Motel Mozaique
Rotterdam – 18 t/m 20 april

Bovenaan de trap doet een vriendelijke vertegenwoordiger van platenmaatschappij Domino open. Links, in een soort serre, zit Noah Lennox. Panda Bear. Hij kijkt wat slaperig, is in gesprek. De eerste blik blijft een vreemde. Een nostalgische illusie sneuvelt en maakt plaats voor de echte Noah Lennox. Een veertigjarige man met sportschoenen. Tafel met fruitmandje. Thee en mandarijnen. In april speelt hij tijdens Motel Mozaique, op acht februari verschijnt de nieuwe plaat Buoys en daarom zit Noah daar. Een serre in Parijs, Rue de Montmartre. Het regent.

Tekst Roelof Schipper

Thalys, 28 november 2018. Om kwart voor tien passeert Mechelen, om tien uur de grauwe voorstad van Brussel. Brussel-Noord. Een oude ijzeren brug, natgeregende stations, modderbermen en herfstgrauw van het Vlaamse platteland. Later op de middag beklim ik de Rue Montmartre: misselijk van bananencake, heet en klam, de zon schijnt vies na een volle dag motregen.

Ik stap de serre in, een kleine ruimte met een glazen dak. Het is weer gaan miezeren. Een houten tafel met twee stoelen. Een fruitmandje met mandarijnen. Thee voor Noah Lennox. Hij heeft de jas over de stoel hangen, alsof hij net is komen zitten. Noah staat op, geeft een hand. Niet hard, niet slap. Zijn ogen zijn smal, de stem wat nasaal en het haar zwart.

Noah: “Nice to meet you. Hebben we elkaar eerder ontmoet?” Roelof, van The Daily Indie: “Nice to meet you too. Nee, we hebben elkaar nog niet eerder gesproken.”

Pen en papier, beetje ouderwets. Het zal een wat langzaam gesprek worden.
“Geen probleem. Ik vind het prima. Pen en papier is mellow. In volgorde van mellowness: pen en papier, audio-opname en als laatst video: absoluut not mellow. Hoe lang ben je hier? Eén dag?”

Ik ben hier inderdaad één dag – met de trein – heb wat rondgestruind in Parijs. De Seine, de Nôtre Dame, Gare Du Nord, Mont Martre. En nu, hier.
“Parijs is één van die steden die ik nog niet helemaal door heb. Jij komt uit Nederland, toch?”

Mh-mh.
“Ben je in Utrecht geweest?”

Ja, leuke stad. Niet heel lang geleden ben ik nog een avond op Le Guess Who geweest. Bekend mee?
“Ah ja, Le Guess Who?! Ik heb er twee – twee? – keer gespeeld. Utrecht, leuke stad.”

Het is een fijne stad. Niet al te groot, niet al te veel toeristen.
“Als er iets is dat ik tegen Lissabon heb, zijn het de toeristen.”

Lissabon: daar woon je nu. Hoe lang al?
“Veertien, vijftien jaar.”

Wat is er gebeurd?
“Toerisme, dat is er gebeurd.”

Wil je verhuizen? 
“Soms, maar we zijn hier nu zo gesetteld.”

Het staat bij ons op een lijstje, om er een keer als city trip heen te gaan. Ooit.
“Ik raad het je niet aan, maar als je toch gaat zou je vooral wat rond moeten gaan lopen, de straatjes verkennen, ronddwalen. Ik vind het een stinkende stad. Er is een populair liedje uit de jaren dertig of veertig: ‘If it smells good, it smells like Lisbon.’ Zingt, zo half en half: Cheira bem, cheira a Lisboa’.”

Wat ruikt er naar Lissabon?
“Public urinating. Je merkt dat ik je probeer te enthousiasmeren. Het zijn de oude rioolpijpen. Ook waar we wonen, vlakbij een uitgaansgebied. We wonen op de rand, waar iedereen het uitgaansgebied naar binnen gaat en ‘s avonds weer vertrekt, het preparty-gebied.”

Doe je nog mee?
“Soms, vroeger gingen mijn vrouw en ik wel eens mee uit. Nu, met de kinderen, wat minder. Het is vermoeiend.”

