Het is de zomer van 2017. Ik sta in de trein. Bloedheet. Mijn ogen glijden wazig over de menigte mensen die, even wazig als ik, hun blik op nul hebben gezet. Ze zullen zichzelf pas weer zullen activeren zodra de trein stopt op het station waar ze in hun gedachten al aanwezig zijn. Op het scherm van mijn mobiel lees ik een artikel over de reissue van The Beatles’ Sgt. Pepper.Die is vijftig jaar geleden uitgekomen, in wat door de pers nog steeds liefkozend The Summer Of Lovewordt genoemd. 1967 wordt als een piek in de muziekgeschiedenis beschouwd. Dit jaar slaat de nostalgieindustrie dan ook nog eens extra op hol: kranten staan vol met terublikken, besprekingen, odes en lofzangen over legendes. Hupsakee, Sgt. Pepper-reissue. Bam, The Doors-boxset. The Velvet Underground & Nicoheruitgave op bubblegumroze vinyl. Terugblik op Creams Disraeli Gears,enzovoort.  

Rechts van mij staat een jongen van in de twintig. Hij heeft zo’n edgy, artistieke look – net ietsteedgy; zijn vrije outfit doet wat obsessief geconstrueerd aan. Om het af te maken draagt hij een t-shirt van The Velvet Underground & Nico. Met die maagdelijk witte cover, opgebroken door het geel-zwarte beeld van Andy Warhol’s banaan. Dit verraadt zijn schijnobscuriteit, want wie kent deze afbeelding nou niet? Ruim voor mijn tijd, maar The Velvet Underground staat nou eenmaal aan de voet van het canon van legendarische,edgyen artistiek verantwoorde bands. Toch was het album een commerciële ramp. Het wist de hitlijsten nauwelijks te raken en kreeg geen greintje aandacht van de muziekmedia. Dit leverde veel stress op bij de band – Lou Reed & co stuurden Nico de deur uit en verbraken in frustratie hun banden met producer- en kunstenaar Andy Warhol. En nu staat er, in de nostalgiecultuur van 2017, hier in de trein een hippe jongen met een Velvet Underground-shirt.

The Byrds is ook zo’n geval. De groep uit Los Angeles sloeg een stilistisch bres in de muziekwereld door hun folky, intellectuele coltruisound te combineren met elektrische instrumentatie á la The Beatles – en de jangle-sound die daaruit voortkwam is niet meer weg te denken uit de huidige muziekwereld. Toch was alleen het debuutalbum van The Byrds een commercieël succes. Hun latere werk zakte steeds meer weg in de hitlijsten, bedolven onder aanstekelijke pophitjes – terwijl The Byrds ondertussen hun geluid uitdiepten tot nieuwe, creatieve hoogten.

Twintig jaar later haalden jonge bands The Byrds van het stoffige zoldertje waar ze na verloop van tijd waren opgeruimd. Je kunt de enthousiaste twinkeling al voorstellen in de ogen van The Smiths-gitarist Johnny Marr wanneer hij, jong en nog onbekend, op zijn gitaar The Byrds nabootst en zijn eigen bekende twist op het janglegeluid tot leven wekt. Op de bovenste plank van zijn platenkast staat overigens ook The Velvet Underground & Nico. Naast The Smiths hebben ook vroege indie-legendes als R.E.M., The La’s en de C86-scene het melodieuze gitaargejengel van The Byrds overgenomen. En vervolgens hebben die bands weer een nieuwe generatie artiesten beïnvloed. Mac DeMarco’s laid-back gitaarspel zou niet bestaan zonder het repertoire van The Byrds. De zoete melodieën van gitaarpopband Alvvays ook niet. Of het dromerige werk van Real Estate.

 

Pavement is er nog zo eentje. De losse slackerrock van de band die door enkele bekende critici later werd uitgeroepen tot de beste band van de jaren ’90 was onbeschaamd oncommerciëel; de valse noten, lo-fi productie en de luie zang waren niet bepaald hitmateriaal. Ze wisten dan ook – niet zo gek – geen grote hits te produceren. Langzamerhand bouwde de band echter een fanbasis op, aanvankelijk vooral onder critici en andere muzikanten. Draai de tijd twintig jaar verder en Pavement duikt op in muziektijdschriften, playlists, jan en allemans platenkast – en de muziek van andere artiesten. Zoals… Mac DeMarco. Diens slacker-vibe heeft een onmiskenbaar Pavement-achtige flair.

 

En zo kun je nog wel even doorgaan. Sommige bands worden pas achteraf beoordeeld op hun grensverleggerij en invloed, waarna ze onder een vergrootglas worden gelegd in het kanon van populaire muziek. Invloedrijke bands zijn soms nou eenmaal aanvankelijk niet succesvol. Juist door zich niks aan te trekken van muzikale conventies durven ze deuren in te trappen met een onbekend geluid, hoewel dit vaak door slechts een enkeling wordt gehoord. Maar laat die enkeling nou net geïnspireerd thuiskomen en een band beginnen. Voor je het weet wordt je sound in een paar generaties onderdeel van het vaste muzikale DNA – en staat er ineens een jongen in een shirt met je bandnaam in een overvolle coupé richting Utrecht Centraal.

Illustratie: Thomas van Gaalen

De mannen van BARTEK hebben de boel op zijn Hollands goed geregeld. Met een vergunning voor dertig man plus crew op zak, een volledig georganiseerd reisschema om alle fans gezamenlijk en veilig met de auto bij ‘het monument’ op de Afsluitdijk te krijgen, een flightcase vol met bier en bananen en een fan die voor iedereen broodjes heeft meegenomen. Belooft de dag een gezellige aangelegenheid te worden. BARTEK: “Je moet wat met je zondagmiddag toch, waarom niet een potje crowdsurfen op de Afsluitdijk?”

Er is een behoorlijke hoeveelheid pers komen opdraven vanwege de uniciteit van de actie. Deze  moeten de mannen eerst te woord staan. De deelnemende fans verzamelen zich intussen rustig om de bandbus heen om vervolgens gezamenlijk met de band – en flightcase – naar het startpunt van de crowdsurfrecordpoging te wandelen. Drummer Bo geeft een welkomstpraatje en we eten een broodje in de stromende regen. Een uurtje later dan gepland gaat het dan echt beginnen. Hoewel, er moet eerst nog geloot worden wie het haasje – of de grote held(?) – is.

Het bloempje met het kortste eind wordt getrokken door Wessel, ik heb de gitarist wel eens vrolijker zien kijken. Maar met de allure van een superheld en vol goede moed stapt hij op de flightcase om zich met een grote afsprong in de handen van ‘the crowd’ te storten.

Met de wind in de rug en bergafwaarts begint deze grandioze en hilarische actie van BARTEK bijzonder hoopvol! Helaas komt het, nog voor de eerste tweehonderd meter zijn afgelegd, alweer met bakken uit de hemel zetten. Even stagneert de vooruitgang en het enthousiasme van het bultje mensen en lijkt het een kansloze missie te worden. Gelukkig regent het zo vreselijk hard dat iedereen na een minuut al tot op de onderbroek doorweekt is. Waardoor het allemaal ook gewoon geen zak meer uitmaakt.

