Welcome to The Village
18 t/m 21 juli 2019


Ja-ja, dames en heren: het festivalseizoen van 2019 is achter de schermen alweer lang begonnen. Zo komt Welcome to The Village vandaag met de eerste namen voor zijn festival in juli. En wát voor namen: goedemorgen!

Het festival viert komend jaar zijn zevende editie en wij hebben sinds 2013 nog geen enkele editie overgeslagen op het gebied van voorbereiding, verslaggeving, interviews en bovenal: lekker vooraan staan bij al die mooie shows die er op het festival altijd te zien zijn en alles wat daaromheen gebeurt.

Welcome to The Village staat namelijk voor veel meer dan muziek, zo is er van alles te beleven in het bosrijke gebied op alle vlakken van theater, dans, kunst, design en een uitgebreid innovatie- en voedselprogramma. Zo spraken wij het festival al vaker over de programmering, maar bijvoorbeeld ook al eens over de Snackbar van de Toekomst en het ponyvlees dat tijdens Welcome to The Village op de kaart stond. 

Eerste namen
De Earliest Birds-tickets gaan vanaf komende vrijdag in de verkoop (nog met het BTW-tarief van zes procent dat volgende jaar naar negen gaat), maar eerst zoomen we in op de namen die nu al op het affiche staan. Zo wordt Thomas Azier een van de hoofdacts tijdens het festival, de Friese trots die net zijn gloednieuwe en derde album Stray uitbracht en waarover we de muzikant onlangs nog uitgebreid spraken

Een van de makers van de meest catchy liedjes van de laatste tijd is Husky Loops met Love You Wrong, de Britse band die de laatste jaren al behoorlijk furore aan het maken is in Nederland, zo gingen festivals als Sniester, Motel Mozaique, London Calling en Eurosonic al plat. Wij schreven eerder: ‘Schaar het onder altrock of onder arty farty rock-‘n-roll, het maakt allemaal niet uit. Deze band laat serieus veel interessante ideeën horen.’

Een van onze favoriete bands in de bescheiden geschiedenis van The Daily Indie is zonder twijfel The Soft Moon. Een band die we in 2013 al interviewden, maar ook in 2015 en talloze andere keren dat we over de duistere industrie-band schreven. Er is geen show van deze Amerikanen die je ongeroerd achter zal laten. Hieronder hoor je weer eens hoe dat voelt.

En dan hebben we RAKETKANON nog niet eens gehad: de alles op zijn pad verwoestende band uit België. Als kernwoorden als ‘rauwe sludge’, ‘Steve Albini’ en ‘psychedelische hardcore’ je wel kunnen bekoren, dan weet je waar je moet zijn komende zomer. Krijg hieronder nog een lekkere muzikale klap voor je muil. 



WEBSITE WELCOME TO THE VILLAGE | FACEBOOK-EVENT  

Stray als in: stray dog. Los van de roedel. Het past bij het bestaan dat ik in de voorbije drie jaren heb geleefd, waarin ik ging en stond waar ik wilde. Ik wilde verdwalen in productie en in de wereld. Ik begon steeds meer te programmeren en steeds minder te spelen. Ik wilde helemaal geen woonplek meer hebben om uit te vinden wat zo’n proces doet met mij. Je gaat op een heel andere manier denken en leven als je geen vaste woonplek hebt. Die vloeibaarheid wilde ik toepassen op het maken van de muziek.”

Tekst Midas Maas
Beeld Tess Janssen

Aziers platen zijn verweven met de plaats waar ze zijn opgenomen. Het kille van Oost-Berlijn horen we terug in debuut Hylas (2014) en het warme van Parijs horen we op opvolger Rouge (2017). Als Hylas zijn Berlijn-album is en Rouge zijn Parijs-album, dan is Stray het reisalbum van Thomas Azier. Eerder dit jaar mochten we al naar de gelijknamige EP luisteren, maar vandaag kan heel de wereld de volledige LP met diezelfde naam aanschouwen. Azier is terug van zijn reis en heeft sinds een maand weer een woning in Amsterdam. We herbeleven zijn reis met hem en reizen door zijn nieuwe werk.

Heb je het gevoel dat je op de vlucht bent voor iets?
“Vroeger wel. Ik had toen ik negentien was en naar Berlijn vertrok zo mijn redenen om te vluchten. Het was een vlucht voor mijn problemen, maar ook zeker een vlucht om een eigen pad te vinden. Ik denk dat ik nu op een punt ben dat ik mijn worstelingen liever confronteer dan ervoor vlucht. Ik denk toch dat ik die vlucht nodig had om erachter te komen hoe ik met mijn problemen om kon gaan.”