“Ik voel me honderdvier. Vierennegentig. Maar ik heb nog steeds hoop voor de toekomst”

Hoe is het voor de kinderen daar?
“Ik heb m’n bedenkingen. Ik ken de gebouwen waar er wordt gedeald. De mensen zijn prima, best aardig. Er komen mensen van over de hele wereld. Verschillende achtergronden en ervaringen. Ik groeide op in een vrij afgelegen gebied. Ik denk dat het voor jonge mensen niet altijd prettig is om te wonen waar wij nu wonen. Het helpt wel bij het ontwikkelen van een wat dikkere huid. Niet iedereen heeft het zo goed als wij.”

Vandaag zag ik dakloze mensen in de metrostations, slaapzakken, matrassen. Op de weg van huis naar werk zie ik dat niet. Nooit. Ik moest eraan wennen, dat duurde even. Ik voelde mij oud, dat het tijd kostte.
“Dat is prima. Ik voel me honderdvier. Vierennegentig. Maar ik heb nog steeds hoop voor de toekomst. Ik denk dat het eerst slechter moet gaan voordat het beter wordt.”

Waarom?
“Ik denk – omdat mensen vasthouden aan zaken en systemen die niet meer voldoen. Vooral financiën. Mensen moeten steeds harder werken om aan hun verplichtingen te voldoen en ergens houdt het op. Rijke mensen moeten eerst hard geraakt worden voordat er iets kan veranderen. Mijn geloof in de goedheid van de mens is gelijk aan m’n geloof in de terughoudendheid die mensen hebben om zaken los te laten. Vooral de mensen die meer hebben.”

Ik wil graag met je over de nieuwe plaat praten. Was er een bepaald moment waarop je deze wilde maken?
Een voorzichtige glimlach: “De onderwerpen waar we het net over hadden, komen ook wel terug op Buoys. Maar een definitief moment waarop ik Buoys wilde doen, niet per se. Ik ben altijd bezig met het volgende.”

“Maar nu leven we in een tijd met Trump, Brexit, wat er gebeurt in Brazilië, Polen, de politiek die zich steeds meer bemoeit met morele en ethische zaken. Die actualiteit was geen directe inspiratie, het inspireerde mij wel om juist nu deze plaat te maken. Dat was direct na Painting With, Animal Collective (uit 2016, red). Ik blijf altijd wel bezig, it’s a train I can’t get off.”

Ik begrijp uit het persbericht dat je je met Buoys wil richten op jongere mensen.
“Dat klopt. Ik heb het gevoel dat ik mij vooral wil richten op jonge mensen. Ze zijn nog niet zo gevormd, ze denken veel na over zichzelf. Oudere mensen zijn eerder vastgeroest. Dat betekent trouwens niet dat ik voor deze plaat een hip kostuum heb aangetrokken. Dat wil ik niet. Ik ben gewoon gaan werken met geluiden die inherent spannend voor mij zijn. Meer nog dan dat heb ik met Buoys het gevoel dat ik tegen mijn kinderen praat.”

Wat vinden je kinderen van je muziek? Ik herinner mij dat ik ergens heb gelezen dat ze nog geen fan zijn.
“Nee, nog steeds niet. Mijn dochter Nadja is tien. Hard nut to crack. Mijn zoon is acht, he’s ready to party. Mijn dochter is moeilijker.”

Ik denk dat het niet vanzelfsprekend is dat kinderen enthousiast zijn over dezelfde onderwerpen als vader of moeder.
“Toch zou het geen probleem moeten zijn. Probeer het maar, doe het gewoon. Misschien word je niet teleurgesteld, misschien ga je niet uit je dak, maar probeer het gewoon.”

Je spreekt met een toekomstig vader…
“Gefeliciteerd – “

…dus ik luister aandachtig.
“Ik heb het idee dat ik veel te vertellen heb over het vaderschap – so bring it on.”

Het is niet een typisch rock-‘n-roll-onderwerp.
Lacht: “Nee, het is totaal niet rock-‘n-roll om over vaderschap te praten. Maar als je je eigen vaderschap overweegt, dan zou je eens moeten nadenken over de relatie die je met je eigen vader hebt. I think having a vital relation with your father bodes well.”

