Klimaatverandering is onmiskenbaar een van de belangrijkste politieke thema’s van deze tijd. Op het donkere, sprookjesachtige Immanent Fire zingt Emily Jane White je als een sirene toe, met dit hedendaagse thema als rode draad. Ontsprongen uit zorgen over een allesverzengende vuurzee – waar ze als Californiër getuige van was – en vanuit een enorme liefde voor de planeet en de natuur. Bezorgd, maar tegelijkertijd ook hoopvol. Met een duidelijke boodschap over een verandering die nodig is.

Ze heeft inmiddels al optredens in Helmond en Heerlen achter de rug en aan de vooravond van haar Nederlandse tour spreekt The Daily Indie met de Amerikaanse, die zich met deze apocalyptische plaat opwerpt als een hoedster over de aarde, waarop door ons als mensheid roofbouw wordt gepleegd. En waar wij, zo stelt White, doordat we ons compleet verliezen in moderne technologie, amper nog langdurig aandacht voor hebben.

Het thema waar je plaat om draait is met stip een van de belangrijkste onderwerpen van nu. Hoe ontstond het idee om daar een album over te maken?
“Mijn inspiratie voor deze plaat kwam doordat ik luisterde naar nieuws over klimaatverandering en doordat ik de directe effecten merkte als inwoner van Californië. De afgelopen drie jaren waren er zoveel natuurbranden. Ik liep nooit direct gevaar en ik ervoer ook niet de ergste effecten van de branden. Wel moest iedereen in de Bay Area serieuze maatregelen nemen tegen de luchtvervuiling en luchtkwaliteit van het vuur, viel de stroom uit, enzovoort. We moesten allemaal maskers dragen en op enig moment had Oakland twee dagen lang de slechtste luchtkwaliteit in de hele wereld. Veel vrienden in de provincies Sonoma, Napa en Mendocino moesten hun huizen uit door het vuur.”

Protest is terug: mensen gaan de straat op om zichzelf te laten horen, zeker ook over klimaatverandering. Jongelingen als Greta Thunberg nemen het op tegen politici als Donald Trump. Heb je het gevoel dat dit ook weer een stroming losmaakt in de muziek?
“Eén ding waar Greta Thunberg het over heeft, is haar persoonlijke, emotionele en psychologische reactie op klimaatverandering en de manier waarop dit een zware impact had op haar leven als een acht jaar oud kind. Dat leidde tot haar activisme. Mijn doel met deze plaat is om het over mijn eigen emotionele reactie te hebben, over mijn gevoel als reactie op de klimaatcrisis en de achteruitgang van onze natuurlijke wereld.”

“We zitten midden in een crisis die extreem negatieve gevolgen heeft. Er is een complete technologische cultuur die tot effect heeft dat mensen afgeleid zijn van zichzelf en hun dagelijkse omgeving. Apps en sociale media hebben als doel een dopamine-reactie los te maken in het brein. Dat schept een verslaving en een cultuur van een korte aandachtsspanne. Mensen kunnen steeds moeilijker om te focussen op één onderwerp. In plaats daarvan zijn ze gebroken, verdeeld over veel verschillende plekken tegelijk door een enorm hoog gebruik van technologie. Dat zag ik omdat ik dit het afgelopen decennium zelf ervaren heb.”

Had je iets van de protestmuziek – zoals die in de jaren zestig en zeventig – in gedachten toen je de plaat schreef?
“Ik heb veel respect voor de protestliederen uit die decennia. Mijn doel is nooit om letterlijke of directe protestnummers te schrijven. In plaats daarvan wil ik een genuanceerde emotionele reactie geven. Ik combineer de teksten met melodieën die een sterk gevoel kunnen overbrengen. Omdat deze plaat raakt aan een van de meest kritieke politieke thema’s van onze tijd en er nu zoiets bestaat als ‘klimaatverdriet’. Het is een erkenning van de emotionele tol die klimaatverandering eist. Ik, en met mij velen, ervaren dit.”

“De natuur is erg belangrijk voor mij. Ik bracht mijn jeugd door op het platteland, dicht bij de oceaan en het bos en rond veel dieren. Die elementen zijn net zo’n deel van mij als ik deel van hen ben. Toch heb ik helemaal niet het gevoel dat dat het dominante perspectief is. In plaats daarvan wordt de natuur gezien als iets waar we iets aan kunnen onttrekken en kunnen gebruiken om winst te maken. Ondanks alle nadelige gevolgen. Ongereguleerd kapitalisme heeft tot doel de natuur te exploiteren en leidt daarmee tot een intrinsiek en perspectief leven. Moderne samenlevingen slagen erin om een cultuur te bevorderen waarin je afgeleid wordt van de feiten en ze zelfs ontkend worden.”

In Washed Away zing je: ‘It seems no one has their own eyes, and we all speak from the cage‘, nadat je het nummer gestart bent met hoe het industriële leven onze zielen heeft overgenomen. Wat is jouw gevoel over grote bedrijven en de manier waarop ze onze menselijke behoeften proberen te manipuleren?
“Ik denk dat ongereguleerd kapitalisme en de macht van bedrijven deze planeet te gronde richt. Zo simpel en helder is dat.”

Hoe zie je jouw rol in die verandering als muzikant en hoe pas je dat toe in je dagelijkse leven?
“Als muzikant zie ik het als mijn taak om te spreken over onderwerpen die genegeerd worden, in de doofpot gestopt worden of niet gezien worden. Oplossingen voor de klimaatcrisis worden genegeerd en het effect op de natuur is enorm. Hele ecosystemen gaan kapot, dier- en plantensoorten sterven uit en arme gemeenschappen worden disproportioneel hard geraakt. Mijn belangrijkste taak is om wijzer te worden over alle aspecten van deze crisis. Ik probeer mijn CO2-voetafdruk te verkleinen, effectief te recyclen en alleen organisch voedsel te eten.”

“Maar het is zó moeilijk om in deze wereld op een groene manier te leven, tenzij je extreme actie wilt ondernemen. Ik zou dat graag doen, maar dat vraagt een drastische verandering van levensstijl. Niet alleen voor mij, maar voor iedereen. Ik stem alleen nog maar voor progressieve kandidaten zoals Bernie Sanders, mensen die de Green New Deal steunen en concrete voorstellen hebben over hoe we klimaatverandering aan kunnen pakken. We moeten de oliemaatschappijen, chemische industrie, commerciële landbouw en heel veel andere vervuilende industrieën aanpakken. We kunnen een hoop doen op ons eigen niveau, maar de échte verandering moet op het hoogste niveau plaatsvinden.”

Het landschap op Immanent Fire is tamelijk somber en donker. Ondanks de zware onderwerpen en de confrontaties tussen het donker en het licht klinkt er nog steeds hoop in je stem in de nummers. Hoe kijk je naar de toekomst?
“Bedankt voor de erkenning, mijn muziek draait altijd om hoop. Er liggen veel voorstellen op tafel om klimaatverandering te stoppen, het te vertragen en een betere wereld te creëren voor al het leven op de planeet. Ik denk dat het belangrijk is dat mensen hun eigen persoonlijke en emotionele reactie op klimaatverandering erkennen om concreet en actief iets te veranderen.”

Emily Jane White is deze maand nog te zien in een aantal Nederlandse podia:
13 december: Luxor Live, Arnhem
14 december: TivoliVredenburg, Utrecht
15 december: Patronaat, Haarlem
16 december: Vera, Groningen


Op 13 december zal Impala Ray met zijn band het leven komen vieren in Amsterdam. De Duitse muzikant komt vrijdag in Q-Factory onder meer het frisse werk van zijn nieuwe album Jangwar Summers laten horen. Wij stellen deze indiefolker in een interview verder aan je voor.

Jangwar Summers is zijn derde album sinds 2014, het jaar waarop Ray zijn kantoorbaan op besloot te zeggen en vol voor de muziek ging. Hij speelt in parken als het droog was, in wasserettes als het regent en trekt vervolgens door heel Europa met zijn muziek. Ook gaat hij naar Kenia en Marokko om inspiratie op te doen voor zijn met vrijheid doorspekte muziek. Wij wilden weleens wat meer weten over deze vrij vogel en besloten contact te leggen met onze ooster-buurman.

Hi Ray, leuk dat we elkaar spreken! Voor de mensen die je nog niet zo goed kennen: kun je ons wat meer vertellen over hoe je Impala Ray bent gestart en hoe het gegroeid is?
“Hallo, ik ben dus Ray! Het begon in 2014 in München, kort nadat ik had besloten dat het kantoorleven niets voor mij is. Ik maakte een nieuwe start door met Impala Ray te beginnen. De impala is gebaseerd op de Afrikaanse antilope, uit de tijd toen ik in Afrika leefde. Samen met mijn band speelden we in parken en als het slecht weer was doken we allerlei wasserettes in.”

“De naam Impala Ray staat bovendien voor gekke muzikanten die door de hele stad spelen op elke mogelijke locatie. Toen het groter werd, begonnen we op echte podia te spelen in München en later in andere steden. Op dit moment toeren we door Duitsland, Nederland, Zwitserland en Oostenrijk.”

Om even een beeld te krijgen: kun je ons de omgeving beschrijven waar je nu bent?
“Ik kom net terug van de Philharmonic in München, waar ik met mijn dochter naar het Pilsen Philharmonic Orchestra ben geweest voor een uitvoering van de De Kleine Zeemeermin-soundtrack. Ik vind het de mooiste soundtrack die ik ken, dus ik ben nog steeds erg ontroerd. Ik heb de prachtige melodieën in mijn hoofd, ik proef de zoute lucht van de zee en ik wou dat ik aan oceaan zat om de golven te zien breken.”

Je stopte met je kantoorbaan om deze band te starten: nogal een flinke stap. Hoe ging dat?
“In Duitsland zijn de meeste mensen op zoek naar een vorm van zekerheid. Ze hebben een negen-tof-vijf-baan, ze hebben meer dan vijf verzekeringen en de meesten gaan elk jaar naar hetzelfde land toe als ze met vakantie gaan. Dat is prima als je dat gelukkig maakt, maar voor mij werkte het gewoon niet. Dus voor mij was het geen grote beslissing, want om echt gelukkig te worden, moet ik simpelweg doen waar ik gelukkig van word en dat is: liedjes schrijven en spelen. Met het geld dat ik na acht jaar met allerlei baantjes had verdiend, betaalde ik mijn huur en eten, om zo te kunnen doen waar ik het meest van houd. Een jaar later verdiende ik mijn eerste geld met muziek. Ik zou zeggen: geef om het nu en niet om de toekomst of het verleden. Wees niet bang om iets te doen, want angst leidt alleen maar tot slechte beslissingen.”

Wat betekent deze band voor jou en wat kun je er allemaal in kwijt?
“Mijn band en ik gaan al wat jaren samen op tour, meestal in een kleine bus en we spelen op allerlei podia. Het is een soort tweede familie voor mij. In deze band speel ik al sinds het begin met mijn goede vrienden Nicola, Dominik en Carmen. Ik ken ze allemaal al super lang en met ieder heb ik een persoonlijk verhaal. Met Nicola bijvoorbeeld: ik wilde altijd al eens spelen met een grote, dikke tuba-speler. Tot er ineens een klein meisje voor mij stond en mijn liedjes met zoveel gevoel en passie speelde. Ik dacht: zij voelt mijn nummers, ongelooflijk! Dus ik liet dat idee van die vette tuba-speler maar vallen.”

Je reist een hoop: hoe inspireert dat je?
“Ik zou een bijzonder arm persoon zijn als ik niet zou reizen. Door elke reis leer ik meer over mezelf en mijn omgeving. Iedere trip laat mij zien hoe mooi de wereld is en hoeveel dingen je kunt leren van andere culturen. Na mijn schoolperiode heb ik een zomer in Kenia geleefd, ik zwierf urenlang door Nairobi, leerde Swahili en raakte verliefd op het continent. Tijdens mijn ritjes in de geweldig kleurrijke Matatus raakte ik bekend met de vibe van Afrika en de levensstijl. Al deze zomerverhalen leidde uiteindelijk tot het album Jangwar Summers.”

Hoe was je eerste reis naar Nederland?
“Oh, het was geweldig! We waren ontzettend enthousiast om op die festivals te spelen, het was voor de hele band de eerste keer dat we in Nederland waren. Aan de ene kant zijn jullie ontzettend direct in wat jullie zeggen en doen en aan de andere kant is alles heel cool, ontspannen en doen alles met een glimlach. Ik kan een hoop leren van jullie vibe.”

Wat zijn je plannen met deze band?
“Gedurende dit jaar heb ik vooral in de studio gezeten om het laatste album te schrijven en op te nemen. Ik heb er zo hard aan gewerkt. nu is het moment eindelijk aangebroken om met zoveel mogelijk mensen mijn nieuwe nummers te delen.”

Over het nieuwe album: wat had je in gedachten met deze plaat?
“De eerdere twee albums laten mijn muzikale roots zien, het was een ontwikkeling. Voordat ik begon aan Jangwar Summers, had ik eindelijk het juiste gevoel te pakken. Met deze liedjes wilde ik over die zomer in Nairobi vertellen en de zomers in Europa. Ik was klaar om mijn muziekstijl verder te ontwikkelen en ik wilde al die ervaringen omzetten in muziek.”

Waar ben je het meest blij mee?
“Als ik nu naar die nummers luister, denk ik vooral aan lange productietijd en hoe die het waard was. Dat ik de tijd heb genomen. Ik heb een jaar lang alles zelf geproduceerd en ik was continu op zoek naar melodieën en instrumenten die deze speciale vibe in muziek om konden zetten. Zo vond ik bijvoorbeeld een houten xylofoon die ik door een fuzzpedaal heen heb gelust. Voor mij is dat het perfecte Afrikaanse geluid, gecombineerd met Europese elektronica. Na een jaar van pre-producties begon ik aan nummers te werken met een Duitse producer.”

