Sharon Van Etten had een hele tijd niets van zich laten horen, maar toen in oktober de toepasselijk getitelde single Comeback Kid verscheen was één ding duidelijk: de uit New Jersey afkomstige singer-songwriter is weer helemaal terug van weggeweest. Toch is er het een en ander veranderd.

De melancholische indierock/folk-stijl die ze perfectioneerde op prijsalbum Are We There uit 2014 heeft plaatsgemaakt voor een vrij dikke, op synths gebouwde, eighties throwback sound. In het begin even schrikken, maar al gauw bewees ook Comeback Kid weer ‘gewoon’ een wonderschoon Sharon Van Etten-nummer te zijn. De lijn van dat nummer wordt grotendeels doorgezet op haar nieuwste worp Remind Me Tomorrow; een constant intrigerende en mysterieuze plaat die zeker een uitgebreide beschouwing verdient. Daarom spraken we de comeback kid herself onder andere over haar vrij lange sabbatical, het moederschap en die opmerkelijke albumcover.

Alsof dat allemaal niet genoeg was, werd ik die zomer ook nog zwanger

Waarom er een gat van vier jaar en een beetje tussen Are We There en Remind Me Tomorrow zit? Een hele hoop redenen: Van Etten heeft zeker niet stil gezeten, maar in 2015 vond ze het tijd voor een pauze. “Het materiaal van Are We There was emotioneel erg moeilijk om live te spelen. Toen dat album uitkwam was ik al een ander persoon dan toen ik hem opnam. Ik zat toen net in een hele goede relatie, maar moest zingen over een oude relatie waar ik me niet echt meer verbonden mee voelde. En dan waren het ook nog eens hele duistere nummers. Ik voelde dat dit mijn optredens en mijn gemoedstoestand beïnvloedde.” Daarna kwamen er plotseling allerlei andere afleidingen op haar af.

Creatieve drang
Een langgekoesterde wens om therapeut te worden kon nu bijvoorbeeld mogelijk vervuld worden. “Ik ontmoette heel veel fans en hoorde al hun persoonlijke verhalen. Daardoor kreeg ik het gevoel dat ik graag meer zou willen kunnen helpen, dat ik graag dichterbij tot ze zou kunnen komen. Ook hoopte ik dat ik daardoor zou kunnen begrijpen waarom muziek zo veel voor hen betekende, en voor mezelf. Dus schreef ik mezelf in bij een opleiding.” Maar, vult ze aan met een glimlach: “Maak nooit plannen.” Toen Van Etten net twee weken met haar opleiding bezig was, werd ze gevraagd auditie te doen voor de Netflix-serie The O.A. Die rol kreeg ze, waarna ze de score voor de speelfilm Strange Weather van Katherine Dieckmann – ‘een hele goede vriendin’ – schreef.

Wat volgde wat nóg een extra verrassing die op haar pad kwam. “Alsof dat allemaal niet genoeg was, werd ik die zomer ook nog zwanger.” In 2017 richtte ze zichzelf dus vooral op het moederschap, maar haar creatieve impulsen waren natuurlijk ontembaar. “Als mijn baby sliep voelde ik toch altijd de drive om creatief te zijn. Maar dan kon ik natuurlijk niet te veel herrie maken, dus viel ik vaak terug op oude demo’s. Toen realiseerde ik mij dat ik die tijd vol afleidingen en andere bezigheden ik alsnog iets van veertig nummers had geschreven, dus het was fijn om te weten dat ik mijn creatieve drang niet had verloren.”

Michael Cera’s Jupiter 4-synthesizer
De nieuwe sound van Remind Me Tomorrow ontstond – deels per ongeluk – dus ook al in die tijd. Al snel blijkt dat we die aan een onverwacht persoon te danken hebben: Scott Pilgrim Vs. The World en Arrested Development-acteur Michael Cera. “Toen ik bezig was met de score voor Strange Weather deelde ik een oefenruimte met hem. Hij had veel keyboards en synthesizers, ik had mijn eigen spullen bij. We deelden constant instrumenten. Ik leende hem bijvoorbeeld drums en piano en dankzij hem kon ik experimenteren met synthesizers. Hij had een specifieke soort synthesizer, de Roland Jupiter-4, die me erg aantrok.” Die drang naar meer experimenteren kwam ook niet uit het niets. “Katherine verwees me naar de muziek van de film Paris, Texas (1984) van Ry Cooder. Dat is echt prachtige gitaarmuziek, dus het is erg intimiderend om zoiets als voorbeeld te nemen. Om uit die schaduw te ontsnappen voelde het daarom alsof ik niet te veel bij de gitaar kon blijven hangen.”

Uiteindelijk leverden die sessies ook materiaal op voor Remind Me Tomorrow, wat Van Etten vooral dankt aan producer John Congleton. Met een zootje nummers op een presenteerblaadje, wist ze niet zeker welke de voorkeur zouden hebben. “Uiteindelijk was John juist geïnteresseerd in de vreemdere nummers, dus daar werd ik ook weer enthousiast van, omdat ik bang was dat die juist mensen die bekend waren met mijn vorige werk af zouden schrikken. Maar hij was juist erg aangetrokken door de ‘freaks.’ Hij zette die allemaal onder elkaar en zei: ‘Dit moet je plaat worden.'” Dat uit zich in een plaat vol vreemde momenten, zoals de spookachtige ‘ah ah ah’-hook in het prijsnummer Memorial Day. Ook dat stamt al uit die vroege synthesizerexperimentfase. “Die ‘aha’s’ komen van toen ik gewoon een keer aan het rotzooien was met mijn vocalen. Daar was John dol op, dus dat werd al snel het middelpunt van het nummer.”

Hands-off werkwijze
Het opmerkelijke geluid van de plaat komt deels voort uit het feit dat Van Etten bewust de touwtjes wat uit handen gaf. “Ik vond het fijn om gewoon mijn demo’s aan hem te kunnen geven en verder redelijk hands-off te blijven. Want als ik dat zelf zou doen, zou ik gewoon proberen die demo’s te recreëren. Dan zouden ze gewoon als mijn vorige plaat klinken en zou ik er zelf nooit helemaal tevreden mee zijn geweest, omdat ik waarschijnlijk altijd de demo’s beter had gevonden. Om uit die state of mind te komen vond ik het dus nodig het radicaal anders aan te pakken. En zijn kennis van wat je allemaal met geluid kan doen gaat ver boven die van mij, dus liet ik het aan hem over om die nummers boven zichzelf uit te laten stijgen.”

Het idee achter dat nummer is dat ik mijn zoon advies geef en tegen hem zeg dat ik hem al het goede in de wereld wens, maar ook zie dat het momenteel een hele duistere tijd is”

Een wereld van verschil met Are We There, waar Van Etten zelf – samen met Stewart Lerman – de productie voor haar rekening nam. “Toen nam ik al mijn vrienden mee, koos ik zelf de muzikanten uit en dat zorgde er voor dat er een boel verschillende persoonlijkheden bij elkaar kwamen. Natuurlijk waren wel allemaal vrienden, maar dat was nog steeds soms best lastig. Je geeft om ze, dus wil je geen moeilijke beslissingen nemen waardoor iemand zich misschien gekwetst voelt. Ook moet je de planning doen en het budget bijhouden. Daar had ik nu allemaal geen zin in, dus was het fijn dat ik dat aan John kon overlaten. De enige persoon die ik zelf heb uitgekozen was mijn vaste achtergrondzangeres Heather, want haar werk durf ik aan niemand anders over te laten. Behalve dat dacht ik: ik kom wel gewoon naar jouw universum. Je weet wat je doet, dus ik laat me wel verrassen. Ik denk dat dat het meest volwassen besluit was dat ik ooit heb genomen.”

Geen Kid A-momentje
Hoewel Remind Me Tomorrow op momenten zeker behoorlijk anders klinkt dan haar vorige werk, is de plaat niet Sharon Van Ettens Kid A-momentje. Af en toe dringt – gelukkig – haar vertrouwde sound nog even door. Bijvoorbeeld in de prachtige opener I Told You Everything. “Ik wist niet helemaal zeker of ik dat wel een goede opener vond omdat ik dacht dat het misschien te veel op een nummer van mijn vorige plaat lijkt. Maar omdat het nummer gaat over de start van mijn relatie leek mij dat een goed begin. En ook juist omdat dat nummer nog een beetje klinkt als mijn oude werk, leek het me een goed inhaakpunt voor mijn fans. Dus dient die nu vooral als een herinnering: je hoort mijn stem, dat is nog steeds mijn stem en het zijn nog steeds mijn melodieën. Ik maak deze keuzes omdat ik dat zelf wil. Aan het einde verandert expres het geluid al een beetje, zodat je ook weet dat er dingen staan te gebeuren. En dan bij het tweede nummer gaat het los.”

Samen met die opener is afsluiter Stay het meest persoonlijke nummer van de plaat voor de zangeres. “Het idee achter dat nummer is dat ik mijn zoon advies geef en tegen hem zeg dat ik hem al het goede in de wereld wens, maar ook zie dat het momenteel een hele duistere tijd in de wereld is. Mijn voornaamste taak als moeder vind ik dat mijn zoon zich veilig voelt in deze wereld, dat wil ik ook voor de luisteraar bereiken.” Naast dat duo van ingetogen songs is een van de meest opvallende nummers het anthem-achtige Seventeen, een heerlijk doordreunende meezinger die met een beetje fantasie niet had misstaan op een eighties-plaat van geboorteplaatsgenoot Bruce Springsteen.

