Interview

Interview Klangstof: “Er zit echt iets in het Noorse water waardoor je vage shit gaat maken.”


15 maart 2017

Het was een mooi jaar voor Klangstof. Met het uitbrengen van debuutalbum Close Eyes To Exit, het winnen van een Edison en een boeking voor Coachella heeft de band een flinke start gemaakt. Koen van de Wardt, muzikaal brein en vader van de band, begon Klangstof ooit als een zijproject om creatieve stoom af te blazen. Maar ondertussen is de band begonnen aan zijn weg naar de top, en daar is Koen meer dan klaar voor. Eerstvolgende en voorlopig laatste show in Nederland: Motel Mozaique.

Afgelopen november maakten we kennis met Close Eyes To Exit: een plaat die je al een jaar lang klaar had liggen. Hoe voelt het om eindelijk de albumrelease te hebben gehad?
Het is heel gek. Voor mij klinkt Close Eyes To Exit al haast als een classic album omdat ik die al zo enorm lang af had. Dus dan is het wel heel gek om te zien dat mensen nu voor het eerst mijn nummers horen. Maar het is wel ontzettend spannend en cool. Want nu ik mijn werk out there heb, kan ik eindelijk festivals gaan spelen, iets wat je niet kan als je slechts een single uitgebracht hebt. Nu kunnen we eindelijk gaan knallen.”

 

Klangstof live zien? De band speelt vrijdag 7 april op Motel Mozaique!

 

Om maar even met de deur in huis te vallen: je komt uit Nederland, bent naar Noorwegen verhuisd, hebt daar muziek gemaakt, bent terug naar Nederland gegaan om te auditeren voor een band, hebt daar vervolgens een eigen band van gemaakt om daar dan weer een Noorse band van te maken. Hele mondvol dus, hoe klinkt die samenvatting in jouw oren?
“Haha, dat klinkt als heel veel dingen in een heel korte tijd. Maar in mijn hoofd was het helemaal niet zo druk geweest. Dat ging allemaal vrij natuurlijk. Ik studeerde in Noorwegen en dacht opeens ‘fuck, ik haat studeren. Weet je wat? Ik ga muziek maken.’ Vanuit daar ben ik auditie gaan doen bij Moss. Dat was al een kleine droom die uitkwam, maar ik realiseerde mij na een tijdje ook dat ik liever zelf muziek wilde maken. Zo ben ik op een laag pitje voor mezelf begonnen. Ik begon super ambitieloos, maar naarmate er wat liedjes ontstonden dacht ik: ‘wow, niet verkeerd’. Toen ik ineens een email kreeg waarin stond dat mijn label Mind Of A Genius een wereldwijde deal met Warner Bros. voor mij had geregeld, nam ik de stap om mij volledig op Klangstof te focussen.”

 

 

Het gaat nu allemaal best hard. Voelde je ook een extra druk tijdens het maken van het eerste album?
“Het grappige is: ik heb die eerste plaat vrij pretentieloos gemaakt. Ik moest niets en niemand zat mij op de hielen. Dat maakte het wel makkelijk, want ik was ‘m gewoon voor mezelf aan het maken. Dus ik heb heerlijk kunnen schrijven. Maar nu merk ik ineens dat, bijvoorbeeld bij live-shows, een team van driehonderd man komt aanzetten die allemaal hun plasjes eroverheen willen doen, en dan moet je ineens rekening houden met wat de baas in Bangladesh er allemaal van vindt. Dat vind ik soms best kut. Omdat ik echt zelf wel dingen vind en ook wil.”

Denk je dat het door de spotlights nu moeilijker wordt om een tweede album te maken?
“Het wordt wel anders, ik heb altijd gedacht dat ik muziek maak voor mezelf. Maar je merkt nu dat zodra je fans krijgt en bij een label zit, iedereen iets van je verwacht en wil. Dan wordt het ineens heel moeilijk om eigenwijs je eigen ding te doen, terwijl dat wel weer typisch is wie ik ben. Maar je kunt het niet loskoppelen, want onbewust ben je altijd bezig met wat andere mensen ervan vinden. Dus het wordt wel anders, maar of dat goed of slecht uitpakt weet ik niet. Ik heb nog nooit met die druk een plaat gemaakt.”

 

 

Over druk gesproken: dat jullie veel met Radiohead worden vergeleken is een feit. Hoe sta jij daar zelf in?
Het is een groot compliment, dus aan de ene kant vind ik het niet erg, maar ik hoop dat ik er na de derde plaat wel vanaf ben en gewoon Klangstof ben. Het is nogal nietszeggend omdat Radiohead muzikaal overal is geweest. Als je vergeleken wordt met The Beatles dan denk je: ‘oh die band gaat zo klinken’, maar als je een band vergelijkt met Radiohead kan het nog steeds van alles zijn. Maar je weet als nieuwe band dat je in een hokje wordt gestopt, want je moet vergeleken worden met iets. Dus dan liever met Radiohead dan met elke andere band.”

Klangstof is eigenlijk een beetje Koen. De plaat heb je in je eentje geschreven en de band heb je ook zelf samengesteld. Vind je het dan ook moeilijk je muziek over te laten aan de bandleden?
“Eerlijk gezegd vind ik het nu wel fijn. Ik heb de Klangstof-plaat deels geschreven met Finn, Michiel en Wubbo. Dat was voor mij al best wel vertrouwd terrein, aangezien ik samen met hen in Moss heb gespeeld en ook heel even in Klarälven. Toen we uit elkaar gingen, heb ik ongeveer vier à vijf maanden naar een nieuwe band gezocht. Het voelde echt alsof ik een beetje aan het muzikanten-tinderen was. Gewoon omdat ik vind dat een band een verlengstuk moet zijn van je eigen hoofd, maar dan beter. De drummer kan bijvoorbeeld beter drummen dan ik en de toetsenist kan beter synth spelen dan ik, maar ik wil wel dat zij hetzelfde denken als ik. En om die mensen te vinden ben je best lang bezig. Je moet ze tenslotte goed leren kennen en weten wat ze willen om samen een goede band te vormen.”