Jouw muziek klinkt als een soort ‘vrijheid in klanken’: hoe heb je dat gevoel weten te grijpen?
“Vrijheid is iets waar denk ik iedereen naar op zoek is. Zonder vrijheid word je nooit gelukkig in het leven. Tijdens de jaren dat ik een kantoorbaan had, hunkerde ik naar meer vrijheid. Oké, ik had wel geld, maar ik had geen tijd om te doen wat ik het liefst wilde doen. Als ik nu niet kan reizen, dan pak ik mijn gitaar erbij om liedjes te schrijven over vlucht en over mijn laatste avonturen in het buitenland. Het is mijn manier om te vluchten.”

We duiken bijna een nieuw decennium in: wat zijn jouw dromen en ambities voor 2020?
“Ik kijk er erg naar uit om het nieuwe album door heel Europa te spelen, landen te bezoeken waar ik nog niet geweest ben en weer eens over de oceaan over uit te kijken. ‘I would like to ‘Splash in the sea, count the stars and find true love.’ Dat wens ik ook iedereen toe die naar mijn liedjes luistert.”


WEBSITE Q-FACTORY | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Monomyth is een reisbureau, een voertuig en een bestemming in één.’ Dat vinden wij toch wel de mooiste omschrijving van deze Haagse band. Het pionierende vijftal maakt muziek voor de geest, het lichaam en de ziel. Met het nieuwe album Orbis Quadrantis rondt de band op zondag 15 december zijn jaar af in Paard.

De band die in 2013 debuteerde met zijn zelfgetitelde album, bracht later Further (2014) en Exo (2016) uit en gaat met het nieuwe werk Orbis Quadrantis een iets progressievere kant op. De release-tour van de band is in volle gang en onder meer EKKO, Burgerweeshuis, Vera, Merleyn, Melkweg, ’t Beest en Desertfest deed de band dit najaar al aan. Nu we halverwege december toch in de terugblik-stemmingen zijn, bellen we met Monomyth-drummer Sander Evers om te praten over 2019, het nieuwe album en over de toekomstplannen van de band.

Wat voor jaar was het voor jullie?
Evers: “Nou, een jaar was het niet echt. Of juist wel, net hoe je het bekijkt. Ons nieuwe album zou in eerste instantie namelijk in februari verschijnen, tot we te horen kregen dat Peter (toetsenist/gitarist, red.) onder het mes moest en dat kon niet wachten. Toen hebben we alles direct doorgeschoven naar het einde van het jaar, waardoor we best een tijdje uit de roulatie hebben gelegen. Het is uiteindelijk allemaal goed gekomen en de band is terug: daar zijn we echt ontzettend blij mee.”

Monomyth is alweer sinds 2011 bezig: waar staan jullie nu voor je gevoel en hoe zijn jullie als band gegroeid?
“Het uitgangspunt is voor ons nog vrijwel hetzelfde, de muziek moet altijd openstaan om alle kanten mee uit te kunnen. Voor mij persoonlijk ben ik bijvoorbeeld veel meer bezig met stijlelementen, dan dat ik een een potje aan het drummen ben. Ik vind het interessant om een ritme de ruimte te geven en die tot een volle groove te laten komen. Als je dat combineert met stoner, Pink Floyd-pscyhedelica, zwaardere gitaren, zweverige geluiden, mooie klanken, langgerekte nummers en open structuren, dan kan er van alles gebeuren. Zo ontstond er in het begin een curieuze mix die beukt, rockt, zweeft en dansbaar is. Welke elementen we gebruiken, de balans en de sfeer verschilt sterk per album, je kunt er alle kanten mee uit. Wij vinden het ook niet zo interessant om elke keer dezelfde plaat te maken.”

Het nieuwe album heeft met name een andere sfeer en een heel ander geluid. Wat is er voor jouw gevoel anders aan het nieuwe werk?
“We maken veel uitgesponnen nummers die sterk gefocust zijn op bas en drums. Nu vroegen we ons af: hoe kunnen we dat aan de bovenkant, aan de melodische kant, eens anders aanpakken? We zijn op zoek gegaan naar nieuwe melodie-structuren, partijen die in je hoofd blijven hangen. Naar mijn idee is dat het grootste verschil met het nieuwe album ten opzichte van de vorige.”

Jullie zijn nooit echt vast te pinnen op een bepaald geluid of een bepaalde aanpak. Dat is een goed teken voor een band en kunstenaars in het algemeen, maar het is niet altijd makkelijk. Hoe blijven jullie jezelf telkens opnieuw uitdagen?
“Tja, ik vind het leuk om nieuwe invloeden toe te laten. Soms gebeurt dat met meer en soms met minder succes, maar uiteindelijk ontwikkel je daardoor als muzikant. De reis die je als muzikant maakt, die stopt nooit en dat is wat je bij Monomyth denk ik wel terug kunt horen.”

Merk je ook een verschil in het publiek als je een nieuwe stap zet. Komen er bijvoorbeeld andere mensen op de shows af bij dit album?
“Ja, in bepaalde zalen komt er zeker wel een ander publiek op af dan voorheen. Er is nog steeds een flink deel dat al jaren naar onze shows komt, maar ik zie aan de ene kant vaker jongere mensen en aan de andere kant oudere mensen. Dat ze naar je toekomen en zeggen: “Ik heb Pink Floyd en Jimi Hendrix nog live gezien”, echt die leeftijd (lacht). Bij deze plaat zitten er wat meer progrock-elementen in de plaat, misschien dat het daar iets mee te maken heeft.”

Jullie nieuwe album draait rondom een uitgewerkt concept met de zee als thema. Niet alleen hebben de nummers dat gevoel en zijn ze vernoemd naar de vier windstreken in het Latijn, maar er is ook een interactieve website gemaakt en een geïllustreerde zeekaart bij het vinyl gedrukt. Hoe kwam dat zo tot stand?
“Ja, daar zijn we wel even mee bezig geweest. Bij de eerste platen hadden we meer de ruimte, ruimtevaart en sterrenstelsels als thema. Nu kwam Selwyn (basgitarist, red.) met het idee om iets met legendes te doen. Je hebt de Griekse mythologieën, de Noorse. Na daar wat over gelezen te hebben, kwamen we uit bij een aantal zeelegendes en bij het boek Spieghel der Zeevaerdt van cartograaf Lucas Janszoon Waghenaer. In diezelfde periode ontving ik een nieuwsbrief van een vriend van mij, hij was de veejay van mijn oude band 35007 en runt een label. Daarin kwam ik een afbeelding tegen die daar veel van weg had, alleen was deze met pentekeningen gemaakt. Ik besloot een berichtje te sturen om te vragen wie dat heeft gemaakt en dat bleek de kunstenaar Erik Vermeulen te zijn. Toen is het balletje gaan rollen.”

Een belangrijk element tijdens het maken van het nieuwe album, was ook de komst van gitarist Boudewijn Bonenbakker, eveneens een ervaren muzikant, die eerder naam maakte met Gorefest en Gingerpig. Hoe is zijn invloed te merken op Orbis Quadrantis?
“We zijn echt ontzettend blij met zijn komst. Toen we hem belden om te vragen of hij bij ons wilde komen spelen, zei hij meteen ‘ja’. Die beslissing hoor je zeker terug, want ik denk dat hij technisch en theoretisch gezien het meest onderlegd is binnen deze band. Waar dat in praktijk op neerkomt: soms mis je net een puzzelstukje binnen een nummer en wat je ook doet, je vindt hem niet. Nou, Boudewijn is dus precies degene die altijd dat laatste puzzelstukje in zijn achterzak heeft zitten. Tonaal en melodieus maakt hij alles af. Hij maakt alles rond. Deze plaat zien we dus ook als een overgangsplaat. Met ons ene been staan we nog in het ‘oude Monomyth’ en met het andere staan we in versie 1.2, maar we willen naar versie 2.0.”

Heb je daar al een gevoel bij?
“Er leven allerlei ideeën merk ik, maar we zijn er nog niet actief mee bezig. Het leuke is dat het eigenlijk alle kanten uit kan gaan, volgend jaar gaan we daarmee aan de slag.”

Ik kan mij voorstellen dat dat het leuke aan het spelen in Monomyth is: het kan echt alle kanten uit en toch passen bij waar de band voor staat.
“Absoluut! Het lijkt mij bijvoorbeeld wel tof om nog eens een ambient-plaat te maken en dat zou volgens mij prima passen. Maar we hebben ook weleens een soundtrack gemaakt voor een stomme film in EYE en dat was ook ontzettend tof om te doen. Wij staan overal voor open en we proberen zoveel mogelijk dingen uit. Anders kom je ook nooit tot iets nieuws.”

Op vrijdag 13 december speelt de band nog in de Tilburgse Hall of Fame en 15 december een thuisshow in Den Haag.


WEBSITE PAARD | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Buiten heerst het vochtige en tochtige novemberweer. Dat zorgt voor wasem op de ramen van het knusse koffiebarretje waar we kamermuzikant Marielle Woltring – zij is LAVALU – in thuisstad Arnhem spreken. Het ontneemt de blik op de drukke Eusebiusbuitensingel en de toegangsstraat naar haar wijk, het Spijkerkwartier, en accentueert vooral nog maar eens de intieme sfeer. Woltring spreekt open, veel en snel over haar nieuwe album Midair. Want er valt eenvoudigweg een hoop over te vertellen.

Tekst & foto’s Niels Steeghs

Het is deel twee van een trilogie waarmee voor haar eindelijk alle Tetrisblokjes precies op de juiste plek belanden. Midair is een ode aan het leven, aan het heft in eigen hand nemen, aan de liefde. En bovenal aan zelfliefde. Zijn wie je zijn wilt. Natuurlijk, de periode rond de release is hectisch. Woltring houdt het voor zichzelf behapbaar door ‘niet maar alles te doen’. De interne bullshitmeter helpt om te kiezen wat er echt toe doet. Geen makkelijke weg, alleen het pad dat goed voelt. Woltring: “De interviews die ik heb gehad zijn over het algemeen diepgaand. De bullshitmeter had ik al, maar die is nog sterker geworden sinds ik een kind heb. En die wordt nog steeds sterker. Naarmate ik ouder word heb ik minder tijd en energie over voor allerlei beslommeringen. Ik heb er geen zin meer in. Liever ga ik terug naar de basis, naar de nitty gritty van wat ik zelf echt belangrijk vind.”

Lachend zegt ze: “Ik heb het gevoel dat ik pas drie keer heb ademgehaald sinds eind augustus. Het is een soort Transsiberië Express. Eind december is de tour klaar en rol ik uit de trein. Maar ik vind het te gek. Het is fijn dat de muziek waar ik zelf nachtenlang, jarenlang aan gewerkt heb, nu aandacht krijgt. Dat is iets om dankbaar voor te zijn. Het is ook vaak zat geweest dat ik even hard had gewerkt aan een plaat, maar dat zo (terwijl ze dat zegt maakt ze het geluid van een vallend object een diepe put, red.) in de leegte valt. Je hoort alleen de echo. Vreselijk. In de loop der jaren ben ik wijzer geworden, heb ik geleerd hoe je een bedje creëert voor een album.”

“Mijn moeder zei al toen ik liet weten dat ik een hang had om het creatieve vak in te gaan: ‘Ik vind het goed, maar één ding: word zakelijk net zo sterk als creatief!’ Ook al toen ik vijftien was. Mijn moeder komt helemaal niet uit een kunstenaarsfamilie, maar ze had het wel door. Ze hield heel erg van de kunsten. Ze zag ook: de enige mensen die het in de kunsten redden, zijn de mensen die zakelijk slim zijn. Zij zelf was ook ondernemer, ze had een massagepraktijk, terwijl ze eerst verpleegster was. Voor mij was ze een voorbeeld. Ze ging volledig voor wat ze belangrijk vond. En is daar succesvol in geworden. Ook hoe zij reclame maakte. Mensen zeiden altijd: je moet in de Gouden Gids staan. Maar ze zei: daar komen hele verkeerde mensen op af. Ze wilde goed werk leveren. En mond-tot-mondreclame is de beste. En de praktijk liep. Zo zeg ik het ook vaak aan het einde van mijn shows: als jij het vet vindt, het je raakt, vertel het door! Liever dat dan dat ik heel veel geld ga uitgeven om in dat of dat blad reclame te maken.“

Gelijkgestemden
Want dat is het precies. Lavalu bouwt aan een gemeenschap van gelijkgestemden. Gestaag, ziel voor ziel. Ze gaat voor de diepgang, voor het raken en voor het verbinden. “Wat ik aanraak met mijn muziek, dat gaat over een soort trilling. Over echt de diepte in durven gaan. Ik merk dat de mensen die op de shows afkomen ook klaar zijn met de onzin en op zoek zijn naar wat ze zelf willen. Wat wil ik? Los van wat de wereld tegen mij zegt. Ook bij de merchtafel daarna, mensen komen terug op wat ik tijdens de show vertel en vertellen over hun eigen uitdagingen, hoe ze gevochten hebben om te zijn wie ze willen zijn, de muren die je tegenkomt. En dat je het toch doet. Iedere keer proberen en dan maar op je bek gaan, dat is volgens mij het leven aangaan. Op moment dat mensen resoneren met wat ik zeg, dan zijn we samen op een zoektocht naar dat wat echt is. De details doen er niet toe, de beweging wel. Ik vind het gaaf om daar op door te bouwen.”