Al is dat nummer ondanks de New Jersey-sfeer die erin doorklinkt vooral een ode aan Van Ettens huidige verblijfplaats New York. “Die vloeide voort uit een idee dat ik kreeg toen ik langs een oud podium liep waar ik vaak speelde, wat inmiddels gesloten is. Het viel mij op dat er op die straat net jonge mensen in de buurt waren komen wonen; een buurt die ik nooit zou kunnen betalen. Ik woon nu al vijftien jaar in New York en ik heb in die tijd veel veranderingen gezien. Maar ik realiseerde mij ook dat ik het fijn vond dat ik dus lang genoeg op één plek gewoond heb om dat soort veranderingen mee te krijgen.” Seventeen gaat dus vooral over de gevoelens die NYC bij haar oproept. “New York is zo’n nostalgische plek voor me. Of je er nou gewoond hebt of niet, zodra je er bent voelt het alsof je omringd wordt door spoken. Dát is New York voor me. Die thematiek maakt Seventeen denk ik my most New York song ever.”

Hoe kan ik alles combineren?!
De kern van Remind Me Tomorrow ligt voor Van Etten echter niet in New York, maar vooral in de opmerkelijke coverfoto. We zien twee kinderen in een extreem rommelige huiskamer, waarvan er eentje opgevouwen in de wasmand zit. Natuurlijk geen toevallig gekozen beeld om als albumcover te gebruiken. “Op de foto staan de kinderen van Katherine, voor wie ik die filmsoundtrack gemaakt heb. Ze liet me die foto zien op de dag dat haar film in première ging op het Toronto International Film Festival. Ik besloot haar te vertellen dat ik zwanger was op het moment dat zij het podium op wilde gaan om de film aan te kondigen. Zij heeft een super bijzonder leven geleid en allerlei baantjes gehad. Dus ik vroeg haar: hoe? Hoe kan ik ook alle dingen die ik doe combineren met moeder zijn? Toen begon ze te lachen, pakte ze haar telefoon en liet ze mij die foto zien. Dat vond ik erg geruststellend, want zelfs in alle chaos die op die foto te zien is zien haar kinderen er nog zo blij uit. Sindsdien heb ik die foto altijd bij mij gehouden.”






Sharon Van Etten live zien?
29 maart – Paradiso Amsterdam
30 maart – Botanique

Alle actuele data vind je op haar Facebook-pagina.


Finale Art Rocks
Woensdag 23 januari
Paradiso Amsterdam

Volgende week woensdag vindt in Paradiso Amsterdam de finale van Art Rocks plaats, de competitie waarbij muzikanten een nummer schrijven aan de hand van een kunstwerk waar ze zich door geïnspireerd voelen. Wij laten je horen wat de kandidaten hebben gemaakt én hebben kaarten voor de finale te vergeven (onderaan dit artikel)!

Art Rocks is in Nederland de grootste wedstrijd die beeldende kunst en muziek samen laat komen. Het is ontstaan doordat de organisatie zich afvroeg hoe hiphop een Van Gogh klinkt, of hoe rock-‘n-roll een Rothko is? Aan de hand van ruim vijftig kunstwerken uit de collectie hebben dit jaar bijna tweehonderd acts een soundtrack geschreven bij hun favoriete werk en zich daarmee aangemeld voor Art Rocks. De artiesten lieten zich leiden door hun associaties en emoties, wat een behoorlijk aantal indrukwekkende tracks op heeft geleverd.

Na een beoordeling van een jury, gaan de deelnemers door naar een halve finale/museumrondes in musea als Drents Museum, Museum Boijmans Van Beuningen, Bonnefantenmuseum en Kröller-Möller Museum, waar ze opnieuw een jury tegenkomen die bestaat uit onder meer Roosmarijn Reijmer (Friendly Fire), Jessica van Amerongen (DWDD), Minke Schat (Museum de Lakenhal) en ambassadeurs van Art Rocks: Blaudzun en Yung Nnelg.

Finalisten Art Rocks
Na de halve finales in de zeven deelnemende musea, zijn er uiteindelijk acht acts overgebleven die komende woensdag hun soundtrack live laten horen in Paradiso. Sofia Dragt, Jezekiah, PsySo, Tricyle, Teddy Mac, KUZKO, Romy en Daan en Colin Mooijman mogen hun kunsten vertonen in de poptempel. Dat doen ze naast Blaudzun en Yung Nnelg, die in Amsterdam een speciaal gastoptreden zullen geven tijdens de finale.

De finalisten houden er naast een kunstzinnige uitdaging en een prachtige show in Paradiso, overigens ook nog eens een professionele videoclip aan Art Rocks over. Plus: degene die woensdag wint, mag een prijs van duizend euro mee naar huis nemen.

Alle videoclips – gemaakt door Dirk de Graaff (VERS TV) – die tot nu toe zijn uitgebracht vind je via het YouTube-kanaal van Art Rocks. Wij lichten in deze feature drie van de acts uit die woensdag in de finale staan en stelden hen een aantal vragen over hun inspiratie en hun songs!


Foto: Jelmer de Haas

Sofia Dragt
Muzikant Sofia Dragt gaat voor het werk Meisje met het haar in het water van Co Westerik, een onderdeel van de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Een indringend en sterk ingezoomd beeld van een meisje dat wegzinkt, zich afsluit en waar een soort droombeeld boven haar hoofd zweeft: is het haar geest, zijn het haar gedachten? Een realistische, strakke en tegelijkertijd surrealistische compositie die veel vragen oproept.

Ook bij Dragt, die zich direct aangetrokken voelde tot het werk van Westerik en aan de slag ging in haar studio om er muziek van te maken. Wij spraken de muzikante om te horen hoe ze tot haar keuze is gekomen en hoe een kunstwerk een liedje werd.

Beginnen bij het begin: hoe kwam Art Rocks zo op jouw pad en wat was de reden voor jou om mee te doen?
“Ik kende Art Rocks al, maar iemand vroeg mij vorig jaar waarom ik eigenlijk niet meedeed. Toen ben ik er eens goed ingedoken en snapte ik het zelf ook niet”, lacht de muzikante.

“Regelmatig werk ik met filmmakers en schrijf ik dus muziek aan de hand van bewegend beeld, maar dit is toch een compleet andere uitdaging. Het leek mij vooral interessant om de verbeelding meer in mijn hoofd plaats te laten vinden door het kunstwerk dat ik zie, in plaats van op een scherm.”

Het was alleen al ontzettend bijzonder om midden in een museum te spelen!”

Tijdens het selecteren van een kunstwerk: voelde je je onmiddelijk aangetrokken tot het werk van Co Westerik?
“Bij verschillende werken kreeg ik direct inspiratie of hoorde ik iets rondzoemen door mijn hoofd, maar bij het schilderij van Westerik zag ik er meteen een verhaal bij. Vanaf dat moment was het mijn nummer één uit de selectie.”

En hoe maak je vervolgens een liedje van een schilderij?
“Ik had direct een soort dromerige sfeer in mijn hoofd, waarmee ik eens ben gaan experimenteren. Tijdens het opnemen heb ik het schilderij erbij gehouden en aan de hand van het verhaal dat ik voor mij zag, ben ik het langzaam gaan vertellen met muziek en tekst.”

Welk verhaal zie jij in het schilderij?
“Het meisje heeft een denkbeeldig masker op, van iemand die ze niet is, maar die ze wel wil uitstralen. Dat wordt haar te zwaar en eigenlijk verdrinkt ze op die manier en roept ze om hulp. Op dat moment komt haar ‘echte ik’ naar boven. Ik probeer zelf altijd open en oprecht in de wereld te staan, maar ik heb zelf ook wel eens dat soort momenten, dat ik denk: ‘ik moet weer even zijn wie ik echt ben’. Ik denk dat iedereen dat wel herkent, dat je in sommige situaties een masker opzet. Het schrijven ging erg snel toen ik dat beeld eenmaal scherp in mijn hoofd had.”

Co Westerik – Meisje met haar in het water

Jij speelde tijdens de halve finale in dezelfde ruimte als het kunstwerk, viel alles toen op zijn plek?
“Het was sowieso al ontzettend bijzonder om midden in een museum te spelen! De sfeer en akoestiek waren erg goed in die ruimte, dat was ook erg fijn. Maar, ja, het viel inderdaad allemaal op zijn plek als ik er zo aan denk. Het was een bijzondere ervaring.”

En dan krijg je er ook nog eens zo’n clip bij! Hoe kwam dat tot stand?
“Zo, daar ben ik inderdaad ontzettend blij mee! Toen ik het idee van Dirk voor de clip hoorde dacht ik eerst: ‘ja dag, dat kan nooit!’ Maar we hebben het toch voor elkaar gekregen.”

Hoe hebben jullie dat gedaan?!
“Nou, dat was nog best wel een gedoe, want we waren maar met zijn drieën toen we de video opnamen in Enkhuizen. Van tevoren is alle hardware uit de vleugel gehaald, anders was het überhaupt veel te zwaar. Daarna hebben we alles op een opblaasbootje gezet en het water in gedreven. Ik ben de dagen daarna behoorlijk verkouden geweest, maar dat was het meer dan waard.”

Zo te horen heeft Art Rocks je een hoop moois opgeleverd als ik het zo allemaal hoor?
“Zeker, ik ben nu al hartstikke blij met het liedje, de videoclip en uiteraard de show in Paradiso! Wat dat betreft is het meer dan geslaagd.”


