Scandinavische invasie deze week tijdens ons uurtje op Pinguin Radio. Zo draaiden we de nieuwste single van de Zweeds-Amerikaanse noisepop-band FEWS. Waar we de band vorig jaar nog presenteerden in Q-Factory, doen de jongens het volgende maand helemaal zelf in V11. Ook de dromerige indie-pop van Black Beach Baby – een band die tevens zijn oorsprong vindt in Zweden – mocht niet ontbreken.

Heel Engeland is ondertusse fan van Horsey en nu is het tijd voor Nederland om in die voetsporen te treden. Met de nieuwste single Bread & Butter kan er niet zo veel fout gaan. Ook Foxygen trakteerde ons recent op nieuwe muziek in aanloop naar de nieuwe plaat, al wisten we niet meteen wat we van Livin’ A Lie vonden.

Verder waren ook nieuwe nummers van Weval, Cage The Elephant en Girlpool te horen. We maakten het je alvast zo makkelijk mogelijk en verzamelden alle nummers in een playlist die zoals altijd te vinden is op Spotify.

  1. FEWS – More Than Ever
  2. Cage The Elephant – Ready to Let Go
  3. Weval – Are You Even Real
  4. Horsey – Bread & Butter
  5. Black Rain – Computer Souls
  6. Jessica Pratt – Fare Thee Well
  7. Foxygen – Livin’ a Lie
  8. Black Beach Baby – Loser
  9. Stella Donnelly – Lunch
  10. The Proper Ornaments – Please Release Me
  11. Girlpool – Pretty
  12. Wand – Scarecrow
  13. Litte Simz feat. Cleo Sol – Selfish
  14. Stephen Malkmus – Viktor Borgia

Vergeet niet de playlist te volgen op Spotify, dan ben je altijd up-to-date! 

Volgende week dinsdag zijn we weer te horen op Pinguin Radio, zoals altijd vanaf 21:00 uur!


10 april staat Weval in een uitverkocht Paradiso. En dat is niet zomaar. Het duo is al lang geen onbekende meer en weet met zijn gebalanceerde, donkere elektronica zowel de techno liefhebber als de indie enthousiast mee te slepen. In 2017 verscheen voor het laatst iets nieuws van de mannen. Nu, twee jaar later, is het nog even wachten op het nieuwe album, maar in de tussentijd vermaken we ons met nieuwe single Are You Even Real. 

Harm Coolen en Merijn Scholte Albers ontmoetten elkaar in 2010 op de HKU. Een liefde voor synthesizers bracht de twee samen en na drie jaar was daar de eerste EP. Na nog eens drie jaar later en enkele EP’s verscheen het gelijknamige debuutalbum Weval. Een album vol minimale, donkere elektronica met een enorme bak galm en dromerige, herhalende vocals.

Weval werd in Nederland goed ontvangen, maar ook in het buitenland bleef het album niet onopgemerkt. Pitchfork bekroonde het debuut met een dikke 8. Het Amsterdamse duo stond op festivals als Lowlands, Best Kept Secret, Down The Rabbit Hole, PITCH, REC en tourt al geruime tijd zo’n beetje de hele wereld af. Weval timmert duidelijk hard aan de weg en negen jaar later is de vlam nog lang niet opgebrand. Onder Keulens label Kompakt brengt het duo op 1 maart album The Weight uit.

Are You Even Real is na Heaven, Listen de tweede single van de nieuwe plaat. Het nummer is dromerig en donker, maar tegelijk een stuk meer poppy dan wat we van Weval zijn gewend. Een weeë zanglijn (die in de verte doet denken aan Thom Yorke), de minimale elektronica, de lo-fi drummachine en warme analoge synths gaan hand in hand. Samen is het een langzaam voortkabbelende, maar solide soundscape, die gekenmerkt wordt door echoënde zang: ‘Are you even real?’.