“Vorig jaar had ik één concert waar een goede vriendin van mij bij was. Toen zongen we op het laatst met zijn allen een bepaald nummer over zelfliefde en acceptatie. Het hele publiek zong mee. En zij zei: ‘Dit is het dichtste bij een kerkdienst wat ik in jaren heb meegemaakt en ik vond het te gek!’ Hoe tof zou het zijn als mijn concerten kerkdiensten zonder religie kunnen zijn? Want dan trilt het door in een hele diepe laag. Juist in deze wereld waar de waan van de dag en de angst die ons door media wordt aangepraat regeren. Er móet liefde tegenover staan. En hoe klein die gemeenschap ook is, het maakt niet uit. Dan is er iets verschoven, iets bewogen. Ik ga niet staken in Den Haag, dit is wat ik doe. Ik probeer in mijn concerten zo eerlijk mogelijk te zijn, daar liefde te brengen. En ik hoop dat dat zich verder verspreidt.”

Stille revolutie
In haar bio beschrijft ze hoe ze gebombardeerd werd tot lid van de stille revolutie. En ja, dat slaat ook op het voorgaande, geeft Woltring aan. “Dat waren niet mijn woorden, maar die van een ontzettend goede pianobouwer, de oorspronkelijk uit Letland afkomstige David Klavins. Hij bouwde bijvoorbeeld een enorme, vierenhalve meter hoge piano: de M450. Daar moet je in klimmen met een trap. Die kwam tot stand met hulp van Nils Frahm. Hij zorgde voor de financiering en heeft de piano nu in zijn studio in Berlijn staan. Klavins is een visionair. Ik gaf als eerste artiest in zijn werkplaats in Hongarije een concert op zijn nieuwste Concert Grand model. Hij zei: ‘You are one of us, you are part of the silent revolution.’ Ik snapte het wel. Hij zegt: ‘Ze zien ons niet komen.’ De angst en polarisatie regeren, daardoor hebben we al die vreselijke leiders op dit moment. Omdat we angst laten winnen. De beweging van liefde moet van binnenuit gaan komen, vanuit allerlei kleine plekken. Sterker dan angst. Ik kan nooit de knop omzetten voor anderen, dat moeten ze zelf doen. Ik kan het alleen uitdragen, zijn wie ik ben. Anderen kunnen het oppikken.”

Midair is het tweede deel van de Rise-trilogie. Waar het eerste deel, Solitary High, nog een vooral stilletjes gefluisterd album was (door haar zevenjarige dochter zelfs liefkozend ‘de slaapliedjes’ genoemd), daar is Midair steviger, meer gedecideerd. Het staat als een huis, straalt vertrouwen en levenslust uit. “Solitary High ging over verlangens die ik bijna alleen maar ’s nachts durfde te voelen en te dromen. Sindsdien heb ik veel van dat soort wensen geïmplementeerd. Midair gaat over: nu ben ik midden in de lucht, nu ga ik ervan genieten, leven op mijn manier. Een nummer als Anthem, ik sta er! Dat is best een grote verbetering. Het nummer is een statement voor mij. Ik ga het niet uitleggen, dat is mijn verhaal. Ik kan wel zeggen dat Anthem meer dan welk nummer ook op deze plaat gaat over jezelf omarmen zoals je bent. Het is oké. Dat geldt voor iedereen. Er is eigenlijk niemand die in het plaatje past. Degenen die er wel in lijken te passen zijn heel hard aan het werk om er wel in te passen. Voor mij is het een shoutout naar de hele wereld: sta op in jezelf, ben wie je bent. Laatst in Amersfoort vertelde ik dit ook tijdens een show en kwam er naderhand een vrouw naar me toe, duidelijk geboren als man, in een prachtige jurk. Ze stond voor me en zei: ‘Dankjewel dat je dat zei.’ Wow! Als je jezelf accepteert, dan ben je ook accepterend naar een ander. De mensen die het hardst haten, hebben ook het meeste zelfhaat.”

Het gesprek komt op zijn wie je wilt zijn en het zoeken naar de juiste balans. Voor haar is één ding helder: “Ik zou voor geen goud meer twintiger willen zijn. Dat was een onwaarschijnlijk pittige periode, waarin je zo op zoek bent naar wie je bent en dat puberachtige schaamtegevoel van je af moet schudden. Het is zo’n zoekproces. Na mijn dertigste begon het leven meer logisch te worden, begon ik het te snappen. Nu ben ik nét veertig geworden en kijk ik heel erg uit naar dit decennium en naar de ontwikkeling die zich doorzet. Vroeger ben ik gepest. Ik heb daardoor wel geleerd dat je niet iedereen kunt pleasen. Je moet gewoon gelijkgestemden opzoeken. Anders wordt het heel eenzaam in het leven. Ik hoop natuurlijk niet dat het mijn dochter gebeurt, maar je klimt over de doornen om bij de mooiste roos te komen. Such is life. Die mythe, daarvan zou ik het fijn vinden dat de jonge generatie nu al leert dat die niet bestaat. Wij zijn opgevoed met het idee dat het leven maakbaar is, dat je alles kunt bereiken dat je wil bereiken. Dat is niet waar. En het hoeft ook niet waar te zijn. Je moet zoeken wat belangrijk voor je is, dan kun je ver komen. In een aantal dingen. Dat je één groot mooi gelukkig leven kunt hebben, is best wel een schadelijke mythe. Het succes dat hangt aan deze maatschappij maakt dat het heel snel voelt als je eigen schuld als iets niet lukt. Honderdduizend mensen willen één ding. Dat gaat niet al die mensen lukken.”

Kamermuziek voor nu
Buiten vallen de bladeren, waait de wind guur. Binnen in de op Portugese leest geschoeide koffiebar pruttelt de koffiemachine herhaaldelijk. De huiselijke warmte van dit seizoen past bij de shows die Lavalu doet en bij het verhaal dat ze wil vertellen. Ze haalt vakkundig even de snelheid uit het leven, brengt verstilling in de jachtigheid van alledag. “Dat contemplatieve, het mijmeren, dat zit heel erg in de herfst. Dat voel je. In de zomer is er de drang naar buiten te gaan, het terras op. Dan komt de herfst, het werkseizoen. Dan gaan de oogklepjes op. Mijn muziek daagt daar toe uit. Met vragen over wie ben ik, wat wil ik, waar sta ik. Dus het past mooi bij elkaar.” Daar gaan de nummers ook telkens over. Los komen, jezelf prikkelen, maar ook de pieken en dalen van het leven. Zoals in het prachtige nummer Birds. Woltring: “Dat gevoel van zweven, los zijn van het aardse, bijna het goddelijke aanraken en daarna weer terug naar de aarde moeten. Dat zit daar heel erg in. Dat even alles goed is, vlak voor het leven je – bam – weer met de neus in de modder duwt. Waarna je weer gaat opstijgen. Die beweging, tot de dag dat je doodgaat.”

Met de shows die ze nu doet brengt de muzikante ook de kamermuziek weer terug in het hier en nu. Daar is ze niet de enige in, al stond ze daar in eerste instantie niet eens bij stil. “Ik bracht Solitary High uit, denkende dat ik de enige was met pianomuziek en zang. Maar meiden als Lisa Morgenstern en Hania Rani zingen er ook bij, net als ik. Het is toch een hele beweging, waar ook Nils Frahm en Ólafur Arnalds in passen. Voor mij is dat logisch. Ik kom uit die twee werelden.  Mijn moeder luisterde klassieke muziek, mijn vader popmuziek. Ik speelde klassiek piano, maar ging naar popconcerten. Ik besta uit die twee werelden. Achteraf vind ik het grappig dat ik twintig jaar nodig heb gehad om deze muziek te maken. Het lag zo voor de hand, daar kom ik vandaan.”

“Ik was zo aan het zoeken naar iets dat buiten mij lag. Eerst met jazzmuzikanten, toen met popmuzikanten, ik wilde een indieplaat maken. Na al die omzwervingen kwam ik erachter dat dat het niet was. Maar wat dan wel? Toen ging ik terug naar de basis. Klassieke piano of vleugel, met mijn zang. Ik heb het gevoel dat ik eindelijk mijn eigen stem heb gevonden. Elke plaat die ik gemaakt heb, stond ik met dat ding in handen en was ik niet helemaal tevreden. Hier sta ik honderd procent achter. Mijn hele rugzak, alles wat ik heb meegemaakt zit hier in. Natuurlijk ben ik ook nog andere dingen. Dit is wel de basis. Dit ben ik.”

Door de connecties die ze opdoet lopen de dingen tegenwoordig organisch in elkaar over, ook al omdat ze meer dan ooit op haar gevoel vertrouwt en dat blindelings volgt. Werd Solitary High nog opgenomen in het prachtige en statige Arnhemse Musis Sacrum,  voor Midair toog ze naar Berlijn. “Musis, dat was al zo’n summum. Waar ga je dan deel twee opnemen? Deel één ging ik mixen in Berlijn, bij Peter Schmidt, een waanzinnige mixer. Daar kon ik via-via terecht. Zijn hokje zit schuin boven de Teldex Studio.” Woltring zet een Allo Allo-accent op en imiteert Schmidt: ‘The live room is free, you have to see it, come down!’ Prachtige ruimte! Die houten vloer, een mooie vleugel. En ik wist meteen: hier wil ik opnemen. Ik ben gaan vertrouwen op in dat moment leven. Het was niet makkelijk, maar uiteindelijk zijn we daar via Peter terecht gekomen. Daar binnen valt de historie over je heen. Toen zei de engineer: ‘Martha Argerich zat daar vorige week nog op de piano te spelen.’ Dat is voor mij een van de grootste klassieke musici. Daarna moet je die ruimte even eigen maken. Mijn weg is niet de snelste, maar wordt wel steeds meer gedragen door mensen die ook ontzettend getalenteerd zijn in hun vakgebied. Dat is vet. Het gaat met ups en downs, zoals in het leven, maar ik ben heel blij en dankbaar waar ik nu ben. Vroeger stelde ik mij iets voor als Björk, met een imperium van festivals en grote shows. In plaats daarvan maak ik kamermuziek voor nu. De kracht ervan, de intensiteit van de liveshows is even groot. Daar gaat het om. En ik ben nu in gesprek met een orkest. Ik neig niet meer naar een band, maar des te makkelijker kan ik naar strijkers en blazers toevoegen. Dat lijkt mij een mooie ontwikkeling.”

En ontwikkelen, dat doet ze zeker. Niet voor niets zadelde ze zichzelf op met een ambitieus drieluik. Mede omdat er inspiratie te over was. Er ligt genoeg op de plank om aan te sleutelen. Het slotstuk van de Rise-trilogie moet nog verder vorm krijgen. “Deel drie begint op te borrelen. Daar ga ik vanaf januari verder mee aan de slag, als de neerslag van deze tour in het grind van mijn hersenen door is gesijpeld. Het was een hele snelle keuze om een drieluik te doen, want ik had veel nummers. Ik kijk met nieuwsgierigheid waar het nu naartoe gaat. Het vormt zich, een mens beweegt. Je bent bezig met muziek in de wereld zetten, dat confronteert. Er zijn zoveel bewegingen gaande dat ik na twee jaar weer echt op een andere plek ben. Dat steekt af tegen waar ik was twee jaar terug. Ik ben nu rustig aan het onderzoeken wat er opborrelt. Dit hele proces is een uitingsvorm van mijn zelfacceptatie. En nog veel interessanter dan mij begrijpen, is het als dat je helpt te begrijpen wie je zelf bent.”


Komende woensdag vindt in TivoliVredenburg een nieuwe editie plaats van No Man’s Land, de muziekconferentie die door De Coöperatie wordt georganiseerd. Een dag vol panels, masterclasses, spreekuren en inspiratiesessies met allerlei mensen uit de industrie die hun licht schijnen op het hoofdthema van dit jaar: de duurzame carrière van muzikanten.

The Daily Indie is deze woensdag uiteraard van de partij en niet alleen om een thermometer te steken in de muziekindustrie. Ook leidt hoofdredacteur Ricardo Jupijn een panel over ‘het rondje naar de top’ met Noorderslag-programmeur Joey Ruchtie, producer en manager Simon Akkermans, plus de muzikanten Jeangu Macrooy en Judy Blank. Daarnaast gaan we met Tessa Rose Jackson, AKA Someone, in gesprek tijdens een inspiratie-sessie om te weten te komen hoe zij op haar eigen en originele manier haar muziek in de wereld brengt.

Om je alvast goed op te warmen voor No Man’s Land, spraken wij alvast met Tim van Reyswoud, marketeer bij De Coöperatie. Wij vroegen hem onder meer naar de insteek van de dag, het globale thema van No Man’s Land en wat je er allemaal op kunt steken.

No Man’s Land 2019: vertel, wat zijn de plannen voor deze editie?
“Voor het eerst is het gehele programma toegankelijk met één ticket. No Man’s Land is begonnen als expertmeeting waarbij mensen zich inschreven voor één specifieke sessie of hiervoor een kaartje kochten. Inmiddels is ons programma zo groot en spreken we zoveel verschillende doelgroepen aan, dat we hebben besloten om No Man’s Land volledig open te stellen, zodat onze bezoekers op de dag zelf kunnen besluiten wat ze willen checken. We hebben tussen 09.30 uur en 18.00 uur meer dan dertig programma-onderdelen bevestigd, een nieuw record.”

Kun je ons wat meer vertellen over het centrale thema van dit jaar?
“De muziekindustrie is het afgelopen decennium door de digitalisering en komst van social media enorm veranderd. Muziek wordt anders gemaakt, uitgebracht én geconsumeerd. Zowel artiesten als de markt moeten zich continu aanpassen door deze constante beweging en ontwikkeling die gaande is. De aandacht die dit vergt en de druk die dit met zich meebrengt, doet soms afbreuk aan de kwaliteit of visie. Wij pleiten voor tijd, ruimte en aandacht voor de maker en zijn creatieproces. Op No Man’s Land 2019 stellen wij actuele problemen ter discussie, met als doel om hier oplossingen voor te vinden, en bieden wij praktische handvatten waarmee de maker aan de slag kan in zijn zoektocht naar een duurzame carrière.”

