Motel Mozaïque
Rotterdam – 18 t/m 20 april

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is MOMO-logo-2019-660x660.jpg

Rotterdam is ongrijpbaar en altijd in beweging, maar met Motel Mozaïque hebben we al jaren een beetje houvast. Het festival waar kunst en de stad hand in hand gaan, weet telkens weer te verrassen en dat belooft dit jaar niet anders te worden.

De eerste namen voor het festival kennen we al een tijdje. Zo staan onder meer Panda Bear, Nilüfer Yanya, Fontaines D.C., Altin Gün en Black Midi op Motel Mozaïque.

Vandaag zijn er nog veel meer acts bekendgemaakt door het festival. Ook Yussef Dayes, Connie Constance, Sylvie Kreusch, Skinny Pelembe, KARYYN, Say Sue Me, J.S. Ondara, Josephine Foster, The Homesick en Donna Blue zijn tijdens het paasweekend te zien in Rotterdam.

Performances
Op het gebied van performance is er eveneens het nodige aangekondigd: van de Nederlandse première van Zooming In on Loss van WArd/waRD over geheugenverlies en Ann Van den Broek tot Pandora’s DropBox schetst choreografe Katja Heitmann over ‘de perfecte mens in een zorgeloze wereld.’ Verder komt breakdancecollectief 155 naar Rotterdam met Anne-Fay voor de voorstelling LIJF. Vol live-muziek, video-art, voguing en uiteraard beats.

Bij onze zuiderburen is Sylvie Kreusch al lang geen onbekende meer, zo was ze jarenlang de frontvrouw van Soldier’s Heart en zong ze ook mee op een aantal Warhaus-tracks. Inmiddels ligt de focus op haar soloproject dat duidelijk beïnvloed wordt door Afrikaanse ritmes.

Ook de Londense jazz-scène wordt vertegenwoordigd in de vorm van Yussef Dayes. Een andere interessante toevoeging aan de line up is KARYYN. De Armeens-Amerikaanse klinkt als de liefdesbaby van Björk en FKA Twigs. Hoewel de afkomst van Say Sue Me anders doet vermoeden, brengt de Koreaanse band geen K-pop, maar dromerige indierock met een surfsound.

Hoog tijd om de nieuwe toevoegingen aan de line up ook audiovisueel aan jullie voor te stellen. Want uiteindelijk zegt geluid meer dan woorden.


WEBSITE MOTEL MOZAÏQUE | FACEBOOK EVENT | TICKETS

Peel Slowly and See Festival
Zaterdag 23 februari

Het is nog maar anderhalve week tot de oudste schouwburg van Nederland wordt omgetoverd tot een muzikaal walhalla tijdens Peel Slowly And See. Het festival in Leiden dat dit jaar onder meer Maisha, Lewsberg, Slumberland, Pitou, Yusuf Sihilli, St. Paul en Arp Frique & Family op het programma heeft staan in de Leidse Schouwburg.

Tekst Ricardo Jupijn & Leni Sonck

Eerder spraken we uitgebreid over het ontstaan en de ambities van het festival, met hoofdprogrammeur Mark Siera. Waarin hij ons onder meer vertelde: “Het idee is dat je de Schouwburg binnen komt lopen en in principe niets of weinig acts kent die die avond spelen. Dat doen we onder meer door in alle genres te programmeren, van klassieke muziek tot singer-songwriters, jazz, gitaarnoise, ambient, indiepop en zelfs carnavalsmuziek.”

Dat is het festival dit jaar zeker gelukt, want de line-up van Peel Slowly And See is diverser dan ooit. Wij tippen je vijf acts die je geheid niet mag missen tijdens het festival!


La Jungle
Waar een casio-keyboard, een gitaar en een drumkit elkaar kruisen, krijg je La Jungle. De nummers leunen aan tegen hogere wiskunde en de geluiden lijken soms compleet ontwricht van het instrument. Een gitaar die eerder doet denken aan strakke synths? Het is geen uitzondering voor het duo uit Mons. 

De Belgische band bewoont een grijze zone tussen krautrock, noiserock en trance. Rechttoe rechtaan en met de nodige herhalingen, baant La Jungle zich een weg om zich vervolgens in je hoofd te nestelen. Waar Hahehiho gekenmerkt wordt door de vervormde stemsample, zijn het toch de beats die de bovenhand nemen bij zowat elk nummer van de band. 

Maak je klaar voor een ongecontroleerde rollercoaster die je alle kanten op slingert. Een plus een is drie voor de mannen uit Mons die de temperatuur ongetwijfeld een paar graden laten stijgen in de Schouwburg. (LS)


Maisha
De jazznaam van Peel Slowly And See is zonder twijfel Maisha, de crème-de-la-crème van de Londense jazzscene die al tijden overstroomt van creativiteit en spannende acts (laatst allemaal nog samengebracht door Shabaka Hutchings op de compilatie-album We Out Here). Een zevenkoppig gezelschap met onder meer saxofoniste Nubya Garcia in de gelederen, dat je meeneemt naar een oerwoud met strakke zwarte tinten, krokusgeel en cayennerood.

Wat je krijgt is een verzameling spirituele jazz uit de hoeken van pioniers als Sun Ra en John en Alice Coltrane. Een bloemrijk geluid dat ook liefhebbers van Kamasi Washington dichter aan de borst trekt. Het is een orgie van geluid, als een openbaring die de hemel splijt. En daarin zijn duizenden lichtstralen te ontdekken, zoals PSAS-programmeur Siera ons bijvoorbeeld vertelde: “Vooral dat surfgeluid van die gitarist, een soort Duane Eddy-achtig geluid, dat is écht waanzinnig.” (RJ)


Afework Nigussie
Zoek je het nog exotischer? Dan ben je bij Afework Nigussie alvast aan het juiste adres. De Ethiopische muzikant mag dan al een tijdje in Rotterdam wonen, met zijn muziek neemt hij je ongetwijfeld terug mee naar zijn roots. De traditionele invloeden worden verweven met een hedendaagser geluid. Toch is Ethiopië nooit veraf wanneer Nigussie zijn masenko erbij neemt, een één-snarig strijkinstrument dat vormelijk doet denken aan een viool. 

Nigussie stond vorig jaar nog op Le Mini Who in Utrecht. In 2016 stond hij op Welcome to The Village, daarmee is Nigussie geen geheel onbekende en vormt hij een absolute aanrader voor de avontuurlijke muziekliefhebber of reiziger met een voorliefde voor het Afrikaanse continent. (LS)


The Avonden
Een van de bands die Volkskrant-snuffelaars inmiddels bekend in de oren zal klinken, is The Avonden. De band die volgens de krant afgelopen jaar de mooiste Nederlandstalige plaat van het jaar maakte met Wat Een Cirkel Is. Het is het project van multi-talent Marc van der Holst (hij ontwierp eveneens de poster van dit jaar voor Peel Slowly And See), die we eerder zagen in bands als Hospital Bombers en Spilt Milk.

Als een soort mengelmoes tussen The Byrds en The Velvet Underground zoemen de liedjes van The Avonden rondom de sprankelende teksten van Van der Holst. We kunnen er wel willekeurig een paar opnoemen, maar wij raden aan om lekker de platen te beluisteren van The Avonden en de band op 23 februari live te gaan zien in de Leidse Schouwburg. (RJ)


Slumberland
Soundtrack meets experimentele sounds bij de Belgische band Slumberland. ‘Wanneer iedereen een gitaar of piano als uitgangspunt voor een nummer lijkt te zien, moet ik het over een andere boeg gooien’, moet frontman Jochem Baelus gedacht hebben. De muzikant en filmmaker komt live met een hele mechanische installatie vol kabels en knoppen. Om het geheel extra dansbaar te maken vullen twee drummers de leegte op.

Een paar dagen geleden verscheen het nieuwe album Sea, Sea, Sea, Drifter / See, See, See, Drifter. Experimentele rock op de tonen van naaimachines en haardrogers. Geluiden werden ontbonden, vervormd en weer in elkaar gezet. Baelus is een meester in het experimenteren en lijkt ook niet bang te zijn nummers te maken die de inmiddels klassieke drie en een halve minuut overschrijden. When The Frozen Lake Starts To Sing sluit het album af en neemt ons mee op een trip van bijna tien minuten. Dit wil je niet missen! (LS)


WEBSITE PEEL SLOWLY AND SEE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Motel Mozaique
Rotterdam – 18 t/m 20 april

Bovenaan de trap doet een vriendelijke vertegenwoordiger van platenmaatschappij Domino open. Links, in een soort serre, zit Noah Lennox. Panda Bear. Hij kijkt wat slaperig, is in gesprek. De eerste blik blijft een vreemde. Een nostalgische illusie sneuvelt en maakt plaats voor de echte Noah Lennox. Een veertigjarige man met sportschoenen. Tafel met fruitmandje. Thee en mandarijnen. In april speelt hij tijdens Motel Mozaique, op acht februari verschijnt de nieuwe plaat Buoys en daarom zit Noah daar. Een serre in Parijs, Rue de Montmartre. Het regent.

Tekst Roelof Schipper

Thalys, 28 november 2018. Om kwart voor tien passeert Mechelen, om tien uur de grauwe voorstad van Brussel. Brussel-Noord. Een oude ijzeren brug, natgeregende stations, modderbermen en herfstgrauw van het Vlaamse platteland. Later op de middag beklim ik de Rue Montmartre: misselijk van bananencake, heet en klam, de zon schijnt vies na een volle dag motregen.

Ik stap de serre in, een kleine ruimte met een glazen dak. Het is weer gaan miezeren. Een houten tafel met twee stoelen. Een fruitmandje met mandarijnen. Thee voor Noah Lennox. Hij heeft de jas over de stoel hangen, alsof hij net is komen zitten. Noah staat op, geeft een hand. Niet hard, niet slap. Zijn ogen zijn smal, de stem wat nasaal en het haar zwart.

Noah: “Nice to meet you. Hebben we elkaar eerder ontmoet?” Roelof, van The Daily Indie: “Nice to meet you too. Nee, we hebben elkaar nog niet eerder gesproken.”

Pen en papier, beetje ouderwets. Het zal een wat langzaam gesprek worden.
“Geen probleem. Ik vind het prima. Pen en papier is mellow. In volgorde van mellowness: pen en papier, audio-opname en als laatst video: absoluut not mellow. Hoe lang ben je hier? Eén dag?”

Ik ben hier inderdaad één dag – met de trein – heb wat rondgestruind in Parijs. De Seine, de Nôtre Dame, Gare Du Nord, Mont Martre. En nu, hier.
“Parijs is één van die steden die ik nog niet helemaal door heb. Jij komt uit Nederland, toch?”

Mh-mh.
“Ben je in Utrecht geweest?”

Ja, leuke stad. Niet heel lang geleden ben ik nog een avond op Le Guess Who geweest. Bekend mee?
“Ah ja, Le Guess Who?! Ik heb er twee – twee? – keer gespeeld. Utrecht, leuke stad.”

Het is een fijne stad. Niet al te groot, niet al te veel toeristen.
“Als er iets is dat ik tegen Lissabon heb, zijn het de toeristen.”

Lissabon: daar woon je nu. Hoe lang al?
“Veertien, vijftien jaar.”

Wat is er gebeurd?
“Toerisme, dat is er gebeurd.”

Wil je verhuizen? 
“Soms, maar we zijn hier nu zo gesetteld.”

