Wat doe je als overal om je heen schoten klinken, extreemrechtse politici verkozen worden en musici maatschappelijk geëngageerde albums uitbrengen, terwijl jouw band bekend staat om zijn zonnige zomerplaten? Dan maak je je zonnigste zomerplaat tot nu toe! Althans, die route du soleil nemen de Parijse popsterren van Phoenix op hun recente zesde album Ti Amo, waarop de Franse feniksen vier jaar na Bankrupt! uit hun as herrijzen.

Als we gitarist Christian Mazzalai aan de telefoon krijgen, bevindt de band zich in de Verenigde Staten. Frontman Thomas Mars woont sinds een paar jaar in New York met zijn vrouw, filmregisseuse  Sofia Coppola, het viertal speelde meer shows in het land dan waar ook ter wereld en Phoenix is er bijna twintig(!) jaar na zijn oprichting groter dan in thuisland Frankrijk. In 2013 stonden de Fransozen zelfs op de felbegeerde headlinespot van Coachella. De andere plaatsen aan de top van het affiche werden ingevuld door Red Hot Chili Peppers en Britpopgiganten Blur en The Stone Roses, die de spotlight zelfs moesten delen.

Toch denkt de band bij het schrijven van Ti Amo geen seconde aan dat succes. Een hitsingle als If I Ever Feel Better, 1901 of Lisztomania? Die is voor Phoenix meer een vijand dan een vriend. “Je beperkt jezelf als je probeert een replica te maken”, meent Mazzalai. “Succes is onmogelijk te voorspellen. Dat is juist het mooie eraan. Daarbij is het onmogelijk om iedereen tevreden te stellen.” De tevredenheid van de bandleden zelf, die staat dan ook voorop. “Het belangrijkste voor ons is om onszelf te vernieuwen. Dat kan soms misgaan, maar dat vinden we juist interessant. Failing is fun.” In het geval van Ti Amo resulteerde die instelling in uitgebreid experiment. De band nam meer materiaal op dan ooit, vertelt Mazzalai: “We hebben nog een berg onafgemaakte nummers liggen.”

“Het is een beetje als de eerste keer met een meisje.”

 
 

Je t’aime, Paris
Het heeft alles te maken met de manier waarop het viertal jeugdvrienden het album opnam. Phoenix betrok daarvoor in 2014 La Gaîté Lyrique, een achttiende-eeuws theater in het centrum van Parijs, op zo’n tien minuten lopen van Centre Pompidou. “Het gebouw is een aantal jaar geleden veranderd in een heel veelzijdige ruimte, die plaats biedt aan een museum, een digitaal kenniscentrum en veel werkplekken”, legt Mazzalai uit. “We verbleven drie jaar lang in een kleine kamer op de achtste verdieping. Door het raam hadden we uitzicht op Montmartre.”

Al snel veranderde de lege verdieping in een echte studio. De band bouwde een systeem dat hen toestond continu op te nemen, ook terwijl het album nog geschreven moest worden. “Daardoor konden we van elk idee de eerste take terugvinden en gebruiken als we dat wilden”, wijdt Mazzalai uit. “We zochten de datum waarop we een bepaalde melodie voor het eerst speelden terug in een database en zetten die dan op het album. Die takes zijn heel charmant: je kunt er echt de emotie op voelen. Het is een beetje als de eerste keer met een meisje.”

Het zorgde er wel voor dat Phoenix heel veel eerste keren met heel veel meis… eh, melodieën beleefde. “We hadden geen deadline, dus we hebben langer aan het album gewerkt dan we van te voren verwacht hadden”, herinnert Mazzalai zich. Het verlangen van hem en zijn bandgenoten om trots te kunnen zijn op het geheel zorgde ervoor dat het album tot de laatste minuut van de laatste dag uit elkaar kon vallen. Soms werd een nummer waaraan lang was gewerkt zonder pardon de prullenbak in gegooid. “Op de laatste dag hebben we nog drie uur aan een nummer gewerkt, dat op dat moment nog alle kanten uit kon.”

 

Die serieuze instelling past bij de negen-tot-vijfmentaliteit die Phoenix in het proces van Ti Amo steeds meer onder de knie kreeg. Als de bandleden ’s ochtends bij hun studio aankwamen, werden ze omringd door ‘normale’ vaders en moeders die werkzaam waren bij startups van allerlei soorten en maten. “We vinden het belangrijk om ieder album op te nemen op een nieuwe plaats, maar zo dicht bij de echte wereld waren we nog nooit”, vervolgt de gitarist in gebrekkig Engels. “Normaal gesproken namen we vaak ’s nachts op. Nu hadden we de zon in onze rug en ik denk dat je dat goed kunt horen op het album.”

Toch spendeerde Mazzalai een nacht in La Gaîté Lyrique. Die van 13 november 2015, toen verscheidene terroristische aanslagen plaatsvonden in Parijs. Poppodium Bataclan, waar 89 mensen gedood werden tijdens een concert van Eagles of Death Metal, bevond zich vlakbij, en Mazzalai kon de studio niet in veiligheid verlaten. “Het is een donkere tijd”, stemt hij simpelweg in. “Er heerst veel spanning in Parijs en ik denk dat de gebeurtenissen van de afgelopen jaren natuurlijk invloed hebben gehad op ons. Dat gebeurde alleen onbewust.”

“Juist door de duisternis wilden we op zoek naar het licht.”

Ti Amo is dan ook geen politiek getinte plaat geworden. In eerste instantie voelden Mazzalai, Mars, bassist Deck d’Arcy en gitarist Laurent Brancowitz (Mazzalai’s oudere broer) zich daar schuldig over. Moesten zij de Parijzenaren niet vanuit de popwereld een hart onder de riem steken? Jawel, was het antwoord, maar de manier waarop was vrij voor eigen invulling. “Het voelde zoals je behoefte hebt aan een vrolijk nummer als je verdrietig bent. Juist door de duisternis wilden we op zoek naar het licht.”

Ti Amo, Roma
Dat licht vond het viertal in de vorm van een lost paradise. Op Ti Amo, Italiaans voor ‘ik hou van je’, staat het laarsvormige land en de liefde centraal. Op de hoes prijkt Italiaanse straatkunst, de tussen-kunst-en-kitsch video van leadsingle J-Boy werd voor het eerst uitgezonden op een Italiaanse televisiezender en het album is doordrenkt met Italiaanse disco-invloeden.

De tracklist liegt er ook niet om: die reikt van Ti Amo via Tuttifruti naar Fior Di Latte (Italiaans voor ijs), een nummer dat de vormen van een vrouw vergelijkt met Italiaanse koeienkaas en in première ging in een door Coppola geregisseerde lingeriereclame. Vervolgens volgen nog het naar een Romeinse straat vernoemde Via Veneto en afsluiter Telefono. “Mijn broer en ik zijn half Italiaans”, legt Mazzalai uit. “We gingen daar vaak heen op vakantie toen we klein waren. Maar ik had niet verwacht dat het ooit zo’n grote rol zou spelen op een Phoenix-plaat.”

 

 

De Italiaanse invloeden op Ti Amo voelen ook als een soort vakantie, naar een geromantiseerde versie van het land, Europa en de wereld. Mars klinkt soms, vervreemdend door verschillende talen door elkaar heen te gebruiken, bijna als een karakter als een film. Steven Spielbergs Close Encounters Of The Third Kind (1977) speelt een belangrijke rol: Mars vat de film op als perfecte metafoor voor zijn visie, zijn artiestendom.