Drummer Bo en bassist David wisselen het dragen van Wessel en de megafoon af. De opzwepende muziek en bemoedigende woorden schallen door het oranje ding. David: “Het is nat en het is zwaar, maar mensen, omarm de kutheid!” Dit maakt de sfeer meesterlijk gezellig. Er wordt gelachen, gekreund en gekletst, maar geen woord geklaagd. Bo: “Daar is het toch ook veel te leuk voor!”

Langzaam maar gestaag hobbelt het kluitje van nauwelijks dertig man met ‘the surfer’ op hun handen vooruit. Na een ruim uur en zo’n vijfhonderd tot zeshonderd overbrugde meters lassen de mannen van Bartek toch een drie minuten durende pauze in. Waarin Wessel een peuk kan roken maar wel in de lucht blijft, op de schouders van de cameraman.

Met hernieuwde energie uit de bananen, het bier en de sigaretten, zetten de mannen van BARTEK en zijn fans hun actie voort.  Maar het is al met al een barre, zware tocht door regen, wind en hagel. “Maar ja, dat is eigenlijk ook wel oerhollands.” Inmiddels begint ‘the crowd’ de verzuring in de spieren te voelen. En ‘the surfer’ Wessel lijkt in een soort trance te zijn gekomen. Met gesloten ogen achter zijn zonnebril heeft hij zich duidelijk overgegeven aan zijn lot. Wessel: “Ja het deed wel pijn. Een beetje alsof je twee uur lang continu op dezelfde plekken geslagen wordt.”

Na 1010 meter en 121 minuten is het helemaal op. Iedereen is doorweekt en gesloopt. Onder het genot van een biertje, terwijl de zon eindelijk echt doorbreekt, wordt er teruggelopen naar het startpunt. De vrolijkheid heerst alom. Aangekomen bij het startpunt brengt Bo voor de laatste maal de oranje megafoon naar zijn mond om iedereen te bedanken. En.. Uit te nodigen voor volgend jaar! BARTEK: “Het is een fantastische eerste poging en biedt veel perspectief voor volgend jaar.” Want dat blijkt het grote geheim aan de actie. Deze editie is opgezet om een video te kunnen maken die bij de volgende single van de band, in september, uitkomt. Het Facebookevent voor crowdsurfen op de afsluitdijk 2018 staat binnenkort online, dan willen de mannen het pas echt groots aan gaan pakken.

Ik moet zeggen dat de mannen hun enthousiasme en geloof zeer aanstekelijk is. Ik ben alvast helemaal om en heb er na deze fantastische dag alle vertrouwen in dat het de band zeer zeker gaat lukken om die 32km lange afsluitdijk over te crowdsurfen. Tot volgend jaar!

 

Sugarfactory Amsterdam
Zaterdag 29 juli

The Daily Indie vindt het tijd om eens een overzicht te maken van een band met een indrukwekkende en kleurrijke loopbaan. Zaterdag 29 juli is het Amerikaanse Celebration namelijk in Amsterdam voor een speciale show in Sugarfactory, waar het TDI DJ Team ook gezellig bij is. In juni verschijnt Wounded Healer, het vijfde album in twaalf jaar tijd dat de band bestaat.

Voor fans van PJ Harvey, TV On The Radio, Cocteau Twins, Goldfrapp en Future Islands

Eens beginnen bij het begin: Katrina Ford en Sean Antanaitis. Dit echtpaar ontmoet elkaar op de middelbare school en speelt de eerste tien jaar van hun relatie in ontelbare bandjes. Altijd op zoek zijnde naar ‘die ene sound’ die zij in hun hoofd hebben. Na een speurtocht met onder meer de bandjes Jaks, Love Life en Birdland, valt samen met drummer David Bergander ineens het kwartje als Celebration tot leven komt.

Het trio heeft het goede muzikale gevoel te pakken, begint op te treden en het avontuur van de drie krijgt al snel vleugels. Het vrij legendarische label 4AD (tegenwoordig onder meer Ariel Pink, Future Islands, The National, Deerhunter) krijgt lucht van de band, waarna hij al snel getekend wordt voor het zelfgetitelde debuutalbum dat in 2005 verschijnt. Ford valt de labelbazen al snel op, met zo’n typische stem die elk bereik en genre aan kan. Gecombineerd met de drijvende muziek, ritmes die niet op lijken te houden, plus synths en gitaren die je maar blijven bespringen, past de muziek goed in de tijdsgeest met Editors en Bloc Party.

 

Minder drukkend, maar meer intens
Een kronkelende en intensieve plaat vol ruwe energie die allemaal leidt naar de stem van Ford. Zij is het middelpunt in een wereld van gecontroleerde waanzin, die op de debuutplaat geproduceerd wordt door David Andrew Sitek van TV On The Radio. In 2005 nog door Pitchfork omschreven als ‘off-kilter Halloween funhouse tracks, with all spooky whistling organs and busily shuffling drums and unbalanced time signatures’.

Na een jaar vol shows trekt de band weer de studio in, om met The Modern Tribe als vervolg te geven aan het goed ontvangen debuut. Producer Sitek wordt weer van stal gehaald en de band diept zijn gelaagde sound verder uit door hem tegelijkertijd iets minder intens en drukkend te maken. De nummers beginnen met een minimale instrumentatie en worden continu uitgebreid met onverwachte laagjes aan instrumenten en knarsende harmonieën die als verschillende klontjes boter samensmelten in een warme pan. Het klinkt zoals de hoes eruitziet: behoorlijk trippy.

 

Scheiding met 4AD en een nieuwe richting
Waar The Modern Tribe nog als mellow omschreven zou kunnen worden, gaat het er bij het derde album Hello Paradise – Electric Tarot in 2011 allemaal wat anders aan toe. Na jarenlange tours en dezelfde pers-tour-rust-pers-tour-rust-momenten, neemt de band flink de tijd om zichzelf na zijn eerste twee albums opnieuw te vinden. De band besluit zijn muziek zelf uit te brengen en platenlabel 4AD te verlaten, waarna het zijn nieuwe plaat aanbiedt met het (in 2011 nog relatief nieuwe) pay what you want-principe. Ford zegt tegenover Rockin’ The Stove: “They offered a contract re-negotiation and we declined. For us, in the end, the benefits did not outweigh the cost. The whole business bummed me out.

Celebration verbrandt alle schepen achter zich en zet koers naar een oceaan vol rust en onbelemmerde mogelijkheden. Het album wordt geopend met een sitar en een viool aan het einde, er is een hoop trage psychedelica te horen en het tempo is duidelijk naar beneden geschroefd. En dat is misschien wel net wat de band nodig had na twee albums die uit elkaar leken te springen van de soms wat overvolle productie. Minder is meer blijkt het nieuwe credo en hoe subtieler de muziek van de band wordt, hoe krachtiger deze tegelijkertijd wordt.

