psychologische verwarring”, lacht hij. “Nee hoor, dat was een grapje. Er gebeuren super goede dingen op het moment. De band is wat ik doe. Als ik aan de band denk, dan denk ik aan mijzelf. Alles in mijn leven komt daarin samen.”

De komende tijd reist de band van land-naar-land: hoe gaat The Murder Capital al die landen veroveren? “We zijn geen pro-kolonialisten, dus ik probeer het te veel niet als ‘veroveren’ te zien, daar is Groot-Brittannië al genoeg mee bezig geweest in het verleden. En we weten allemaal hoe dat is gegaan. Naar mijn idee zijn we overigens nog nergens bekend, dus we zien vanzelf wat er allemaal op ons pad komt. Ik vind het tof om door al die verschillende landen te rijden, mensen te spreken, te proeven van de lokale cultuur en van alles mee te maken, daar kijk ik vooral naar uit.”

De sound van deze tijd
De laatste tijd zijn er ongelooflijk veel goede postpunkbands actief, wat een reflectie van de positieve en negatieve veranderingen in onze maatschappij lijkt te zijn. Is het een gevalletje ‘juiste tijd, juiste plek’ voor The Murder Capital? “Ik weet niet waar het hem in zit, het is niet te ontleden. Het is iets geheimzinnigs. Net als dat je niet op iemand verliefd kunt worden aan de hand van een aantal vooraf opgestelde redenen.”

Volgens ons zijn daar wel oorzaken voor te vinden, hoor. Om er aantal te noemen: de band heeft een bijzonder goede en strakke sound, de rake en poëtische lyrics komen hard binnen plus de urgentie en de authenticiteit spatten van de band af. Het móét eruit! Het is puur en oprecht. Is dat de sound van onze tijd? “De sociale omstandigheden van een omgeving hebben altijd effect op mij als schrijver. We reageren met onze muziek op wat er om ons heen gebeurt, wat we in het begin misschien niet zo doorhadden. Maar als band en als jongere ben je onderdeel van de veranderingen in de maatschappij en wij proberen daar op onze manier iets aan te doen. En ja, we hebben daar zeker iets over te zeggen. Dus misschien is het inderdaad wel de sound van onze tijd.”

“But it turned out that each song was sort of a shit in the night time”

Al die boodschappen van The Murder Capital zijn te horen op het album When I Have Fears, dat 16 augustus verschijnt via Human Season Records. We vragen McGovern daar ons wat meer te vertellen. “In juli vorig jaar zijn we begonnen met schrijven en in maart hebben we het opgenomen met Flood (AKA Mark Ellis, onder meer producer Warpaint, U2, Nick Cave, Foals, PJ Harvey, red.)”, vertelt McGovern. “Het album was zo goed als af toen we in zijn studio kwamen, dachten we. But it turned out that each song was sort of a shit in the night time and he was sort of the light circling around. Hij behield het overzicht, nam de tijd voor elk nummer en zo konden we een stapje terug doen om te zien waar we mee bezig waren. Daarnaast begreep hij goed bij wat elk bandlid nodig had om in de studio zo goed mogelijk tot zijn recht te komen. Hij gaf ons vertrouwen en hield de machine draaiende.”

“We hebben in de studio ontzettend veel geëxperimenteerd met van alles en nog wat, en het klinkt nu precies zoals we het wilden, alleen dan net even beter. Ik ben echt blij met hoe het geworden is. Voor mij is het album een soort plek om te bezoeken, het heeft echt een narratief en het neemt je mee door zoveel verschillende gebieden en tijden. Het geeft een veilig gevoel, maar tegelijkertijd daagt het je ook uit.”

John Keats-gedichten
Het album van de band gaat zoals gezegd When I Have Fears heten, een vernoeming naar het gedicht van John Keats dat in 1848 postuum werd gepubliceerd. Wat vindt McGroven zo mooi aan het gedicht? “Als ik het lees, vat het haast perfect mijn gedachten over mijn eigen bestaan samen. Alleen die eerste zin al: ‘When I have fears that I may cease to be, Before my pen has glean’d my teeming brain.’ Die angst herken ik. Dat je via je kunst nog niet alles hebt gecommuniceerd wat je wilt voordat je doodgaat. Maar ook over het dagelijkse leven, de gesprekken met je vrienden, hoe het is om mens te zijn. Om bang te zijn, maar je daar eveneens bewust van te zijn. Het vat voor ons het hele album samen en hoe we ons voelen.”

De openingszinnen van Feelin Fades:
As the feeling fades away, the tearin’ streets create a wave,
Of never seein’ stills in time a sway of settled lines,
The creepin’ sounds of children ring to curlin’ toes this spring,
Well, they now are lapsed ‘round you and me
.