Oude vrienden Daft Punk en Air (Mars’ zangstijl doet op Ti Amo bij vlagen aan beiden denken) opereren in het science fictiongenre, Phoenix voert hier voornamelijk een romantische komedie op. Pure emoties spelen dan ook een belangrijke rol: liefde en lust staan samen in de spotlight. ‘Love you! Ti amo! Je t’aime! ¡Te quiero! , zingt Mars op de titeltrack, waarin hij ook refereert aan de Italiaanse zangers Franco Battiato en Lucio Battisti. ‘Let’s rip it al lto confetti (…) we’re meant to get it on’, vervolgt hij op Fior Di Latte, waarin Mars het album later samenvat: ‘Don’t think about it, trigger me happy.’

Niet bepaald een naargeestig album dus, maar Ti Amo klinkt ook nostalgisch. Vol van verlangen naar een verloren liefde die een metafoor lijkt voor een maatschappij die niet meer bestaat en misschien wel nooit bestaan heeft. “Die gemengde gevoelens vormen de link tussen al onze albums”, legt Christian Mazzalai uit. “Onze muziek is altijd melancholisch geweest. De luisteraar heeft het misschien niet altijd door, maar wie onze teksten leest weet dat ze soms best donker zijn. Verdriet en vrolijkheid zijn veel dichter aan elkaar verbonden dan we denken. Net als de waarheid liggen de krachtigste emoties vaak ergens in het midden.”

 

In Eindhoven borrelt Gruismeel al jaren in bier, zweet, pure energie en gierende rock-‘n-roll. Een concertavond met een mythische status binnen de garagescene. Berucht binnen Noord-Brabant en inmiddels ver daarbuiten. The Daily Indie heeft er vele legendarische avonden mogen beleven en besluit eens wat dieper in de geschiedenis en het ‘Gruismeel-mysterie’ te duiken.

De concertserie is nodig. Niet omdat er nooit een goede garageshow wordt georganiseerd in de stad of de muzikale liefde er niet is, want de rock-‘n-roll zit in het Eindhovense grondwater. Traditioneel staat Eindhoven net als een stad als Groningen bekend om zijn hechte scene en zijn DIY-mentaliteit. Want als je zelf niets organiseert, dan gebeurt er niks.

Toch mist er nog een verbindende factor in de stad. Een collectief dat deze liefhebbers in de stad met elkaar verbindt en samenbrengt op dezelfde plekken. Uit die behoefte ontstaat Gruismeel, met poppodium Effenaar als spin in het web. Een concept dat nog steeds blijkt te werken, gezien er in meer dan vijf jaar al bijna zeventig shows zijn georganiseerd.

Legendarische gigs
Onbewust begonnen met een avond rondom Black Lips in 2011, komen er door de jaren heen namen als Thee Oh Sees, King Gizzard & The Lizard Wizard, Girl Band, Iceage, White Fence, The Fresh & Only’s,The Wytches, Ex-cult, Big Ups, Meatbodies en Fat White Family voorbij. Gruismeel is een constante factor in de regio geworden en zorgt ervoor dat je de beste punk-, garage- en rock-‘n-roll-bands voor het eerst kunt zien op een klein podium en in een toffe setting.

En die typische Gruismeel-posters, die herken je uit duizenden als je er eentje tegen het lijf loopt op smoezelige plekjes in de stad. De zwart-witte affiches kondigen door de jaren heen shows aan in Altstadt, AreaFiftyOne, de load-in-dock van het Klokgebouw en Stroomhuis. De locatie is dan ook een belangrijk ingrediënt van de Gruismeel-formule. Simpelweg een podium bouwen op gekke plekken en een feestje bouwen; het geeft vaak net even die rauwe en unieke sfeer die je in een poppodium soms mist.

 

 

Girl Band – foto Patrick Spruytenburg

 

Celebral Ballzy – foto Marco Smeets

 

Big Ups – foto Kris Riem

 

together PANGEA – foto Marco Smeets

 

Meatbodies – foto Kris Riem

 

Night Beats – foto Patrick Spruytenburg

 

Meel/mail
Zijn volgers op de hoogte houden doet Gruismeel onder meer via de mail, waar dan ook onbewust de naam vandaan is gekomen. Liefhebbers kunnen zich in die tijd namelijk inschrijven voor de nieuwsbrief/digitale fanzine ‘Gruismeel’, om op de hoogte te blijven van garageshows in de omgeving, platen te winnen en artikelen te lezen over nieuwe bandjes. Die mails worden goed ontvangen en ‘Gruismeel’ is plots de naam van een concertserie.

En zoals gezegd, begint het op 11 december 2011 met Black Lips in AreaFiftyOne. Een goede kickstart om het licht uit te drukken…

 

Night Beats
Nog net voor de hele garagehype rondom labels als Burger Records en Lolipop Records en artiesten als Ty Segall en Thee Oh Sees, komt Gruismeel van de grond. Die grote ‘westcoast-golf’ is inmiddels weer gaan liggen, maar hype of niet: nieuwe garagebands blijven er toch wel komen en de echte fans weten de showtjes altijd te vinden. Dat is ook het leuke aan de scene: het is er een eentje voor onversneden liefhebbers. Alle boekers, agents, tourmanagers, artiesten en betrokken delen dezelfde liefde. Het is allemaal niet zo zakelijk en tot twee cijfers achter de komma, wat een verademing kan zijn in de vaak pragmatische muziekwereld. Het is een cultuur die drijft op de inzet van vrijwilligers en mensen die hard willen werken voor weinig, om die artiesten een podium te kunnen geven. Dat schept een sterke band die deze scene ook steeds dichter bij elkaar brengt.

Foto’s Marco Smeets

 

Mystic Braves
Dat trekt ook weer jonge mensen aan, wat goed te zien is tijdens de show van bijvoorbeeld de sixtiesurfers Mystic Braves in Stroomhuis december 2016. Een avond waarop Mooon aan de gang wil gaan met allerlei vloeistofdia’s en projecties. Prima, geen probleem. Vervolgens staat er een zaal vol kids die wordt gegrepen door de sfeer en de muziek.

Mystic Braves – foto Steffie van den Tillart. Klik op de foto voor het hele verslag op www.eindhovenrockcity.nl

 

Gruismeel, ‘de brand’
Gruismeel is dan ook een soort ‘brand’ die je gericht kunt volgen voor bepaalde shows. Het is niet ‘een plek waar regelmatig allerlei soorten bands spelen’. Er is duidelijk een bepaalde stijl als je door de namen scrollt: King Tuff, Cerebral Ballzy, Cosmonauts, Tweak Bird, Disappears, Mikal Cronin, Nobunny, Purling Hiss, Japanther, The Fresh & Only’s, Ringo Deathstarr, Eagulls, together PANGEA, Double Veterans, The Garden, Lookapony, Dead Ghosts, Froth, Jacco Gardner, The Mystery Lights, Zig Zags, The Wytches en Big Ups. Met name: rauw, duister, hard, vol energie en uiteraard: gruizig.

Foto’s Marco Smeets

 

 

King Gizzard & The Lizard Wizard
Hoogtepunten in het oeuvre is onder meer King Gizzard. Volgens meerdere ooggetuige “de eerste show waar zij bij waren waar niet alleen de jongens, maar ook de meisjes hun shirt uittrokken omdat het zó heet was.” Het was zo warm dat er zelfs videobeelden verloren zijn gegaan door een te vochtig geworden camera… De band ging erin mee en voedde de extase van de bezoekers door vanaf minuut één vol het gas erop te zetten.