 

Bella Union en Albumin
Bij veel mensen die de band kennen, is Albumin echter het échte startpunt van Celebration. Het is een plaat die goed opgepikt wordt door de pers en flink wat golfjes veroorzaakt in de goed geïnformeerde en hippe blogosphere. De band besluit voor deze plaat weer in zee te gaan met een label en komt bij het – zeker niet onverdienstelijke – Bella Union uit. Dat label brengt onder meer de muziek van Fleet Foxes, Beach House, Father John Misty, Ezra Furman, Wild Nothing uit. Ford is daar overigens ook al met haar andere band Mt. Royal getekend.

Ondertussen is de dreampop- en postpunkcombinatie die de band zo veel jaren uitsmeerde over zijn platen, met nummers als Tomorrow’s Here Today wat meer aan de kant gezet voor een meer aanstekelijke benadering. Er komt zelfs girlgrouppop voorbij tijdens het nummer Walk On, een soort bluesjam tijdens I Got Sol en jaren vijftig pianopop meets acidrock op Blood In The Brine. De muziek van de band klinkt alsof het al die jaren naar lucht heeft gehapt en nu eindelijk vrij wordt gelaten. Na tien jaar klinkt Celebration overtuigender dan ooit en is het goed te horen dat de band weet wat het uit zichzelf kan halen.

 

Wounded Healer
Maar toch, de vijfde en caleidoscopische plaat Wounded Healer is misschien nog wel de rijkste van het setje: intiem en breed uitgemeten, maar tegelijkertijd ook gebroken en helend. Het is een dromerige excursie door onbekende werelden vol vurige uitstapjes. Soul, doo-wop, pop, schuifelliedjes, psychedelica en nummers die prima in een jaren tachtig-actiefilm als achtergrond voor een autoachtervolging hadden kunnen dienen. De band is muzikaal all-out gegaan. Zo stond de deur van de studio wagenwijd open en stapten er zeventien muzikanten over de drempel om zijn of haar steentje bij te dragen. Onder meer The Twanger Sisters op het nummer Freedom Ring plus Samuel T. Herring van Future Islands (op Paper Trails) en Lauren Shusterich van Wildhoney (op Granite en Stevie) komen voorbij op de muzikale reis vol glittergordijnen.

 

Ford vertelt over de laatste plaat. “Midlife, we find ourselves dealing with bathroom renovations, death and elder care for parents, raising kids, careers, multiple surgeries, and totally fucked scheduling. But despite it and yet inspired by it all, we have a place to come together and do this thing we love.” De muziek is daardoor nog meer een uitlaatklep geworden om wat tegengas te geven aan het burgerlijke leven. De plaat staat bol van zoete psychedelische invloeden die ons in het holst van de nacht aan de klanken van Beach House en Twin Peaks (de serie, in dit geval) doen denken.

Daarmee is Wounded Healer een verrassende plaat geworden en absoluut het album met de pakkendste nummers en de meest uitgebreide en conceptuele sound. In meer dan tien jaar hebben de muziek en de zang van Ford zich nog nooit zijn fijn omhelsd. Toch blijft Celebration al jaren ergens in een onbeduidend underground-hoekje hangen. Typisch zo’n band die net als zijn vrienden van Future Islands één zo’n momentje nodig heeft om door te stoten. Tijd om de band een steuntje te geven en naar de Sugarfactory te komen.

Want niet alleen komen deze psychpoppers de boel op stelten zetten, het DJ-team van The Daily Indie is er 29 juli ook bij.

 

WEBSITE SUGARFACTORY | FACEBOOK-EVENT

 Morgen host The Daily Indie voor de eerste keer een podium tijdens Eendracht Festival. Welke we vol mochten programmeren? Niets minder dan poppodium Rotown! En er is nóg beter nieuws in de vorm van de entree: die is er namelijk niet, dus loop je zo naar binnen om toffe bands te checken. 

We hebben maar liefst vier nieuwe bands die we aan je voor gaan stellen eind juli, te weten: Jibber Jabber & The Jams, Anemone, Nancy Kleurenblind en SONNDR. Om de bands alvast wat beter te leren, vragen we ze een mixtape in elkaar te draaien met hun invloeden. De eerste in de serie was SONNDR, tweede was Anemone en als derde is Jibber Jabber & the Jams aan de beurt. Een gloednieuwe band met een gruizige demo en een paar shows achter de rug. Wat wij al snel concludeerden: dit bandje heeft een goede bak potentie in zijn donder zitten en daar gaat het allemaal bij onze Eendracht-selectie. Liefhebbers van Ty Segall en Jacuzzi Boys, check die handel!

Eendracht Festival Mixtape
De band heeft goed zijn best gedaan en stuurde ons een mixtape van twee uur en twee minuten op. Met daarin Fuzz, Meatbodies, Frank Zappa, CFM, The Cramps, The Gooch Palms, Dead Ghosts en Natural Child.

Donderdag zie je de band dus live in Rotown tijdens Eendracht Festival. Check hier het Facebook-evenement en meld je aan! 

 

Op donderdag 20 juli host The Daily Indie voor de eerste keer een podium tijdens Eendracht Festival. Welke we vol mochten programmeren? Niets minder dan poppodium Rotown! En nog beter nieuws is er in de vorm van de entree: je loopt in Rotterdam namelijk zo naar binnen, want het is gratis. 

We hebben maar liefst vier nieuwe bands die we aan je voor gaan stellen eind juli, te weten: Jibber Jabber & The Jams, Anemone, Nancy Kleurenblind en SONNDR. Om de bands alvast wat beter te leren, vragen we ze een mixtape in elkaar te draaien met hun invloeden. De eerste in de serie was SONNDR en als tweede hebben we Anemone. Met frontman en liedjessmid Xander van Dijck, die je misschien nog wel kent van de psychedelische folkpoppers The Afterveins.

Eendracht Festival Mixtape
Het is een verdomd lekker mixtapeje geworden van bijna tweeënhalf uur, met daarin onder meer Peter, Bjorn and John, The Brian Jonestown Massacre, Wire, Nouveau Vélo, Space Needle, The Velvet Underground, Sleaford Mods, Hallo Venray, IDLES, zZz, Nick Drake, The Sound en Foals.

Donderdag zie je de band dus live in Rotown tijdens Eendracht Festival. Check hier het Facebook-evenement en meld je aan! 

 

In Eindhoven borrelt Gruismeel al jaren in bier, zweet, pure energie en gierende rock-‘n-roll. Een concertavond met een mythische status binnen de garagescene. Berucht binnen Noord-Brabant en inmiddels ver daarbuiten. The Daily Indie heeft er vele legendarische avonden mogen beleven en besluit eens wat dieper in de geschiedenis en het ‘Gruismeel-mysterie’ te duiken.

De concertserie is nodig. Niet omdat er nooit een goede garageshow wordt georganiseerd in de stad of de muzikale liefde er niet is, want de rock-‘n-roll zit in het Eindhovense grondwater. Traditioneel staat Eindhoven net als een stad als Groningen bekend om zijn hechte scene en zijn DIY-mentaliteit. Want als je zelf niets organiseert, dan gebeurt er niks.