Ik schrijf dat op. Ik moet lachen – sorry – omdat ik me voorstel hoe dat als titel van het stuk zou werken, ‘I think having a vital relation with your father…
“bodes well.”

Bodes well… (ik werk m’n aantekeningen bij). 
“Ken je Legowelt?”

Legowelt, nee?
“Legowelt is een producent van elektronische muziek, een synth-enthousiast. Hij heeft een studio met ontzettend veel synthesizers en planten. Ik denk dat hij Nederlands is? Hij heeft een studio bij de kust. Geloof ik.”

Oh oké. Vanwaar Legowelt?
“We hadden het over muziek, Nederland, Utrecht en toen dacht ik aan Legowelt.”

Hebben jullie elkaar ooit ontmoet?
“Nee, ik heb hem nog nooit ontmoet.”

Oké. Misschien is dit dom, maar ik heb geen idee hoeveel tijd we nog hebben. Ik heb m’n telefoon buiten de serre laten liggen.
“Ik ook niet. Als de tijd erop zit komt er vanzelf wel iemand… ‘two more minutes’. Ze zullen er beleefd over zijn, eerder suggestief dan dwingend.”

Is dat on-Frans? Ik dacht altijd dat Fransen onbeleefd zijn.
Kijkt naar een bovenhoek van de serre: “Het zou grappiger zijn als er een luchthoorn hing die afging als de tijd erop zit: PAAP.”

Ik vind het verloop van dit gesprek echt heel fijn, maar het uitwerken wordt een drama.
“Oh sorry, I’m totally ruining the interview. Waar hadden we het over?”

O nee joh, het is prima. Ik kom er wel uit, ik heb nog tijd om het uit te werken. We hadden het over kinderen, vaderschap.
“O ja. Kinderen. Naar mijn ervaring zijn ze eerder suggestief dan dwingend. Helaas word je tegenwoordig steeds meer opgeroepen om zaken af te dwingen. To be demonstrative. Dat is niet echt mijn stijl. Ik zal niet snel iemand dwars over het gezicht slaan. Dat doe ik niet graag. Als kinderen opgroeien, hun eigen identiteit uitzoeken en steeds meer zichzelf worden, zoeken ze vanzelf de grenzen op. Soms moet je dan op je strepen gaan staan.”

Voelt dat ouderwets?
“Soms voelt dat zo. Je bent zelf ook bezig met het opzoeken van je identiteit als ouder, net zo goed als je kinderen hun identiteit aan het vormen zijn. Als ik terugkijk, is dat voor mij de grootste verandering geweest. Vader worden.”

In m’n voorbereiding las ik wat oude interviews van je door – van tijdens Panda Bear Meets the Grim Reaper. Er werd veel gevraagd naar de persoon van de Grim Reaper, en je verklaarde die vooral als ‘change agent’ – jij bent dus veranderd.
“Precies. The pre-dad Noah is dead.”

Hoe zit dat op Buoys? Is die Grim Reaper in die vorm – ‘change agent’ – nog aanwezig?
Denkt na: “Ik denk het wel, maar anders, meer in de vorm van een cyclus. Het gaat op Buoys veel over cyclische dingen, wielen. De laatste zin van de plaat is ‘see you around…’ De laatste zin van het eerste nummer is ‘to the end’. Het thema van de Reaper is nog aanwezig, maar in een andere vorm – een rustigere vorm, een kalmer geluid.”

Ik las verder dat je een klein dansje door de kamer maakte toen Meets The Grim Reaper klaar was. Heb je dat ook bij Buoys gedaan?
“Ik heb er ongetwijfeld bij gezegd dat ik alleen was toen ik dat dansje maakte.”

Dat kan ik mij niet herinneren.
“Ik maak veel kleine dansjes. Als iets lukt, als iets klaar is. Niet per se op muziek. Ik dans als ik iets afgerond heb, alleen.”