Survival guide
De band is nu een tijdje bezig. Wat willen de leden graag doen en waar liggen de uitdagingen volgens de zanger? “We willen onszelf beter leren kennen via onze muziek en onszelf blijven confronteren. En uiten wat we voelen en dat kunnen uitwisselen met mensen die naar de shows komen, dat is voor ons het belangrijkste. Ik denk verder niet aan waar het naartoe zou moeten gaan of welke commerciële hoogtepunten we kunnen bereiken. Samen willen we de best mogelijke muziek maken die we kunnen.”

Ja, hoe we deze tour moeten overleven, goh. More fruit, less drugs?

De band heeft een waanzinnige waslijst aan shows staan deze zomer. Hoe gaan de jongens dat uithouden, denken ze? “Ja, hoe we deze tour moeten overleven, goh. More fruit, less drugs?“, lacht McGovern. Aangezien de band zoveel speelt, heeft hij de laatste tijd nog iets tofs gezien? “Mhoi, ik houd mij niet zozeer bezig met nieuwe bands, moet ik zeggen. Maar ik luister wel veel naar Crack Cloud, they’re fucking great. Die nieuwe single Gretel van (Sandy) Alex G vind ik schitterend. Ik heb nog wel een lokale band die ik tof vind: Odd Morris, moet je zeker eens checken.”

We lazen overigens nog op het web dat McGovern een groot liefhebber is van architectuur, is ‘ie dan al een beetje bekend met Rotterdam? “Nee man, nog niet, is dat tof? Ik zal zeker proberen de stad in te duiken dan. Zolang jij zondag naar de show komt, dan doen we daarna een biertje.”


WEBSITE METROPOLIS | FACEBOOK-EVENT | METROPOLIS IS GRATIS TOEGANKELIJK

Hot Chip
Maandag 2 december

Op 21 juni verschijnt het zevende album van Hot Chip, getiteld A Bath Full Of Ecstasy. De band die we in 2012 al eens eerder interviewden, bestaat al bijna twintig jaar en heeft nog steeds een zeer actieve fanbase, gezien alle uitverkochte zalen tijdens de laatste tour. Aan de vooravond van de laatste show van die tour, spraken we Al Doyle, Felix Martin en Owen Clarke in Tolhuistuin in Amsterdam. 

Het donkerste keldertje van de verder zonnige Tolhuistuin is de setting voor ons gesprek met de band. De kleedkamer van de drie bandleden die we zometeen gaan spreken, is er een zonder daglicht of poespas. Een koelkast met wat water en fris, een tafel met vier stoelen en twee kleine leren banken. Dat is waar het drietal het mee moet doen. Alexis Taylor en Joe Goddard – de twee zangers en producers van Hot Chip – zitten in de ruimte naast ons en krijgen we helaas niet te zien. Het schema van Hot Chip is enorm druk vertelt de tourmanager ons. Toch komen Doyle, Martin en Clarke ogenschijnlijk rustig binnen gelopen, een kwartiertje voor het afgesproken tijdstip. 

Slopend schema
Ze zien er fris uit, de mannen. Owen Clarke geniet van zijn koffie in thermoskan, strak in het pak, serieus als altijd. Felix Martin en Al Doyle kletsen rustig nog wat, totdat ze zich ineens weer lijken te herinneren dat ze geïnterviewd worden. Voor een band met een slopend schema zijn ze alle drie opvallend ontspannen. Doyle lijkt de leiding te nemen in het gesprek, wat gezien zijn muzikale CV wellicht niet zo gek is. “Het is erg druk vandaag, veel interviews. Na vandaag hebben we een weekje vrij, daarna gaan we door naar Amerika. Het is zo’n vier jaar geleden dat we getoerd hebben. We zijn net pas weer gewend aan het ritme daarvan en aan elkaar.” 

Dat ze het druk hebben, ligt niet alleen aan hun werk voor Hot Chip. Martin: “Doyle speelt natuurlijk ook in LCD Soundsystem, waar hij de afgelopen jaren ontzettend druk mee is geweest. Het was even wachten op hem en de twee frontmannen voordat we weer aan de slag konden samen. Joe produceert veel muziek voor andere artiesten en is vaak achter de draaitafels te vinden als DJ en Alexis draait ook altijd wel ergens.” Clarke voegt daar lachend aan toe: “Felix en ik zitten eigenlijk maar een beetje te wachten op de rest, tussen de albums door.” Hij gaat op serieuze toon verder: “We bellen ze af en toe om te vragen of we weer eens bij elkaar kunnen komen. Ik denk dat je ook afwachtende mensen moet hebben in een band. Voor de balans.” 

