SuBmarine Festival
Zaterdag 22 juli

 

In Den Haag staat deze zaterdag een festival gepland om je grijpgrage muziekvingertjes bij af te likken. Het nieuwe Haagse platform SuBmarine – voor alternatieve muziek in de breedste zin van het woord – is naar eigen zeggen ‘te water gelaten’. Wat zich daar allemaal onder de oppervlakte schuilhoudt? Daar kom je 22 juli achter tijdens het festival in PIP Den Haag.

Bij The Daily Indie zien we elk jaar een haast bizarre hoeveelheid aan toffe festivals voorbijkomen. Maar zo’n uiteenlopend programma als SuBmarine komt zeker niet elke dag voorbij, in PIP is het deze zaterdag dan ook twaalf uur lang raak. Om even kriskras door de line-up te gaan: NoizBoiz, Fata Boom, Bonne Aparte, Hexeneiche, Klankman, BOYTOY, Offerbeest, FOES, Cusack, Knimes, Nachtraaf, Great White Death, BLAAM!, Jagd, Wet Boys, Yuri Landman, Ctrl Freq, Nachtraaf en alkaloid.

 

 

Scene-samensmelting
En laat dat nou precies de doelstelling zijn van artistiek coördinator Rob Vondracek en programmeur Martijn Verlinden, die we ontmoeten in een idyllische binnentuin in het centrum van de Hofstad. Zij vertellen ons over het festival waar allerlei scenes samen gaan smelten. Een ambitieus plan dat dit jaar voor de tweede keer wordt uitgevoerd. “Het is een verlengde van het Plein Open festival, alleen gaan we met SuBmarine muzikaal nog dieper de underground in”, vertelt Vondracek. “We zijn wat meer de alternatieve kant opgegaan. Den Haag loopt wat dat betreft absoluut niet achter, maar er is weinig cohesie tussen de verschillende subscenes. Er gebeuren hier onwijs veel mooie dingen, maar iedereen zit een beetje op zijn eigen eilandje. We proberen dat samen te brengen en een platform te zijn voor nieuwe initiatieven en stromingen. We vervullen een soort laboratorium-functie voor de lokale muziek.”

 

“We vervullen een soort laboratorium-functie voor de lokale muziek.”

 

SuBmarine is namelijk niet een festival dat één keer per jaar alle muziekkringen bij elkaar brengt en zijn handen er weer vanaf trekt, het platform is er het hele jaar. “We doen naast het festival ook tien shows per jaar op allerlei broedplaatsen en spannende plekken in de stad. Die avonden krijgen artiesten die ‘afwijken van de norm’ alle ruimte om zich te laten zien en te experimenteren”, zegt Vondracek. “Den Haag heeft een goede undergroundscene en die moet je ook lekker zijn gang laten gaan, maar het is ook goed om zo nu en dan naar voren te treden. Ook om op die manier meer draagvlak te creëren binnen de stad, waardoor het weer makkelijker wordt om events te organiseren en bijzondere locaties te kunnen gebruiken voor shows.”

De diepte in met curatoren
De taak aan de SuBmarine om in de borrelende underground te duiken en met nieuwe, talentvolle acts boven te komen drijven. In de onderzeeboot van het festival zaten meerdere scouts, want zo’n brede en intensieve line-up programmeer je niet even in je eentje. “We werken met een aantal curatoren bij SuBmarine, waarvan Martijn er eentje is. Hij zit met zijn label antilounge bijvoorbeeld bovenop opkomende Haagse artiesten”, zegt Vondracek. “Een ander is Jan Borchers, ook wel de drone- en noise-goeroe van Den Haag en voorheen programmeur van State-X New Forms. Maar we hebben ook iemand uit de hoek van Motorwolf en Grauzone. “Ik merk bijvoorbeeld dat metal- en noisefans ook ontzettend van elektronische muziek houden. En dat geldt voor allerlei genres, er is steeds meer overflow van smaken.”

 

“De gemeenschappelijke factor is het best te omschrijven als ‘dwarse muziek’. Elke muziekliefhebber kunnen we verrassen tijdens het festival.”

 

Vondracek en Verlinden zijn dus losgegaan voor SuBmarine, om muziekliefhebbend Nederland mee te nemen naar de krochten van hun stad. Met veel lokaal talent is er een line-up samengesteld van noise tot techno, grime, experimentele psychedelica, garage en rave. “Die veelzijdigheid van de lokale scene willen we terug laten komen in de line-up, we hebben een enorme diversiteit aan bands en elektronica geboekt. Er is dan ook niet zozeer een ‘SuBmarine-act’, maar de gemeenschappelijke factor is het best te omschrijven als ‘dwarse muziek’. Elke muziekliefhebber kunnen we verrassen tijdens het festival.”

 

Jagd

 

Verlinden heeft er in ieder geval vertrouwen in. “Het zijn allemaal hybride niche-stromingen die zaterdag samenkomen en elkaar op verschillende manieren versterken. Te vaak zijn verschillende groepen van elkaar gescheiden en hiermee brengen we verschillende soorten publiek en subculturen bij elkaar. Hopelijk wordt er daarmee een soort gat opgevuld”, vertelt Verlinden. “En hoe ik het zie: het gaat puur en alleen om de muziek, er is niks pretentieus of wat dan ook aan SuBmarine. Het heeft een duidelijk doel: héél goede muziek programmeren en mensen samen laten komen.”

Insidertips
Verlinden en Vondracek zijn blij met de hele line-up, maar lichten onder druk toch een paar acts uit. Te beginnen met Vondracek. “Wij kijken vooral naar stromingen en stevige alternatieve rock is daarin een grote. Jagd hoort wat dat betreft zeker bij een interessante nieuwe lichting, daar ben ik dan ook wel erg nieuwsgierig naar. Verder kan ik niet wachten op Offerbeest. Dat wordt volgens mij erop of eronder, er is geen tussenweg”, vertelt de artistieke coördinator. Verlinden vult aan. “Knimes vind ik ook wel een goede om uit te lichten, een jazzdrummer die muziek maakt in de Flying Lotus-hoek. Alleen dan met livedrums, dat is wel behoorlijk uniek en dat maakt die muziek veel vetter.”

 

“Dat is wel echt tof, we zijn benieuwd wat ‘ie nu weer uit gaat vreten.”

 

Verlinden vervolgt. “Fata Boom ook niet te vergeten, die band heeft een goede sound en live ziet dat er ook heel sterk uit. Verder wordt Klankman erg cool en ook niet te vergeten: Sciant Lentement & DJ Kris. Dat is een DJ die 100BPM funk-en hiphopplaten draait en dan zit er iemand naast met een liveset die muziek speelt op 200BPM. Ik kan je vertellen: dat zie je ook niet elke dag.” En als gezamenlijke tip. “Yuri Landman, hij opent het festival en heeft een paar speciale instrumenten gebouwd voor het festival (Landman is ontwerper van muziekinstrumenten, die hij onder meer maakte voor Liars, The Dodos en Sonic Youth red.). Dat is wel echt tof, we zijn benieuwd wat ‘ie nu weer uit gaat vreten.”

Kortom: SuBmarine wordt een mooie marathon voor de alternatieve muziekliefhebber. “Gelukkig rijdt de nachttrein gewoon. Als de vogeltjes fluiten, ga je weer naar huis”, lacht Vondracek

 

Locatie: PIP Den Haag, Binckhorstlaan 36
Tijd: 17:00 tot 05:00 uur
Tickets: gratis!

 

WEBSITE FESTIVAL | FACEBOOK-EVENT

Wat doe je als overal om je heen schoten klinken, extreemrechtse politici verkozen worden en musici maatschappelijk geëngageerde albums uitbrengen, terwijl jouw band bekend staat om zijn zonnige zomerplaten? Dan maak je je zonnigste zomerplaat tot nu toe! Althans, die route du soleil nemen de Parijse popsterren van Phoenix op hun recente zesde album Ti Amo, waarop de Franse feniksen vier jaar na Bankrupt! uit hun as herrijzen.

Als we gitarist Christian Mazzalai aan de telefoon krijgen, bevindt de band zich in de Verenigde Staten. Frontman Thomas Mars woont sinds een paar jaar in New York met zijn vrouw, filmregisseuse  Sofia Coppola, het viertal speelde meer shows in het land dan waar ook ter wereld en Phoenix is er bijna twintig(!) jaar na zijn oprichting groter dan in thuisland Frankrijk. In 2013 stonden de Fransozen zelfs op de felbegeerde headlinespot van Coachella. De andere plaatsen aan de top van het affiche werden ingevuld door Red Hot Chili Peppers en Britpopgiganten Blur en The Stone Roses, die de spotlight zelfs moesten delen.

Toch denkt de band bij het schrijven van Ti Amo geen seconde aan dat succes. Een hitsingle als If I Ever Feel Better, 1901 of Lisztomania? Die is voor Phoenix meer een vijand dan een vriend. “Je beperkt jezelf als je probeert een replica te maken”, meent Mazzalai. “Succes is onmogelijk te voorspellen. Dat is juist het mooie eraan. Daarbij is het onmogelijk om iedereen tevreden te stellen.” De tevredenheid van de bandleden zelf, die staat dan ook voorop. “Het belangrijkste voor ons is om onszelf te vernieuwen. Dat kan soms misgaan, maar dat vinden we juist interessant. Failing is fun.” In het geval van Ti Amo resulteerde die instelling in uitgebreid experiment. De band nam meer materiaal op dan ooit, vertelt Mazzalai: “We hebben nog een berg onafgemaakte nummers liggen.”

“Het is een beetje als de eerste keer met een meisje.”

 
 

Je t’aime, Paris
Het heeft alles te maken met de manier waarop het viertal jeugdvrienden het album opnam. Phoenix betrok daarvoor in 2014 La Gaîté Lyrique, een achttiende-eeuws theater in het centrum van Parijs, op zo’n tien minuten lopen van Centre Pompidou. “Het gebouw is een aantal jaar geleden veranderd in een heel veelzijdige ruimte, die plaats biedt aan een museum, een digitaal kenniscentrum en veel werkplekken”, legt Mazzalai uit. “We verbleven drie jaar lang in een kleine kamer op de achtste verdieping. Door het raam hadden we uitzicht op Montmartre.”

Al snel veranderde de lege verdieping in een echte studio. De band bouwde een systeem dat hen toestond continu op te nemen, ook terwijl het album nog geschreven moest worden. “Daardoor konden we van elk idee de eerste take terugvinden en gebruiken als we dat wilden”, wijdt Mazzalai uit. “We zochten de datum waarop we een bepaalde melodie voor het eerst speelden terug in een database en zetten die dan op het album. Die takes zijn heel charmant: je kunt er echt de emotie op voelen. Het is een beetje als de eerste keer met een meisje.”