“Het leukste gedeelte is het maken, zien dat het ding aan het ontstaan is. Alles wat volgt is gewoon werk”

Hoe leuk was het werken aan Buoys?
“Het leukste gedeelte is het maken, zien dat het ding aan het ontstaan is. Alles wat volgt is gewoon werkZoals het touren. Als ik optreed, is het meer een technisch ding, minder creatief.”

De interviews
“Interviews ook, but I didn’t want to make you feel weird. Maar ja, ik kan niet zeggen dat ik interviews geven leuk vindt.”

Je maakt op mij anders een vrij ontspannen indruk. Hoe zit je er nu eigenlijk bij?
“Ik ben nu best relaxed. Ik heb sowieso niet het beeld van mezelf dat ik zo intimiderend ben. Dat we het voor de verandering over andere onderwerpen heb, onderwerpen die ik in andere interviews niet heb besproken, maakt het best wel cool. En ik ben altijd dankbaar dat mensen nog steeds met me willen spreken, na twee decennia muziek. Dat idee maakt het prettig, veel prettiger.”

Het werkt twee kanten op. Het voelt ook voor mij gezond om met mensen te spreken die ver buiten je eigen sociale omgeving staan. Zoals nu.
“Ik heb echt niet altijd zin in een gesprek, maar ik denk dat er veel te leren valt als je iemand ontmoet buiten je typische kring. Wat het tegenovergestelde is van waar de politieke situatie van nu op uit lijkt, namelijk mensen in hun eigen kring houden, invloeden van buiten, buiten houden.”

Heb je een voorbeeld, ik vermoed dat dit de laatste vraag is, van iets dat je hebt geleerd van iemand buiten je eigen sociale kring?
“Er zijn er heel veel, maar één die me nu spontaan te binnen schiet is toen Rusty (Rusty Santos, producer, red.) mij vertelde dat hij een vriend had die ook wat studiowerk deed: Dino (D’Santiago, Portugese muzikant, red.). Ik was in de studio bezig met Inner Monologue, dat toen nog Sabbath heette en Dino kwam langs. Hij wist exact wat hij wilde zingen, welke noten, welke stemmen, welke akkoorden. Ik zou nooit de akkoorden hebben gepakt waar hij mee kwam. Het heeft het nummer drastisch verbeterd.”

Mooi – Dank je wel, volgens mij is het goed zo.
Thank you. Wanneer verschijnt het artikel?”

Ik denk als het album uitkomt. Wat ga je nu doen?
“Volgens mij heb ik nu nog één interview hier en dan nog een telefoon-interview.”

En dan? Wanneer ga je terug naar Lissabon?
“Morgen.”

Ah, dan ben je dus ook maar kort hier. Zin om naar huis te gaan?
“Ja, het was maar kort. Maar daarna gaan we naar Australië voor tien dagen. Met de hele familie.”

Familievakantie.
“Ja, soort van. Het is een tour met maar drie optredens, dus daarbuiten hebben we nog wel wat tijd samen. Om naar het strand te gaan, dat soort dingen. We moesten nog wel wat regelen met de school, omdat de kinderen nu wat dagen missen. Uiteindelijk was dat geen probleem.”

Mooi – ik moet nu gaan – ik moet de trein halen. 
“Alright man, see you. Sweet travels.”

Panda Bear speelt live tijdens Motel Mozaique in het weekend van 18 tot en met 20 april in Rotterdam!


WEBSITE MOTEL MOZAIQUE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

De dagen korten zich en Panda Bear verschijnt met het dwars-zomerse Dolphin. Buiten is het ochtendgrauw nog lang niet opgetrokken, de centrale verwarming slaat aan, en op genius lees ik de lyrics mee: ‘To the sea / To the end of the road / Could it be?’ Geen idee, de weersomstandigheden lenen zich er volstrekt niet naar, maar verrassend is het wel.

Dansbaar is het niet, zomers is het wel. En direct, en bevreemdend los van galm. Bij Animal Collective’s meest recente – abstracte koraalcollage Tangarine Reef – was Noah er niet bij, en nu met reden: Dolphin is de eerste single van het begin 2019 te verschijnen Buoys. Reden voor enthousiasme (reden voor hype).