Jonge carrière
Hot Chip bestaat volgend jaar twintig jaar. Doyle, Martin en Clarke spelen nu ruim zestien jaar in deze opstelling. Daar worden ze liever niet aan herinnerd, want dan voelen ze zich wel erg oud. Martin: “Als onze band een kind zou zijn geweest, was hij nu een tiener. Eigenlijk is onze carrière dus nog heel jong. Adolescent, als je het zo bekijkt. We zouden nog niet eens mogen stemmen, als we een persoon zouden zijn. Zo oud zijn we dus helemaal nog niet.”

“Nu lijken we net oude mannen die alleen maar over vroeger willen praten” 

Terugdenken aan de tijd voor Hot Chip maakt de mannen een beetje nostalgisch. Ze hadden allemaal baantjes waar ze niet ontzettend gelukkig van werden. Doyle werkte in een callcenter, Clarke was assistent en Martin werkte voor Warp Records, waar hij pakketjes moest versturen. “De jaren negentig waren qua werk minder voor ons, maar qua muziek natuurlijk geweldig. Zo maakten we veel mixtapes met cassettebandjes. Misschien moeten we nu switchen van onderwerp, want nu lijken we net oude mannen die alleen maar over vroeger willen praten”, zegt Doyle hardop lachend. 

Vooruitkijken dan: het nieuwe album verschijnt in juni. De zevende plaat heet A Bath Full Of Ecstasy en heeft een psychedelische waterverfprint als artwork. Is het nog spannend, na zestien jaar en zes albums? Doyle vindt van wel. “Natuurlijk is het interessant om te zien hoe dit album weer ontvangen gaat worden. Dat bepaalt eigenlijk alles voor je, als artiest. Word je geboekt op festivals? Ben je nog populair? We kunnen het niet zomaar voor lief nemen. Gelukkig is Hungry Child, de eerste single, al best goed opgepakt. We krijgen veel reacties van jonge mensen, dat zien we ook terug op social media en Spotify.” Martin voegt toe: “Hungry Child is ook best een dansplaat. Een van de producers van dit album, Philippe Zdar, is fan van psychedelische dance-nummers en dat hoor je terug.” 

Het is de eerste keer dat Hot Chip met andere producers werkt dan alleen zijn eigen Joe Goddard. Naast Philippe Zdar (Phoenix, Cassius, red.), werd ook Rodaidh McDonald (The xx, David Byrne, red.) aan boord gehaald. Het opnameproces nam precies anderhalf jaar in beslag en vond niet alleen in de studio van Goddard in Londen plaats, maar ook een tijdje in Parijs. Doyle vertelt daarover: “Met Philippe Zdar reisden we tegen het einde van het opnameproces naar Parijs. We konden bij hem verblijven en werden iedere ochtend wakker in de buurt van Montmartre. Dat was een periode van wijn en gebakjes.” Clarke vertelt: “Niet in de ochtend hoor, wijn dronken we pas in de middag.” Doyle gaat verder: “Philippe maakte iedere avond whiskey sours voor ons. We hadden hele productieve dagen daar. We konden het zo goed met hem vinden, dat we hem gevraagd hebben het hele album te mixen. Ook al klinken we nog steeds als Hot Chip: A Bath Full Of Ecstasy heeft hierdoor wel een ander geluid gekregen.” 

*Deze week overleed Philippe Zdar na een val van een gebouw, de band deelde daarover het volgende bericht.

Vieze WC-hokjes
De planning van de band staat nu al tot en met volgend jaar vast. Nadat het album deze zomer verschijnt, gaan de mannen weer op tour en spelen ze een flink aantal grote festivals. In het najaar volgt nog een tour ter ere van het nieuwe album, waarbij ze ook weer terugkomen naar Amsterdam. Het is druk, geven ze toe, maar ze kijken er wel naar uit. “Festivals veranderen gelukkig tegenwoordig: ze worden beter georganiseerd”, zegt Clarke. “Voor bezoekers is het prettiger dan tien jaar geleden, zeker op het gebied van eten en voorzieningen.” Doyle: “En voor ons! Gelukkig zijn dingen als draagbare, vieze WC-hokjes ook verleden tijd op de meeste festivals-backstages. Alles wordt beter met de tijd.”

Later dit jaar speelt Hot Chip in Melkweg Amsterdam en wel op 2 december.


WEBSITE MELKWEG | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Aan een tafeltje in de zon, bij een hotel in Amsterdam, zit een blonde vrouw met een bril. Ze doet iets op haar telefoon met een bepaalde traagheid (of is het rust?) die je niet vaak ziet. Het is volgens mij geen onkunde: Kate Tempest heeft namelijk een uitstraling van integriteit en precisie. Dat merk ik pas echt wanneer we aan elkaar worden voorgesteld. Als ze vraagt hoe het met mij gaat, is het geen slap babbeltje. Haar interesse is oprecht en ontwapenend.