Foto’s Patrick Spruytenburg

 

Inspiratie, Fat White Family en Thee Oh Sees
Het grootste compliment voor Gruismeel is misschien wel die van Niek Nellen, zanger van Afterpartees en Bob Verhagen, de twee oprichters van concertorganisator Nightbirds. Nellen liet zich inspireren door Gruismeel, om op zijn beurt het garagevuur bij mensen in Tilburg en Venlo aan te wakkeren met toffe bands. En zo hoort het, want het gaat allemaal om de muziek. En wij begrijpen wel dat de vlam is overgeslagen als we naar de foto’s kijken van bijvoorbeeld Fat White Family en Thee Oh Sees.

Foto’s Marco Smeets

Foto’s Ralph Roelse

 

Iceage
Spannende en gevaarlijke avondjes horen er natuurlijk ook bij. Of Iceage – een van de ongrijpbaarste bands – dus niet naar Eindhoven kon komen? Dat wil de band wel. Waarmee je ook direct de ‘ik-kan-je-elk-moment-op-je-bek-slaan-attitude van frontman Elias Rønnenfelt in huis haalt. In 2013 wordt de show van de band nog eens extra heet door een fan die continu recht voor de zanger zijn neus gaat staan. Zelden hangt er in Eindhoven zo veel (goede) tensie in de lucht tijdens een show.

Foto’s Marco Smeets

 

Releaseshows en Nederlands talent
Als Gruismeel inmiddels een tijdje bezig is en stof doet opwaaien met de ene na de andere opzwepende show, gaat het vuurtje snel binnen de garagescene. Het is al een klein wereldje, zeker door speciale Facebook-groepen waar de scene elkaar op de hoogte houdt van de leukste plekjes om te spelen. AreaFiftyOne wordt al snel een ‘dingetje’ voor bands. Niet alleen uit de buurt, maar ook internationaal stromen er steeds meer mailtjes binnen van bandjes die op een Gruismeel-avond willen spelen of zijn plaat releasen.

 

Driejarig bestaan
Zo organiseert Gruimseel dus gewoon eens een keer ‘een leuk avondje’ en nog eens eentje en nog eens eentje, weten de fans het steeds beter te vinden en voor ze het weten bestaan de organisatie al drie jaar in 2015. Er wordt besloten om uit te pakken met onder meer together PANGEA en Double Veterans. Een verstandige keuze? Dat kun je wel zeggen! 

Foto’s Marco Smeets

 

 

De Stroomhuis-poes
Toch gaat het niet altijd goed, op 12 november 2016 werd de show van Duchess Says en The Homesick afgelast door de poes in het Stroomhuis. Een van de leden van Duchess Says is namelijk allergisch voor katten. Zo erg dat ze er zelfs niet ook maar een beetje in de buurt kan komen en dus ook het optreden niet kon doen. Dit had ook gevolgen voor hun slaapplek, want naast het podium was ook direct het hotel van de band.

foto Tineke Klamer

 

Schrijf je in voor de Gruismeel!
En zo was er door de jaren heen nog veel en veel meer. Daarom hebben we nog een visuele bloemlezing voor je gemaakt van allerlei gigfoto’s. Nog meer weten? Dat kan alleen door er zelf naartoe te gaan! Gruismeel is een concertavond, dus ga er vooral eens heen als je dat nog niet gedaan hebt. Op de hoogte houden kan via de Facebook-pagina en uiteraard door je in te schrijven op de nieuwsbrief van de site.

Foto’s Marco Smeets Patrick Spruytenburg

 

Posters en illustratoren
Onlosmakelijk verbonden met Gruismeel, zijn de typerende posters die door illustratoren uit (de buurt van) Eindhoven worden gemaakt. Een continu uitdijende wall-of-fame vol herinneringen.

In Onder het mes, onze allereerste podcast, duiken we diep in de verhalen achter de songs van Nederlandse artiesten. Tot in de kleinste details komen de teksten, opvallendste geluiden, het opnameproces en meer aan bod.

Productie Ruben van Dijk
Montage Wessel van Hulssen

In deze eerste aflevering bespreken we Honey, de track waardoor de Leidse band Torii het levenslicht zag. In één avond legde Domenico Mangione (25), kneiterstoned, het fundament, maar de definitieve versie, zoals op debuut-EP Submerged, zou nog lang op zich laten wachten. Mangione vertelt ons over de onverwachte invloed van Neil Young, hoe songteksten voor hem vooral klanken zijn en meer.

 

Nog meer van Torii horen (en zien)? Check dan zeker de videosessie die we eerder met de band deden.

Ik ben oud, klaarblijkelijk. Eerst is er het idee: ‘Ach wat leuk, Panda Bear’s Person Pitch viert een tienjarig jubileum. Wie weet is dat een dankbaar haakje voor een aardig retrospectief.’ Niet veel later volgt het besef; goeie grutten, waar is de tijd gebleven? Sgt. Pepper (1967): historisch artefact, nooit meegemaakt. OK Computer (1997): op de achterbank van mijn ouders stationwagen luisteren naar cassettebandjes van Elly en Rikkert. Person Pitch (2007): jawel, daar was ik zelf bij.

Het Noorden van Nederland, 2007
Het is lente, de frisgroene coniferen staan in lichterlaaie en ik woon bij mijn ouders onder een degelijke tweeondereenkapwoning. In de achtertuin staan een duister konijnenhok en een pergola. De school is twee minuten lopen ver. Ik woon in een dorp. Ik woon in een wereld met het formaat van een ei.

De vriend van vroeger woont in een even degelijke tweeondereenkapwoning, aan de overkant van de straat. We zijn op zijn zolderkamer, waar het warm is. Ik zie een platenspeler en een verzameling CD’s. Uit een doos haalt de vriend een zinderend vinylexemplaar van Person Pitch. Ik zie de plaathoes: de halve ark van Noach in een badkuip. De vriend van vroeger zegt: “Animal Collective speelt binnenkort in Vera. Met Panda Bear. Hier, moet je Bros horen. Twaalf minuten lang, heel anders dan Animal Collective. Geen geschreeuw.”

Tien jaar later. Ik sta in de trein tussen de slapende forensen. Half zes, traject Rotterdam – Dordrecht. Aan de telefoon spreek ik de vriend van vroeger. Hij zegt: “Ja, dat herinner ik mij nog wel. En ik herinner me dat ik over de Friesestraatweg fietste met Person Pitch op mijn iPod Mini. Links en rechts boerderijen en gras. Ik herinner me de geur van gras, zoals het na een hete dag geregend heeft.”

 

 


Baltimore, 1981

Panda Bear wordt als Noah Lennox geboren in Charlottesville, Virginia. Moeder doet ballet, vader draait Top 40-muziek in de auto. Als Noah drie is verhuist de familie naar Baltimore, een autorit van drie uur. Er zijn twee honden. Ook is er een broer, Matt. Noah omschrijft Baltimore als zwaar, donker en geïsoleerd. Hij groeit tot zijn eigen geluk op in een huis, vlakbij het bos. Op de middelbare school speelt hij basketbal, piano en zingt in een koor. Op zijn eerste mixtapes tekent Noah panda’s.