 

“Het voelde echt alsof ik een beetje aan het muzikanten-tinderen was.”

 

Je bent flink gaan schuiven met bandleden, maar jij bleef het blijvende punt waar alles steeds omheen bewoog. Is Klangstof nog steeds jouw product of is het een band?
“Ik probeer het wel echt te zien als een band. Ook tegenover de band zelf, omdat ik ook wel zie dat zij weten wat we moeten doen en wat ik voel en wil. Voor mij voelt het dus wel als een band, ook al heb ik de eerste plaat nagenoeg alleen gemaakt. Op het podium is dat anders. Wanneer de drummer bijvoorbeeld vindt dat we op een bepaald moment een ander nummer moeten spelen, doen we dat gewoon. Ook kijken ze niet naar me op of spelen ze de plaat exact na zoals ik die heb gemaakt. En dat vind ik tof, wanneer je de vrijheid deelt om zo te spelen. Dan zijn we wel echt een band.”

Je hebt er ook voor gekozen twee Noorse muzikanten in de band te betrekken. Noorwegen blijft dus wel bij je plakken, hoe komt dat zo?
“Daar zit best een grappig verhaal achter. Ik heb namelijk met die jongens in mijn allereerste bandje gezeten, genaamd Stereo Bullet. We probeerden echt heel erg een foute indieband te zijn en we hebben zelfs nog in de lokale Grease-musical gespeeld, haha. We waren vijftien en het klonk helemaal nergens naar, maar voor ons was het heel cool. En stiekem hadden we altijd aan elkaar beloofd dat als het er ooit van zou komen, dat we weer samen zouden spelen. Dus eigenlijk heb ik hen gekozen omdat ik mijn allereerste liedjes met deze jongens heb geschreven. Maar daardoor voelen zij ook precies aan wat ik voel, omdat we samen dit proces ooit zijn aangegaan. En dat gevoel is nu weer precies hetzelfde. Als ik met hen in de studio zit, is het nog steeds alsof we vijftien zijn en geen idee hebben wat we aan het doen zijn, maar dan nu on the next level. Dat is heel speciaal.”

 

 

Helpt het feit dat ze Noors zijn bij de sfeer van de muziek die je wilt scheppen?
“Ik denk het wel. Toen ik hen naar Nederland wilde halen realiseerde ik mij wel dat het wel een dingetje zou zijn, gezien ik die jongens zou moeten onderhouden omdat ze hier geen baan konden krijgen. Maar ik had gewoon heel sterk het gevoel dat ik dit soort talent niet in Nederland kon vinden. En het zit ‘m inderdaad ook in dat Noorse sfeertje, wat mensen toch wel tof vinden. Ik weet niet of dat alleen in de muziek naar voren komt of dat het iets is wat je hebt als je Noors bent. Maar ik denk wel dat, als ik vroeger niet naar Noorwegen was verhuisd, dat ik ook niet dit soort muziek had kunnen maken. In Noorwegen is het ook helemaal niet zo speciaal wat we doen, terwijl wij hier in Nederland en Amerika toch anders klinken. Er zit daar iets in het water waardoor je vage shit gaat maken.”

 

“Wij zijn de eerste Nederlandse band ooit om daar te mogen spelen, dus dat is best wel een dingetje.”

 

De tracks zijn ontzettend sfeervol en filmisch. Wanneer ik aan het luisteren ben, krijg ik een beeld in mijn hoofd van een prachtig landschap. Heb je dat ook als je aan het schrijven bent?
“Ja, op een bepaalde manier wel. Maar als ik aan het schrijven ben, ben ik sowieso de vaagste persoon ter wereld. Je kan dan niet met me praten, ik kan niet eens in de studio zitten! En op de een of andere manier komt er altijd wat anders uit dan couplet-refrein-couplet-refrein. Er vormt zich altijd wel een dynamische opbouw van zes minuten lang. Simpelweg omdat ik puur in de muziek aan het bouwen ben, in plaats van dat ik bewust hier of daar een couplet schrijf. Daar ben ik helemaal niet mee bezig. Dus van dat landschap: ja, ik denk dat daar wel wat in zit.”

 

 

Deze zomer hebben jullie onder meer een plekje bemachtigd op Amerikaans mega-festival Coachella. Dat is wel wat anders dan Paradiso Tolhuistuin?
“Ja, ik kan echt niet wachten. Wij zijn de eerste Nederlandse band ooit om daar te mogen spelen, dus dat is best wel een dingetje. Het is ook iets waar we het veel met ons label over gehad hebben, maar waar ik nooit echt van dacht dat ze het zou lukken. Dus dat het gelukt is, is wel echt tof.”

Jullie zijn aan het touren met Jagwar Ma, spelen binnenkort op Motel Mozaique en de festivalzomer ziet er veelbelovend uit nu zelfs Nederland al te klein voor jullie lijkt te worden. Gaat Klangstof de muziekscene veroveren?
“Ja. Ik hoop van wel.”

 

 

 

WEBSITE MOTEL MOZAIQUE | FACEBOOK-EVENT