Ondanks hardnekkige beweringen van critici (meestal op leeftijd) dat de popmuziek – in tegenstelling tot de industrie zelf – niet in beweging is en alle vernieuwende muziek al gemaakt is, gebeurt er nog meer dan genoeg interessants. Het beste en meest vernieuwende voorbeeld daarvan is misschien wel de beatscene van Los Angeles. Met Flying Lotus en Thundercat als vaandeldragers krijgt het bijzondere, op experimentele jazz geïnspireerde geluid uit Los Angeles steeds meer aandacht en klopt het hier en dan ook op de mainstreamdeur. Een dwarsdoorsnede van die scene en waarom de vloeibare freakelektronica die het voortbrengt eigenlijk best wel vernieuwend en interessant is.

Het verhaal begint in en daarom ook mét het astronomisch denkende hoofd van Steven Ellison, vooral opererend onder de artiestenaam Flying Lotus en sinds 2012 ook actief onder zijn rap alter ego Captain Murphy. Hij richt in 2008 in zijn geboortestad Los Angeles het Brainfeeder-label op: een droom die Ellison, familie van het bekende jazzechtpaar Alice en John Coltrane, als kind al had. In eerste instantie is het label zijn plan B voor als zijn carrière als muzikant en producer op niets zou uitdraaien, maar al snel besluit Ellison, samen met flatgenoot Adam Stover om de om zich heen kolkende groep met beatmakers door middel van het label te promoten. Want de muziekcultuur die aan het einde van de jaren 2000 in Los Angeles boven water begint te komen, is interessant.

 

Flying Lotus

 

De producers in en rond Los Angeles hebben namelijk al een klein decennium lak aan de regels van hun beroep. Ze zouden eigenlijk beats moeten maken voor lokale rappers om daar hun ding mee te doen, zoals we tenminste van producers gewend zijn, maar de producers die vanaf 2007/2008 bij Ellison aankloppen vinden dat niet boeiend. Ze zijn geen praters van de straat, maar dromers in hun eigen kelderstudio, of zoals Ellison het noemt: ‘the lab’.

Ellison (die we vanaf nu in dit artikel wat vaker Flying Lotus gaan noemen) besluit om juist die hyperexperimentele artiesten, de dromende laboranten dus, die andere labels links laten liggen, op het Brainfeeder-label uit te brengen. En zo geschiedde, zeggen ze dan. In verreweg het gros van de producties die het label uit brengt is het voor een rapper onmogelijk om zijn lyrics over de instrumentale tracks heen te leggen. Wat het precies moet voorstellen en binnen welk genre het past lijkt niet uit te maken (instrumentale hiphop, jazztronica?) Hoe meer ideeën binnen één track, hoe beter. Creativiteit lijkt het belangrijkste criterium en krijgt alle ruimte om te stromen. Je culturele achtergrond of huidskleur doen er ook niet echt toe, ‘witte’ en ‘zwarte’ muziek mag zonder schaamte gemixt worden en daarmee hebben we de grondfilosofie van de flexibele Los Angeles-scene te pakken.

De eerste golf
Met behulp van de plaatselijke nachtclub Low End Theory (niet te verwarren met de door jazz geïnspireerde hiphopklassieker van A Tribe Called Quest, of juist wel?) bloeit de scene verder op en verwerft deze langzamerhand meer bekendheid. De dromers krijgen de kans om in Low End Theory hun muziek te draaien en na een aantal jaren (en al een aantal goed eerste releases verder), volgt in 2010 de doorbraak. A Sufi and A Killer komt uit, het debuut van Brainfeeder-product Gonjasufi. Het komt niet op het label zelf uit, maar Flying Lotus heeft het album samen met The Gaslamp Killer, ook een Brainfeeder-protegé, geproduceerd en vangt precies het wispelturige, out there-geluid van de scene.

 

 

Het album is een chaotische, trippy, willekeurig lijkende brij van funk, punk, soul, country, Arabische chants en nog wat invloeden meer, met de wat haperende, rasperige zang van de excentrieke Gonjasufi (echte naam Sumach Ecks) erover heen. Later dat jaar wordt ook Flying Lotus’ eigen album Cosmogramma (zijn derde dan al) opgepikt en hoewel zijn tweede album in Los Angeles lokaal al rimpels veroorzaakte, zorgt Cosmogramma samen met het debuut van Gonjasufi voor de eerste internationale aandachtsgolf voor de scene.
Het unieke aan vooral Cosmogramma is dat de geluiden die op de plaat te horen zijn tot stand zijn gekomen met de computer, maar het geheel desondanks heel organisch en natuurlijk klinkt. Dit komt omdat de instrumenten die je hoort (van viool, tot basgitaar, tot saxofoon, tot harp) ook écht gespeeld zijn en niet uit de computer komen. Ellison heeft de partijen vervolgens bewerkt in zijn laboratorium en het resultaat klinkt, met bijna tot geen en nauwelijks verstaanbare zang, in één woord: kosmisch.
Door deze benadering en al haar vermenging van geluiden klinkt Cosmogramma nergens als een verzameling instrumentale hiphopbeats zonder rapper, maar meer als composities, geheel vrij van genre en norm. Elektronische jazz wordt het album her en der genoemd en Ellison, een fervent wietroker en drager van zonnebrillen op zijn grote donkere hoofd, een moderne jazzcat.

De tweede golf
In de jaren die volgen komen er steeds meer artiesten op met dezelfde muzikale filosofie. Bassist Thundercat komt voort uit Ellison’s eigen kliek en is sinds Cosmogramma, waar hij de basgitaar op bespeelt, onderdeel van de liveband van Flying Lotus. Dat overigens, alsof een liveband voor een elektronica-act al niet bijzonder genoeg is, INFINITY of ∞ heet. Je zou er bijna een Sun Ra-gevoel van krijgen.

 

Thundercat

 

Maar goed, Thundercat brengt sinds 2011 zijn soloalbums uit met groeiende positieve kritieken (zijn laatste album Drunk bracht hij drie weken geleden uit) en ook jazzsaxofonist Kamasi Washington timmert aan de weg. Hij besluit om in 2015 voor zijn debuutalbum een band van tien muzikanten om zich heen te verzamelen, en de hulp van een 32-man tellend orkest en een twintig koppig koor in te roepen. Het album krijgt The Epic als titel, bevat eigenlijk bijna geen elektronica en wordt wereldwijd bejubeld: de mogelijkheden lijken voor Brainfeeder écht eindeloos.
Het is dan ook bijna geen verrassing meer dat Washington met zijn tenorsax datzelfde jaar te horen is op To Pimp A Butterfly, het erg succesvolle album van Kendrick Lamar, waarop ook Thundercat, als basisgitarist en soulvolzanger, verschijnt, en Flying Lotus vermeldt is als producer. To Pimp Butterfly is dan trouwens weer die plaat waar David Bowie zijn inspiratie vandaan haalde voor zijn muzikale afscheid Blackstar.

Het blijft vloeien
En daarmee is de droom van de Los Angeles-beatscene met Flying Lotus voorop (die beweert dat zijn composities soms letterlijk uit zijn dromen ontspringen), steeds meer werkelijkheid aan het worden, en blijft er kruisbestuiving plaatsvinden. Zo bracht Steven Ellison begin dit jaar op het Sundance Festival ineens de offbeat horrorfilm Kuso uit, met hemzelf als regisseur en funkgrootmeester George Clinton als acteur.

Kamasi Washington

Het antwoord op het gesuggereerde einde van het bandtijdperk met charismatische frontman (van The Beatles tot Nirvana), en het toekomstige antwoord op de door grijze heren voorspelde dood van het tijdperk van de popicoon (van MJ tot Beyoncé), is daarom misschien wel een terugkeer naar de componist als spil van de muziek, zoals Mozart, Beethoven en al die andere geniale bepruikte figuren dat ook ooit waren. Geen saaie, stoffige componisten, maar Zappa-achtige nerds die in een kelder aan hun droomwereld knutselen, die goochelen met genres, instrumenten, effecten, kunstdisciplines en media.

De toekomst is natuurlijk veranderlijk en ondergetekende neigt soms tot overdrijven, maar toch: misschien dat Zodiac Shit, het vijfde nummer van Flying Lotus’ Cosmogramma, ooit wel zal worden gezien als het meesterwerk van zo’n postmoderne componist. En zo niet: dan is het idee van organisch vloeiende elektronische muziek in ieder geval wél blijvend.

 

Thundercat staat op vrijdag 7 april op Motel Mozaïque.

Dat de muziekscene totaal veranderd is de afgelopen twintig jaar, hoeven we je natuurlijk niet te vertellen. De populariteit van streaming zorgt ervoor dat de fysieke muziekverkoop terugloopt. Daardoor moeten artiesten vooral leven van hun concertopbrengsten, wat weer als gevolg heeft dat de prijzen voor veel concerten enorm gestegen zijn. Daarnaast zien we momenteel ook dat de manier waarop muziek nog fysiek gereleased wordt, aan het veranderen is: de EP wint aan populariteit.

Eerst even definiëren: een EP (extended play) is een middenweg tussen een single en een album. Hier staan meestal tussen de drie en de zes tracks en het heeft meestal een speelduur van maximaal een half uur. Er zijn natuurlijk geen vaste regels voor de benaming, het kan dus goed zijn dat een artiest zijn release een EP noemt terwijl het album langer duurt of andersom. Een elpee (LP, long play) is een volledig album en de traditionelere manier van muziek uitbrengen.

 

 

Voorganger is de EP-hype was John Mayer, die zijn volledige album The Search For Everything stapsgewijs in verschillende fases uitbrengt. Op de laatste vrijdag van iedere maand worden er vier nieuwe nummers de wereld in geslingerd. Ook in de indiescene wint het kleine broertje van het album aan populariteit, denk bijvoorbeeld aan het recente Myths-project van Mexican Summer of aan Beach van Bartek.

 

 

Waarom worden EP’s populairder? Artiesten moeten, mede dankzij Spotify, leven met een afname van de fysieke verkoop. Gelukkig biedt dit ook kansen. Je kunt als artiest namelijk op een veel laagdrempeliger manier muziek uitbrengen. Je gooit gewoon je tracks op Soundcloud zodra ze af zijn. Je publiek kan er toch à la minute bij, aangezien niemand meer naar de platenzaak hoeft te rijden.

 

 

Op deze manier is je muziek veel actueler: je hebt geen heartbreak-albums meer die vanwege een lange productietijd pas twee jaar na dato uitkomen en je als artiest de emotie op het moment van de release al lang weer kwijt bent. Het schrijf-, opname- en mixproces worden vanzelfsprekend korter wanneer je minder tracks nodig hebt om een EP te vullen. Tijdbesparing leidt logischerwijs weer tot kostenbesparing, wat ervoor zorgt dat ook kleinere bands makkelijk muziek kunnen uitbrengen.

 

 

Aan de kant van de luisteraar valt er ook wat voor deze transitie te zeggen. Er heerst namelijk een vluchtige cultuur, waarbij men – uitzonderingen daargelaten –  vaak niet meer de tijd neemt om een uur goed te gaan zitten om echt meegesleept te worden door een album. Het is nu eenmaal laagdrempeliger om even snel een EP’tje van een kwartier op te zetten van een artiest die je nog niet kent dan meteen een volledig 45-minuten durend album te luisteren. Om deze en voornoemde redenen zal de EP-hype naar verwachting vooral zijn intrede doen bij kleinere en onbekendere acts.

 

 

Al met al zal de extended play dankzij de behoefte aan lagere productiekosten en meer actuele releases aan de productiekant, en snellere luisterconsumptie aan de kant,  nog wel meer aan populariteit winnen aan de komende tijd. De digitalisering van muziek maakt deze overgang makkelijker. De elpee zal zijn waarde wel behouden, omdat je er beter een verhaal op kan vertellen als artiest. Bij bepaalde genres, ook binnen het indiespectrum, waar conceptalbums een grote rol spelen, zal dit argument de transitie in de weg staan.