Het zorgde er wel voor dat Phoenix heel veel eerste keren met heel veel meis… eh, melodieën beleefde. “We hadden geen deadline, dus we hebben langer aan het album gewerkt dan we van te voren verwacht hadden”, herinnert Mazzalai zich. Het verlangen van hem en zijn bandgenoten om trots te kunnen zijn op het geheel zorgde ervoor dat het album tot de laatste minuut van de laatste dag uit elkaar kon vallen. Soms werd een nummer waaraan lang was gewerkt zonder pardon de prullenbak in gegooid. “Op de laatste dag hebben we nog drie uur aan een nummer gewerkt, dat op dat moment nog alle kanten uit kon.”

 

Die serieuze instelling past bij de negen-tot-vijfmentaliteit die Phoenix in het proces van Ti Amo steeds meer onder de knie kreeg. Als de bandleden ’s ochtends bij hun studio aankwamen, werden ze omringd door ‘normale’ vaders en moeders die werkzaam waren bij startups van allerlei soorten en maten. “We vinden het belangrijk om ieder album op te nemen op een nieuwe plaats, maar zo dicht bij de echte wereld waren we nog nooit”, vervolgt de gitarist in gebrekkig Engels. “Normaal gesproken namen we vaak ’s nachts op. Nu hadden we de zon in onze rug en ik denk dat je dat goed kunt horen op het album.”

Toch spendeerde Mazzalai een nacht in La Gaîté Lyrique. Die van 13 november 2015, toen verscheidene terroristische aanslagen plaatsvonden in Parijs. Poppodium Bataclan, waar 89 mensen gedood werden tijdens een concert van Eagles of Death Metal, bevond zich vlakbij, en Mazzalai kon de studio niet in veiligheid verlaten. “Het is een donkere tijd”, stemt hij simpelweg in. “Er heerst veel spanning in Parijs en ik denk dat de gebeurtenissen van de afgelopen jaren natuurlijk invloed hebben gehad op ons. Dat gebeurde alleen onbewust.”

“Juist door de duisternis wilden we op zoek naar het licht.”

Ti Amo is dan ook geen politiek getinte plaat geworden. In eerste instantie voelden Mazzalai, Mars, bassist Deck d’Arcy en gitarist Laurent Brancowitz (Mazzalai’s oudere broer) zich daar schuldig over. Moesten zij de Parijzenaren niet vanuit de popwereld een hart onder de riem steken? Jawel, was het antwoord, maar de manier waarop was vrij voor eigen invulling. “Het voelde zoals je behoefte hebt aan een vrolijk nummer als je verdrietig bent. Juist door de duisternis wilden we op zoek naar het licht.”

Ti Amo, Roma
Dat licht vond het viertal in de vorm van een lost paradise. Op Ti Amo, Italiaans voor ‘ik hou van je’, staat het laarsvormige land en de liefde centraal. Op de hoes prijkt Italiaanse straatkunst, de tussen-kunst-en-kitsch video van leadsingle J-Boy werd voor het eerst uitgezonden op een Italiaanse televisiezender en het album is doordrenkt met Italiaanse disco-invloeden.

De tracklist liegt er ook niet om: die reikt van Ti Amo via Tuttifruti naar Fior Di Latte (Italiaans voor ijs), een nummer dat de vormen van een vrouw vergelijkt met Italiaanse koeienkaas en in première ging in een door Coppola geregisseerde lingeriereclame. Vervolgens volgen nog het naar een Romeinse straat vernoemde Via Veneto en afsluiter Telefono. “Mijn broer en ik zijn half Italiaans”, legt Mazzalai uit. “We gingen daar vaak heen op vakantie toen we klein waren. Maar ik had niet verwacht dat het ooit zo’n grote rol zou spelen op een Phoenix-plaat.”

 

 

De Italiaanse invloeden op Ti Amo voelen ook als een soort vakantie, naar een geromantiseerde versie van het land, Europa en de wereld. Mars klinkt soms, vervreemdend door verschillende talen door elkaar heen te gebruiken, bijna als een karakter als een film. Steven Spielbergs Close Encounters Of The Third Kind (1977) speelt een belangrijke rol: Mars vat de film op als perfecte metafoor voor zijn visie, zijn artiestendom.

Oude vrienden Daft Punk en Air (Mars’ zangstijl doet op Ti Amo bij vlagen aan beiden denken) opereren in het science fictiongenre, Phoenix voert hier voornamelijk een romantische komedie op. Pure emoties spelen dan ook een belangrijke rol: liefde en lust staan samen in de spotlight. ‘Love you! Ti amo! Je t’aime! ¡Te quiero! , zingt Mars op de titeltrack, waarin hij ook refereert aan de Italiaanse zangers Franco Battiato en Lucio Battisti. ‘Let’s rip it al lto confetti (…) we’re meant to get it on’, vervolgt hij op Fior Di Latte, waarin Mars het album later samenvat: ‘Don’t think about it, trigger me happy.’

Niet bepaald een naargeestig album dus, maar Ti Amo klinkt ook nostalgisch. Vol van verlangen naar een verloren liefde die een metafoor lijkt voor een maatschappij die niet meer bestaat en misschien wel nooit bestaan heeft. “Die gemengde gevoelens vormen de link tussen al onze albums”, legt Christian Mazzalai uit. “Onze muziek is altijd melancholisch geweest. De luisteraar heeft het misschien niet altijd door, maar wie onze teksten leest weet dat ze soms best donker zijn. Verdriet en vrolijkheid zijn veel dichter aan elkaar verbonden dan we denken. Net als de waarheid liggen de krachtigste emoties vaak ergens in het midden.”

 

Eigenlijk is Valkhof Festival een compleet bizar festival: 120 (inter)nationale crème de la crème-artiesten worden rondom de Vierdaagse naar Nijmegen gelokt, het evenement duurt een hele week en het is ook nog eens allemaal gratis(!) toegankelijk. Daarmee is het absoluut een van de meest interessante festivals van het land. Hoog tijd voor The Daily Indie om daar eens dieper in te duiken.

Je gelooft het niet, maar van zaterdag 15 juli tot en met vrijdag 21 juli zijn onder meer Amber Arcades, Bruxas, Iguana Death Cult, Meatbodies, Canshaker Pi, The Homesick, Spidergawd, The Amazons, The Moonlandingz, Altin Gün, J. Bernardt, Golden Dawn Arkestra, Declan McKenna, Anne Meredith, 45ACIDBABIES, The Mauskovic Dance Band, HER en IDLES te zien in Nijmegen. Afijn! Daarmee hebben wij ons punt al wel gemaakt denk ik (onze TDI Redactietips lees je trouwens hier). Het is ook niet de eerste keer dat het festival het flikt om zo’n kwalitatief brede line-up neer te zetten. Daarom besloten we te bellen met Jonatan Brand, om eens te vragen naar de hoed en de rand van Valkhof Festival dat hij samen programmeert met Robert Meijerink.

 

 

De kern van Valkhof 
“Wij zetten tijdens de Vierdaagse spannende muziek neer uit binnen- en buitenland, waarbij ook nieuwe bandjes een groot podium krijgen. Het belangrijkste onderdeel is bij ons simpelweg de inhoud en daardoor blijft het elke editie vanzelf fris”, zegt Brand. “Maar goed, het zit natuurlijk niet alleen in de inhoud. Het festival moet uiteraard ook een fijne plek zijn om lekker te hangen en wat dat betreft zitten we op de mooiste plek van Nijmegen. Het is hier natuurlijk altijd een ontzettend drukke week tijdens de Vierdaagse, in het Valkhofpark stap je echt even een ander wereldje in. Dat gevoel zijn we steeds verder door aan het ontwikkelen.”

 

“We willen veel nieuwe en spannende acts boeken en de diepte in gaan, maar we willen ook mensen op het veld hebben staan.”

 

Voor nog meer diversiteit werkt het festival veel samen met andere partners, van onder meer Cultuur op de Campus tot Literair Productiehuis Wintertuin, Blauwdruk, Extrapool, Brotherhood, Planet Rose en COUTURE. “Het is tof dat we met al die partijen werken, dat maakt het nog interessanter. Extrapool om er een eentje uit te pikken, dat is in Nijmegen een plek voor wat meer experimentele muziek, maar daar worden ook dingen met kunst en print gedaan. Zij hosten drie dagen een programma op een eigen plek bij de Kapel, een beetje buiten het feestgedruis. Daar zetten zij een line-up neer met acts waar je net even wat meer aandacht voor moet hebben en dat kan daar heel goed. Op die manier breiden we het festival inhoudelijk uit en benutten we ook nog eens alle mooie plekken van het park.”

 

 

Gratis festival: pros en cons
Valkhof is een gratis festival dat toegankelijk en tegelijkertijd toch alternatief, verrassend en vernieuwend is: een van de moeilijkste opgaves voor een muziekprogrammeur. “Dat is inderdaad de precies de uitdaging die wij hebben. We willen veel nieuwe en spannende acts boeken en de diepte in gaan, maar we willen ook mensen op het veld hebben staan”, vertelt Brand. “Natuurlijk zijn wij wel gezegend met de Vierdaagse, want daar komen al 1,2 miljoen mensen op af. Bovendien hebben we een goede basis, want Nijmegen is een muzikale stad, waar veel muziekliefhebbers wonen en er een goed muziekklimaat heerst. Toch moeten we ons als festival verhouden tot de week waarin we plaatsvinden en dat zijn de Vierdaagsefeesten. Er lopen uiteraard ook mensen rond die op voorhand mogelijk iets minder met onze line-up hebben, maar die we toch willen en kunnen verrassen”, zegt Brand. “Maar ook voor bezoekers die voor een specifieke band komen is er volgens mij genoeg te ontdekken.”

 

“Het zijn met name de accenten die per editie verschuiven. Dit jaar zie je bijvoorbeeld allerlei warmbloedige en ongelooflijk funky en soulvolle bands opduiken.”

 

“Het zit in ons DNA dat we een breed festival willen zijn, het zijn met name de accenten die per editie verschuiven. Dit jaar zie je bijvoorbeeld allerlei warmbloedige en ongelooflijk funky en soulvolle bands opduiken. Op dinsdagavond zie je dat terug in het programma met J. Bernardt, HER en Janka Nabay & The Bubu Gang. Die bands hebben dat allemaal in zich, maar wel heel erg op hun eigen manier, dan is het tof als je dat op één avond bij elkaar krijgt”, vertelt Brand. “Verder zie je dat hiphop blijft groeien. Dit jaar hebben we een avond bij Club Voerweg, dat de rest van de week meer in het teken van dance staat, toegewijd aan Nederlandstalige hiphop met Kevin, Victoire & Festus en Yung Internet . En verder hebben we natuurlijk weer veel gitaren, want op dat vlak blijven er altijd maar weer vette dingen komen.”