Toch mist er nog een verbindende factor in de stad. Een collectief dat deze liefhebbers in de stad met elkaar verbindt en samenbrengt op dezelfde plekken. Uit die behoefte ontstaat Gruismeel, met poppodium Effenaar als spin in het web. Een concept dat nog steeds blijkt te werken, gezien er in meer dan vijf jaar al bijna zeventig shows zijn georganiseerd.

Legendarische gigs
Onbewust begonnen met een avond rondom Black Lips in 2011, komen er door de jaren heen namen als Thee Oh Sees, King Gizzard & The Lizard Wizard, Girl Band, Iceage, White Fence, The Fresh & Only’s,The Wytches, Ex-cult, Big Ups, Meatbodies en Fat White Family voorbij. Gruismeel is een constante factor in de regio geworden en zorgt ervoor dat je de beste punk-, garage- en rock-‘n-roll-bands voor het eerst kunt zien op een klein podium en in een toffe setting.

En die typische Gruismeel-posters, die herken je uit duizenden als je er eentje tegen het lijf loopt op smoezelige plekjes in de stad. De zwart-witte affiches kondigen door de jaren heen shows aan in Altstadt, AreaFiftyOne, de load-in-dock van het Klokgebouw en Stroomhuis. De locatie is dan ook een belangrijk ingrediënt van de Gruismeel-formule. Simpelweg een podium bouwen op gekke plekken en een feestje bouwen; het geeft vaak net even die rauwe en unieke sfeer die je in een poppodium soms mist.

 

 

Girl Band – foto Patrick Spruytenburg

 

Celebral Ballzy – foto Marco Smeets

 

Big Ups – foto Kris Riem

 

together PANGEA – foto Marco Smeets

 

Meatbodies – foto Kris Riem

 

Night Beats – foto Patrick Spruytenburg

 

Meel/mail
Zijn volgers op de hoogte houden doet Gruismeel onder meer via de mail, waar dan ook onbewust de naam vandaan is gekomen. Liefhebbers kunnen zich in die tijd namelijk inschrijven voor de nieuwsbrief/digitale fanzine ‘Gruismeel’, om op de hoogte te blijven van garageshows in de omgeving, platen te winnen en artikelen te lezen over nieuwe bandjes. Die mails worden goed ontvangen en ‘Gruismeel’ is plots de naam van een concertserie.

En zoals gezegd, begint het op 11 december 2011 met Black Lips in AreaFiftyOne. Een goede kickstart om het licht uit te drukken…

 

Night Beats
Nog net voor de hele garagehype rondom labels als Burger Records en Lolipop Records en artiesten als Ty Segall en Thee Oh Sees, komt Gruismeel van de grond. Die grote ‘westcoast-golf’ is inmiddels weer gaan liggen, maar hype of niet: nieuwe garagebands blijven er toch wel komen en de echte fans weten de showtjes altijd te vinden. Dat is ook het leuke aan de scene: het is er een eentje voor onversneden liefhebbers. Alle boekers, agents, tourmanagers, artiesten en betrokken delen dezelfde liefde. Het is allemaal niet zo zakelijk en tot twee cijfers achter de komma, wat een verademing kan zijn in de vaak pragmatische muziekwereld. Het is een cultuur die drijft op de inzet van vrijwilligers en mensen die hard willen werken voor weinig, om die artiesten een podium te kunnen geven. Dat schept een sterke band die deze scene ook steeds dichter bij elkaar brengt.

Foto’s Marco Smeets

 

Mystic Braves
Dat trekt ook weer jonge mensen aan, wat goed te zien is tijdens de show van bijvoorbeeld de sixtiesurfers Mystic Braves in Stroomhuis december 2016. Een avond waarop Mooon aan de gang wil gaan met allerlei vloeistofdia’s en projecties. Prima, geen probleem. Vervolgens staat er een zaal vol kids die wordt gegrepen door de sfeer en de muziek.

Mystic Braves – foto Steffie van den Tillart. Klik op de foto voor het hele verslag op www.eindhovenrockcity.nl

 

Gruismeel, ‘de brand’
Gruismeel is dan ook een soort ‘brand’ die je gericht kunt volgen voor bepaalde shows. Het is niet ‘een plek waar regelmatig allerlei soorten bands spelen’. Er is duidelijk een bepaalde stijl als je door de namen scrollt: King Tuff, Cerebral Ballzy, Cosmonauts, Tweak Bird, Disappears, Mikal Cronin, Nobunny, Purling Hiss, Japanther, The Fresh & Only’s, Ringo Deathstarr, Eagulls, together PANGEA, Double Veterans, The Garden, Lookapony, Dead Ghosts, Froth, Jacco Gardner, The Mystery Lights, Zig Zags, The Wytches en Big Ups. Met name: rauw, duister, hard, vol energie en uiteraard: gruizig.

Foto’s Marco Smeets

 

 

King Gizzard & The Lizard Wizard
Hoogtepunten in het oeuvre is onder meer King Gizzard. Volgens meerdere ooggetuige “de eerste show waar zij bij waren waar niet alleen de jongens, maar ook de meisjes hun shirt uittrokken omdat het zó heet was.” Het was zo warm dat er zelfs videobeelden verloren zijn gegaan door een te vochtig geworden camera… De band ging erin mee en voedde de extase van de bezoekers door vanaf minuut één vol het gas erop te zetten.

Foto’s Patrick Spruytenburg

 

Inspiratie, Fat White Family en Thee Oh Sees
Het grootste compliment voor Gruismeel is misschien wel die van Niek Nellen, zanger van Afterpartees en Bob Verhagen, de twee oprichters van concertorganisator Nightbirds. Nellen liet zich inspireren door Gruismeel, om op zijn beurt het garagevuur bij mensen in Tilburg en Venlo aan te wakkeren met toffe bands. En zo hoort het, want het gaat allemaal om de muziek. En wij begrijpen wel dat de vlam is overgeslagen als we naar de foto’s kijken van bijvoorbeeld Fat White Family en Thee Oh Sees.

Foto’s Marco Smeets

Foto’s Ralph Roelse

 

Iceage
Spannende en gevaarlijke avondjes horen er natuurlijk ook bij. Of Iceage – een van de ongrijpbaarste bands – dus niet naar Eindhoven kon komen? Dat wil de band wel. Waarmee je ook direct de ‘ik-kan-je-elk-moment-op-je-bek-slaan-attitude van frontman Elias Rønnenfelt in huis haalt. In 2013 wordt de show van de band nog eens extra heet door een fan die continu recht voor de zanger zijn neus gaat staan. Zelden hangt er in Eindhoven zo veel (goede) tensie in de lucht tijdens een show.