Vorig jaar maakte we een duidelijk statement in onze reportage over REC. Festival: rock-’n-roll is dood, leve de rock-’n-roll. Het genre is absoluut rock-’n-roll is niet voorbehouden aan gitaren. We zagen vernieuwende en experimentele muziek op een niveau waar genres eigenlijk niet meer te onderscheiden waren. Dit jaar kozen we weer voor het experiment en doken we de vrijdagavond in van deze derde editie van het festival.

Als de duisternis is gevallen, gaat het licht aan op REC. Dat begint bij Perron. Dat is eigenlijk wel een unieke plek. Het cultuurpodium dat in 2011 gevestigd werd was voorheen een postcentrum. Het ging dicht en toen ging het voor de eerste editie van REC. in 2016 tóch weer een keertje open. En toen zou het dichtgaan, maar toch echt weer definitief open. De plek staat ondanks zijn diverse programmering echt bekend als technokot en dat is het deze avond ook. Min of meer. Want bij onze binnenkomst om halfzeven is Ma Spaventi bezig om bezoekers te teleporteren naar zijn planeet met zijn ambient experimental live set. De rode lichtstralen die uit het plafon komen lijken zo uit een sci-fi te komen. Ondertussen schiet Spaventi basgolven uit over de zaal. Je kunt de metalen constructies in het gebouw horen bewegen als hij aan de knoppen draait. Echter dansen de bezoekers nog niet echt, die gaan ontspannen zitten op de banken die tegen de muur zijn geplaatst. Misschien is dat ook wel the right thing to do om te doen op deze ambient. ‘Here we come’, zegt een sample van de deejay ons. Echter verwachten we eerder een landende ufo in deze zaal dan een beat die landt.

Ma Spaventi

 

De beat!
De mensenmassa blijkt namelijk heel ergens anders te zitten: bij Lövestad in Annabel. De beat ook trouwens. Wat ook meer is, is het aantal mensen én instrumenten vermeerderd. Het duo bestaande uit Jørgen Hvirring & Sjors Lammertink heeft een gigantische installatie bestaande uit een flink aantal synths om zich heen gebouwd. Het klinkt vrij tropisch en soms zelfs vrij jazzachtig door de klanken van de toetsen en saxofoons.

We wandelen het parkeerterrein over om weer even terug naar Perron te gaan, waar het donker is. Die duisternis wordt onderbroken door de lasers. Juist: Nick Verstand & Boris Acket zijn daar bezig. De klanken die de twee produceren laten zich het best omschrijven als een golvende ruis waar tussendoor industriële geluiden zijn te horen. Alsof Einstürzende Neubauten zorgt voor de beat. Soms slaat het geluid om een techno-achtige beat, maar ook dit is iets van onder de brede paraplu die ambient heet. Hoe dat ritme ook mag klinken, echt veel activiteit komt er niet in de zaal. Mensen blijven rustig op de bank zitten of proberen de lasers te onderbreken.

Lövestad

 

Nick Verstand & Boris Acket

 

Nick Verstand & Boris Acket

 

Knarsende en klakkende takken
Gidge
zijn ritmes klinken juist weer heel natuurlijk. Achter de setup in Annabel tonen de instrumenten van de twee Zweden zich: de bossen van  hun woonplaats Umeå. Daar probeert Gidge je ook mee naartoe te nemen in hun muziek. De beat klinkt alsof je het bos in vlucht, je hoort knarsende en klakkende takken, druppels water en een stem die bijna om hulp lijkt te roepen. Hoe experimenteel dat ook mag klinken, het publiek lijkt het prima te snappen en het tweetal ontvangt dan ook veel applaus.

Gaan we weer even terug naar Perron, waar de zaal tijdens de technoset van VC-118A weer wordt gebruikt waarom deze bekend staat. Stevige techno inclusief drukke lichtshow. Slechts één persoon op de vloer lijkt het op dit vroege uur al te snappen: deze muziek is gemaakt om in extase op te dansen.