Foto: Jelmer de Haas

PsySo
De Tilburgers van PsySo – wij lieten onlangs nog een gloednieuwe single van de band in première gaan – kozen voor het werk Instruments for Longevity van Jaco van der Vaart. Een behoorlijk indringend en heftig werk, met een bundeling chirurgisch gereedschap dat iets benauwds en angstwekkends in zich draagt.

Achter het werk schuilt de volgende gedachte: ‘Iedereen wil ouder worden en daar is dit gereedschap van scharen, messen, tangen en boren voor nodig.’ En zoals elk mens weet: dat is helaas geen speld tussen te krijgen. Zanger/gitarist Joost Boogmans en gitarist Damian van Dijk van PsySo besloten over dit werk een lied te maken. Wij spraken de jongens over Art Rocks, hun keuze voor dit spannende werk en de song Tools die de band maakte.

Wat was jullie voornaamste reden om mee te doen met Art Rocks?
“We hebben vorig jaar meegedaan aan Popsport, waar we nog steeds een goede relatie mee hebben en zij tipten ons Art Rocks. Wij zagen direct de uitdaging en de mogelijkheden, dus besloten we er eens goed voor te gaan zitten.”

Jullie video komt eind deze week uit: wat was jullie idee bij deze clip?
“Vanuit Art Rocks werden wij gekoppeld aan een videomaker en konden we samen met hem aan de slag om het concept te ontwikkelen. We hebben nog niet zoveel met video gedaan, dus het was tof om daar op deze manier meer over te leren. Het is uiteindelijk een liveopname geworden van ons in allerlei chirurgische pakken en allerlei toffe beelden. Het is wel echt een lijpe clip geworden.”

Wat we zien in dat stuk, dat voelen we ook in onze muziek als we het maken”



Toen kwamen jullie langs het kunstwerk van Jaco van der Vaart: hadden jullie meteen het gevoel dat dit hét kunstwerk was?
“Die stak er voor ons direct bovenuit. Dat is wel een mooi verhaal, maar we wonen in één huis met de band, alleen zijn toevallig genoeg afzonderlijk door de lijst met kunstwerken gegaan en tijdens de eerstvolgende bandmeeting besloten we unaniem voor dit werk.”

“Het is best bijzonder dat dit in de lijst stond, want het werk past bij onze visie en boodschap die we als band hebben. Want je ziet best wel een akelig geheel als je het zo ziet staan, maar het is ook speels. Daarmee is het eigenlijk net als onze muziek. Het is aan de ene kant toegankelijk, maar tegelijkertijd zitten er ook vieze haken aan. Wat we zien in dat stuk, dat voelen we in onze muziek als we het maken.”

Instruments for Longevity van Jaco van der Vaart

Hoe ga je dan vervolgens aan de slag om dat muzikaal tot leven te wekken?
“We zijn op zoek gegaan naar wat pakkende en toch akelige sounds, die we hebben gecombineerd met een positieve boodschap in de lyrics. Het is niet alleen maar een naar verhaal”, lachen de twee bandleden. “In onze woonkamer hangt een afbeelding van het werk, zodat het altijd een beetje in onze gedachten zit.”

Zijn jullie blij met het resultaat?
“Absoluut, we hadden van tevoren zoiets van: ‘we zien wel wat er uit gaat komen’. Maar ik vind het serieus een van de tofste tracks die we gemaakt hebben!”

Nu gaan jullie naar Paradiso volgende week: hoe gaan jullie daar een keiharde performance neerzetten in Amsterdam?
“Nou, we kunnen dat nummer inmiddels wel dromen. Nu zijn we bezig met een soort ‘mierenneuksessies’ zoals we dat zelf noemen, dus dat komt helemaal goed!”


Foto: Jelmer de Haas

KUZKO
Toen de Rotterdammers van KUZKO het wandtapijt van Grayson Perry voorbij zagen komen, was er geen weg meer terug. Het vijftien meter brede werk The Walthamstow Tapestry was op hun beeldscherm al zo indrukwekkend, dat er direct van alles rond ging zingen in de hoofden van het muzikale duo Sam Ouwehand en Danique van der Vlugt.

Het werk van Perry verbeeldt met allerlei figuren ons dagelijkse leven op een (behoorlijk) surrealistische manier (of toch niet?). Met een uitgebeeld levenspad van geboorte tot sterfte en een bloedlijn die uiteindelijk naar de duivel loopt en die vervolgens alles gulzig opslurpt. KUZKO voelde de kunstgoden door zich heen razen bij het zien van het werk en schreven het nummer Back At It Again With The White Vans.

Waarom wilden jullie graag meedoen aan Art Rocks dit jaar?
“We schrijven en produceren nu een jaar als KUZKO en houden wel van een uitdaging. We zoeken graag de grenzen op, maar een interpretatie van een kunstwerk naar een track vertalen, dat hadden we nog nooit gedaan. Uiteindelijk zijn we heel blij met de song, hij is echt dik geworden. Daarnaast leek het ons heel dope om voor het kunstwerk te mogen spelen, in Paradiso te spelen én 1000 euro te winnen!”

Dan besluit je mee te doen,  scroll je vervolgens door een lijst werk met kunstwerken heen en kom je langs Perry. Was het liefde op het eerste gezicht? 
“Het was zeker liefde op het eerste gezicht. We hebben beiden apart de kunstwerken bekeken, een top vijf gemaakt en The Walthamstow Tapestry stond bij ons allebei op nummer één. Het past goed bij onze muziekstijl: fel kleurgebruik en een beetje schreeuwerig, maar ook warm en subtiel. Ook de kunstenaar, Grayson Perry, een potten bakkende travestiet met een fascinatie voor zijn teddybeer Alan Measles, sprak ons direct aan. We herkennen ons in zijn verhaal over een consumptiemaatschappij die het eindeloze kopen als een religie ziet. In onze track hebben we dit uitvergroot door in de coupletten een karikatuur van onszelf te maken.”

The Walthamstow Tapestry van Grayson Perry
(Klik op de afbeelding voor een grotere versie van het wandtapijt.)

Hoe ga je vervolgens aan de slag? Zijn jullie naar het Bonnefantenmuseum gereden om allerlei klanken op te pikken van het wandtapijt?
“Helaas konden we in onze vol geplande levens niet eventjes op en neer naar Maastricht vanuit Rotterdam. We hebben in de kamer van Danique, een fabelachtige tempel en onze vaste schrijfplek, goed naar het beschikbare online materiaal gekeken en opgezocht wat Perry zelf over het stuk verteld heeft. Dat inspireerde ons al meer dan genoeg.”

Hoe zet je zoiets daarna om in muziek? Hoe zag dit proces eruit?
“Sam begon eerst met de drums, terwijl Danique de afwas ging doen. Nog voordat hij de basisgroove gemaakt had, stormde ze de kamer in met de melodie die uiteindelijk de synth-hook is geworden van het nummer. We werken in Logic, waardoor we al vrij snel de basis van het nummer op hadden genomen.”

We herkennen ons in zijn verhaal over een consumptiemaatschappij die het eindeloze kopen als een religie ziet”

“Daarna was er een hospiteeravond in het huis van Danique en moest Sam eigenlijk weg, maar hij bleef en maakte de partijen af terwijl er allemaal, naar een kamer zoekende en awkward mensen biertjes zaten te drinken om hem heen. Danique schreef vervolgens de zangmelodie met een biertje op en schreef dezelfde week nog de tekst. Echt een ‘magisch’ proces hè”, lachen de twee.

Wat was de grootste uitdaging voor jullie tijdens Art Rocks?
“Wij maken elektronische muziek, dus de grootste uitdaging was de track om te zetten naar een akoestische versie voor de museumronde. Om dit voor elkaar te krijgen, hebben we een mini-instrumenten-arrangement voor het nummer geschreven en vervolgens vier vrienden opgetrommeld om het live te spelen met ons. Dat was aardig wat werk, maar zeker de moeite waard. We hebben een sicke versie en een hele goede dag in het museum gehad.”

“En nu staan we dus ook nog eens in de finale van Art Rocks! Nu we het daar toch over hebben, ook in Paradiso spelen we weer een andere versie van de track, dat gaan jullie allemaal meemaken op woensdag 23 januari!”


Naar de finale in Paradiso toe?
Mocht je alle tracks en de verhalen gehoord hebben en denken: ‘daar zou ik nou eens graag met mijn beste vriend of vriendin naartoe willen gaan’, dan moet je even een mailtje naar ons sturen! Doe dat vóór dinsdag 22 januari 17:00 en voor je het weet ga je op pad voor een bijzondere avond in de Amsterdamse poptempel.


WEBSITE ART ROCKS | FACEBOOK-PAGINA | FACEBOOK-EVENT


Informatie over Art Rocks
Art Rocks is een project van stichting ARTmatch. ARTmatch organiseert Art Rocks 2016 samen met Museum Boijmans Van Beuningen, Kröller-Müller Museum, Bonnefantenmuseum, Drents Museum, Tropenmuseum, Museum Prinsenhof Delft, Centraal Museum Utrecht en de Grote Prijs van Nederland, RedBull Studios, CJP, Popsport. Art Rocks 2018 wordt mogelijk gemaakt door het Mondriaan Fonds, VSBfonds, ABN Amrofonds, Prins Bernard Cultuurfonds en Tentoo.