Foto’s Marco Smeets

 

Releaseshows en Nederlands talent
Als Gruismeel inmiddels een tijdje bezig is en stof doet opwaaien met de ene na de andere opzwepende show, gaat het vuurtje snel binnen de garagescene. Het is al een klein wereldje, zeker door speciale Facebook-groepen waar de scene elkaar op de hoogte houdt van de leukste plekjes om te spelen. AreaFiftyOne wordt al snel een ‘dingetje’ voor bands. Niet alleen uit de buurt, maar ook internationaal stromen er steeds meer mailtjes binnen van bandjes die op een Gruismeel-avond willen spelen of zijn plaat releasen.

 

Driejarig bestaan
Zo organiseert Gruimseel dus gewoon eens een keer ‘een leuk avondje’ en nog eens eentje en nog eens eentje, weten de fans het steeds beter te vinden en voor ze het weten bestaan de organisatie al drie jaar in 2015. Er wordt besloten om uit te pakken met onder meer together PANGEA en Double Veterans. Een verstandige keuze? Dat kun je wel zeggen! 

Foto’s Marco Smeets

 

 

De Stroomhuis-poes
Toch gaat het niet altijd goed, op 12 november 2016 werd de show van Duchess Says en The Homesick afgelast door de poes in het Stroomhuis. Een van de leden van Duchess Says is namelijk allergisch voor katten. Zo erg dat ze er zelfs niet ook maar een beetje in de buurt kan komen en dus ook het optreden niet kon doen. Dit had ook gevolgen voor hun slaapplek, want naast het podium was ook direct het hotel van de band.

foto Tineke Klamer

 

Schrijf je in voor de Gruismeel!
En zo was er door de jaren heen nog veel en veel meer. Daarom hebben we nog een visuele bloemlezing voor je gemaakt van allerlei gigfoto’s. Nog meer weten? Dat kan alleen door er zelf naartoe te gaan! Gruismeel is een concertavond, dus ga er vooral eens heen als je dat nog niet gedaan hebt. Op de hoogte houden kan via de Facebook-pagina en uiteraard door je in te schrijven op de nieuwsbrief van de site.

Foto’s Marco Smeets Patrick Spruytenburg

 

Posters en illustratoren
Onlosmakelijk verbonden met Gruismeel, zijn de typerende posters die door illustratoren uit (de buurt van) Eindhoven worden gemaakt. Een continu uitdijende wall-of-fame vol herinneringen.

Welcome to The Village
21 – 22 – 23 juli

Twee jaar geleden werd koe Janneke nog door het festival op het menu gezet bij Welcome to The Village, dit jaar gaan er drie shetlandpony’s voor de bijl voor het Friese festival. Is dat zielig? “Ik weet niet of dat zielig is, ik denk dat de meeste mensen die dit lezen al regelmatig ponyvlees eten zonder het door te hebben”, vertelt voedselprogrammeur Anna Madrid Y Lopez.

Nederlandse paarden en pony’s worden namelijk geregistreerd, waardoor er veel bekend is over het leven van deze dieren. De paardjes van Welcome to The Village zijn bijvoorbeeld afkomstig van een boerderij in Dedemsvaart, waar ze tot aan hun slacht altijd vrij in de wei hebben gelopen.

 

“De manier waarop het gebeurde staat in schril contrast met de beelden die je misschien wel kent van die grote slachthuizen.”

 

Zelf was de programmeur bij de laatste uren van de WtTV-pony’s en dat maakte indruk op haar. “Dat was wel erg spannend moet ik zeggen. Het was ‘woensdag slachtdag’, dus hebben we een hele reeks gedaan. Van een koe, een varken, een schaap, vier kalfjes tot en met de pony’s”, vertelt Madrid Y Lopez. “Net voor de slachting dacht ik wel: ‘ik ga nóóit meer een stukje vlees eten.’ Maar daarna had ik dat juist totaal niet meer, want het gebeurde op een heel mooie, geconcentreerde en ambachtelijke manier. De manier waarop het gebeurde staat in schril contrast met de beelden die je misschien wel kent van die grote slachthuizen.”

 

 

Weet wat je eet
Het onderwerp komt voort uit de waarden van de festivalorganisatie, dat duurzaam en verantwoord eten net zo belangrijk vindt als een goede muziek line-up. “We doen dit omdat we graag willen laten zien waar je eten vandaan komt dat je dagelijks vaak zonder nadenken in je mond stopt. Hoe heeft dat dier geleefd en wat gebeurt ermee? Weet je wat je eet? Het gaat over bewustwording die wij als organisatie belangrijk vinden en daarbij hoort ook verantwoord, lokaal en duurzaam eten”, zegt Madrid Y Lopez. “

“En dan is er ook nog een overschot aan ponyvlees in Nederland, dat nu vooral naar het buitenland wordt geëxporteerd. Daarom vroegen we ons ook af: ‘waarom gebeurt dat?’ Dat komt misschien doordat een pony een vrij hoog aaibaarheidsgehalte heeft”, zegt Madrid Y Lopez. “Hoewel we wel bijna allemaal al paardenvlees eten, want dat zit bijvoorbeeld verwerkt in snacks als frikadellen en kroketten. Het rare is dan ook dat het vlees voor die snacks vaak wordt geïmporteerd uit Argentinië, terwijl we in Nederland dus een overschot hebben.”

 

“Wij merken dat onze bezoekers absoluut geïnteresseerd zijn in deze onderwerpen en we hopen dat ze daar uiteindelijk nog bewuster mee bezig gaan, dat zou mooi zijn.”

 

“Je ziet overal dat mensen veel bewuster bezig zijn met eten, maar tegelijkertijd wordt er behoorlijk wat lokaal voedsel over het hoofd gezien. Wij merken dat onze bezoekers absoluut geïnteresseerd zijn in deze onderwerpen en we hopen dat ze daar uiteindelijk nog bewuster mee bezig gaan, dat zou mooi zijn. We vertellen het verhaal en mensen mogen zelf bepalen wat ze daarmee doen.”

Meer variatie en minder verspilling
Ook de Hollandse eetcultuur speelt een rol volgens de programmeur. “In Frankrijk en Italië kun je dit soort vlees gewoon kopen, waarom in Nederland niet”, vraagt Madrid Y Lopez zich af. Tijdens Welcome to The Village gaat Willem Schaafsma van Restaurant Eindeloos daarom iets moois maken van het malse en zacht rode ponyvlees. “Willem gaat in festivalrestaurant Baaiduinen het hele weekend ponysaucijzen, ponyhaas, ponystoofvlees en ponybiefstuk bereiden van het vlees. Je moet er wel een beetje snel bij zijn gedurende het weekend, want het waren drie shetlanders en die zijn natuurlijk niet zo heel groot.”

 

 

Voor wie meer wilt weten over voedsel, de vleesindustrie en duurzaamheid, kan op zondag om half twee naar het fooddebat komen. “Janno Lanjouw is voedseljournalist bij De Correspondent en heeft voor die middag een programma samengesteld en een aantal gasten uitgenodigd. Waaronder Joël Broekaert, die over de vleesindustrie en het paarden- en ponyvlees komt vertellen”, zegt Madrid Y Lopez “Daarnaast komt ook Willem Vermaat, hij is een dierethicus en veganist. Ik ben dus wel benieuwd hoe dat verloopt en wat de inbreng van het publiek is.”