Ineens zit ik tegenover haar, aan dat tafeltje in de zon. Tegenover een gigant, verpakt in een klein lijf en blonde krullen, met blauwe ogen achter een bruin, hoornen brilmontuur. Precies een week voordat ik haar spreek, zie ik haar voor het eerst live, in Bitterzoet. Voorafgaand aan het optreden geeft Tempest aan dat de reeks intieme concerten die gepland staat een try-out is van haar nieuwe album The Book of Traps and Lessons. Ze zegt tijdens het concert dat ze liever in kleine settings speelt dan in een grote zaal. Dan kan ze ons zien en voelen, zegt ze. Achteraf blijkt dat het ook een beetje een test is geweest om de reactie van het publiek op haar nieuwe werk te kunnen zien.

Nieuw werk voor het eerst spelen
I’m still trying to work out how the fuck to play this album live”, zegt Tempest erover als we het optreden in Bitterzoet als eerste onderwerp aansnijden. Een headlineshow is anders, vindt ze. Mensen komen dan al om haar te zien. Maar er staat een aantal festivals op het programma, en dan is de situatie toch anders. “Het is een intens iets om te doen”, vervolgt ze. “Mijn vraag is of we de set moeten onderbreken met oude nummers of alleen maar nieuw werk moeten doen.” Het grote probleem volgens Tempest is dat mensen haar nieuwe album nog niet hebben gehoord. Bovendien is de vorm anders dan we van haar met Let Them Eat Chaos gewend zijn. Toen stond ze op het podium met haar band met drums, synthesizers en laptops die vaak een dansbare beat voortbrachten. Het nieuwe album is meer low-key en intiemer. “Ik probeer uit te zoeken hoe ik deze ontwikkelingen zodanig over kan brengen dat het publiek zich veilig voelt wanneer ze zulk nieuw en ander werk horen. Veel daarvan hangt af van mijzelf: je creëert die veilige omgeving met je uitstraling. Als ik daar sta alsof ik het allemaal niet weet, dan voelt het publiek dat en is de sfeer verpest. Maar dat is verder helemaal niet boeiend voor mensen.” Haar serieuze gezicht breekt uit in een grote grijns. Dan draait ze het gesprek om. Ze vraagt mij wat te doen, terwijl ze mij vriendelijk aankijkt.

Over haar uitstraling overbrengen gesproken: de integriteit waarmee Tempest haar woorden kiest en haar interesse in de mens stralen van haar af. Ze geeft mij het gevoel oprecht geïnteresseerd te zijn in mijn mening. Het duurt even voordat ik een antwoord kan formuleren. Er is een bepaalde balans ontstaan die zorgt voor een totaal andere sfeer dan ik gewend ben. Ineens hebben we een gesprek in plaats van een interview. Ze wacht geduldig terwijl ik mijn vragen stel of op zoek ben naar wat ik wil zeggen. Op geen enkel moment wekt ze de indruk zich te vervelen. Ze frummelt niet met het lepeltje bij haar theeglas of aan haar kleren. Ze wacht af en lijkt de vraag te herhalen in haar hoofd zodat ze een weloverwogen en bedachtzaam antwoord kan geven.

“Men heeft mij geadviseerd om mijzelf te adverteren”, gaat Tempest uiteindelijk verder. “Dat is natuurlijk in principe wat je doet op een festival. Maar zo ben ik niet! Dat is niet wat ik doe. Wat ik kan doen, is de integriteit eer aanhouden en blijven bij het creatieve proces waar ik nu in zit. The Book of Traps and Lessons is dat creatieve proces. En hopelijk voelen de mensen die blijven en de hele set uitzitten een ander soort beloning.” Ze staart even in de verte, knikt lichtjes en glimlacht wanneer ze me weer aankijkt. “Food for thought.” Ze biedt mij de helft van haar koekje aan.

Rick Rubin en Malibu
Uit haar vragen over hoe het album straks live wordt vertolkt, rijst natuurlijk de vraag: hoe komt het dat The Book Of Traps And Lessons zo anders is dan Let Them Eat Chaos? “So, what happened was”, begint Tempest, en ze leunt wat achterover alsof ze gaat zitten voor een goed verhaal. Ze begint weer te lachen. Het is opmerkelijk hoe vrolijk ze overkomt, gezien het feit dat haar teksten vaak zwaar zijn. “Vijf jaar geleden belde Rick Rubin me op, nadat hij mij op tv had gezien. Ik deed een korte extract van een theaterstuk, Brand New Ancients, waar ik mee bezig was in New York. En hij zei letterlijk: “Wij moeten samen een album maken”.” Toentertijd kon Tempest het maken van een album zich nog niet voorstellen. Ze was een dichter die toerde met een theaterstuk en had het simpelweg ook nog eens te druk. “Ik was op een missie. Er was geen ruimte voor een album, maar we hielden contact.” Dat was in 2015. Over een tijdspanne van bijna vier jaar lukt het Tempest en Dan Carey, haar schrijfpartner, toch om met Rubin te gaan zitten en te schrijven. “In zijn studio. In Malibu, of all places”, zegt ze, met een gezichtsuitdrukking alsof ze het nog steeds niet gelooft. “We zaten in Bob Dylan’s tourbus!”