Kan muziek luisteren ongemakkelijk zijn? Zeker. Neem Sufjan Stevens’ Carrie & Lowell, Nick Cave’s Skeleton Tree of Mount Eerie’s A Crow Looked At Me. Het zijn schitterende, duistere platen die voelen alsof ze eigenlijk niet voor jouw oren bestemd zijn. Adrianne Lenker haar album Abysskiss past in dat rijtje.

Hoewel de dood, waarmee Lenkers plaat opent en eindigt, hier een fictieve gedaante aanneemt, is het gevoel dat achter de liedjes schuilgaat pijnlijk echt. We bellen met de Big Thief frontvrouw, die voor het eerst in drie jaar langere tijd stil zit, in haar ouderlijk huis, in Minnesota.

Af en toe hoor je haar zachtjes een slokje koffie nemen. Het lepeltje tikt tegen haar beker. “Ik leef vandaag op koffie, ik heb maar drie uur geslapen. Gister ben ik gaan dansen voor Halloween met mijn kleine broertje. Zonder één druppel alcohol, alleen snoepgoed. Toen ik thuis kwam heb ik op de keukenvloer een heel pak, door mijn moeder gebakken brownies opgegeten. Wow! Eet jij weleens brownies? Het was vijf uur in de ochtend en ik dacht: ‘wat doe ik met mijn leven?’ Haha.”

Adrianne heeft het verdient, na een intensieve serie optredens. Ze giechelt. “Thank God: de Big Thief-tour is voorbij. We eindigden met een show in New Orleans, gevolgd door een afscheidsmaaltijd bij een vriend. Daar toosten we op elkaar. We maakten wat grapjes en knuffelden. Daarna zeiden we elkaar gedag. Zo raar. Over drie maanden mis ik ze erg. Na de laatste show zeiden we tegen elkaar: ‘And, release…  Dat is onze inside joke. Zelfs na een te lange reis in ons busje, als we eindelijk de benen kunnen strekken, zeggen we: ‘And, release…‘”

Ik gaf mijzelf geen tijd om te denken. In zeven dagen hadden we alles. Op een natuurlijke manier, als gras dat groeit”

Sommige liedjes voelen alsof ze wees zijn en geen thuis hebben
Adrianne is pas 27, maar haar leven staat al geruime tijd volledig in het teken van de muziek. Vanaf haar derde levensjaar schreef ze al liedjes met haar grote zus. “Meestal heb ik geen einddoel voor ogen. Mijn liedjes komen in een soort ‘stroom’. Het afgelopen jaar heb ik er veel geschreven, ook op tournee. Meestal geef ik alles aan de band en brengen we de liedjes samen, op een hele natuurlijke manier, tot leven. Die aanpak werkt best goed, maar in sommige gevallen voelt het alsof de liedjes in demo-staat al volwassen zijn. Ze worden geschreven op akoestische gitaar. Heel verstilt. Af en toe voelt het alsof die liedjes wees zijn en geen thuis hebben. Daar moet iets mee gedaan worden. Before they slip away.”

Gelukkig kregen die liedjes een thuis op Abysskiss. Ze nam de plaat in slechts een week op, samen met haar jeugdvriend Luke Temple. Nu is de muziek van Big Thief al intiem, maar Abysskiss gaat nog wat dieper. “Ik ging op een solotrip, naar het zuid-westen van Amerika. Plotseling was ik in de woestijn. Voor drie weken. Ik voelde mij…” Er valt een lange stilte waarin je Lenker bijna hoort denken. “Eigenlijk voelde ik heel veel tijdens die periode”, biecht ze op. “Ik reflecteerde op alles wat ik meegemaakt had en was klaar om al mijn emoties eruit te gooien. Toen ik terug kwam zette Luke een microfoon neer. In essentie drukte hij op record en ben ik gewoon gaan spelen. Het voelde heel natuurlijk. Elke song op de plaat speel ik in zijn geheel. Er is niks aan geknipt, niks in geplakt. Later voegden we nog een of twee subtiele elementjes toe. Het geluid van de kamer waarin we opnamen resoneert in alle liedjes. Ik gaf mijzelf geen tijd om te denken. In zeven dagen hadden we alles. Op een natuurlijke manier, als gras dat groeit.”

Te intiem om naar te luisteren
De tien liedjes geven dat gevoel treffend weer. Het voelt bijna te intiem om naar te luisteren. En toch klinkt de plaat net zo kalm en beheerst als de maakster zelf. “Ik leek kalm gedurende de opnamesessies, maar vanbinnen was ik opgefokter dan ooit. Ik ging daarvoor door een hoop intensiteit heen. Het was een hele rare week voor me. Ik wil er niet te diep op in gaan nu, maar er brandde een vuur vanbinnen. Ik kon mezelf alleen inhouden door de omgeving waarin ik mij bevond. Veel liedjes gaan over loslaten. De worsteling die het is om mens te zijn. Over de langste relatie waar ik ooit in zat. De liedjes gaan over die persoon, het mysterie van liefde en het loslaten van je oude huid. Ik kan ook niet naar de liedjes luisteren. Ik heb de plaat één keer gehoord en toen voelde ik mij heel emotioneel.”

Lenker stelt zich kwetsbaar op, zeker door met haar plaat op tournee te gaan. Volgend jaar doet ze een bescheiden solotournee. “Je hoort het, ik ben nog niet zo zeker dat ik ga, haha! Nee, het komt goed. Ik heb de liedjes nog niet live gespeeld, alleen Terminal Paradise heb ik met Big Thief geprobeerd. De liedjes zijn belangrijk voor me, maar ik durfde ze nog niet te delen met anderen. Gelukkig heb ik ervaren dat liedjes live kunnen veranderen en evolueren. Dat is opwindend. Nu voelt het heel privé. Ik zie er nu tegenop, maar als ik het live ga spelen, in een ruimte waar mensen hetzelfde horen, voelt het waarschijnlijk als een opluchting.”

Nederland kreeg dit jaar al een onverwacht voorproefje van de introspectieve kant van Lenker. Haar band speelde akoestisch en zonder drummer op Into Great Wide Open. “Dat was de eerste keer in Big Thief history! James moest naar een bruiloft in Amerika. We zeiden: ‘Okay, go!’ Voor het optreden zwom ik in het water van Vlieland en er lag overal zand op het podium. Het was moeilijk om niet relaxed te zijn in die omgeving. Mensen lachten en zaten braaf voor het podium. Het paste perfect”

Slapen en herstellen
Zelf beseft Adrianne het nog niet helemaal. “De afgelopen drie jaar hebben we continu gespeeld, met af en toe een pauze van een maandje. Nu heb ik plotseling twee en een halve maand niks. Ik ben alleen aan het slapen en aan het herstellen van het tourleven. De komende zes maanden doen we geen Big Thief-shows. Dat is de langste stop sinds de oprichting van de band. Allemaal geven we veel om de band. We communiceren over alles en hebben een eigen taal ontwikkeld waarbij we continu open en eerlijk tegen elkaar zijn. We talk and talk and talk. Voor mijn gevoel is dat echt zeldzaam. They’re my brothers.”

Door haar vrijwel constante tourleven zag Lenker het afgelopen jaar veel optredens. Eentje sprong er uit. “David Byrne was geweldig! That is the stuff. Ouder worden en toch met liefde je oorspronkelijke inspiratie ombuigen in een springlevende kunstvorm. Dat is het ultiem haalbare voor mij. Laatst had ik een gesprek met een taxichauffeur die vertelde dat muziek geen rol speelde in zijn leven. Dat kan ik me niet voorstellen. What?! Muziek is een hele wereld en zal altijd, mijn leven lang, een rol blijven spelen. Nu moet ik zeggen dat we vandaag ook geen muziek luisteren, we luisteren naar de ganzen in het water. Ook een vorm van muziek.”




Adrianne Lenker live zien?
19 januari – Café Charlatan
22 januari – Paradiso Noord

Alle actuele data vind je op haar Facebook-pagina.


Het is eind oktober, en als trouwe lezer mag je inmiddels best weten wat dat betekent: London Calling is weer van start en wij van The Daily Indie zijn er natuurlijk weer bij. Na wat experimenteler uitstapjes, valt te zeggen dat London Calling de afgelopen jaren weer voorzichtig terugkeerde naar je-weet-wat-je-kunt-verwachten: de beste opkomende independent gitaarbands en aanverwanten (interpreteer dat zo breed als je wilt) van het moment. Laat het festival na maar liefst 26 jaar nog steeds geen slijtageplekken zien? Spoiler alert: gisteren zagen we in Paradiso opnieuw dat London Calling ons maar niet kan teleurstellen.

Tekst Matthijs van Rumpt & Sharona Badloe
Beeld Sabrine Baakman

Nog meer London Calling? Lees hier ons verslag van de zaterdag!

Het is pas krap 18:00 uur, wanneer Helena Deland klaarstaat om de Kleine Zaal op te warmen. Even lijkt het alsof ze als opener voor het festival voor een zo goed als lege zaal zal spelen, maar daar komt al snel verandering in. De uit Montreal afkomstige artieste en haar band spelen popnummers die niet per se blijven hangen, maar wel heel fijn in het gehoor liggen. Met name de kalmere nummers doen live soms denken aan de band en stadgenoten Men I Trust, iets wat op de plaat niet de toon is. Vrolijke dansend verplaatst de band zich na afloop van het podium en naar de zaal, de kop is eraf.