Jullie organiseren dit niet voor niets: hoe merken jullie dat er behoefte is aan een organisatie als De Coöperatie en een event als No Man’s Land?
“Anno 2019 ben je als artiest op jezelf aangewezen. Muziek is toegankelijker dan ooit, de concurrentie is moordend en labels, boekers en managers zijn terughoudend met het tekenen van deals. Dus naast het maken van muziek, is het ook zaak jezelf wegwijs te maken in dit slagveld en je te wapenen met kennis en netwerk. Met onze jaarlijkse muziekconferentie No Man’s Land en zijn maandelijkse kleine broertje CLUB NML, creëren we de ruimte voor kennisdeling en ontmoeting.”

“Het is onze missie om waardevolle verbindingen tot stand te brengen en aanstormend talent een stap dichter naar hun doel te brengen”

“Wat onze events onderscheidt van vergelijkbare evenementen, is de mate van interactie tussen ‘professionals’ en het publiek. Het is geen overdracht van kennis, maar een gesprek tussen onze verschillende doelgroepen. Het is de perfecte setting waar jonge muzikanten – dan wel van de popacademies en conservatoria als autodidact – elkaar kunnen ontmoeten en op een laagdrempelige manier in contact komen met gevestigde artiesten, muziekprofessionals, fondsen en beleidsmakers.”

“Het is onze missie om waardevolle verbindingen tot stand te brengen en aanstormend talent een stap dichter naar hun doel te brengen. Met ons MASTER-programma laten we acts hun grenzen verleggen en werken ze met een coach aan een artistieke uitdaging. Zo bracht GIAN een fantastische EP uit, maar had het duo moeite om deze tracks en hun visie te vertalen naar een liveshow. Samen met coaches David Hoogerheide (Kovacs), Bas van Wageningen (DI-RECT), Tjeerd Bomhof (Dazzled Kid) en Nicky Hustinx (Weval) werkten ze onder meer aan de integratie van Ableton om gemakkelijk live-elementen toe te voegen zoals drums, gitaar en bas. Mis trouwens hun show niet tijdens No Man’s Land!”

Voor welke mensen is het nou slim om langs te komen de 27ste?
“Voor iedereen die actief is in de muziekindustrie of wil zijn, van student tot beleidsmedewerker en van gevestigde maker tot muziekprofessional. We hebben programmalijnen ontwikkeld voor ‘Beginners’, ‘Gevorderden’ én ‘Experts’. Het Spreekuur biedt de nieuwe generatie makers en beginnende muziekprofessionals de kans om hun demo, releaseplan of Instagram-account te pitchen aan meer dan twintig  professionals. Panels over onder andere subsidies en prestatiedruk reiken concrete handvatten aan gevorderde makers om hun carrière te boosten. En artiesten, muziekprofessionals en beleidsmakers zoeken binnen de Expertsessies samen naar nieuwe werkwijzen en succes voor de toekomst.”

Wat kun je allemaal opsteken op zo’n dag No Man’s Land?
“In de panelvorm van onze maandelijkse CLUB NML-avonden gaan we in op onderwerpen als subsidies, streaming en prestatiedruk. Je krijgt de kans om vragen te stellen aan het panel en concreet advies mee naar huis te nemen dat je direct kan toepassen. Een tiental Crash Courses biedt in ongeveer dertig minuten praktische tips en tricks over onderwerpen als de waarde van goede live- én persfoto’s, hoe je geboekt wordt door een festival en de verschillen tussen Buma/Stemra, NORMA en Sena. Inspiratie doe je op bij songwriting-workout van Marike Jager en de Q&A met Someone door jou (Ricardo Jupijn, red.) bijvoorbeeld.”

Er zijn een hoop sessies, panels en masterclasses: wat zijn globaal de thema’s die nu spelen in de muziekindustrie?
“Mentale gezondheid, het creëren van tijd, financiële ruimte en aandacht voor je artistieke proces en de kwaliteit van je product, gebaande structuren die van invloed zijn op dit proces en wellicht moeten veranderen, inclusie in de muziekindustrie en eerlijke vergoedingen voor makers: oftewel, hoe werk je toe naar een duurzame carrière?”

Foto: Lieke Vermeulen

“Het aanbod is enorm en de aandachtsspanne van de consument is kort. Als artiest heb je een goede portie ondernemerschap nodig om de eerste stappen te zetten”

Zijn er een aantal programma-onderdelen waar je zelf erg naar uitkijkt? 
“Ik ben ontzettend blij met het hiphopprogramma dat we dit jaar hebben toegevoegd aan No Man’s Land. De cypher, die we organiseren in samenwerking met CTM Publishing, zie ik het meest naar uit: 10 jonge rappers gaan de strijd met elkaar aan en droppen hun zestien bars op de beat van producer Soundflow (onder meer Broederliefde, red.). In 2016 zag ik Polynation voor het eerst op Eurosonic Noorderslag en volg hem sindsdien op de voet. Ik vind het te gek dat zij onder de vlag van Ableton een inspiratiesessie doen. Wij geven ook een vervolg op de podcast die ik eerder met Chris Moorman van de Popronde heb gedaan bij jullie op Operator Radio: in een open gesprek met artiesten en de sector bespreken we of ‘het rondje’ – lokale bandwedstrijden, Grote Prijs van Nederland, Popronde en Eurosonic Noorderslag – nog naar behoren werkt en onderzoeken we aanvullende en alternatieve wegen. Natuurlijk is het jaarlijkse Musicmaker Demopanel een toffe afsluiter én de showcases van A.ROSE, GIAN, Love Couple en PAX the humanoid mogen ook niet ontbreken in dit lijstje.”

Tot slot: hoe gaat het met de Nederlandse muziekindustrie volgens jou?
“Het is gemakkelijker dan ooit te voren om muziek te maken en uit te brengen. De drempel is een stuk lager waardoor er meer kunst gecreëerd en gedeeld wordt met het publiek. Dit is natuurlijk te gek, want het zorgt voor een toename van creatieve uitingen en processen, maar het zorgt er ook voor dat de waarde van muziek daalt. Het aanbod is enorm en de aandachtsspanne van de consument is kort. Als artiest heb je een goede portie ondernemerschap nodig om de eerste stappen van je carrière zelf te maken voordat je steun kan verwachten van externe partijen. En daarom is een evenement als No Man’s Land zo belangrijk: laat je gezicht zien, praat met andere artiesten en professionals uit de muziekindustrie, leer je doelgroep kennen, bepaal je koers, en bovenal: creëer ruimte en rust om een product te maken waar jij achter staat en wat authenticiteit uitstraalt.”

Deze week kwam de nieuwe videoclip van L’Épée uit. We schreven al eerder over de samenwerking tussen Anton Newcombe van The Brian Jonestown Massacre, garageduo The Limiñanas en zangeres-actrice Emmanuelle Seigner. De clip hoort bij het nummer Ghost-Rider, de zesde track op de succesvolle debuutplaat Diabolique die begin september uitkwam. We vonden het een mooi excuus om weer eens af te spreken met onze favoriete psychrockkoning Anton Newcombe, die het album produceerde.

Tekst Mick Vierbergen
Foto’s Thomas Girard

De clip bij Ghost-Rider is tegelijkertijd uncanny, door de schimmige zwart-wit beelden van zangeres-actrice Emmanuelle die doen denken aan een jarendertig horrorfilm, en psychedelisch, door het kleurrijke LSD-achtige beeld. ‘Yes I’m Dead’, zingt Seigner duister. We spraken af met Newcombe om te praten over de samenwerking . En omdat hij ten tijde van The Brian Jonestown Massacre aardig tegen de muziekindustrie aan het schoppen was, wilden we van de gelegenheid gebruikmaken om hem te vragen hoe hij terugblikt op deze periode en wat hij vindt van de hedendaagse muziekindustrie. Het korte antwoord? “Artiesten zijn screwed”.

Het is woensdagochtend. Nog bijkomend van het concert van POND de avond ervoor, werk ik mijn ontbijt naar binnen en maak ik me klaar voor het interview. Via Skype toets ik het Duitse nummer in, en na een aantal keer overgaan hoor ik een ‘Hello?’. Newcombe’s stem klinkt bekend van The Brian Jonestown Massacre-platen en van de documentaire die ik recentelijk heb gezien. “Good morning!” zeg ik. “Good morning to you!” hoor ik Newcombe antwoorden. Ik vraag hem hoe het project L’Épée is begonnen en hoe hij Seigner, Lionel en Marie Limiñana heeft ontmoet.

Supergroep
“Een tijd geleden heb ik het symfonische album Music For Film Imagined gemaakt, waarop de zangeres/actrice SoKo een van de nummers zingt. Ik was toen in Parijs voor een persconferentie en interviews en haar management gaf me een aantal CD’s van The Limiñanas. Dus ongeveer een maand later toen ik in de auto zat en ik de CD’s opzette dacht ik: holy cow, dit is geweldig! Ik heb Lionel en Marie toen gevraagd om een show voor The Brian Jonestown Massacre te openen in Parijs. Maar het was best lastig, ze waren toen nog niet zo bekend buiten de garagescene. Maar ik vond het echt next level en het publiek vond het ook gaaf. Hierna werkte ik samen met het op hun laatste album, Shadow People, waardoor ik Emmanuelle ontmoette. Zij wilde een soloplaat opnemen met The Limiñanas. Toen we dat waren begonnen, stelde ik voor om er een supergroep van te maken.”

Diabolique is deels opgenomen in de studio van Lionel en Marie Limiñana in Frankrijk, waar het framework van het album is neergezet, en verder is geproduceerd in Newcombe’s studio in Berlijn. “Dit soort platen steken simpel in elkaar: het repeteert een interessante baslijn en heeft een duidelijke gitaarstijl. Wij probeerden er een ambience aan te geven, wat veel belangrijker is. Dat is zo ongeveer het proces. We schetsen eerst een outline met de opnames van bas, gitaar en drums en daarna zetten we het geheel in elkaar.”

“De beste ideeën komen als je aan het lopen of aan het fietsen bent, en soms ook als je slaapt”

De bandnaam ‘L’Épée’, wat het Franse woord voor ‘zwaard’ is, bedacht Newcombe in een droom. Hij legt uit: “Als ik namen of titels verzin, probeer ik openminded te zijn. De beste ideeën komen als je aan het lopen of aan het fietsen bent, en soms ook als je slaapt. Niet als je tegen een muur aan het staren bent en op een idee moet komen. Dus ik lag te slapen en ik was toen op zoek naar iets met ambigue betekenissen. Maar wel iets dat een specifieke toepassing zou kunnen hebben en iets dat fonetisch goed klinkt. Dus ja, ik werd wakker en ik zag ‘het zwaard,’ en ik was benieuwd hoe dat zou klinken in het Frans. Dus ik zocht het op en ik vond de flow van het woord wel goed. Het was geen fantastisch visioen, zoals The Lady of the Lake die mij het zwaard overhandigt ofzo, maar ik kwam er gewoon op toen ik sliep.”

Begin december is L’Épée live te zien in Paradiso Noord en op Upon The My-O-My in Doornroosje. Ik vraag Newcombe wat we kunnen verwachten van de shows. “De goede nummers zijn echt fucking goed live,” lacht hij. In iets serieuzere toon: “Ik denk dat je het een goede show gaat vinden als je onze muziek leuk vindt. Emmanuelle en The Limiñanas weten hoe ze moeten spelen en ik vind het ook leuk om te doen. We kunnen een hoop lawaai maken!”

Berlijn
Ongeveer tien jaar geleden vertrok Newcombe naar Berlijn, waar hij nu met zijn vrouw Katy en zijn zoon Wolfgang woont. Hij bouwde zijn eigen studio en richtte het label A Recordings op. “Situaties veranderen, weet je? Voordat ik mijn eigen studio had was ik veel aan het reizen om muziek te maken. Nu is mijn studio op een plek, wat ik erg prettig vind. Ik vind Duitsland erg rustgevend. Iedereen houdt van Berlijn.” Ik vraag hem of hij op een andere manier is gaan werken nu hij zijn eigen studio heeft: “Ja, het enige echte verschil tussen wanneer je een eigen studio hebt en wanneer je – weet je wel – naar een andere studio moet gaan, is dat je dan gepusht wordt om hard te werken. Je hebt die ruimte en tools nodig om je doel te bereiken. Als je je eigen studio hebt en je bent niet aan het werk dan voelt dat soms alsof je een shit person bent. Je hebt alles wat je nodig hebt om iets op te nemen, maar je bent maar gewoon aan het relaxen of zo? Op zo’n moment moet ik me opnieuw focussen op hoe ik denk over mijn leven. Want ik ben productief geweest, maar het is belangrijk om ook een beetje te leven. Wanneer je niet een studio hebt, heb je ook niet het probleem dat je naar jezelf kijkt met het idee ‘waarom gebruik ik dit niet?’ Een hoop mensen dromen van een situatie waarin ze net dat ene zouden willen hebben om een goede plaat op te kunnen nemen. Maar ik heb al die apparatuur, dus geef ik mezelf een schop onder mijn kont en werk ik harder!”

“Dat is crazy shit. Dat is fucking mental.”

Als het gaat over de verschillen tussen de muziekscene in Europa en de VS, reageert Newcombe wat geagiteerder: “Ik kan me niet bezighouden met whatever er allemaal speelt in de wereld. Je moet je eigen cultuur creëren. Omdat wanneer je te veel in een richting luistert, denk je dat de wereld op die manier in elkaar steekt. Ik dacht daar net aan. Hoe irrelevant alles is, muzikaal gezien. Er was een Schotse jongen die een nummer een hit had in Schotland en twee maanden geleden werd het nummer één Amerika. En dit is gewoon een goofy gozer! Wat betekent dat? Het maakt me niks uit dat hij een nummer één hit had. Het is gewoon een silly guy met slechte muziek. Volgens mij heette hij Lewis Capaldi, maar ik heb niks tegen hem. Of als ik kijk naar grime in de UK, dat spreekt me compleet niet aan, het is de manier waarop het helemaal wired up is, alsof het aan de methamphetamine is of some shit… Weet je, twitchy and all that stuff, het spreekt me echt niet aan, maar ja: ik denk dus dat het belangrijk is om je eigen cultuur te maken.”