Rubin wilde een album maken waarop Tempest niet rapt. Hij had haar alleen gezien als spoken word poet en was zo op het idee gekomen een album te maken waarop het gedicht het tempo dicteert en niet de muziek. Waar spoken word dus eigenlijk om draait. Rubin wist alleen niet dat Tempest ook rapper is. “Ik heb vijftien, twintig jaar getraind om het rappen te perfectioneren. En hij zei heel simpel: stop met rappen.” In eerste instantie leek dit onmogelijk. Hoe moest ze, na zoveel jaar, de beat negeren? Het werd nog moeilijker toen bleek dat Rubin eigenlijk niet kon uitleggen waar hij precies naar op zoek was. Hij kon alleen maar aangeven wanneer het niet goed was. Zodoende zijn er honderden demo’s gemaakt. Die heeft hij beluisterd, wat uiteindelijk tot Let Them Eat Chaos heeft geleid.

Geijkt op vergevingsgezindheid
In 2018 kwam dan toch eindelijk de doorbraak. Keep Moving Don’t Move is een van die nummers geweest. “Dat is het lange verhaal. Het andere verhaal is dat ik met Chaos in een donkere situatie zat. Met The Book of Traps and Lessons zit ik in een totaal andere sfeer. En dat hoor je terug: de toon van het album is veel lichter en meer geijkt op vergevingsgezindheid.” Het uiteindelijke album is in één take opgenomen. “Stond ik daar in die recording booth”, grapt Tempest, “Ik keek om mij heen en dacht: ‘Oké. Daar sta je dan. 45 minuten lang opnemen. Good luck!’” Het is Tempest gelukt om het album, ondanks de enorme invloed van Rubin, toch heel persoonlijk te houden. “Wanneer iemand oprecht luistert, en Rick kan op die manier luisteren, dan voel je je heel veilig. Dan is het veel makkelijker om persoonlijk en kwetsbaar te zijn en te blijven.” Ze imiteert met een intens gezicht hoe het eruitziet wanneer Rubin wel en niet geïnteresseerd is. “Rick wilde dat ik een verhaal vertelde, maar dan wel op een persoonlijke manier. Het gaat niet om mijn ervaring met het album, of zelfs om jouw ervaring. Het gaat om het geheel.” Dat hoor je terug in de tekst. Sommige nummers voelen zo persoonlijk, dat ze haast wel een persoonlijke insteek moeten hebben. Maar tegelijkertijd kan het iedereens verhaal zijn. “Met elk verhaal dat ik vertel, probeer ik iets te vertellen zonder dat ik het zeg. Op een gegeven moment vertelt het verhaal jou wat je moet vertellen.”

Maar wat gebeurt er wanneer de tekst niet meer de beat dient? Het ritmische valt weg, want het geluid valt voor een groot deel weg. En dan? “Je creëert dan een bepaalde ruimte die de tekst op emotioneel vlak kan opvullen”, mediteert Tempest. “Je dient de tekst veel meer en ineens heeft emotie zoveel ruimte… Die emotie hoef je niet te vertellen of in te kleuren. Dat vult zichzelf. Dat wordt een eigen beat: de beat van de tekst.”

Een gigantische workload en een drankprobleem
Tempest praat zoals je haar ziet: met rust en weloverwogen. Die rust is opmerkelijk, gezien haar vorige album, en zo toepasselijk bij haar nieuwe album. Gekte en eenzaamheid zijn dingen die Tempest intussen kent. Ze had naast een gigantische workload een drankprobleem. Ook heeft ze een ongezonde relatie achter de rug. Creativiteit hield haar op de been, maar ze heeft ook haar lessen moeten leren. Het hielp dat ze ‘de meest geweldige persoon ooit’ tegenkwam. De geleerde lessen en het tegenkomen van haar nieuwe liefde zijn, vertalen en maken samen The Book Of Traps And Lessons.