 

Gidge

 

Moody techno
Weval
gaat er ondertussen voor en zet gewoon een dikke geluidsmuur neer in de Annabel. Het Amsterdamse duo bouwt met dikke beats tussen vette lagen synthesizers en doet precies waarvoor de band naar REC. is gehaald: een vette show neerzetten. Onze avond eindigt voor nu met Conforce in Perron. De Londenaar noemt zijn muziek zelf moody techno. Wij vonden het veel weghebben van triphop zonder vocalen. Het klinkt soms bijna analoog. Er zijn momenten dat je je afvraagt waar die basgitarist of drummer zich verstopt.

Weval

 

Doorhalen
Wij groeten iedereen die hier de nacht gaan doorhalen, want die gaan een programma tegemoet dat tot in de vroege morgen doorgaat. We mogen in ieder geval concluderen dat de toekomst op deze vrijdagavond tijdens REC. 2018 kei-, maar dan ook keihard gevierd werd. En dat zonder de classics van de elektronische genres uit het oog te verliezen.

Na drie dagen Eurosonic zijn de meeste internationale gasten uit Groningen verdwenen en is er alleen nog Noorderslag. In de als altijd stijf uitverkochte Oosterpoort krijg je traditiegetrouw een totaaloverzicht van wat er op dit moment aan Nederlandse muziek te vinden is en uiteraard wordt de Popprijs uitgereikt.

Een nieuwe traditie op Noorderslag zijn all star-formaties met eerbetonen. Vorig jaar werd de Surinaamse muziek in het zonnetje gezet en dit jaar zijn het de Parels uit de Jordaan. In de Kleine Zaal staat een koor, er is een piano en een mooie accordeon. Om de beurt komen artiesten liedjes uit de Amsterdamse volkswijk zingen. Natuurlijk is het kneuterig, maar de smartlappen en volksmuziek zitten zo diep het DNA verankerd dat iedereen voor de bijl gaat. Je kunt niet anders dan breeduit lachen als je de theatrale Wende Sneijders hoort zingen en hard applaudisseren als Willeke Alberti zegevierend het podium opkomt. (BB)

In de Kelderzaal is het druk bij Linde Schöne. Ze maakt Nederlandstalige R&B, maar speelt tevens nummers begeleid door akoestische gitaar. Ze heeft een zwoele stem vol soul en een snik op zijn tijd. Helaas zijn de teksten niet altijd even goed te verstaan. Haar Nederlandstalige cover van een nummer van Etta James maakt de meeste indruk en dat geeft te denken over het niveau van de rest van haar nummers. Er gebeurt te weinig op het podium. Een band erbij zou zowel de muziek als de presentatie een stuk interessanter maken. (AR)

Welk effect een dergelijke toevoeging kan hebben, bewijst Kim Janssen. Hij speelt nummers van zijn nieuw te verschijnen plaat en zijn band pakt flink uit met cello, viool, trompet en lapsteel. De dromerige folkrocknummers krijgen een prachtige opbouw en diepgang, die bij momenten leidt tot emotioneel beladen climaxen. Janssen zingt afwisselend uitbundig en berustend en maakt zowel in het hoge als het lage vocale spectrum indruk. Het is de eerste keer dat de band samen optreedt, waardoor het soms zoeken is naar ontspanning in het spel. Kim Janssen geeft een fraai optreden, met uitstekende, beeldende songs. (AR)

Pip Blom is een Amsterdamse die haar gitaarliedjes in eigen beheer uitbrengt. Negentien is ze en dat zou je niet zeggen als je haar en haar band hoort spelen. De wrakke popliedjes zijn enorm catchy en zitten meer dan goed in elkaar. Er zijn dreinerige gitaarlijntjes en een plompe bas, die bij elkaar worden gehouden door uitgekiende zanglijnen. Bloms wens is om ooit op Glastonbury te spelen. Als ze zulke leuke garagepop blijft maken is het geen onrealistische gedachte dat dat ook gaat gebeuren. (BB)