De documentaire Dig! uit 2004 laat zien hoe The Brian Jonestown Massacre en The Dandy Warhols in dezelfde scene opgroeiden en gaat over de clash tussen kunst en commercie. Terwijl de documentaire aan de ene kant het commerciële succesverhaal vertelt van The Dandy Warhols, die grote recorddeals kregen aangeboden, laat het ook vooral de problematiek en interne struggles binnen Newcombe’s band zien. Zelf heeft hij het uiteindelijke resultaat nooit gezien: “Ik heb in het kantoor van een advocaat een soort permissie moeten ondertekenen voor de film, voor mijn portretrecht. Dus uiteindelijk heb ik wel wat gezien, maar het is niet de film die iedereen heeft gezien. Er is een hoop dat zakelijk en menselijk niet oké was in de manier waarop makers hebben gehandeld en ons hebben neergezet. Dus ik heb hier niet zo veel over te zeggen. Mensen kunnen ervan maken wat ze willen.”

Screwed
Ik vraag hem wat er is veranderd in de muziekindustrie sinds die tijd: “Als je kijkt naar de muziekindustrie nu, zie je dat de mensen die vroeger macht hadden een soort van geïmplodeerd zijn. Ik bedoel, kijk naar wat er is gebeurd met de waarde van muziek. De hele industrie was screwed. Die mensen hebben nu geen baan meer. Dat soort recorddeals en de hele manier waarop ze probeerden je te forceren dingen te doen, bestaat niet meer in die context. Bedenk even dat The Dandy Warhols 500.000 euro kregen om een video te maken. Dat is crazy shit. Dat is fucking mental.”

Het is nu anders: “Ik handel in fysieke uitgaven van muziek. Dus dat is anders dan het hele imago van een artiest bezitten. ‘360 graden’, zoals ze dat noemen: alles van die persoon. Ik ben blij dat ik nu kan uitgeven wat ik wil, kan aannemen waar ik samen mee wil werken en dat we overal kunnen spelen in de wereld. Ik hoef niemand te vragen of overtuigen van iets. Ik kan opnames uitgeven van andere artiesten en ze verspreiden over winkels wereldwijd. Dus ik denk dat dat veel beter is dan werken voor iemand anders.

“Ik vind het interessant om te zien welke pogingen er gedaan worden om de waarde van intellectueel eigendom te monetariseren, en andersom. Ik zie dit niet als een duurzame situatie. Zolang je betaald krijgt voor je werk is het oké, maar het is niet mogelijk om intellectueel eigendom van mensen af te pakken en ze niet te betalen. Ik denk dat we daar naar moeten kijken. Artiesten zijn screwed all over the stuff. Maar ik probeer gewoon door te werken en nieuwe dingen te maken en concerten geven.”

Toch besluit Newcombe op een positieve noot. “Ik denk dat de eerste uitdaging van artiesten is om trouw aan jezelf te blijven en gewoon creatief te zijn. De rest kan je onderweg wel uitzoeken.”

L’Épée live zien? De band speelt 6 december in Tolhuistuin en 7 december tijdens Upon the My-O-My.


Vorige week kwam Expanding Dark uit, de debuut-EP van Micro Talk. Het is een warme, melodieuze ambient-trip langs de uithoeken van ons universum. Met borrelende synths, soulvolle vocalen en vergezeld door ijzige, spacey visuals, gebaseerd op algoritmische bewerking van NASA-archiefbeelden. Single A Slow Decent greep ons al direct, en dat terwijl we twee maanden geleden nog nooit van Micro Talk hadden gehoord.

Tekst Robin van Essel
Foto’s Vanessa Scheer

Zo vaak komt het niet voor dat de eerste release van een nieuwe act je direct pakt. Onze fascinatie werd alleen maar groter toen in het meegeleverde persbericht niet genoemd werd wie er achter Micro Talk zaten en alleen een zeer vage persfoto van twee mensen met zonnebril werd meegestuurd. Na wat research bleek het om twee oudgedienden te gaan: Nana Adjoa (die dit jaar nog solo op Pinkpop speelde) en Tim Schakel, voormalig frontman in de DIY-band Serve The Sun, gitarist in Adjoa’s band en zelf actief als producer onder het alter ego Skipta. Daar wilden we meer van weten, maar daar zit een act met zo’n zelfgecultiveerde zweem van mysterie vast niet op te wachten, toch? Niks van dat alles. We treffen Adjoa en Schakel in het café van de Amsterdamse indiebios Kriterion. Fotograaf erbij, geen probleem. De vage persfoto blijkt ook puur pragmatisch te zijn geweest: gemaakt met een iPhone met filtertje. Als we onze eerdere vermoedens uitspreken: “Nee joh, zo pretentieus zijn we helemaal niet. Laat onze muziek maar voor zich spreken.”

Ook aan de rest van het project Micro Talk blijkt een stuk minder masterplan ten grondslag te liggen dan aanvankelijk lijkt. Het duo ontmoet elkaar in 2015, wanneer Serve The Sun en Nana Adjoa een gezamenlijke show spelen in Doka in Amsterdam. Adjoa is bezig met het afronden van haar Down At The Root EP’s en zoekt een gitarist voor haar liveband. “Toen kwam ze bij mij uit”, vertelt Schakel. “In tegenstelling tot de rest van de band had ik geen conservatorium gedaan en door dat contrast werkte het juist goed. Sindsdien zijn we goede vrienden, kijken we samen voetbal, drinken we biertjes en maken we muziek. En zo werd Micro Talk geboren.”

“Het was heel iets anders dan we normaal deden en daarom juist zo leuk”

Iets preciezer: Micro Talk wordt geboren wanneer Adjoa’s band een ruimte huurt voor de bandgear in de voormalige Bijlmerbajes, nu deels creatieve broedplaats, deels vluchtelingenopvang (de sloop is inmiddels begonnen). Adjoa: “We begonnen heel spontaan samen muziek te maken, expres iets totaal anders dan we in de band deden en zonder enige ambitie. We hadden een Yamaha DX7-synthesizer en een Korg MS10 en we zijn vooral aan knopjes gaan draaien. Door de aparte sound van de ruimtes en rare vibe die er hing, werd het een soort trippy ambient die voor ons klopte. Het was puur toeval, improviseren en je door de gear laten leiden. Het was heel iets anders dan we normaal deden en daarom juist zo leuk.”

Het project dat uiteindelijk Expanding Dark zou opleveren, krijgt pas echt handen en voeten toen Schakel – weer puur toevallig – een visual onder de muziek legt en die laat zien aan kunstenaar Micky van Olst, die de visuals voor zijn project Skipta maakt. Van Olst gebruikt de track, die nu op de EP staat als Dune, voor zijn gelijknamige kunstinstallatie. Dit bijzondere werk neemt de kijker mee in een vlucht over de verlaten Brooklyn Navy Yard in New York. Met een proces dat ‘stereofotogrammetrie’ heet, werden foto’s van de plek met verschillende perspectieven samengevoegd om een 3D-model te bouwen. Kunstmatige intelligentie vulde de lege plekken in.

Mede door de muziek voelt Dune alsof je stiekem over de abstracte virtuele realiteit van Brooklyn zweeft, alsof je het urbane landschap hebt gestolen om er in je eentje van te kunnen genieten en ermee te doen wat jij wilt. De installatie was te zien in het kunstlokaal van de Amsterdamse club De School, waar het de hele dag loopte, ook ’s nachts wanneer de club open was, wat voor een enorm trippy effect zorgde. De parallel met de ambient-sound van Micro Talk is opvallend: ambient ontstond ook (of werd in elk geval populair) in de chill-out rooms van clubs, die fungeerden als timeout van de house en techno van de dansvloer. Het is per definitie een muziekstijl die bedoeld is om in de ruimte te zweven zonder zich op te dringen, en die gemaakt wordt met herhalende patronen, bijvoorbeeld door een sample keer op keer te door een taperecorder te halen en steeds een klein beetje te veranderen – in principe hetzelfde als een algoritme doet.

“Dat hebben we het vaakst gezegd: alles mag kapot”

Dune is op Expanding Dark de opener van een negentien minuten durende pop-meets-ambient-trip, bestaand uit vijf losse tracks die naadloos in elkaar overgaan. Er zijn nog twee minstens zo spacey video’s, gemaakt door algoritmes los te laten op beelden uit het open source-archief van de NASA, en ook de teksten refereren aan het universum, verre sterren en planeten.  “Het is de bedoeling dat je het in één keer luistert”, zegt Schakel. “Dan word je meegenomen in onze wereld. Waar die fascinatie voor space vandaan komt? We hebben het vaak over andere werelden, dat maakt ambient ook vet. Je stapt erin om te verdwijnen. Ik heb ook heel veel geluiden en beelden uit het NASA-archief, er zit echt veel leipe shit tussen. De muziek past bij ook bij dat gevoel van bewegende planeten. De beelden worden met AI vertraagd, versneld, verknipt en verdraaid. Zorgen dat het niet meer mooi is, zo ontstaan nieuwe dingen. Dat hebben we het vaakst gezegd: alles mag kapot.”

Alles kapotmaken, om nieuwe dingen te creëren: dat is wat Micro Talk doet met zijn muziek én de bijbehorende visuals. Meer een kunstproject dan een band, maar zonder kil en afstandelijk te zijn. De plaat klinkt zelfs warm en organisch, en toch speelt het met je verwachtingspatroon van wat er als ‘normale muziek’ in je hoofd is voorgeprogrammeerd. Bewust, zegt Schakel: “Er is iets aan spelen met analoge synths dat een soort uitdagende spanning geeft. Door repetitie ga je nieuwe dingen horen. In heel veel popmuziek weet je precies wat er gaat gebeuren. Door dat te verdraaien wordt je brein geprikkeld, het speelt met je verwachtingen.” Adjoa voegt toe: “Mijn eigen muziek maak ik volgens een bepaald stramien, je werkt bepaalde stappen af. Hier doen we precies het tegenovergestelde. Het is als een nieuwe vrijplaats, waarop je muziek meer met je gevoel benadert en niet volgens de regels.”


Explore the North
22 t/m 24 november

 

Tijdens Explore the North speelt deze week 猫 シ Corp. zijn eerste show in Nederland. Deze Friese vaporwave-muzikant zijn allereerste optreden was namelijk pas vorige maand, tijdens 100% ElectroniCON 2 in Los Angeles. Een bijzonder verhaal van een artiest die honderden platen binnen een halfuur uitverkoopt en aan de andere kant van de wereld bekender is dan in zijn eigen provincie.

Wij besloten geestesvader Jornt Elzinga eens op te bellen om meer over zijn muziek en vaporwave te weten te komen. Er ging namelijk een interessante (en bijzonder kleurrijke) wereld voor ons open toen we in het internet-fenomeen doken. Uiteraard zijn er over zo ongeveer al je vaporwave-vragen complete fora volgeschreven, want het genre bestaat voornamelijk online. Zoals de vraag: ‘How would you describe vaporwave to a class of adults who have never heard of it?’ En van ‘Elevator music from the future while you’re on acid‘ tot ‘It sounds like what Miami Vice looks like‘, ‘Music of a future promised by a past that never existed‘ of ‘corporate smooth jazz Windows 95 pop‘.

Een complete scene die is ontstaan vanachter allerlei bureaus, door de lucht zweeft op de golven van het internet en waar je op elk moment bij kunt. Als een scene die zich in je broekzak bevindt. Een synthetische subcultuur, die zijn inspiratie haalt uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw en losgaat op Windows 95-logo’s, Grieks-Romeinse standbeelden, floppy’s, VHS, Minidisc, oude multinational-reclameposters, Amerikaanse jaren tachtig winkelcentra, Bladerunner-vibes, hologrammen, inbelverbindingen, Sega- en Atari-games, neon, pixels en ouderwetse computers met grote beeldschermen, ratelende toetsenborden en een kast voor al je hardware. Tel daar een zelfontwikkelde vormgeving bij op waarin veel Japanse tekens en spaties (bijvoorbeeld: V O R M G E V I N G) worden gebruikt en je hebt ongeveer een idee.

Een mengelmoes van post-liftmuziek, corporate smooth jazz, ambient, muzak, lounge-muziek en flink vertraagde jaren tachtig- en negentig-samples die voor mood music zorgt vol loops, glitches, pitches en wordt overladen met effecten. Een ambigue en surrealistische wereld, met een satirische kijk op het consumenten-kapitalisme en onze popcultuur. Het is een ironische variant van chillwave, met baanbrekende artiesten als James Ferraro, Ramona Xavier, Blank Banshee, Daniel Lopatin (Oneohtrix Point Never) en zelfs Ariel Pink die af en toe genoemd wordt. Het is muziek die niet alleen ontzettend lekker klinkt, maar net zo goed grappig is. Wat dat betreft neemt de scene zichzelf ook niet zo heel erg serieus en dat is ook weleens verfrissend, als indie-schmindie-verslaggever.

Nieuwe punk
Hetzelfde geldt voor de onafhankelijkheid van vaporwave, wat een van de interessante dingen aan de scene is. Het is namelijk een circuit waar iedereen onderdeel van kan worden die een apparaat met een internet-aansluiting heeft. Artiesten maken muziek, artwork en videoclips op hun computer en delen die direct met de buitenwereld via platforms als Bandcamp en YouTube. Muzikanten en liefhebbers van het genre hebben door de jaren heen hun eigen online community gebouwd waar haast geen ‘muziekindustrie’ aan te pas komt. De vergelijking met de DIY-ethic van de originele punk wordt dan ook logischerwijs regelmatig gemaakt als het over vaporwave gaat.