Het staat bij ons op een lijstje, om er een keer als city trip heen te gaan. Ooit.
“Ik raad het je niet aan, maar als je toch gaat zou je vooral wat rond moeten gaan lopen, de straatjes verkennen, ronddwalen. Ik vind het een stinkende stad. Er is een populair liedje uit de jaren dertig of veertig: ‘If it smells good, it smells like Lisbon.’ Zingt, zo half en half: Cheira bem, cheira a Lisboa’.”

Wat ruikt er naar Lissabon?
“Public urinating. Je merkt dat ik je probeer te enthousiasmeren. Het zijn de oude rioolpijpen. Ook waar we wonen, vlakbij een uitgaansgebied. We wonen op de rand, waar iedereen het uitgaansgebied naar binnen gaat en ‘s avonds weer vertrekt, het preparty-gebied.”

Doe je nog mee?
“Soms, vroeger gingen mijn vrouw en ik wel eens mee uit. Nu, met de kinderen, wat minder. Het is vermoeiend.”

“Ik voel me honderdvier. Vierennegentig. Maar ik heb nog steeds hoop voor de toekomst”

Hoe is het voor de kinderen daar?
“Ik heb m’n bedenkingen. Ik ken de gebouwen waar er wordt gedeald. De mensen zijn prima, best aardig. Er komen mensen van over de hele wereld. Verschillende achtergronden en ervaringen. Ik groeide op in een vrij afgelegen gebied. Ik denk dat het voor jonge mensen niet altijd prettig is om te wonen waar wij nu wonen. Het helpt wel bij het ontwikkelen van een wat dikkere huid. Niet iedereen heeft het zo goed als wij.”

Vandaag zag ik dakloze mensen in de metrostations, slaapzakken, matrassen. Op de weg van huis naar werk zie ik dat niet. Nooit. Ik moest eraan wennen, dat duurde even. Ik voelde mij oud, dat het tijd kostte.
“Dat is prima. Ik voel me honderdvier. Vierennegentig. Maar ik heb nog steeds hoop voor de toekomst. Ik denk dat het eerst slechter moet gaan voordat het beter wordt.”

Waarom?
“Ik denk – omdat mensen vasthouden aan zaken en systemen die niet meer voldoen. Vooral financiën. Mensen moeten steeds harder werken om aan hun verplichtingen te voldoen en ergens houdt het op. Rijke mensen moeten eerst hard geraakt worden voordat er iets kan veranderen. Mijn geloof in de goedheid van de mens is gelijk aan m’n geloof in de terughoudendheid die mensen hebben om zaken los te laten. Vooral de mensen die meer hebben.”

Ik wil graag met je over de nieuwe plaat praten. Was er een bepaald moment waarop je deze wilde maken?
Een voorzichtige glimlach: “De onderwerpen waar we het net over hadden, komen ook wel terug op Buoys. Maar een definitief moment waarop ik Buoys wilde doen, niet per se. Ik ben altijd bezig met het volgende.”

“Maar nu leven we in een tijd met Trump, Brexit, wat er gebeurt in Brazilië, Polen, de politiek die zich steeds meer bemoeit met morele en ethische zaken. Die actualiteit was geen directe inspiratie, het inspireerde mij wel om juist nu deze plaat te maken. Dat was direct na Painting With, Animal Collective (uit 2016, red). Ik blijf altijd wel bezig, it’s a train I can’t get off.”

Ik begrijp uit het persbericht dat je je met Buoys wil richten op jongere mensen.
“Dat klopt. Ik heb het gevoel dat ik mij vooral wil richten op jonge mensen. Ze zijn nog niet zo gevormd, ze denken veel na over zichzelf. Oudere mensen zijn eerder vastgeroest. Dat betekent trouwens niet dat ik voor deze plaat een hip kostuum heb aangetrokken. Dat wil ik niet. Ik ben gewoon gaan werken met geluiden die inherent spannend voor mij zijn. Meer nog dan dat heb ik met Buoys het gevoel dat ik tegen mijn kinderen praat.”

Wat vinden je kinderen van je muziek? Ik herinner mij dat ik ergens heb gelezen dat ze nog geen fan zijn.
“Nee, nog steeds niet. Mijn dochter Nadja is tien. Hard nut to crack. Mijn zoon is acht, he’s ready to party. Mijn dochter is moeilijker.”

Ik denk dat het niet vanzelfsprekend is dat kinderen enthousiast zijn over dezelfde onderwerpen als vader of moeder.
“Toch zou het geen probleem moeten zijn. Probeer het maar, doe het gewoon. Misschien word je niet teleurgesteld, misschien ga je niet uit je dak, maar probeer het gewoon.”

Je spreekt met een toekomstig vader…
“Gefeliciteerd – “

…dus ik luister aandachtig.
“Ik heb het idee dat ik veel te vertellen heb over het vaderschap – so bring it on.”

Het is niet een typisch rock-‘n-roll-onderwerp.
Lacht: “Nee, het is totaal niet rock-‘n-roll om over vaderschap te praten. Maar als je je eigen vaderschap overweegt, dan zou je eens moeten nadenken over de relatie die je met je eigen vader hebt. I think having a vital relation with your father bodes well.”

Ik schrijf dat op. Ik moet lachen – sorry – omdat ik me voorstel hoe dat als titel van het stuk zou werken, ‘I think having a vital relation with your father…
“bodes well.”

Bodes well… (ik werk m’n aantekeningen bij). 
“Ken je Legowelt?”

Legowelt, nee?
“Legowelt is een producent van elektronische muziek, een synth-enthousiast. Hij heeft een studio met ontzettend veel synthesizers en planten. Ik denk dat hij Nederlands is? Hij heeft een studio bij de kust. Geloof ik.”

Oh oké. Vanwaar Legowelt?
“We hadden het over muziek, Nederland, Utrecht en toen dacht ik aan Legowelt.”

Hebben jullie elkaar ooit ontmoet?
“Nee, ik heb hem nog nooit ontmoet.”

Oké. Misschien is dit dom, maar ik heb geen idee hoeveel tijd we nog hebben. Ik heb m’n telefoon buiten de serre laten liggen.
“Ik ook niet. Als de tijd erop zit komt er vanzelf wel iemand… ‘two more minutes’. Ze zullen er beleefd over zijn, eerder suggestief dan dwingend.”

Is dat on-Frans? Ik dacht altijd dat Fransen onbeleefd zijn.
Kijkt naar een bovenhoek van de serre: “Het zou grappiger zijn als er een luchthoorn hing die afging als de tijd erop zit: PAAP.”

Ik vind het verloop van dit gesprek echt heel fijn, maar het uitwerken wordt een drama.
“Oh sorry, I’m totally ruining the interview. Waar hadden we het over?”

O nee joh, het is prima. Ik kom er wel uit, ik heb nog tijd om het uit te werken. We hadden het over kinderen, vaderschap.
“O ja. Kinderen. Naar mijn ervaring zijn ze eerder suggestief dan dwingend. Helaas word je tegenwoordig steeds meer opgeroepen om zaken af te dwingen. To be demonstrative. Dat is niet echt mijn stijl. Ik zal niet snel iemand dwars over het gezicht slaan. Dat doe ik niet graag. Als kinderen opgroeien, hun eigen identiteit uitzoeken en steeds meer zichzelf worden, zoeken ze vanzelf de grenzen op. Soms moet je dan op je strepen gaan staan.”

Voelt dat ouderwets?
“Soms voelt dat zo. Je bent zelf ook bezig met het opzoeken van je identiteit als ouder, net zo goed als je kinderen hun identiteit aan het vormen zijn. Als ik terugkijk, is dat voor mij de grootste verandering geweest. Vader worden.”

In m’n voorbereiding las ik wat oude interviews van je door – van tijdens Panda Bear Meets the Grim Reaper. Er werd veel gevraagd naar de persoon van de Grim Reaper, en je verklaarde die vooral als ‘change agent’ – jij bent dus veranderd.
“Precies. The pre-dad Noah is dead.”

Hoe zit dat op Buoys? Is die Grim Reaper in die vorm – ‘change agent’ – nog aanwezig?
Denkt na: “Ik denk het wel, maar anders, meer in de vorm van een cyclus. Het gaat op Buoys veel over cyclische dingen, wielen. De laatste zin van de plaat is ‘see you around…’ De laatste zin van het eerste nummer is ‘to the end’. Het thema van de Reaper is nog aanwezig, maar in een andere vorm – een rustigere vorm, een kalmer geluid.”

Ik las verder dat je een klein dansje door de kamer maakte toen Meets The Grim Reaper klaar was. Heb je dat ook bij Buoys gedaan?
“Ik heb er ongetwijfeld bij gezegd dat ik alleen was toen ik dat dansje maakte.”

Dat kan ik mij niet herinneren.
“Ik maak veel kleine dansjes. Als iets lukt, als iets klaar is. Niet per se op muziek. Ik dans als ik iets afgerond heb, alleen.”

“Het leukste gedeelte is het maken, zien dat het ding aan het ontstaan is. Alles wat volgt is gewoon werk”

Hoe leuk was het werken aan Buoys?
“Het leukste gedeelte is het maken, zien dat het ding aan het ontstaan is. Alles wat volgt is gewoon werkZoals het touren. Als ik optreed, is het meer een technisch ding, minder creatief.”

De interviews
“Interviews ook, but I didn’t want to make you feel weird. Maar ja, ik kan niet zeggen dat ik interviews geven leuk vindt.”

Je maakt op mij anders een vrij ontspannen indruk. Hoe zit je er nu eigenlijk bij?
“Ik ben nu best relaxed. Ik heb sowieso niet het beeld van mezelf dat ik zo intimiderend ben. Dat we het voor de verandering over andere onderwerpen heb, onderwerpen die ik in andere interviews niet heb besproken, maakt het best wel cool. En ik ben altijd dankbaar dat mensen nog steeds met me willen spreken, na twee decennia muziek. Dat idee maakt het prettig, veel prettiger.”

Het werkt twee kanten op. Het voelt ook voor mij gezond om met mensen te spreken die ver buiten je eigen sociale omgeving staan. Zoals nu.
“Ik heb echt niet altijd zin in een gesprek, maar ik denk dat er veel te leren valt als je iemand ontmoet buiten je typische kring. Wat het tegenovergestelde is van waar de politieke situatie van nu op uit lijkt, namelijk mensen in hun eigen kring houden, invloeden van buiten, buiten houden.”

Heb je een voorbeeld, ik vermoed dat dit de laatste vraag is, van iets dat je hebt geleerd van iemand buiten je eigen sociale kring?
“Er zijn er heel veel, maar één die me nu spontaan te binnen schiet is toen Rusty (Rusty Santos, producer, red.) mij vertelde dat hij een vriend had die ook wat studiowerk deed: Dino (D’Santiago, Portugese muzikant, red.). Ik was in de studio bezig met Inner Monologue, dat toen nog Sabbath heette en Dino kwam langs. Hij wist exact wat hij wilde zingen, welke noten, welke stemmen, welke akkoorden. Ik zou nooit de akkoorden hebben gepakt waar hij mee kwam. Het heeft het nummer drastisch verbeterd.”

Mooi – Dank je wel, volgens mij is het goed zo.
Thank you. Wanneer verschijnt het artikel?”

Ik denk als het album uitkomt. Wat ga je nu doen?
“Volgens mij heb ik nu nog één interview hier en dan nog een telefoon-interview.”