Lissabon, 2004
Noah Lennox is zesentwintig jaar, Animal Collective draait op volle touren en in 2004 verhuist Panda Bear van (dan inmiddels) New York City naar Lissabon, Portugal. In zijn liefde voor Portugal staat Lennox niet alleen, want zelfs notoir zuurvat M. Kozelek wijdt er op het dit jaar verschenen (krankzinnig vermoeiende) Common As Light And Love Are Red Valleys Of Blood een ode aan. In Kozeleks woorden: “People living day to day and enjoying the moment. Fado, steak en iced lattes”. N. Lennox trouwt er een modeontwerpster en sticht een gezin.

Het Noorden van Nederland, omstreeks 2004
Het is zomer en ik fiets met bonzend hart naar de lokale magazineboer om de nieuwste OOR te halen. Ik voel mij goed, omdat ik eindelijk m’n achterlijke Trance Energy-periode ben ontgroeid en nu serieuze muziek luister. Het geld dat ik met mijn folderwijk van driehonderdvijftig adressen bijeen schraap zal namelijk gaan naar Travis’ nieuwste: te verkrijgen in de plaatselijke platenzaak voor de monsterlijke prijs van éénentwintig euro, omgerekend bijna vijfenveertig gulden. Oneindig ver buiten mijn bewustzijn verschijnt Sung Tungs van Animal Collective.

 

 

Geluidswielen en regenbogen
Dan verschijnt in 2007 Person Pitch. In zijn  schaarse vrije tijd draait Panda Bear geluid aan geluid en uit de analoge ruis van oude samples en de zon van Lissabon ontstaat het werk. “Pitch being sound and person being a person with person pitch being a sound of a person“, aldus Lennox.

Cat Stevens, Scott Walker, Hans Zimmer, Kraftwerk – ze verdwijnen allemaal in de geluidsspoelen van Lennox en komen er als Bros en Good Girl/Carrots weer uit. Dwars doorheen alle geluidswielen en regenboogfragmenten galmt Lennox, in koor met zichzelf, over familie, vrienden en de stress van alle dag.

Ontdaan van alle galm doet plaatopener Comfy In Nautica bijna banaal aan:

Coolness is having courage /
courage to do what’s right /
try to remember always /
just to have a good time
.

Weer verderop, op Carrots gaat het van:

And look in between your moments /
There’s something good happening /
It’s good to sometimes slow it down
.

Terwijl het om hem heen gonst van geluid herinnert Noah zichzelf eraan de tijd te nemen, plezier te maken en vooral positief te zijn. Ondertussen draait hij de wereldse hectiek langzaam terug tot een kamerstudio in Lissabon, een krat oud vinyl en een Roland SP-303 sampler.

Golf
Ondanks het totale gebrek aan enige verwachting aan Lennox’ kant – I don’t want to sell it short, because I like what I do, but I didn’t think anybody was going to care – blijkt Person Pitch een enorme mijlpaal. Niet alleen voor Panda Bear zelf, maar niet minder voor een bij vlagen onverteerbare vloedgolf aan zolderkamer-artiesten die met sampler en tape hun eigen schuchtere universum aan elkaar draaien: Youth Lagoon, High Places, Doldrums, Neon Indian, Washed Out, Toro Y Moi. Het modeverschijnsel, ofwel non-genre chillwave verschijnt spontaan en sterft weer net zo hard. En het werd 2008, 2009, 2010, de tijd verstrijkt, de golf breekt en Noah Lennox maakt zich stilaan op voor de opvolger van Person Pitch.

De orde van de dingen
De zomers volgen elkaar op, Animal Collective blaast Vera omver en ik heb het volledig langs mij heen laten gaan. Het dorp wordt een stad, de folderwijk een supermarktbaantje en de weeïge regenboog van Person Pitch waait over de traag uitdijende geest van mijn zestienjarige zelf. De felgekleurde zomer van Animal Collective’s Feels maak ik vagelijk mee, zij het volledig onder de schaduw van The Bends van Radiohead. Een puistige klasgenote uit de sk8ter boy-achterhoede van Avril Lavigne speelt mij de plaat toe tijdens pauze (zwarte tas met de buttons van Greenday en Simple Plan). De zinderende plaathoes van The Bends maakte diepe indruk. Het is een bijzonder zonnige dag; na het laatste blokuur ben ik volgens mij vrij.

Ik ben oud, klaarblijkelijk; hier raakt het labyrinth van mijn herinneringen de orde van de dingen kwijt. Er blijft één lange, tienjarige zomer over: zinderend, schuchter, uitbundig en hondsnaïef als Person Pitch zelf. Na twintig minuten is het telefoongesprek met de vriend van vroeger afgelopen en schakel ik werktuigelijk over naar de Discover Weekly-playlist van Spotify.

Goeie grutten, waar is de tijd gebleven?

Welcome to The Village
21 – 22 – 23 juli

Twin Peaks heeft een nieuwe single. Tossing Tears heet ‘ie, en behalve een stukje zelfverzekerd songschrijven is dat de voorbode van Sweet ’17, een bijzonder project. De band brengt tot eind van het jaar zes singles uit, die met zes B-sides dan weer een compilatiealbum vormen. Sweet ’17 kwam niet zonder slag of stoot tot stand en is een ambitieus sonisch document van een band die zich in de pubertijd van zijn carrière bevindt. Opgroeien of voor eeuwig slacken? We praten erover met voorman Cadien Lake James.

Het kostte nogal wat moeite: krijgen we na drie eerdere pogingen eindelijk Twin Peaks’ voorman Cadien Lake James aan de lijn, is hij niet in opperbeste stemming. De avond ervoor is bij een show in het Canadese Montréal de voorruit van de bandbus ingetikt en zijn er telefoons, skateboards en een laptop met work in progress muziek buitgemaakt. Het was de tweede keer in drie maanden, nadat in mei bij een inbraak de meeste gear uit de studio van de band werd gejat. Maar het meest is James over de zeik dat tijdens de show ook zijn wiet uit de kleedkamer werd gestolen: “I guess we do get robbed often lately. It’s a pain in the ass. Just some assholes. There are assholes everywhere in the world. Never forget that.” Om vervolgens terug te keren bij zijn aimabele zelf en te relativeren: “Gelukkig zijn er ook overall goede mensen. En we zijn nu in de positie dat we niet meteen compleet fucked zijn. We hebben tegenwoordig geld voor een nieuwe ruit.”

 

 

Muzikale wapenwedloop
De moeite die ondergetekende moest doen om een vertegenwoordiger van de band te spreken te krijgen, had een goede reden: Twin Peaks is druk. Cadien, Con, Clay, Colin en Jack zijn bezig met de bouw van een nieuwe studio (het oude pakhuis in Chicago waar de oude studio was gevestigd en waar de gear werd gejat, werd gesloopt), waar op het moment van bellen aan wordt geklust. Tel daarbij op een bomvol tourschema (in de VS en deze maand ook tien shows in Europa, onder andere in EKKO en op Welcome To The Village) en het feit dat de band ook nog een ambitieus idee heeft opgevat: zes maanden lang elke maand een single uitbrengen, die inclusief een B-side op een 7-inch verschijnt. De hele verzameling van twaalf nummers belandt vervolgens op een 12-inch onder de naam Sweet ’17.

“Ik was vroeger een grote fan van de Matador Singles van Jay Reatard (uit 2008 – red.)”, vertelt James. “Eens per maand kon je uitkijken naar een nieuwe single. Zo kregen we het idee, it just made more sense. Waarom zouden we mensen laten wachten, terwijl wij tot het eind van het jaar een plaat aan het opnemen zijn die dan waarschijnlijk pas halverwege volgend jaar naar buiten kan? We dachten: we kunnen gewoon songs opnemen en direct uitbrengen. Zo zijn we net zo productief en blijven we wel relevant en op het netvlies van mensen, you know.”