 

 

Conclusie: het volledige album is niet dood, maar wordt wel bedreigd. En Spotify is degene met het geweer in de hand.

 

Het is misschien wel een van de meest spraakmakende bands van de afgelopen jaren. Niet per sé vanwege de continue stroom hoogtepunten, want het is een carrière die uit complete highs en ontzettend diepe lows bestaat. Van een razend goed ontvangen debuut met Astro Coast in 2010, tot de dood van gitarist Thomas Fekete in 2016. 

Van The Daily Indie schetsen Ricardo Jupijn en Merijn Kramer een profiel van de Amerikaanse band geschetst, om hem beter te leren kennen voor de The Daily Indie Presents-show op vrijdag 10 maart in Rotown. In verschillende thema’s bespreken we de laatste jaren van Surfer Blood: hoe het leven voor de band niet altijd even makkelijk is geweest, hoe bijzonder het is dat hij überhaupt nog bestaat en zichzelf ook nog eens opnieuw heeft uitgevonden. De band heeft zich namelijk door niets of niemand klein laten krijgen en klinkt op het vierde album Snowdonia net zo zelfverzekerd als in de begindagen.

 



Leden van The Daily krijgen vijftig procent korting op deze show. Lid worden doe je hier!

 

Hoe het allemaal begon
John Paul Pitts (zanger/gitarist) en Tyler Schwarz (drummer) spelen voor het ontstaan van Surfer Blood al een tijd samen in allerlei bands. In Orlando, Florida maken de twee een periode muziek onder de naam Jabroni Sandwich. Na eerst nog een tijd shows te spelen in de stad, verhuizen zij in 2008 terug naar hun geboorteplaats West Palm Beach in dezelfde staat. Daar ontmoeten zij gitarist Luke Bovat en bassist Freddy Schwenk. Samen starten ze TV Club, waar het kwartet het gros van het materiaal voor debuutalbum Astro Coast heeft geschreven.

TV Club komt echter tot zijn einde omdat Bovat uit de band wordt getrapt, waardoor Freddy Schwenk er ook mee stopt en beide heren weer op zichzelf zijn aangewezen. Het idee om het materiaal van TV Club uit te brengen blijft bestaan, tot het moment dat de twee op een afterparty van Ultra Music Festival in 2009 gitarist Thomas Fekele tegen het lijf lopen. Al snel wordt de band hernoemd naar Surfer Blood en besluiten het viertal er een missie van te maken om zoveel mogelijk te touren en snel een debuut uit te brengen.

Fun fact: de bandnaam is ontstaan doordat Schwarz en Pitts vrij willekeurig op de bandnaam kwamen. Tegenover The Aquarian vertelt hij. “It was our drummer, who has an interesting way of constructing sentences, haha. We had packed for a trip and he had a Hurley backpack, and I was making fun of him, because I thought it was goofy that he had that. His response was like, ‘Well, you wouldn’t understand, it’s in my blood. I have surfer blood.’ And I was like, ‘WOAH! Say that one more time.’”

 

 

Het megadebuut in 2010
En dat album komt. Na in 2009 de single Swim uitgebracht te hebben, ontstaat er al snel de nodige buzz rondom de band en worden de ideeën voor een plaat steeds concreter. Astro Coast, gemaakt in het studentenkamertje van Pitts, wordt in januari 2010 uitgebracht via Kanine Records en sleept daarna de ene goede review na de andere binnen. De band wordt vaak beschreven als dé indiescene-debutant van  2010. De bezoekers van SXSW zien Surfer Blood dat jaar als een van de hoogtepunten van het festival. Daarna volgen vele, vele gigs, met een flinke tour die de band in het debuutjaar naar festivals in Europa, Azië en Australië brengt. Ondertussen wordt het album door Pitchfork benoemd tot Best New Music, met een 8,2, en blijft de hype rondom de band nog wel even hangen .

 

 

Rechtszaak tegen Pitts
Het is een zaak die altijd aan de band en vooral aan zanger John Paul Pitts zal blijven plakken – ook al is hij vrijgesproken. In 2012 wordt de zanger namelijk gearresteerd wegens huiselijk geweld na een geëscaleerde ruzie met zijn ex-vriendin. Op het moment dat het nieuws naar buiten komt, besluit de band de eerste weken geen commentaar te geven, waardoor de destijds 26-jarig Pitts op internet al snel de Chris Brown van de indiescene wordt. Aan Stereogum vertelt hij in de zomer van 2013: “I understand that there’s a lot of speculation that goes on about it. I haven’t really said a whole lot about it up until this point out of respect for the situation and everybody involved and how delicate it is. You know, I’m still wounded. It’s still hard for me to think about it and talk about it even with my closest friends, so you know, the idea of talking about it publicly … It’s just you know, it’s just something I wasn’t prepared for until now. I think it’s been both exaggerated and oversimplified so far. Also, I was actually never convicted of any crime. I was never guilty of any crime. These are things that I think that have sort of gotten distorted along the way. And I would like to say that that is hard.”

De zaak werpt al snel een schaduw over de band en zijn zo goed ontvangen debuutalbum. Verschillende artiesten willen na de aangespannen rechtszaak niet meer met de band op tour en de tweede plaat (Surfer Blood heeft dan net getekend bij majorlabel Warner), moest op dat moment nog verschijnen. “Certain people started looking at us like we were strangers again“, zegt gitarist Fekete tegen Pitchfork in 2013, “which is obviously a bit heartbreaking, but it was expected as well.” De vliegende start van de band komt langzaam weer tot stilstand en Surfer Blood probeert er alles aan te doen om uit de negatieve publiciteit te komen.

Ondertussen wordt Pitts vrijgesproken en raadt de rechtbank Pitts dringend aan om een anger management course te volgen, wat hem naar eigen zeggen erg geholpen heeft. “That was helpful. I still drink, but I think I’m a lot better now and I have some control. But there have been times when I haven’t”, zegt Pitts in hetzelfde Pitchfork-interview. Daardoor blijft het een ietwat schimmige zaak, Pitts zegt ook: “I deeply regret everything that happened that night. I think people take take this incident as a reflection on my character, even though it was a mistake and the outcome of a horrible situation.”

Zelf heeft Pitts op de bandwebsite een statement geschreven om het verhaal voor eens en altijd af te ronden. En zoals gezegd, is Pitts vrijgesproken en is het de band alleen maar te prijzen dat zij gezamenlijk door deze periode heen zijn gekomen, platen uit hebben gebracht en zijn blijven touren. Een prestatie op zich en oorzaak dat de art met het verstrijken van de tijd weer gescheiden is van de artist.

 

Van indielabel naar majorlabel en weer terug naar indie
Na het succes van debuutplaat Astro Coast komt de band al snel onder de vleugels van majorlabel Warner Bros. Er wordt een grote zak geld op tafel gesmeten, de muzikanten worden van feestje naar feestje gesleept en de band trekt vanuit het studentenkamertje van Pitts naar een dikke studio in Los Angeles. Aan de Amerikaanse westkust neemt de band het album Pythons op in een fancy studio met producer Gil Norton, die eerder werkte met Pixies, Echo And The Bunnymen en Foo Fighters. Aan Interview vertelt de frontman eind 2013 het volgende over deze periode: “It all felt really magical. That sort of history, Gil’s catalogue, all the records that have been made there. It definitely romanticized the place for us. It’s a nice studio, but having that in the back of our mind is definitely inspiring. Everything we’d done up until [the record] had been home recording projects either in our bedroom or our friends house or something. We were ready to take the next step and try something new. I’m glad we did it. I’m really proud – I think it turned out great.

De plaat komt uit in de zomer van 2013 en al snel is het duidelijk dat Pythons niet zo lekker wordt ontvangen als de band hoopt. Om het allemaal nog dramatischer te maken, wordt Surfer Blood ook nog eens gedropt door Warner na hun ‘tweede-album-uitstapje’. “It was frustrating when our record kept getting pushed back. So at the end of 2013 we parted ways with Warner Bros. We were dropped, but we kinda knew it was coming and we kinda were like, ‘Well let’s make this new record. Let’s not overthink it. Let’s just write 10 songs, press record, and trust ourselves”, zegt Pitts tegen Chicago Inner Review in 2015.

Het blijkt uiteindelijk precies hetgeen te zijn wat Surfer Blood nodig heeft, want de band krijgt hun oude DIY-attitude weer te pakken. De band laat hun muziek en creativiteit de vrije loop, neemt alles zelf op in het huis van de drummer, slaat weer aan het experimenten en het spontane resultaat mondt uit in 1000 Palms. De band heeft op dit moment ook wel even een ‘winner’ nodig om weer terug te komen, maar de plaat wordt goed ontvangen met onder meer een acht van Clash Music, The Line Of Best Fit en een zeven van NME.

 

Het overlijden van gitarist Thomas Fekete
Het heeft iets macabers om ‘deceased’ te zien staan achter de naam van Thomas Fekete op de Wikipedia-pagina van de band. Na genoeg pijnlijke momenten in de geschiedenis van de band, spant 2016 de kroon. Het is het jaar waarin de 27-jarige gitarist overlijdt aan een zeldzame en taaie vorm van kanker. Fekete is jarenlang degene die met Pitts de Surfer Blood-kar trok. De twee doen bijna alle interviews en hij is degene die de band naar nieuwe hoogtes brengt met zijn energie en muzikale vooruitstrevendheid. Fekete spoort Pitts al die jaren aan om zijn muzikale horizon te verbreden en stort op die manier veel nieuwe invloeden in de liedjes van Pitts en daarmee Surfer Blood.

Net voor de release van het derde album 1000 Palms in 2015 besluit Fekete te stoppen met touren. Pitts vertelt over deze periode het volgende tegen Billboard. “He had just gotten married that fall and on his honeymoon he began to feel really bad, so he went to the hospital and found out. At the time, we had sixty shows booked, a record coming out that May, and were finally signed to another label after getting dropped from Warner Bros. It should have been obvious he wasn’t going to be able to tour with us. I was like, ‘You’re still coming, right?’ I couldn’t wrap my head around not having him on the road with us. It was so baffling. I sort of mourned the loss of my bandmate and writing partner back then in 2015. It was really, really hard.

Terwijl de medische rekeningen zich opstapelen, schrijft Fekete op zijn GoFundMe-pagina (waar hij 120.000 dollar op probeert te halen). “I not only feel great, but I am in great spirits and I know this will soon be over like a bad dream.” Terwijl de band zijn steentje probeert bij te dragen, gaat Surfer Blood op tour om geld op te zamelen voor de behandelkosten. Alsof het nog niet erg genoeg is, wordt tijdens een korte stop het busje van de band leeggeroofd in Illinois met daarin duizenden dollars voor Fekete’s behandeling. Ondertussen proberen onder meer Real Estate, Yo La Tengo, Yoko Ono, The Flaming Lips, Interpol, Sharon Van Etten, Angel Olsen, Guided By Voices, Julianna Barwick, Cults, the Pains of Being Pure at Heart en The Drums te helpen door persoonlijke items en onuitgebrachte nummers te veilen.

Het mag niet baten. Op 31 mei 2016 maakt zijn vrouw Jessica op zijn GoFundMe-pagina bekend dat Fekete is overleden. “Our sweet Thomas passed on last night, peacefully in his sleep, holding my hand. With one last sigh, he let go of the burden of pain and suffering that he has been bravely carrying for so long. I am full of comfort knowing that he is now free, and long for the day I get to be with him again”, schrijft zij.