En dan? Wanneer ga je terug naar Lissabon?
“Morgen.”

Ah, dan ben je dus ook maar kort hier. Zin om naar huis te gaan?
“Ja, het was maar kort. Maar daarna gaan we naar Australië voor tien dagen. Met de hele familie.”

Familievakantie.
“Ja, soort van. Het is een tour met maar drie optredens, dus daarbuiten hebben we nog wel wat tijd samen. Om naar het strand te gaan, dat soort dingen. We moesten nog wel wat regelen met de school, omdat de kinderen nu wat dagen missen. Uiteindelijk was dat geen probleem.”

Mooi – ik moet nu gaan – ik moet de trein halen. 
“Alright man, see you. Sweet travels.”

Panda Bear speelt live tijdens Motel Mozaique in het weekend van 18 tot en met 20 april in Rotterdam!


WEBSITE MOTEL MOZAIQUE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

De afsluitende zaterdag van Motel Mozaique belooft een lange en spannende rit te worden. Het programma begint vroeg op de middag en gaat door tot zondagmiddag, waar de 65 uur durende marathon tot een einde komt. Na onze verslagen van gisteren en eergisteren duikt ons team vandaag de laatste MOMO-dag in en gaat van de kerk naar een krautkelder en van feestjes in een garage en torenhoge daken tot duistere Madchester-techno in WORM en vernieuwende elektro plus woestijnblues in de Schouwburg.

Tekst Bram van Duinen, Robin van Essel & Ricardo Jupijn
Foto’s Niek Hage

Terwijl ons The Daily Indie DJ Team (Robin en Ricardo) de nieuwste indie-bangers draaien op Plaza Mozaique rondom de shows van onder meer Niko, Baby Galaxy en KIEFF, laat redacteur Bram het prettige weer voor wat het is en duikt de Paradijskerk in, waar zijn zaterdag begint met de uit Bristol afkomstige Henry Green. De muzikant mag zijn recent verschenen debuutalbum Shift vieren in de Paradijskerk. Op zich een prachtige locatie en de combinatie met Greens elektronische folk lijkt ook een gouden zet. Toch werkt de lastige akoestiek de moderne sound van de band tegen, waardoor het geheel vaak net te vlak klinkt.

Uitzondering is de cover van MGMT’s Electric Feel – waarvan Green zijn versie op zijn beurt weer gecoverd is door tropical house-uitvinder Kygo (volgt u het nog?). Tijdens de prachtige, breekbare opening van dit nummer durft niemand te verschuiven op de krakende kerkbanken. Een prachtig intens hoogtepunt van een verder ietwat afgevlakte set. Aan de zeer strak spelende band heeft het zeker niet gelegen, de kerk is simpelweg niet ontworpen met Greens concert in gedachten. Volgende keer beter. (BvD)

Waar het geluid van Henry Green niet zo best gedijde in de Paradijskerk, lijkt de soulvolle r&b van Charlotte Day Wilson er wel voor gemaakt. Vooral de vleugel kan Wilson’s nummers op precies de juiste momenten extra kracht geven. In het bijzonder tijdens het eerste nummer, waar iedereen verbaasd door de intense pianoakkoorden flink op zoek moest naar de vleugel, die laag naast het podium geplaatst staat en dus moeilijk zichtbaar is. Een ongebruikelijk popgeluid op de zaterdagmiddag van MOMO, maar wel zo overtuigend uitgevoerd dat het een zeer welkome afwisseling is. (BvD)

Zo rond 19.00 is er tot Wilson’s grote spijt een grote leegloop bij haar optreden, omdat iedereen benieuwd is naar de nieuwe Vlaamse act Faces on TV. Hoewel, nieuw, je kunt frontman Jasper Maekelberg kennen van bijna alles wat de laatste tijd van onze zuiderburen overkomt. Zo werkt hij met onder meer Bazart, Warhola, Nordmann, Gabriel Ríos en speelt gitaar in de liveband van Warhaus. De invloed van de periode met Maarten Devoldere is duidelijk merkbaar in de sound en stijl van Faces on TV, er wordt vrijwel dezelfde duistere en broeierige sfeer gecreëerd.

Vooral bij het nummer Suspicious is de vergelijking nagenoeg één-op-één. Gelukkig heeft Maekelberg meer in z’n mars en is zijn vrijdag uitgebrachte album erg veelzijdig. Zo omarmt hij de elektronica op Night Funeral en creëert op dit nummer Bazart-waardige meezingers met het herhaaldelijke ‘Keep your head up high’. Faces on TV is hiermee misschien niet de allerspannendste of revolutionaire artiest, maar laat wel donders goed zien waarom we met z’n allen zo houden van Vlaamse acts. (BvD)

 

Vier mannen in het blauw en Natalie Prass in het glimmend roze. De muzikante uit Richmond, Virgnia staat vandaag in de Schouwburg gepresenteerd, waar ze een aantal nieuwe nummers komt spelen van haar nieuwe album dat 1 juni verschijnt. Oorspronkelijk had ze al een album gemaakt, maar na de verkiezing van Trump als president besloot ze die weg te gooien en een nieuwe plaat te maken waarop ze zich afvraagt wat het nou inhoudt om een vrouw in het huidige Amerika te zijn.

Dan verwacht je misschien een heftig en beladen album, maar het resultaat is een poppy plaat vol jaren tachtig tachtig-songs met vieze film-gitaarloopjes, zwoele synths en teksten als: ‘Round and ‘round, had ups and downs. No but I can’t be without, my love that I have found. Oh, when it fits, it should stay like this. Oh, I can’t be without, my love that I have found.’

Terwijl het eerste rondje nummers zonder al te veel sprankeling door de Schouwburg kletteren, komt er na een krap halfuurtje langzaam beweging in de show van de band als Prass de microfoon uit de standaard pakt, begint rond te lopen en haar band opjut. Toch blijft het daar een beetje bij als ze vervolgens weer met gitaar achter haar microfoon staat en alles verder kabbelt. (RJ)

 

Wij pakken ‘m even door in de Krautkeller Am Vibes, ofwel zes uur lang knallen in Club Vibes met kraut, rock en postpunk. Wij vallen binnen bij de show van La Jungle waar het publiek hutjemutje staat te krauten op de razendsnelle beats en gitaarlicks van het Belgische duo. Het is zo druk en het podium zo laag dat we zo heel af en toe de snor van de gitarist kunnen ontdekken in deze orgie van bier, zweet en pompende speakers. Net even de kickstart die we nodig hebben voor de lange nacht die voor ons ligt. (RJ)

Mooi opstapje voor Otzeki, de twee neven die zich in het avant-gardistische hipsterwalhalla WORM de aftrap nemen voor het elektronische gedeelte van het programma. De basis van Otzeki is een gezamenlijke liefde voor elektronica die ontdekt werd in Berlijn, maar wel op zo’n manier afgewerkt is dat het ook voor niet-ravers interessant blijft. Een soort Happy Mondays meets Suuns en dan nog net even duisterder. De elektronica wordt live flink sterker aangezet dan op de plaat, waardoor de Londenaren een bijzonder goede opwarmer zijn voor latere acts Weval. (RJ)

Britse banter is vanzelfsprekend ook aanwezig bij Otzeki. Zo voelt zanger Mike Sharp zich meer thuis in het publiek dan op het podium en blijft een  bierhelikopter niet uit. Met de combinatie van slepende technobeats, Madchestergrooves en grillige gitaarriffs weten de lads zowel clubpubliek als oudere luisteraars te vermaken. Laatstgenoemden moeten eerst even slikken, maar uiteindelijk raakt iedereen gehypnotiseerd door het indringende geluid van Otzeki en de hoge intensiteit van de frontman. Uit alle berichten op de band zijn socials blijkt hoezeer ze de show van hun leven hebben gehad. Zo voelde dat ook zeker in het publiek (BvD)

Geheel onthouden van enige banter en raveness is muzikaal wonderkind Martin Kohlstedt, die net al bijna alle andere acts dit weekend, prima op zijn plek is in de Paradijskerk. Vanaf de eerste noten van de Duitsers ijzige composities kun je, bij wijze van, een speld horen vallen in de pikdonkere kerk. Zijn klassiek geschoolde pianospel is de hoofdmoot, maar door de flinke dosis elektronica die Kohlstedt live onder zijn pianolijnen legt, ontstaat een bijna hallucinerend betoverende sound. Uiteraard helpt de setting mee (een kerk is zo ongeveer de beste plek om van Kohlstedts muziek te genieten, kwamen we ook al op ADE achter), maar door de ongemakkelijke introductiepraatjes van de Duitser bij ieder nummer, ontstaat deze avond in de Paradijskerk wel een heel intieme sfeer. (RvE)

Voor een geheel ander smaakje duiken we om middernacht nog even de Schouwburg in voor de kleurrijke muziek van Songhoy Blues. De Malinese woestijnrockers zetten het gas er flink op vanaf de eerste minuut en verzwakken geen moment. Frontman Aliou Touré heeft nog een overdrive en vliegt vanaf het tweede nummer als een stuiterbal over het podium. De band speelt strakker dan strak en levert een show vol muzikaal vuurwerk waar geen speld tussen te krijgen is. Vol goede vibes trekken we naar het Groot Handelsgebouw, waar ondertussen de Garage Party is begonnen en we belanden in een oase van glitters, beats, dragqueens, Factory-taferelen en een waanzinnig feest op de zevende verdieping van het iconische gebouw. (RJ)

Dan is het om 02:00 uur aan Weval om MOMO langzaamaan (een soort van) af te gaan sluiten. Het Amsterdamse producersduo mocht afgelopen jaren om immer toenemende faam rekenen in zowel binnen- als buitenland. Navenante ontwikkeling is dat Weval de liveact ook uitdijt: van een simpele setup met twee gasten achter synths en laptopjes is al jaren geen sprake meer. Zagen we de act vorig jaar al in de Maassilo met live drummer en zanger, op Motel Mozaique is dit uitgebreid naar een volledige bandopstelling met gitarist en bassist.

Het doet Weval in eerste instantie geen goed. Zo feilloos als Merijn Scholte Albers en Harm Coolen elkaar aanvoelen, een gehele band dirigeren is andere koek. De muziek van Weval was live altijd zo goed omdat het duo een perfect gevoel heeft voor timing en het opbouwen van de spanning, maar in de Schouwburg klinkt het in eerste instantie nogal log. Zo is Rooftop Paradiso een platte muur van geluid, waarin de dynamiek van het nummer volledig zoekraakt. Pas tegen het einde van de set, bij I Don’t Need It, lijken Scholte Albers en Coolen elkaar en de muzikanten op het podium echt te vinden. Weval verdient alle respect voor de kwaliteit van hun producties en slimme carrièreplanning, en de internationale faam is dan ook meer dan terecht, maar het duo moet wel oppassen dat de muzikale inventiviteit niet ten koste gaat van expansiedrift. Meer en groter is in de muziek zelden beter, en (met name het eerste deel van) de set op MOMO onderschrijft dat. (RvE)

Na Weval kunnen de echte die-hards nog door: de marathonuitzending van Operator Radio gaat tot in de kleine uurtjes door en voor iedereen die het echt lang vol houdt (of gewoon vroeg is opgestaan), is er in hetzelfde pand een zonsopkomst-concert van Joep Beving, met aansluitend ontbijt. Uw reporters van dienst houden het echter voor gezien: het is lastig om net zo’n uithoudingsvermogen en hoge rock-‘n-roll-factor te hebben als dit festival zelf. Voelde het publiek soms wat ouder van voorgaande jaren, en wellicht wat eenzijdig (dit is niet bepaald een multicultureel festival qua bezoekers), het is makkelijk te concluderen dat Motel Mozaique zichzelf dit jaar weer heeft overtroffen. Enerzijds door te blijven doen wat het festival al jaren goed doet (unieke locaties, scherp programma voor zowel muziek als kunst en performance en bijzondere guided tours), anderzijds door innovatieve nieuwe programmaonderdelen (zoals de marathonuitzending van Operator), nieuwe locaties (zoals de te gekke sfeer in het Groothandelsgebouw) en een min-of-meer volwaardig programma op de donderdag. We verklaren het festivalseizoen nu echt voor geopend!