Een opvallende uitspraak, voor een frontman die ooit aangaf Europese tours te verkiezen boven die in het thuisland, omdat er dan in elk geval niet zo veel publiek op de been zou zijn. Dat is geen valse bescheidenheid, legt James uit. “Begrijp me niet verkeerd, we hebben op festivals voor 15.000 man gespeeld en dat zijn mijn favoriete shows ooit. Maar ik zie het gewoon niet gebeuren dat dat standaard wordt. Zo’n grote markt is er niet voor onze muziek. Neem Thee Oh Sees. Die zijn tien jaar bezig en spelen in het hele land voor zalen van duizend man. Als wij dat hebben bereikt na tien jaar, that would be sick, if not, I don’t give a hell. We zijn vijf jaar bezig. Het is wat het is. Als het groter wordt, ben ik game. Ik ben hier om muziek te spelen en nummers te schrijven.”

 

“Ik wil de muziek maken die ik wil maken, maar ik wil niet dat mensen vergeten dat ik het maak.”

 

Nonchalante coolness, maar dat strookt natuurlijk niet met ‘relevant willen blijven’. Wanneer we James erop wijzen: “Kijk, er zijn zoveel bands tegenwoordig, en die brengen zo veel muziek uit. Als je even stopt, moet fucking huge zijn, willen mensen je niet vergeten. Neem onze vrienden van The Orwells. Die namen twee jaar vrij en moesten weer bij nul beginnen. Mensen hebben de tijd niet om op je te wachten. Muziek uitbrengen zorgt ervoor dat je scherp blijft, en het is een soort vriendelijke competitie tussen bands.”

Interessant gegeven, zo’n muzikale wapenwedloop tussen bands, met de aandacht van het publiek als inzet. Het is een van de verklaringen voor de hoge productiviteit in bijvoorbeeld de garage-scene, en de toenemende voorkeur voor het uitbrengen van EP’s over hele albums. James zegt daarover: “Je moet wel zorgen dat je kwaliteit maakt. Met name bij garagebands is die balans vaak zoek. En wanneer ik zeg: ‘relevant’, bedoel ik het ook niet zo gewichtig of grensverleggend. Ik wil de muziek maken die ik wil maken, maar ik wil niet dat mensen vergeten dat ik het maak.”

 

 

Ouder en serieuzer worden
De volle agenda van Twin Peaks kwam het schrijven en opnemen van Sweet ’17 niet ten goede. Voor de laatste langspeler Down In Heaven verhuisde de band naar het platteland van Massachusetts, waar tussen het drinken en kanovaren door ook rustig aan wat muziek werd gemaakt. Nu was de band gebonden aan een vol tourschema, en moest zoals gezegd ook tussendoor meermaals verhuizen naar verschillende studio’s in thuisstad Chicago. “Het was verre van ideaal. Ik hou van een rustige omgeving, waar ik het kan veroorloven om een beetje lui te zijn en de muziek er meer natuurlijk uitkomt. De clichés over in de studio werken onder tijdsdruk, zijn waar. Je moet continu tegen de klok werken en beslissingen maken. Het is cool, maar ik heb liever meer tijd. Gelukkig hebben we binnenkort onze eigen studio bij onze vrienden van Tree House Records. Ons eigen dromenland, waar we alles kunnen doen en laten wat we willen.” Om er snel aan toe te voegen: “Dat betekent overigens niet dat we niet blij zijn met wat we hebben gemaakt. Ik ben er heel trots op.”

Wat heet: eerste wapenfeit Tossing Tears klinkt als een staaltje zelfverzekerd songschrijverschap, met voor Twin Peaks-begrippen belachelijk uitgebreide arrangementen en andere sonische decoratie. We noemden het op de redactie eerder al een ‘meesterwerkje’. Het is desondanks nauwelijks een Twin Peaks-song: de kenmerkende lo-fi sound van de band is in geen velden of wegen te bekennen. “Het is een song die we al een tijdje hadden liggen”, vertelt James. “We wilden echt uitpakken voor de outro, met de funky gitaren, piano en ‘na na na’s’. Het gebeurde heel natuurlijk.”

 

“Shit man, als je eens wist wat er qua muziek allemaal gebeurt in mijn hoofd, zou je jezelf van kant maken.”

 

Tossing Tears is geen blauwdruk voor de overige singles, benadrukt James. Twin Peaks heeft vier songschrijvers in de gelederen en de nieuwe nummers werden over een lange periode geschreven. “Shit man, als je eens wist wat er qua muziek allemaal gebeurt in mijn hoofd, zou je jezelf van kant maken. Nee, geintje, dat klonk depressief. Ik ben een happy guy. We hebben die sound van Tossing Tears niet bewust gezocht. We hebben sindsdien ook niks meer geschreven dat erop lijkt. Elke single op Sweet ’17 heeft zijn eigen vibe, dat maakte het ook leuk. Het is straks een hoeveelheid nieuw materiaal dat in principe een album is, maar dan zonder dat er enige samenhang in hoeft te zitten. De 12-inch zien we ook als een compilatie. Het was een manier om een album uit te brengen, zonder echt een album te maken, snap je? Het gaat alle kanten op, maar ik weet zeker dat het werkt, want uiteindelijk klinkt alles als Twin Peaks.”

James snijdt hier een heikel punt aan: Twin Peaks werd nog weleens verweten zoekende te zijn. Op de platen Sunken (2013), Wild Onion (2014) en Down In Heaven (2016) speelt de band net zo makkelijk lo-fi sixties pop als luide garagerock. Dat is niet voorbij, claimt James. “We hebben inderdaad twee kanten, maar we zijn niet zozeer zoekende. We vinden het gewoon allebei leuk om te doen. Het zou ons publiek kunnen polariseren en ik denk dat we inderdaad succesvoller zouden zijn als we één ding deden. Maar dat is niet wat Twin Peaks is en dat is speciaal aan deze band. Er zijn zat mensen die het wel beide leuk vinden. We zijn vijf gasten die geode muziek willen maken en we doen gewoon whatever the fuck we want to do.” Het is dus geen gevalletje ‘ouder en serieuzer worden’…? “Fuck no man, I’m getting crazier every year.”

Dat de aanpak van Twin Peaks succesvol is, blijkt: de 7-inches, die als pakket van zes tegelijk te koop waren voor 50 dollar, waren in een dag uitverkocht. “We proberen nog een manier te vinden om extra te laten drukken voor Europa en de UK. Het was niks exclusiefs ofzo, iedereen kan de songs online luisteren. De 12-inch komt ook in een grotere oplage. Maar 7-inches zijn belachelijk duur en we doen er zes in een korte tijd, dus het was een duur project waar we niks op verdienen. Het was alleen voor de echte fans die zaten op te letten.”

Dan wordt James door de andere leden van Twin Peaks weer bij de les geroepen. Er moeten zware houten platen naar de nieuwe studio worden gesjouwd. Laatste vraag: verwacht hij dat de fysieke releases van de singles heuse collectors’ items worden? “You know, we werken heel hard om de band zo goed te maken dat zoiets lukt. We zien wel, haha. Ik moet er vandoor. Zie je in Europa. Peace!”

 

Twin Peaks live zien? De band speelt zondag 23 juli op Welcome To The Village, met nog een hele hoop ander moois!

WEBSITE FESTIVAL | FACEBOOK-EVENT

 

Ook speelt Twin Peaks op 22 juli in EKKO op onze eigen TDI Presents-avond aldaar. TDI-leden krijgen €2,50 korting.