De komende tijd is er weinig rust voor Tempest en is ze de komende achttien maanden op tour: Amerika, Australië, Europa en misschien Azië. Ze hoopt op Zuid-Amerika. Deze zomer verschijnt haar derde theaterstuk op de planken in haar thuisland. Daarnaast is ze ook al begonnen met haar volgende album. “Ik begin graag met nieuw werk voordat het andere nieuwe werk uitkomt. Zo blijf ik bezig. En dan maakt het niet zoveel uit of een album het goed doet of niet: mijn energie zit al in het volgende project. Ik blijf creatief bezig en dat is belangrijk. Creativiteit is misschien wel het middel tegen alles. In ieder geval tegen gekte en eenzaamheid.”



Rhye
Dinsdag 18 juni

Trendy klinkende platen zijn meestal gedoemd om snel weer vergeten te worden in muziekland. Met Woman, het debuut van Rhye, is iets bijzonders aan de hand. Toen de plaat uitkwam in 2013, weerklonk het juiste geluid op het juiste moment. In zes jaar veranderde de muziekwereld radicaal, maar Woman klinkt nog steeds even actueel. Iets dat eveneens staat te gebeuren met zijn nieuwe werk Spirit waarmee hij naar Nederland komt.

Wil je naar de show van Rhye toe én Spirit op LP winnen?! Mail dan vóór 17 juni naar ricardo@thedailyindie.nl en vertel ons waarom je erbij wilt zijn.

Lang was er niets bekend over Rhye. De liedjes, de clips en zeker ook de androgyne stem van de zanger lieten veel te raden over. Toch is het mysterie rondom Rhye inmiddels grotendeels opgelost. “Het was nooit de intentie om Rhye als een mysterieuze act neer te zetten”, reflecteert de Canadese muzikant Mike Milosh nu. “Ik wilde dat mensen in de eerste plaats de muziek ontdekten, zonder vooroordelen. De muziek moest voor zichzelf spreken.” Milosh slaagde daarin. Hoewel het gonsde rondom de groep en er van alle kanten aan de band getrokken werd, bleef Milosh dicht bij zichzelf. Hij wachtte, repeteerde en liet zich niet meesleuren door de waan van de dag. 

Vitaal onderdeel
Ruim twee jaar na Woman maakte Rhye zijn Nederlandse podiumdebuut op Down The Rabbit Hole. Sindsdien heeft de band een flinke reputatie als liveact opgebouwd. Door uit de anonimiteit te stappen en live voor grote groepen mensen te spelen, veranderde Rhye. Milosh bestempelt optreden nu als een vitaal onderdeel van zijn creatieve proces. “Ons geluid is op een natuurlijke manier geëvolueerd. Dit komt vooral doordat we jaren opgetreden hebben over de hele wereld. We hebben bijvoorbeeld net shows in Hawaï en Japan gedaan. Ik houd van reizen en live spelen. We hebben er zin in om nu naar Europa te komen!”

En daar zitten een hoop liefhebbers van Rhye eveneens op te wachten. Het komt dan ook niet vaak voor dat een groep een geluid vindt dat zoveel betekenissen heeft voor verschillende mensen. “Ik denk dat dit komt doordat luisteraars zelf kunnen invullen hoe ze de muziek willen beleven. We maken erg intieme muziek. Hopelijk vertaalt dit zich in muziek die bezoekers verbindt omwille van de intimiteit.” Het is Rhye ten voeten uit. Een band die nooit te veel invult. De politiek-maatschappelijke vraag die we Milosh voorleggen wordt nonchalant terzijde geschoven. “We prefer to stick to the musical element, if that’s allright.” Het is een antwoord dat bij Rhye past.

Foto: Genevieve Medow Jenkins

Piano-rituelen
Een nadeel van de haast eindeloze wereldtournees, is dat ze tijdrovend zijn. Hectisch ook. Toen een uitgeputte Milosh thuis kwam na een van zijn vele tournees, stond er een verrassing op hem te wachten. “Een vriend van mijn vriendin gaf ons een baby grand piano te leen. De gezochte opslagplek werd bij ons in de woonkamer gevonden. Zelf had ik lange tijd geen piano, maar nu ging ik elke ochtend, voor het ontbijt, weer spelen. Het werd een ritueel, een geweldige manier om wakker te worden en aan de dag te beginnen.”

Acht van die meditatieve en ritualistische stukken werden gebundeld op Milosh derde – en meest kale – album: Spirit, verschenen in mei. “Deze plaat laat zien, net als alles wat ik maak, waar ik op dit moment sta. Met Rhye waren we een jaar lang op een intensieve tournee geweest na de release van ons album Blood. Door achter de piano te ontdekken welke mellow music ik in mij had, werd ik innerlijk kalm. Een fijne afwisseling na een hectisch jaar on the road. Door terug te gaan naar mijn dagelijks routine en zonder vooropgezet plan gewoon lol te maken in de studio kon ik mijn balans terugvinden.”