De tweede dag van Motel Mozaique is in alle kleuren ontploft tijdens een haast tropische dag in de Rotterdamse stadsjungle. Gisteren zagen we onder meer SOHN tijdens de opening van het festival, vandaag gaan we door met bekende en minder bekende namen.

Tekst Jente Lammerts, Robin van Essel & Reinier van derZouw
Foto’s Michael Kattenbeld

De zin ‘you’re about to witness a miracle, you’re about to witness a crash’ in het openingsnummer van je set stoppen lijkt vragen om problemen, gelukkig voor Lewsberg ligt zijn optreden/albumrelease veel dichter bij dat eerste dan bij dat laatste. De Rotterdamse band rond zanger Arie van Vliet jakkert een kleine veertig minuten heerlijk onbezorgd door Rotown heen. Van Vliet, qua uitstraling een kruising tussen Rivers Cuomo en Tim Darcy van Ought, dicteert zijn teksten net zo heerlijk ongeïnteresseerd als laatstgenoemde en lijkt vastgelijmd op de vloer te staan. Het mooiste moment van de set komt halverwege, als de twee overige gitaristen vigoureus staan te shredden en Van Vliet het schouwspel met zijn handen op de rug vrij verveeld aanziet. De vaak vrij hilarische podiumhouding komt de gezellig voortstuwende show van het viertal zeker ten goede, want de muziek is niet altijd even spannend. Toch komen er genoeg fijne songs voorbij – opener Terrible, het rustige Carried Away, het heerlijk stuwende Edith – om van een klein uurtje Lewsberg een aangename aangelegenheid te maken. (RvdZ)

De langste onderbreking in het optreden van Nakhane in de Paradijskerk vindt plaats op driekwart van de show, als de zanger een grap vertelt over hoe op een dag Jezus verschijnt voor een blanke man, die er tot zijn  verbazing achter komt dat de Verlosser zwart is. “The man says, ‘Well I expected you to look different’ and Jesus says (wijzend op de Jezus aan het kruis boven het altaar van de kerk) ‘You expected me to look like that? I was tortured and murdered without a fair trial. You think that shit happens to white people?'” Het is precies het soort ongemakkelijke maar rake ironie die de door een bewogen geschiedenis gevormde persoonlijkheid van Nakhane Touré tekent. Hij groeide op in een streng katholieke gemeenschap in Johannesburg, Zuid-Afrika – een conservatieve omgeving die op zijn zachtst gezegd moeilijk te verenigen was met zijn homoseksualiteit. Maar Nakhane liet zich niet de mond snoeren: als artiest, schrijver, filmmaker en activist werpt hij zich op als het boegbeeld van de LGBTQ-community in zijn land, ook nu dat hem dat hem nog steeds, naast een hoop medestanders, ook een hoop minder ruimdenkende vijanden oplevert. Zo werd vorig jaar zijn min-of-meer autobiografische film Inxeba (The Wound) uit de Zuid-Afrikaanse bioscopen verbannen.

Op Motel Mozaique vindt Nakhane echter een platform voor zijn boodschap. Dat dat gebeurt op zo ongeveer het blankste festival van Nederland is natuurlijk al ironisch genoeg, maar het wordt nog beter: de festivalorganisatie zette het van tevoren al veelbesproken optreden geheel bewust in de Paradijskerk, zodat de Zuid-Afrikaan zijn elektropop mag spelen op een altaar, onder het toeziend oog van een gekruisigde Zoon van God. Nakhane drijft op zijn tweede plaat You Will Not Die weg van de folk met Afrikaanse elementen, richting synthpop die nog het meest doet denken aan mede-androgyne artiesten als Wild Beasts of ANOHNI. Onder andere Noisey en The Guardian struikelden over elkaar om Nakhane als Grote Nieuwe Belofte te bestempelen. De vraag is: maakt hij die hoge verwachtingen waar op Motel Mozaique? Het antwoord is volmondig ja. Als een in geheel rood pak geklede opperpriester neemt de charismatische Touré, bijgestaan door een gitarist/toetsenist en een drummer, het publiek in de kerkbankjes muzikaal mee in zijn geschiedenis en visie. Het is soms klein en intiem (en, ongetwijfeld ook ironisch voorzien van kerkelijke orgels, zoals op Violent Measures), dan weer pompeus en swingend (zoals de van de testosteron druipende single Clairvoyant). Maar over the top wordt het nooit, en ondanks alle ironie is Nakhanes muziek niet ironisch, en is de zanger niet boos. Hij predikt tolerantie en naastenliefde op een Arcade Fireësque, bijna sacrale wijze. Het publiek in de voor dit optreden uitmuntend gekozen Paradijskerk slikt het als zoete koek. Hoogtepuntje. (RvE)

Aan de andere kant van de stad betreden drie glimlachjes van oor tot oor het podium van WORM. Het is Great News: een spiksplinternieuwe band uit Noorwegen.  Daarmee is het eigenlijk ook gauw gezegd. Met de podiumpresentatie en het enthousiasme van de jongens is niets mis, maar de band gebruikt íets teveel trucjes van hun voorbeelden Tame Impala, Phoenix en Two Door Cinema Club, waardoor de show en de nummers vrij ongeloofwaardig en onpersoonlijk overkomen. Dat de vocalen van frontman Even Kjelby ons doen denken aan Bono helpt ook niet echt mee. Begrijp het niet verkeerd: de poppy sound en springerige vibes zijn voor de volle honderd procent in orde. Echter kan Great News de aandacht niet behouden in hun set. Misschien te vroeg geprogrammeerd, misschien te ambitieus om het publiek té hyped te maken. Maar wie weet, de tijd mag leren of Great News wél hun geluid eigen weet te maken. (JL)

Hetzelfde geldt voor Equal Idiots in Rotown. De twee sympathieke Vlamingen gaan in eigen land als een speer, en na een goede indruk op Eurosonic en veelvuldig hier spelen, gaat Nederland ook langzaam maar zeker om. Aan het enthousiasme ligt het niet: voorman Thibault Christiaensen maant het publiek na zo ongeveer elke song om te dansen en bier te drinken, waar ook voorzichtig (en later met vol enthousiasme) gehoor aan wordt gegeven. ‘Geinig bandje zeg’, horen we naast ons zeggen. En inderdaad: geinig bandje absoluut, maar het schittert natuurlijk niet in muzikale inventiviteit. We hebben dit al tig keer eerder gehoord. Maakt dat uit? Ligt eraan wat je zoekt – er zijn genoeg scherpe randjes te vinden op Motel Mozaique. Mocht je daar even van willen bijkomen, is Equal Idiots een heerlijke, sympathieke band om bier bij te drinken en te headbangen. (RvE)

Dat een gevestigde naam boeken op je ontdekkingsfestival niet betekent dat er niks te ontdekken valt, bewijst Kele Okereke in de Arminiuskerk. Na twee elektronisch ingevulde soloplaten gooide de Bloc Party-zanger het roer radicaal om en transformeerde hij vorig jaar op z’n derde plaat Fatherland in een folkzanger. Op plaat zijn die songs nog wat stroperig, maar in deze intieme setting is het prachtig. Okereke is gewapend met slechts een akoestische gitaar en zijn stem en zingt zijn openhartige teksten haast fluisterend. Vooral de akoestische herbewerking van Let Go – een nummer uit zijn danceperiode – en het subtiel dreigende Yemaya zijn hartverscheurend mooi. Des te jammer dus dat de Arminius al na een paar nummers dramatisch snel leegloopt en tijdens laatstgenoemde er zoveel geleuterd wordt dat Okereke zichtbaar geïrriteerd het nummer opnieuw begint. Voor het bescheiden groepje fans wat na een uur nog over is, eindigt de show met een melancholische cover van, jawel, My Guy van The Temptations en Bloc Party-klassieker This Modern Love met een aaneenschakeling aan hoogtepunten. Dat Kele Okereke dertien jaar na Silent Alarm nog steeds in staat kan zijn om je intens te ontroeren, is misschien wel de grootste ontdekking van het hele festival. (RvdZ)

En daar hebben we nog een afstammelingsproject van Childhood en Fat White Family! Na Insecure Men bewijst Warmduscher dat het nog weirder en obscuurder kan dan eerdergenoemde bands, met een punky sound en hypnotiserende riffs. Gehuld in afgrijselijke cowboyhoed en foute jaren zeventig-zonnebril, weet frontman Clams Baker (hij noemt zichzelf liever Mutado Pintado) het nog wat tamme publiek in Rotown gelijk om zijn vinger te winden met zijn schreeuwerige teksten en gekke podiumfratsen. Dat Baker zo straalbezopen is dat hij om de haverklap de stekkers uit zijn effectpedalen en microfoon trekt door zijn dronken onhandigheid, nemen we vanavond maar voor lief. Ergens siert het Warmduscher ook wel. Vooral omdat zijn band stoïcijns door blijft spelen, geeft het een komisch effect. Met een show die we goed kunnen vergelijken met bands als the Garden en the Moonlandingz, valt laatst single Big Wilma ietwat uit de toon. Wanneer er op een gegeven moment twee vrouwen het podium opkomen en luidkeels beginnen mee te schreeuwen (hoort dit nou bij de act of niet…?) weten we het wel zeker: raarder dan dit gaan we het niet krijgen op Motel Mozaique dit jaar. (JL)

De eerste drie nummers van Everything Everything vormen eigenlijk al een accurate samenvatting van het hele optreden. We gaan van een trage song met hypnotiserende opbouw (het titelnummer van nieuwe plaat A Fever Dream) naar stadionrock (Desire) en vervolgens verder naar hysterische indie-electronica vol rare gilletjes en tempowisselingen (Cough Cough). Ook de rest van het optreden vliegen de heren alle kanten op, maar in een van die drie hokjes kun je alle nummers wel min of meer plaatsen. Hoewel ze tot kwart over één staan ingepland, heeft de band te horen gekregen dat het curfew toch om één uur ligt. Dat zich dat uit in een show met veel vaart is prima, maar dat daardoor ook A Fever Dream-prijsnummer Ivory Tower ontbreekt en er helemaal niks van debuutplaat Man Alive (2010) de revue passeert is wel spijtig. Dat is dan ook de enige smet op een verder uitstekende show. In het begin lijkt het publiek nog wat onwennig, maar tegen de tijd dat de majestueuze afsluiter No Reptiles is aangebroken staat zowat de hele zaal ‘JUST GIVE ME THIS ONEEE NIIIIGHT’ mee te blèren. Waardige dagafsluiter van de Schouwburg. (RvdZ)

Motel Mozaique Festival
Donderdag 19 t/m zaterdag 21 april

 

Martin Kohlstedt is een jonge, experimentele pianist uit Duitsland. Vanzelfsprekend wordt de 29-jarige componist continu vergeleken met collega’s als Nils Frahm en Ólafur Arnalds, Noord-Europeanen die hetzelfde instrument bespelen in een stijl die voor velen hetzelfde klinkt. Maar er bestaan meer dan genoeg verschillen tussen hen en Kohlstedt, die zich geen minimalist noemt: “Om een zacht geluid te definiëren, heb je immers altijd een hard geluid nodig.” In plaats daarvan bedient Kohlstedt, die volgende maand op het Rotterdamse Motel Mozaique speelt, zich van een unieke techniek waarmee hij alle anderen en – misschien wel belangrijker – zichzelf altijd één stap voorblijft.