 

Daar staat Anemone, óók een Frans-Canadese band. Vanaf de eerste kick springt frontvrouw Chloé Soldevila over het podium. Ze is een van de vijf leden uit de band en samen maken ze heel sterke uptempo pop met psychedelische invloeden. Al doen de looks van de band anders vermoeden, Anemone is meer dan één grote verwijzing naar de jaren zestig.  Nooit voelt het als een kopie, gemaakt door mensen die liever in een andere tijd hadden geleefd. Soldevilla danst nog steeds, en in de tussentijd speelt de band de songs vol drukke basloopjes en synthsolo’s foutloos. Het is nog te vroeg om de Kleine Zaal echt een beetje op gang te krijgen, maar ja. Aan de muziek zal het niet liggen. (MvR)

 

In de grote zaal is ondertussen Crumb begonnen, en hoewel ik al een tijdje fan ben van de band, ben ik toch compleet verrast. Ten eerste had ik geen idee hoe jong de bandleden allemaal waren. Hun muziek getuigt niet alleen van een heleboel technische skills, maar brengt ook een bepaalde mate van volwassenheid over. Maar als ik vier jonge net-geen-studenten-meer het podium op zie lopen, is het duidelijk dat ik het helemaal mis had. Frontvrouw  Lila Ramani is makkelijk een kop kleiner dan haar bandmaten, maar ze neemt met haar sterke aanwezigheid bijna alle ruimte in op het podium. Met de ogen dicht laat Ramani haar heldere en nonchalante stem moeiteloos over de psychedelische tonen glijden. De hele band staat er relaxt, ervaren en zelfverzekerd bij. Bijna alsof ze in hun slaapkamer aan het oefenen zijn op een veilige plek waar niemand ze kan bekritiseren. Maar in werkelijkheid staan ze voor een zaal vol mensen die met hun oogjes dicht en een glimlach op het gezicht heen en weer aan het zwaaien zijn. Crumb was eigenlijk niet van plan om de wereld over te touren met dit project, maar hun fans hebben ze via social media bijna gesmeekt het toch te doen. Nu ik zelf de intieme setting die ze creëren meemaak, begrijp ik helemaal waarom.

 

Nog helemaal gelukkig van de vorige set gaan we naar de kleine zaal voor Sam Evian. Dit is het project van frontman Sam Owen, en hij knalt de zaal vol met simpele en strakke rocktunes. Hij bewijst dat je met de standaard instrumenten, een goeie stem en een beetje jongensachtige charisma ver kunt komen. De garageband sound die hij creëert is bijna nostalgisch, en dat is precies waar hij voor gaat. Hij heeft zijn tweede album You, Forever geschreven op een simpele four-track recorder. Dit dwong hem om de kale skeletten van de nummers zoveel vorm te geven dat ze niets anders nodig zou hebben. Hij raakte daar zo erg door geïnspireerd dat hij bij het opnemen van de nummers dezelfde oldschool aanpak vasthield. Hij nam zijn band niet mee naar een fancy studio, maar naar een simpel huis dat hij speciaal hiervoor gehuurd had. In tegenstelling tot Lila Ramani van Crumb, die tussen de nummers door zorgeloos met het publiek aan het kletsen was, laat Owen de muziek voor zichzelf spreken door het ene na het andere nummer in te zetten. Hij wacht nauwelijks tot het publiek klaar is met klappen. Dit werkt goed voor zijn muziek, maar als hij tegen het einde van de set aan het publiek voor het eerst aanspreekt geeft hij toe dat hij vooral te verlegen was om iets te zeggen. “I was too shy to say anything up till now, but I’m very happy to be here. I love you all.” Zegt hij voorzichtig door de microfoon. Maar tijdens het spelen heeft hij schijnbaar nergens last van, en hij gaat na zijn korte toespraak rustig verder met zichzelf compleet verliezen in de muziek.

 

Tegen het eind van Sam Evian’s show rennen we alweer naar beneden om Phum Viphurit in de grote zaal mee te pakken. Phum Viphurit is de stage naam van de Thaise singer-songwriter Viphurit Siritip. Hij is pas 23, maar als we hem zo op het podium zijn leuke indiepop nummers zien spelen had hij makkelijk achttien jaar oud kunnen zijn. Iets dat alleen maar versterkt wordt door zijn beugels, gitaar met regenboogstrap en een broek met lama’s erop. Hij heeft met zijn ontwapenende lach, zuivere stem en dromerige liefdesliedjes al snel een hele schare zwijmelende meisjes vooraan het podium verzameld.

Phum maakt grapjes tussen liedjes door, springt in het rond en heeft vooral heel veel lol op het podium. Tussen zijn liedjes door neemt hij even pauze om zijn bandleden in de spotlight te zetten. Hij neemt ons mee langs zijn gitarist, de Taiwanese John Mayer, hij noemt zichzelf ‘the Thai kid with an Indian heart’ en hij eindigt bij zijn bassist, Guru Tom. Guru Tom is blijkbaar niet alleen de grote broer van de band, maar ook beatbox kampioen. Phum geeft de microfoon door aan zijn bassist en ineens schakelen we van een onschuldig indie concert over naar een heftige beatbox show. Guru Tom maakt geluiden waarvan ik bijna niet kan geloven dat ze door slechts zijn mond gemaakt zijn. Hij gaat van improv over naar grote hits zoals Destination Unknown van Alex Gaudino en Drop it Like its Hot van Snoop Dogg. Deze zagen we niet helemaal aankomen, maar het past bij de ongedwongen en gekke sfeer waar de band voor zorgt. (SB)

 

Later op de avond is het tijd voor het met licht cynisme voorgenomen hoogtepunt The Chats, de band die vorig jaar dankzij één viral video wereldberoemd werd en waarbij altijd als je de naam hoort even ‘I’M ON SMOKO, SO LEAVE ME ALONE!’ wil roepen. Vanavond laten de Aussies uit Brisbane zien of ze behalve die hit nog wat meer in huis hebben. En ja, dat is muzikaal gezien gewoon punkrock zoals je het op school zou leren. Maar het gaat hier niet om originaliteit en unieke zanglijntjes. Het zijn nummers over geen geld hebben voor de bus, aftrekken en soa’s. En aan de moshpit te zien is dat precies waar Paradiso op had gewacht vanavond.

 

Het contrast kan niet groter als we daarna Hater zien (lees hier de feature terug dat we deze week met de band deden). Op het podium staan vier knappe Zweden ontspannen indie pop te spelen. De stem vanCaroline Landahl is live lang niet zo rauw als op het dit jaar verschenen album Siesta, wat een kleine teleurstelling is. Maar de zanglijnen zijn nog steeds heel sterk en Hater is een kort rustmomentje, waarbij je zo tussen alle drukte in Paradiso vanavond even bij weg kunt dromen.

 

De hoofdact van de vrijdagavond is The Garden. Na een avond vol bands met gitaren en bassisten en drummers en toetsenisten en iedereen die netjes op zijn plek zijn deel speelt, is The Garden de verademing die nodig was. De tweelingbroers uit California zien er uit als buitenaardse duivels en ze hebben niet meer nodig dan hun drumstel, bas en vooral: de backing track. Dat kan vervelend en lui overkomen, maar hier biedt het vooral mogelijkheden.  Met koprollen en sprongen bewegen ze op trapbeats, drum ‘n bass, en beetje alle vormen van rock door elkaar. Het is altijd een beetje een matig om over The Garden te schrijven, want nooit krijg je de energie die Wyatt en Fletcher overbrengen, overtuigend op digitaal papier. Dus je moet het maar geloven. (MvR)

 

Als we de rest van de avond heen en weer blijven vliegen om zoveel mogelijk mee te maken, drukt elke band op een compleet eigen manier zijn stempel op het podium. Zo komen we langs de show van punkband A Giant Dog waar frontvrouw Sabrina Ellis wijdbeens in een geblokte leotard op het podium staat en over haar kruis wrijft. Of The Howl & the Hum, waar de zanger zo gepassioneerd aan het zingen is dat het publiek nauwelijks adem durft te halen.

 

Maar onze avond eindigt bij Ancient Shapes. Een explosieve band waar bijna geen touw aan vast te knopen is. Qua stijl is de band een mengelmoes van vlinderdassen, grote hipsterbrillen, hemden met gekke prints en een hoofdband die regelrecht uit de jaren zestig lijkt te komen. De heren lijken wel kruising tussen een brave boyband en een stelletje ruige punkers. Ze twisten in het rond, zwaaien met hun heupen en schoppen in de lucht.

In lange tijd hebben we niet zoveel artiesten achter elkaar op het podium zien staan die zich zo comfortabel voelden. Het is met zo’n zorgvuldig samengestelde line-up niet gek dat dit festival zo vaak artiesten boekt die later enorm groot werden. Tegenwoordig kun je zelfs zeggen dat artiesten groot worden omdát ze op London Calling hebben gespeeld. Dat lijkt ons een mooie conclusie voor deze knotsgekke vrijdag. (SB)

Het scenario is van de pot gerukt: een vijfdelig melodrama over een band bestaande uit muziekdocenten van een high school. Connan Mockasin heeft dit onzalige concept gewild. Bostyn ‘n Dobsyn heet het ding, met Connan zelf als docent/frontman Bostyn. Daar houdt de gekte niet op, want diezelfde docenten hebben ook nog eens een plaat uitgebracht die tegelijk Connan Mockasin’s derde is: Jassbusters. Charlotte’s Thong is daarvan de tweede single (de eerste hoor je hier).