Wat doet dat vele reizen met vriendschappen en…
“…Liefde! Liefde is een belangrijk onderdeel van dit album. Veel is opgedragen aan iemand die heel belangrijk voor mij is geweest. Iemand die me ook op intellectueel niveau enorm prikkelt en dat is heel zeldzaam. Het was een relatie in een niet-traditionele vorm. Het kwam als een wervelwind en heeft mij die reisdrang gegeven. Het heeft me radicaler gemaakt. Radicaler in mijn producties, zo zijn er een aantal nummers die instrumentaal zijn, zoals White Horses. Het is een nummer waar ik niet op de gebruikelijke manier zing. Ik moest denken aan Friesland en naar school fietsen met de Wu-Tang Clan op mijn hoofd. Ik ben niet opgegroeid in The Bronx, maar terwijl ik naar de koeien keek hoorde ik die muziek. Die rauwheid die ik daarin hoorde, maar ook in veel punk die ik destijds luisterde, die kwam terug in White Horses. Hiphop als Wu-Tang is community based muziek. Je hoort erbij of je hoort er niet bij. Ik hoor daar duidelijk niet bij. Ik ben best wel een loner, de stray dog.”

Waren er naast het reizen ook andere invloeden?
“Ik moet ook zeggen dat ik in de periode van Rouge een aantal mensen om mij heen had die niet gezond voor mij waren. Dat waren mensen die veel invloed op mij hadden, maar ook redelijk manipulatief waren. Dat manipulatieve karakter zit ook in de muziekindustrie. Ik wilde zelf weer de controle nemen, tot zover dat mijn emoties me niet heel de tijd meenemen als een boom in de wind. Ik merk dat naarmate ik ouder word, ik meer op mezelf leer te vertrouwen, waardoor ik niet zozeer meer naar bevestiging zoek van anderen. Ik weet het van me af te schudden, als een eend in het water. Die hebben een beetje vet op hun veren, zodat het water van ze af glijdt.”

“Als je daarmee doorgaat, en ik ben er nog lang niet, kan je hoogtes bereiken, dan kan je heel ver gaan. Dan kan je een carrière hebben zoals Nick Cave bijvoorbeeld, waar ik heel erg tegenop kijk. Die zit nu op een punt dat hij wat ouder is, maar hij is er altijd gewoon voor gegaan. Dat hij er nog steeds staat, vind ik heel bewonderenswaardig.”

Manipulatief is ook de poppenspeler in de videoclip van Echoes.
“Dat heb je heel goed gezien ja! In dat nummer zing ik ook: ‘The biggest lakes, have never been too clear.’ Die lakes zijn de grote bedrijven. Op een bepaald moment release je je eerste album en ben je the fresh meat. Vervolgens zie je een bepaalde reactie en maak je je tweede album en zie je dat er op een bepaalde manier gereageerd wordt. Dan ben je in de war, want dan is er weer een nieuwe garde. Je hoort automatisch nergens meer bij en de interesse in jou neemt af. Dat zijn heel spannende en enge momenten. Dan moet je het paard zijn met oogkleppen op en denken: fuck it. Dat was het moment waarop ik besefte: het is allemaal oké. Ik wil niet te veel vastzitten aan een scene, en vooral mijn eigen ding doen.”

Wat natuurlijk ook knap is aan Nick Cave is dat hij op late leeftijd nog succesvol blijft.
“Veel mensen geloven dat je je beste werk tussen je twintigste en dertigste maakt. Dat geloof ik niet. Ik heb het gevoel dat ik net pas begin. Ik ben op jonge leeftijd naar Berlijn getrokken met het idee: ik heb nog helemaal niks te vertellen. Waar moet ik nou over zingen? Je moet eerst leven om iets te vertellen. Daarom heb ik het gevoel dat het alleen beter kan worden.”

“De enige manier om niet gek te worden is om aan de boom te schudden en alles eruit te flikkeren wat ik niet nodig heb”

Wat ik proef op je nieuwe album is perfectionisme. Geen enkel detail zit er ‘zomaar’. Van voor tot eind is het karakter Thomas Azier gevormd als een beeld waaraan kunstenaar Azier alle fijne details vormt. Waar komt dat perfectionisme vandaan?
“Het komt uit de manier waarop ik ben opgevoed. Dat heeft met controle en angst te maken. Angst zit in heel veel dingen, maar vooral in dat wat je niet kan controleren, want je kan het leven niet controleren. Het leven is veranderlijk en fucking eng. Ik ben een lopend contrast, want ik push mezelf continu de zee in, waar de golven zo hoog zijn dat ik niet meer kan staan, ik verdrink bijna en toch wil ik de controle. Aan de andere kant verlang ik ernaar om de controle kwijt te raken. Vertigo (duizeligheid, red.) gaat over het loslaten van dat perfectionisme: ‘We’re numbers in the dark.’ We zitten maar op onze telefoon. ‘Numbers I’m trying to forget. We’re following sparks.’ Eigenlijk zijn we allemaal in vertigo aan het vallen, dus laat ik het maar even los.”

“Ik zong dat ook omdat ik denk dat perfectionisme per definitie niet goed is. Dit album was voor mij een manier om dat perfectionisme deels los te laten. Door die controle gedeeltelijk te verliezen, door ergens te zijn en niet te weten waar je slaapt. Het feit dat ik een album heb gemaakt in een jaar, is voor mij al een hele stap: het besef dat ik niet nog altijd vier jaar door moet om het perfect te maken. Ik wilde mezelf zoveel mogelijk minimaliseren. Er zijn tegenwoordig zoveel opties en ik denk dat we daar helemaal gestoord van worden. De enige manier om niet gek te worden is om aan de boom te schudden en alles eruit te flikkeren wat ik niet nodig heb. Daar horen ook materiële zaken als kleding of woningen bij. Je hebt een gereedschapskist die vol zit, en eigenlijk wil je alleen de gereedschappen overhouden die je nodig hebt.”