Thomas Fekete (1988 – 2016)

 

Snowdonia
Ook na zo’n bijzonder heftig jaar, wordt de band niet op zijn knieën geworpen. Met de gloednieuwe plaat Snowdonia is Surfer Blood namelijk weer terug op het gevoelsniveau waar menig fan de band op een comfortabele en haast nostalgische plek heeft zitten. De retestrakke gitaarlijnen, nerveuze melodieën, verlichtende sound en ijzige zanglijnen zijn net zo duister en indringend als het oude Surfer Blood-werk. Wat best frappant is, want je verwacht eerder het meest droevige album van de band tot nu toe. Dat Snowdonia zo’n open en fris album is geworden, is allesbehalve vanzelfsprekend, wanneer je de gebeurtenissen in 2016 op een rijtje zet. Het is namelijk niet alleen het eerste album zonder Thomas Fekete, maar ook zonder bassist Kevin Williams, die het hectische bandleven zat is en in Texas is gaan wonen voor een nieuwe carrièremogelijkheid.

Los van al deze gebeurtenissen, krijgt Pitts het van meerdere kanten voor zijn kiezen. Tegen Diffuser vertelt hij eerder dit jaar: “What can I say? 2016 was a pretty awful year. It started with my mom getting cancer, and somewhere in the middle, Thomas passed. Then we had the election…” Ondanks alles, lijkt de muzikant zelfverzekerder dan ooit. Waar Pitts eerder nogal terughoudend is over de betekenissen achter zijn teksten, heeft de zanger zijn lyrics online gezet en praat hij steeds makkelijker over alle pijnpunten in de Surfer Blood-geschiedenis. Om The Beatles te citeren: ‘I got to admit it’s getting better, a little better all the time. It can’t get no worse’.

 

 

Het hele proces rondom Snowdonia verloopt een stuk vrijer en opener, ook omdat Pitts het vierde album opnieuw zelf opgenomen en geproduceerd heeft. In een interview met Baeble Music vertelt de frontman meer over het maken van deze plaat, de nieuwe samenstelling van de band, het gemis van Fekete en hoe het hele concept van Snowdonia door een droom plots tot hem kwam. Pitts keert de verschrikkelijke omstandigheden om door een plaat te maakt waarop hij zichzelf opnieuw uitvindt. Met gitarist Michael McCleary en Lindsey Mills als nieuwe bassiste, lijkt de band sterker dan ooit. Of zoals Pitchfork het omschrijft: “It’s Surfer Blood’s first album since their debut that doesn’t invite you to think about what could have been. It simply makes the most of what is.

En niet onbelangrijk: ook Fekete zou trots geweest zijn op dit album, zegt zijn aloude vriend Pitts tegen Yahoo Music. “He had such good taste in music. He was younger than me, but I did look up to him — because I would know about a third of the cool bands that I know about now, because Tom introduced me to new records. So I really hope he would like it.” De sunshine pop van Surfer Blood heeft nog nooit zo luchtig en onverteerbaar geklonken.

Surfer Blood speelt vrijdag 10 maart in Rotown met support van Pip Blom. Dit is een The Daily Indie Presents-avond, wat betekent dat leden van ons vijftig procent korting krijgen bij Rotown! Nog geen lid? Word het hier!

 

 

 

Dit soort verhalen blijven lezen en met korting naar de Surfer Blood-show?
Word dan lid voor 10 euro per jaar!



 

In het vliegtuig stappen naar Los Angeles op je debuutplaat op te nemen: dat is voor iedere band een droom, maar Matteo Karkazis (23) en Kyon Edelenbosch (22), beide afstudeerders aan de Nederlandse Pop Academie, flikken het gewoon. Met documentairemaker Stijn Kunneman (27) in hun kielzog, nemen de twee Utrechtenaren komende drie weken de debuut-EP op voor hun band A Cynic’s Mind, en delen hun avonturen wekelijks met The Daily Indie. Dit is het derde deel en het slot.

Het is zover! We zijn terug van onze roadtrip en de studiodagen zijn nu erg dichtbij. We spenderen een weekend om onze nummers nog een aantal keer goed door te nemen in de studio en bij onze producer Gareth thuis. We beslissen welke nummers we willen opnemen en welke arrangementen daar nog bij moeten. We willen drie al bestaande eigen nummers opnemen, maar met nieuwe arrangementen. Daarnaast maken we ook een nummer volledig in de studio en nemen we een interlude op voor onze debuut-EP. We merken bij Gareth thuis al hoeveel toffe muzikale ideeën hij heeft en hoe zijn creativiteit onze muziek op een positieve manier verandert.

 

 

De eerste studiodag begint. We gaan direct aan de slag en nemen ruwe akoestische gitaartracks op, waar we vervolgens meerdere arrangementen op kunnen bouwen.We bedenken drums en nemen deze op. De studiodagen zijn lange dagen van twaalf uur. We merken dat het best uitputtend is.

De volgende dag nemen we vocals, bass en elektrisch gitaar op. We lopen redelijk op schema. Hierna hebben we drie dagen vrij. We bezoeken Griffith Park en the Observatory, een plek naast de Hollywood Sign, waar we een uitzicht hebben over heel LA. De tweede dag bezoeken we Venice Beach en Santa Monica opnieuw omdat het weer een stuk beter is, en ’s avonds meeten we Gareth bij een hele toffe pizzatent waar ze nieuwe hiphop-videoclips presenteren en screenen. De dag erna gaan we naar Little Tokyo in Downtown LA en zoeken we ’s avonds naar live muziek in Silverlake en Echo Park.

 

 

Dan breekt de laatste opnamedag aan. We voegen de laatste arrangementen toe, waaronder piano, extra percussie, synths en extra gitaar. Vandaag is vooral veel experimenteren, de veertien uur gaat dan ook wel erg snel voorbij. Maar we zijn superblij met het resultaat!

Onze trip komt tot een eind. Deze laatste paar dagen bezoeken we nog het mooie natuurgebied van Joshua Tree, en bezoeken we nogmaals Downtown LA, en als afsluiter een gezellige avond bij Gareth thuis waar we nog een aantal keer goed luisteren naar de ruwe mixen van ons opgenomen materiaal.

 

 

Nu nog een lange vliegreis, via Chicago terug naar Schiphol. De EP zal de komende weken gemixt worden. Te luisteren vanaf aankomende zomer!

Lees hier ook deel 1 en deel 2 van de reis van A Cynic’s Mind in Los Angeles!

In het vliegtuig stappen naar Los Angeles op je debuutplaat op te nemen: dat is voor iedere band een droom, maar Matteo Karkazis (23) en Kyon Edelenbosch (22), beide afstudeerders aan de Nederlandse Pop Academie, flikken het gewoon. Met documentairemaker Stijn Kunneman (27) in hun kielzog, nemen de twee Utrechtenaren komende drie weken de debuut-EP op voor hun band A Cynic’s Mind, en delen hun avonturen wekelijks met The Daily Indie.

We verlieten jullie vorige keer op 16 februari, toen we aan onze roadtrip begonnen! Na een toeristische route van vier uur komen we die dag ’s avonds aan in San Diego, waar we verblijven in een prachtig klein huisje met wat medemuzikanten. San Diego is de fijnste plek op aarde. Het weer is twee volle dagen perfect, de mensen zijn behulpzaam en vriendelijk, de stad zit vol met kunst en kunstenaars, en is een stuk minder overbevolkt en druk, iets dat we in Los Angeles wel ervoeren.

 

Na twee dagen San Diego rijden we terug naar LA om hier Laguna Beach en Venice Beach te bezoeken. Venice geeft ons het artistieke gedeelte van LA dat we eerder nog zochten. Om de paar meter zijn kunstenaars aan het werk en we voelen en zien de hiphop- en skatecultuur die je kent uit je favoriete tienerfilms.

 

Onze roadtrip gaat verder naar San Francisco. We vertrekken vroeg en komen laat in de middag aan. We parkeren de auto in Haight-Ashbury, een beroemde wijk in SanFran, met een sterke 70’s hippie-vibe. We verlaten de auto even om het beroemde Amoeba Music te bezoeken, een gigantische platenwinkel. Als we vervolgens weer teruglopen naar onze auto, vinden we die terug met een gebroken ruit.

Er is ingebroken! We zijn duizenden euro’s aan camera’s en andere spullen verloren, en zo ongeveer al onze kleren. Daarnaast is ook Stijn’s documentairemateriaal van de afgelopen anderhalve week weg. Onze gitaren vinden we wonderbaarlijk onaangeraakt terug in de auto. We worden wakkergeschud. Alles vóor dit moment voelt als maanden geleden, als een soort droom. De trip en de documentaire begint weer opnieuw. Een buurtbewoner blijkt foto’s te hebben gemaakt van de inbraak, dus we hebben in elk geval een aandenken aan de dief.

 

Na een bezoek aan het politiebureau en het ophalen van een nieuwe huurauto verlaten we San Francisco zo snel mogelijk en spenderen we de avond in het relaxte surferstadje Santa Cruz. De volgende dag rijden we naar Santa Barbera. We rijden door de Big Sur, een prachtig natuurgebied langs de kust, dat bij een opkomende storm nog veel specialer is. Een van de allermooiste dingen die we ooit hebben gezien.

Een dag later zijn we weer terug in onze gangsterwijk Pico-Union in Los Angeles. Het wordt nu tijd dat we ons een aantal dagen vol gaan focussen op het maken van muziek en het schrijven van onze EP, zodat we daarna samen met producer Gareth de studio in kunnen gaan. Daarover volgende week meer!

 

 

Een kruisbestuiving van indie en klassieke muziek, dat is Cross-Linx in een notendop. Een band als Efterklang waagt zich aan opera, terwijl klassiek geschoolde coryfeeën als Gwyneth Wentink het experiment zullen opzoeken met visuals en elektronica. In de aanloop naar het reizende festival (2-5 maart) gaan wij nog een stapje verder en maken we de oversteek naar een nieuwe wereld. 

Het is kwart voor acht op een vrijdagavond als uw fotograaf en verslaggever van dienst over een verlaten industrieterrein in Amsterdam-Noord lopen. Pikdonker is het, het weinige licht is afkomstig van de maan en enkele tl-balken. Hier zou je geen enkele huiskamer verwachten, laat staan eentje waar we getuige zullen zijn van een intiem concert van een beroemde harpiste. We rammelen aan wat deuren, lopen nog een hoekje om en zien dan Brendan Jan Walsh staan, naast een grote poster van Cross-Linx. Hier is het.

Walsh is cellist, dirigent, dj, presentator, producer en artistiek directeur van Classical Music Rave, om maar een aantal functies te noemen. Hij is sinds kort ook ambassadeur van ‘indie-classical’ en van de Amsterdamse editie van Cross-Linx (daarover vind je zeer binnenkort een interview op onze site), maar vanavond vooral onze gastheer. Via een krakkemikkige trap leidt hij ons naar een huiskamer die nauwelijks sfeervoller gekund had. De kaarsjes branden, de rode wijn vloeit en pontificaal prijkt de harp. Met vijftien man zijn we vanavond: vooral bekenden van elkaar en dus voelt het een beetje alsof we bij een familieborrel binnenwandelen, maar dan eentje met een exclusief optreden van Gwyneth Wentink. En dát is de kern van indie-classical, laten we ons door Walsh vertellen: “We bevinden ons in de periferie van de klassieke muziek. Alles is mogelijk: klassieke stukken met elektronica spelen, of met een band, en optredens van grote artiesten in een huiskamer bijwonen in plaats van op afstand in het Concertgebouw.”

 

 

Om twee voor half negen verplaatst het gezelschap zich naar de VIP-lodges: de hoekbank, de leunstoelen en de pianokruk. Wentink geeft eerst een mini-spreekbeurt over de harp. Hoe de harp werkt (met 47 snaren en zeven pedalen), wanneer de eerste harp met pedalen werd uitgevonden (eind zeventiende eeuw) en welk stuk de Utrechtse voor ons zal gaan spelen: Canto Ostinato van de Nederlandse componist Simeon ten Holt. “Wie kent dit stuk níét?,” vraagt Wentink, en met enige schaamte steken wij onze hand op. We zijn de enigen. Einde spreekbeurt: Wentink doopt haar handen in warm water, zetelt zich achter haar harp en begint, na optredens voor uitverkochte zalen in Venetië, New York, Tel Aviv, Tokio en Barcelona, aan een concert voor welgeteld vijftien man.