 

 

De absolute insidertips
Logischerwijs vindt de programmeur alles de moeite waard wat hij heeft geboekt met zijn collega, toch vragen we Brand een paar acts uit te lichten. “Ja poe, dat is toch wel een lastige vraag. Om zomaar even dwars door het programma heen te gaan, dan ben ik wel erg blij dat The Moonlandingz komt. Een spraakmakende band met onder meer leden van Fat White Family die de boel altijd op stelten zetten. Ook inhoudelijk is het bijzonder interessant en ontzettend spannend. Die band hebben we mooi in het programma weten te krijgen, want The Moonlandingz speelt op één dag met Meatbodies, The Homesick en Iguana Death Cult”, vertelt Brand over de garage-lineup van zaterdag 15 juli. Inclusief twee Nederlandse bands, die altijd goed vertegenwoordigd zijn op het festival. “Er wordt hartstikke veel toffe muziek gemaakt in Nederland en een hoop daarvan komt bovendrijven. In België evengoed, bijvoorbeeld Tamino die op de zondag staat, daar verwacht ik veel van.”

 

“De afsluiter van de zondag (16 juli, red.) wil ik ook absoluut niet missen: Shobaleader One. Misschien nog wat onbekend, maar dat is dus de band van Squarepusher. Dat zou weleens heel indrukwekkend kunnen gaan worden.”

 

“Op de donderdag (20 juli, red.) hebben we ook een bijzonder programma, met Gaye Su Akyol, Golden Dawn Arkestra en als afsluiter op het hoofdpodium: Satori & The Band From Space. Satori is een producer uit Nijmegen die elektronische wereldmuziek maakt, in de richting van house en techno. Ik vind dat wel heel bijzonder en typerend voor het festival. Hij is een lokale en muzikaal spannende artiest die in een rijtje artiesten is geprogrammeerd die goed bij hem passen. Maar tegelijkertijd is het een samenstelling die absoluut niet voor de hand ligt. Dat vind ik cool. En ook wel heel spannend om te zien hoe dat gaat werken”, zegt de programmeur. “Verder ben ik toch ook wel erg nieuwsgierig naar Anna Meredith, Mister & Mississippi, lokale trots Jo Goes Hunting, Spidergawd voor de rockfans, maar ook naar Karen Elson en de liveshow van haar indrukwekkende plaat die ze heeft gemaakt. De afsluiter van de zondag (16 juli, red.) wil ik ook absoluut niet missen: Shobaleader One. Misschien nog wat onbekend, maar dat is dus de band van Squarepusher. Het is jazz op een soort elektronische en poppy manier, het heeft wat weg van Battles en het is visueel ook erg aantrekkelijk met toffe kostuums en een op de muziek getriggerde lichtshow. Dat zou weleens heel indrukwekkend kunnen gaan worden.”

 

 

De Vierdaagse
En de laatste, maar geheel niet onbelangrijke vraag: doet Brand zelf nog mee aan de Vierdaagse? “Nee, dat zit er niet in”, lacht de programmeur. “Ik ben natuurlijk wel zeven dagen over dat veld aan het lopen, dat zijn wel genoeg kilometers.”

 

WEBSITE FESTIVAL | FACEBOOK-EVENT

In Onder het mes, onze allereerste podcast, duiken we diep in de verhalen achter de songs van Nederlandse artiesten. Tot in de kleinste details komen de teksten, opvallendste geluiden, het opnameproces en meer aan bod.

Productie Ruben van Dijk
Montage Wessel van Hulssen

In deze eerste aflevering bespreken we Honey, de track waardoor de Leidse band Torii het levenslicht zag. In één avond legde Domenico Mangione (25), kneiterstoned, het fundament, maar de definitieve versie, zoals op debuut-EP Submerged, zou nog lang op zich laten wachten. Mangione vertelt ons over de onverwachte invloed van Neil Young, hoe songteksten voor hem vooral klanken zijn en meer.

 

Nog meer van Torii horen (en zien)? Check dan zeker de videosessie die we eerder met de band deden.

 

Een opvallende trend in de popmuziek: de opmars van Amerikaanse DIY-wonderkinderen van begin twintig. Car Seat Headrest, (Sandy) Alex G en Jay Som waren recent verantwoordelijk voor geweldige platen die veel Top Tien-lijstjes haalden. In Nederland hebben we een dergelijk productieve muzikant: Mark Lohmann (23) van Moon Moon Moon schrijft avontuurlijke luisterliedjes met een geheel eigen vocabulaire en visie. Als je dan toch vergelijkingen erbij moet pakken: The Microphones, Neutral Milk Hotel, Chad VanGaalen, Sufjan Stevens en Sparklehorse.

Moon Moon Moon speelt tijdens Valkhof Festival op 17 juli in de Kapel om 23:30 uur. Dat is een speciaal onderdeel van Cultuur Op De Campus x Valkhof.

Mark Lohmann noemt zichzelf een romanticus. De keerzijde van romantiek is dat de realiteit vaak ontnuchterend inslaat, als een emmer ijskoud water in het gezicht. Op het debuut I Want! I Want! jaagt Lohmann het creatieve vuur na als een wereldvreemde verstekeling. De dit jaar uitgebrachte opvolger Help! Help! voorziet hij van een illustratie waarop twee handen wanhopig boven de oppervlakte van de zee reiken. Het ietwat zelfspottende noodsein luidt als volgt:

“Music that tells the tale of what could happen when you solely hold on to stars, moons, music, god, the loch ness monster, ufos, little lights and fairy tales. (Spoiler alert: it all ends up in a big nightmarish ocean with someone calling out for help)”

Lohmann: “Voor mij sloeg I Want! I Want! meer op het dromen over iets, terwijl Help! Help! De vervelende kant reflecteert. Heel veel mensen vinden dit album alsnog dromerig klinken. Ik probeerde het zelf meer als een nachtmerrie te laten klinken.”

Sterfbed
Het gebeurt niet vaak dat je een muzikant voor het eerst ziet tijdens een (Skype)-interview. Zelfs in het verwaterde landschap vind je per artiest genoeg persfoto’s online te om ze in een menigten te herkennen. Lohmann verschuilt zijn voorkomen liever achter zijn muziek. “Dat is grotendeels uit verlegenheid. Maar dat is in het verleden extremer geweest. Toen ik I Want! I Want! uitbracht, had ik mijn naam op Facebook veranderd zodat niemand mij kon vinden. Ik vond het belangrijk dat mensen niet de vlezige persoon achter de muziek konden traceren, maar dat ze zelf een beeld konden vormen. Tegenwoordig vind ik het wel leuk om mezelf als persoon achter de muziek te binden.”

Lohmann vertelt dat hij als kind droomde van een afgezonderd bestaan als schaapherder. Ondergetekende denkt hierbij meteen aan deze scene uit Good Will Hunting. “Ik heb Good Will Hunting nooit gezien, maar ik weet dat Elliot Smith aan de soundtrack mee heeft gewerkt.” Hij citeert zelf het gedicht The Shepherd van schrijver William Blake. Opvallend wel; praten over andere artiesten en schrijvers die hij bewondert gaat Lohmann stukken makkelijker af dan praten over zijn eigen muziek. Mark ‘E’ Everett, het creatieve brein achter Eels, was de artiest die Lohmann als eerste inspireerde zelf muziek te maken. “Dat was een openbaring. In de pubertijd veranderde Eels iets in mij. Zijn muziek trok het tapijt onder mij vandaan.” Vooral de manier waarop Eels over kleine dagelijkse onderwerpen schrijft, inspireerde hem enorm.

 

“Toen ik The Microphones ontdekte, besefte ik dat je meer in je muziek kon stoppen dan slechts gitaar.”

 

Lohmann draagt zijn invloeden en inspiratiebronnen op de mouw. Moon Moon Moon is dan ook vernoemd naar een liedje van The Microphones, het pseudoniem van songwriter Phil Elverum. “Voor I Want! I Want! nam ik veel muziek met mijn mobieltje op, met zo’n 4-track recorder-app”, vertelt Lohmann: “Toen ik The Microphones ontdekte, besefte ik dat je meer in je muziek kon stoppen dan slechts gitaar. Het was een kwestie van veel uitproberen, en niet teveel na proberen te denken.” De vergelijking tussen de twee is snel gemaakt. Net als Elverum schrijft Lohmann schetsmatige nummers met een curieuze verbeeldingskracht. Onlangs bracht Elverum, inmiddels jarenlang platen producerend als Mount Eerie, het album A Crow Looked At Me uit, nog een album waarop iedere vorm van romantiek is onttrokken. Bij de eerste zin is de kogel al door de kerk:  “Death is real/Someone’s there and then they’re not/It’s not for singing about/It’s not for making art”

 

“Het was gewoon op een doordeweekse dag. Hij keek nog één keer rond de kamer om afscheid te nemen voordat de dokter hem in liet slapen.”

 

De dood hangt ook als een schaduw boven Help! Help!. De treffend getitelde afsluiter Deathbed gaat over de dood van Lohmanns opa. Het is de eerste keer dat hij de dood van dichtbij meemaakt. Zoiets laat natuurlijk altijd een blijvende indruk. “Deathbed is een wake-up call naar mezelf toe. Ik heb mijn opa op zijn sterfbed bezocht. Hij pleegde euthanasie. Ik was benieuwd wat mijn gedachten zouden zijn in zijn situatie. In het liedje komt het terug in de vorm van een gesprek. Het was een vreemde ervaring. Aan de ene kant positief, want ik heb nog genoeg tijd om het leven leuk te maken. Maar in het liedje zelf is het daarvoor eigenlijk al te laat. De spijt dat ik niet meer van alles heb kunnen genieten.”

“Het was een super rare dag, ik heb het allemaal zo bewust meegemaakt. We zaten allemaal beneden te wachten tot het drie uur was, totdat de dokter naar beneden kwam met het spuitje. Mijn opa lag boven te wachten. Hij had kanker dus het was vooral om de pijn te laten stoppen. Het was gewoon op een doordeweekse dag. Hij keek nog één keer rond de kamer om afscheid te nemen voordat de dokter hem in liet slapen.”

Lohmann pauzeert even. “Ik ben er voor eeuwig door geschokt.” En dan opnieuw. “Maar… het is wel inspirerend.”

 

 

In tegenstelling tot het album van Mount Eerie biedt Moon Moon Moon’s Help! Help! wel het reddende, zalvende tegenwicht in Lohmanns zelfgeschapen universum. Het charmante Believing In Nessie bijvoorbeeld, vervangt het geloven in God in essentie met het geloven in het Loch Ness Monster. “Ik las in die tijd een boek van de zanger van Belle & Sebastian, die heel gelovig is. Ik ben dat zelf nooit geweest, maar het leek me geniaal om in iets te geloven dat totaal buiten mezelf afspeelt. Toen besefte ik mij dat ik dat vanzelf deed: ik geloof in UFO’s, en ik kan mezelf prima laten geloven in Nessie. Daar kan ik ook kracht uit halen.”