“Als ik met dat gereedschap bezig ben en dus muziek ga maken, speelt die wil naar perfectie een enorme rol. Dat komt omdat ik in dat proces overal de dirigent van ben. Het is mij in die computer. Het is ik versus al die instrumenten. Ik laat alles in elkaar passen als een soort van klok. Zo heb ik altijd gewerkt. Voor mij is dat een genot. Perfectie komt als ik het loslaat, als ik alles laat draaien. Dan kan ik op een ochtend wakker worden en zie ik alles helder. Het is op zo’n moment als een puzzel die in elkaar valt, waardoor ik een doorbraak heb op creatief vlak. Dat gevoel heb ik ook bij Stray. Het moment dat dát lukt is heerlijk. Dán ben ik gelukkig.”

Accepteer jij foutjes?
“Nee, maar dat is ook het gevecht, snap je? Er zijn momenten dat het wel gaat en er zijn momenten dat het minder gaat. De momenten dat het goed gaat zijn de momenten dat ik alles op een rijtje heb, alles under control is. De momenten dat het minder gaat, gaat het ook echt niet goed. Dat zijn de momenten dat je de oogkleppen af doet en je naar links en naar rechts gaat kijken en ziet wat anderen doen. Dan ontstaan er twijfels: ik ga niet hard genoeg. Het zijn de momenten dat je je wat gaat aantrekken van wat anderen doen. Daarnaast is er het overlevingsverhaal: het is tegenwoordig heel lastig om een bestaan als muzikant te leiden.”

“Dat hele idee van een studio nodig hebben, is dood”

Wie kwam je tegen tijdens je reis?
“Een heleboel mensen. Mensen die niet altijd direct een invloed hadden op mijn muziek, maar wel op mijzelf. Zo heb ik met SebastiAn gesproken. Dat is een producer die met Frank Ocean, Charles Gainsburg en Daft Punk heeft samengewerkt. Iemand die ik heel erg waardeer. Hij werkt met een van de oudste Macintosh-laptops die ik ooit heb gezien. Hij is iemand die schijt heeft en gewoon punk is. Dat was voor mij de trigger die me deed beseffen: fuck it, ik heb helemaal niks nodig. Dat hele idee van een studio nodig hebben om muziek te maken is dood; ik heb dit album grotendeels gemaakt met slechts een laptop en met een USB-mic. Ik werd steeds getrainder om alles wat in mijn hoofd zit eruit te halen. Ik kan een baslijn horen en nu kan ik die namaken in de computer, omdat ik nu zoveel producties heb gedaan. Dat zag ik ook bij Boaz van de Beatz, een van de creatiefste mensen die ik ken. Hij zit in Maassluis, of all places!”

“In Abidjan in West-Afrika ging ik ’s avonds naar clubs en dan kwam ik muzikanten tegen die van twee uur ’s nachts tot vijf uur ’s ochtends speelden voor speakers die zó oorverdovend hard stonden. Een van de muzikanten die ik daar ontmoette, vroeg ik de volgende dag langs te komen om gitaar te spelen. Hem hoor je bijvoorbeeld op Vertigo. En in Normandië kwam ik Schérazade uit Algerije tegen. Dat is heel lang geleden. Ze heeft een heel mooi Algerijns accent, wat voor Fransen heel raar klinkt. Ik vind haar ontzettend mooi, ze ziet er prachtig uit. Ze heeft iets femme fataleachtigs, dat vind ik ontzettend intrigerend. In het nummer zeg ik: ik wil je, ik wil je. Zij zegt juist: chill nou. Het is dat spel. Zij is eigenlijk de feminiene stem in mijn hoofd die me tot bezinnen brengt.”

“In Berlijn ontmoette ik Obi. Ik kwam met hem in contact via Craigslist (een Amerikaanse online soort Gouden Gids, red.) tien jaar geleden. Ik woonde net in Berlijn. Ik weet nog dat toen hij voor het eerst mijn woning binnenkwam een soort ananasbroek aanhad en dat hij op mijn bed neerviel en zei: ‘I’m so tired.’ We begonnen te praten. Hij vertelde dat hij producer is. Hij is heel goed, heel weird ook, heel erg in zijn eigen lane en heel erg avant garde. Uiteindelijk is hij fotografie gaan doen en nu speelt hij gitaar in mijn band. Er zit een enorm enthousiasme en gevaar in de manier waarop hij speelt en het leven benadert. Hem móest ik hebben voor de cover van Stray. Op de foto zie je dat ik helemaal ben weggeflitst. Dat is ongebruikelijk voor Obi, die juist heel erg contouren benadrukt in zijn werk. De keuze voor deze foto heb ik gemaakt samen met een art director uit Parijs. Die liet me Japanse fotografie-magazines zien met foto’s waar hetzelfde effect werd gebruikt. Dat vond ik interessant, zeker om het feit dat ik een stray ben en dus geen gezicht heb. Geen plek om te wonen, en na mijn periode met grote labels wilde ik even verdwijnen, even geen product zijn.”