Geen mysterie meer
Milosh is nu weer klaar om te doen wat hij het liefste doet: spelen. Toch is Rhye op het podium verre van een soloproject. “Met de muzikanten die live betrokken zijn bij Rhye, neig ik steeds meer naar samenwerking. Op plaat begint ieder nummer persoonlijk en uniek, zoals de liedjes op Spirit ook klinken. Ze beginnen met piano en keyboard, maar evolueerden daarna in een bandgeluid.” Rhye is dus zijn band, maar Milosh gaat op in het sensuele geheel. Geen mysterie meer, maar nog steeds met het geluid van nu.

Rhye speelt dinsdag 18 juni in TivoliVredenburg met City Park als supportact.


WEBSITE TIVOLIVREDENBURG | FACEBOOK-EVENT | TICKETS


Metropolis Festival
Zondag 30 juni

Een ietwat grauwe dag in mei vormt het decor voor een interview met de mannen van Yīn Yīn. “We spelen vanavond op een exclusief event, de opening van een Hermès-winkel. Het is zo fancy, dat ik het zelf niet eens ken”, vertelt Yves Lennertz terwijl Kees Berkers even koffie bestelt. Ze hebben haast, dat weet ik, maar zelf zeggen ze er niets over.

De zomer van Yīn Yīn belooft een drukke te worden. Zo speelt de band onder meer op zondag 30 juni tijdens het gratis toegankelijke Metropolis Festival in Rotterdam!

Het steekt opeens overal de kop op, maar ook Yīn Yīn is zo’n band die exotische invloeden gebruikt in zijn muziek. Binnenkort moeten we een nieuwe categorie binnen het uiteenlopend spectrum maken om alle westerse bands die zulke inspiraties gebruiken te bundelen. Waar Altın Gün inspiratie haalt uit Turkse psych, maakt Yīn Yīn naar eigen zeggen Thaichedelische muziek. “We hadden een heel grote interesse voor muziek en de wereld. Twee jaar terug hebben we een demo opgenomen en dat Thaise is toen opeens blijven hangen. Wat we nu spelen is eigenlijk meer oriëntaals.”

De juiste mensen
Als we de tourdata van de band bekijken, dan worden het drukke tijden. Sinds Footprints en Eurosonic is Yīn Yīn in een soort stroomversnelling gekomen. “We vragen ons soms zelf af wat er gebeurd is, maar op Footprints in Utrecht waren denk ik wel echt de juiste mensen qua boekers en managers.” Die ‘juiste mensen’, dat is anno 2019 al helemaal een ontzettend belangrijke factor. “Er wordt een planning voor jou gemaakt en dan hoef je opeens niet meer na te denken over wat je de hele zomer gaat doen.”

“Het is een aangename drukte, zelfs als je op maandag op je werk staat en eigenlijk heel erg moe bent van het voorbije weekend”

Het rooskleurige beeld dat zich stilaan in mijn hoofd vormt, wordt al snel weer weggeveegd. “Het is allemaal niet zo romantisch en flattering als het klinkt. We moeten heel veel reizen, wachten, in de auto zitten, met spullen sjouwen en in hotels slapen. Anderzijds is dat natuurlijk echt super tof! De reactie van het publiek en het festival zelf, daar doe je het voor. Het wordt dan ook een drukke zomer voor ons, maar elke week voelt het alsof het de week daarop pas echt gaat beginnen. We werken natuurlijk nog door de week en dan lijkt het altijd heftiger dan het is, want het is vooral ontzettend leuk. Het is een aangename drukte, zelfs als je op maandag op je werk staat en eigenlijk heel erg moe bent van het voorbije weekend.”

De zomer van Yīn Yīn, die valt dus makkelijk samen te vatten: druk, druk, druk! “Vakantie zit er niet echt in, maar rondtouren en spelen lijken een beetje onze nieuwe vakanties. Als we echt weg willen, dan moet het maar in de winter, naar de zon. Ik denk dat ik naar Thailand ga.”

Iets nieuws doen
Het is bijna onvermijdelijk om niet even door te gaan op dat verre oosten. “Het is niet echt dé ambitie om daar te spelen, maar meer om die sfeer naar hier te halen en onze platencollectie te vertalen naar een live-set. We hebben er niet zo veel over nagedacht, maar die klanken en toonladders waren voor ons gewoon erg interessant. En de ritmes natuurlijk, al bevinden we ons ritmisch gezien ook in de afrobeat en gewone disco. De ambitie was ook meer om iets te doen wat we zelf nog niet gedaan hadden dan echt iets heel nieuws te creëren. Er is een bizarre mix vanuit ons twee ontstaan die niet meer per se Thais is. We noemen het nog steeds wel graag Thaichedelisch, want mensen houden nu eenmaal van labeltjes en dan is dit wel eentje dat een hoop verklaart.”