Zijn we er nog? Van een plaat over de boterzachte sounds van karamel naar een conceptuele groep muziekdocenten die een track uitbrengen met als onderwerp Charlotte haar ondergoed. Resultaat: een aaneengekoekte zooi van overkookte zomerhitte, pulpromantiek en softrock jaren zeventig. Zacht als warme boter en negen minuten lang, waarmee C. Mockasin een soort van Thinking of a Place-achtige prestatie neerzet.

Een specifiek soort zomerdagdroom. Mac DeMarco met een coupe soleil, lui gitaargepiel met hier en daar een valse noot, but who cares, het is te heet om te studeren, dom en aangeschoten van de campus naar de boulevard. De muziek die vervolgens ontstaat is minstens zo achterlijk als fascinerend. Nostalgische pastiche verheven tot een soort van debiele kunstvorm: eentje die Connan Mockasin evenwel tot in dubieuze perfectie beheerst. Zonder gêne ook. Ogen dicht en genieten maar.

Connan Mockasin speelt zondag 28 oktober in Paradiso.

Tijdens de eerste dag van London Calling krijgen we al direct twaalf acts voor onze kiezen. Het Nieuw-Zeelandse Fazerdaze opent de danst om 18:20 uur in de Kleine Zaal, waarbij The Courtneys de tent rond 1:45 af mogen sluiten. Daartussen bevindt zich een wirwar aan genres, gespeeld door de meest uiteenlopende bands en artiesten, The Daily Indie duikt voorover in het muzikale slagveld en trotseert een druipend hete Paradiso. 

Tekst Ricardo Jupijn, Gea Bruinsma en Jelmer Luimstra
Foto’s Ab Al-tamimi

Mannequin Pussy
Het debuutalbum duurt minder dan twintig minuten en de gemiddelde lengte van zijn nummers overschrijdt amper de minuut. De muziek zou daarmee vluchtig kunnen aanvoelen, maar dat is bij Mannequin Pussy allesbehalve het geval. Deze explosieve band met Marisa Dabice als charismatische frontvrouw weet in die korte energiepieken een hoop indruk te maken, door zelfs op dit vroege tijdstip en in deze hitte het publiek te laten springen. De nineties zijn terug met Mannequin Pussy, met een geluid dat doet denken aan Hole. Bij vlagen is in de – naar verhouding – langzamere nummers ook een vleugje The Pretenders te horen. Enige minpunt is dat de microfoon erg slecht staat afgesteld, waardoor Dabice niet altijd even goed te horen is. (GB)

 

Sad13
Het is de droom van menig tiener om zo’n mooie unicorn-ketting als Sadie Dupuis van Sad13 in bezit te hebben. Vooral in combinatie met haar suikerspinroze rokje en asymmetrische, felgekleurde paardenstaart. Voor de kenners van de serie Girls: Dupuis doet denken aan Shoshanna in Japan. De teenage-uitstraling vertaalt zich ook in het geluid, hoewel er een randje aan de nummers zit dat het geheel interessant maakt. Dupuis, al bekend van Speedy Ortiz, heeft als enig contrast met haar bubblegum-look zeer donker opgemaakte ogen en zo’n zelfde contrast is in de muziek te horen. Ook qua onderwerpkeuze: Sad13 speelt een politiek nummer over het tekort aan vrouwelijke artiesten op festivals. Maar dan met een suikerlaagje. (GB)

 

Miya Folick
Als een geest vertoont Folick zich in het midden van het podium in de oude kerk. In haar witte gewaad tot op haar enkels lijkt ze wel een soort engel onder de gedempte belichting. Met haar gemillimeterde kruin hoor ik om mij heen al snel Sinéad O’Connor vallen, geen gekke vergelijking. Want zodra de eerste klanken door de microfoon vloeien, is het duidelijk dat Folick een waanzinnig vocaal bereik heeft. Dat uit zich in allerlei muziekstijlen die je niet telkens niet helemaal aan ziet komen. Van korte garagenummers als Pet Body tot het grootse God Is A Woman en de altrock van de gloednieuwe single Trouble Adjusting. Ze sluit haar set af met een adembenemende versie van Woodstock, het prachtige epos van een van haar inspiratiebronnen Joni Mitchell. Ze legt de zaal het zwijgen op en Amsterdam is veroverd. (RJ)

 

Black Honey
Het is in de grote zaal duidelijk dat sommige acts het publiek niet meekrijgen – kuch, British Sea Power – en andere wel, zoals Black Honey uit Brighton. Frontvrouw Izzy Bee voert je (ook al) terug naar de nineties; de tijden van No Doubt. Voeg daar voor Bee een glamrock-kostuum van groen glimmend metallic materiaal en een Rod Stewart-esque kapsel aan toe. De band doet iets goed; het ietwat tamme publiek van deze avond – het zal het weer zijn geweest – klapt zelfs mee bij Black Honey. Toch knap. Bij de langzamere nummers is het wat moeilijker de aandacht vast te houden, maar vooral singles All My Pride en Hello Today doen het goed. (GB)

 

Ron Gallo
In een blauw-paarsige achtergrond staat Ron Gallo in een duivels rode spot, de garagesensatie uit Nashville is hier vanavond om Amsterdam eens te laten zien wat hij allemaal in huis heeft. En Gallo is net wat London Calling vandaag even nodig heeft, een flinke schop onder zijn hol. Dit is het moment waarop de lome zomervibes ingewisseld worden voor de kille klauwen van de nacht. Na een voordracht in het Nederlands breekt de krullenbol het ijs in de gloeiende zaal. Young Lady, You’re Scaring Me wordt afgetrapt en away we go with Gallo. De band gaat 35 minuten voluit en zorgt voor nog grotere zweetplekken op de shirtjes in de Kleine Zaal. Er is geen houden aan en terwijl Gallo met een koffer over de snaren van zijn gitaar staat te schrapen, lijkt Paradiso betoverd te zijn door deze Medicine Man. Snel maar weer eens terugkomen Ron, de eerste stap is gezet. (RJ)

 

 

HMLTD
Het Britse muziekblad NME noemt HMLTD al “The UK’s most thrilling new band” en volgens The Guardian zouden ze “rock’s saviours” zijn. Als de Britse muziekpers ergens goed in is, is het in dingen overdrijven, maar in het geval van HMLTD hebben ze een punt. De in London opererende band – met leden uit meerdere Europese landen – zou best eens ver kunnen komen. De zes mannen kleden zich extravagant, met veel make-up, geblondeerde kapsels en leren jassen. Ze spelen met gender, zoals The New York Dolls dat in de jaren zeventig deden. De groep onder leiding van de Britse Henry Spychalski probeert rock te mixen met moderne elektronica, om het genre zo uit de dood te laten opstaan. In de Kleine Zaal van Paradiso valt op hoe intens zijn liveshow is. Spychalski schreeuwt alsof het gebouw in brand staat en onderstreept daarmee wat hij al in interviews zei: hij wil het niet te gemakkelijk maken voor het publiek. HMLTD, ooit Happy Meal Limited, is avant-garde in de pure zin van het woord; het gaat van rock naar jazz, naar flipperkastmuziek. Het is dan ook een godswonder dat deze band op contract staat bij Sony. Toegegeven, de groep kan nog wel een paar extra sterke songs gebruiken, maar het is veelbelovend. HMLTD brengt precies wat rockmuziek anno 2017 nodig heeft; excitement. (JL)

The Courtneys
De band bestaat al sinds 2012, maar de show in de Kleine Zaal van Paradiso is de eerste die The Courtneys in Europa spelen. De Canadese garagepunkband heeft de twijfelachtige eer de eerste dag van London Calling af te mogen sluiten. Het gros van de bezoekers is al naar huis en de drie vrouwen moeten het doen met een halflege zaal. Hun melodische 1-2-3-4-garagerock doet het best aardig en The Courtneys blijken net als Bleached in 2013 een prima uptempo gitaarrock-afsluiter van de festivaldag. Weinig opzienbarende muziek, maar song-technisch zit het prima in elkaar. Daar hoef je trouwens niet goed voor te kunnen spelen. Kunnen ze ook niet per se bij The Courtneys. Opvallend is bijvoorbeeld hoe monotoon zangeres en drummer Jen Twyne Payne op haar drumstel tikt; aan haar hi-hat en snaredrum heeft ze vrijwel altijd genoeg. Niet dat het de paar dronken bezoekers van London Calling is opgevallen. Die zijn er vrijdagavond hoofdzakelijk nog omdat de bar nog open is. (JL)

 

Ook gezien tijdens de eerste dag van London Calling:

Palace

 

Fazerdaze

 

Het is de periode van het jaar waarin we eens rustig terug kunnen kijken op wat we allemaal gedaan hebben en wat er gebeurde in de scene. Begin dit jaar interviewden we bijvoorbeeld Bombay, de band die jaren een vaste waarde in het Nederlandse circuit is. Ondanks de roerige ontwikkelingen in de bandbezetting (frontman en oprichter Mathias Janmaat is de enige overgeblevene van de originele band) bracht Bombay dit jaar het goed ontvangen Show Your Teeth uit, waarop de band het lo-fi two man band-geluid verruilt voor een toegankelijker en tegelijkertijd intensere sound. 