“Ik heb het grootste privilege om te kunnen reizen en muziek te kunnen maken”

Wat leert al dat reizen jou over de maatschappij?
“Ik heb tijdens het reizen veel geluisterd, als een fly on the wall. Het bracht mij een gevoel voor de motivaties die mensen hebben om bepaalde keuzes te maken. Ik begon mensen te begrijpen die van de buitenwijken naar de stad komen om geld te verdienen en hoe rijk en arm tegenover elkaar staan. Ik begon de verschillende verbanden tussen Duitsland, Frankrijk en Nederland te begrijpen, zien en voelen, omdat ik daar heel de tijd tussen schakelde. Toen zag ik dat ‘wij’ heel weinig doorhebben van wat er in de wereld aan de hand is. We hebben het vrij comfortabel. Het eerste dat je je kan en mag realiseren, is dat er ontzettend veel privilege zit in de manier waarop wij leven. Dat is de eerste stap: wat heeft een ander en wat heb ik zelf? Je hoeft niet door pijn te gaan om te beseffen dat je bevoorrecht bent. Je kan een prima jeugd hebben gehad, maar je nog steeds realiseren dat je het heel goed hebt. Ik heb het grootste privilege om te kunnen reizen en muziek te kunnen maken. What the fuck! Dat ik dát mag doen. Dat ik op de een of andere manier van muziek kan leven, is niet normaal.”

Je hebt dus letterlijk het privilege gevoeld dat jij als Nederlander hebt. Je hebt in het vorige interview met The Daily Indie aangegeven je Nederlandser dan ooit te voelen door al die jaren in het buitenland. Wat vormt die Nederlandse identiteit?
“Dat is een hele specifieke, nuchtere manier van kijken naar het leven. Nederlanders zijn bij een groot meningsverschil vaak heel goed in staat elkaar in het midden te treffen. Om die manier van zakendoen staan we internationaal bekend. We kunnen handelen op een manier die zuiver, eerlijk en oprecht is. Ik hoop dat we dat ook als maatschappij kunnen. Nu kun je de Zwarte Pieten-discussie noemen als een sterk tegenargument. Echter denk ik dat er door de discussie, voor de eerste keer een mogelijkheid om dichterbij elkaar te komen. Daarvoor waren we niet wakker. We dachten: zolang we de problemen niet zien, zijn ze er niet. Ze lijken er ineens te zijn. Terwijl de spanningen er al zijn sinds we besloten een VOC-schip ergens heen te sturen.”

Wat is de conclusie van de Stray-reis?
“Dat ik net in Amsterdam ben komen wonen. Ik ben een stray en ik ben er klaar mee. Na een paar maanden wil je zo graag je moerstaal spreken. Ik woon al het grootste deel van mijn volwassen leven in het buitenland. Als je dan weer in Nederland bent, realiseer je je weer hoe gemakkelijk en fijn wij het hier hebben, hoe gezellig het is. Dat klinkt alsof ik daar kritiek op heb, maar helemaal niet. Het is als een warm bad.”

Dus als we je spreken voor het volgende album, zit je nog steeds hier?
Who knows! Ik ben al wel bezig met het nieuwe album.”



Thomas Azier live zien?

 

28 november – Podium Asteriks
29 november – Sugar Factory
30 november – Doornroosje
2 december – Vera
23 mei – Paradiso

Alle actuele data vind je op zijn Facebook-pagina.


Thomas Azier
Maandag 4 december

 

Weinig wereldburgers zo fascinerend als Thomas Azier. Geboren in Leiderdorp, getogen in Friesland, vervolgens als 19-jarige jongeman verhuisd naar Berlijn en dat daarna verruild voor Parijs. Verwoord het niet als beschrijving van de zoveelste blogger die lijdt aan wanderlust, maar Azier vond zichzelf wel degelijk in de contrasten van de twee metropolen. Het continu veranderende DNA van de enigszins in verval geraakte miljoenensteden is sterk verweven met iedere vezel van de continu veranderende muzikant. Dat hoorden we al op het koude Hylas en dit jaar weer op het warme Rouge, een van de beste Nederlandse popalbums van de afgelopen jaren. Azier, voor de verandering terug in Friesland, vertelt in geuren en kleuren over Rouge, de Europese identiteit en zijn unieke plaats tussen Nederlandse nuchterheid en neoromantiek. Hij licht zelfs een tipje van de sluier op over zijn aankomende derde album.

Zijn woning in Parijs heeft Azier inmiddels opgegeven. “Over het algemeen wil ik vrij snel weer door als ik lang op dezelfde plek ben”, legt hij vroeg in ons gesprek uit. Diezelfde drift vormde een decennium eerder al de motivatie voor Azier om zich oostwaarts te verplaatsen. Bijna tien jaar lang woonde de Nederlander in Berlijn. Drie jaar nadat hij in Duitsland was neergestreken, kwam hij op de proppen met Hylas, een succesvol debuutalbum vol megalomane melodieën. ‘Ich bin ein Berliner’, schreeuwde Azier nog net niet tussen de stevige synthesizers door: elke vezel van de plaat leek doordrenkt van de industriële treurnis en terging van de Duitse techno. En toch werd alles dat Azier in eerste instantie zo opwindend gevonden had, al vlug oppervlakkig. “Ik was een beetje een alien in Berlijn”, herinnert hij zich. “De techno daar ging niet veel verder dan de minimal techno die me niet zo interesseerde. Verder woonden er vooral veel dj’s en producers die al geslaagd waren en vaak buiten de stad werkten.”