“Er zijn ook mensen die zeggen dat het niet oké is om zulke elementen in je muziek te gebruiken, maar je kunt het ook anders zien”

We hebben het de laatste tijd al vaker gehad over exotische invloeden in westerse muziek en ook Yīn Yīn ontsnapte niet aan de vraag waarom het genre precies nu lijkt door te breken. “Het is de juiste tijd ervoor. We speelden onlangs nog met Dur-Dur Band uit Somalië. Die band heeft een paar jaar terug zijn album – dat al dertig jaar (!) oud is – opnieuw uitgebracht, maar dan nu op plaat. Paradiso Noord was bijna uitverkocht, terwijl het voor de band echt de derde show in Europa geweest moet zijn.”

“Dat toont gewoon aan dat de interesse er is voor vreemde dingen en ik vind het ontzettend tof dat mensen hier geïnspireerd door raken. Er zijn ook mensen die zeggen dat het niet oké is om zulke elementen in je muziek te gebruiken, maar je kunt het ook anders zien. Het gooit de grenzen open en helpt mensen om meer open-minded te worden. Afrika is geen land, maar een continent. Er gebeurt daar zo veel en in Azië is dat ook zo. Voor westerse mensen klinkt onze muziek Aziatisch, maar als je je daar even in verdiept, is Aziatisch zoveel dat het niet als een ding te typeren is.”

Yin & yang
Aziatisch is ook de naam van de band, die verwijst naar het evenwicht in yin & yang. “Yin staat voor de donkere, vrouwelijke kant. We hebben wel een aantal nummers die wat donkerder zijn en live zijn we best intensief, zoals vrouwen.” Er wordt gelachen, maar je moet het ook niet altijd even serieus nemen. “In de band is er, ondanks de naam, wel evenwicht. We moesten de support voor een band verzorgen en toen hebben we er een toetsenist en bassist bij gehaald. Inmiddels hebben we zoveel shows samen gespeeld, dat ze echt onmisbaar geworden zijn. Net als onze percussionist Gino. De balans zit echt goed, iedereen is enthousiast en gemotiveerd.”

Die motivatie is ook nodig om de komende maanden zonder kleerscheuren door te komen. “We kijken natuurlijk erg uit naar Lowlands, dat is een belangrijke en daar zijn we zelf ook nog nooit geweest. Er staan heel wat festivals op de agenda waar we wel van gehoord hebben, maar waar we nooit als bezoeker waren. En sommige dingen, die mogen we ook nog niet zeggen. Iets met een Frans en een Engels woord. Wij zijn ook nog niet echt de festivalgangers in dit genre, maar onze toetsenist vindt alles te gek, want we spelen op bijna al zijn favoriete festivals.”

Op dat moment bekijken we even het Spotify-account van de band. Er is nog niet echt veel te beluisteren. Komt er wat aan? “We zijn bezig met een album.” Het wordt even stil en op bedachtzame toon gaat het gesprek verder. “We kunnen nog niet veel zeggen, want het album is nog niet klaar, maar het komt dit jaar. Samengevat is het een album met liedjes op die in de lijn liggen van wat al uit is. We hebben het zelf opgenomen bij Gino en gemixt. In juni komt er wel een nieuwe single uit op 7-inch-vinyl.”

Ambities
We gaan even in op de ambities van de band. “De ambitie om buiten Nederland te treden is er zeker. Ik denk dat er in Europa wel een markt is en als we volgend jaar een keer een tourtje in Azië kunnen doen, zou dat echt te gek zijn. Ik vraag mij wel af hoe het is om daar te touren, ik ken wel iemand die daar met een heel ander soort muziek heen gegaan is. Die heeft toen in een week vijf keer in Tokyo gespeeld, maar dat kan gewoon omdat het zo groot is.”

Het klinkt wel spannend, met oosters-geïnspireerde muziek echt naar die plekken trekken. “Ik denk niet dat we iets moeten bewijzen, want we hebben nooit gezegd dat we traditionele Thaise muziek maken. We gebruiken oosterse invloeden en ook wij hebben echt geen idee hoe mensen in Japan daar dan op zouden reageren, want die vinden de westerse sound vaak interessant. Er zijn altijd en overal wel mensen die dit soort muziek tof vinden, maar we moeten ons eerst hier een beetje bewijzen. We zijn nu op ontzettend wat plekken geboekt, maar die verwachtingen moeten nog wel waargemaakt worden.”


WEBSITE METROPOLIS | FACEBOOK-EVENT | METROPOLIS IS GRATIS TOEGANKELIJK