 

Ergens tussen de Nederlandse polders, het muzikale hart van de Republiek Zambia en een analoog opnamestudiootje op het Portugese platteland zag Bruxas het levenslicht, en daarmee het zoveelste interessante project op het curriculum vitae van Nic Mauskoviç en Jacco Gardner. We spreken met beide heren, white guys in de wereldmuziek.

“Ja, het is wel vrij druk”, vertelt Nic Mauskoviç koeltjes, die de afgelopen maanden met maar liefst vijf verschillende projecten in de weer geweest is. Terwijl zijn vaste band Eerie Wanda op een iets lager vuurtje staat, was en is er deze zomer geen feestje compleet zonder Altin Gün en/of Nic’s eigen Mauskovic Dance Band. Aan dat rijtje wordt met de release van debuut-EP Más Profundo nu ook Bruxas toegevoegd, en dan gaat Mauskoviç in september óók nog, samen met Jacco Gardner, op tour met een illuster gezelschap genaamd Witch.

We Intend To Cause Havoc is waar het antoniem ‘Witch’ voor staat en wie niet bekend is met Witch, was in de jaren zeventig duidelijk niet zo met Zambia bezig. In de gouden jaren na de Zambiaanse onafhankelijkheid van de Britse overheersers groeide de band rondom Emanuel ‘Jagari’ Chanda met zijn eclectische mix van inheemse klanken, Afro-Amerikaanse funk en hardrock à la Black Sabbath uit tot ’s lands populairste muziekgroep. Dat er aan het sprookje een einde kwam lag meer aan de groeiende nationale misère en repressie onder de dictatoriale premier Kenneth Kaunda, dan aan de drive van Chanda en co. Inmiddels is Witch weer springlevend, en dat is waar Nic Mauskoviç en Jacco Gardner in beeld komen.

 

“Het koloniale zit in onze muziek: het is onze blanke interpretatie van verre oorden.”

 

Al rijdende over het Portugese platteland, toen Bruxas nog in het allervroegste stadium verkeerde, kregen de twee hét idee: “Eigenlijk zouden we eens naar Afrika moeten gaan, om daar gewoon even diep in bepaalde invloeden te duiken”, zo vertelt Jacco ons. Een gesprek op Le Guess Who? met Gio Arlotta, een Italiaanse vriend en filmmaker, maakte die fantasieën tot realiteit. “We spraken hem gewoon om hem wat vragen te stellen, want we wisten dat hij bezig was met een documentaire over Witch en omdat hij al eerder naar Afrika was geweest, en toen kwam hij eigenlijk meteen met dit project: of we bas en drums wilden spelen in Witch.” Het was een toevallige samenkomst van dingen, een droom die de heren niet hadden durven dromen, en toch liet een ‘ja’ op zich wachten. “Het is een band die van oorsprong uit alleen maar Afrikanen bestaat en best wel op ritme gefocust is, met insane baslijnen. Als je dan ineens bas moet gaan spelen als white guy zeg je niet meteen ‘ja hoor, is goed!’” Toch gingen Mauskoviç en Gardner het avontuur aan, iets wat in een nog te verschijnen documentaire is vastgelegd, waarna Bruxas (Portugees voor ‘heksen’) pas echt vaart kreeg.

Wat begon als een beetje samen jammen en ‘tracks bouwen’ werd uiteindelijk veel elektronischer. Nic: “We wilden het graag met z’n tweeën uitvoeren en zochten middelen om dat te vertalen, zonder alleen maar loops te gebruiken. Dan kom je toch snel uit op dingen die je kunt programmeren. Het is een hele andere manier van muziek maken. Je speelt live ook heel erg in op de sfeer van een avond, in plaats van een set, waarin je gewoon je liedjes speelt.” Jacco, de man die in Nederland en daarbuiten furore maakte met Cabinet Of Curiosities en Hypnophobia, twee psychedelische pareltjes van platen, ziet echter ook parallellen: “Ik was binnen mijn muziek al behoorlijk met sfeer bezig, met filmmuziek en dat soort dingen, dus ik vond het heel fijn om nu, binnen dit format, een sfeer op te bouwen. Je kunt mensen, juist als ze aan het dansen zijn, meenemen in bepaalde omgevingen en zo dat psychedelische toevoegen. Eigenlijk werkt het heel goed samen met dingen die ik eerder deed.”

 

 

‘Het Afrika van Europa’, noemt Jacco de stad waar Más Profundo tot stand kwam en welke van onmisbare invloed bleek: Lissabon. Hoorn heeft hij reeds twee jaar geleden verruild voor de oudste stad van West-Europa, tevens het meest westelijke punt op het continent. Lissabon vormde eeuwenlang de spil van een koloniaal wereldrijk, van waaruit Vasco da Gama vertrok voor zijn historische tocht naar India, en zag schepen afkomstig uit koloniën en handelsposten in Afrika, Indië, het Verre Oosten en de Nieuwe Wereld in zijn havens aanmeren. Dat verleden is anno 2017 in de straten van Lissabon nog springlevend en zo ook in het hart van Bruxas. “Het koloniale zit in onze muziek: het is onze blanke interpretatie van verre oorden,” aldus Nic Mauskoviç. Gardner wijdt uit: “Je kunt de koloniale kant, van de Westerse wereld die andere werelden ontdekt, gewoon níét ontkennen. Die benadering is er en het is moeilijk om daar niet aan te refereren, ook al ben je het er niet mee eens.” Al jaren heeft Gardner een fascinatie voor ontdekkingsreizigers die voorwerpen uit exotische oorden meebrachten naar Europa, voor de verwondering die men koesterde voor die curiositeiten. De titel van zijn debuutplaat is er een verwijzing naar en ook in Bruxas heeft het zijn plek gevonden.” Hoe zich dat in een instrumentale benadering uit? “Het is het verlangen naar een onbekende tropische wereld. Wat ze ook in exotica-platen deden in de jaren zestig is eigenlijk een soort goedkope vakantie, om mensen aan te zetten te voelen alsof ze ergens op het strand in Bali zitten – maar dan op een vrij oppervlakkige manier.”

 

“Het is een beetje alsof we opnieuw een instrument moeten leren bespelen.”

 

Op zo’n ‘vrij oppervlakkige manier’ aan de haal gaan met andermans cultuur ligt vandaag de dag echter iets gevoeliger dan in de jaren zestig. Termen als whitewashing en cultural appropriation liggen op de loer, ook bij de twee blanke jongens uit Noord-Holland die samen Bruxas vormen, al is dat volgens Nic niet helemaal fair. “Is dat niet dingen altijd ontstaan zijn? In Afrika waren ze heel erg bezig met het nadoen van Cubaanse muziek en daaruit zijn ook weer toffe dingen ontstaan. Het is dus een beetje onze interpretatie van andere culturen, op een heel witte manier vertaald, maar wel groovy en dansbaar.”

Wat in niet meer dan tien dagen tot stand kwam (Nic: “…dat hadden we ook geboekt, dus we wisten dat het we het in die tijd af moesten maken”) is nu via Dekmantel verschenen, op vinyl en digitaal. Met slechts twee liveshows achter de rug is dat waar voor Bruxas nu de mogelijkheden liggen: “Voor ons is het heel nieuw om dit live te spelen. Het is een beetje alsof we opnieuw een instrument moeten leren bespelen”, aldus Nic. “Dus dat is nog heel erg aan het groeien.” Aan ideeën geen gebrek: liveshow mét band sluiten de twee absoluut niet uit en ooit, misschien wel volgend jaar, zullen Mauskoviç en Gardner een club (werktitel: The Cosmic Disco) openen in Lissabon. “We sturen wel een uitnodiging” – met de groetjes uit het Afrika van Europa.