Samengevat: wachtmuziek in een nostalgisch analoge omgeving, waarbij het album Floral Shoppe van Macintosh Plus in 2011 als startpunt wordt gezien. Het genre vertakt in stromingen met namen als mallsoft, future-funk, simpsonwave, late-night lo-fi, signalwave, hardvapour en utopian virtual. Yep, er is een hoop te ontdekken en al die ontwikkelingen zijn een paar muisklikken verderop gaande.

Albumhoes van Floral Shoppe van Macintosh Plus

 

Van noise en drone naar vaporwave
Even terug naar de show van 猫 シ Corp., want de dertigjarige Elzinga hangt aan de andere kant van een WhatsApp-telefoongesprek. Wij willen eerst eens weten hoe hij tot muzikale wasdom is gekomen: “Nou, ik liep altijd wel wat te prutsen met geluiden en ik begon met het maken van noise-muziek die ik op cassettebandjes zette en daarna heb ik een drone-CD gemaakt. Maar als ik zoiets een keer gedaan heb, dan geloof ik het ook wel weer en ga ik op zoek naar een nieuwe uitdaging”, vertelt de muzikant. “Ik zocht toen naar music released on floppy en dat was het moment dat ik vaporwave tegenkwam. Ik vond dat direct ongelooflijk vet.”

Het is rond 2013 dat Elzinga het genre ontdekt en vol overgave in deze totaal nieuwe wereld duikt: “Al snel ontdekte ik de artiest Miami Vice, die late night lo-fi maakte. Ik vond dat te gek, het klikte meteen. Het klonk een beetje als nachttelevisie zoals je dat vroeger op SBS6 had. Alles was zo langzaam en traag. Wat een heerlijk ritme, dacht ik toen. Ik ben allerlei albums met een mooie hoes als eerste gaan beluisteren en ben toen stapje-voor-stapje die wereld ingedoken”, zegt Elzinga. “In 2011 begon het met artiesten James Ferraro, Eccojams en Macintosh Plus, waarbij muziek voornamelijk zwaar werd gesampled. Iets later begonnen artiesten als Blank Banshee iets meer eigen muziek toe te voegen en met het album 新しい日の誕生 / Birth Of A New Day van 2814 (samenwerking van Hong Kong Express en Telepath, red.) was er in 2015 een soort omslagpunt waar volledig originele muziek een onderdeel werd van vaporwave. Er ontstond toen een discussie of dat wel ‘de bedoeling’ was of dat wel ‘kon’. Daarmee ging er wel een nieuwe wereld binnen het genre open.”

Jornt Elzinga

 

Bandcamp, netlabels en collabs
Ondertussen begint Elzinga zijn zelfgeproduceerde muziek online te zetten en weet hij al vrij snel zijn weg te vinden binnen de vaporwave: “Het genre is op internet ontstaan en speelt zich grotendeels daar af. Dus ik maakte een eerste album, een cover en zette het op Bandcamp met een aantal tags erbij. Je had destijds ook al wat Facebook-groepen waar je het in kon plaatsen en later Reddit-groepen”, vertelt hij. “Ik ben een behoorlijk nuchtere Fries en ik schreeuwde niet van de daken dat ik een album had gemaakt. Ik raakte wel met wat mensen uit de scene aan de praat en daarmee wisselde ik muziek uit. Zo begon alles een beetje, maar het begon pas echt te lopen toen ik met andere mensen samen ging werken én het moment dat mijn muziek door een zogenoemd netlabel werd uitgebracht. Labels die vaak door jongens en meisjes vanaf hun slaapkamers worden gerund. Toen ik met Stereo Component het album Ocean Beach uitbracht via het label van Luxury Elite (Fortune 500, red.) ging het los. Door de aandacht van dat label kreeg ik meer volgers en aanvragen om samen te werken met andere producers.”

“Het leuke is dat je op die manier vrij eenvoudig in kunt stappen en samen kunt werken met mensen. Veel meer dan internet, een audioprogramma en een sample heb je in het begin in feite niet nodig. Mijn eerste album heb ik zelfs met Adobe Premiere gemaakt, wat eigenlijk een videoprogramma is”, grinnikt Elzinga. Hij vertelt ons meer over de vaporwave-wereld die zich vooral op het web afspeelt en waar liveshows een zeldzaamheid zijn. “Heel sporadisch zijn er weleens artiesten die optreden, maar het gebeurt zelden. Ik ben zelf meerdere keren gevraagd om live te spelen, maar ja: ik had geen idee hoe ik dat dan zou moeten doen: druk ik op play en sta ik erbij en kijk ik ernaar? Tot George Clanton met ElectroniCON een vaporwave-festival organiseerde in New York en hij mij vroeg om op te treden tijdens de tweede editie in Los Angeles. Die kans wilde ik uiteraard niet laten lopen, holy shit! Snel ben ik gaan kijken hoe ik zo’n show vorm zou kunnen geven en heb ik Clanton gevraagd hoe hij dat dan doet. Met nog wat tips van FM Skyline ben ik aan de slag gegaan met een SP-404-sampler en het maken van video’s, wat ik een belangrijk onderdeel vind van zo’n live-ervaring.”

Albumhoes Building a Better World van 猫 シ Corp. & t e l e p a t h

 

Avontuur in Los Angeles
Elzinga bereidt thuis een show voor en vertrekt in oktober naar Los Angeles, waar die digitale wereld ineens voor zijn ogen tot leven komt: “Het was heel vreemd om al die mensen, die je van profielfoto’s en Instagram-stories kent, ineens bij elkaar te zien. Ik had verder ook geen idee wat ik moest verwachten van zo’n evenement. Tegelijkertijd was ik ongelooflijk zenuwachtig, want het was mijn allereerste optreden en dan ook nog in Los Angeles. Het was behoorlijk bizar allemaal. Het ging meteen los toen de eerste tonen uit de speakers kwamen, dat was wel echt fijn. Tijdens het optreden zat ik soms zo diep in de muziek, dat ik mezelf eraan moest herinneren: ‘o ja, er is een zaal vol mensen waar je ook nog af en toe naar moet zwaaien'”, lacht Elzinga.

“Het was ontzettend leuk om te doen en het was een bijzondere beleving omdat zo’n festival voor iedereen nieuw was. Zowel voor de artiesten als voor de organisatoren en de bezoekers. Iedereen kent elkaar alleen via Bandcamp, social media en plots sta je bij elkaar in één ruimte. Ik vond het wel super om mensen in het echt te spreken, die ‘ken’ je dan al voor je gevoel en ineens staan ze dan voor je neus. Ik vond het mooi om de persoonlijke verhalen van mensen te horen en wat mijn muziek voor hen betekent. Dat ze het draaien in de auto of als ze door een moeilijke periode gaan. Het is nogal onwerkelijk, want ik zit dat gewoon thuis achter mijn computer in Stiens te maken. Maar ik vind het toch wel erg bijzonder dat het mensen raakt en dat het een onderdeel van hun leven is.”

猫 シ CORP. live in Los Angeles tijdens ElectroniCON

 

De Nederlandse vaporwave-scene
Waar er aan de andere kant van de oceaan volle zalen worden getrokken met vaporwave, zit het genre hier nog volop in de obscuriteit. Hoe zit het eigenlijk zit met de Nederlandse scene? “Die is niet zo groot, maar er gebeurt zeker wel wat. Zo heeft Blank Banshee hier weleens opgetreden en je hebt bijvoorbeeld de Discord-groep Dampgolf die toffe muziek maakt. Daarnaast begin ik wel te merken dat er binnen Nederland meer pakjes worden verzonden dan drie jaar geleden”, vertelt hij.

Want links en rechts begint het muziekliefhebbers op te vallen dat Elzinga zijn muziek wereldwijd bekend is en zo verschijnt hij eveneens bij Explore the North op de radar: “Mijn contactpersoon bij Deepgrooves waar ik mijn muziek laat drukken kwam erachter dat mijn muziek altijd snel verkoopt en die wilde weleens weten wat ik dan precies allemaal deed. Op een of andere manier is er toen een balletje gaan rollen dat bij Explore the North uitkwam en toen ontstond het idee om daar te gaan spelen. Want ja, het is eigenlijk veel te grappig om het niet te doen”, lacht Elzinga aan de andere kant van onze WhatsApp-lijn. “Ik heb voor die show een gevarieerde setlist samengesteld waar meerdere stijlen voorbijkomen, om mensen een soort overzicht te geven van wat er allemaal is. Ik ben ontzettend nieuwsgierig wat mensen ervan vinden omdat ik een beetje de vreemde eend in de bijt ben. Echt als een thuiswedstrijd voelt het niet.”

Dampgolf

 

Nostalgie
Voor iedereen die 猫 シ Corp. zijn muziek fysiek wilt bemachtigen: je moet er verdomd snel bij zijn, want zijn fans zitten massaal achter hun computer te F5’en als er een nieuwe release online verschijnt. Ondertussen is er een levendige handel op het internet ontstaan en wordt er voor genummerde uitgaves van zijn albums gemakkelijk een paar honderd euro gevraagd op Discogs. Goed nieuws voor liefhebbers van zijn laatste album: er is een nieuwe persing onderweg, zo liggen de cassettes en Minidiscs(!) alweer klaar in het pakhuis. Waar komt die hang naar een fysiek product vandaan volgens Elzinga? “Het is voor veel mensen denk ik vooral de nostalgie naar vinyl, cd’s, dvd’s, cassettes, videobanden: dat trekt aan. Zowel degenen die de jaren tachtig en negentig mee hebben gemaakt, als de generatie die daarna kwam. Daarnaast is vaporwave een digitaal en vrij onaanraakbaar genre, dat zal ook meespelen.”

Elzinga als platenbaas
Aangezien de Friese muzikant inmiddels zijn draai goed heeft gevonden in het circuit, richtte hij onlangs Hiraeth Records op. “Ik breng zelf natuurlijk muziek uit, ik ken veel toffe artiesten en daarnaast ken ik veel mensen binnen de scene. Dus ik dacht: ‘Ja, waarom zou ik dat eigenlijk niet doen?’ Binnenkort komt de vierde release op het label er alweer aan en tot nu toe loopt het erg goed. Ik richt mij nu volledig op de muziek en binnenkort verhuis ik naar mijn vriendin in Finland. Vanuit daar gaan we zien hoe het allemaal gaat lopen.”

Er zitten nog genoeg avonturen aan te komen voor Elzinga, al heeft hij tot nu toe het nodige meegemaakt: “Het L.A.-avontuur was natuurljk fantastisch, maar ik denk dat ik de support vanuit de scene vooral als hoogtepunt ervaar. Elke keer als ik iets nieuws uitbreng of als ik iets uitprobeer wat ik zelf spannend vind, dan zijn de reacties altijd erg warm en positief. Een ander hoogtepunt was een videoband die we gemaakt hebben en live streamden via YouTube. Toen die afgelopen was, kwamen er allemaal reacties binnen van mensen die hem nog een keer wilde zien en daarna nog een keer en nog een keer. Toen hebben we hem een keer of vier keer afgespeeld en uiteindelijk lag ik pas om drie of vier uur ’s nachts in bed. Dat soort dingen vind ik echt te gek aan deze scene.”

猫 シ Corp. speelt tijdens Explore the North op vrijdagavond in De Eestroom vanaf 23:30 uur.


 

WEBSITE EXPLORE THE NORTH | FACEBOOK-EVENT | KAARTEN

De Leeuwarder synthrockers van Hilbrandt brengen vandaag hun single Rookmachine uit. Een pompende track, die een nieuw avontuur inleidt voor de band. De afgelopen tijd werkte Hilbrandt hard aan een voorstelling die voor het eerst te zien zal zijn op Explore the North, later deze maand. De voorstelling, Ravijn genaamd, vertelt een verhaal dat aansluit op de huidige tijdsgeest, over een wereld die alleen maar harder wil. We spraken frontman Laurens van der Meulen en bandlid en producer Ico Balt over hun zelfbedachte religie en de gedachten achter Ravijn.

Tekst Bente Hout
Foto’s Xanne Wijkamp

“Ik heb al langere tijd de wens om als band meer te doen dan alleen het podium te betreden, “Wij zijn Hilbrandt!” te roepen, onze liedjes te spelen en na een vlugge “Dank jullie wel!” het podium weer te verlaten”, vertelt Van der Meulen. “Of het publiek de boodschap van zo’n show wel meekrijgt, ligt dan namelijk totaal in het midden.” Dat dit in de theaterwereld heel anders wordt benaderd weet hij uit eigen ervaring. Toen hij zelf in het theater werkte viel hem op dat daar over iedere keuze werd nagedacht. Zelfs de kleur sokken van een acteur wordt bepaald vanuit een code die het verhaal van een voorstelling dient. “Alles wordt daar geënsceneerd, zorgvuldig bedacht en overwogen”, legt Van der Meulen uit. Heel anders dan in de gemiddelde popband, dus. “Ik vind de benadering van verhalen vertellen in de theaterwereld heel aantrekkelijk. Die wilde ik graag toepassen op een nieuw concept van Hilbrandt.”

De zelfverzonnen religie van Hilbrandt
Samen met zijn bandleden en met hulp van regisseur Jeek ten Velden ontwikkelde Van der Meulen een productie waarin een popconcert, theatervoorstelling en kerkdienst samenkomen. Voor zijn productie verzon Hilbrandt een eigen religie. “Het begon allemaal met de track Motor, die gaat over een motorrijder die steeds harder gaat en uiteindelijk uit de bocht vliegt”, vertelt Van der Meulen. “Dat scenario staat symbool voor de wereld waarin we leven. We hebben het allemaal over hoe snel dingen gaan, hoe hard de wereld is en dat er zoveel keuzes zijn.” Dit zijn vooral mentale ervaringen, vindt hij. “Ik wilde graag een wereld creëren waarin die snelheid heel fysiek wordt gemaakt, met een religie die juist stilstaan predikt. Wij zien onszelf met Hilbrandt tijdens onze voorstelling als dragers van die religie.” “Zoals een gospelband die in bepaalde kerken ook altijd een predikant ondersteunt, doen wij dat tijdens onze voorstelling ook”, vult Balt aan.