Dan is Dolphin op zichzelf nog een behoorlijk ingetogen strandwandeling. Aangedreven door een waterdruppel en een moeiteloos als zodanig te herkennen akoestische gitaar. Ruis alsof een golf het strand raakt. Helemaal zorgeloos blijft het niet, als Lennox zingt: ‘And I’ll always find you / knelt upon the knee’. Aanhoudende pose van onderdanigheid. Grauwer wordt het in de tweede helft, de lichte samba houdt aan en verdwijnt met een duidelijk, licht aangeslagen gitaarakkoord.

Panda Bear is terug én met een behoorlijk opgeschud geluid. Reden voor enthousiasme, reden voor hype.


 

Ik ben oud, klaarblijkelijk. Eerst is er het idee: ‘Ach wat leuk, Panda Bear’s Person Pitch viert een tienjarig jubileum. Wie weet is dat een dankbaar haakje voor een aardig retrospectief.’ Niet veel later volgt het besef; goeie grutten, waar is de tijd gebleven? Sgt. Pepper (1967): historisch artefact, nooit meegemaakt. OK Computer (1997): op de achterbank van mijn ouders stationwagen luisteren naar cassettebandjes van Elly en Rikkert. Person Pitch (2007): jawel, daar was ik zelf bij.

Het Noorden van Nederland, 2007
Het is lente, de frisgroene coniferen staan in lichterlaaie en ik woon bij mijn ouders onder een degelijke tweeondereenkapwoning. In de achtertuin staan een duister konijnenhok en een pergola. De school is twee minuten lopen ver. Ik woon in een dorp. Ik woon in een wereld met het formaat van een ei.

De vriend van vroeger woont in een even degelijke tweeondereenkapwoning, aan de overkant van de straat. We zijn op zijn zolderkamer, waar het warm is. Ik zie een platenspeler en een verzameling CD’s. Uit een doos haalt de vriend een zinderend vinylexemplaar van Person Pitch. Ik zie de plaathoes: de halve ark van Noach in een badkuip. De vriend van vroeger zegt: “Animal Collective speelt binnenkort in Vera. Met Panda Bear. Hier, moet je Bros horen. Twaalf minuten lang, heel anders dan Animal Collective. Geen geschreeuw.”

Tien jaar later. Ik sta in de trein tussen de slapende forensen. Half zes, traject Rotterdam – Dordrecht. Aan de telefoon spreek ik de vriend van vroeger. Hij zegt: “Ja, dat herinner ik mij nog wel. En ik herinner me dat ik over de Friesestraatweg fietste met Person Pitch op mijn iPod Mini. Links en rechts boerderijen en gras. Ik herinner me de geur van gras, zoals het na een hete dag geregend heeft.”

 

 


Baltimore, 1981

Panda Bear wordt als Noah Lennox geboren in Charlottesville, Virginia. Moeder doet ballet, vader draait Top 40-muziek in de auto. Als Noah drie is verhuist de familie naar Baltimore, een autorit van drie uur. Er zijn twee honden. Ook is er een broer, Matt. Noah omschrijft Baltimore als zwaar, donker en geïsoleerd. Hij groeit tot zijn eigen geluk op in een huis, vlakbij het bos. Op de middelbare school speelt hij basketbal, piano en zingt in een koor. Op zijn eerste mixtapes tekent Noah panda’s.

Lissabon, 2004
Noah Lennox is zesentwintig jaar, Animal Collective draait op volle touren en in 2004 verhuist Panda Bear van (dan inmiddels) New York City naar Lissabon, Portugal. In zijn liefde voor Portugal staat Lennox niet alleen, want zelfs notoir zuurvat M. Kozelek wijdt er op het dit jaar verschenen (krankzinnig vermoeiende) Common As Light And Love Are Red Valleys Of Blood een ode aan. In Kozeleks woorden: “People living day to day and enjoying the moment. Fado, steak en iced lattes”. N. Lennox trouwt er een modeontwerpster en sticht een gezin.