De drang om op een intense manier creatief bezig te zijn trof Lohmann al vroeg in zijn leven. De zee is nog altijd een mysterieus fenomeen, een schijnbaar oneindige ruimte waarin je kunt verdwalen en verdrinken. Hij vertelt dat hij als kind vaak SpongeBob Squarepants tekende, een personage dat zowel kinderen als volwassen aanspreekt. Lohmann maakte als tiener stripboeken die hij vervolgens verkocht op het schoolplein. Toen hij eenmaal van een goede vriend, die nu nog steeds in zijn achtergrondband speelt, gitaar leerde spelen, keek Lohmann niet meer om. Hij beschouwde muziek vanaf het begin als meer dan slechts een geinige hobby. Het was net als het geloven in het Loch Ness Monster: je hoefde het slechts te verzinnen of het bestond. “Het lijkt vaak alsof de meeste liedjes al lang bestaan, en ik alles moet leren uitvinden voordat ze klinken zoals ik het mij had voorgesteld.”

Met lichte gêne ontkracht Lohmann deze – voor zijn gevoel – wat pretentieuze uitspraak: “Ik weet dat het belachelijk klinkt. Maar zo voelt het écht!”

Will O’ The Wisp
Zelfs de opleiding die Lohmann uiteindelijk koos, Interactieve Media, had secundaire prioriteit ten opzichte van zijn muziek. In plaats van een populaire app te maken met zijn kennis, maakte hij een videospel, Will O’ The Wisp  waarmee je een geheime EP kon downloaden. Je moest het wel eerst uitspelen. “Ik vond mijn studie vreselijk. Maar ik wilde iets ermee doen waardoor ik er met Moon Moon Moon nog iets aan had. Ik zag opeens voor me hoe ik ‘door de liedjes heen’ kon lopen. Toen begon ik het spel te maken.”

Lohmann beschouwt zichzelf dan wel een romanticus, Will O’ The Wisp was bepaald geen spel waarin een Italiaanse loodgieter Prinses Perzik redt van een tirannieke schildpad. Je verzamelde in ieder level dwalende brandende lichtjes (wisps), tot er weer een nieuw liedje manifesteert. Af en toe dropte het spel een hint: wie door de muren liep, kan verstopte B-kantjes vinden. Een tekstfragment noemt de term learned helplessness: hoe iemand iets op een soort Pavloviaanse manier, door middel van associatie, bepaalde grenzen aanleert.

“Ten eerste, learned helplessness vind ik een interessant concept. Een paard dat vastgebonden staat aan een plastic stoel, leert door de jaren dat hij in die positie niet weg kan lopen. Dat komt omdat hij het gewend is om aan een metalen paal vastgebonden te zijn, waarvan hij niet kan ontsnappen. Hij kan makkelijk weglopen van de plastic stoel, maar hij is geconditioneerd om te blijven staan. Het spel geeft je een hint dat je dingen als normaal bent gaan vinden kunt omzeilen. Dat als je naar links loopt je gewoon door de muren kunt lopen.”

 

“Veel van mijn liedjes gaan over het zorgen maken over de toekomst. Dat is ongeveer het beeld dat ik van mezelf had: wat komt er precies van mij terecht?”

 

Het kostte Lohmann een dik half jaar om het Will O’ The Wisp-spel af te krijgen. Het is inmiddels niet meer online te vinden. Dit audiovisuele project lijkt aanvankelijk een charmante en originele manier om zijn muziek uit te brengen. Maar gezien de tijd die Lohmann er in heeft gestopt, met alle cryptische boodschappen, kruipt het vermoeden naar boven dat het spelletje iets veel persoonlijkers communiceert. Spelen voelde eerder alsof jouw pixelpoppetje door Lohmann’s geest navigeerde. En ja, SpongeBob kwam ergens in het spel voor, bij een spookhuis.

Helaas, je redt geen prinses na het uitspelen van Will O’ The Wisp. Sterker nog, als je bent uitgespeeld, gaat het meisje uiteindelijk dood. “Ik heb Will O’ The Wisp vandaag toevallig ook weer sinds tijden gespeeld”, lacht Lohmann, enigszins onwennig. “Ik kwam tot dezelfde conclusie. Toen ik het maakte was ik hier niet zo bewust ermee bezig. Ik ben zelf nooit zo met voorbedachte rade bezig met wat ik maak. Nu ik terugkijk, is het redelijk voor de hand liggend wat ik precies deed.”

 

 

Lohmann lacht verontschuldigend om het feit dat die happy ending ontbreekt: “Veel van mijn liedjes gaan over het zorgen maken over de toekomst. Dat is ongeveer het beeld dat ik van mezelf had: wat komt er precies van mij terecht? Je loopt in het spel inderdaad achter die lichtjes aan: dat wijst ook op het eeuwig romantiseren van dingen. Uiteindelijk eindig je toch weer alleen in je kamer, omdat je constant naar de maan staat te gapen in plaats van tegen je vriendin te praten.”

Hij verduidelijkt: “Het is een uitwerking van mijn relatie toentertijd. Terwijl ik continu met andere dingen bezig was, bleef zij van me houden. Wat ik ook deed, ZIJ zou bij mij blijven. Je ziet ook dat het meisje naar het spelpersonage toe blijft gaan. Op een gegeven moment komt hem dat duur te staan.”

Balans in het universum
In de tussentijd heeft Moon Moon Moon alweer een nieuwe plaat uitgebracht, getiteld Oohohoo. Een palindroom zonder betekenis, iets dat eerder kan slaan op een oerkreet, een soort elementair gevoel. “Ik ben best wel een emotioneel persoon, mijn gevoelens nemen vaak de overhand”, meent Lohmann op een gegeven moment. Vlak voordat ons interview begon was hij nog bezig om oude liedjes te verzamelen; liedjes die hij in het verleden schrapte (“Het zijn er heel veel”) maar na een tijdje rijpen toch goed genoeg vond om uit te brengen. Een van die liedjes is het folky Breathing Hole, dat volgens Lohmann eigenlijk op Help! Help! Had moeten staan. “Zoals echt heel veel nummers op Help! Help! hadden moeten staan. Omdat er zo’n oceaanthema over de plaat hing, wilde ik iets positiefs toevoegen op de plaat, iets waar je niet van verdrinkt.”

Oohohoo valt minder zwaar op de maag dan zijn voorganger. Op liedjes als Taylor Swift en Summer Evening breekt de zon door, al blijft de melancholie van Help! Help! als een ochtendkater hangen. Lohmann: (lacht) “Ik heb nog een hoop te verkennen. Ik ben blij met het resultaat van Help Help!. Maar ik heb het gevoel dat de dingen die ik nu maak heel veel beter zijn. En dat gebeurt nog steeds in deze slaapkamer.”

 

“Je kiest ieder moment, bewust of onbewust, om te leven of te sterven, en niet alle mysteries des universum zijn te doorgronden.”

 

Er heerst een soort rust over deze songs die bij de andere twee Moon Moon Moon-albums moeilijk te bekennen was. I Want! I Want! belichaamde een  abstracte* droom, een levenslustige zoektocht, Help! Help! De aardse nachtmerrie, de verlammende paniek dat je het tij niet meer kunt keren. Op Oohohoo sijpelt Lohmann’s acceptatie door dat alles toch gewoon tijdelijk is: liefde en eenzaamheid, gemak en ongemak. What goes around comes around: je kiest ieder moment, bewust of onbewust, om te leven of te sterven, en niet alle mysteries des universum zijn te doorgronden. Zelfs niet in het persoonlijke universum dat Moon Moon Moon heet. De prangende vragen blijven en veel daarvan blijven onbeantwoord. Op What The? zingt Lohmann: “And I’ll drink my drink/and I’ll keep my cool.”

 

(Lohmann nam Want! Want! met geheel abstracte instrumentatie op, geluiden werden onherkenbaar vervormd, zonder het besef hoe instrumenten als drums precies werken. *Help! Help!  daarentegen, is meer opgenomen met het besef hoe een achtergrondband zou klinken, vandaar dat het ‘aardser’ klinkt.)

Toch heeft Mark Lohmann, op zijn schuchtere, maar stilletjes briljante manier, iets gevonden om het tijdelijke te vereeuwigen in zijn muziek. Disintegration Loop is vernoemd naar de beroemde serie van de Amerikaanse componist William Basinski. “Ik werd heel erg door The Disintegration Loops geraakt. Basinski heeft op 9/11 een herhalende loop vastgelegd van vijf seconden, dat een uur lang continu steeds verder doodgaat. Ik was toen op het huis van mijn zus aan het passen, verveeld, depressief en alleen. Het was super raar om die combinatie tussen de rokende torens en de muziek waar te nemen.”

Teneergeslagen door liefdesverdriet en sterfgevallen leek het Lohmann interessant om het concept van Basinski toe te passen op zijn eigen muziek. “Ik dacht bij mezelf: de loop die na een uur dood was gegaan, kan ik opnieuw gebruiken. Omdat ik die eigenlijk ook niet wil missen. En om dat als concept voor het liedje te gebruiken. Dat is de gedachte erachter: om dingen die voorgoed zijn verdwenen niet los te laten.”

Op het Schotse blog The Skinny vertelt Lohmann dat hij Basinski persoonlijk benaderde via e-mail met het verzoek of hij zijn muziek kon gebruiken. Dat mocht uiteindelijk niet, maar Basinski vond het liedje wel mooi. Het ging uiteindelijk meer om het idee. Dat lijkt bij Moon Moon Moon altijd het constante: autobiografische liedjes die zijn samengesteld als een fragmentarische collage. Net als die aangrijpende scene uit The Truman Show: Jim Carrey’s personage plukt koddig knipsels uit diverse bladen om het gezicht van het meisje te vormen, de persoon die een dappere poging waagde om hem uit die idyllische schijnwereld te slepen.

 

 

Grappig dat Truman aan het einde van die film zelf ook op een lekkende roeiboot terecht komt, bijna verdrinkt in een storm en uiteindelijk de ‘echte’ wereld tegemoet treedt. Lohmann blijft dingen plukken die hem raken, die hem verwonderen en helpen ontsnappen: soms zijn het mooie woorden, mooie literatuur of mooie muziek. Soms weer teleurstellingen, kutweer of algehele onwetendheid. Het totaalplaatje dat hij vormt in zijn muziek is uiteindelijk het eerlijkst. En warempel, daar kan de luisteraar zelf weer iets uit halen dat zijn of haar leven verrijkt. En zo maakt Moon Moon Moon het universum net dat kleine beetje beter. Tenminste, dat is wat een echte romanticus zou zeggen.

Lohmann: “Ik las vorig jaar een boek van John Green, The Fault In Our Stars. Het hoofdpersoon heet Hazel, en een van de zinnen luidt, ‘Hoe gaat het in de Hazelverse?’, maar dan in het Engels. Dat verzonnen woord komt letterlijk uit dat boek. Het suggereert dat je je eigen universum bent, dat niemand exact weet hoe jij de dingen ziet.” Weer lacht hij verontschuldigend over zijn eigen overpeinzingen, met een subtiel wegwerpgebaar.

“Je bent uiteindelijk toch maar een zak vlees waar van alles in gebeurt.”