Lucht
Azier denkt terug aan een Belgische producer die eerder een bezoek heeft gebracht aan Aziers houtje-touwtje studio in het troosteloze Lichtenberg. Paul van Haver heet hij, maar hij noemt zich Stromae. Onder de indruk van de studio van de Nederlander zal hij niet zijn geweest: er is niet eens een wc. Fan van Aziers vroege EP’s Hylas 001 en Hylas 002 is Stromae, dan nog vooral bekend van cult- dan wel campinghit Alors On Danse, des te meer. Hij wil wat graag samenwerken met zijn noorderbuurman, die uiteindelijk zijn stempel mag drukken op drie tracks van Racine Carrée: opener Ta Fête, Bâtard en het instrumentale Merci. Het tweetal gaat vervolgens samen toeren: Azier speelt bijna veertig keer in het voorprogramma van Stromae. Dan wordt de laatste een wereldster. “Het moment dat hij opblies was Hylas net uit”, schetst de Nederlander. “Dat was zo’n ontzettende schok voor iedereen in zijn omgeving. Het werd erg moeilijk om close met hem te zijn en dingen met elkaar te delen, want hij was omringd met allerlei mensen. Het klassieke verhaal.”

 

“Ik schaam mij niet meer voor romantiek en schoonheid”

 

Toch had Stromae wel een blijvende invloed op de carrière van Azier, zoals andersom wellicht ook wel het geval is. Steeds vaker bevond Azier zich de afgelopen vier jaar in Frankrijk, tot hij nog maar één keer per halfjaar in Berlijn was om te schrijven. “Toen dacht ik: ‘Dit heeft geen zin meer.’” Parijs paste perfect bij de interesses die Azier op dat moment had. “Ik voelde een sterke aandrang naar melodie en romantiek”, legt hij uit. “Dat schuw ik niet. Vroeger kon ik me daar nog weleens voor schamen, maar ik merkte dat neoromantiek en schoonheid in muziek in Frankrijk veel meer geaccepteerd worden. Ook de schoonheid in lelijke dingen.” Franse zangers als Jacques Brel en Serge Gainsbourg kende Azier natuurlijk wel, maar zijn liefde voor hun muziek groeide in Frankrijk alleen maar verder. “Er ging een wereld voor me open. De Fransen dragen hun cultuur continu op hun schouders mee. Dat is een zware taak, maar eentje die heel belangrijk voor ze is. Wij Nederlanders zijn helemaal niet zó trots op dingen. Fransen hebben dat bijvoorbeeld met het ambacht van arrangeren.”

Dat ambacht werd de kern van Rouge, het album dat Azier in Parijs ontwikkelde met zijn broer Isa en Romain Bilharz, de A&R van Stromae. “Romain is een goede vriend van me geworden”, legt de Nederlander uit. “Hij heeft het tweede album toch ook wel gevormd. Romain heeft Stromae ook heel erg aangemoedigd naar arrangementen te kijken, de benadering van orkestratie in Frankrijk. Dat hoor je heel erg op nummers als Formidable en Merci. In zekere zin wilde ik dat ook voor Rouge.” Het is vooral te horen door de centrale positie die Aziers stem inneemt op het album. “Een kenmerk van Franse muziek, bijvoorbeeld ook belangrijk bij Léo Ferré”, weet de zanger. “Serge Gainsbourg heeft niet per se een sterke stem, maar alles is om die stem heen gebouwd. Dat lijkt op hoe popmuziek en hiphop vandaag zijn: bijna zeventig procent van een nummer is stem. Als je die verwijderde, zou er weinig overblijven. Eigenlijk is het dus een hele moderne manier van muziek maken.” Het had verreikende praktische gevolgen voor Rouge. “Ik zag ineens gaten vallen tussen de bassen en de hoge instrumenten”, herinnert Azier zich. “Daar past je stem dan in. Ik hoefde nu helemaal niet meer zo hard te zingen als op Hylas. Er is lucht, ruimte om te ademen.”

 

Liberté
Toch is het te simpel om te stellen dat Hylas staat voor Berlijn en Rouge voor Parijs: “want er zit volgens mij ook veel Parijs in Hylas.” Beide albums zijn simpelweg het product van Azier zelf, van alle dingen waar hij zich muzikaal en niet-muzikaal om opwindt. “Rouge was een onderzoek naar songwriting, waarbij ik veel luisterde naar Nick Drake en Jeff Buckley. Ik wilde hen versimpelen richting de Franse muziek, maar ook moderniseren.” Dat deed Azier bijvoorbeeld door te experimenteren met opnametechnieken. Hij blies bijvoorbeeld geluiden met versterkers door de gang en nam ze pas aan de andere kant op. De gedachte daarachter? “Het was voor mij een interessant onderzoek om een organisch klinkend album te hebben dat grotendeels gemaakt was met de computer. Dat is eigenlijk het tegenovergestelde van wat Daft Punk deed op dat Random Access Memories-album. Zij halen hele goede spelers in de studio en moderniseren dat. Ik heb alles in de computer gedaan, maar met akoestische geluiden.”