Jeangu Macrooy begint zijn concert met a capella zang tussen het publiek, waarbij zijn prachtige soulvolle stem al meteen tot volle wasdom komt. Maar het is allerminst zoetgevooisde soul wat hij en zijn band ten gehore brengen: in zijn liedjes komen jazz, reggae, blues en folk langs. De ontspannen ogende Macrooy heeft het duidelijk naar zijn zin en het publiek eet uit zijn hand. Hoogtepunt is een geheimzinnig darkfolknummer, waarin hij doeltreffend op het gemoed inwerkt. De grote variatie in zijn set kan echter niet verhullen dat niet elk nummer even sterk is. (AR)

Even later in de Bovenzaal heeft Aafke Romeijn ruzie met het geluid. “Nou, dan moeten we maar met een brom spelen,” zegt ze. Romeijn en band laten zich er niet teveel door afleiden. De popliedjes komen bijna rechtstreeks uit de jaren ’80, met veel synths en electro. Soms springerig en bij momenten best vermakelijk. De meerwaarde zit in de knap geschreven teksten. Vaak humoristisch, soms beschouwend maar altijd intelligent en intrigerend. Over Jörg Haider gaat het en in Alles Went neemt ze de de hipstergeneratie en misschien ook zichzelf wel op de hak. (BB)

The Kinks zijn een grote inspiratiebron voor het Rotterdamse The Jerry Hormone Ego Trip. Ondersteund door een in kekke streepjesshirts gestoken band, gaat de frontman aan de haal met beat uit de jaren zestig. De muzikale begeleiding staat duidelijk in dienst van de teksten van de soms recalcitrant acterende frontman, zodat met name de gitaren wat betreft rauwheid te veel laten liggen. Het neemt niet weg dat The Jerry Hormone Ego Trip een onderhoudend en bij vlagen enerverend optreden geeft, dat gaandeweg het concert steeds beter wordt. En die soms absurde teksten, die zijn prachtig. (AR)

Het uitreiken van de Popprijs is het grote moment van de avond. 3FM-dj Frank van der Lende mag de prijs uitreiken en als hij het podium oploopt giet hij een biertje over zijn hoofd. “Dan is het ook klaar met dat gedoe over die bierdouche.” De winnaar is Martin Garrix en daar kun je het moeilijk mee oneens zijn. Uit de zaal volgt na een opvallend tam applaus een videofilmpje waarin Garrix vertelt hoe trots hij is. Hij vindt het jammer dat hij er niet bij kan zijn. Maar ja, hij zit in Schotland om een videoclip op te nemen. (BB)

Jett Rebel mag het vrijgekomen plekje invullen en dat doet hij prima. Jett Rebel presenteert zich als een rockster, hij gedraagt zich als een rockster en daarmee ís hij er ook één. Jelte Tuinstra -zo heet ‘ie in het echt- hunkert naar de aandacht van een groot publiek en vice versa: de fans gaan uit hun dak. De echt niet ongetalenteerde muzikant maakt trouwens wel heel obligate muziek. Het mengelmoesje van pop, rock en soul bestaat uit kleur- en karakterloze liflafjes. Dat doet verder niet ter zake natuurlijk: bij een echte rockster gaat het niet om wat er gebeurt, maar om hoe het er uit ziet. (BB)

Bastiaan Bosma kennen we nog van de gabberpunkformatie Aux Raus, de band die een spoor van muzikale vernieling trok over de vaderlandse podia. Tegenwoordig waagt hij zich met MICH aan postpunk en het oogt nogal onwennig wat de band laat horen, mede door de wrakkige geluidsafstelling. Bosma blijkt geen bijzonder getalenteerd zanger en ondersteunt de nummers met dezelfde maniertjes die hij bij Aux Raus al etaleerde. Het optreden wordt gered door de uitstekende gitariste, die prachtige wavelijnen uit haar instrument tovert. (AR)

Mozes and the Firstborn stond in 2013 ook op Noorderslag en is sinds die tijd behoorlijk gegroeid. Op tweede plaat Great Pile of Nothing wordt de garagerock ingewisseld voor een jaren negentig-rockgeluid. Mooie, herstige gitaarpop met het hart op de tong. In de Binnenzaal worden die mooie liedjes een beetje ontsierd als een gitaarversterker het begeeft en de band moet improviseren terwijl het ding gerepareerd wordt. Als alles weer werkt gooien ze de schroom van zich af en zetten met het oudere werk op een raggen. (BB)