Confrontatie met je eetgedrag
Zelf heeft de programmeur nog nooit het ponyvlees gegeten, althans… “Nou ja, in ieder geval niet bewust. Ik ben wel ontzettend nieuwsgierig om het eens weloverwogen te eten en dat ga ik zeker doen op het festival”, zegt ze. “Ik denk dat veel mensen het ook wel spannend vinden om het te eten, omdat je er veel meer mee bezig bent. Het is anders dan dat je tussendoor even een hamburger eet. Dit is geen anoniem stuk vlees meer, het heeft een naam en een gezicht. Hierdoor komen er meer emoties bij kijken en word je volgens mij meer geconfronteerd met je eetgedrag.”

 

“Zo vinden wij het belangrijk dat onze bezoekers naast verantwoorde vleesgerechten een grote variatie aanbieden, waarin zowel vegetarische en veganistische gerechten worden geserveerd.”

 

Niet alleen geïnteresseerden voor het ponyvlees zitten goed op Welcome to The Village, de voedselline-up is ook deze editie weer goed gevuld met liefde voor lokaal en verantwoord eten. “Op het terrein hebben we twintig stands die allemaal heel lekkere dingen serveren en ook bezig zijn met de onderwerpen die wij als organisatie belangrijk vinden. Zo vinden wij het belangrijk dat onze bezoekers naast verantwoorde vleesgerechten een grote variatie aanbieden, waarin zowel vegetarische en veganistische gerechten worden geserveerd. Tijdens Welcome to The Village kunnen we daar mooi op inzoomen.”

 

WEBSITE FESTIVAL | FACEBOOK-EVENT

Terwijl hiphop in de Nederlandse mainstream momenteel huge is, blijft zijn kleinere broertje grime tot op heden nog onderbelicht. Op het eerste gehoor komt de muziek ook intimiderend over, met zijn loeiharde clubbeats en agressieve lyrics. Grime isde punk van de 21e eeuw. Wanneer je je er echter in verdiept, zal je dit spannende genre gaan waarderen. Daarom hier een spoedcursus grime van onze redacteur Bram.

 

De roots: Ruff Sqwad
Het hoofdstuk grime start aan het begin van deze eeuw, in een flatje in een slechte wijk in Oost-Londen. Een groep schoolvrienden in hun tienerjaren genaamd Ruff Sqwad besluit compleet uit het niets dat de UK-garage (een elektronisch genre uit de jaren negentig dat als voorloper van de dubstep wordt gezien) niet volstaat om hun verhalen over te brengen, en gaat rappen over beats van plaatselijke jonge producers. Grime – overigens kwam de naam pas veel later in trek – onderscheidde zich sinds het begin van andere hiphop door de veel snellere beats met links naar drum-’n-bass, dubstep en dancehall. Onderwerpen zijn, vanzelfsprekend, het leven op de straat, geweld en de behoefte aan status. Ook gevoelige teksten over liefde vreest Ruff Sqwad niet, iets waar je toch niet direct aan denkt bij de ijskoude sound van de groep.

 

Vanwege het arme milieu waarin deze pioniers opgroeien, vinden al deze producties plaats met geleende laptops en crappy apparatuur. Toch slaat de muziek aan: binnen no time kent de hele buurt de tracks van de straatschoffies en breken ze ook langzaam door in de clubs. Tot een paar jaar geleden zijn er nooit professionele remakes gemaakt van deze grime-beginselen. Wel waren ze in de krochten van YouTube te vinden, waar DJ’s uit de underground-scene in Londen ze vonden. De professionele remakes die tegenwoordig gewoon op Spotify te vinden zijn, winnen dankzij de opkomst van het genre nog steeds aan populariteit.

 

De pro: Dizzee Rascal
Als het revolutionaire werk van Ruff Sqwad langzaamaan steeds meer mensen bereikt, is het onvermijdelijk dat ook anderen de stijl oppikken. Een van de belangrijkste early adopters is producer en rapper Dylan Mills, de man die schuil gaat achter Dizzee Rascal. De destijds zestienjarige Mills is eerst vooral producer, maar gaat later ook over zijn eigen grime-beats rappen. Dizzee is uiteindelijk een van de eersten die een professioneel geproduceerd grime-album ter wereld brengt: Boy In Da Corner (2003), Mills is dan pas achttien.

 

 

Niemand heeft aanvankelijk hoge verwachtingen van de release, die een vreemde eend in de bijt van de Britse charts was. Toch kwam het tot plek 23 (!) in de Britse album top-40. Ook de muzikale status quo is fan: Boy In Da Corner pakt naast het publiekssucces zelfs de Mercury Prize in 2003. De jury zocht naar een album dat de Britse tijdsgeest op dat moment het best weergaf, en Rascal slaagde hier erg goed in met zijn duistere en pessimistische werk. Met dit grote binnenlandse succes kort na het ontstaan van grime, lijkt het alsof de stroming de wereld binnen de kortste tijd helemaal zal gaan veroveren. Helaas is de rest van de wereld nog niet zo snel overtuigd.

 

De producer: Wiley
De producer van Boy In Da Corner, Wiley, is misschien wel belangrijker voor grime dan alle anderen in dit artikel. Wiley is een van de eerste echte grime-producers en is voor een groot deel verantwoordelijk voor de ijskoude en agressieve sound van het Londense genre. In zijn single Wot U Call It? probeert hij zijn eigen werk te definiëren.

 

 

De track laat de ‘identiteitscrisis’ horen die ontstaat tijdens het creëren van een nieuwe muziekstroming. Wiley heeft kritiek op iedereen die het genre probeert te downgraden door het met oude, conventionele termen als garage of urban te beschrijven, terwijl hij als pionier zich juist willen afzetten tegen de gevestigde orde. Nog steeds is er nog geen vaste naam voor de muziek die inmiddels een genre op zichzelf is geworden. Wiley noemt z’n muziek zelf eskimo beat.

 

De koning: Skepta
Skepta’s carrière begint als producer van de grimegroep Meridian Crew. Na een ruzie besluit hij om solo te gaan en daarbij ook de microfoon op te pakken. Dit moment geldt misschien wel als een van de belangrijkste momenten in de evolutie van het genre, aangezien Skepta (echte naam Joseph Junior Adenuga, 1982) door veel liefhebbers én door zichzelf tot The King Of Grime zou worden bestempeld. Skepta is niet per se een revolutionair op muzikaal gebied. Grime is op dit punt inmiddels vrij ‘volwassen’ geworden. Skepta is des te meer vernieuwend in de manier waarop hij zijn muziek promoot, de aandacht pakt en een subcultuur creëert.

 

 

Dankzij deze stappen is hij de eerste die de muziek ook in Noord-Amerika grootschalig onder de aandacht brengt. De eerste wereldwijde grimehit laat na Skepta’s eerste album Greatest Hits (2007) nog even op zich wachten, maar met Shutdown van het album Konnichiwa (2016) maakte de hele wereld kennis met de Londense achterbuurten en haar cultuur.