Het Noorden van Nederland, omstreeks 2004
Het is zomer en ik fiets met bonzend hart naar de lokale magazineboer om de nieuwste OOR te halen. Ik voel mij goed, omdat ik eindelijk m’n achterlijke Trance Energy-periode ben ontgroeid en nu serieuze muziek luister. Het geld dat ik met mijn folderwijk van driehonderdvijftig adressen bijeen schraap zal namelijk gaan naar Travis’ nieuwste: te verkrijgen in de plaatselijke platenzaak voor de monsterlijke prijs van éénentwintig euro, omgerekend bijna vijfenveertig gulden. Oneindig ver buiten mijn bewustzijn verschijnt Sung Tungs van Animal Collective.

 

 

Geluidswielen en regenbogen
Dan verschijnt in 2007 Person Pitch. In zijn  schaarse vrije tijd draait Panda Bear geluid aan geluid en uit de analoge ruis van oude samples en de zon van Lissabon ontstaat het werk. “Pitch being sound and person being a person with person pitch being a sound of a person“, aldus Lennox.

Cat Stevens, Scott Walker, Hans Zimmer, Kraftwerk – ze verdwijnen allemaal in de geluidsspoelen van Lennox en komen er als Bros en Good Girl/Carrots weer uit. Dwars doorheen alle geluidswielen en regenboogfragmenten galmt Lennox, in koor met zichzelf, over familie, vrienden en de stress van alle dag.

Ontdaan van alle galm doet plaatopener Comfy In Nautica bijna banaal aan:

Coolness is having courage /
courage to do what’s right /
try to remember always /
just to have a good time
.

Weer verderop, op Carrots gaat het van:

And look in between your moments /
There’s something good happening /
It’s good to sometimes slow it down
.

Terwijl het om hem heen gonst van geluid herinnert Noah zichzelf eraan de tijd te nemen, plezier te maken en vooral positief te zijn. Ondertussen draait hij de wereldse hectiek langzaam terug tot een kamerstudio in Lissabon, een krat oud vinyl en een Roland SP-303 sampler.

Golf
Ondanks het totale gebrek aan enige verwachting aan Lennox’ kant – I don’t want to sell it short, because I like what I do, but I didn’t think anybody was going to care – blijkt Person Pitch een enorme mijlpaal. Niet alleen voor Panda Bear zelf, maar niet minder voor een bij vlagen onverteerbare vloedgolf aan zolderkamer-artiesten die met sampler en tape hun eigen schuchtere universum aan elkaar draaien: Youth Lagoon, High Places, Doldrums, Neon Indian, Washed Out, Toro Y Moi. Het modeverschijnsel, ofwel non-genre chillwave verschijnt spontaan en sterft weer net zo hard. En het werd 2008, 2009, 2010, de tijd verstrijkt, de golf breekt en Noah Lennox maakt zich stilaan op voor de opvolger van Person Pitch.

De orde van de dingen
De zomers volgen elkaar op, Animal Collective blaast Vera omver en ik heb het volledig langs mij heen laten gaan. Het dorp wordt een stad, de folderwijk een supermarktbaantje en de weeïge regenboog van Person Pitch waait over de traag uitdijende geest van mijn zestienjarige zelf. De felgekleurde zomer van Animal Collective’s Feels maak ik vagelijk mee, zij het volledig onder de schaduw van The Bends van Radiohead. Een puistige klasgenote uit de sk8ter boy-achterhoede van Avril Lavigne speelt mij de plaat toe tijdens pauze (zwarte tas met de buttons van Greenday en Simple Plan). De zinderende plaathoes van The Bends maakte diepe indruk. Het is een bijzonder zonnige dag; na het laatste blokuur ben ik volgens mij vrij.

Ik ben oud, klaarblijkelijk; hier raakt het labyrinth van mijn herinneringen de orde van de dingen kwijt. Er blijft één lange, tienjarige zomer over: zinderend, schuchter, uitbundig en hondsnaïef als Person Pitch zelf. Na twintig minuten is het telefoongesprek met de vriend van vroeger afgelopen en schakel ik werktuigelijk over naar de Discover Weekly-playlist van Spotify.

Goeie grutten, waar is de tijd gebleven?