Klangstof gooit het, naar analogie van Radiohead, muzikaal over de droomboeg met fraaie jarentachtigsynthtonen, postrock- en shoegazegitaarklanken en zweverige zang. Het levert één van de beste optredens van Noorderslag op, waarin gitaren, drums, elektronica en zang worden verweven tot prachtig uitdijende composities. Ook ritmisch zit de muziek van Klangstof prima in elkaar en het flirt zelfs met R&B. Om te voorkomen dat het geheel voortkabbelt, gooit de band er bij momenten een gitaarcrescendo uit. Een deel van het publiek heeft kennelijk niet het geduld om die zalvende klanken te ondergaan, want de zaal loopt langzaam leeg. Wie blijft, droomt heerlijk weg. (AR)

Het Amsterdamse duo Weval bewijst op Noorderslag dat het de fase van de zolderkamer definitief ontstegen is. Met de toevoeging van een live-drummer en psychedelische beeldprojecties is het genieten geblazen in de ramvolle Kleine Zaal. Met een kraakhelder maar ook massief afgesteld geluid maakt het trio prachtig gelaagde elektronische muziek. Het is zowel dansen als trippen geblazen, doordat vocale samples, slepende beats, tribale ritmes en sfeervolle synthlijnen bij momenten magistraal stuivertje wisselen. De melodielijnen zijn zowel stroperig als lichtvoetig en roepen bij momenten een melancholiek gevoel op. Weval geeft een weergaloos optreden. (AR)

Vooraan bij Orange Skyline staart een meisje van een jaar of zestien naar zanger Stefan van der Wielen. Het meisje naast haar kreeg een high five en knipoog op de koop toe. Wie weet krijgt zij dat ook nog. De Groningse band maakt tegenwoordig muziek voor een heel ander publiek dan toen ze nog garage speelden. Nu is het gelikte pop, met gebroken ritmes en falsetzang. Best goed gedaan, maar zeker niet origineel en het komt wel heel bedacht over. Het zal het meisje vooraan verder een zorg zijn. Ze hoopt alleen maar op contact met Stefan.  (BB)

Het jaar zit er nu écht bijna op, tijd om nog een aantal platen in de spotlight te zetten die wat ons betreft over het hoofd zijn gezien dit jaar. Vandaag een trio in de spotlight: Kaytranada, Leon Vynehall en Weval 

 

Kaytranada – 99.9%

De Canadese Haïtiaan Kaytranada is nog maar 24 jaar oud, maar heeft nu al een ijzersterk debuut op zijn naam. Hij gooide al hoge ogen toen hij in 2013 met een debuut-EP op de proppen kwam en overtuigde op het PITCH-festival in Amsterdam. In zijn vroege tracks hoor je al meteen een heel eigen geluid: diepe, broeierige bassen vormen het fundament van de Kaytranada-sound, een breed scala aan hi-hats en tropische ritmesecties maken de nummers zo veelzijdig. Ook op 99.9%, het debuutalbum dat afgelopen mei verscheen, hoor je die geheel eigen sound terug, maar dan nog verder en kleurrijker uitgewerkt, inclusief een A+ gastenlijst (Vic Mensa, BadBadNotGood, AlunaGeorge, Craig David, Anderson .Paak). De combinatie van R&B, house, hiphop, exotica en disco laat zich niet makkelijk in een hokje vangen. Maar dat maakt niet uit, deze plaat klinkt goed op de dansvloer, op de fiets, in de auto, in de woonkamer, bij een cocktail, overal.

Leon Vynehall – Rojus (Designed To Dance)

What’s in a name? Deze plaat is gemaakt om te dansen! Strakke beats, diepe melancholische melodieën, veel toeters en bellen en een energieke, opzwepende vibe. Geeft opnieuw een frisse wind aan de trippy dance à la DJ Koze, Jamie xx, en de plaat die Disclosure maar niet wil maken. Prima op een vrijdag- of zaterdagavond, deze all killer no filler-plaat die de prachtige middenweg tussen lounge en house opzoekt.