Ravijn: een fysieke vertaling van een mentaal proces
De naam van de voorstelling, Ravijn, heeft een duidelijk verband met de verhaallijn. “Het idee achter de voorstelling is dat er een harde wereld is waarin iedereen op een gegeven moment een ravijn in rijdt”, legt Van der Meulen uit. “Dat doen we in ons dagelijks leven ook. Het doorlopend benoemen van hoe druk we het wel niet hebben gaat vaak gepaard met een soort trots.” Balt knikt instemmend. “Eigenlijk is ‘druk zijn’ een goede brand tegenwoordig. Het spreekwoordelijke ravijn zien we in het echte leven bijna als een ultiem doel, lijkt het soms wel. We blijven maar roepen: “Ik heb het drukker dan jij!” of “Kijk eens, ik zit al bijna aan de afgrond!””

In de voorstelling volg je een hoofdpersoon, de heldin, die in tegenstelling tot iedereen in haar omgeving besluit om tot stilstand te komen nog voor ze het ravijn bereikt. “Het is een fysieke vertaling van een mentaal proces waarin iemand besluit om stil te blijven staan, maar door druk van buitenaf alsnog in de afgrond terecht komt en zichzelf daar uiteindelijk weer uit weet te verlossen”, aldus Van der Meulen.

In een band spelen met een burn-out
Is het de bedoeling dat je je bij het zien van de voorstelling bewust wordt van je eigen bijdrage aan een gejaagde maatschappij en de huidige tijdgeest waarin alles drukker en sneller moet? “Ik streef er vooral naar om iets te maken wat transformatief werkt”, zegt Van der Meulen. “Dat je als bezoeker dus anders de voorstelling verlaat dan hoe je erin kwam. En het is prima als die transformatie heel subtiel is. Ik wil vooral graag laten zien hoe bepaalde dynamieken werken en dat als we ons gedrag heel erg zouden overdrijven, zoals we in Ravijn ook doen, het ergens toe kan leiden. En willen we dat wel écht? In die zin houdt de voorstelling bezoekers hopelijk een spiegel voor.”

Diezelfde spiegel heeft Balt zelf ook voorgeschoteld gekregen toen hij zich bij Hilbrandt voegde als bandlid. “Toen ik in deze band kwam spelen was ik flink burned-out”, vertelt hij. Van der Meulen grapt: “Ik dacht: ‘Dit is het uitgelezen moment om Ico te benaderen!’ Op dat moment zat ik dus al een halfjaar thuis, met allemaal onverklaarbare klachten en deed Laurens een oproep voor een bassist”, zegt Balt. “Volgens mij moet ik hierop reageren schoot toen door mijn hoofd en weer in een band gaan spelen.” Zo geschiedde en Balt maakte kennis met het verhaal dat destijds al in het hoofd van Van der Meulen zat. “Ik kon mij daar enorm mee relaten. Het verhaal dat door Laurens bedacht was hield mij een enorme spiegel voor. Dat heeft op persoonlijk vlak dus veel voor mij betekend, maar ik denk dat het onderwerp voor veel mensen relevant is.”

Het snijvlak van inhoud en entertainment
“Relevant is het zeker”, beaamt Van der Meulen. “Ik vind het ook dat je als artiest iets te vertellen moet hebben. Hoewel ik daar wel iets milder in ben geworden en meer ruimte laat voor interpretatie. Eerder wilde ik het misschien te graag over inhoud hebben en ging dat teveel ten koste van entertainment. Ik ben langzamerhand wel steeds meer het belang van entertainment gaan inzien.” Een grote inspiratie voor Hilbrandt is Arcade Fire, een band die Van der Meulen vooral waardeert om wat ze vertellen. “Die band is erg conceptueel en hebben het altijd over belangrijke hedendaagse zaken, maar geeft ook gewoon heel entertainende shows.”

Een cruciaal moment voor Van der Meulen was het optreden van Arcade Fire op Best Kept Secret. “Op een bepaald moment in de set riep Win Butler (frontman, red.) naar het publiek dat ze hun telefoon in de lucht moesten houden”, vertelt hij. “En ik dacht alleen maar: wat gaan we nou beleven? Dit is mijn favoriete band om de inhoud en ineens gaan ze hier aan een soort massa entertainment doen met telefoons!” Zijn verontwaardiging verdween als sneeuw voor de zon toen de band na dit moment Neon Bible inzette. “Die track gaat over dat technologie een religie is geworden. Dus daardoor veranderde de context en keek ik ineens met heel andere ogen om mij heen. Dat vond ik verschrikkelijk knap.” Op dat moment besloot Van der Meulen dat ook hij zich als artiest meer wilde gaan begeven op het snijvlak van inhoud en entertainment. “Ik wil bezoekers iets kunnen laten ervaren zonder een track te moeten inleiden met een droge inleiding van het onderwerp.”

Rookmachine
De single Rookmachine, met Roelie Vuitton, vertelt over één van de factoren die kan leiden naar het ravijn. “In de single schetsen we een club, waarin je een gevoel van saamhorigheid ervaart”, zegt Balt. “Toch weet je niet precies wie de mensen zijn die om je heen dansen, want je kent ze niet, en door de rook kun je ze niet goed zien.” De rook staat in dit geval symbool voor social media. “Er is zoveel ruis op de lijn door social media. We denken in verbinding met elkaar te zijn, maar is dat nog wel zo? Er zijn veel factoren in de wereld die ons drijven om constant harder te willen gaan, dit is er zeker één.”

“Kijk, uiteindelijk gaat dit hele verhaal over geluk”, besluit Van der Meulen. “Het klinkt misschien heel soft, maar ik wil gewoon dat iedereen gelukkig is. Dat zou in theorie ook moeten kunnen. Hoe kan het dan toch zó moeilijk zijn in praktijk? Die vraag, daar zijn heel veel antwoorden op. Ik denk dat het begint met de realisatie dat je best gelukkig mag zijn, en ook best wat rustiger aan mag doen. Het hóeft niet allemaal beter, sneller en anders. Je bent al af.”

De voorstelling Ravijn gaat op 23 november in première op Explore the North in Leeuwarden en is daarna op verschillende plekken in Nederland te zien.


Onze worm-koningen van Iguana Death Cult zijn terug met hun tweede album Nude Casino, vorige week uitgebracht op Amerikaans label Innovative Leisure. Genoeg reden om met frontman Jeroen Reek in een van zijn favoriete plekjes: de Wunderbar in Rotterdam, te kletsen over de betekenis achter zijn teksten, depressie en ADHD, en nummers opnemen met apparatuur dat slechts bij elkaar gehouden wordt door pure wilskracht en duct tape.

Als Jeroen aan komt lopen staan zijn nuchtere houding en lieve blik in stark contrast met de reden waarom hij hier is. Iguana Death Cult is namelijk met twee goed ontvangen platen en een breed assortiment aan grote podia achter de kiezen zeker geen beginnende band meer. En dat de band nu internationaal gaat met Nude Casino, is een grote stap in hun carrière. Maar als ik Jeroen vraag of het voelt alsof hij het gemaakt heeft wuift hij dat bijna weg. “Dat gevoel dat we het gemaakt hebben zal ik niet snel krijgen denk ik. We werken hard om proberen zo ver te komen als we kunnen, maar we nemen onszelf nog steeds niet al te serieus”, zegt hij. Maar de rest van de wereld doet dat blijkbaar wel. Zo erg dat we tussen het interview door nog onderbroken worden door een jonge fan die enthousiast vertelt dat hij ze nog live heeft gezien en zelf ook gitaar speelt. “Dat is toch altijd wel schattig”, lacht Jeroen terwijl zijn fan zich weer aansluit bij zijn vrienden. 

Waar debuutplaat The First Stirrings of Hideous Insect Life een zalig consequente reis van wazige rocktunes was, brengt Nude Casino een helderder geluid en veel meer variatie met zich mee. De nummers zijn stuk voor stuk mooie, gekke of verdrietige verhalen die Jeroen van zich af heeft geschreven in een poging meer rust te creëren in de chaos in zijn hoofd. “De ene dag ben ik super vrolijk en schrijf ik een liedje over wiet roken (Liquify). De andere dag wil ik voor de trein springen en dan gaat het daarover”, vertelt hij. Hij blijkt er geen enkel probleem mee te hebben om hier in de Wunderbar de rest van het verhaal achter de plaat met mij te delen.

Hoe is het vandaag?
“Het gaat goed, ik kom net van een schilderklus. Dat doe ik samen met mijn vader.”

Eerst even je day job als schilder afmaken, en dan gelijk door naar je rockster interview. Het is bijna alsof je een dubbelleven aan het leiden bent.
“Dat schoot toevallig net ook door mijn kop heen. Soms voelt het zelfs alsof ik drie levens tegelijk aan het leiden ben. Ik ben van mezelf ook nog eens erg chaotisch dus dat versterkt het gevoel alleen maar.”

Waar iedereen het over heeft, is jullie opvallend nieuwe sound. Zijn jullie daar bewust naar op zoek gegaan?
“Dat is gedeeltelijk ontstaan tijdens het opnemen. We gingen langs bij Niek van Duct Tape Studio in Rotterdam. Hij neemt al op sinds zijn zevende en hij is nu echt een soort mad professor met allemaal rare trucjes. Hij heeft hele mooie tapemachines en versterkers staan, maar ook een heleboel verrotte shit dat met duct tape bij elkaar is geplakt. Hij komt dan aan met een of ander mengpaneel dat half uit elkaar valt, stuurt daar mijn gitaargeluid naartoe en dan komt er ineens een heel tof distorted geluid uit dat super uniek is.”

Er zit nu trouwens ook een vijfde Iguana bij de band: Jimmy de Kok! Hoe is dat ontstaan?
“Voor het zingen en afmixen van de plaat gingen we naar Paf Studio van Marcel Fokkers en Dave von Raven van The Kik. Nou, zoals de jongens van The Kik eruit zien, zo ziet de studio er ook uit. Het is net alsof je de jaren zestig instapt. Oude telefoons, vintage tapijt en mooie apparatuur. Daar stonden allerlei instrumenten zoals klassieke orgeltjes en zelfs een vibraphone. Daar zijn we toen mee gaan kloten en dat vonden we zo vet dat we het hebben toegevoegd aan onze nummers. Dat moesten we natuurlijk wel live kunnen overbrengen, dus vandaar de nieuwe Iguana.”

Jimmy is nu dus de orgel en andere gekke instrumenten-speler?
“Hij is onze multi-instrumentalist inderdaad. Hij doet percussie, akoestisch gitaar, triangel. Een beetje van alles. Hij heeft echt een leuke rol in de band en is een grote aanwinst. We zijn echt een band van vrienden dus we wilden iemand die erbij past. Dat is voor ons belangrijker dan iemand van het conservatorium die met zijn voeten kan spelen, maar waar we geen klik mee hebben.”

Mijn persoonlijke favoriet is Castles In The Sky, ik ga toch even deze kans pakken om je te vragen wat het verhaal daarachter is.
“Castles gaat over dat ik kinderfoto’s aan het terugkijken was. Ik was als tiener best vervelend en agressief thuis. Ruzie zoeken met mijn ouders. Opstandig, zoals veel tieners zijn. Ik heb daar een tijd lang heel veel spijt van gehad. Ik heb hele lieve ouders die alles voor mij gedaan hebben wat ze konden. Toen keek ik naar mezelf als zevenjarig jongetje, een schattig manneke, en mis ik mezelf van die tijd. Toen ik nog achterin de auto zat te doen alsof wolken kastelen waren.”

Ben je nu heel erg veranderd als persoon?
“Jazeker. Ik ben niet meer zo boos, en maak mij minder druk om dingen. Ik heb vooral wat meer ballen gekregen. Dan is het ook niet meer nodig om heel stoer en agressief te doen, dat komt vaak alleen maar voort uit onzekerheid.”

De vorige keer dat ik je sprak hadden we het nog uitgebreid over de liefde. Daar heb ik op Nude Casino eigenlijk niks over gehoord.
“Zeker niet. Het gaat alleen maar over mijn eigen ellende. Ik heb dat allemaal een beetje van me afgeschreven, maar dan zonder er al te veel bij na te denken. Pas toen de plaat af was realiseerde ik mij dat ik het eigenlijk tegen mezelf had. Ik was mezelf aan het kalmeren.”

Heb je dat nodig dan? Wat extra kalmte?
“Toen wel ja. Het is heel lang niet goed gegaan. Ik had last van depressie, piekeren en angsten. Wat bijna iedereen heeft tegenwoordig. Het is heel erg een welvaartsaandoening denk ik. Vroeger had je de tijd helemaal niet om bij dat soort dingen stil te staan. Dan was je gewoon bezig met overleven. Maar nu hebben we zoveel luxe, zelfs als arme student heb je het nog goed. We hebben veel te klagen, en het kan natuurlijk altijd beter, maar het kan ook een stuk slechter.”

Onze samenleving lijkt er inderdaad bijna op gemaakt om ons in een depressie te duwen.
“We leven heel erg in een prestatiecultuur. Iedereen moet van alles bereiken en als je het niet redt word je daar ook down van. Daar heb ik zelf ook last van gehad. Mijn ouders zijn helemaal niet pushy, maar vroeger op school hoorde ik wel altijd: ‘Jeroen, je bent een slimme jongen, maar je moet je gewoon wat meer concentreren.’ Maar daarnaast moet het schoolsysteem je ook liggen. Ik paste daar gewoon niet in.”