Hoe ingewikkeld dat kan zijn blijkt uit het verhaal van single Talk To Me. Drie weken lang prutste Azier daarvoor aan digitale baslijnen, die precies zo moesten staan als hij ze wilde. “Dat was heel veel werk inderdaad”, lacht de Nederlander nu. “Als je alle nootjes gewoon op de grid zet, krijg je techno. Dat klinkt nooit goed. Er zijn 127 verschillende manieren waarop een bas kan klinken in het programma dat ik gebruik, dus ik moest telkens de juiste stand zoeken, zodat de timing goed was en natuurlijk leek. ‘Waarom speel je het dan niet zelf in?’ Ik vond het geluid gewoon mooi en wilde het op een bepaalde manier gedaan hebben. Uiteindelijk is de bas in de refreinen echt en die in de coupletten nep.” Ergens onder die inderdaad voortdurend verschuivende klanken gaat een ietwat ideologisch idee schuil, namelijk dat het anno 2017 niet meer uitmaakt of iets analoog of digitaal is. ‘Tell me what is fake and what is real’, zingt Azier niet voor niets op Talk To Me. “Zo voelde ik dat ook. Op een bepaald moment zat ik in de prachtige Parijse Studio Davout Talk To Me af te spelen op hele dure speakers. Ik zat in de controlekamer en keek uit over studio A, waar alle orkesten altijd zaten. Toen leek het wel alsof de band daar zat, alsof het allemaal live was. Dat was natuurlijk niet zo, maar het klonk wel levendig. Alsof het ademde. Daar was ik wel trots op.”

 

Ook op een ander instrument op Talk To Me komen digitaal en analoog samen. De oplettende luisteraar hoort namelijk in iedere maat van het nummer exact hetzelfde piepje in de piano. Het is een exemplaar dat Azier heeft aangeschaft in de Berlijnse wijk Kreuzberg, waar hij na een zoektocht in een zaal met honderd stuks stuitte op een gigantische concertpiano uit 1920. Azier valt voor de lichamelijkheid van het ding en laat de piano naar zijn huis brengen. Er is een probleem: het ding piept. Desondanks houdt de Nederlander het instrument en gebruikt hij het om een loop op in te spelen, die uiteindelijk de hele tijd herhaalt zou worden tijdens Talk To Me.

Niet alleen qua opnametechnieken, maar ook qua onderwerpen brengt Thomas Azier dus een eigentijdste twist aan binnen de traditionele basis van Rouge. Een even schitterend als schrikbarend specifiek voorbeeld daarvan is Call. Dat nummer schreef Azier over zijn belevenissen op de avond van de aanslag op het Parijse poppodium Bataclan. Azier bevindt zich bij metrostation République als zijn broer belt: hij moet daar weg. De Nederlander gaat langs vrienden die een feestje geven en arriveert in een bar waar niemand nog weet wat er aan de hand is, tot de appjes binnendruppelen en buiten schoten klinken. Uiteindelijk brengt het gezelschap de nacht door in een appartement van een van de bargasten en ziet Azier hoe iedereen bezig is zijn geliefde te bereiken. ‘I got 20 seconds till my battery dies and I know when I hear your voice, that I’ll be fine’, zingt hij.

 

“Door in al die landen te leven ben ik erachter gekomen dat je nooit kwijtraakt waar je vandaan komt”

 

Ook op subtielere manieren zit het verval van Parijs verwerkt in Rouge. In Babylon bijvoorbeeld, dat tijdens zijn ondergang bezongen wordt door Azier. “In Frankrijk is alles tien keer erger dan in Nederland, waar alles een beetje naar het midden gedrukt is”, vertelt Azier. “In Frankrijk is alles hard. Het verschil tussen arm en rijk is ontzettend groot en veel mensen houden zich vast aan vrijheid en gelijkheid die allang niet meer bestaan. Die waarin mensen leven is soms lachwekkend.” Dat bleek bijvoorbeeld toen veel jongeren blij waren met de verkiezing van de Franse president Emmanuel Macron, een jonge en vooruitstrevende politicus. “Als je in de kunsten werkt, krijg je nu netjes je geld op je rekening gestort. In elke straat zitten opticiens en apotheken waar je alles voor niets krijgt. Maar om de hoek zitten driehonderd vluchtelingen op straat. Dat klopt niet.” Op de set van fotograaf Jean-Baptiste Mondino ontmoet Azier in Parijs een kapper die het haar van die vluchtelingen knipt. Hij werkte met Claudia Schiffer en Michael Jackson, maar reist nu elke maandag naar een vluchtelingenkamp met tassen vol eten. Azier reist een dag met hem mee. “Voor mij is dat het bewijs dat het systeem helemaal niet werkt. Het huidige Europa bestaat uit afspraken over geld, controles en dient er vooral toe alles zo te houden als het is. Er is een Europese spirit, maar die zit in jonge mensen zoals jij en ik. Wij reizen, discussiëren en spreken met mensen die voor elkaar openstaan. De oude garde doet dat niet.”