Weval – Weval

Een van de meest veelbelovende debuutalbums sinds tijden komt gewoon uit Nederland. Harm Coolen en Merijn Scholten Aalbers kwamen elkaar tegen als huisgenoten en besloten – met een creatieve drive en liefde voor muziek als gemene deler – elektronische muziek te gaan maken onder de noemer Weval. De EP Half Age gooide al hoge ogen in het buitenland, de verdere EP’s bleken ook een succes en Weval kreeg een contract bij het prestigieuze Keulse label Kompakt. Dit duo schuwt zowel op plaat als live het experiment niet en creëert daarmee een subtiel doch dansbaar eigen geluid. Ook Pitchfork is al fan.

Een tijdje terug schreven we al eens over Amsterdam Woods Festival, een nieuw en tot de verbeelding sprekend festival in de bossen van het Amsterdamse Bos. Nu is de line-up rond gemaakt met een aantal sterke namen als Jacco Gardner, Villagers, Tubelight en Crushed Beaks. Check hieronder alle info over het festival en vol Amsterdam Woods Festival hier op Facebook!

Volledige line-up
Met nog acht namen is de line-up volledig bekend! Het laatste weekend van augustus komen ook Villagers, Jacco Gardner, Fyfe, Hannah Lou Clark, Crushed Beaks, Weval, Leaf Erikson en Tubelight optreden op Amsterdam Woods Festival! De eerste veertien namen van de line-up die al eerder bekend waren gemaakt zijn The Veils, I Am Kloot, Josef Salvat, Mister & Mississippi, Alamo Race Track, Kovacs, My Bubba, Intergalactic Lovers, Afterpartees, Palio Superspeed Donkey, Douglas Firs, Nelson Can, Hydrogen Sea en Kim Churchill.

Muziekdocumentaires
Bij het Amsterdam Woods Festival draait het om de gehele muziekbeleving. Daarom worden er op het Amsterdam Woods Festival naast muziek ook muziekdocumentaires vertoond, die speciaal worden geselecteerd door IDFA en de Melkweg.

Camping
Op nog geen tien minuten lopen afstand van het festival terrein ligt camping Het Amsterdamse Bos, waar festivalgangers met open armen worden ontvangen. Festivalgangers kunnen er aan het eind van de avond voor kiezen om in hun eigen bed te gaan slapen, maar ze kunnen ook gebruik maken van de camping, die zowel tentplaatsen, stacaravans als huisjes aanbiedt.

Kaartverkoop
Het terrein opent op vrijdag 28 augustus vanaf 17u en op zaterdag 29 en zondag 30 augustus vanaf 12u. Er zijn zowel dag- als weekendtickets te koop. Weekendtickets zijn €70 en voor CJP-pashouders €65, waarbij alle weekendbezoekers de vrijdagavond cadeau krijgen. Dagtickets voor de vrijdag zijn €20, zaterdag en zondag €37,50. Campingplekken zijn te reserveren via www.campingamsterdamsebos.nl.

London Calling in Paradiso is overzichtelijk: twee zalen, boven en onder. In de Tolhuistuin moet je daarentegen kiezen tussen vijf podia: het lijkt verdomme Lowlands wel. Maar geen nood, de redactie van The Daily Indie gidst je door de rock-‘n-roll heen in vijf tips.

 

 1) Pauw

Noord Hall, 15:35

Ze hebben lange manen, ze hebben een single uit met de naam Shambhala en daarop bespelen ze een Indiase sitar. Jazeker, een fucking sitar: hoe jaren zestig wil je het hebben. Toch, voor de vier heren van PAUW is dit een logisch instrument. Deze band – uit het Oosten van       het land – ademt de sixties. De laatste tijd krijgen groepen te pas en te onpas het label ‘psychedelisch’ opgeplakt, maar wees gerust: bij de muziek van PAUW zit je met dit woord veilig. Een trip naar 1967, dat is PAUW. Wat moet het gek zijn om de bandleden te betrappen met een iPhone.