“De modules zijn mijn bouwstenen”
Als we Martin Kohlstedt in februari spreken, is hij bezig een uitgebreide Europese tour, die onder meer een show op Peel Slowly and See in Leiden bevatte, af te ronden. Het is een lonende maar ook veeleisende reis geweest, vertelt hij. Wie ooit een concert van de pianist zag of een van zijn uitvoeringen online bekeek (check hier een livereview van ons), zal zich kunnen voorstellen waarom. Soms lijkt het wel alsof Martin Kohlstedt niet speelt, maar meer alsof hij gespeeld wordt, zichzelf verrassend bij iedere verplaatsing van zijn handen.

De reden daarvoor is dat Kohlstedt zijn muziek niet bedoeld is als monoloog: telkens als de Duitser plaatsneemt achter de piano, begint hij een dialoog. Die zich afwisselend afspeelt tussen zijn publiek, zijn muziek en de componist zelf. “Soms voelt het alsof er twee versies van mezelf op het podium zijn en de een voortgestuwd wordt door de ander”, legt Kohlstedt uit, een gedachte herhalend die hij eerder uitte in deze bijzondere documentaire rond zijn meest recente album. Het heeft alles te maken met de manier waarop de pianist uit het bosrijke dorpje Breitenworbis zijn liveshows vormgeeft. Kohlstedt speelt nooit volgens dezelfde setlist; in de meeste gevallen heeft hij er niet eens een. De Duitser volgt geen pad dat hij vooraf uitgestippeld heeft, maar laat zich leiden door wat hij op mysterieuze wijze zijn ‘modules’ noemt.

Niet alleen Kohlstedts liveshows zijn daarop gebaseerd. Zijn drie studioplaten: Tag (2012), Nacht (2014) en Strom (2017), zijn dat ook. Alle titels op de tracklists bestaan uit niet meer dan drie hoofdletters, duidend op de gelijkenis die de composities kennen met de wetenschap en wiskunde die mijlen van creativiteit en kunst lijken te liggen. “De modules zijn mijn bouwstenen”, verduidelijkt de professor van dienst, die eerder uitweidde over zijn compositietechniek bij deze TED Talk. “Ze werken als woorden die me in staat stellen om zinnen of complete verhalen te vormen. Ik begon ze te schrijven toen ik een jaar of twaalf was, volgens mij. In het begin was het gewoon een soort spelletje. Ik schreef kleine stukjes melodie of harmonie en kon die daarna op allerlei manieren met elkaar combineren.”

“Het is van levensbelang dat ik niet in een routine verval”
In de jaren die volgden is er niet veel veranderd, wat in dit geval eigenlijk vooral betekent dat Kohlstedt zich juist voortdurend veranderd heeft. Een module klinkt live niet twee keer hetzelfde en wordt nooit gevolgd door dezelfde module. “Het is van levensbelang dat ik niet in een routine verval. Er is een bepaald deel van je brein dat geactiveerd wordt zodra dat gebeurt. Ik voel het meteen als ik iets doe dat ik al eerder gedaan heb. Het is belangrijk dat je dat merkt en dan meteen iets anders gaat doen, om het deel van je brein te activeren dat je daadwerkelijk in staat stelt iets creatiefs en nieuws te doen.”

Voor Kohlstedt zijn liveshows dan ook net zo belangrijk als studioalbums, misschien zelfs belangrijker. “Een album is best beperkend voor mij”, geeft de pianist toe. “Het is niet meer dan het begin, dat slechts één versie van een bepaald stuk kan bevatten. Dat is vaak gewoon de eerste versie die ik bedenk. De ontwikkeling van het stuk begint eigenlijk daarna pas, als ik het live speel en ontdek in welke verschillende tempo’s en toonsoorten het stuk gespeeld kan worden. Ik vind het altijd grappig dat het origineel altijd als een compleet ander stuk voelt als ik het na een tijdje terugluister.”

Dat is waarom Kohlstedt er plezier in heeft gehad reworks van zijn albums uit te brengen. Op Tag Remixes (2013) en Nacht Reworks (2014) nodigde hij andere artiesten uit om los te gaan op zijn werk. Het resulteerde in releases die feilloos het brede spectrum van emoties laten horen dat Kohlstedts composities kunnen beslaan. Het is typisch voor de pianist, die zich duidelijk enorm persoonlijk verbonden voelt met zijn muziek, maar ook durft om afstand te nemen van zijn eigen creaties. Kohlstedt is niet de almachtige artiest noch de gelukkige vinder van zijn muziek. In plaats daarvan is hij een soort beschermheer, die zijn stukken het levenslicht laat zien, maar ze daarna toestaat te ademen en een eigen leven laat leiden.

Martin Kohlstedt speelt op zaterdag 21 april op Motel Mozaique in Rotterdam en 12 oktober in Cloud Nine van TivoliVredenburg.


 

WEBSITE MOTEL MOZAIQUE | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

Onze vliegende reporters tekenden na de eerste dag  uiteraard ook voor dag twee van Motel Mozaique. Het resultaat was even divers als spectaculair, want #momo17 was een van de beste edities in de geschiedenis van het festival. Hieronder lees je het verslag!

Tekst Jente Lammerts & Reinier van der Zouw

Drugdealer
De knettergekke Amerikaan Michael Collins, alias Drugdealer, zit qua podiumpresentatie in ieder geval al goed vanavond. Dankzij de foute baretten en de vaak nog foutere snorretjes die ieder bandlid heeft, schieten sommige bezoekers al in de lach voor het optreden begonnen is. Dat wekt Collins met zijn cheesy psychedelische pop ook wel in de hand. Al te serieus moet je dit optreden dan ook niet nemen, maar Collins heeft genoeg fijne songs in zijn repertoire om er voor te zorgen dat de show niet alleen lachwekkend is. De songs van zijn album The End Of Comedy klinken live namelijk net zo fijn als op de plaat. Niet iedereen is tegen de meligheid van Collins en zijn kompanen bestand, want WORM loopt gaandeweg een beetje leeg, maar voor wie dat wel is, heeft de zaterdag van MoMo zijn eerste hoogtepunt al vroeg te pakken.

 

Mauno
Tijd voor een echt onontdekt pareltje op Motel Mozaique. Het uit Halifax, Canada afkomstige Mauno heeft een heuse streaminghit op zijn naam staan (single Benny uit 2016), maar verder is de band nog een onbekende voor de meeste muziekliefhebbers. Tijd om daar verandering in te brengen. Mauno maakt indiefolk à la Fleet Foxes en Angus & Julia Stone, maar het aandoenlijke viertal doet ons vooral denken aan de bezwerende nummers van Gengahr. Mauno oogt zenuwachtig: niet gek ook. De band is overdonderd door de prachtige Paradijskerk en het jubelende publiek. Frontman Nick Everett stamelt wat onverstaanbare woorden over hoe leuk hij het heeft, maakt nog wat onbegrepen grappen en speelt dan maar verder. Nog nooit was de band in Nederland geweest, maar het volgende bezoekje zal vast niet lang meer duren. (JL)

Mourn
Alle leden van het Spaanse Mourn zitten nog onder de twintig of zijn die leeftijd net gepasseerd. Jonge broekies dus en dat is te horen. Het repertoire van de band bestaat vooral uit snelle punktracks van één, twee (en heel soms bijna drie) minuten, waardoor de speeltijd van drie kwartier toch al snel aanvoelt als een marathonsessie. Dat het grootste gedeelte van Rotown het na een minuut of twintig weer voor gezien houdt is dus ook niet zo gek, van veel variatie is geen sprake. Toch valt er vanwege de rauwe energie die het viertal uitstraalt en de fijne refreintjes die de band zo nu en dan uit hun mouw weten te schudden best wat te genieten voor wie wel de hele rit uitzit. Mourn als liveband heeft nog wat groei nodig, maar over een paar jaar zien we de band graag nog eens terug. (RvdZ)

 

The Lemon Twigs
Pakweg veertig minuten voor aanvang staat Rotown al propvol voor de ‘tienersensaties’ van The Lemon Twigs. Voor degenen die onder een steen hebben geleefd de afgelopen tijd: de New Yorkse broertjes Brian en Michael D’Addario (zeventien en negentien jaar oud!) waren dé band van SXSW dit jaar reizen de hele wereld over met hun dramarock. De band opent de set met het populaire I Wanna Prove To You, waarmee de toon is gezet: het optreden lijkt haast een middelbare school-musical. De muzikanten wisselen constant van instrumenten en weten tussen de ingewikkelde Queen-achtige solo’s ook nog eens acrobatische kunstjes te vertonen. Een gekkenhuis is het zeker, maar muzikaal gezien mag de band er zeker wezen: de dramatische piano en gitaarpartijen versterken de absurde vertoning, al moet de band opletten dat het showelement niet de muziek ondersneeuwt. Hoe dan ook maakt The Lemon Twigs ‘de hype’ meer dan waar. (JL)

 

The Slow Show
The Slow Show houdt van Nederland en Nederland houdt van The Slow Show. Sterker nog: Nederland houdt veel meer van The Slow Show dan de rest van de wereld, de band heeft alleen al een Wikipedia-pagina op de Nederlandse variant. Door die wederzijdse liefde is het niet vreemd dat de band als laatste in de grote zaal van de Schouwburg mag optreden, maar de vraag is of de band niet iets te gelikt is voor Motel Mozaique. Hun barokke poprock, een soort The National voor op begrafenissen, heeft namelijk soms een erg hoog Sky Radio-gehalte. Toch werkt het vanavond. Zo nu en dan vervalt de band inderdaad in gezapigheid, maar sterke songs als Dresden en Ordinary Lives creëren – mede door de statige setting – toch het magische sfeertje waar je bij een band als deze op hoopt. Bovenal voelt de band oprecht, iedere keer als zanger Rob Goodwin zijn dank voor het Rotterdamse publiek uitspreekt, geloven we hem op zijn woord. De vrij uitgebreide toegift, waarmee de band nog ver na de eindtijd van een uur ‘s nachts doorspeelt, had van ons niet gehoeven, maar verder heeft The Slow Show zich bewezen als waardige headliner. (RvdZ)

 

IDLES
De voor ons laatste act van dit weekend sluit de boel mooi af: het wordt raggen tijdens de laatste uurtjes MoMo. Dat raggen doen we met IDLES: de zogenaamde redders van de indiescene uit het Engelse Bristol. De band maakt punk die op dezelfde lijn zit als bijvoorbeeld Protomartyr en dan met de ‘cocky’ attitude van Sleaford Mods. De band heeft een duidelijke linkse boodschap. Frontman Joe Talbot (inclusief roze haar) scandeert tussen de nummers door “I heard people in your country can’t hold hands if they have the same sex. FUCK THAT!”. Zo volgen er nog een aantal andere politiek georiënteerde verkondigingen en Rotown schreeuwt instemmend mee. Nummers als Divide & Conquer (over de politieke verhoudingen in Engeland), Well Done en Mother worden enorm strak en technisch uitgevoerd. De show vliegt voorbij en binnen 45 minuten staat het publiek buiten met suizende oren en kleren vol bier. MoMo zit er weer op. Tot volgend jaar!