 

 

“Mediteer, geniet en ontspan”, was het advies voor aanvang en dat zullen we weten. Canto Ostinato is minimal music ten voeten uit. Minutenlang klinkt dezelfde loop, gevolgd door loop na loop, op gevoel afgewisseld door Wentink. De zoete klanken vullen de ruimte, meer nog dan je van zo’n instrument zou verwachten, en toch is ieder geluid oorverdovend, mede dankzij de akoestiek van het voormalig kantoorpand: het niesen van de neuzen, het sluiten van de camera, het klikken van de pen, het kraken van het zand onder onze voeten, het schrapen van de nagels in het schaaltje olijven, het piepen van de deur bij binnenkomst van de twee laatkomers (de pont gemist) en het flikkeren van de kaarsjes… Sommigen zitten op het puntje van hun stoel, anderen leunen comfortabel achterover en turen naar het plafond. Afwisselend romantisch en duister is Canto Ostinato in deze uitgeklede versie (het stuk werd in 1976 geschreven voor vier toetsinstrumenten) vooral aangrijpend en hypnotiserend.

 

 

Wentink speelde het stuk eerder al eens zes uur achtereenvolgens, maar het stuk zou ook enkele dagen kunnen duren, waarschuwde ze, maar “gelukkig hebben we genoeg wijn!” Zo ver komt het niet, en niemand neemt ook maar één slok van zijn wijn. Na bijna veertig minuten komt Canto Ostinato zacht maar zeker tot een einde. Een enigszins ongemakkelijke minuut heerst de stilte, maar dan klinkt applaus. Oorverdovend, afkomstig van vijftien paar handen. “Alsof je een heel fijne massage krijgt en iemand plotseling stopt”, merkt iemand op. Het gezelschap ontwaakt uit zijn transcendente meditatie, praat wat na over kleuren, dissonante klanken en thema’s, en dan stelt Wentink voor nog een klassiek stuk te spelen. Een ‘klassiek’ klassiek stuk: Carnaval de Venise, van de in 1897 gestorven Belgische harpist Félix Godefroid. Je kent ‘m wel. Het is een dynamisch stuk en Wentink laat ons alle hoeken van de harp zien, maar zo grijpend en hypnotiserend als het voorgaande arrangement wordt het niet. Achter ons lacht Brendan Jan Walsh meermaals hardop. “Er komen in dat stuk zó veel clichés bijeen dat het hilarisch is, maar ook héél goed natuurlijk”, verklaart hij zich naderhand.

 

 

Gevangen in de hogere sferen van Wentinks harpmuziek wordt na afloop uitgebreid nagepraat. Met een glas in de hand verzamelt men zich rond de kaasplankjes én het instrument van de avond. Enigszins decadent is het wel, zeker in de wetenschap dat wij morgen weer vol overgave ergens in het land in een moshpit zullen duiken. Met die tegenstelling in het achterhoofd wisselen we muzikale inzichten uit met enkele aanwezigen, veelal diep geïntegreerd in de klassieke ‘scene’. Waarin verschilt Canto Ostinato van de andere muziek die bij The Daily Indie voorbijkomt? Uw verslaggever kan geen band noemen die één track tot een urenlang uitvoering zou kunnen rekken, zonder dat het gaat vervelen. Föllakzoid misschien, hooguit King Gizzard of LCD Soundsystem. Hoe houd je zoiets überhaupt spannend? Ook Wentink kan het onmogelijk uitleggen. “Je wordt soms onbewust beïnvloed door, tsja, de ‘chemische omstandigheden’. Helemaal in een intieme setting als deze, als iedereen bijna bij je op schoot zit.”

Het is verfrissend, zo’n avond uit in een andere zone en in andermans huiskamer. Verfrissend omdat maar weinig bands zich aan de harp wagen. Verfrissend omdat je zo mensen spreekt die níéts weten van de nieuwe plaat van The Orwells, maar vol vuur vertellen over klassieke componisten én nieuwe ontwikkelingen in die wereld. Vooral dat laatste is noemenswaardig en de kern van Cross-Linx, het festival dat de aanleiding is voor dit alles. Aan de andere kant van het IJ zal over anderhalve week, op 5 maart, die kruisbestuiving van indie en avant-garde met klassieke muziek nog uitgebreider gevierd worden, zij het met meer dan vijftien man.

 

Wil je The Daily Indie steunen door lid te worden én naar Cross-Linx? Dat kan! Word nu lid en win twee kaarten voor een avond naar keuze. Meer informatie vind je hier.

Eerder las je al Deel 1 en Deel 2 van onze grote tourreportage. Tijdens Eursonic Noorderslag gingen we vier dagen met de band op pad tijdens hun ‘Grote Weekend In Het Noorden’. Hieronder is het laatste deel te lezen in de trilogie: de Noorderslag-zaterdag en kater-zondag.

Zaterdag
Wandelafstand: 10,4 kilometer
De belangrijkste show van het jaar! In ieder geval tot nu toe, maar wie weet wat er hierdoor allemaal op de bandplanning komt te staan in 2017. Voordat het 22:00 uur is, moeten er nog wel even twee showtjes gespeeld worden. Vrij vroeg ook nog. Niet heel slim misschien, want het is weer een hoop gedoe, gesjouw en geregel. Maar goed, hè, we zijn er nu toch en we gaan gewoon weer lachen vandaag. Jatognietdan? Maar eerst: waar moeten we heen?! Oja, naar de kelderbar van Vera voor Jagersonic. Wel een erg leuk showtje om te spelen en even de zaterdag mee op te warmen. Gelukkig mogen we eerst nog even met de hele backline door het centrum van Groningen ploeteren en sneeuwt het vandaag voor de verandering. Wat weer hetzelfde verhaal is: het gedonder met de backline. Bij Vera aangekomen blijkt de vijftien kilo wegende bastop van Jim die met handen en voeten is meegesleept en die we dag daarvoor nog speciaal op zijn wezen halen door weer en wind (omdat ‘ie vergeten was), helemaal niet nodig. Fijn!

 

 

Ondertussen begin ik toch wel een beetje spijt te krijgen van de keuze om alleen mijn Nike’s mee te nemen dit weekend. Ze lopen wel erg lekker en zijn high-tech-luchtdoorlatend, maar daardoor loop je wel binnen twee tellen op een bedje van ijswater als er iets van vocht uit de lucht komt gevallen of gedwarreld. Maar we zullen doorgaan! Ik heb droge sokken meegenomen, het is inmiddels iets na twaalven geweest en voor Jerry is het dus alweer tijd voor een biertje. De rest van de band zet zijn tanden nog even in een chocoladecroissantje en een dampende bakkie koffie, terwijl Jim een beetje bleekjes en pips tegen zijn basversterker aangeleund staat. Ik hoop van harte dat ‘ie het volhoudt vandaag na zijn innige omhelzing met het toilet gisteren. We – inmiddels is het ‘we’ – openen vandaag Jagersonic, waar onder meer The Kik, Henk Wijngaard, traumahelikopter en Bonnie St. Claire spelen. Ondanks het tijdstip staat de kelder al vol (brakke) nieuwsgierigen en moet Jerry zelfs nog een handtekeningetje uitdelen aan een trouwe fan. Ondanks het tijdstip stort de band zich vol overgave op een setje rauwe nederbeat. Het publiek gaat van kinderen van een jaar of drie, vier tot en met een groepje vijftigers die alle teksten meezingen. Het valt hier pas op hoe goed de muziek geschikt (op sommige teksten na) is voor jong en oud. De langharige zanger zet na afloop nog een handtekening op een elpee zet voor een tienjarige fan. Jerry noemt de Ego Trip zo nu en dan ook terecht ‘een band voor het hele gezin’.

 

 

Terwijl The Tambles weer staan te ginnegappen in een hoekje naast de toiletten van Vera, komt de vraag omhoog of we niet een taxi naar onze volgende bestemming moeten pakken: de stadsschouwburg van Groningen, voor ons optreden tijdens de uitreiking van het IJzeren Poppodium. Iedereen is het gesjouw inmiddels wel een beetje zat en we willen voorkomen dat er vijf muzikanten met lamme handjes op het podium staan vanavond in die Oosterpoort. Maar nee, we gaan toch lopen. Als een soort vreemde straf begint het vervolgens – en die hadden we nog niet gehad dit weekend – eens even lekker flink te hagelen. Zelfs zo hard dat ik eindelijk eens tijd had om een filmpje voor de kijkers thuis te maken, want we maakten een noodstop. Het is ongelooflijk, want kijk zelf: die pretoogjes van de jongens zijn zelfs in deze omstandigheden niet te doven. Het doet me denken aan de tijd dat ik nog twintig, energie voor tien had en fris en fruitig was.

 

Trippel, trippel glijden we verder de over gladde, Groningse paden en worden we ontvangen in de gangenstelsels van de lokale schouwburg. Er is eten, drinken, het is warm en er zijn zachte banken. Ik lig (nou, hoelang zou het geweest zijn? Ongeveer veertig seconden?) op een sofa, als Jim alweer zenuwachtig tijdschema-PDF’je staat te koekeloeren. We moeten naar de Oosterpoort om onze bandjes op te halen voor Noorderslag vanavond. We hebben nog een twintig tot dertig minuten voor die balie sluit en het is minstens vijftien minuten lopen. Na vijf minuten zijn we alweer terug in de kou en lopen we door de papperige sneeuw (natte sokken, jawel) door het centrum, waar het net lijkt alsof ik naast Sinterklaas loop. Overal is het: ‘hé Jerry’, ‘Jerry, hey man’ ‘what’s up!’, ‘Jerrryyyyyy!’ En Jerry maar zwaaien en handjes schudden met dat glimlachje van hem. Zonder botbreuken komen we bij de Oosterpoort aan, waar we ons melden bij de balie. Ik vermoed al zoiets, maar die bandjes zijn voor de conferenties en niet voor vanavond. “Nee, die kun je vanavond pas ophalen vanaf jullie get-in. Aan deze bandjes heb je nu eigenlijk niets meer, die verlopen over vijf minuten.” Jim ziet het al in onze ogen en de rode vlekken in onze nekken. “Ja, sorry guys!” Maakt niet uit, maakt niet uit… Jezus, jongens! Ying-yang. Ying-yang. Blijven ademen. Gelukkig hebben we ook helemaal geen tijd om te blijven, want we moeten weer als een wervelwind terug omdat we anders de soundcheck missen.

 

 

En die is nog wel belangrijk, aangezien de band daar het nummer Wild Thing gaat coveren, inclusief een op maat gemaakte tekst over de IJzeren Podiumdieren-genomineerden voor de categorie Marketing. Zing ‘marketing’ op de melodie van Wild Thing en je hebt een idee. Na een als een klok klinkende soundcheck, hebben we CHILL-tijd(!) en is er straks nog een buffetje. Geniet0n! Jerry pakt een hoekje om lekker zijn ding te doen op zijn telefoon, waarbij ik nog steeds geen idee heb wat ‘ie daar nu allemaal op uitspookt de godganse dag. In de tussentijd hang ik mijn sokken te drogen in de kleedkamer en de guitige Tambles zitten bij terugkomst weer grappen te maken aan een tafeltje in de backstage. (Ik weet niet of iemand de film A Hard Day’s Night van The Beatles heeft gezien, maar ik heb het gevoel dat ik al drie dagen een Part Two aan het maken ben.) Eindelijk is het tijd om dat ene nummer te gaan spelen voor een rode wijn drinkend en dinerend schouwburgzaaltje. Jerry vergeet direct de eerste zin en de rest van het nummer loopt een beetje twijfelend. Niemand heeft iets door en uiteindelijk landt alles op zijn pootjes.