Moon Moon Moon speelt op 17 juli tijdens Valkhof Festival, op 30 september in Sugarfactory met maangenoten Moon Tapes en Newmoon. Ook kun je Moon Moon Moon dit najaar tijdens de Popronde bewonderen. Ook daar heeft Lohmann dus een liedje over geschreven.

 

WEBSITE FESTIVAL | FACEBOOK-EVENT

 

Welcome to The Village
21 – 22 – 23 juli

Twin Peaks heeft een nieuwe single. Tossing Tears heet ‘ie, en behalve een stukje zelfverzekerd songschrijven is dat de voorbode van Sweet ’17, een bijzonder project. De band brengt tot eind van het jaar zes singles uit, die met zes B-sides dan weer een compilatiealbum vormen. Sweet ’17 kwam niet zonder slag of stoot tot stand en is een ambitieus sonisch document van een band die zich in de pubertijd van zijn carrière bevindt. Opgroeien of voor eeuwig slacken? We praten erover met voorman Cadien Lake James.

Het kostte nogal wat moeite: krijgen we na drie eerdere pogingen eindelijk Twin Peaks’ voorman Cadien Lake James aan de lijn, is hij niet in opperbeste stemming. De avond ervoor is bij een show in het Canadese Montréal de voorruit van de bandbus ingetikt en zijn er telefoons, skateboards en een laptop met work in progress muziek buitgemaakt. Het was de tweede keer in drie maanden, nadat in mei bij een inbraak de meeste gear uit de studio van de band werd gejat. Maar het meest is James over de zeik dat tijdens de show ook zijn wiet uit de kleedkamer werd gestolen: “I guess we do get robbed often lately. It’s a pain in the ass. Just some assholes. There are assholes everywhere in the world. Never forget that.” Om vervolgens terug te keren bij zijn aimabele zelf en te relativeren: “Gelukkig zijn er ook overall goede mensen. En we zijn nu in de positie dat we niet meteen compleet fucked zijn. We hebben tegenwoordig geld voor een nieuwe ruit.”

 

 

Muzikale wapenwedloop
De moeite die ondergetekende moest doen om een vertegenwoordiger van de band te spreken te krijgen, had een goede reden: Twin Peaks is druk. Cadien, Con, Clay, Colin en Jack zijn bezig met de bouw van een nieuwe studio (het oude pakhuis in Chicago waar de oude studio was gevestigd en waar de gear werd gejat, werd gesloopt), waar op het moment van bellen aan wordt geklust. Tel daarbij op een bomvol tourschema (in de VS en deze maand ook tien shows in Europa, onder andere in EKKO en op Welcome To The Village) en het feit dat de band ook nog een ambitieus idee heeft opgevat: zes maanden lang elke maand een single uitbrengen, die inclusief een B-side op een 7-inch verschijnt. De hele verzameling van twaalf nummers belandt vervolgens op een 12-inch onder de naam Sweet ’17.

“Ik was vroeger een grote fan van de Matador Singles van Jay Reatard (uit 2008 – red.)”, vertelt James. “Eens per maand kon je uitkijken naar een nieuwe single. Zo kregen we het idee, it just made more sense. Waarom zouden we mensen laten wachten, terwijl wij tot het eind van het jaar een plaat aan het opnemen zijn die dan waarschijnlijk pas halverwege volgend jaar naar buiten kan? We dachten: we kunnen gewoon songs opnemen en direct uitbrengen. Zo zijn we net zo productief en blijven we wel relevant en op het netvlies van mensen, you know.”

Een opvallende uitspraak, voor een frontman die ooit aangaf Europese tours te verkiezen boven die in het thuisland, omdat er dan in elk geval niet zo veel publiek op de been zou zijn. Dat is geen valse bescheidenheid, legt James uit. “Begrijp me niet verkeerd, we hebben op festivals voor 15.000 man gespeeld en dat zijn mijn favoriete shows ooit. Maar ik zie het gewoon niet gebeuren dat dat standaard wordt. Zo’n grote markt is er niet voor onze muziek. Neem Thee Oh Sees. Die zijn tien jaar bezig en spelen in het hele land voor zalen van duizend man. Als wij dat hebben bereikt na tien jaar, that would be sick, if not, I don’t give a hell. We zijn vijf jaar bezig. Het is wat het is. Als het groter wordt, ben ik game. Ik ben hier om muziek te spelen en nummers te schrijven.”

 

“Ik wil de muziek maken die ik wil maken, maar ik wil niet dat mensen vergeten dat ik het maak.”

 

Nonchalante coolness, maar dat strookt natuurlijk niet met ‘relevant willen blijven’. Wanneer we James erop wijzen: “Kijk, er zijn zoveel bands tegenwoordig, en die brengen zo veel muziek uit. Als je even stopt, moet fucking huge zijn, willen mensen je niet vergeten. Neem onze vrienden van The Orwells. Die namen twee jaar vrij en moesten weer bij nul beginnen. Mensen hebben de tijd niet om op je te wachten. Muziek uitbrengen zorgt ervoor dat je scherp blijft, en het is een soort vriendelijke competitie tussen bands.”

Interessant gegeven, zo’n muzikale wapenwedloop tussen bands, met de aandacht van het publiek als inzet. Het is een van de verklaringen voor de hoge productiviteit in bijvoorbeeld de garage-scene, en de toenemende voorkeur voor het uitbrengen van EP’s over hele albums. James zegt daarover: “Je moet wel zorgen dat je kwaliteit maakt. Met name bij garagebands is die balans vaak zoek. En wanneer ik zeg: ‘relevant’, bedoel ik het ook niet zo gewichtig of grensverleggend. Ik wil de muziek maken die ik wil maken, maar ik wil niet dat mensen vergeten dat ik het maak.”

 

 

Ouder en serieuzer worden
De volle agenda van Twin Peaks kwam het schrijven en opnemen van Sweet ’17 niet ten goede. Voor de laatste langspeler Down In Heaven verhuisde de band naar het platteland van Massachusetts, waar tussen het drinken en kanovaren door ook rustig aan wat muziek werd gemaakt. Nu was de band gebonden aan een vol tourschema, en moest zoals gezegd ook tussendoor meermaals verhuizen naar verschillende studio’s in thuisstad Chicago. “Het was verre van ideaal. Ik hou van een rustige omgeving, waar ik het kan veroorloven om een beetje lui te zijn en de muziek er meer natuurlijk uitkomt. De clichés over in de studio werken onder tijdsdruk, zijn waar. Je moet continu tegen de klok werken en beslissingen maken. Het is cool, maar ik heb liever meer tijd. Gelukkig hebben we binnenkort onze eigen studio bij onze vrienden van Tree House Records. Ons eigen dromenland, waar we alles kunnen doen en laten wat we willen.” Om er snel aan toe te voegen: “Dat betekent overigens niet dat we niet blij zijn met wat we hebben gemaakt. Ik ben er heel trots op.”

Wat heet: eerste wapenfeit Tossing Tears klinkt als een staaltje zelfverzekerd songschrijverschap, met voor Twin Peaks-begrippen belachelijk uitgebreide arrangementen en andere sonische decoratie. We noemden het op de redactie eerder al een ‘meesterwerkje’. Het is desondanks nauwelijks een Twin Peaks-song: de kenmerkende lo-fi sound van de band is in geen velden of wegen te bekennen. “Het is een song die we al een tijdje hadden liggen”, vertelt James. “We wilden echt uitpakken voor de outro, met de funky gitaren, piano en ‘na na na’s’. Het gebeurde heel natuurlijk.”

 

“Shit man, als je eens wist wat er qua muziek allemaal gebeurt in mijn hoofd, zou je jezelf van kant maken.”

 

Tossing Tears is geen blauwdruk voor de overige singles, benadrukt James. Twin Peaks heeft vier songschrijvers in de gelederen en de nieuwe nummers werden over een lange periode geschreven. “Shit man, als je eens wist wat er qua muziek allemaal gebeurt in mijn hoofd, zou je jezelf van kant maken. Nee, geintje, dat klonk depressief. Ik ben een happy guy. We hebben die sound van Tossing Tears niet bewust gezocht. We hebben sindsdien ook niks meer geschreven dat erop lijkt. Elke single op Sweet ’17 heeft zijn eigen vibe, dat maakte het ook leuk. Het is straks een hoeveelheid nieuw materiaal dat in principe een album is, maar dan zonder dat er enige samenhang in hoeft te zitten. De 12-inch zien we ook als een compilatie. Het was een manier om een album uit te brengen, zonder echt een album te maken, snap je? Het gaat alle kanten op, maar ik weet zeker dat het werkt, want uiteindelijk klinkt alles als Twin Peaks.”

James snijdt hier een heikel punt aan: Twin Peaks werd nog weleens verweten zoekende te zijn. Op de platen Sunken (2013), Wild Onion (2014) en Down In Heaven (2016) speelt de band net zo makkelijk lo-fi sixties pop als luide garagerock. Dat is niet voorbij, claimt James. “We hebben inderdaad twee kanten, maar we zijn niet zozeer zoekende. We vinden het gewoon allebei leuk om te doen. Het zou ons publiek kunnen polariseren en ik denk dat we inderdaad succesvoller zouden zijn als we één ding deden. Maar dat is niet wat Twin Peaks is en dat is speciaal aan deze band. Er zijn zat mensen die het wel beide leuk vinden. We zijn vijf gasten die geode muziek willen maken en we doen gewoon whatever the fuck we want to do.” Het is dus geen gevalletje ‘ouder en serieuzer worden’…? “Fuck no man, I’m getting crazier every year.”

Dat de aanpak van Twin Peaks succesvol is, blijkt: de 7-inches, die als pakket van zes tegelijk te koop waren voor 50 dollar, waren in een dag uitverkocht. “We proberen nog een manier te vinden om extra te laten drukken voor Europa en de UK. Het was niks exclusiefs ofzo, iedereen kan de songs online luisteren. De 12-inch komt ook in een grotere oplage. Maar 7-inches zijn belachelijk duur en we doen er zes in een korte tijd, dus het was een duur project waar we niks op verdienen. Het was alleen voor de echte fans die zaten op te letten.”

Dan wordt James door de andere leden van Twin Peaks weer bij de les geroepen. Er moeten zware houten platen naar de nieuwe studio worden gesjouwd. Laatste vraag: verwacht hij dat de fysieke releases van de singles heuse collectors’ items worden? “You know, we werken heel hard om de band zo goed te maken dat zoiets lukt. We zien wel, haha. Ik moet er vandoor. Zie je in Europa. Peace!”

 

Twin Peaks live zien? De band speelt zondag 23 juli op Welcome To The Village, met nog een hele hoop ander moois!

WEBSITE FESTIVAL | FACEBOOK-EVENT

 

Ook speelt Twin Peaks op 22 juli in EKKO op onze eigen TDI Presents-avond aldaar. TDI-leden krijgen €2,50 korting.