Liveshows van Bruxas zijn nog schaars, maar zullen niet lang meer op zich laten wachten. Witch staat in ieder geval op 18 september, mét Jacco Gardner en Nic Mauskoviç, in de Tolhuistuin. Bovendien speelt de band op ADE Live op 18 oktober.

 

In het jaar 335 voor Christus schrijft de Griekse filosoof Aristoteles in zijn Poetica voor het eerst over het begrip catharsis. Aristoteles definieert het concept als een vorm van reiniging die optreedt bij bezoekers van tragedies in het oude Griekenland. Later wordt catharsis door Sigmund Freud gebruikt als naam voor een psychologische theorie die stelt dat een confrontatie met trauma’s en de bijbehorende emoties een verlichtend effect op de patiënt hebben. Waarschijnlijk weet geen van beiden dat het begrip de basis legt voor een van de meest vernieuwende en vooruitstrevende bands ooit, die nu, na meer dan twintig jaar aan toekomstvisies, eindelijk terug durft te kijken.

Radiohead wordt in 1985 in universiteitsstad Oxford opgericht door Thom Yorke, de broers Jonny en Colin Greenwood, Ed O’Brien en Phil Selway. Zoals het vijftal nu soms veroordeeld lijkt tot de bühne, lukt het de doorgaans bescheiden Britten in eerste instantie niet de collegebanken te ontsnappen. Pas acht jaar na zijn oprichting breekt Radiohead door, maar dan is ook meteen raak. Creep (‘I wish I was special’) is een alternativo-anthem dat de band bijna verandert in een van de vele one hit wonders die de jaren negentig rijk zijn. Dat wil het kwintet koste wat kost voorkomen. Dus wordt geen moment stilgestaan om van het succes te genieten, al lijkt dat de leden van Radiohead ook in de jaren die volgen nooit echt te lukken.

De opnamesessies voor de volgende plaat beginnen en twee jaar na de release van doorbraakdebuut Pablo Honey (1993) is Radiohead zichzelf alweer met zevenmijlslaarzen voorbijgestreefd. In een tijd, die wordt genomineerd door de rouwdouw-rock-‘n-roll van Oasis, onderscheidt Radiohead zichzelf met The Bends (1995). Het album bereikt de vierde plaats in de Britse hitlijsten, maar Radiohead is nog niet tevreden. Met het oog op de toch tamelijk beroemde Britse band The Stone Roses, die nooit écht doorbreken in de VS, besluit het vijftal op tour te vertrekken. De bandleden proppen zich in een American Eagle-bus en laten zichzelf alle hoeken van Amerika zien. In 1995 alleen al speelt Radiohead 177 shows.

Het is die tour die zowel qua titel, thematiek als albumhoes de basis  blijkt te leggen voor Radioheads meesterwerk, dat het toch best briljante The Bends zal doen verbleken als ware het een vingeroefening. Tijdens een van de touretappes (niet die met de gele trui) die zich in 1996 voltrekt, luistert de band in de bus voor de verandering niet naar Miles Davis’ Bitches Brew, maar naar een audioversie van A Hitchhiker’s Guide to the Galaxy, een science-fictioncomedy uit 1979 van de Britse auteur Douglas Adams. Halverwege spreekt een computerstem: de naderende raketten kunnen niet worden afgeweerd. Het antwoord behoort toe aan een zekere Zaphod Beeblebrox, president van het planetarium: “OK, computer. I want full manual now.”

Yorke schrijft de zin op in zijn notitieboek, maar lang zal de zin niet tot dat het papier beperkt blijven. Hij levert, zoals we nu weten, de titel van een van de interessantste en invloedrijkste rockalbums aller tijden. Als OK Computer in mei 1997 verschijnt, verandert de plaat Radiohead van Brits cultverschijnsel in de belangrijkste band van het moment. De twintigste verjaardag van het muzikale monument vormt samen met het vorig jaar uitgekomen negende album A Moon Shaped Pool een uniek moment in het verhaal van Radiohead: voor het eerst kijkt de band terug.



Hey man, slow down’
Door de superdeluxe uitgave OKNOTOK bijvoorbeeld, die op 23 juni uitkomt. De editie bevat niet alleen een kopie van het schetsboek van Radioheads artistieke partner in crime Stanley Donwood, maar ook een kopie van Thom Yorke’s schriften. 104 pagina’s aan gekrabbelde kattebelletjes, de gebruiksaanwijzing van een inhaler (‘Try very hard not to panic’) en abstracte aanzetjes tot wat uiteindelijk OK Computer zou blijken te worden. Beide zijn ook terug te vinden op de website, die ter ere van het jubileum weer is omgedoopt tot de versie van 1997. Recentelijk heeft Yorke ze in een, jawel, cathartische confrontatie met zichzelf weer doorgebladerd. Tussen de regels door vertellen de velletjes papier het verhaal van een 27-jarige jongeman die na (en door) vier jaar onophoudelijk te touren aan het eind van zijn eigen wereldje gekomen was.

Recentelijk wordt (met dank aan een fanatieke fan op Reddit) dan ook bekend dat de foto op de hoes van het album door de band geschoten is tijdens een van zijn reizen in de VS. Op de afbeelding, die later bewerkt wordt door Donwood, zijn snelwegen 84 en 91 te zien op het punt waar ze kruisen vlakbij Hartford, Connecticut. Volgens fans is de foto genomen vanaf het dak van het nabijgelegen Hilton hotel, waar Radiohead verbleef na zijn show in aldaar, een van de laatste concerten die de band speelde voor de Britten terugkeerden naar Engeland om OK Computer op te nemen.

Het woord ‘computer’ wordt op dat hele album overigens niet genoemd, vervoersmiddelen niet voor niets des te meer. In Airbag bijvoorbeeld, geïnspireerd door een auto-ongeluk waarbij Yorke zo’n tien jaar eerder betrokken is geweest. In Lucky wordt de protagonist – het personage lijkt in dezen niet Yorke zelf te zijn – zelfs gered uit het wrak van een vliegtuig. Samen met beschrijvingen van paranoid androids en subterranean homesick aliens vatte OK Computer daarnaast een verder verspreide vrees voor de 21ste eeuw. Daarin schuilt de ware aard van het album. Dat gaat helemaal niet over technologie namelijk. Yorke tegen Rolling Stone: “The paranoia I felt at the time was much more related to how people related to each other, but I was using the terminology of technology to express it.

Toch is het niet moeilijk om de link te leggen tussen de tegenwoordige tijd en de dystopische vooruitzichten van de helderziende met het luie linkeroog. Anno 2017 zijn veel meer mensen het ongebreidelde optimisme dat eerder heerste ten aanzien van alle vormen van technologie voorbij. Is het allemaal niet wat te snel gegaan, met die schermpjes? ‘Hey, man, slow down’, is het antwoord dat Yorke twintig jaar geleden al gaf met The Tourist, het laatste nummer op OK Computer. En vinden we het angstaanjagende Fitter Happier, waarop Radiohead gebruik maakte van de futuristische Fred-stemapplicatie van Macintosh PlainTalk, niet zo angstaanjagend omdat ieder woord zó waar is? ‘Fitter, happier, more productive, comfortable, not drinking too much, regular exercise at the gym three days a week, getting on better with your associate employee contemporaries, at ease, eating well, no more microwave dinners and saturated fats.’ Siri, kom er maar in.