 

 

Happie eten en snel weer door, want de bus moet gehaald worden voor de avond der avonden: Noorderslag. It’s time. Als ik – govvuurrrredomme – alweer die bus kan gaan halen, stuitten we op een bevroren bus en een een gebrek aan ijskrabbers. Jerry trekt zijn schoen uit en probeert met zijn hakken de voorruit ijsvrij te maken. Werkt natuurlijk niet, dan maar even wachten in het pruttelende en warmer wordende dieselbusje. Bij de schouwburg laden we alles in en bid ik tot meerdere goden dat we deze keer wel alles bij ons te hebben. Navigerend door het centrum, vinden we een gangetje richting de backstage van de Oosterpoort. Spulletjes uitladen, het busje parkeren op een speciale parkeerplek en eenmaal binnen is het Noorderslagtijd. Yeah, baby! Een pand vol vrienden, bekenden en kekke bandjes: let’s do it! De band speelt vanavond in De Foyer, wat een prima plek is. Het is een open ruimte tussen de zalen, een soort heel grote gang. Los van de mensen die de Ego Trip al hebben omcirkeld op hun schema, zullen veel voorbijgangers wel even blijven staan en vervolgens gevangen worden in het positieve energie-vangnet van de band.

 

 

Terug naar de huidige tijd, want daar komen alle spulletjes al op een kar aangerold. Iedereen pakt zijn dingetjes en wat blijkt? Ach, waarschijnlijk geloof je het ook niet eens, maar neem van mij aan: dit is echt gebeurd.

Tijs is zijn halve drumstel vergeten… Echt.

Dit verzin je toch niet. Je speelt op Noorderslag en je vergeet gewoon praktisch je instrument. Ik ben inmiddels voorbij het punt dat ik er nog om kan lachen, want dit is wel vrij kut voor zo’n belangrijke show. Wil ook graag Ruben nog even benoemen: die zijn orgelkrukje is vergeten, ook niet super handig. Het is absoluut goed voor het verhaal, maar inmiddels voel ik mij wel iets meer betrokken dan dat. Gelukkig is er een razende stagehand die nog wat drumspullen bij elkaar weet te kletsen en is er – in ieder geval – iets om op te slaan. Na wat gehang, gerook, gehang, gerook en wat rond te banjeren door de gangen van de Oosterpoort, is het half tien geweest. Nog een krap halfuur tot de show. En op een of andere manier, ik weet niet direct waarom, begin ik een beetje zenuwachtig te worden. Ergens in een grijs verleden heb ik zelf nog eens op Noorderslag gespeeld, toen had ik er geen last van en nu wel. Krampjes in de maag, stijve spiertjes in de benen en overgevoelige zintuigen. Vreemd. De jongens moeten erom lachen als ik het vertel en waarderen de betrokkenheid. De spullen mogen het podium op en alles lijkt er goed uit te zien. Nog twee minuten…

 

 

Ik heb al een tijd het idee dat Jerry een gouden formule in handen heeft. Met de sound, de humor, het Rotterdamse accent, de goede en jonge muzikanten, de teksten en de energie. Toch komt het er ineens allemaal tegelijk uit tijdens de Noorderslag-show en wordt er nog één ingrediënt toegevoegd die de formule nog nét even iets krachtiger maakt: een afgeladen zaal. De Foyer is inmiddels haast dichtgeslibd als The Tambles opkomen en het intronummer ‘Daar komt ‘ie aan, daar komt ‘ie aan’ inzetten. Jerry staat er koeltjes bij achter het podium: “Ja joh, het is gewoon een leuk showtje, je moet het ook niet overdrijven”, en wacht op het goede moment. Hij doet de deur open in het decor, steekt zijn hand in de lucht en wandelt in het felle licht richting een balkon vol silhouetten en een zaal die nu al staat te glunderen. De sfeer is direct goed. Van jong tot oud, tijdens de hele show zie ik iedereen swingen en lachen. Radio 2-publiek, tieners, rockers, hippe lui, moeders: deze muziek is in theorie voor iedereen geschikt. Dit is een band die meteen iets losmaakt. Van een stijve award-uitreiking tot een aangeschoten publiek in een vuige kelder of een luxe zaal. Mensen zijn gefascineerd en worden aangetrokken door de energie en de vrolijkheid die van de koppies afspat. De mix met Nederlandse teksten is onweerstaanbaar, het is goed te volgen en je wilt graag de afloop van Jerry zijn verhaaltjes te weten komen. The Jerry Hormone Ego Trip heeft duidelijk iets unieks in handen en dat lijkt nu pas helemaal in te dalen. Van een literaire avond tot een smerig feestje: geef deze jongens een podium en mensen vermaken zich. Ik zie weer eens de pure schoonheid van muziek en waar het om draait: plezier! De jongens nemen de muziek serieus, absoluut. Maar ze willen vooral lekker plezier maken. Een verademing.

 

 

 

Dan nog één laatste punt dat de band zo sterk maakt: de Ego Trip heeft een frontman. Tijdens een festival als Noorderslag valt het eigenlijk pas op hoe schaars deze gezaaid zijn in het Nederlandse muzieklandschap. De zanger(es) van bandje A zou je zo om kunnen ruilen met de zanger(es) uit bandje B en vijfennegentig procent van het publiek heeft niets door. Dat zegt misschien weinig over de muziek, maar wel ontzettend veel over een band. De Ego Trip heeft niets te klagen, want zij hebben Jerry: een uitgesproken en flamboyant figuur die een van de meest interessante artiesten is van het moment. Hij weet een zaal compleet om zijn vinger te winden, aan het lachen te krijgen en mee te nemen in zijn verhaal. Er zit een ziel in de show die hij met zijn band neerzet, de bezoekers staan met een mix van fascinatie en blijdschap naar de show te kijken.

 

De koppies staan na de show op ‘BLIJ’. Heel anders heb ik ze eigenlijk ook nog niet gezien dit weekend, maar nu krullen die mondhoekjes nog net iets hoger. De show was donders goed en hij voelde ook lekker voor de band, wat minstens zo belangrijk is. Het moment waar iedereen naar uitkijkt is gekomen: spullen opruimen en NAAR DE KLOTUUHHH GAAN! Of, voor Jerry nog niet echt. Die moet zich zo namelijk melden bij Annechien van de NOS. Nog even in de schmink voor het glimmende gezichtje en zijn snee en Jerry zit met zijn porem weer eens live op teevee. Een aantal vragen over zijn show verder en na een stukje voor te hebben gelezen uit zijn kinderboekenserie Borre (de combinatie rocker en kinderboekenschrijver blijft een combinatie waar de media dol op is), zijn er écht geen verplichtingen meer dit weekend. De Oosterpoort wordt al snel verlaten, aangezien er een afterparty op het programma staat in de artist village. Een nieuw en zeer goed gevonden uitvinding. Eventjes geen mensen die van alles willen, maar alleen muzikanten onder elkaar. Het enige wat ik kan en wil zeggen: het ging hard, het werd laat en ik had een kleine kater en nog behoorlijk wat energie over toen ik wakker werd op onze hotelboot na een nachtje van vier uur slaap.

 

 

Zondag
Wandelafstand: 5 kilometer (dat moet inclusief de nacht zijn)
Je kunt de terugweg wel voorstellen. Het duurt lang, niemand wil rijden, er wordt weinig/minder gepraat, showrecensies worden doorgenomen en we zijn naar de McDonalds geweest. Het uitladen gaat snel en zelfs de grappen en grollen van de jongelui zijn blijven hangen in de lange Groningse nachten. Ik neem afscheid van de band, met wie ik een bijzonder weekend mee heb gemaakt. Waar we zo pardoes bij elkaar kwamen op donderdag, scheiden onze wegen nu ineens weer. Vier dagen mee op tour was eerlijk gezegd vrij lang voor een reportage, maar niet voor de ervaring: want ik heb het hele weekend genoten. Ik voelde me een onderdeel van de band, we hebben samen een mooi avontuur beleefd, de ballen uit onze broeken gelachen en elkaar leren kennen. Het was zeker geen hop-on-hop-off-ervaring, waardoor ik hopelijk nog een positief steentje bij heb kunnen dragen aan hun shows. Zo te zien is die in ieder geval niet alleen bij mij goed gevallen, want ik zie dagelijks de ene na de andere mooie show voorbijkomen sinds Noorderslag. Mochten jullie nog eens een chauffeur nodig hebben, jongens: jullie hebben mijn nummer.

 

 

 

 

 

 

 

Gisteren kon je Deel 1 van de grote The Jerry Hormone Ego Trip-tourreportage lezen. Vandaag gaan we verder waar we gebleven zijn en worden we wakker nadat we rond een uurtje in zeven in de ochtend in bed gingen liggen.

Vrijdag
Wandelafstand: 9,6 kilometer
Als de ochtendploeg het parkeermetertje heeft verlengd met twee uurtjes tot 13:00 uur en de walmen van de nacht stilletjes het openstaande raam verlaten, wordt er al weer snel gegiebeld en gekibbeld en gaat ontbijtkoning Freek aan de handel met een lading spek en eieren. Een huiskamer vol katertjes en gortdroge bekkies die gevuld worden met glibberige broodjes, terwijl het koffiearoma door de kamer pruttelt. Het is dag twee. Van de vier. En die is pas net begonnen. Mijn hemel.

 

 

Als we weer een beetje tot leven zijn en er weer wat kleur op iedereens gezicht terug is gekropen, wandelt Jerry binnen. Energieker dan acht puppy’s die voor het eerst sneeuw zien, stuitert hij alweer door de huiskamer. Hij heeft niet liggen figuurzagen vannacht, maar hij heeft wel gezellig bij Elle Bandita gelogeerd. Ook leuk!  Al snel gaat het over het grote toverwoord van het weekend: logistiek. Hoe laat daar, hoe laat hier, get-in, curfews, welke instrumenten moeten er allemaal mee? Hoe zit het met die bus? Hoe ver is het lopen? Et cetera. Et cetera. Gelukkig komen we deze dag door met een paar gitaren, het orgeltje en wat drumonderdelen. Iedereen haalt zijn spullen uit de bus, terwijl Jim en ik het Fordje naar de artist village rijden buiten het centrum. En ja hoor, terwijl Jim en ik net lekker in de pendelbus richting het centrum zitten, hebben we een beller. Freek: “Euh, jaaaaa. Wij zijn dus de akoestische gitaar vergeten uit de bus te halen en ook de floor tom van Tijs.” Als een puddingbroodje onder druk, stroomt Jim helemaal leeg. Na een flinke lading scheldwoorden en ‘HOE vergeet je dat DANs, het zijn je INSTRUMENTEN?!?!’ biedt Jim na het ophangen zijn excuses aan mij aan omdat ‘ie zo fel was. Ik begreep niet zo goed waarom, want HOE VERGEET JE NOU (WEER) JE EIGEN FUCKING INSTRUMENTEN mee te nemen?!?1?1! Fuckin’ hell, guys. Hij had mazzel dat ‘ie mij niet aan de lijn had…! Afijn. Schwoi. Rustig. Denk om je bloeddruk. Kan een keer gebeuren. Voor nu improviseren we ons door de Pinguin-sessie heen met de backline die bij elkaar gesprokkeld kan worden. Jerry zit buiten lekker een peukie te roken en maakt zich nergens zorgen over. Komt vast goed en uiteindelijk komt het ook altijd wel goed.

 

 

Terwijl ik na de sessie nog even lekker wat bestel in de donkerbruine bar en bij mijzelf denk:  ‘poe poe, nou nou. Even niets. De rest van de dag wordt lekker hangen en drinken’, zie ik Jim op mij af komen lopen. Aan de blik in zijn diep gelegen ogen zie ik: dit wordt helemaal kut. En ja, hoor. Waar we hier nog wat bij elkaar konden smokkelen, blijkt er bij de volgende sessie helemaal geen apparatuur aanwezig te zijn. ‘Iemand’ moet door de koude regen weer terug naar de artist village om de spullen te halen… Twee uur later ben ik terug, door de regen en later ook nog sneeuw en staat de band bij mij en Tobias in het krijt. Op onze oneindige Instagram Stories van het weekend (Tijs zegt nog nooit zulke kleine puntjes te hebben gezien bij een story), wil ik er iets op zetten over #nattevoeten. Maar laat ook maar, doe mij eerst even een biertje.