 

De belofte: Dave
Tot nu toe zijn de grote muzikale vernieuwingen op het grime-gebied allemaal afkomstig van tieners geweest. De nieuwe generatie staat ook te springen om het stokje over te nemen: de negentienjarige David Santan, beter bekend als Dave, is het grootste talent uit het Londense genre. Op zeventienjarige leeftijd maakt Dave zijn debuut op het freestyle Youtube-account Blackbox.

 

 

Sindsdien gaat het erg hard voor Santan: een jaar na zijn debuut releaset hij zijn debuutalbum Six Paths, een van de meest diepgaande albums in de grime tot nu toe. Op dit album durft het talent zich namelijk kwetsbaar op te stellen door op Panic Attack, dat hieronder in een prachtige piano-uitvoering te horen is, te praten over zijn angsten en de prestatiedruk die hij ervaart. Ook protesteert hij op Picture Me tegen de money talk binnen de hiphop.

 

Santans talent gaat verder dan rappen: hij speelt al jaren piano en was ooit zelfs zo serieus dat hij vijf uur per dag oefende. Dit muzikale inzicht hoor je terug in zijn producties, die vaak net wat subtieler zijn dan eerdere grime-bangers. Dit geluid gaat ongetwijfeld nieuwe MC’s inspireren en beïnvloeden. Zelfs Drake heeft Dave al in z’n vizier gekregen. De Canadees remixte Wanna Know van Six Paths.

 

En waar blijft Nederland?
Bij de meeste van de hier genoemde artiesten zijn miljoenen streams op Spotify geen uitzondering, toch staan ze in Nederland nog niet grootschalig in de spotlights. De serieuze Nederlandse pogingen om grime te maken zijn op één hand te tellen. De bekendste zijn Noizboiz en een enkele track van Zwart Licht. Eerstgenoemde komt er echter ook achter dat het Nederlandse publiek nog niet klaar is voor grime. Noizboiz heeft momenteel vooral succes in de UK. Hiphopmagazine 101Barz sprak een aantal Nederlandse betrokkenen over de redenen waarom Nederland achterblijft in deze scene.

Dit klinkt niet erg veelbelovend. Toch is er nog hoop. Artiesten als Skepta, Stormzy en Dave halen de ruwe randjes van het genre en maken grime toegankelijker voor het grote publiek. Grime zal voorlopig nog niet zo populair worden in Nederland als de autotune hiphop waar de hitlijsten nu mee gevuld zijn, maar voor de liefhebbers valt er zat te ontdekken dat wel de moeite waard is.

 

Op donderdag 20 juli host The Daily Indie voor de eerste keer een podium tijdens Eendracht Festival. Welke we vol mochten programmeren? Niets minder dan poppodium Rotown! En nog beter nieuws is er in de vorm van de entree: die is namelijk gratis. 

We hebben maar liefst vier nieuwe bands die we aan je voor gaan stellen eind juli, te weten: Jibber Jabber & The Jams, Anemone, Nancy Kleurenblind en SONNDR. Om de bands alvast wat beter te leren, vragen we ze een mixtape in elkaar te draaien met hun invloeden. De eerste in de serie: SONNDR! Rauwe en wavey punksongs vol duistere rafelrandjes die je hier kunt horen op zijn demo-tapes. Met oud-leden van onder meer Rats On Rafts en The Afterveins weet je dat je je borst nat kunt maken voor de liveshow.

We hebben de band een tijdje terug al eens geboekt tijdens de preparty van Metropolis die we met het festival hebben georganiseerd. Advies: wil je niet missen!

 

 

Ik ben oud, klaarblijkelijk. Eerst is er het idee: ‘Ach wat leuk, Panda Bear’s Person Pitch viert een tienjarig jubileum. Wie weet is dat een dankbaar haakje voor een aardig retrospectief.’ Niet veel later volgt het besef; goeie grutten, waar is de tijd gebleven? Sgt. Pepper (1967): historisch artefact, nooit meegemaakt. OK Computer (1997): op de achterbank van mijn ouders stationwagen luisteren naar cassettebandjes van Elly en Rikkert. Person Pitch (2007): jawel, daar was ik zelf bij.

Het Noorden van Nederland, 2007
Het is lente, de frisgroene coniferen staan in lichterlaaie en ik woon bij mijn ouders onder een degelijke tweeondereenkapwoning. In de achtertuin staan een duister konijnenhok en een pergola. De school is twee minuten lopen ver. Ik woon in een dorp. Ik woon in een wereld met het formaat van een ei.

De vriend van vroeger woont in een even degelijke tweeondereenkapwoning, aan de overkant van de straat. We zijn op zijn zolderkamer, waar het warm is. Ik zie een platenspeler en een verzameling CD’s. Uit een doos haalt de vriend een zinderend vinylexemplaar van Person Pitch. Ik zie de plaathoes: de halve ark van Noach in een badkuip. De vriend van vroeger zegt: “Animal Collective speelt binnenkort in Vera. Met Panda Bear. Hier, moet je Bros horen. Twaalf minuten lang, heel anders dan Animal Collective. Geen geschreeuw.”

Tien jaar later. Ik sta in de trein tussen de slapende forensen. Half zes, traject Rotterdam – Dordrecht. Aan de telefoon spreek ik de vriend van vroeger. Hij zegt: “Ja, dat herinner ik mij nog wel. En ik herinner me dat ik over de Friesestraatweg fietste met Person Pitch op mijn iPod Mini. Links en rechts boerderijen en gras. Ik herinner me de geur van gras, zoals het na een hete dag geregend heeft.”

 

 


Baltimore, 1981

Panda Bear wordt als Noah Lennox geboren in Charlottesville, Virginia. Moeder doet ballet, vader draait Top 40-muziek in de auto. Als Noah drie is verhuist de familie naar Baltimore, een autorit van drie uur. Er zijn twee honden. Ook is er een broer, Matt. Noah omschrijft Baltimore als zwaar, donker en geïsoleerd. Hij groeit tot zijn eigen geluk op in een huis, vlakbij het bos. Op de middelbare school speelt hij basketbal, piano en zingt in een koor. Op zijn eerste mixtapes tekent Noah panda’s.

Lissabon, 2004
Noah Lennox is zesentwintig jaar, Animal Collective draait op volle touren en in 2004 verhuist Panda Bear van (dan inmiddels) New York City naar Lissabon, Portugal. In zijn liefde voor Portugal staat Lennox niet alleen, want zelfs notoir zuurvat M. Kozelek wijdt er op het dit jaar verschenen (krankzinnig vermoeiende) Common As Light And Love Are Red Valleys Of Blood een ode aan. In Kozeleks woorden: “People living day to day and enjoying the moment. Fado, steak en iced lattes”. N. Lennox trouwt er een modeontwerpster en sticht een gezin.