Een poster met teksten uit Fitter, Happier zoals die kort geleden opduikt in Amsterdam-Oost als aankondiging van OKNOTOK (via lienatik op Instagram).

Lighten up, squirt’
Kortom, en geschikter moment om OK Computer opnieuw uit te brengen, is er wellicht nog nooit geweest. Op OKNOTOK staan dan ook geremasterde versies van de twaalf albumtracks, maar ook acht B-sides én drie nog nooit eerder uitgebrachte nummers. Lift is er een van. Op 14 maart 1996 speelt Radiohead dat nummer voor het eerst in de Troubadour, een club in Hollywood met een capaciteit van slechts vierhonderd mensen. Ook Electioneering en Let Down beleven daar hun debuut. Beiden belanden een jaar later op OK Computer, van het liefdevolle en vrij lichte Lift, waarop Yorke zinnen zingt als ‘Lighten up, squirt’ en ‘Today is the first day of the rest of your days’, geen spoor. En dat terwijl de beste man eerder nog heeft aangegeven na The Bends liever een vrolijk dan een verdrietig album te willen schrijven. Past toch niet bij de plaat, zo velt Yorke zijn veto over de voorkeuren van de platenmaatschappij, die hoopte dat Lift de ‘radiotastic’ leadsingle van Radioheads volgende album zou worden.

Dat wordt het nummer niet, en dus blijft de opname van de uitvoering op Pinkpop 1996 (met Yorke in een felgeel regenpak) twintig jaar lang de go to voor fans, al probeerde de band het nummer al opnieuw op te nemen in aanloop naar Kid A (2000) en Amnesiac (2001). Het nummer is een publieksfavoriet onder de die hards, maar staat vooral symbool voor de band die Radiohead had kùnnen worden, wanneer men zich wat meer had aangetrokken van de apathische toeschouwers voor wie de band in 1996 speelt als supportact van popster Alanis Morisette, die dan net doorgebroken is met haar album Jagged Little Pill (1995).

De release van Lift (en andere onuitgebrachte tracks I Promise en Man Of War) lijkt deels gemotiveerd door de goede ontvangst van True Love Waits, dat in dezelfde categorie valt (of viel) als Lift en vorig jaar na twintig jaar verscheen op A Moon Shaped Pool. Het is niet de eerste keer dat Radiohead een nummer uit zijn eigen archief afstoft (In Rainbows’ (2008) Nude stamt bijvoorbeeld ook uit de jaren 90), maar een symbolische waarde zoals True Love Waits, waarvan een liveopname uit werd gebracht op I Might Be Wrong (2001), heeft geen van die nummers ooit gehad. Daar blijkt de band zich in de vorige eeuw ook al van bewust: Radiohead probeert True Love Waits, net als Lift, een plek te geven op OK Computer, Kid A en Amnesiac, maar telkens is het tevergeefs. Waarom lukte het vorig jaar plotseling wél?


Don’t leave’
Het antwoord lijkt te liggen in een tragedie die alle trauma’s waar Thom Yorke zich in de jaren 90 doorheen worstelde triviaal doet lijken. In augustus 2015 wordt bekend dat hij is gescheiden van zijn vrouw Rachel Owen, die docent is aan de Universiteit van Oxford en met wie Yorke twee kinderen heeft. In december 2016, slechts maanden na de release van A Moon Shaped Pool, wordt duidelijk dat die scheiding wellicht deels te maken heeft gehad met verschrikkelijk verzwaarde omstandigheden. Owen overlijdt aan de gevolgen van kanker, door een kleine kring betrokken geheim gehouden.

Veel luisteraars interpreteren A Moon Shaped Pool ook als een soort afscheidsbrief. Die verrassingsrelease van het album, die heeft waarschijnlijk net zo veel te maken met marketing, als met het feit dat Yorke & co. liever niet eindeloos in interviews worden gevraagd in details te treden over de thematiek van het album. Toch verraden sommige teksten het verdriet. In Daydreaming zingt Yorke (achterstevoren): ‘Half of my love, half of my life’, hetgeen lijkt te duiden op het feit dat hij bij benadering even lang samen was met Rachel als met Radiohead, 23 van de 47 levensjaren die hij op het moment van schrijven heeft geleefd. True Love Waits voelt in de vernieuwde versie – die veel verdrietiger is dan het optimistische origineel – als een lang verloren liefdesbrief die gelezen wordt, na de scheiding, maar vooral ook na Owens overlijden. ‘Don’t leave’, zingt Yorke, en waar dat in de vroege versie klinkt als een vraag, klinkt het nu vooral als een vaarwel.

De video voor Daydreaming zit vol verwijzingen naar Thom Yorke’s verleden met Rachel en Radiohead.

Door de confrontatie met de dood durft Thom Yorke zich te confronteren met zichzelf en zijn verleden, dat ineens veel verleidelijker lijkt dan hij altijd dacht. Voor A Moon Shaped Pool wordt veel minder dan ooit gewerkt met nieuwe demo’s; veel van het materiaal wordt in meer of mindere gebaseerd op Radioheads geschiedenis. Leadsingle Burn The Witch wordt bijvoorbeeld voor het eerst gespeeld in 2003, als een soort muzikaal vervolg op OK Computer’s Airbag. Ook The Numbers, Desert Island Disk, Ful Stop en Identikit doken al eerder op.

De openheid manifesteert zich ook live: sinds vorig jaar wordt het beruchte Creep steeds vaker live gespeeld en wordt eigenlijk elke avond wel een ander oudje afgestoft. Avond aan avond wordt met een aantal aansluitende nummers van A Moon Shaped Pool de lei schoongeveegd, waarna Radiohead zich stort in sets die hun carrière overspannen.

Gek genoeg heeft Yorke zichzelf hervonden door van dichtbij verlies mee te maken. OKNOTOK heet de bundel die het resultaat is van zijn zoektocht. It’s okay to not be okaylijkt de boodschap. En dat lucht op, zo blijkt ook als Radiohead eerder dit jaar op Coachella geconfronteerd wordt met geluidsproblemen. Twintig jaar eerder gebeurt ongeveer hetzelfde op Glastonbury 1997. Yorke wil dan de show al stilleggen, wordt tegengehouden door Ed O’Brien, maar stormt aan het eind van de set meteen het podium af. Hoe anders is het dit jaar. Yorke en Jonny Greenwood dollen wat met elkaar en Yorke zegt: “I’d love to tell you a joke, lighten the mood, something like that. But this is Radiohead, so fuck it.

Die zelfbewustheid, zelfspot zelfs, staat symbool voor de nieuwe Thom Yorke. En daarin schuilt de crux van Radioheads catharsis: een deluxe-versie uitbrengen van je meest gevierde album, het lijkt het minst Radiohead-esque dat er is. Maar juist door voor het eerst in zijn eigen verleden te duiken heeft de belangrijkste Britse band van het moment een nieuwe manier gevonden om zichzelf te vernieuwen. Echte liefde, zelfs de liefde voor jezelf, wacht.

Radiohead sluit op zondag 18 juni de vijfde editie van Best Kept Secret in Hilvarenbeek af. De band speelt van 22:00 tot 00:30 op Stage ONE.

 

Meer van dit soort verhalen blijven lezen? Steun dan het werk van The Daily Indie door lid te worden!
Nu voor maar 10 euro per jaar