Afgelopen weekend verschenen berichten dat het nieuwe album van Animal Collective werd afgespeeld op een vliegveld in Baltimore. Vanaf vandaag kan ook de rest wereld meegenieten met de eerste single FloriDada. 

De nieuwe plaat van de indieveteranen Panda Bear, Avey Tare en Geologist, die samen al vijftien jaar Animal Collective vormen (vierde bandlid Deakin heeft deze keer niet mee gedaan) gaat ‘Painting With’ heten en komt uit op 19 februari. De songs op ‘Painting With’ schijnen lekker kort en to the point te zijn gehouden. Op het album zullen ook saxofonist Colin Stetson en John Cale (Velvet Underground) te horen zijn.

De reverb die het viertal voorheen zo veel gebruikte is op de eerste single al zoveel mogelijk achterwege is gelaten. FloriDada laat Animal Collective op zijn meest dansbare tot nu toe horen, met vrolijke melodieën die een hoop van de beste elementen uit het oude werk samenbrengen. De bubbelende synthesizers en fijne Beach Boys-achtige vocale harmonieën beloven alvast veel goeds voor komende februari.

 

Center Parks in Zeewolde zal dit weekend weer voor drie dagen omgetoverd worden tot een muzikaal walhalla. Na al deze live-gekte wordt ook de mogelijkheid geboden even te relaxen bij een van de vette muziekdocumentaires over bijvoorbeeld de 20.000e dag op aarde van Nick Cave of een potje Rummicub. Talking about perfection. But first things first:  Allah-Las, Oscar and the Wolf, Fink, Curtis Harding, Jungle, dEUS, PAUW… Zomaar een handje vol namen die op het Bungalowfestival Where The Wild Things Are staan. Naast deze gouwe ouwe bieden wij je een duik in de line-up met de gigs die je niet mag missen!

Tekst Mabel Zwaan, Ricardo Jupijn, Teun Guichelaar & Jente Lammerts

All We Are
All We Are is Where The Wild Things Are. Misschien zijn deze aaibare muzikanten stiekem niet zo heel wild, de band is daarentegen wel onwijs getalenteerd. All We Are heb je in principe natuurlijk niet kunnen missen, zeker niet nadat ze op de cover staan van ons huidige magazine. Een videosessie van de Liverpoolse indiepoppers – die overigens allemaal oorspronkelijk uit een ander land dan Engeland komen zie je hieronder. We weten zeker dat je na het kijken van deze clip overtuigt bent om hun show te gaan zien dit weekend. RJ

Panda Bear
Dat Noah Benjamin Lennox zijn soloproject heeft vernoemt naar een van de meest nutteloze (maar meest schattige) beesten op de wereld zegt bijzonder weinig over zijn muziek. Want zo seksloos en saai is het leven van een  panda, zo sexy en spannend is de muziek van Panda Bear. Lennox timmert al sinds 1999 aan de weg met het experimentele, psychedelische elektro project Panda Bear. Sindsdien is de band Animal Collective geboren en heeft Lennox samengewerkt met o.a. Daft Punk. Een CV om U tegen te zeggen, en een gouden tip van TDI: ook live is Panda Bear ook beslist geen pandapies. Het bewijs vindt u hieronder, want ja: Panda Bear stond ook bij Jimmy Fallon. MZ 

The Black Tambourines
Songs als deze wíl je horen op een festival! Het viertal The Black Tambourines maakt hier even duidelijk dat garage-rock heel goed ook aan de Engelse kust gemaakt kan worden. Kort, krachtig, en dan noem je het muziekgenre gewoon ‘ocean-rock’. Of garagerock of hoe je het ook zou willen noemen, dat maakt geen donder uit! The Black Tambourines is simpelweg een energieke en aanstekelijke band die uit de speakers knalt en moois belooft over de aanstaande plaat waarop het verschijnt. Ze mogen dan wel ‘It’s not excitement…’ schreeuwen, maar een voorbeeldsong als deze doet vermoeden dat de band zeker wel ‘exciting’ is. Niet verwonderlijk dat vanaf verschillende festivals inmiddels wordt opgemerkt dat ze die veronderstelling dubbel en dwars waar gaan maken. Nu nog vanaf de kleinere, soms achteraf gelegen podia. Over een tijdje maar eens polsen waar die opmerkingen dán vandaan komen. TG