 

 

Voor mijn gevoel hoor ik voor de 38ste keer dit weekend ‘Jooozzeeee-fiieeennn’ en ik kan het niet meer aanhoren. Nog steeds niet trouwens. De band is te gast bij OOG, de lokale stadszender. Paar nummertjes spelen, interviewtje, nummertje spelen en weer verder. Het bekende recept. Na dit mediaevent is het tijd voor een stukje ontspanning, want we hebben deze avond ‘vrij’. #feest! Jim heeft contact gehad met de labelvriendjes van Excelsior, die dit weekend in De Salon een speciaal pop-uprestaurant op hebben gericht met een sterrenkok. Toe maar.

 

 

Onderweg naar het restaurant loop ik door de natte straten van Groningen naast Jerry en komt het gesprek op zijn ‘karikatuur’ en de oprechtheid van zijn voorkomen. De continue stroom grappen, zijn kleding, de nonchalance houding op het podium; wat mogelijk als ‘gemaakt’ kan worden opgevat. Het is een onderwerp dat hij wel vaker aansnijdt dit weekend en wat hem kennelijk een beetje dwarszit. “Mensen zeggen vaak dat ik een soort personage speel, of ik een acteur ben of iets. Maar dat is helemaal niet waar, het is simpelweg een facet van een persoon. Als je bij je oma op de thee zit of op een meid ligt, dan gedraag je je toch ook anders? Maar dan ben je nog wel steeds jezelf.” Ondertussen zijn we aangekomen bij het restaurant, waar ze wel wisten dat we zouden komen, maar er verder geen rekening mee hadden gehouden. Nee, precies. Het is het begin van: ‘nog even wachten – deel 34’. Na een goede anderhalf uur zijn we aan de beurt en na nog een goed uur wachten komen de eerste fancy hap-slik-weg-gerechten door. Tijdens het eten valt de vraag wat we hierna zullen doen. De band kijkt mij aan alsof ik een soort lopende blokkenschema ben, maar ik had mijn planning voor het hele weekend vrijgehouden voor deze ventjes. Kroeg van Klaas, anders? Altijd goed!

 

 

Vanavond spelen onder meer Canshaker Pi, The Homesick en Mozes and the Firstborn. Prima programma, maar er wordt wel direct bij vermeld dat de band niet te laat wil maken, aangezien er morgen drie shows op het eigen programma staan. Althans, The Tambles wilt het niet te laat maken, Jerry staat binnen twee minuten alweer lekker te socializen met een pulletje bier als we de zweterige kroeg binnenlopen. De tent staat rammetje-rammetje vol en we duiken in het hoekje naast het podium, dat eigenlijk een biljarttafel is. De uurtjes tikken links en rechts weg, de vermoeidheid zakt in de beentjes en Jerry staat in de verte nog steeds met een rits bekenden te keuvelen. “Ha ha ha”, zie ik hem doen. En maar lullen. Leuke gozer is het wel, toch. Van buiten staat er een ingedrukte mannetje door de beslagen ruiten te kijken wat er allemaal gaande is. Hij heeft goed zicht op The Homesick, die zich een weg banen door een van hungemiddeld achttien shows per dag. Als dit afgelopen is, vinden de jeugdigen het eigenlijk wel welletjes geweest.

 

 

Wil Jerry ook mee? Nee, Jerry wil niet mee. Hij loopt zijn dagelijkse theaterstuk door over het gemis aan rock ’n roll bij zijn kompaantjes. Jim zie ik alweer met zijn ogen rollen: ‘daar gaan we weer’. Jerry is niet boos, misschien wel een beetje teleurgesteld. Tijs heeft wel vertrouwen dat het goedkomt: “Hij is 34 hé, hallo. Hij weet ook wel dat het een goede show moet worden.” Uiteindelijk is het toch vier tegen één en halen ze de oude hengst over om mee naar de logeerplek te gaan. Eenmaal thuis is het energiereservoir van Hormone nog niet helemaal op en begint hij nog een one-man-show waarin hij zijn ongenoegen uit over het continu ‘gecockblockt’ te worden door zijn band die altijd vroeg naar bed willen, zich niet zo lekker voelen en zich druk maken om logistieke en huishoudelijke vraagstukken. Via een omweg in zijn improvisatie komt hij uit bij een situatie waarbij hij gepepen en gebalzogen wordt door industrieluitjes en andere BN’ers die zichzelf heel belangrijk vinden. Misschien had je erbij moeten zijn, misschien ook maar niet. Het blijft het mankement van een reportage. Er gebeurt zoveel dat je niet kunt vertellen. Eigenlijk zonde, maar ook precies de schoonheid van zo’n weekend. Het is een stukje zelfbescherming. Ook voor mijzelf.

 

Wat dan wel weer grappig is om te vermelden: Jim – die het toch al zo zwaar heeft dit weekend – lijkt op vrijdagnacht een beetje te bezwijken onder de druk en perst zijn ingewanden uit in het toilet. Verkeerd eierballetje misschien? Ik heb oordoppen in en probeer nog eens om te draaien. Morgen (De Grote Dag) gaat de wekker alweer rond een uur of negen.

 

Steun de verhalen van The Daily Indie, zodat wij nog meer Nederlandse bands uit kunnen lichten met jouw hulp. Word daarom lid!
Nu voor 10 euro per jaar



 

Wat gebeurt er als je van een lang weekend met de Ego Trip van Jerry Hormone op stap gaat? Is het na zeven shows in drie dagen nog steeds zo leuk? Zullen we Jerry Hormone een keertje zonder pak zien? (Antwoord op de vorige vraag is trouwens nee, hoe dat is gebeurd weet ik ook nog niet precies.) Hoeveel zal ik mij überhaupt nog kunnen herinneren van het hele weekend? We gaan het meemaken, want dit is het verslag van vier dagen avontuur tijdens Eurosonic Noorderslag met The Jerry Hormone Ego Trip!

Om te beginnen: gelukkig hebben we de foto’s nog. Plus bijna acht pagina’s aan notities en een shitload aan fragmentjes en willekeurige zinnetjes in mijn telefoon. Want hoe bereid je vier dagen tour voor en hoe onthoud je dat allemaal nog de dagen daarna? Goede vraag, ik weet/wist het ook niet. Er zijn zeker een aantal grijze stukjes. Ga dan ook niet met Jerry Hormone mee op tour, hoor ik je zeggen. Want inderdaad: die houdt wel van een feestje. En dan hebben zijn vierkoppige band nog, met een gemiddelde leeftijd van twintig jaar. Jonge honden en een ouwe rot (34) die elkaar uitstekend blijken aan te vullen.

Persmuskiet
Daar hang ik dan een beetje omheen en tussenin. Want natuurlijk, voor de band is het even wennen dat er ‘persmuskiet’ mee is en allerlei zaken op zit te schrijven en te fotograferen. Vooral Jerry wordt er bloednerveus als ik iets op zit te schrijven. Vooral als ik hem daar ook nog eens bij aankijk. Dan kijkt ‘ie een beetje boos en met gespleten ogen terug. “Ik ben nog nooit zolang gevolgd door de pers. Moet ik nu ook de hele tijd grappig doen of juist niet?” Maar hé, voor mij evenzeer. Ik zit ineens in de normaal gesloten wereld van vijf bandleden die een eigen groepsdynamiek hebben en die ik ook van tevoren ook helemaal niet ken. En dan ook nog eens vier dagen en zeven shows lang. Een weekendje kapotgaan voor gevorderden. We hebben eerst een rit van bijna drie uur te gaan richting het festival, om elkaar eerst een beetje uit te horen. Zullen we anders maar eens beginnen? Let’s go!

Gouda – 13:27 uur
Wandelafstand: 3,68 kilometer
Jim Remers – de bassist, regelneef (en moeder) van het gezelschap – houdt mij voor ESNS op de hoogte van wat er allemaal geregeld wordt en nog geregeld moet worden. Jim houdt alles in de gaten en probeert tijdens het weekend de rest van de band zo goed en kwaad mogelijk overal op tijd te krijgen. Het gaat van berichten over tijdschema’s voor de zaterdag: handige factsheet voor de zaterdag van Noorderslag die niet mag ontbreken op jullie telefoons!” tot “jongens, jas aan, we moeten weg.” Maar het begint bij een non-descripte, met groene aanslag besmeurde garage is er nog niemand om het afgesproken tijdstip. Ben ik op het goede adres? Ik check nog even de groepsapp ‘ESNS 2017’ en ik zou toch op de juiste coördinaten moeten staan. Gelukkig zie ik iets langharigs uit de verte komen lopen een paar minuten later. Twee minuten later komt de oude bandbus aangerammeld met Snuf en Snuitje op de voorste bank: multi-instrumentalist Ruben Drenth achter het stuur en de guitige drummer Tijs Tonus als bijrijder. Na achttien keer heen en weer steken en nog iets te hebben geraakt, staat de bus op zijn plek en kan de backline achterin de bus worden gedonderd. Ik kan gelijk aan de slag, want die handjes moeten wel een beetje wapperen dit weekend!

 

 

De hele weg naar het noorden regent het en trekken we met een beslagen busje naar Groningen dat lekker volgepafd wordt. Ook door Jerry, die weer is begonnen nadat zijn relatie in de soep is gelopen. We moeten eerst nog even naar Almere, waar Freek vanuit zijn stage naartoe is gekomen met de trein. Jerry vertelt ondetussen hoe hij zijn dagen vult nadat hij een paar maanden geleden uit huis is gezet. Met een combinatie van familie, vrienden en Tinder-dates zwerft hij dakloos door het land. Typisch Jerry, een vrije vogel waarvan de wereld zijn thuis is. Maar belangrijker: hoe zit het nou eigenlijk met die in het oog springende snee onder zijn oog?! Jerry zucht en kijkt een beetje kwaadaardig: “Gisteren trok ik een gitaar uit een kast en toen voel er een stempedaal recht in mijn gezicht. Echt ideaal als je het hele weekend allerlei camera’s op je smoel hebt…”

Nadat Freek in is gestapt en de deur achter hem dicht gegooid heeft – en niet het extra luchtbedje voor mij is vergeten, score – gaan we onderweg voor de eerste twee ‘sjootjes’ van het weekend. Vandaag gaan we eerst naar de 2 Meter Sessies voor een opname en een interviewtje met Jan Douwe Kroeske. Maar niet voordat we naar onze logeerplek rijden voor de donderdag en de vrijdag. Thomas, van de Groningse band Fake O’s, ontvangt de band inmiddels voor de derde keer en is de ideale host voor ons zevenkoppige ESNS-team. Na een paar eerste biertjes vertrekt hij al bijtijds richting De Gym, waar hij vanavond net als de Ego Trip speelt op Zadelpijn, het feestje van traumahelikopter. Hij geeft ons de sleutel en slaapt bij zijn vriendin (die ook op Zadelpijn speelt) tijdens de dagen dat wij er zijn. Goed geregeld.

 

De eerste sixpackjes worden weggewerkt en we pakken de bus richting het Summerlabb. Het begint al goed en het blijkt een voorbode voor het weekend te zijn. Gitarist Freek Struijs is bij de eerste show al zijn gitaar vergeten mee te nemen. Goedemorgen. Links en rechts wordt er iets bij elkaar geleend en de nog ietwat stijve sessie is een prima opwarmer voor de rest van het weekend. Dat vanaf hier overigens in een wazige wildwaterbaan verandert van shows, bier, hangen, shows, bier, en nog meer hangen. Na vier nummertjes en een interviewonderonsje met Jan Douwe, gaat het busje weer richting Thomas zijn huis.