Je hebt het wel eens over je hyperactiviteitsstoornis gehad maar daar is nooit heel erg op ingegaan. Is dat waarom je niet in het systeem past?
“Dat vind ik wel interessant. Voorheen wilde ik het er niet over hebben omdat ik niet in ADHD geloof. Of laat ik het zo zeggen, ik geloof wel dat het bestaat, maar ik vind niet dat het een aandoening is. Ik vind het meer een persoonlijkheidsbeschrijving, of zelfs een superkracht. Sommige mensen zijn gewoon snel afgeleid en hebben veel energie of zijn creatief. Ik vind het bizar dat we die kinderen dan een milde vorm van speed gaan geven, want dat is wat Ritalin is, zodat ze in het schoolsysteem passen en later een negen tot vijf-baan kunnen nemen.”

Hoe was het zelf voor je om medicatie te gebruiken hiervoor?
“Ik heb het maar twee maanden geprobeerd. Ik kon mij toen heel goed concentreren maar ik raakte mezelf helemaal kwijt. Voorheen lachte ik en sprak ik heel veel, misschien te veel, maar ik had het in ieder geval naar mijn zin. Die jongen vond ik eigenlijk best een leuke jongen, en toen was ik ineens medicatie aan het nemen om een soort saaie versie van mezelf te worden.”

Dus toen ben je er maar mee gestopt?
“Na een maand medicatie kwam ik terug voor een evaluatiegesprek en vertelde ik dat ik er een beetje angstig van werd. ‘Dan kun je dit erbij nemen’, zeiden ze. ‘Daar word je lekker rustig van.’ Nog een maand later vertelde ik dat ik van die nieuwe medicatie wat neerslachtig werd. ‘Oh, dat is normaal. dan schrijven we je nog even een antidepressiva voor.’ Toen was ik ineens met de ene pil de andere aan het bestrijden. Ik had er zo’n slecht gevoel bij dat ik het nieuwe recept niet eens opgehaald heb. Ik heb alles weg gedonderd en ben gewoon een zakje wiet gaan halen.”

Hoe was het om echt te gaan zitten en in je gevoelens te duiken voor de nieuwe plaat?
“Het was heel therapeutisch. Het heeft vooral een proces in werking gezet waarin ik beter voor mezelf ging zorgen. Depressie is vaak ook wel een kwestie van je schouders eronder zetten. Die werkethiek heb ik van mijn pa meegekregen. Ik kom uit zo’n Rotterdams ‘hard werken en niet zeiken’-mentaliteit. Zo deed ik dat met schrijven bijvoorbeeld ook. Op mijn vrije dagen zet ik de wekker evengoed om zes uur s ’ochtends. En dan meteen een schrift pakken en alles uitkotsen wat er in mijn hoofd zit. Schrijven is ondertussen echt een passie van mij geworden.”

Had je het eerst niet zo met schrijven?
“Ik vond het in het begin super moeilijk, maar ik ging destijds de teksten schrijven omdat ik nou eenmaal de zanger was. Op onze eerste plaat is de zang ook overstuurd en vol galm, dat versta je eigenlijk niet.”

Inderdaad. Ik heb super vaak naar jullie eerste plaat geluisterd, maar ik heb eigenlijk geen idee waar het over gaat.
“Ik ook niet. Maar nu dat ik tevreden ben over mijn teksten heb ik er ook voor gezorgd dat je die kunt horen. Vandaar dat de zang nu veel helderder klinkt.”

Nou, we hebben het ondertussen uitgebreid over al je issues gehad. Hoe vind je dat?
“Ja ik vind het bijna een beetje egocentrisch om het altijd over je eigen gezeik te hebben, maar omdat ik er nu per ongeluk een heleboel nummers over heb geschreven moet ik wel.”

Waar zou je het naast je eigen gezeik over willen hebben dan?
“Op de volgende plaat bijvoorbeeld? We gaan het zeker niet eeuwenlang over mijn depressie hebben. Ik voel mij nu ook niet meer depressief. Ik heb me de laatste drie maanden nog nooit zo sterk of gelukkig gevoeld.”

Wat fijn! Je bent nu ook al met de nieuwe plaat bezig toch?
“Hoe weet je dat?”

Telepathie.
“We hebben al een half album aan potentieel nieuw materiaal liggen inderdaad. Dat gaat net als Nude Casino weer een hele andere plaat dan de vorige worden. We blijven groeien en onszelf uitdagen. Maar verder ga ik daar nog niet te veel over zeggen.”

Gelukkig hebben wij nu nog een splinternieuwe plaat om ons tot die tijd bezig te houden. Luister hem hieronder!


Voor veel mensen in Nederland komt ‘ie wellicht een beetje uit de lucht gevallen: de 22-jarige Simon de Wit schrijft in z’n studiootje in Groningen zomerse popmuziek onder de naam Blanks. Zijn 80’s-cover Old Town Road (oorspronkelijk van Lil Nas X & Billy Ray Cyrus) ging viral in Amerika en hij tikte onlangs de miljoen volgers aan op YouTube.

Tekst Bente Hout
Foto’s Jantina Talsma

In januari staat Blanks op Eurosonic/Noorderslag en vandaag kondigt hij zijn eerste headline show in Paradiso aan. Reden genoeg om eens even een bezoek aan hem in Groningen te brengen, dachten we. Simon de Wit ontvangt ons op het kantoor van zijn management. Dat management, dat heeft ‘ie wel nodig. “Het is ongelofelijk snel gegaan, het afgelopen jaar”, lacht hij. Zelf zit hij het liefst in zijn studio, dus komen de extra handjes heel goed van pas bij het beheren van een ontploft YouTube-kanaal en een eerste headline tour op komst.

(Het artikel gaat door onder de foto)

Van nul naar miljoen volgers op YouTube
We krijgen een kop koffie voorgeschoteld en ik vraag De Wit naar zijn achtergrond. Ook ik ben nog niet zo lang bekend met het bestaan van Blanks. “Ik begon op YouTube, een aantal jaar geleden, met de wat meer standaard vlogger-insteek”, vertelt hij. Al sinds zijn tiende maakt en monteert hij filmpjes. In eerste instantie vulde hij zijn YouTube-kanaal met items waarin hij bijvoorbeeld tien tips voor de ideale zomervakantie geeft. “Maar dat raakte ik al snel beu”, lacht hij. En dus besloot hij zijn tweede grote hobby, muziek maken, te betrekken in zijn filmpjes. “Ik bedacht een paar muzikale concepten voor YouTube. Zo maakte ik bijvoorbeeld popliedjes na in één uur tijd, of gaf ik ze een genre-swap naar de jaren tachtig.”

De keuze voor een muzikale insteek van zijn YouTube-kanaal bleek een gouden zet te zijn. De Wits covers van liedjes van onder andere Ariana Grande en Post Malone behaalden binnen no-time torenhoge kijkcijfers en zijn jaren tachtig-cover van Old Town Road ging viral in Amerika. “Op het moment dat ik merkte dat mijn video’s in Amerika werden opgepikt, ben ik geswitcht van Nederlands naar Engels”, legt hij uit. En dat bleek de laatste stap te zijn om een gigantische groei door te maken in internationale volgers. Onlangs bereikte zijn kanaal een miljoen abonnees.

Co-writing met 250.000 Instagram-volgers
Naast covers werkt De Wit in de tussentijd aan zijn eigen muziek. Afgelopen vrijdag verscheen zijn vijfde single Bittersweet. Ook deze kwam op een bijzondere manier tot stand. Blanks bespeelt ongeveer ieder instrument en produceert zijn eigen muziek, maar bij het schrijfproces besloot hij zijn 250.000 Instagram-volgers te betrekken. Zo deelde hij iedere muzikale keuze die hij maakte in zijn stories op Instagram en vroeg hij zijn volgers om hun mening en input. “Ik vraag mijn volgers dan bijvoorbeeld of ze liever gitaar of keys in het liedje willen horen, maar ook of ze een bepaalde zanglijn wel of niet mooi vinden, of een stukje van de lyrics willen schrijven.”

Ik merk dat het concept me intrigeert. Want als je je volgers zo’n grote vinger in de pap laat hebben, verlies je dan niet heel snel je eigen artistieke identiteit? “Ik zie het meer als een grote emmer waar iedereen een briefje in mag gooien. Ik check zoveel mogelijk briefjes, maar selecteer uiteindelijk alleen degenen die ik leuk vind. Zo blijf ik wel in control”, aldus De Wit. Een bijkomend voordeel is wellicht dat zijn volgers ook fan zijn en over het algemeen dus enthousiast reageren op wat hij maakt. Als ik zijn stories bekijk valt me op dat hij vaak vragen stelt zoals ‘vinden jullie deze gitaarlijn mooi?’ en vervolgens tachtig procent van zijn volgers op ‘Ja!’ stemt. De Wit lacht. “In principe vinden mijn volgers inderdaad alles leuk wat ik doe. Er is bijna nooit iemand die zegt: ‘Dit is niet leuk, verzin eens iets anders!’”

Naast muziek laat De Wit zijn volgers ook mee bepalen tijdens het maken van een videoclip. Zo mochten ze bij de clip van zijn single Higher invloed uitoefenen op het script. “Ik ging een dag op pad om de clip te schieten en stelde gedurende de dag steeds vragen in mijn stories”, legt hij uit. “Dan vroeg ik mijn volgers bijvoorbeeld of ze wilden dat ik zou gaan rollerskaten of hiken, zou gaan shoppen of dineren. Op die manier konden ze zelf de verhaallijn in mijn clip sturen.” Het totaalproduct van zijn singles met clips is volgens De Wit door deze werkwijze niet alleen van hem, maar ook van zijn volgers, en daardoor voelen zij zich betrokken.

(Het artikel gaat door onder de foto)

Het behouden van een artistiek gezicht
Ik vraag me af wat hij dan zou doen als er wél een keer kritische reacties binnenstromen. “Die dag zal vast komen”, voorspelt De Wit lachend. “En dat lijkt me heel spannend. Het zou mijn schrijfproces wel meer spice geven, denk ik. Voor mijzelf wordt dan ook de grote vraag: tot in hoeverre laat ik mijn volgers inspraak hebben? In the end ben ik de artiest en wil ik mijn eigen artistieke gezicht kunnen blijven behouden en beschermen. Ik verwacht dat mijn volgers dat ook zullen begrijpen.”

De Wit ontwikkelt zich tot een heel nieuw soort artiest, met nieuwe werkwijze en een nieuwe benadering van interactie met zijn publiek. Hoewel het natuurlijk perfect in de huidige tijdgeest past, lijkt het mij vooral vermoeiend om zowel muzikant als YouTuber te zijn. We weten immers allemaal hoe snel het YouTube-wereldje zich ontwikkelt. Tegelijkertijd kost muziek maken en uitbrengen juist veel tijd.

“Daar zit voor mij ook echt een grote uitdaging. Gelukkig is snelheid over het algemeen wel mijn ding. Toch blijft het lastig om twee verschillende markten te bespelen. De online markt gaat inderdaad heel snel. Als je te lang wacht, zijn tien anderen je al voor. Voor de traditionele markt, dus bijvoorbeeld het uitbrengen van een album of het gedraaid worden op de radio, moet je juist ver vooruit plannen.” Op dit moment is De Wit achter de schermen bezig met serieuze ontwikkelingen als muzikant. “Ik kan dus niet meer compleet spontaan iets op Spotify zwengelen zoals ik dat eerder misschien gedaan had. Ik moet met meer planning en strategie te werk gaan.”

(Het artikel gaat door onder de foto)

Blanks de YouTuber vs. Blanks de muzikant
Als ik hem vraag wie de lead heeft, Blanks de YouTuber of Blanks de muzikant, is hij daar direct heel duidelijk over. “Ik zie mezelf echt als een muzikant die zijn socials benut om zijn muziek te verspreiden. YouTube is een mooie springplank, maar het allerliefst maak ik muziek.” Kort geleden werd Blanks aangekondigd op Eurosonic/Noorderslag. Hij ziet deze shows als het begin van een jaar met nog meer focus op muziek. “Vandaag kondigen we mijn eerste headlineshow in Paradiso aan. We werken momenteel aan een hele headliner-tour door Europa en Amerika. Dat is het streven.” Natuurlijk krijgen ook zijn volgers hun zegje in de tour. “Het concert zelf krijgt een interactief tintje, en daarnaast mogen mijn volgers ook helpen bepalen waar ik kom spelen. We stippelen de route samen uit.”

Naast Bittersweet zal hij vooral liedjes spelen die hij zonder input van zijn volgers geschreven heeft. “Ik blijf boven alles een muzikant. Dus ik neem ook de vrijheid om gewoon liedjes te schrijven in mijn studio, achter de schermen”, zegt De Wit. “Natuurlijk vind ik het spannend of mijn volgers deze liedjes ook leuk gaan vinden, als ze er zelf geen input in hebben geleverd. Maar ik gok dat als zij het cool vinden wat ik doe, ze mijn nieuwe muziek ook zullen waarderen. En ik zal ze natuurlijk wel blijven meenemen in mijn studio proces, zodat ze er alsnog een beetje bij zijn geweest.” Zijn ultieme doel? Muziek schrijven die fijne herinneringen oproept. “Hoe mooi zou het zijn als iemand een liedje van mij luistert en daardoor meteen terugdenkt aan die ene zomer met zijn vrienden. Dat ik dus eigenlijk een soundtrack heb geschreven voor zo’n herinnering. Daar mik ik op.”

De kaartverkoop voor Blanks in Paradiso start maandag 28 oktober, met een exclusieve pre-sale op zaterdag 26 oktober voor bezoekers van zijn instore fan meetup in Concerto Amsterdam.