 2) The Mysterons

Tuin, 13:35

De Thunderbird 1, dat was dat kekke vliegtuigje uit de serie Thunderbirds. Dat die serie door de jaren veel jongetjes heeft geïnspireerd om piloot te worden, kunnen we ons voorstellen. Maar dat het ook muzikanten inspireerde, is toch op zijn minst verrassend te noemen. Maar het gebeurt: het vijfkoppige The Mysterons doopt zijn eerste single om tot Thunderbird 1. Nu is een link misschien gelegd: Thunderbirds de serie komt uit medio jaren zestig, en The Mysterons klinken ook behoorlijk trippy sixties. Trippy ja, alsof de muziek – met dromerige zang van Josephine van Schaik – je laat opstijgen in een Thunderbird 1 met maar één logisch eindstation: de summer of love.

 

 3) Klangstof

Noord Zaal, 18:15

Moss-bassist Koen van de Wardt heeft zijn eigen project: Klangstof. Klinkt als? Vooral niet als

rockband Moss, eigenlijk. Bij zijn solo-project maakt Van de Wardt eerder gebruik van donkere elektronica. Kale drumbeat, minimalistisch gitaarwerk, retro-synthesizer: veel meer is het niet, maar het werkt. Zijn single Hostage is een gitzwarte song over gevangen zitten in jezelf. Zoals hij het nummer onlangs uitlegde aan 3Voor12: je weet uit die slechte toestand te komen, maar voelt je nog steeds niet lekker. Moss blijft trouwens over zijn schouder meekijken: Van de Wardt speelt samen met onder meer – Moss-leden Finn Kruyning (drums, synthesizer) en Michiel Stam (gitaar).

 

 4) Weval

Noord Zaal, 23:35

Harm Coolen en Merijn Scholte Albers – die gast van Mastermovies – hadden een carrière in het vooruitzicht in de filmwereld. Dat liep even anders. In 2010 leerden ze elkaar kennen op de filmacademie in Amsterdam, waar ze een gemeenschappelijke passie voor elektronische muziek ontdekten. Hoofdingrediënten? Trip-hop en house. Ze besloten samen onder de naam Weval songs te produceren, maakten een EP’tje en gooiden hun nummers op Soundcloud. Het is niet onopgemerkt gebleven: het Keulse dancelabel Kompakt strikte ze vervolgens, en sindsdien staat Wevals Facebook-wall vol met showaankondigingen. De ene dag in Alkmaar, de andere in Parijs. Wordt dit het Disclosure van de underground?

 

 5) Kate Boy

Noord Zaal, 22:20

Kate Boy is een Stockholmse electropopgroep, bestaande uit een Kate (Akhurst) en twee boys: Markus Dextegen en Hampus Nordgren Hemlin. De oplettende kijker heeft ze afgelopen jaar al op London Calling zien spelen, maar nu is het tijd voor de Tolhuistuin. Vergeet bij deze groep vooral niet je o, zo ironisch reflecterende trainingspak van zolder te halen. Kate Boy haalt behoorlijk wat elementen uit de jaren ’90: Akhurst zingt op een uitbundige, drukke manier die terug doet denken aan de zang bij menig nineties housecollectief. Dexteger opent hier een blik aan elektronische geluiden bij waar zelfs DJ Jean ‘u’ tegen zegt. Kortom: feestmuziek voor in de avond. Die andere Stockholmer, ene Avicii, kan trots zijn op zijn stadsgenoten.

Deze lijst kwam tot stand op basis van de meningen van: Teun Guichelaar, Ricardo Jupijn, Arnout Coppetiers, Ruben van Dijk, Wessel van Hulssen, Mabel Zwaan, Dion van Leeuwen, Jort van Meeteren, Ronald van Berkel en Jelmer Luimstra.