 

Ergens tussen de Nederlandse polders, het muzikale hart van de Republiek Zambia en een analoog opnamestudiootje op het Portugese platteland zag Bruxas het levenslicht, en daarmee het zoveelste interessante project op het curriculum vitae van Nic Mauskoviç en Jacco Gardner. We spreken met beide heren, white guys in de wereldmuziek.

“Ja, het is wel vrij druk”, vertelt Nic Mauskoviç koeltjes, die de afgelopen maanden met maar liefst vijf verschillende projecten in de weer geweest is. Terwijl zijn vaste band Eerie Wanda op een iets lager vuurtje staat, was en is er deze zomer geen feestje compleet zonder Altin Gün en/of Nic’s eigen Mauskovic Dance Band. Aan dat rijtje wordt met de release van debuut-EP Más Profundo nu ook Bruxas toegevoegd, en dan gaat Mauskoviç in september óók nog, samen met Jacco Gardner, op tour met een illuster gezelschap genaamd Witch.

We Intend To Cause Havoc is waar het antoniem ‘Witch’ voor staat en wie niet bekend is met Witch, was in de jaren zeventig duidelijk niet zo met Zambia bezig. In de gouden jaren na de Zambiaanse onafhankelijkheid van de Britse overheersers groeide de band rondom Emanuel ‘Jagari’ Chanda met zijn eclectische mix van inheemse klanken, Afro-Amerikaanse funk en hardrock à la Black Sabbath uit tot ’s lands populairste muziekgroep. Dat er aan het sprookje een einde kwam lag meer aan de groeiende nationale misère en repressie onder de dictatoriale premier Kenneth Kaunda, dan aan de drive van Chanda en co. Inmiddels is Witch weer springlevend, en dat is waar Nic Mauskoviç en Jacco Gardner in beeld komen.

 

“Het koloniale zit in onze muziek: het is onze blanke interpretatie van verre oorden.”

 

Al rijdende over het Portugese platteland, toen Bruxas nog in het allervroegste stadium verkeerde, kregen de twee hét idee: “Eigenlijk zouden we eens naar Afrika moeten gaan, om daar gewoon even diep in bepaalde invloeden te duiken”, zo vertelt Jacco ons. Een gesprek op Le Guess Who? met Gio Arlotta, een Italiaanse vriend en filmmaker, maakte die fantasieën tot realiteit. “We spraken hem gewoon om hem wat vragen te stellen, want we wisten dat hij bezig was met een documentaire over Witch en omdat hij al eerder naar Afrika was geweest, en toen kwam hij eigenlijk meteen met dit project: of we bas en drums wilden spelen in Witch.” Het was een toevallige samenkomst van dingen, een droom die de heren niet hadden durven dromen, en toch liet een ‘ja’ op zich wachten. “Het is een band die van oorsprong uit alleen maar Afrikanen bestaat en best wel op ritme gefocust is, met insane baslijnen. Als je dan ineens bas moet gaan spelen als white guy zeg je niet meteen ‘ja hoor, is goed!’” Toch gingen Mauskoviç en Gardner het avontuur aan, iets wat in een nog te verschijnen documentaire is vastgelegd, waarna Bruxas (Portugees voor ‘heksen’) pas echt vaart kreeg.

Wat begon als een beetje samen jammen en ‘tracks bouwen’ werd uiteindelijk veel elektronischer. Nic: “We wilden het graag met z’n tweeën uitvoeren en zochten middelen om dat te vertalen, zonder alleen maar loops te gebruiken. Dan kom je toch snel uit op dingen die je kunt programmeren. Het is een hele andere manier van muziek maken. Je speelt live ook heel erg in op de sfeer van een avond, in plaats van een set, waarin je gewoon je liedjes speelt.” Jacco, de man die in Nederland en daarbuiten furore maakte met Cabinet Of Curiosities en Hypnophobia, twee psychedelische pareltjes van platen, ziet echter ook parallellen: “Ik was binnen mijn muziek al behoorlijk met sfeer bezig, met filmmuziek en dat soort dingen, dus ik vond het heel fijn om nu, binnen dit format, een sfeer op te bouwen. Je kunt mensen, juist als ze aan het dansen zijn, meenemen in bepaalde omgevingen en zo dat psychedelische toevoegen. Eigenlijk werkt het heel goed samen met dingen die ik eerder deed.”

 

 

‘Het Afrika van Europa’, noemt Jacco de stad waar Más Profundo tot stand kwam en welke van onmisbare invloed bleek: Lissabon. Hoorn heeft hij reeds twee jaar geleden verruild voor de oudste stad van West-Europa, tevens het meest westelijke punt op het continent. Lissabon vormde eeuwenlang de spil van een koloniaal wereldrijk, van waaruit Vasco da Gama vertrok voor zijn historische tocht naar India, en zag schepen afkomstig uit koloniën en handelsposten in Afrika, Indië, het Verre Oosten en de Nieuwe Wereld in zijn havens aanmeren. Dat verleden is anno 2017 in de straten van Lissabon nog springlevend en zo ook in het hart van Bruxas. “Het koloniale zit in onze muziek: het is onze blanke interpretatie van verre oorden,” aldus Nic Mauskoviç. Gardner wijdt uit: “Je kunt de koloniale kant, van de Westerse wereld die andere werelden ontdekt, gewoon níét ontkennen. Die benadering is er en het is moeilijk om daar niet aan te refereren, ook al ben je het er niet mee eens.” Al jaren heeft Gardner een fascinatie voor ontdekkingsreizigers die voorwerpen uit exotische oorden meebrachten naar Europa, voor de verwondering die men koesterde voor die curiositeiten. De titel van zijn debuutplaat is er een verwijzing naar en ook in Bruxas heeft het zijn plek gevonden.” Hoe zich dat in een instrumentale benadering uit? “Het is het verlangen naar een onbekende tropische wereld. Wat ze ook in exotica-platen deden in de jaren zestig is eigenlijk een soort goedkope vakantie, om mensen aan te zetten te voelen alsof ze ergens op het strand in Bali zitten – maar dan op een vrij oppervlakkige manier.”

 

“Het is een beetje alsof we opnieuw een instrument moeten leren bespelen.”

 

Op zo’n ‘vrij oppervlakkige manier’ aan de haal gaan met andermans cultuur ligt vandaag de dag echter iets gevoeliger dan in de jaren zestig. Termen als whitewashing en cultural appropriation liggen op de loer, ook bij de twee blanke jongens uit Noord-Holland die samen Bruxas vormen, al is dat volgens Nic niet helemaal fair. “Is dat niet dingen altijd ontstaan zijn? In Afrika waren ze heel erg bezig met het nadoen van Cubaanse muziek en daaruit zijn ook weer toffe dingen ontstaan. Het is dus een beetje onze interpretatie van andere culturen, op een heel witte manier vertaald, maar wel groovy en dansbaar.”

Wat in niet meer dan tien dagen tot stand kwam (Nic: “…dat hadden we ook geboekt, dus we wisten dat het we het in die tijd af moesten maken”) is nu via Dekmantel verschenen, op vinyl en digitaal. Met slechts twee liveshows achter de rug is dat waar voor Bruxas nu de mogelijkheden liggen: “Voor ons is het heel nieuw om dit live te spelen. Het is een beetje alsof we opnieuw een instrument moeten leren bespelen”, aldus Nic. “Dus dat is nog heel erg aan het groeien.” Aan ideeën geen gebrek: liveshow mét band sluiten de twee absoluut niet uit en ooit, misschien wel volgend jaar, zullen Mauskoviç en Gardner een club (werktitel: The Cosmic Disco) openen in Lissabon. “We sturen wel een uitnodiging” – met de groetjes uit het Afrika van Europa.

Liveshows van Bruxas zijn nog schaars, maar zullen niet lang meer op zich laten wachten. Witch staat in ieder geval op 18 september, mét Jacco Gardner en Nic Mauskoviç, in de Tolhuistuin. Bovendien speelt de band op ADE Live op 18 oktober.

 

De uit Washington D.C. afkomstige punkers van Priests, lurkten door de fijne EP Bodies And Control And Money And Power al een tijdje in de schaduwen van de Amerikaanse punkscene. Met het dit jaar verschenen debuut Nothing Feels Natural laat de band definitief zijn stem horen. In iets meer dan een half uur raast de band door een heuse grabbelton aan stijlen en invloeden heen en het eindresultaat is een heerlijk verslavende achtbaanrit. De muzikale invloeden reiken van Björk tot Swans en dan zijn er ook nog diverse films, boeken, schrijvers én natuurlijk het nieuws. Vooral dat laatste biedt momenteel genoeg bron van inspiratie voor een punkband. Want zoals frontvrouw Katie Alice Greer het zelf zegt: “Alles is momenteel deprimerend en frustrerend.”

Zo heeft het feit dat Donald “grab ‘em by the pussy” Trump nu aan het roer van Amerika staat ervoor gezorgd dat de VS met de minuut vrouwonvriendelijker lijkt te worden. Iets wat Greer, als frontvrouw in een door mannen gedomineerde wereld, natuurlijk niet ontgaan is. “Onze wereld heeft, als het er op aan komt, een hekel aan vrouwen en dat merk ik in het alledaagse leven continu op subtiele manieren. Soms zeggen mensen achterlijke dingen over de band als ‘nee dank je, ik houd niet van vrouwelijke vocalen’, maar zulke mensen hoef ik toch niet als fan. Onze fans zijn kritische en intelligente mensen, niet het soort halve zool dat een band afkeurt op basis van hoe een van de leden eruitziet.”

 

 

We spreken Greer toevallig de dag nadat Trump – een “filthy rapist nazi pig” – zijn controversiële American Health Care Act invoerde. Dat hakte er stevig in. “We zijn nooit echt tevreden geweest over de staat van de wereld, maar het wordt steeds erger. Het was gisteren echt doodeng om te zien hoe een wet, die het einde van zorgdekking voor miljoenen Amerikanen gaat betekenen, zomaar werd goedgekeurd.” Ontwikkelingen in het nieuws zijn dan ook een constante inspiratiebron voor de band. “We werden bijvoorbeeld laatst nog geïnspireerd door de mediareactie op het Amerikaanse bombardement op Syrië. Al zijn we ook bezig met een tekst die geïnspireerd is door boeken, we plukken ideeën overal vandaan.”

 

“De nummers klinken live ook verdomd goed, al zeg ik het zelf.”

 

Die brede variatie aan inspiratiebronnen resulteert dus ook in een eclectische sound, die niet altijd even makkelijk live te vertolken is. “We hadden vroeger best vaak het probleem dat onze nummers makkelijk waren om in de studio te maken, dan dat ze live uit te voeren waren. Nothing Feels Natural is eigenlijk onze eerste plaat waarvan we ieder nummer live kunnen spelen. Soms moet dat wel in een wat ander arrangement, omdat we op de plaat hulp hadden van vrienden die we helaas niet mee kunnen nemen naar iedere show. Maar we kunnen in ieder geval het algemene idee van elke song live overbrengen. De nummers klinken live ook verdomd goed, al zeg ik het zelf.”