 

 

Als we daar rond een uurtje of half negen aankomen, moeten we namelijk nog steeds een uur of zeven (!) wachten voor het showtime is bij de volgende show. ‘Het grote wachten’ – dat ongeveer tweeënnegentig procent van het weekend beslaat – begint met een bord eten dat het midden houdt tussen pasta en soep en wordt aangevuld met de onuitputtelijke verhalen van Jerry, bier drinken en peukies roken. Fuckin’ veel peukies roken. Alleen tijdens ‘bandtijd’ wordt er door de meeste bandleden gerookt en die kans wordt ook het hele weekend met beide handen aangegrepen. Terwijl Jim terugkomt van het parkeren van de bus, hebben we het eerste PROBLEEM te pakken van het weekend. Je mag de bus daar maar maximaal twee uur parkeren en dat betekent dat de meter om 11 uur ’s ochtend afloopt. Begrijpelijkerwijs vrij kut als je om 3.30 uur nog een show moet spelen in je Noorderslagweekend. Iedereen kijkt elkaar en houdt wijselijk zijn mond. “Strootjes trekken dan maar”, oppert Jerry. Jim pakt zijn laptop en vult de namen in op een website en ziet tot zijn plezier zijn eigen naam uit de hoge hoed getrokken worden. Hecht als de band is, besluiten Freek en Tijs om Jim te supporten. Dat wordt gezamenlijk huilen morgenochtend.

 

 

Rond een uurtje of twaalf gaan we naar De Gym in de Oosterstraat. Aangezien Groningen is een hel voor verkeer en parkeermogelijkheden, wordt er besloten om de backline mee te zeulen naar de venue. “Is maar tien minuutjes lopen.” Ja, joh. Doen we. Na een paar minuten beginnen de spiertjes toch een beetje te trekken en begint het harder en harder te sneeuwen. De eerste pauzes worden ingelast om de grip te verbeteren en kleine zuchtjes uit te slaan. Dapper wordt er daarna in één ruk doorgelopen naar De Gym, terwijl alle koppies onderweg nog even gulzig naar de eierballetjes in De Hoek kijken. Bij Tijs is zelfs een lichte twinkeling in zijn ogen waar te nemen. Uiteindelijk zijn we er, inclusief natte voeten en verstijfde handen die pas weer na een minuut of vijf terugkeren naar de originele staat. Vooral Ruben krijgt het voor zijn kiezen, want hij mag zijn vintage Philips-orgeltje continu van A naar B slepen. Het instrument, dat ongeveer de helft van de ranke toetsenist zijn lichaamsopvang omvat, weegt al snel een goede vijftien kilo en het kleedje dat het orgel moet beschermen valt er om de twintig stappen af. Het orgeltje moet hierna nog vier shows op deze manier overleven voordat dé show van het weekend aan de beurt is. Ik hoop dat ‘ie het overleeft…

 

 

De ijzeren trappen opklimmend, komen we ons in een benauwd en duister krocht met vage rode en blauwe tinten. Lopend door een mist van rook(machines), staat de muziek beklemmend hard en zijn er overal zijn vastzittende mensenmassa’s. De avond is een continue zoektocht in de doolhoven van de Nederlandse underground. Inmiddels moeten we nog steeds bijna vier uur wachten, maar we zijn binnen, het is warm en er is bier en gezelligheid. Na wat shows mee te pakken van Korfbal, traumahelikopter en Charlie & The Lesbians, wordt het tijd om de spullen neer te zetten en te soundchecken. In de grote zaal staat het volume op een niveau dat er uitsluitend met handgebaren een complete backline opgebouwd kan worden. En met een geluidsman die volgens mij zijn huiswerk vergeten is te doen is en geen complete band had verwacht. “Wat?! Zingen jullie allemaal?!” In zijn ogen is iets van kleine paniek te lezen als er steeds meer instrumenten op het podium worden gezet. Nu een halfuur zoeken, kloten, oogjes die steeds kleiner worden en nog een linecheck voor een volle zaal die hoopt dat er iets gaat gebeuren, lijkt het dan ook echt te gaan gebeuren om vier uur. De Ego Trip in vol ornaat in De Gym! De mensen zijn lam, het geluid is kut en de energie is fantastisch. De band zit vol adrenaline en vermaakt het Groningse publiek tot diep in de nacht.

 

Tijdens de show heb ik Jerry zijn telefoon in bescherming genomen en probeer ik hem te zoeken na de show. Hij is spoorloos in dit donkere hol…  Terwijl de band nog een afzakkertje neemt, wordt het toch wel een beetje tijd om een beetje af te taaien. Althans, dat denken The Tambles. Jerry gaat nog wel lekker en heeft deze nacht nog uitzicht op een potje rollenbollen. Hij wil toch nog even blijven. Jim vindt het een slecht idee, aangezien de energie en de stem een beetje gespaard moet worden voor het hele weekend. Niets daarvan, Jerry ‘De Scharrelkoning’ blijft. Wij gaan naar huis, weer met al die zooi in onze vermoeide armpjes. Extra veel, aangezien Jerry niet meekomt. Hij vertelde eerder die avond nog hoe kut ‘ie het altijd vond als de zanger vroeger direct na het optreden richting de merchstand of de bar ging, aangezien hij ‘geen spullen had’ en het niet nodig vond om mee te helpen. In feite betrap ik Jerry erop dat hij nu af en toe zichzelf een beetje hetzelfde gedraagt. Onderweg mopperen de vier Tambles over samen-uit-samen-thuis-sentimenten. Het is soms een beetje Jerry en de rest, en andersom. Maar ja, het is inmiddels 6:30 uur, ik heb de halve dag dat busje door het land zitten sturen, backline lopen sjouwen, een plens bier in mijn buik. Ik vind het wel weer even leuk geweest voor de eerste dag. Laat me effe met rust. Welterusten!

 

Op 23 juni 2016 vindt in Groot-Brittannië het referendum plaats of de Britten de Europese Unie willen verlaten (Brexit) of bij de EU willen blijven. Dertig miljoen mensen gaan de deur uit om te stemmen en 51,9% stemt voor een Brexit. Als gevolg van deze uitslag is het pond flink in waarde gedaald en is er een grote onzekerheid over welke invloed het heeft op de economie. Nu blijkt dat deze gebeurtenis werkelijkheid is, zijn er veel discussies ontstaan over wat Brexit eigenlijk betekent en wat de gevolgen kunnen zijn. Ook voor de muziekindustrie.

Britse artiesten zijn over het algemeen geschokt en proberen dapper over te komen, maar vrezen het ergste. Zij zijn bang dat het lastiger wordt om te touren en dat de kosten zullen stijgen. Damon Albarn, zanger van Blur en Gorillaz, uit zijn mening op Glastonbury: “To my mind, democracy has failed us, because we were ill-informed”. Verder tweet Liam Gallagher: “Stop the world im [sic] getting off LG x”. Als grote liefhebber van Britse indie-muziek en iemand die graag naar shows gaat, maak ik mij eveneens zorgen over de gevolgen van Brexit. Zullen Britse artiesten nog gemakkelijk door Europa kunnen touren? Zal ik mijn favoriete artiesten nog live kunnen zien?

 

Hard Brexit
Op 17 januari 2017 houdt Theresa May, premier van Groot-Brittannië, een speech over de eerste Brexit-plannen. Hierin vertelt zij dat Groot-Brittannië de EU’s four freedoms niet zal accepteren. Deze vrijheden zijn er om vrij te kunnen handelen op de Europese interne markt. Voor de Britse muziekindustrie zijn deze vrijheden van belang om te kunnen werken, verblijven en exporteren in Europa. May wil dat Groot-Brittannië uit de EU en de Europese interne markt stapt, deze vergaande stap wordt een Hard Brexit genoemd. Op 1 februari 2017 heeft het parlement besloten om May hierin te steunen en nog voor 31 maart artikel 50 in te voeren. Dit artikel start het proces van het verlaten van de EU. In totaal stemmen 498 parlementsleden voor het artikel, 114 tegen. Een dag later is de White Paper gepubliceerd, waar de beloofde plannen voor een harde Brexit in staan. Binnen twee jaar tijd wil May dat Groot-Brittannië uit de EU is gestapt. Een harde Brexit zorgt ervoor dat Groot-Brittannië volledige controle krijgt over zijn grenzen en het toepassen van wetten op zijn eigen grondgebied. Dit betekent dat er grote veranderingen plaats gaan vinden, bijvoorbeeld op het gebied van import en export. Er zullen bijvoorbeeld nieuwe handelsovereenkomsten moeten worden gesloten met alle handelspartners. Een mogelijkheid is handelen onder de regels en tarieven van de World Trade Organization. Guy Verhofstadt, voorzitter van de liberaal-democratische fractie in het Europees Parlement., zegt echter dat het onmogelijk is om een nieuwe handelsovereenkomst te sluiten voor 2019 en laat weten dat de onderlinge verhoudingen na Brexit anders zullen zijn.

 

Lauren Mayberry (CHVRCHES): “I think the nature of touring is going to change massively.”

 

Het Britse belang in Europa
Europa is belangrijk voor de Britse muziekmarkt. Vorig jaar verkochten Britse artiesten zeventien procent van hun albums in de zes grootste Europese markten na Groot-Brittannië, namelijk in Duitsland, Frankrijk, Zweden, Italië, Spanje en Nederland. Aan de andere kant bestaat zo’n 33,4% van de Nederlandse muziekmarkt uit Britse muziek. Niet alleen voor fysieke producten, ook als Groot-Brittannië geen toegang meer heeft tot de Europese interne markt, zullen zij geen gebruik meer kunnen maken van free movement in Europa. Mogelijk zullen er dan voor tours twee dure betalingen plaats moeten vinden: individuele visa om een EU-land binnen te mogen en het introduceren van ‘the carnet’ (een document met alle details van elk stuk apparatuur). Het laatste voorkomt dat belasting wordt ontweken bij import en export van producten. Dit zijn aanzienlijke belemmeringen voor een Britse artiest die gemakkelijk wil kunnen touren door Europa, want dit kost al snel tussen de duizend en tweeduizend pond. Dit geldt ook andersom: het zal ook niet eenvoudig zijn voor een Europese artiest om te touren in Groot-Brittannië. Vooral voor kleinere artiesten kan het voor problemen gaan zorgen, aangezien de kosten hoger uit kunnen vallen dan nu het geval is. Maar ook voor de grote artiest die meer crew meeneemt op tour, brengt dit natuurlijk meer kosten met zich mee. Brexit zal daardoor dus invloed kunnen hebben op de live-industrie zoals we die kennen. Lauren Mayberry, de zangeres van CHVRCHES, zegt over het touren: “I think the nature of touring is going to change massively. The summer we’re looking at right now is just hopping from country to country within Europe and in order to do that when we’re not part of the European Union, we would presumably need to go to a different embassy for every different country and apply for a visa for us and everybody in our crew”. Haar bandlid Martin Doherty vertelt: “We also employ mainland Europeans within our crew, and they will struggle to get work permits and continue under the employ of our band. It’s all very complicated.”

 

Damon Albarn (Blur, Gorillaz): “To my mind, democracy has failed us, because we were ill-informed”

 

Moeilijker om door te kunnen breken
Colin Schaverien van het Londense Prolifica Management (die het management doen van onder andere Two Door Cinema Club en Circa Waves) geeft aan dat het voor Britse artiesten ook moeilijker zal worden om door te kunnen breken in Europa. Dit zal door Brexit nog meer tijd en geld kosten volgens hem. “That’s highly time-prohibitive and cost-prohibitive, and for new artists trying to break those territories, it might be the difference between being able to afford to tour or not.” Bovendien zal het pond zoveel in waarde dalen dat de eventuele winst een stuk lager uitvalt. Daarnaast zal vliegen ook een stuk minder aantrekkelijk zijn omdat vluchten duurder worden en artiesten met hun crews vertraagd worden door strengere grenscontroles. Deze vertraging past niet in de strakke reisschema’s tijdens tournees. Tourmanager en geluidsman Bryony October vertelt tegen Pitchfork: “We’re talking total chaos, not to mention hours of time wasted, and a serious knock-on effect to the scheduling of back-to-back tour dates,” zegt hij. Als bands überhaupt een visum krijgen: “If we end up with the situation where UK artists need a Schengen visa to perform in the EU, it will be hugely detrimental to developing artists as Schengen rules require proof of funds, either in the form of travelers checks, or bank history,” zegt boeker Isla Angus tegen de website. “If promoters also need to be visa sponsors they could be far less willing to take a risk on artists.”