Dit interview verscheen in The Daily Indie | Issue #22 (voorjaar 2016)
Bombay cureert op 30 december het ‘Show Your Teeth’ in Paradiso. Lees hier onze uitgebreide preview van die avond, onderaan deze pagina vind je een speciale prijsvraag waarbij je kaarten kunt winnen én de nieuwe singles op 7″-vinyl!

Janmaat startte Bombay Show Pig samen met Linda van Leeuwen en Christian Kratzch op het Conservatorium van Amsterdam. Kratzch stapte vlak voor de release van debuutplaat Vulture / Provider in 2012 op. Niet lang daarna spraken we de overige twee bandleden voor de allereerste issue van The Daily Indie. Vier jaar, een nieuwe bandnaam, een rits bandleden (drummer Van Leeuwen stapte op, Lisa Ann Jonker en bassist Gijs Loots sloten aan) en een album later schuiven we weer aan bij Bombay, om te praten over verleden, heden en toekomst.

Over de grens
Vier jaar kunnen razendsnel gaan of voorbij kruipen. Daar weet Janmaat alles van. In 2012 boog TDI zich al met het duo Bombay Show Pig over een bord pasta-pesto, at kaasvlinders in een tourbus en sprak over de eerste verandering in de bezetting, de debuutplaat en de droom om door te breken in het buitenland. “Zeker qua doorbraak in het buitenland hebben we flinke stappen gezet”, zegt Janmaat. “We zijn naar allerlei landen gegaan, terwijl we nog helemaal niks bereikt hadden. Nu hebben we in Frankrijk een goede boeker, met wie we al een tijdje samenwerken. De plaat komt daar nu ook uit. We speelden bij de Franse DWDD. Het is allemaal dus echt een level verder dan hoe we die vorige plaat hebben uitgebracht. Ook Duitsland begint nu lekker te lopen. Dat was wat toentertijd het doel, maar nu wil ik weer veel verder. Het zou ook vet zijn om dingen in Amerika of Engeland te doen. Misschien dat het later nog gaat gebeuren. Bij deze plaat, of bij de volgende.”

 

 

Van rocky naar nasty
Naast de naam en bezetting kreeg ook het kenmerkende geluid van Bombay een update. Minder rocky, meer nasty: popnummers met een rauw sausje. Hiervoor werden de opnames door een ouderwets cassettedeck geslingerd, wat het opnameproces niet makkelijker maakte: “Het zorgde ervoor dat het fucking lang duurde. We namen eerst op met de computer en daarna weer op tape. We moesten de hele tijd heen en weer, dus dat was vooral voor Simon (Akkermans, producer, red.) heel veel werk. En voor mij heel veel wachten. Het was niet de meest interessante tijd van m’n leven. Maar telkens, als het na wat gedoe af was, dan was het wel van: dit is precies wat we willen. Het heeft zoveel karakter.” De tijd dat Bombay met Blood Red Shoes en PJ Harvey vergeleken werd, is voorbij. Een nieuw geluid vraagt om nieuwe inspiraties: “Qua drumsound waren we best wel into die nieuwe Unknown Mortal Orchestra. Die een beetje tapy klinkende drumsound. Ook de zang van Deerhunter was een eyeopener: met nasty vocalen kun je best wegkomen. Dat waren grote inspiraties.”

Antireactie
Het album ligt in de winkels, de releaseshow was uitverkocht. Tijd om vooruit te blikken. Janmaat is ondanks de veranderlijke formule van Bombay zeker van zijn zaak: “Deze plaat heb ik net als de vorige voornamelijk zelf gedaan, dus dat was altijd de werkwijze al. Maar nu hebben we laatst nog met z’n drieën allemaal nieuwe dingetjes zitten uitproberen. Dus het voelt nu ook wel wat meer alsof we echt een band vormen. Het proces is veranderd en ik vind het heel cool om te zien dat het werkt. Het lijkt me best vet om de volgende plaat, als antireactie op het langdradige, stroperige proces, gewoon als een band in te spelen. Een paar overdubs en klaar. Wel goed klinkend en echt zo uitgewerkt dat je die toffe sound krijgt, maar niet weer maanden erover doen. Dat zou heel leuk zijn een keertje, snel wat uitbrengen. Dus hopelijk gaat dat gaat wel het nieuwe ding worden.”

2020
Bij een band die zo spontaan het roer om kan gooien, mogen we dus niet te veel gewend raken aan de huidige gang van zaken. In vier jaar kan erg veel gebeuren. “Ik denk dat we nooit platen gaan uitbrengen die hetzelfde klinken als de vorige”, besluit Janmaat. “Dus het zal zeker wel weer veranderen. Maar er zijn ook aspecten waarvan ik wel weet dat ze constante factoren zijn vanaf nu. Ik heb vrij sterk het gevoel dat we het eind van dit jaar weer wat af zouden kunnen hebben, als we door blijven gaan op deze manier. Of zelfs het tempo iets kunnen opvoeren. Dus ik hoop dat er in 2020 een veel uitgebreider repertoire van Bombay is dan wat we de afgelopen jaren hebben opgebouwd.”

 

PRIJSVRAAG!
Nu je weer alles weet over het reilen en zeilen van het Bombay-universum, is het tijd om nog één keer te knallen dit jaar! Op vrijdag 30 december organiseert de band namelijk een eigen feestje in Paradiso Amsterdam met allerlei te gekke bands als Cocaine Piss, Jo Goes Hunting, EUT en Canshaker Pi. Onze volledige preview lees je hier, kaarten winnen voor de show plus de nieuwe singles op 7-inch doe je hieronder!

Winnen?! We hebben 2 x 2 kaartjes liggen en vier 7″-inches die je op mag halen in Paradiso voor de gelukkige prijswinnaars. Als je mee wilt doen, stuur dan een leuk mailtje naar ricardo@thedailyindie.nl waarom je naar de speciale avond van Bombay wilt gaan op 30 december en wie weet ga je met een vriend of vriendin lekker naar de Amsterdamse poptempel om het jaar muzikaal goed af te sluiten. Deadline: 28 december.

FACEBOOK-EVENT: https://www.facebook.com/events/1625430274415470/

In de herfst, voor Sometimes I Sit And Think And Sometimes I Just Sit het levenslicht zag, speelde Courtney Barnett & band voor het laatst een Nederlandse clubshow. Enig hype ontbrak ook toen niet, maar in de twee daaropvolgende jaren raakte de carrière van de jongedame uit Melbourne pas écht in sneltreinvaart. De zoveelste vertakking van haar eindeloze tour brengt Barnett nu naar een tjokvol Paradiso. 

Zalen van het kaliber Paradiso zijn voor Courtney Barnett geen uitzondering meer. Een jaar geleden lag de vlaggenzwaaiende meute van Glastonbury reeds voor haar voeten toen ze de eerste middag van het festival mocht openen en in mei speelde ze bij The Tonight Show én de seizoensfinale van Saturday Night Live voor een miljoenenpubliek. Maar ook met ‘slechts’ 1500 paar ogen op haar gericht, komt Barnett met ongekende energie uit de startblokken. Uitgelaten popsongs Dead Fox, Scotty Says, Debbie Downer en An Illustration Of Loneliness (Sleepless In New York) worden één voor één in razend tempo de zaal in gekatapulteerd. Pas na bijna twintig minuten laat Barnett het gaspedaal een beetje vieren als galmende gitaren het trage maar explosieve Small Poppies inluiden. ‘An eye for an eye for an eye for an eye…’, schreeuwt de frontvrouw op het allerscherpst van haar stembanden. Die vurigheid slaat over op het publiek en het eerste hoogtepunt heeft Paradiso in de pocket. Barnett zingt en speelt vanavond overigens wel vaker buiten de lijntjes, zoals op wereldhit Pedestrian At Best, dat gesierd wordt door kunstmatige slordigheden, en Elevator Operator, dat nét iets sneller wordt gespeeld dan normaal. Het brengt vooral de band zelf een beetje van de wijs.

Courtney Barnett

Courtney Barnett

Courtney Barnett

 

Hoewel er officieel pas één studioplaat is verschenen, heeft de Australische slacker een flinke catalogus om uit te putten. Zowel oude songs, nieuwe songs en tussendoortjes als Grateful Dead-tribute New Speedway Boogie en het aandoenlijke Three Packs A Day vallen vanavond in de smaak. Er wordt even luidruchtig meegebruld met debuutsingle Avant Gardener (uit maart 2013!) als de meest recente single Nobody Really Cares If You Don’t Go To The Party, waarmee de korte toegift wordt afgesloten.

Zingen, schreeuwen en springen gaat Courtney Barnett ook vanavond uitstekend af, maar het duurt tot de toegift voor ze het aandurft om Paradiso – al giechelend – een uitgebreid dankwoord toe te spreken. Dat dankwoord is symbolisch voor de hele avond: Barnett & band spelen zelden foutloos en soms is het gitaarspel zelfs slordig te noemen. Het charisma en de energie die van het podium afstralen maken echter alles dubbel en dwars goed, want dit is Courtney Barnett en dit is hoe we haar het allerliefste zien. Bis, bis, bis!

Courtney Barnett

Courtney Barnett

Courtney Barnett

Courtney Barnett

Courtney Barnett

London Calling staat erom bekend dat er elk moment weer een nieuwe editie aangekondigd kan worden. Begin maart vond het nog plaats met onder andere Black Honey en Authobahn, en gisteravond was het weer raak. Slechts één avondje dit keer, maar een avond die volgestouwd staat met namen die er niet om liegen. Wij (Mabel Zwaan & Jelmer Luimstra), zagen onder andere Car Seat Headrest en Royal Headache!