 

Kliko Fest
Zaterdag 15 juli

Het Haarlemse Kliko Fest organiseert zaterdag 15 juli alweer de zevende editie van het inmiddels beruchte Kliko Fest. Zoals altijd weer een line-up om je leren vasje voor uit het vet te trekken, dit jaar onder meer met New Bomb Turks, The Gories, Meatbodies, La Muerte, Viagra Boys en The Cavemen. Wij vroegen ons af: hoe komt dat festival nou elke keer tot stand, what’s the big idea en wat zit er achter dit liefdevolle garagefestival?

Daarom zochten we Jeroen Blijleve op, fabassist bij ET EXPLORE ME & De Kliko’s en de directeur/programmeur van Patronaat. Van Ty Segall, Jon Spencer Blues Explosion, The Fuzztones, King Khan & The Shrines, The Phantom Four, Dead Ghosts tot together PANGEA, Allah-Las en Mudhoney: hij haalde deze bands allemaal naar Patronaat de afgelopen jaren. “We zijn in 2012 begonnen, wat alweer ver weg klinkt als je het zo zegt”, vertelt Blijleve. “Kliko was toen nieuw, maar Patronaat is wel helemaal vergroeid met die scene. Mijn voorgangers hadden ook allemaal een groot rock-‘n-roll-hart.”

 

“Rock-‘n-roll staat heel erg voor wat muziek zou moeten zijn”

 

“Door de jaren heen zijn we alle varianten van garage, psych, rock-‘n-roll, punk blijven programmeren. Soms had je enorme pieken met The White Stripes of een paar jaar geleden met alle westcoast-bands, die golven komen en gaan altijd. Maar garagehype of niet, het mooie is dat er altijd nieuwe bandjes blijven ontstaan en er een trouw publiek is.”

De harde kern
Want dat is een van de kenmerken van de garagescene, het is er eentje die alle hypes overleeft. Als geen ander genre zit het diep in de vezels van de liefhebber, het is meer een way of life en absoluut geen trend. De verklaring is lastig te geven. “Rock-‘n-roll staat voor mij heel erg voor wat muziek zou moeten zijn. De energie, de blinde passie en de bereidheid om alles voor de muziek op te geven. Het is hard werken en vaak veel voor weinig”, zegt Blijleve. “Het is allemaal geen moeilijke muziek of moeilijkdoenerij. Veel hogere doelen zitten er dan ook niet achter het festival. Ik kan er wel heel elitair over gaan doen, maar dat is het niet.”

 

Kliko Fest 2016

 

“Het is ook een select publiek dat naar die shows komt en die zijn natuurlijk allemaal verspreid over het hele jaar. Dus op een gegeven moment dachten we: ‘is het niet eens leuk om iedereen bij elkaar te krijgen op één dag en er een festival van te maken?’ Dan kun je het ook allemaal wat groter aanpakken”, vertelt Blijleve. “Dat was de ene helft, de andere helft was dat we Ty Segall konden krijgen in 2012, maar dat was wel midden in de zomer, dus ik wilde daar graag iets omheen bouwen.”

 

“Patronaat blijft gewoon een poppodium. Ik heb bij wijze van spreken liever dat de boel gesloopt wordt dan dat het zo’n nette boel wordt.”

 

Kruisbestuiving om vijf uur ’s nachts
Iedereen die weleens op Kliko is geweest, is bekend met de beruchte nachtprogrammering. “We zagen de tendens dat livemuziek steeds vroeger op de avond plaatsvond, dus hadden we ook zoiets van: dan gaan wij lekker tot zes uur ’s nachts door met bandjes. Iedereen zit er dan veel lekkerder in. Juist die interactie tussen bandjes en publiek is belangrijk en die is om vijf uur ’s nachts totaal anders dan acht uur ’s avonds”, zegt de programmeur. “En ook al zitten we in een relatief nieuwe pand, Patronaat blijft gewoon een poppodium. Ik heb bij wijze van spreken liever dat de boel gesloopt wordt dan dat het zo’n nette boel wordt.”

 

 

En dat afbreken van de tent gebeurt elk jaar met een divers gezelschap, zowel qua bands als publiek. “Het mooie van rock-‘n-roll is dat leeftijd helemaal geen reet uitmaakt. Je voelt je nooit jong of oud bij die shows, dat vind ik fijn en dat geeft ook een goede sfeer”, zegt Blijleve. “En dat spreekt aan. Ik zie ook weleens mensen die per ongeluk op zo’n avond belanden, helemaal niet van dat soort muziek houden en die helemaal uit hun dak gaan. Omdat het staat, omdat het raakt. Als je van die statische bandjes bent gewend en je ziet dan zo’n band op het podium stuiteren, dan sta je wel even met je mond open.”

Is het authentiek?
Elk jaar gaat Blijleve er weer voor zitten om een aantal zalen een dag lang te vullen. De selectie van de bands vanzelf tot stand. “De energie is het uitgangspunt en het moet ergens schuren. Dat hoeft dus niet per se gitaar, bas en drum te zijn. Ook niet voor het publiek, wat over het algemeen redelijk puristisch is. Verleden jaar hebben we bijvoorbeeld Los Pirañas, die zijn muziek baseert op cumbia (Colombiaanse muziek, red.) en dat ging echt beyond de verwachtingen. Ik vind het ook leuk om mensen te verrassen en vanuit verschillende muzikale paden samen te laten komen op zo’n festival.”

 

“La Muerte had een top drie aan Nederlandse festivals die de band wilde doen en daar zaten wij tussen. Dat is belooft wat voor de show”

 

Deze editie gaat het muzikaal van Cocaine Piss tot The Cavemen en New Bomb Turks, waarvan de laatste nogal bijzonder is, want de Amerikanen spelen niet vaak in Nederland en spelen zelfs een exclusieve show op Kliko Fest. “Ik zag toevallig dat de band bij Sjock Festival in België werd aangekondigd, dus toen ben ik daar direct op ingehaakt. Ben heel erg blij dat New Bomb Turks het tof vindt om hier te komen spelen”, zegt Blijleve. Hetzelfde geldt voor La Muerte, deze Belgen trekken ook niet vaak de grens over. “Zij hadden een top drie aan Nederlandse festivals die ze wilde doen en daar zaten wij tussen. Wij werden ook zelf gemaild door de band, dus dat belooft wat voor de show.”

 

 

Internationale selectie
Deze keer is de line-up vrij internationaal ingedeeld, toch ziet Blijleve dat het wel goed gaat met de Nederlandse scene. “Absoluut, kijk maar eens hoeveel Nederlandse bands in grote zalen spelen, dat is een lange tijd niet zo geweest. En wat betreft het klimaat, de wil om muziek te maken is er altijd, of er nu een goed popklimaat in een stad of regio is of niet”, vertelt Blijleve, die ook een kanttekening plaatst. “Alleen denk ik dat we in Nederland een dermate professioneel clubcircuit hebben opgezet, waardoor er eigenlijk voor nieuwe popbandjes minder mogelijkheden zijn om shows te spelen en in een stad een publiek op te bouwen. Als je in het begin veertig man trekt, dan is er bij veel podia geen plek voor je band. Dat vind ik wel een gevaarlijke ontwikkeling. Al is dat voor alternatieve bandjes wel anders, aangezien dat circuit groter is door kleinere zalen.”

 

 

Uiteraard kijkt de festivalchef uit naar alle shows, maar waar is hij nu nog nét even extra nieuwsgierig naar? “Sheesham & Lotus & Son, dat is wel echt een vreemde eend in de bijt en ik ben waanzinnig benieuwd hoe het publiek daarop reageert”, zegt Blijleve. “En Viagra Boys absoluut, wauw! Ik had wel verwacht dat er na Eurosonic meer met die band zou gebeuren, want dat is echt ijzersterk. Toen speelde de band voor The Moonlandingz in Vera, wat al te gek was, maar ik vond Viagra Boys zelfs nog een tikkie beter om eerlijk te zijn. Ik werd helemaal meegezogen in die show, met die rare saxofonist en die gekke zanger met z’n attitude. Dat worden wel de spannende momenten voor mij denk ik.”

 

 

Intieme DJ-ruimte
Naast een hoop bezienswaardigheden op het podium, is er ook dit jaar in de rest van het Patronaat weer genoeg te doen. “We hebben altijd platenstands, merch en uiteraard kun je lekker eten en zo. Maar dit jaar wil ik ook weer iets nieuws doen en een soort intieme dansvloer gaan maken. Een kleine ruimte (voor het idee: iets groter dan een forse kleedkamer, red.) waar continu DJ’s staan te draaien. Dat vond ik nog weleens een gemis op oude edities, waar het puur bandjeshoppen was. Zoiets gaat wel voor een goede afwisseling zorgen denk ik”, vertelt de organisator.

Afwisseling en energie zijn de kernwoorden van het Kliko. “Wat het festival maakt, is uiteindelijk de interactie tussen het publiek, het gebouw en de bandjes. Als die energie eenmaal in elkaar overloopt en alles begint elkaar te versterken, dan gaat het los”‘, zegt Blijleve glunderend.

 

WEBSITE KLIKO FEST | FACEBOOK-EVENT | TICKETS

 

Metropolis Festival
zondag 2 juli

 

Vijfentwintig jaar nadat Kurt Cobain de fameuze Trees in Dallas, Texas uit was geschopt, overkwam The Orwells in april 2016 hetzelfde. De god van Nirvana sloeg een bewaker snoeihard met de nek van zijn gitaar en bij de jongemannen uit Chicago was het een akkefietje met de geluidsman dat uitliep op een vechtpartij. Het is maar een kleine schep bovenop de archetypische Orwells-show, zoals we die al vaak genoeg in Nederland zagen. In aanloop naar ongetwijfeld weer een rumoerige show op Metropolis volgende week, blikken we met zanger Mario Cuomo terug op de voorbije tourmaanden.

Tussen de clubshows en de Europese festivals, waaronder dus Metropolis, hebben de heren enkele weekjes vrij. Tijd om bij te kletsen met vrienden en familie, er even op uit te trekken, toch? “Nee, ik doe niet veel,” vertelt Cuomo, ietwat nukkig, over de telefoon. “Ik ben altijd bezig met het zoeken van een hobby, maar ik denk dat ik liever op tour ben. Ik ben niet graag lang thuis.” De eerste tientallen shows met derde plaat Terrible Human Beings zijn achter de rug. Het is een gelaagde plaat, wars van de gebruikelijke songstructuren, maar nog steeds even scherp en catchy als het iconische Disgraceland. Heeft dat de shows anders gemaakt? “Nee” is het heldere antwoord van Cuomo.

 

“Tegenwoordig is een rockster iemand als Kendrick Lamar – dus niet echt heel rock-‘n-roll.”