 

Wat we verder nog zagen tijdens Motel Mozaique:

Weyes Blood

 

Het The Daily Indie DJ Team op Plaza Mozaique

Het was rennen en vliegen om gisteren alle acts mee te pakken die we graag wilden zien (dat waren er behoorlijk veel namelijk), maar het is ons gelukt! Zo zagen we op één avond onwijs veel verschillende acts die ons allemaal op een andere manier wisten te raken.

Tekst Ricardo Jupijn, Jente Lammerts & Reinier van der Zouw.

Happyness
De Britse jongens van Happyness brengen precies vandaag hun nieuwe album Write In uit en een goedgevulde WORM wordt dus getrakteerd op flink wat nieuw materiaal. De band klinkt als het liefdeskind van Weezer en The Jesus And Mary Chain: dat zorgt voor een prettige sound, maar de meeste songs missen net wat te veel pit om echt te kunnen beklijven. Al maakt de charmante voordracht een hoop goed. De vier heren staan relaxed op het podium, maken grapjes met het publiek en hebben het duidelijk naar hun zin, waardoor het geheel nooit vervelend wordt om naar te kijken. Als ze in de vorm van het nummer Weird Little Birthday Girl vervolgens ook nog een erg fijne afsluiter in huis blijken te hebben, concluderen we toch dat Happyness een band is om lekker te blijven volgen. (RvdZ)

Gurr
Gurr is een Berlijnse formatie met op de voorgrond de twee jubelende meiden Andreya en Laura. Rotown is al flink afgeladen wanneer de band hun eerste slackergarage-nummer inzet. De Burger Records-waardige songs lijken vooral te gaan over het millennialleven en hebben absoluut hitpotentie. Dat Gurr de vervloekte titel van ‘girlband’ draagt (wanneer stoppen we daar nou eens mee?) weet de band in de eerste minuten van de set al te ontkrachten: Gurr ragt er direct flink op los. Tussen de nummers door komt er nog een cover van Hollaback Girl langs, die abrupt overvloeit in het opzwepende Rollerskate van de net uitgekomen plaat In My Head. Hier en daar is de band nog niet helemaal strak qua spel, maar dat is Gurr vergeven, want het spelplezier compenseert dat volledig. Single #1985 wordt ingezet en hier en daar lichten er in het publiek wat gezichten op: een ‘bekende’. Zangeres Andreya geeft zonder verdere toelichting aan dat het nummer over Instagram Stories gaat. Nog wat bouwen aan de liveset en Gurr, is klaar voor het grote publiek. (JL)

Thundercat
Steven Bruner alias Thundercat, bracht met Drunk al een van de beste platen van het jaar tot nu toe uit en tekent vanavond ook voor een van de beste shows van het jaar. Bruner is een enorm veelzijdige muzikant, die de Schouwburg een uur lang in vervoering brengt door al zijn verschillende stijlen moeiteloos in elkaar over te laten vloeien. Dus gaan we van gladde soul naar woeste, instrumentale jazz, soms afgewisseld met een vleugje elektronisch gefreak. De setlist put natuurlijk rijkelijk uit materiaal van Drunk, vooral A Fan’s Mail (Tron Song II) is een uitblinker, maar opvallend genoeg komen de voornaamste hoogtepunten juist van zijn vorige plaat Apocalypse (2013). In de bijzondere afsluiter Lotus And The Jondy, gooien Bruner en zijn tweemansband nog even alle remmen los en zien we een wervelende show van een van de artiesten van het moment prachtig tot zijn eind komen. (RvdZ)

serpentwithfeet
Nadat ALA.NI elke centimeter van de Paradijkskerk heeft gevuld met haar overweldigende en bitterzoete stem, zijn we in de tussentijd buiten even op adem aan het komen. We zijn namelijk in afwachting van de meest excentrieke artiest van de vrijdag: serpentwithfeet. De melancholische en (digitaal) orkestrale muziek van Josiah Wise gaat van héél klein tot héél bombastisch en eenmaal binnen in de kerk stijgt de spanning: wat gaat er zo gebeuren?! We zien alleen een keyboard en een microfoon staan. Geen spoor van een dertigkoppig orkest in ieder geval. Om elf uur komt de muzikant voorzichtig het podium opgelopen, gekleed in felrode pumps die doorlopen in zijn geknoopte en gezwachtelde broek, met daarboven een zwarte glitterblouse. Een opmerkelijk detail is de pop die hij bij zich draagt tijdens de show. Naast de pop, wordt Wise vanavond alleen bijgestaan door zijn geluidsman die op de juiste momenten op play drukt. Maar dat is ook het mooie: Wise heeft verder helemaal niemand nodig. Hij is een performer pur sang en bouwt hele werelden met zijn mimiek, een enkele uithaal en zijn eigenzinnige frasering. Zijn nummers zijn niet gebouwd op structuren van coupletten en refreinen: serpentwithfeet vertelt korte verhalen van voor tot eind en de muziek volgt hem waar hij gaat. (RJ)

Shame
Jonge jochies zijn het nog, die jongens van het Britse Shame. Met z’n vijven is de band: de één gekleed in de laatste skatemode, de frontman in een pak dat hij van zijn vader geleend lijkt te hebben en de rest in een jaren negentig normcore-outfit. De band maakt rauwe muziek die doet denken aan Joy Division meets Sleaford Mods. Met een gemiddelde leeftijd van amper twintig jaar weet Shame een overdonderende set neer te zetten; voor het eerst op Motel Mozaique 2017 wordt er flink met bier gegooid en komt er een waardige moshpit aan te pas. Naarmate het optreden vordert worden er steeds meer kledingstukken uitgetrokken en staat gitarist Eddie Green zelfs met zijn zaakje half uit zijn broek, een attitude die we kennen van Fat White Family of Black Lips. Maar zelfs zonder deze showelementen weet Shame een ijzersterk optreden neer te zetten die voor de rest van Rotowns bestaan littekens achter zal laten. De band lijkt nergens een fuck om te geven: pas drie singles uit, niet naar school gaan en voor je twintigste al door heel Europa touren. Deze jongens worden groot. (JL)

Grandaddy
De indierockband rond zanger Jason Lytle, pakt vanavond uit in de Schouwburg. Op een enorm videoscherm zien we prachtige beelden van een Amerikaans landschap, afgewisseld met beelden van desolate industrieterreinen. Dat alleen zorgt al voor een hoop sfeer en de muziek doet de rest. Na Hewlett’s Daughter als fabuleuze opener, wijst alles erop dat we een memorabele rockshow voorgeschoteld gaan krijgen. Maar hoewel de band zeer vakkundig zijn werk doet, slaat de vonk nooit echt over. Dat komt vooral omdat de heren hun setlist vrij stoïcijns staan af te werken, het speelplezier spat er niet bepaald van af. Zo komt de enige vorm van publieksinteractie als Lytle wat verzoekjes uit het publiek routineus afwijst (“you keep calling ‘em out, I’ll keep saying no”). Door uitstekende uitvoeringen van nummers als het noisy Levitz en het epische He’s Simple, He’s Dumb, He’s The Pilot, is het toch een prima show, alleen wel eentje waar meer in had gezeten. (RvdZ)

Klangstof
Dit is voorlopig een van de laatste shows waarbij Klangstof nog in het Nederlands met het publiek kan communiceren, aangezien de band volgende week op Coachella in Californië speelt en daarna nog wat Amerikaanse en Europese tours gaat doen. Maar voordat het zover is, wordt het in Arminius nog eens duidelijk waarom de band zo populair is. Er is geen speld tussen de dynamiek in de nummers, de opbouw van de set en het muzikale samenspel te krijgen. Daarbij lijkt Arminius haast wel gebouwd voor het geluid van de band: alle details komen schitterend naar voren, het klinkt puntig en alle muzikale lagen dansen synchroon en harmonieus door de kerk. Richting het einde van de set komt de band helemaal los en straalt de continue glimlach van frontman Koen van de Wardt door de volle zaal. Wat wil je ook? Hun debuutplaat loopt als een trein, de liveshow staat als een huis, de band gaat binnenkort op avontuur naar Amerika en heeft iets heel bijzonders te pakken. En dat voelt Klangstof vanavond. Het is alsof dat geluksmomentje hier in Rotterdam in volle glorie tot de muzikanten komt. Dat maakt deze bijzondere show nog nét even iets specialer dan hij al was. (RJ)

 

LVL UP
Voor het New Yorkse LVL UP is het de eerste keer in ons kikkerlandje. Die eerste keer begint helaas niet zo soepel: de eerste twee nummers van de set beginnen met veel technische problemen, hoewel de band hier zelf niet zo’n last van lijkt te hebben. Rotown is stilletjes; LVL UP speelt in de late uurtjes en het is een lange dag geweest. Met een discografie van vier platen, waarvan de laatste (Return To Love) in 2016 voor een ‘doorbraakmoment’ zorgde. De vier mannen hebben het er maar druk mee: hun zelfopgerichte label Double Double Whammy loopt lekker en er werd laatst een supergroup van leden van LVL UP en Porches aangekondigd: Cende. Na een tijdje komt de band goed op gang, en de show steekt dynamisch in elkaar: rustige zang wordt afgewisseld met zware gitaarpartijen en zowel lange drones als snelle nummers komen voorbij. Bij het laatste nummer Hidden Driver horen we de drummer een melodietje spelen op een synth en die hadden we wat vaker willen horen: waar de prachtige plaat heel gelaagd is met akoestische gitaren, synths en orgels, komt de live-set nog wat vlak over. De potentie is er zeker, en we hopen de band snel terugkomt met een clubshow. De songs zijn er, de platen zijn er: alleen live moet LVL UP  het nog naar een iets hoger niveau tillen. (JL)

 

Motel Mozaique 7 april:

Met Altın Gün kunnen we een nieuw Nederlands hoofdstuk toevoegen aan de herwaardering van wereldmuziek, specifieker: die van Turkse psychedelische folkrock. Pardon? Jawel, het genre dat in de jaren zestig en zeventig zijn hoogtijdagen beleefde in Turkije omvat een enorme geschiedenis die tot de dag van vandaag doorklinkt. We gingen in Amsterdam op college bij enkele oude bekenden, die schuilgaan achter de naam Altın Gün.

De eerste keer dat ik met Turkse psychedelische muziek in aanraking kwam, zat ik in de zon op Lowlands, te luisteren naar de platen van Discos Horizontes. De wereldmuziek uit alle windstreken die dit bevriende dj-collectief draait, functioneerde op dat moment vooral als achtergrondtunes tussen al het livegeweld. Maar plotseling zoog één plaat al mijn aandacht op: ik meende de zwevende melodieën en phasers van Tame Impala te horen, maar tenzij Kevin Parker ineens meertalig was geworden, wist ik vrij zeker dat het iets anders moest zijn. Oordeel zelf.