 

Pond
Pond: vijf Australische psychpoppers die inmiddels al zes albums in hun discography hebben. Zij staan bekend om hun spacey nummers op spacey albums met spacey artworks. Het laatste bewijs hiervan is het album dat in januari het licht zag; ‘Man It Feels Like Space Again’.  De band staat echter al jaren in de schaduw van Australische psychpop neighbours Tame Impala. Maar zowel op album als live doen zij beslist niet onder aan conculega. Mis het daarom niet dit weekend, laat je meenemen naar de Psycha-Pond-Galaxy! MZ

Froth
Froth is er eentje uit een heel fijne west coast-lichting, die op dit moment steeds meer naam begint te maken in de USA. Op dit moment zijn ze dat ook aan het doen. Onlangs namen we nog een videosessie op met de band in Butcher’s Tears te Amsterdam, waarover later meer. Eerst iets meer over de band: ‘Froth combines a forward-thinking garage rock sound with elements of shoegaze and psych-pop washed in the dreamy textures of omnichord and jangly 12-string guitar.’ Al zeggen ze het zelf, wij kunnen ons er helemaal in vinden. De band – eerder uitgebracht door Lolipop Records en Burger Records – brengt nu de single Saccharine Sunshine uit via MOCK Records. Een single die de typische surfreverb met een laagje overdrive heerlijk doet mengen met wat stoffige drums en een nonchalance die een dandy de das omdoet. RJ

Bombay
“Huh, een nieuwe Nederlandse band?” Nope! Tot enkele maanden geleden heette Bombay namelijk nog Bombay Show Pig. De band, bestaande uit Mathias Janmaat en Linda van Leeuwen en de nieuwe bassist Gijs Loots, is namelijk een nieuwe weg ingeslagen. Nadat zij hun varkens en geisha-masker achter de coulissen hebben achtergelaten en afscheid hebben genomen van voormalig zanger Christian Kratzch besloten zij met de naamswijziging ook de muziek radicaal om te slaan. “Minder samples en fratsen, meer dynamiek en spacender. Daardoor hebben we ook meer een bandsound gekregen. We maken nu nineties rocktracks met een lo-fi productie.” Dat belooft wat. MZ

Krill
Gooi een hoop jonge energie, een dosis humor en de intensiteit van een goeie ouwe rockband bij elkaar en men komt uit op Krill. Dit uit Boston afkomstige jonge trio weet met hun derde album ‘A Distant Fist Unclenching’ de normaliter uiteenlopende genres post-punk, indie-rock en zelfs psych-rock moeiteloos in elkaar over te laten lopen. Misschien staat de band niet zo hoog op the bill, hou ze toch maar goed in de gaten dit weekend. JL

Meatbodies
Misschien ken je Chad Ubovich van de Ty Segalls band. Of Mikal Cronin. Of Fuzz. Maar in Meatbodies heeft hij de sounds van de drie acts weten te combineren tot een compleet eigen formule. Hun nog verse debuutalbum heeft dat wel weer bewezen. Deze formule lijkt uit de jaren 60 te stammen en bevindt zich in het rijtje White Fence, Radio Moscow en (hoe kan het ook anders) Ty Segall. Deze psychedelische garagerock, met links en rechts invloeden uit de hardrock, wordt gesierd door pakkende riffjes en straight to the point zang. Dat vraagt dus om dansjes, veel dansjes. MZ

Ex Hex
The bad ass ladies are comin’ for you this weekend! Met laidback, Ramones-achtige punk komt Ex Hex zijn nieuwe plaat ‘Rips’ in Europa spelen. Het trio uit Washington D.C. weet op het album, dat uitkwam via Merge Records (o.a. Will Butler, Mikal Cronin, Caribou), genoeg strakke gitaarlijnen te combineren met aanstekelijke zangpartijen om je nog uren na de show te laten duizelen in die van-alle-gemakken-voorzien-bungalow van je.  RJ