 

Wat wel is veranderd, is de respons. Die was “real good”, vooral in Duitsland. “Het was de week nadat onze plaat was verschenen en er waren kids die niet eens Engels spraken en alles woord voor woord konden meezingen! Het was mind-blowing, you know, want ik kon me niet eens alle teksten herinneren. Een heel raar gevoel.” Twee woorden volstaan om de eerdere hype rondom The Orwells te duiden: David Letterman – bij wiens late night-show de heren in januari 2014 dusdanig de tent afbraken dat er voor een encore geen puf meer over was. Met de party anthem galore die Disgraceland heette was het hek helemaal van de dam. Anno 2017 is de vraag hoeveel fans er zijn blijven hangen. “Ik hoop dat alle one album fans weg zijn, dat we een meer solide fanbase hebben opgebouwd die om ons geeft en die ook blijft hangen als we een andere richting op gaan.” En wie zijn die fans dan? Cuomo heeft geen idee: “Onze fanbase is heel raar. We hebben shows gehad waarbij de helft bestond uit hele jonge meisjes en de andere helft uit oude mannen. Which is cool.”

 

 

 

Het eerdergenoemde incident met de geluidsman is slechts één van vele kapriolen die Cuomo en co op het podium hebben uitgehaald. Zo mochten tientallen zalen reeds de private parts van de zanger in levende lijve aanschouwen, een gewoonte waar hij inmiddels een punt achter heeft gezet. Wat beklijft zijn de etiketten. “Ik hou niet van woorden als rock star of rock god. Dat is niets meer tegenwoordig. Tegenwoordig is een rockster iemand als Kendrick Lamar – dus niet echt heel rock-‘n-roll.”

 

“Het is fucking onmogelijk ergens in Europa een flesje water te krijgen.”

 

Een ambiance van seks, drugs en rock-‘n-roll lijkt te allen tijde rondom The Orwells te hangen, maar zo heftig gaat het er buiten de shows niet aan toe, onthult Cuomo: “Als we niet spelen, drink ik het liefst heel veel thee en blijf ik uit de buurt van alcohol. Ik denk dat ik alcohol nu vooral graag gebruik om het interessant te houden. Het is verbazingwekkend hoe snel je het zat wordt om steeds enthousiast te doen en elke avond dezelfde songs te spelen.” Ook de vrije dagen zijn volgens de frontman weinig enerverend. Enigszins grinnikend vertel Cuomo over de keer dat ze drie vrije dagen in een Italiaans woonwagenpark overnachtten en al die tijd geen stap buiten het terrein hadden gezet.

Want hoe graag ze ook van huis zijn, “there’s not a lot of exploring” als de band in Europa speelt. “Ik hield er eerst echt niet van om Europese tours te doen, omdat het zo onbekend voor mij was. Ik had geen zin om iets te doen, maar de laatste tijd heb ik zoiets van – oké, je bent nu de hele maand in Europa, je kunt er net zo goed iets leuks van maken. Ik kom op plekken waar veel mensen goed geld voor zouden betalen.” Cuomo noemt Londen als favoriet (“compared to what I used to think of it.”) en ook Duitsland bevalt ‘m goed. Er is nog altijd één maar, en daar is de frontman behoorlijk gepassioneerd over: “Om een of andere reden is het fucking onmogelijk om ergens een flesje water te krijgen als je in Europa bent. Dan vind je één flesje bruisend water en dan moet je het daar de hele dag mee doen. I’m always fucking thirsty there.

 

“Ik denk dat we na de Pixies-tour de handdoek in de ring gooien.”

 

Tijd voor een blik vooruit, want na de zomer komen dromen uit en gaat The Orwells op tour met Mario’s “favourite bands ever”: in oktober met Weezer en in de laatste maand van het jaar met niemand minder dan de Pixies. “Toen we met deze plaat begonnen, had ik geen idee hoe het ontvangen zou worden, hoe de shows zouden zijn vergeleken met de vorige plaat, en op een dag opende ik m’n mail en kregen we dit nieuws te horen… Meer bevestiging heb je niet nodig.” Cuomo lijkt daadwerkelijk enthousiast te worden, tot de vraag rijst wat een tour met Weezer en de Pixies nog kan overtreffen. “Shit man, weet ik veel. Ik denk dat we na de Pixies-tour de handdoek in de ring gooien.”

Een grapje, mogen we hopen. Voor het zover is, staat in ieder geval nog een maandje seks, thee en rock-‘n-roll op de Europese festivals gepland. The Orwells houdt zich aanbevolen voor een gezellig woonwagenpark in de buurt van Rotterdam.

 

WEBSITE METROPOLIS FESTIVAL | FACEBOOK-EVENT

Down The Rabbit Hole
23 – 24 -25 juni

 

POND is een band die we al een tijdje kennen als het ‘kleine broertje’ van Tame Impala. De band uit Perth was een paar weken geleden te vinden op London Calling en gaven daar al een vlammende show. Komend weekend speelt POND op Down The Rabbit Hole om dat nog eens dunnetjes over te doen.  

Het was een stomend hete zaterdagavond op London Calling, de zalen waren zweterig en de mensen gingen in de grote zaal los op TRAAMS. Ondertussen waren de mannen van POND nog bezig met het naar binnen werken van hun avondmaaltijd. Jamie Terry, de synth-man van de band, werkt gretig zijn bord rijst naar binnen. ‘’Het eten begint langzaam allemaal op elkaar te lijken op zo’n tour. je mag ook eigenlijk niet veel verwachten op een klein festival’’, vertelt hij al lachend wanneer Nick Allbrook vervolgens de kleedkamer binnen loopt. We spraken hen kort over het nieuwe album: The Weather.

 

“Dat manische en hysterische hebben we geprobeerd erbij te pakken en op onze eigen manier beet te pakken.”

 

Het album
Kortom, de sfeer is goed. De mannen hebben er zin in en zijn maar wat blij dat het album The Weather uit is. “Het is echt een leuk maar lang proces geweest. Het was goed om weer een album op te nemen, het werd ook wel weer tijd om wat te doen met zijn allen. Maar uiteindelijk, na het opnemen, boeit zo’n album niet zo veel meer. Dan is het gewoon klaar en een gesloten boek. Het is vooral leuk dat mensen nu eindelijk de mogelijkheid hebben om het album te luisteren, weet je.’’

Voorbeelden van muziek die als inspiratie golden op dit album was vooral popmuziek vanuit de jaren tachtig. David Bowie is bijvoorbeeld een artiest waar de band veel naar geluisterd heeft. “David Bowie was zo’n magistrale artiest. Die man kon doen waar hij zin in had. Je wist nooit waar hij nu weer mee zou komen in z’n begintijd. Dat manische en hysterische hebben we geprobeerd erbij te pakken en op onze eigen manier beet te pakken. Verder zou ik eigenlijk niet echt weten welke bands we veel naar hebben geluisterd. Het album is alweer opgenomen aan het einde van 2015, begin 2016. Zou dan mijn Spotify-geschiedenis eens moeten doorscrollen’’, vertelt Nick lachend.

 

 

‘’Er was ook niet echt een grote druk om er een album uit te gooien’’, vervolgt hij. ‘’We hebben eigenlijk altijd het gevoel dat we altijd kunnen doen waar we zin in hebben, terwijl je van veel bands hoort dat er toch een bepaalde druk ligt vanuit platenmaatschappijen. Wij hebben dat echt totaal niet gehad. Het experimenteren tijdens het jammen was dan ook eigenlijk het leukst om te doen. Een nummer als Colder Than Ice is bijvoorbeeld praktisch gezien een live-jam.’’

De goede en onbevangen sfeer is ook terug te horen op het album. De mannen produceerden een sterk album en krijgen er ook veel lof voor, met wel de kanttekening dat het nogal klinkt als Currents van Tame Impala uit 2015. Pond lijkt op het album namelijk dezelfde verandering door te maken als Tame Impala. Een iets meer poppy geluid vervangt de dikke psychrock die we van POND kennen. Die vraag kan daarom dan ook niet uitblijven, de invloed van producer annex frontman van Tame Impala, Kevin Parker, lijkt immers groot. Nick vertelt: “Die vraag krijgen we wel echt steeds vaker, ik weet ook niet precies waar het door komt. Want voor mij klinkt dat album compleet anders. Het is niet alsof Kevin bij ons de studio in liep en zei: c’mon guys, join me in the pop world. Uiteindelijk hebben wij met zijn allen opgenomen en alle tracks met zijn allen geproduceerd én geschreven. Het was niet alsof Kevin de touwtjes in handen had en dat deze verandering zo vooraf bedacht was. Uiteindelijk vind ik namelijk dat we wel nog steeds als onszelf klinken, misschien wat meer invloeden vanuit andere genres, maar in de kern vind ik nog steeds dat we een psychrock-geluid hebben.’’ Jamie vult aan: ‘’We zijn eigenlijk gewoon een grote groep gelijkgestemden die állemaal hetzelfde leuk vinden aan muziek. Ik bedoel: wij hebben allemaal dezelfde verandering doorgemaakt. We vinden allemaal hetzelfde geluid tof. Dus ja, het kan allemaal gescript lijken maar in feite is het niet meer dan een natuurlijke verandering.’’

 

“Het is niet alsof Kevin bij ons de studio in liep en zei: c’mon guys, join me in the pop world.’’

 

Het succes van Tame Impala
De mannen hebben het succes van Tame Impala aan den lijve ondervonden als vriendengroep zijnde. De bekendheid steeg sindsdien exponentieel in Perth, de band ontstijgt inmiddels het heldendom. ‘’Natuurlijk, dat succes verandert wel het een en ander. Mensen kijken wel anders naar je. Maar dat het zo dichtbij was betekende wel dat we het hebben kunnen voelen, ondanks dat wij als band lang niet zo groot zijn. Dus we hebben er vooral met zijn allen goed op kunnen reflecteren en er kritisch naar kunnen kijken, daar hebben we wel van geleerd. Het maakte het leven ook een stuk hectischer.’’ zegt Nick. “De directe gevolgen daarvan zijn bijvoorbeeld dat we veel beter hebben leren touren. We nemen nu gewoon echt ook tijd voor onszelf omdat het anders wel heel zwaar wordt. Zeker met een intensief schema zoals wij hebben op dit moment. Zo’n tour kan je namelijk écht opbreken als je het verkeerd aanpakt. Vroeger verwaarloosden we onszelf nog weleens echt op een tour. Die tijden zijn wel voorbij. Desondanks leuk om met zijn allen op pad te zijn en lekker veel te spelen, lekker veel steden te zien en gewoon te genieten van alle mensen die bij ons langskomen.’’

 

 

Op de vraag of dat de mannen verwachten dat zij net als Tame Impala de wereld zullen gaan veroveren antwoorden de mannen lauwtjes. ‘’Nee dat zeker niet, de nasleep van zo’n album is leuk met al dat reizen, touren en het zien van zo veel steden. Maar ik denk niet dat de wereld veroveren het doel moet zijn, gewoon lekker doen wat wij zelf willen is het beste denk ik. Maximale artistieke vrijheid.’’

 

POND speelt op 23 juni op Down The Rabbit Hole!