 

Navraag bij de dj bleek dat het ging om het nummer Mesafeler uit 1974, van ene Erkin Koray. Google wist me te vertellen dat de inmiddels 75-jarige Koray ooit ‘de Turkse Jimi Hendrix’ werd genoemd en een van de kopstukken is van een muziekstroming die Anatolische rock heet. Mijn interesse was gewekt.

De aanduiding ‘Anatolische rock’ wordt nog steeds gebruikt, voor min of meer alle gitaarmuziek die uit Turkije komt, maar het genre beleefde zijn hoogtijdagen aldaar in de jaren zestig en zeventig. Ongeveer tegelijk met de ontwikkeling van de rock ’n roll en blues in het Westen, begonnen muzikanten in Turkije invloeden van bands als The Doors, The Rolling Stones, The Beatles en Led Zeppelin te combineren met de traditionele Turkse folkmuziek. Dit leidde tot het genre dat we nu specifiek aanduiden als Turkse psychedelische folkrock.

De nieuwe lichting Turkse muzikanten werd enorm populair. Dat dit juist in Turkije gebeurde, is ook niet vreemd. Net als het genre zelf, houdt Turkije cultureel en geografisch gezien het midden tussen oost en west. Bovendien was het land in de jaren zestig al relatief modern en liberaal. Waar in andere landen in de regio westerse invloeden grotendeels werden gecensureerd, stond Turkije meer open voor invloeden van buitenaf, een ontwikkeling die zich onder president Atatürk al in de jaren twintig had ingezet.

Deze playlist is een goede introductie in Turkse psychedelische rock en folk:

Toeval of niet, als je het eenmaal ziet, zie je het ineens overal. Veel van de artiesten van weleer zijn nog actief, maar er lijkt zich bovendien momenteel in de westerse wereld een herwaardering te voltrekken voor wereldmuziek over het algemeen, en voor Turkse psychedelische muziek in het bijzonder.

De eerdergenoemde gelijkenis met Tame Impala is evident, de laatste plaat van King Gizzard & The Lizard Wizzard is in sterke mate gestoeld op traditionele oosterse instrumentatie en het rijtje artiesten dat ooit aangaf beïnvloed te zijn door Turkse muziek uit de sixties en seventies is lang, met onder andere The Soft Moon, Mos Def, Dr. Dre, St. Vincent, tUnE-yArDs en Suuns (zie de samenwerking met Jerusalem In My Heart). Op Le Guess Who? 2014 was de Turkse protestzangeres Selda Bağcan zelfs eregast.

 

Als je het eenmaal ziet, zie je het ineens overal. De herwaardering voor wereldmuziek was, naast het programmeren van Disco Horizontes op Lowlands, in Nederland al zichtbaar, zoals bij Jungle By Night en The Mauskovic Dance Band. De sleutelfiguren van de Turkse scene in de jaren zestig en zeventig speelden met elkaar in allerlei verschillende bands, en vergelijkbaar heeft een groep actieve Nederlandse muzikanten, die elkaar ook uit de voorgenoemde en een hele andere reeks projecten kennen (Jacco Gardner, Mauskovic, Lola Kite, Eerie Wanda, Palmbomen) zijn krachten verenigd in een soort superband, die Turkse psychfolk maakt die je zo dicht bij huis niet authentieker gaat krijgen: Altın Gün.

Een paar jaar terug was bassist Jasper Verhulst in Istanbul, voor een show met de band van Jacco Gardner. Op een vrije middag kwam hij in een platenzaak terecht, waar hij kennis maakte met het genre. Hij kocht een shitload aan platen en luisterde deze samen met Jacco Gardner-gitarist Ben Rider in de tourbus. De twee raakten hooked.

“Zullen we gewoon een Turkse discorockband beginnen?” vroeg Verhulst. Stap twee was drummer Nic Mauskovic. Het drietal kwam via Facebook in contact met Erdinç Ecevit Yildiz en Merve Dasdemir, twee muzikanten met ervaring met Turkse traditionele muziek. Ook percussionist Gino Groeneveld van Jungle By Night werd gevraagd en Altın Gün (‘gouden dag’) was geboren.

De ironie wil natuurlijk dat de Turkse muziek uit de jaren zestig en zeventig, die nu functioneert als inspiratie voor hedendaagse bands, destijds op zichzelf al een herinterpretatie was van traditionele folk en westerse rock ’n roll en blues. Een remake van een remake, dus. Met het optreden dat Altın Gün komende vrijdag geeft op Motel Mozaïque in het vooruitzicht, toog ik naar het centrum van Amsterdam, waar ik Ben Rider en Erdinç Ecevit Yildiz tref. Ik vraag me af wat een band ertoe zet om een genre uit vervlogen tijden nieuw leven in te blazen, en hoe dat proces in zijn werk gaat. Onder het genot van een hoop platen de collectie van de band, dat spreekt voor zich.

 

“Ik ben opgegroeid met mijn vaders platen, allemaal seventies rock”, zegt Rider. De gitarist gebruikt regelmatig Engelse woorden in zijn zinnen, als zijn perfecte Nederlands hem incidenteel in de steek laat en hij terug moet vallen op zijn moedertaal. “Bij de Turkse platen die Jasper me liet horen, herkende ik de gitaarriffs meteen, maar dan gemengd met rare maatsoorten en muzikale keuzes die ik zelf nooit zou maken. Het klinkt westers, maar ook totaal weer niet.”

Rider raakt hiermee precies de juiste snaar. Bekende Turkse artiesten als Cem Karaca, Barış Manço en de eerdergenoemde Erkin Koray en Selda Bağcan groeiden op met traditionele Turkse muziek, maar studeerden vaak in Europa. Ze begonnen traditionele Turkse folk te re-arrangeren met westerse instrumenten, zoals drums en elektrische gitaar. Of, juist omgekeerd, ze speelden westerse songs op traditionele instrumenten zoals de saz en de bağlama, en zongen de teksten in het Turks.

 

 

Voor Yildiz, zanger, toetsenist en saz-speler van Altın Gün, was het een ander verhaal. “Ik groeide vooral op met traditionele Turkse muziek. Mijn vader is muzikant en ik ben op vroege leeftijd begonnen met spelen. Maar ik ben hier geboren, dus kwam ook met veel andere invloeden in aanraking. Via projecten op mijn opleiding Podiumkunsten begon ik nieuwe dingen te bedenken.”

Zo is de muziek van Altın Gün niet alleen de bandleden van Jacco Gardner die geïnspireerd raakten door de platenverzameling van Verhulst, gecombineerd de Turkse invloed van Yildiz en zangeres Merve Dasdemir. Net zoals veel van de Turkse psychedelische muziek uit de jaren zestig en zeventig, begonnen de songs van Altın Gün als covers van bestaande nummers uit die tijd (die dus zelf vaak al herinterpretaties waren), die zo worden verbouwd en opnieuw gearrangeerd dat het eigen, nieuwe songs worden.

 

 

Yildiz: “Een origineel Turks nummer is vaak de zang, saz en wat percussie. Als je daar elektrische gitaren, bas en drums aan toevoegt, wordt het meteen een heel ander, meer Westers genre. We begonnen zoals elke band met covers die we vet vonden, met eigen arrangementen over bestaande nummers. We veranderen wel veel, zoals instrumenten en toonladders. Je hoort alleen nog de originele hook en tekst. Het voelt wel echt van ons inmiddels. Dat is het rare.”

Ik zou graag allerlei voorbeelden aanhalen die de band met laat luisteren, maar Altın Gün heeft op het moment van schrijven maar één song online staan volgens bovenstaand recept. Het nummer Goca Dünya is vermoedelijk een oud folknummer. Een bekende opname ervan is van zangeres Handan uit 1959:

 

In 1972, de hoogtijdagen van de Turkse psychrock, herinterpreteerde Erkin Koray de song en maakte er deze versie van:

 

Dit is de versie van Altın Gün:

Overigens is de band wel druk met het schrijven van volledig eigen nummers. Rider: “Het werkt heel ruimtelijk en vrij, eigenlijk. Het is niet gebouwd op alledaagse toonladders of maatsoorten, waar we bijvoorbeeld bij Jacco in de band wel aan gebonden zijn. Het is heel puur en rauw, we jammen op het podium ook veel. Ik moet echt uit mijn comfort zone. Daardoor voel ik dat ik een betere muzikant word. Het spelen van dit genre voelt alsof ik naakt op het podium sta.”

 

 

De Turkse psychrock van weleer staat er, net als zijn westerse tegenhanger, om bekend behoorlijk politiek activistisch te zijn. Zo zat zangeres Selda Bağcan (die van Le Guess Who?) regelmatig in de bak en werd haar muziek zelfs verboden. Turkse protestmuziek heeft een lange historie die tot de dag van vandaag voortduurt (lees hier een uitgebreid artikel daarover). Een andere bekende protestband die in de jaren 70 psychrock maakte die je echt moét horen, is Bunalim.

 

De huidige politieke fittie tussen Turkije en Nederland (dit artikel verschijnt op de dag van het omstreden Turkse referendum) vindt zijn weg echter niet naar de muziek van Altın Gün. Yildiz: “Dat hoeft van ons niet zo. Natuurlijk vinden we, met name Merve en ikzelf door onze Turkse achtergrond, wat van de situatie en maken we ons zorgen. Ik ben in Nederland ook wel bezig geweest rond de spanningen van afgelopen jaren. Maar ik vind dat onze muziek niet om politiek moet draaien.”

 

 

Rider: “Het grappige vind ik, dat het in de jaren zestig hier al een badass tegenbeweging was. Zo’n zelfde beweging in Turkije, met westerse invloeden, zal destijds daar nog veel meer badass zijn geweest.” Het is niet zo dat alle Turkse psych evident protestsongs zijn, merkt Yildiz op: “Het heeft wel echt inhoud, het gaat over wat men in die jaren meemaakte. Maar je zou het niet echt kunnen vertalen. Er is heel veel beeldspraak en poëzie. Het gaat vooral over het normale leven. Dit nummer van Alpay bijvoorbeeld, is uit 1971. Voordat hij muziek ging maken, was hij professioneel voetballer.”

 

Rider: “Dit nummer klinkt all over the place voor mij. Ik hoor rockriffs en phasers, maar ook Turkse traditionele toonladders. Dat maakt het zo leuk, zeker als je zelf uit een heel andere wereld komt. Ik snap die herwaardering ook wel, we zien dat zelf ook. Zoals Nic met Mauskovic doet. Onze eerste show was in Pacific Parc in Amsterdam (op 24 november vorig jaar – red.) en we hadden niet verwacht zo’n reactie te krijgen, dat het zo aan zou slaan. Het ging los en iedereen snapte het. Het is alsof de wereld er klaar voor is.”

 

 

En zo luisterden we nog even door. Als mede-muziekneuroot herken je het misschien. Middagen zoals deze bij Altın Gün zijn enorm inspirerend, maar ook confronterend. Het is net reizen: het doet je beseffen dat je met je eigen westerse blik maar een fractie kent van de interessante geschiedenis die je onder je vingers hebt. Daarbuiten ligt nog een enorme muzikale wereld, klaar om ontdekt te worden. En, kwalijk, omdat de sound vaak zo onbekend voelt, heb je de neiging om de in realiteit enorm gevarieerde muzikale traditie van een land op één grote hoop te gooien. Ik kon hier maar een fractie van de Turkse psychrock-geschiedenis langs laten komen. En dan hebben we het nog niet gehad over Turkse freejazz, dreampop of postpunk.