Azier voelt zich dan ook niet per se Europeaan, maar vooral nog altijd Nederlander. “Door in al die landen te leven ben ik erachter gekomen dat je nooit kwijtraakt waar je vandaan komt”, vertelt hij. “Je wordt ook ontzettend beïnvloed door je jeugdherinneringen, van fietsen naar school met Spinvis op de koptelefoon bijvoorbeeld. Of van het weer en het minimalisme van het Nederlandse landschap. De nuchtere manier van denken, dat protestantste van niet te moeilijk doen: dat maakt wel wie ik ben.”

 

Leeuwenschreeuw
De muzikant sluit dan ook niet uit dat hij in de toekomst terug zal keren naar Nederland, al bevindt hij zich op dit moment in een rare fase. Hij bezocht Japan en was een tijdje in New York, maar weet nu even niet waar hij heen wil. “Ik heb een tijdje gedacht aan Brussel, maar misschien wordt het wel Londen. Afrika is ook erg interessant. Mijn broer woont in Abidjan, de hoofdstad van Ivoorkust. Het is daar nu een soort Berlijn na de val de muur, met een ondernemende middenklasse en veel muziek. Ik snuif daar graag cultuur op, maar ben er niet als toerist. Daar heb ik geen zin in.”

 

“Ik weiger twee keer hetzelfde te doen, dat is niet interessant voor mij”

 

De instabiliteit heeft alles te maken met zijn aankomende derde album. “Dat heb ik gemaakt in de drie maanden nadat Rouge was uitgekomen”, onthult Azier. “Dat ben ik nu aan het afronden, maar ik weet niet zo goed waar ik daarna heen moet.” Waar hij op muzikaal gebied heen moest, wist Azier wel. “Ik raak weer opgewonden van hele harde productie en hele koude dingen. Die wil ik nog harder tegenover mijn songwriting plaatsen, alsof je aan het koken bent en het eten net wat te spicy maakt, om mensen wakker te schudden.” Op de nieuwe plaat werkte Azier onder meer samen met de Nederlandse sterproducer Boaz van de Beatz, die eerder al de handen ineen sloeg met Diplo, diens Major Lazer en Jack Ü, Diplo’s samenwerking met Skrillex. “Hij komt heel erg uit de clubscene, dus hij voelt muziek als eerste in z’n lichaam. Kan ik erop dansen? Naar dat lustgevoel zocht ik. Hylas had dat ook, maar nu is het wat verfijnder, met producties op een ander niveau. Ik laat ook veel meer los en ga veel verder. Het is daardoor een vrij primitief album, met een soort lichamelijkheid. Een leeuwachtige schreeuw.”

Een compleet andere wereld dus, wéér. “Ik zie zelf ook dat ik constant verander”, verklaart Azier. “Maar ik weiger twee keer hetzelfde te doen, dat is niet interessant voor mij. Ik ben ook nog lang niet klaar, denk nu al aan mijn vierde album. Zolang ik het idee heb dat er groei in zit en dat ik ergens opgewonden over kan worden, weet ik dat het goed zit.”

 

Liveshows
Azier is een artiest die veel van zichzelf eist, zoveel is in alles duidelijk. “Ik zeg 99% nee tegen dingen, bijvoorbeeld tegen shows die ik niet wil doen. Het nadeel daarvan is dat je 1% heel goed moet doen.” Best bijzonder dus, dat de Nederlander volgende maand weer shows in z’n vaderland speelt, waaronder in TivoliVredenburg op 4 december. Eerder dit jaar maakte hij al indruk in de Melkweg en op Best Kept Secret, mede dankzij zijn zeer begaafde band. “Dat zijn muzikanten die ik in Parijs heb leren kennen. Ze spelen niet in time, maar als een soort boom in de wind die daar in en uit gaat. Ze komen meer uit een klassieke hoek, maar hebben ook veel ideeën over modern klassiek en noisebands. Ze kennen echt alles, dus ik merk dat ik mijn ideeën heel makkelijk kan vertalen met hen. Ze kennen alle synthesizers, weten hoe alle computers werken en produceren allemaal een beetje. De shows zijn daardoor eigenlijk makkelijker opgezet dan verwacht.”

“Ik heb er nu ook echt lol in, dat was vroeger wel anders, want toen moest ik alles alleen doen.” Net als shows in Parijs en de Berlijnse club Berghain voelen zulke shows voor Azier als thuiswedstrijden die eigenlijk al min of meer gewonnen zijn voor ze zijn begonnen. “Soms ben ik moe van het reizen, maar van zulke shows krijg je zoveel energie.” De zanger zou dan ook best meer willen spelen, maar hij heeft een bepaald idee over hoe zijn liveshow eruit moet zijn dat hem daarvan weerhoudt. “Dat is niet zomaar een busje in en spelen, daar komt een groot team bij kijken. Ik speel liever wat minder en geef dan de mensen wat ik echt wil geven.”