 

Morrissey: “As for Brexit, the result was magnificent.”

 

 

Het is niet zo erg als het lijkt
Het klinkt allemaal erg negatief. Echter zijn er mensen die er anders tegenaan kijken. Morrissey zegt bijvoorbeeld: “As for Brexit, the result was magnificent, but it is not accepted by the BBC or Sky News because they object to a public that cannot be hypnotised by BBC or Sky nonsense. These news teams are exactly the same as Fox and CNN in that they all depend on public stupidity in order to create their own myth of reality. Watch them at your peril”. Zou het daadwerkelijk overdreven worden in de media? Tevens blijven het parlement en de premier optimistisch over de situatie. Zoals May al zei: “No deal for Britian is better than a bad deal.”

 

Colin Roberts, Big Life Management (Bloc Party): “Are we gonna be at a point where they’ll have to start a fund to get people into Europe? What a fucking horrible idea that is.”

 

Kortom, tot nu toe wordt er veel gespeculeerd over de effecten van Brexit op de muziekindustrie en deze gespeculeerde effecten zijn met name negatief. Touren zou namelijk te veel geld gaan kosten, zeker voor beginnende bands en artiesten. Verder zouden de verwachte grenscontroles en papierwerk een hoop extra tijd en energie vergen. Uiteindelijk – als je even gaat doemdenken – zullen artiesten minder snel een fanbase opbouwen in Europa doordat zij minder live-shows spelen. Echter zitten er een paar hoopvolle reacties tussen, een voorbeeld daarvan is dat de media het allemaal overdrijft. Of misschien gaan mijn favoriete Britse artiesten wel emigreren naar het Europese vasteland. Of ik ze nog vaak live kan zien, blijft dus nog een twijfelgeval. Let’s see what happens.  

Dit soort verhalen blijven lezen bij The Daily Indie? Word dan lid en steun voor een tientje per jaar onze muziekjournalistiek!



 

 

Altijd zo heerlijk. Het moment waarop je een oudere artiest ontdekt en je een hele wereld aan nieuwe en briljante muziek voor je ogen open ziet gaan. Je tilt het deksel van een schatkist vol platen, afbeeldingen, concerten en verhalen. Verbanden tussen artiesten, labels, producers, popzalen en stromingen komen plots bloot te liggen. De draden van het muzikale spinnenweb in je hoofd worden dikker en sterker en de randen spinnen zich uit.

Toch is het niet alleen een beeld van de muziekgeschiedenis dat scherper wordt gesteld. Regelmatig hoor je op een vijftig jaar oude plaat ineens een gitaarsound, een tweede stem of een stijl – noem het attitude – die door de tijd heen is geschoten naar de artiesten van vandaag. Zo zal ik je vertellen wat mij is overkomen met Frank Zappa. Ik heb de muzikant namelijk nooit zo begrepen. Een man van uitersten die muziekliefhebbers in twee heersende Zappa-kampen verdeelt:

1. Gast! Hoe kun je dat nou niet begrijpen? Zappa is geniaal, dafuq!

2. Inderdaad, man. Wazig en dramatisch gedoe, ik snap er ook geen hol van.

Nu behoorde ik zelf tot Kamp 2, maar ben ik in het voorjaar overgeplaatst naar het eerste kamp. Dat ging zo: zonder aanwijsbare reden springt er weleens iets op in je hoofd. Alsof er iets uit de continu draaiende centrifuge van onderbewuste gedachten naar het bewustzijn wordt geslingerd. Zappa! Daar stond hij op mijn geestesoog, de besnorde mafketel met zijn duivelse staart en gitaar. Al sinds mijn puberteit probeerde ik me meerdere malen te wagen aan het werk van dit kennelijk ‘muzikale genie’. Ik stortte mij dan vaak in een van de tientallen albums en belandde dan blijkbaar net in de verkeerde tijd of op de verkeerde plaat. Er zijn hoe dan ook nog steeds een hoop albums van Zappa waar ik echt vrij weinig mee kan. Maar toch, er moet iets zitten in die muziek van Zappa. Waarom hebben vrienden en artiesten het anders nog steeds zo vaak over hem? Na meerdere mislukte pogingen zijn muziek te waarderen, liggen de gedachtes aan Zappa al een aantal jaar stilletjes in een hoekje te sluimeren. Te wachten om dan nog eens één keer opgeraapt te worden. Ik besloot geen dartpijl op een landkaart te gooien om te kijken waar we heen gaan. Ik besloot simpelweg eens bij het begin beginnen. En dan blijk je helemaal onderaan de stapel uit te komen bij Zappa’s eerste band The Mothers Of Invention. Ik maak een figuurlijke reis door de eerste plaat Freak Out! van The Mothers. Mijn hoofdvraag: wat voor invloed heeft Zappa gehad op de indieartiesten van nu?

 

The Mothers Of Invention

 

White blues band(?)
Die reis brengt ons terug naar 1965, wanneer Zappa gevraagd wordt om de gitarist van de lokale rhythm-and-blues-band Soul Giants te vervangen. Zappa accepteert de uitnodiging en wordt al snel de leider van de band. Hij overtuigt de rest van de groep om zijn eigen muziek te gaan spelen, om zo meer kans te maken op een platencontract. Samen met manager Herb Cohen, speelt de band alsmaar meer shows en gonst The Mothers steeds meer rond in de bloeiende undergroundscene van LA. Begin 1966 ziet Tom Wilson (o.a. producer van Bob Dylan en The Velvet Underground) de band het nummer Trouble Every Day spelen. Als hij de groep ziet, zijn de zogenaamde ‘white blues bands’ een ontzettende hype en Wilson denkt hier met The Mothers mooi op in te kunnen haken. Na het horen van dit ene nummer tekent hij de band vol overtuiging bij platenlabel Verve.

Na een aantal opnamesessies breekt het zweet de producer toch een beetje uit en krabt hij zich nog eventjes achter de oren; het muzikale spectrum van Zappa is toch iets breder dan hij had verwacht. Wilson kijkt vanuit de control room toe hoe er bij elk nieuw nummer weer een aantal experimentele en avantgardistische laatjes open worden getrokken. En hoe meer hij hoort, hoe enthousiaster hij wordt. Wilson steekt in die maanden zijn nek uit voor de band. Hij geeft vanuit het label tussen 25.000 en 35.000 dollar uit aan het album. Dit zorgt voor meerdere managerskinnen die bij moederbedrijf MGM op de tafel klappen en voor hartkloppingen bij de penningmeester als de facturen zijn opgeteld. Tegelijkertijd weet Wilson er ook nog eens voor te zorgen dat The Mothers een – voor die tijd – extreem hoge dosis artistieke vrijheid krijgen, die zonder bemoeienis van hogere hand op zwarte plakken vinyl gedrukt wordt.

 

 

Freak Out!
Meer dan vijftig jaar geleden, op 27 juni 1966, is het project gerealiseerd en wordt debuutplaat Freak Out! wereldwijd uitgebracht. Het was de tweede dubbelelpee in de rockwereld – Bob Dylans Blonde On Blonde, dat een maand eerder uit is gekomen, was de eerste. Op het debuut van The Mothers of Invention hoor je een veelzijdigheid aan rock-‘n-roll, avant-garde en doo-wop. Zappa zoekt naar willekeurige stukjes muziek die in elkaar passen en klikt meer en meer steentjes op elkaar. Net zolang tot hij een stadje met vijftien huisjes heeft gebouwd. Een rij woningen met kleurrijke gevels en fluorescerende voortuinen, gelegen aan een bochtige weg vol hobbels en kuilen. Een verraderlijk mooi en psychedelisch sprookjesdorpje, gelegen in een geestverruimend niemandsland.

Toch weten niet veel mensen dit open-minded stukje paradijs te bereiken. Het album wordt geen commercieel of kritisch succes bij de eerste release in de Verenigde Staten en wordt vooral gezien als een drugsdoordrenkte plaat van een stelletje weirdos. In de Los Angeles Times door Pete Johnson nog omschreven als: ‘If anyone owns this album, perhaps he can tell me what in hell is going on… The Mothers Of Invention, a talented but warped quintet, have fathered an album poetically entitled Freak Out, which could be the greatest stimulus to the aspirin industry since the income taks.

Aan de andere kant katapulteert de band zichzelf linea recta naar de toppen van de Amerikaanse underground, waar hij als held wordt ontvangen. De band legt een compleet nieuw geluid in de schaal van rockmuziek en biedt een tegengif voor de meedogenloze consumentencultuur van Amerika. Ondanks de vrij obscure zweem die rond de band hangt, wordt de plaat in Europa relatief goed verkocht. Als een van de eerste conceptalbums, belandt het zelfs op de draaitafels van The Beatles, die deze vernieuwende ideeën van Frank Zappa wel zien zitten.

 

 

 

McCartney tot Ariel Pink
Volgens voormalig Rolling Stone-journalist Chet Flippo, heeft het album een grote invloed op Paul McCartney. Hij ziet Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band als de Freak Out! van The Beatles. Niet alleen Paul trouwens; de outsider-anthems van Zappa zoemen al sinds de jaren zestig door de speakers van vele artiesten. Zo ben ik begonnen bij het begin en dan vertrek je op Freak Out! bij het nummer Hungry Freaks, Daddy. Begint allemaal bluesy, groovy, er is direct kritiek op de maatschappij in het eerste couplet. Oké, oké, klinkt als Zappa. Curieuze en botsende samenzang, een kazoo. En binnen een anderhalve minuut valt er meteen een kwartje bij Zappa’s eerste solo. Dit is waar Tim Presley, ook wel bekend als White Fence, de mosterd haalt! De sound, de stijl. Dat hoge en snelle gepriegel, inhouden, versnellen, laag naar hoog naar laag en weer gas terug om even uit te rekken voordat er een volgende duik in de slangenkuil wordt genomen.

 

 

 

In zo’n beetje elk nummer dat volgt, hoor je Ariel Pink terug – hij is in feite de Zappa van de 21ste eeuw. Op andere plekken hoor je de artpop van Cate le Bon. Bij de stevige rock-‘n-roll op het album moet je soms twee keer controleren of je niet naar The Black Lips aan het luisteren bent. In de gladglijdende en retestrakke grooves hoor je de basis van talloze Foxygen-nummers. In het twaalf minuten durende slotnummer denderen de opgefokte spoken word-vocalen van Parquet Courts door de gekheid heen. Ben ik de enige die dit gemist heeft? Kennelijk, want ook door de talloze, zeer contrasterende platen van King Gizzard & The Lizard Wizard is een rode draad te vinden, die door alle lagen van de muziekgeschiedenis een splitsing naar Zappas brein heeft.

 

 

Rare rockmuziek
Vanaf het moment dat Zappa en zijn Mothers keurig gesloten deuren in aan het trappen zijn, schijnt er een schimmig lichtje over een voorheen verstopte scene. Uit vochtige en donkere schuilplaatsen krioelen midden jaren zestig allerlei obscure bandjes naar de oppervlakte. Ze krijgen meer kansen in goede popzalen en bij platenmaatschappijen, die hun ivoren torens iets toegankelijker maken. Door de abstracte pop maakt Zappa ‘rare rockmuziek’ geaccepteerder. Hij pikt stukjes uit de grote brok popmuziek, die hij opvult met compromisloze muziek en kritische teksten. Zappa verandert voorgoed de rockmuziek met Freak Out!. Nog steeds luistert de plaat als een ontdekkingsreis door de trippy jaren 60 en nog steeds echoën de invloeden van Zappa en zijn crew door de popzalen over de hele wereld.