En wat Altın Gün betreft: The Daily Indie kreeg al een preview van een aantal songs dat op het punt staat te verschijnen (die houd je tegoed) én op de festivalagenda. Vertrouw ons als we zeggen dat je moeilijk om Altın Gün heen zal kunnen deze zomer. Hopelijk inspireert het je, zoals Erkin Koray dat op Lowlands ook bij mij deed.

 

Op vrijdag 7 april speelt Altın Gün op Motel Mozaique!

Meer lezen en luisteren? Als je het eenmaal ziet, zie je het ineens overal, dus Strange Sounds From Beyond (wereldmuziekplatform met een festival, magazine en radioshow op Red Light Radio) publiceerde toevallig vandaag ook een artikel en playlist over het ontstaan Turkse psychedelische rock, met nog veel meer info en luistervoer. Ook zie je de band tijdens Eindhoven Psych Lab op 26 mei.

Begin maart ging Pitou met haar twee zangeressen op uitnodiging van Mink Records naar Glasgow voor een korte tour en een radio-optreden. Speciaal voor The Daily Indie: een tour in tien foto’s.

Pitou speelt zaterdag 8 april op Motel Mozaique en 30 april op Here Comes The Summer.

 

1. We reizen we met een vertraagde trein en een vertraagd vliegtuig via Schiphol naar Schotland. We landen op het vliegveld van Glasgow, en ja, het is bewolkt en het regent. Marieke (Mink Records) heeft ons al gewaarschuwd dat taxichauffeurs een zwaar Schots accent hebben en daardoor moeilijk te verstaan zijn, maar dat als je maar vaak genoeg ‘yeah, yeah’ zegt, je een gesprek gaande kunt houden. Dit blijkt absoluut waar. We hebben geen idee waar onze gesprekken over gaan, maar gezellig is het wel.

 

2. We eten in een veganistisch restaurant en drinken Guinness, natuurlijk. Alles gaat hier in pints. Je went er snel aan.

 

3. Voor de Mink Records Night verkennen we nog even de stad. In een klein boekwinkeltje raken we aan de praat met de eigenaar van ver in de zeventig, die achterin de winkel bij een kolenkacheltje zit. Als Marieke hem vertelt dat we die avond in Cottiers Theatre spelen, blijkt hij al op de hoogte te zijn: door heel Glasgow hangen posters. We voelen ons een beetje rocksterren.

 

4. Rocksterren aan de wandel met gitaar en co.

 

5. Cottiers Theatre, de locatie voor de Mink Records Night, is enorm sprookjesachtig. De zaal is vol, de posters blijken gewerkt te hebben. We hebben geen idee hoe het publiek ons gaat ontvangen maar het is boven verwachting leuk: mensen blijken de debuut-EP al te kennen, luisteren heel aandachtig, en applaudisseren hard. Na afloop verkopen we platen en drinken we pints.

 

6. De afterparty van het optreden vindt plaats in wat het best te omschrijven valt als de ‘underground folk scene’ van Glasgow. In de ene kamer doet een groepje drugs en luisteren ze Chicago-housemuziek, in de andere kamer is er een grote folkjam bezig met onder andere gitaar, een fluitspeler en vijfstemmige zangpartijen. We lopen vooral heel verdwaasd heen en weer tussen alle kamers. Pitou valt in slaap op de bank.

 

7 & 8. Op onze laatste dag zijn we te gast bij Subcity Radio, gevestigd in een oud Victoriaans pand zonder verwarming. Iedereen, inclusief Jeremy de presentator, was de avond ervoor ook op de afterparty. Iedereen is duf maar blij. We spelen twee korte sets en draaien Nederlandse bands (onder meer The Mysterons, Torii en Jo Goes Hunting) op de Schotse radio.

 

9. Een moment van contemplatie op een brug.

 

10. De rest van de zonnige zondag (we horen van alle kanten dat dat zeer bijzonder is) brengen we door met veel koffie en quotes van gisterennacht. Zoals een afgeluisterd gesprek tussen twee jongens die overlegden of het zou worden opgemerkt als ze de vinyl van John Martyn zouden meenemen (de echte underground-folkgangsters).

 

We zijn weer op Motel Mozaïque! Na een onverwacht sterke vrijdag, met Meatbodies als onbetwist hoogtepunt, hebben we onze moed bij elkaar geraapt en een paar bakken koffie naar binnen gegoten om ons voorzichtig te wagen aan een eerste biertje op Plaza Mozaïque in opmaat naar dag twee. Op papier minder sterk, zeker na het uitvallen van Daily Indie-favorieten Liima, maar met zat Nederlands talent én het fenomenale Protomartyr in het vooruitzicht.

Tekst Jente Lammerts & Robin van Essel

Naive Set (15:00, Plaza Mozaïque)
Naive Set is altijd al één van onze favoriete Nederlandse bandjes geweest, en wat is het fijn dat ze op dit festival op het enige openluchtpodium mogen staan. Waar bij het eerste nummer zich nog wat technische problemen voordoen, komt de Duits-Britse-Nederlandse band de zeer goed ontvangen single Habits alweer los. Naive Set brengt ons heerlijk zomerse kiwipop op een voor de meeste bezoekers brakke zaterdagmiddag. De band speelt op een nonchalante, maar strakke manier de set, zonder nutteloze praatjes. Hun single Like That uit 2014 slaat aan bij het ietwat lusteloze publiek, wat fijn is om te zien. Hier en daar wordt er wat gedanst op het nummer Dieter Ram’s Wife, een track van het vorig jaar uitgekomen album Dragon. De nummers van Naive Set klinken punchy en gelikt, en de geïmproviseerde gitaarlijntjes aan het eind van het veel te korte optreden doen je nog meer verlangen naar de zomer. JL

 

 

Iguana Death Cult (16:00, Plaza Mozaïque)
Een Rotterdamse act op Motel Mozaïque, daar lopen stedelingen warm voor. De jongens van Iguana Death Cult zijn bezig met hun debuutplaat, maar tussendoor speelt de band zo’n beetje elk Nederlandse podium plat. Ook hier: Opener Seven Tongues kickt er meteen lekker in en schrikt de voorbijlopende voetgangers af voor de rest van het optreden. Toch staat het Schouwburgplein lekker vol. Opvallend is dat Iguana Death Cult met elk optreden weer beter lijkt te worden. Zeker de nieuwe tracks klinken strak en doen ons erg denken aan King Gizzard and the Lizard Wizard op zijn meest psychedelische momenten. Iguana Death Cult speelt moeiteloos het half uurtje vol en men wil meer. Want ja, ondanks de teringharde en goede set met een flink publiek, had de band beter niet hier, maar in de late uurtjes in Rotown moeten staan. JL

 

 

Bonne Aparte (17:00, Plaza Mozaïque)
Acht jaar na hun verdwijning spelen de noiserockers van Bonne Aparte een thuiswedstrijd op Motel Mozaïque. Toegegeven, ook deze band zou beter tot zijn recht komen om twee uur ‘s nachts in een donker zaaltje, maar het zonnige Plaza Mozaïque gaat Bonne Aparte meer dan goed af. Gitaristen Gerrit van der Scheer (die we herkennen van Herrek) en Keimpe Koldijk springen heen en weer op het podium en de korte, dynamische nummers worden meedogenloos op het publiek afgevuurd. De synthesizer en drums houden het geheel strak terwijl de vocalen met volle overgave de microfoons in geschreeuwd worden. “Kom wat dichterbij, we spelen zachte liedjes” zegt Van Der Scheer sarcastisch, en verder worden er geen woorden aan vuil gemaakt. Zonder tussenstops wordt de set erdoorheen geramd, met een indrukwekkende combinatie van rauwheid en precisie. Met een set als deze kunnen we alleen maar hopen dat de reünie langer zal duren dan het debuutjaar. JL

Formation (18:00, Arminius)
Aan Formation later nog de eer om het gedeelte livemuziek van Motel Mozaïque 2016 af te sluiten, ver na middernacht in Rotown (we tellen de dj-sets in Annabel, waar u ons ongetwijfeld alsnog terug vond, even niet mee). Voor het zover is, speelt de band een 3voor12-sessie in de voormalige Arminiuskerk, pal naast het Boijmans. De Londenaren verrasten vorig jaar met hun aanstekelijke Manchester-sound op de EP’s Young Ones en Under The Tracks. Dat Formation daarbij opzichtig leent van zowel Stereo MC’s als LCD Soundsystem, mag de pret niet drukken. Later in Rotown ongetwijfeld garant voor een feestje, maar ook meer ingetogen in een kerk komt de muziek van Formation prima uit de verf. Erg inventief is het allemaal niet, maar het vette Engelse accent van sympathieke frontman Will Ritson in combinatie met de dronende bass en scheutig gebruik van de cowbell zijn zeker onderhoudend genoeg om de grootste vrijdagkaters definitief de deur te wijzen. Waar is de bar? RvE

 

jennylee (22:00, Annabel)
Jenny Lee Lindberg is de bassiste van Warpaint, maar op de onlangs uitgebrachte debuutplaat right on! (net als de songtitels bewust capitaalloos) en bijbehorende optredens wordt de schone Hawaiiaanse bijgestaan door een nogal gezichtsloze begeleidingsband. Op zich niet erg: getooid in hoodie ontpopt Lindberg zich direct als behoorlijk charismatisch boegbeeld. De muziek van right on! drijft sterk op percussie en bas en live is dat niet anders. Na een wat tamme start komt Lindberg halverwege goed op gang. Ze bedient enkele samplers, stuitert op het podium, geint met haar bandleden, zet haar hoodie af en perst er in riot een oerschreeuw uit. Toch pakt het niet helemaal, en het waarom wordt pijnlijk duidelijk aan het eind van de set. Lindberg hangt haar basgitaar om en speelt de songs Cc en Disco//Very van Warpaint. Naast het feit dat we zelden iemand zo ongemakkelijk op een podium hebben zien dansen als de ineens werkeloze bassist, maakt het duidelijk wat een wereld van niveauverschil er is met de songs van Warpaint. Dat zijn namelijk écht goed geschreven nummers, die de muziek van right on! waar we net drie kwartier naar hebben geluisterd, degraderen tot een zooitje vage soundscapes. Confronterend. RvE

Protomartyr (23:15, Rotown)
Rotown staat weer eens stampvol en de temperatuur is ver boven het tropische gestegen voor de ijskoude postpunk van Protomartyr. Met een goed ontvangen plaat (The Agent Intellect) op zak komt Detroits nieuwe beste band Rotterdam weer eens een bezoekje brengen. De band heeft charisma en de focus ligt duidelijk op frontman Joe Casey, die in zijn colbertje als een working class hero zijn mening over je uitspuugt door een fancy microfoon, met een blikje bier (later whisky) in zijn hand. Gitarist Greg Ahee draagt een shirt van de geliefde makers van gitaareffecten Death By Audio en dat is te horen: gitaargeweld vult de zaal, deze avond. Als na een paar nummers de eerste akkoorden van plaatopener The Devil In His Youth worden ingezet, een akkoordprogressie waar je U tegen zegt, wordt de melodie door enkelen luidkeels mee geschreeuwd en er ontstaat een zweterig pitje. Helemaal los gaat het publiek niet, maar daar is het de muziek ook niet voor. De band maakt indruk met zijn wall of sound en vele bezoekers verlaten Rotown met platen onder de arm. JL

 

Lees ook ons verslag van dag 1!