Cullen Omori
Aan Cullen Omori (de frontman van wijlen Smith Westerns) de eer om deze mei-editie van London Calling te openen. En dit doet hij in stijl. Zijn lokje wappert speels heen en weer over zijn John Lennon-zonnebril terwijl een roze gitaar om zijn nek bungelt met een atmosfeer van nonchalance eromheen. Omori heeft de catchiness van zijn oude band meegenomen, maar heeft diens luchtige ondertoon en glampunch vervangen door melancholie. De lo-fi van zijn onlangs uitgebrachte album New Misery wordt door het net wat te harden geluid overstemd. Toch maakt dit de muziek niet minder aangenaam. Tussen verrukkelijke indiebangers (Cinnamon, Sour Silk, No Big Deal) in doet Omori shots, honkbalimpressies en brabbelende speeches tegen het publiek. “I hope you like it, and if you don’t… whatever.” Onze goedkeuring heeft hij. (MZ)

Cullen omori

Cullen Omori

cullen omori

 

Cub Sport

In november 2013 was deze Australische band al te vinden op London Calling. Toen waren het nog vier pubers met mierzoete popliedjes en Beyoncé-covers waar de bovenzaal op stond te springen. Nu is Cub Sport zowaar volwassen geworden en opent de band de grote zaal. De nummers over hondjes zijn vervangen door nummers over hartzeer, de H&M-vestjes zijn verruild voor legerprint. En waar frontman Tim Nelson toen niet achter z’n toetsen vandaan was te rammen, pakt hij nu vaak een gitaar op. De nummers zijn nog steeds ronduit lieflijk, maar met een serieuze onderlaag. Van suikerspinzoet naar zoetzuur. Maar de band blijft de onschuld zelve. Deze ultieme braafheid en dit ultieme binnen-de-lijntjes-kleuren blijft helaas niet zo lang spannend. Over drie jaar weer een kans. (MZ)

cub sport

cub sport

 

Car Seat Headrest
Car Seat Headrest a.k.a. Will Toledo is dé new indiekid on the block van 2016. Toledo rommelt al jaren met muziek, hij heeft zelf twaalf crappy kwaliteitalbums online gezet en nadat hij werd opgepikt door een label kwam er een compilatie uit. En daar was op 21 mei zijn eerste ‘echte’ album, Teens Of Denial, dat door iedereen de hemel in wordt geprezen. En terecht. Sinds zijn optreden op Le Guess Who? is het erg rap gegaan. Toen speelde hij in een volle EKKO, nu in een volle grote zaal van Paradiso. Hij begint het optreden in z’n eentje, breekbaar en intiem. Dit komt nog niet lekker over door het praatgrage London Calling-publiek. Maar zodra de band het podium betreedt lijkt iedereen om. De integere Toledo houdt intieme en uitbundige rock feilloos in balans, als eb en vloed die elkaar moeiteloos afwisselen, zonder dat het hem ook maar een druppel zweet lijkt te kosten. De show steekt door deze beheersing extreem sterk in elkaar. Car Seat Headrest scheurt via London Calling richting de ultieme doorbraak, en sluit zich zo aan bij de legendes die hem voorgingen. (MZ)

Car Seat Headrest

Car Seat Headrest

Car Seat Headrest

Car Seat Headrest

 

Royal Headache
Royal Headache bestormt het dampende Paradiso met als binnenkomer hun bekende single High. De band maakt zeer aanstekelijke punkrock, maar dan nét wat milder dan wat je je in de eerste instantie voorstelt bij het genre. De performance van frontman Shogun trekt eigenlijk meer de aandacht dan de muziek zelf: als een bezetene springt hij over het podium en horen we nummers als Carolina en Another World in een roes voorbij komen. Ondanks de verslavingsgevoelige songs, blijft Royal Headache vrij eentonig deze avond. Wat na het intense Car Seat Headrest eigenlijk nog meer opvalt. De gitarist lijkt enkel twee akkoorden te spelen, en de bassist en drummer volgen gehoorzaam, en durven niet uit hun ‘hokje’ te stappen. Als de band instrumenteel gezien wat meer uit zou pakken, in plaats van alleen zanger Law, zal de muziek vast een stuk beter overkomen. (JL)

Royal Headache

Royal Headache

Royal Headache

Royal Headache

Royal Headache

 

Dilly Dally
Na Royal Headache rent iedereen door naar de kleine zaal om zich te laten overdonderen door de freaky en harde sounds van Toronto’s nieuwste aanwinst: Dilly Dally. We zien een bassist met een afzichtelijk staartje, terwijl frontvrouw Katie Monks nog even muziek luistert door haar Hello Kitty-koptelefoon: een paar minuten rust voordat de storm begint. Dilly Dally speelt hard, vuig en Monks’ stem zou zo van een baby uit een horrorfilm kunnen zijn. Maar wat opvalt is dat de band, door alle harde geluiden heen (die ons doen denken aan Pixies en Sonic Youth) duidelijk gevoel heeft voor songwriting. Iets wat nogal eens ontbreekt bij de hardere bands. Het derde, wat langzamer nummer heeft een goede melodie en de high-pitch vocalen maken het alleen nog maar vetter. Dilly Dally is uniek, en een verfrissende band ten opzichte van vele andere bands in de scene. (JL)

Dilly Dally

Dilly Dally

Dilly Dally

Dilly Dally

Dilly Dally

 

Nog meer gezien! Canshaker Pi, Ulrika Spacek en Methyl Ethyl!

Ulrika Spacek

Ulrika Spacek

Ulrika Spacek

Ulrika Spacek

Methyl Ethyl

Methyl Ethyl

Canshaker Pi

Canshaker Pi

Ulrika Spacek

Ulrika Spacek

 

 

 

Op 30 april is het weer tijd voor Pinguins in Paradiso, het jaarlijkse minifestival ter ere van de verjaardag van onze vrienden van Pinguin Radio. De avond is tegelijk een crowdfunding, die is bedoeld om het station reclamevrij te houden.

Pinguin Radio zou natuurlijk Pinguin Radio niet zijn als de avond vooral om goede muziek draait. En de line-up liegt er niet om. Zo zijn er optredens van Gengahr (UK), Pretty Vicious (UK) en Shakey Graves (US). Ook Nederland is goed vertegenwoordigd, met My Baby, The Great Communicators, Bombay, Mala Vita en The Yukon Club. Er worden nog vier nieuwe namen aangekondigd komende week.

Luister hier The Daily Indie Radio van dinsdag 12 april terug:

 

 

De schade voor deze twaalf bands is vijftien euro. Tickets vind je hier. De vorige edities waren stijf uitverkocht, dus wacht niet te lang.

Of, nog beter, The Daily Indie mag 3 keer 2 kaarten weggeven! Winnen? Stuur een mail met daarin de reden waarom jij naar Pinguins in Paradiso wil, en met wie, naar robin@thedailyindie.nl.

Acht jaar na de debuutplaat van The Last Shadow Puppets mochten we vorige week eindelijk los op het vervolg: Everything You’ve Come To Expect. Bijbehorend gegeven is dat de band rond Alex Turner en Miles Kane, naast een gigantisch lange lijst festivals en Engelse clubshows, ook poptempel Paradiso aandoet. Het album werd matig ontvangen, dus het is de vraag of de band dit live goedmaakt.

Als de lichten in de grote zaal van Paradiso dimmen en het mini-orkest begint te spelen, is al één ding duidelijk: dit wordt een show met waarop niet alleen de geweldige arrangementen van de Puppets zelf te horen zijn, maar ook het orkest dat we op Everything You’ve Come to Expect horen. Calm Like You is een goed gekozen opener en wordt luidkeels meegezongen. Van dit moment wordt gebruik gemaakt en de band zet gelijk The Age Of The Understatement in.

Zowel Turner als Kane zet een puike show neer, maar beide heren verschillen toch veel van elkaar. Kane is opzwepend, energiek en komt redelijk jolig over, terwijl Turner qua houding tussen smooth en arrogant balanceert. Het duo laat constant zien dat ze er zin in hebben en hebben meerdere malen een onderonsje. Tijdens The Element Of Surprise staat Kane voor de strijkers, waar hij bijna het hele nummer blijft dansen. Turner moet lachen om wat er gebeurt en kan zelfs enkele zinnen niet uitspreken. Het is duidelijk dat de band meer op de achtergrond is, terwijl de frontmannen de hele show lang een groot toneelstuk opvoeren. De twee zijn constant met elkaar bezig, maar vinden toch momenten om het publiek op te zwepen en contact te zoeken met de mensen op het balkon.

Het hoogtepunt van de show is de solo van het nummer The Dream Synopsis, waarbij Turner op zijn knieën gaat zitten voor Kane, alsof ze een Romeo en Julia theaterstuk opvoerden. Heel overdreven en fantastisch om naar te kijken. Daarnaast speelt de band tijdens de encore een cover van I Want You (She’s So Heavy) van The Beatles. Het nummer wordt foutloos uitgevoerd en meegezongen door heel Paradiso.

The Last Shadow Puppets zet een theatrale en energieke liveshow neer en zoekt onverwacht veel contact met het publiek. De set bevat geen dieptepunten en de bekendste songs worden luidkeels meegeschreeuwd. ‘’We love you Amsterdam’’ zegt Turner. Deze liefde is vanavond uiteraard honderd procent wederzijds.