 

WEBSITE TIVOLIVREDENBURG | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Thomas Azier

 

 

Thomas Azier ruilde op negentienjarige leeftijd Nederland in voor Berlijn. Geïnspireerd door zijn nieuwe omgeving werkte hij aan zijn sound en songs. Nu, na twee goed ontvangen EP’s, heeft hij zo’n hype opgebouwd dat hij zijn thuisland al ruimschoots ontgroeid is.

 

‘HYLAS’ is Azier’s eerste full-length album en het laatste hoofdstuk in zijn HYLAS-trilogie. En alles aan de plaat klinkt en voelt als een apotheose. De compacte popsongs zijn gevuld met grootse synthesizers en theatrale zanglijnen. Naast de grootse momenten klinkt ‘HYLAS’ net zo vaak gestroomlijnd als diep en indringend, net zo vertrouwd als vooruitstrevend.

 

 

 

 

 

Binnen het concept van popliedjes gaat Azier los in de productie. Het geheel klinkt zo verfijnd en tegelijkertijd ijzersterk, dat het als ‘electropop’ bestempelen voelt alsof je Azier tekort doet. Er is geen sprake van slechte songs, slechts van paar songs die minder goed zijn dan de hoogtepunten. Dat dit laatste Hylas-hoofdstuk een album is en geen EP, is precies wat Thomas Azier en de complete trilogie verdient.
Wessel van Hulssen

 

 

 

Thomas Azier

Na drie avonden en nachten internationale nieuwste beloftes te hebben gezien is de zaterdag volledig voor de nationale acts. In de Oosterpoort is één avond de dichtheid bands per vierkante meter zo hoog dat het altijd een gezellige chaos wordt. En dit jaar is het programma weer heel sterk. Bij deze onze tips voor Noorderslag 2014.

 

Thomas Azier

In 2012 stond hij op Eurosonic. Vorig jaar was dat ook de bedoeling maar moest hij helaas afzeggen. Na al die jaren warmlopen gaat Thomas Azier nu voor de jackpot, zowel Eurosonic als Noorderslag staan op het programma. Debuutalbum ‘Hylas’ komt binnenkort eindelijk uit, contracten en contacten in binnen- en buitenland staan met hem in de startblokken. Met zijn Berlijns geïnspireerde, emotioneel geladen, donkere synthpop wordt 2014 het jaar van Thomas Azier. (WVH)

 

 

TWIN SHADES

Geen onbekenden van ons, want ze hadden in juli al op onze Paradiso-avond. Geïnspireerd door bands als Thee Oh Sees, The Black Angels, Tame Impala, The Brian Jonestown Massacre en Night Beats maken de Amsterdamse jongens piekfijne, psychedelische garage met een actuele en relevante sound. Vorige jaar speelde de band op o.a. Le Guess Who? en waren de garagerockers een groot hoogtepunt tijdens de Popronde. Zaterdag dus op Noorderslag, de rest van het jaar door het hele land en de rest van Europa. (RJ)

 

 

Katadreuffe

Recentelijk volop in de picture door hun nieuwe album Malconfort, die uitkwam op Subroutine + Narrominded. Een plaat die net als de titel suggereert overal tegen de randjes van het zuivere en melodische aanschuurt, maar daardoor wel een van de spannendste hardere muzikale acts van Nederland op het moment. Het is geen gemakkelijke muziek, maar door de complexiteit is het vinden van die prachtige melodische momenten een extra prettige beloning. (WP)

 

 

Afterpartees

De Limburgse band Afterpartees doet zijn naam eer aan. Hun liveshows staan bekend als een feest. Vooral garagerock en pop worden door de Nederlanders gemengd, een mix die in een opgewekte en ouderwets goede sound resulteert. Op de vorig jaar uitgebrachte single ‘First/Last’ staan twee energieke tracks, waardoor 3voor12 hun als nieuwe lievelingetjes in hun hart heeft gesloten. Afterpartees is klaar om op Noorderslag eens goed de muzikale slingers op te hangen. (DB)

 

 

Adam & The Relevants

Adam & The Relevants is een formatie gevormd rond de Nederlandse/Ierse Adam. De afkomst van de zanger is hoorbaar: Adam & The Relevants maakt britpop op zijn vrolijkst. Denk Arctic Monkeys of Oasis op het strand, denk aan FIDLAR. Toch schuwt de band niet de gitaren eens goed uit te kast te trekken. Dat alles bleek op de EP ‘VI’ die vorig jaar uitkwam. De nummers zijn ongelofelijk aanstekelijk en zijn juist live vrolijkmakers to the max! (DB)

 

 

Cairo Liberation Front

Misschien wel het meest onwaarschijnlijke genre wat dit jaar op Noorderslag staat: Electro Chabi. De gasten van Cairo Liberation Front komen gewoon uit Nederland en besloten de underground revolutiemuziek uit Egypte hier te introduceren. De rest is geschiedenis. Hun DJ-sets eindigen extreem vaak in een chaotisch feestje van vrolijkheid en, zoals ze het zelf graag verkondigen, revolutie. Wie zaterdagnacht om 01:00 uur niet in de kelder is mist wat! (WVH)

 

 

(DB) Dirk Baart
(RJ) Ricardo Jupijn
(WP) Wymer Praamstra
(WVH) Wessel van Hulssen