Het Noorden van Nederland, omstreeks 2004
Het is zomer en ik fiets met bonzend hart naar de lokale magazineboer om de nieuwste OOR te halen. Ik voel mij goed, omdat ik eindelijk m’n achterlijke Trance Energy-periode ben ontgroeid en nu serieuze muziek luister. Het geld dat ik met mijn folderwijk van driehonderdvijftig adressen bijeen schraap zal namelijk gaan naar Travis’ nieuwste: te verkrijgen in de plaatselijke platenzaak voor de monsterlijke prijs van éénentwintig euro, omgerekend bijna vijfenveertig gulden. Oneindig ver buiten mijn bewustzijn verschijnt Sung Tungs van Animal Collective.

 

 

Geluidswielen en regenbogen
Dan verschijnt in 2007 Person Pitch. In zijn  schaarse vrije tijd draait Panda Bear geluid aan geluid en uit de analoge ruis van oude samples en de zon van Lissabon ontstaat het werk. “Pitch being sound and person being a person with person pitch being a sound of a person“, aldus Lennox.

Cat Stevens, Scott Walker, Hans Zimmer, Kraftwerk – ze verdwijnen allemaal in de geluidsspoelen van Lennox en komen er als Bros en Good Girl/Carrots weer uit. Dwars doorheen alle geluidswielen en regenboogfragmenten galmt Lennox, in koor met zichzelf, over familie, vrienden en de stress van alle dag.

Ontdaan van alle galm doet plaatopener Comfy In Nautica bijna banaal aan:

Coolness is having courage /
courage to do what’s right /
try to remember always /
just to have a good time
.

Weer verderop, op Carrots gaat het van:

And look in between your moments /
There’s something good happening /
It’s good to sometimes slow it down
.

Terwijl het om hem heen gonst van geluid herinnert Noah zichzelf eraan de tijd te nemen, plezier te maken en vooral positief te zijn. Ondertussen draait hij de wereldse hectiek langzaam terug tot een kamerstudio in Lissabon, een krat oud vinyl en een Roland SP-303 sampler.

Golf
Ondanks het totale gebrek aan enige verwachting aan Lennox’ kant – I don’t want to sell it short, because I like what I do, but I didn’t think anybody was going to care – blijkt Person Pitch een enorme mijlpaal. Niet alleen voor Panda Bear zelf, maar niet minder voor een bij vlagen onverteerbare vloedgolf aan zolderkamer-artiesten die met sampler en tape hun eigen schuchtere universum aan elkaar draaien: Youth Lagoon, High Places, Doldrums, Neon Indian, Washed Out, Toro Y Moi. Het modeverschijnsel, ofwel non-genre chillwave verschijnt spontaan en sterft weer net zo hard. En het werd 2008, 2009, 2010, de tijd verstrijkt, de golf breekt en Noah Lennox maakt zich stilaan op voor de opvolger van Person Pitch.

De orde van de dingen
De zomers volgen elkaar op, Animal Collective blaast Vera omver en ik heb het volledig langs mij heen laten gaan. Het dorp wordt een stad, de folderwijk een supermarktbaantje en de weeïge regenboog van Person Pitch waait over de traag uitdijende geest van mijn zestienjarige zelf. De felgekleurde zomer van Animal Collective’s Feels maak ik vagelijk mee, zij het volledig onder de schaduw van The Bends van Radiohead. Een puistige klasgenote uit de sk8ter boy-achterhoede van Avril Lavigne speelt mij de plaat toe tijdens pauze (zwarte tas met de buttons van Greenday en Simple Plan). De zinderende plaathoes van The Bends maakte diepe indruk. Het is een bijzonder zonnige dag; na het laatste blokuur ben ik volgens mij vrij.

Ik ben oud, klaarblijkelijk; hier raakt het labyrinth van mijn herinneringen de orde van de dingen kwijt. Er blijft één lange, tienjarige zomer over: zinderend, schuchter, uitbundig en hondsnaïef als Person Pitch zelf. Na twintig minuten is het telefoongesprek met de vriend van vroeger afgelopen en schakel ik werktuigelijk over naar de Discover Weekly-playlist van Spotify.

Goeie grutten, waar is de tijd gebleven?

Door de jaren heen hebben we over honderden, dan wel niet duizenden bandjes en artiesten geschreven. Maar er gaat natuurlijk nog een hele wereld schuil achter al die albums, video’s, foto’s, festivals en shows. Van boekers, (tour)managers, programmeurs, fotografen, videomakers, marketeers, publishers, labels: er komen een hoop mensen kijken om al die artiesten letterlijk en figuurlijk een podium te bieden en in jouw oortjes te laten belanden. Wij lichten deze muzikale smaakmakers voor je uit! 

We zijn de serie gestart met Marije van Veen, wat je hier nog kunt lezen. Deze keer spreken we met Eva van Netten die, ja, wat doet ze eigenlijk niet? Ze speelt in BlackboxRed, werkt aan allerlei internationale projecten, maar ook bij Welcome to The Village, Explore the North, Asteriks en… afijn! Je leest het allemaal hieronder.

Hé Eva, waar ben jij op dit moment allemaal mee bezig? We zien een hoop leuke projecten voorbijkomen!
“Heel veel leuks, inderdaad! Naast dat ik zelf muziek maak met BlackboxRed, doe ik allerlei andere dingen rondom muziek. Zo organiseer ik de festivals Welcome to the Village in juli en Explore the North in november in Leeuwarden. Met Explore the North maken we ook programma voor een project in 2018 rondom taal. Daarnaast maak ik met een heel leuk team het hele jaar programma voor Podium Asteriks. In de tussentijd bemoei ik me af en toe tegen wat bands aan met coaching en management.”

Hoe ziet een gemiddelde week van jou eruit?
“Het klinkt heel officieel, maar ik ben vaak op kantoor. We hebben een enorm grote loods waar kantoorruimtes aan vastzitten, waarvan de grote flexruimte mijn favoriet is (hoewel, in de keuken zijn altijd koekjes…). Daar werken we met veel verschillende mensen die allemaal verschillende festivals organiseren.”

“In de avond tover ik een van de kantoorruimtes om tot oefenruimte en werken Stefan en ik aan ons nieuwe album. We kunnen daar doen wat we willen, want niemand hoort ons!”

Waarom doe je wat je doet en wat vind je er het leukst aan?
“Omdat ik elke dag met muziek en kunst bezig mag zijn! Het maken van een programma voor festivals vind heel tof en zelfs ook leerzaam. Het doel is om niet alleen een leuke band op een podium te krijgen, maar juist met projecten die je daar omheen kunt organiseren een verschil te maken. Een verschil bij een artiest, bij de bezoeker en bij jezelf als organisatie. Ik ga vaak naar het buitenland om nieuwe samenwerkingen aan te gaan en uitwisselingen tussen artiesten op te zetten.  Daar leer je als organisaties onderling veel van, maar de artiesten leren ook van elkaar.”

“Ik werk graag thematisch en actueel. Daarbij haal ik veel inspiratie uit artiesten die heel uitgesproken zijn of net even anders durven te doen zoals Mykki Blanco en Savages. Maar ook blogs die meer op mode, kunst en activisme gericht zijn vind ik interessant zoals Dazed en AnOthermag.”

Wat vind je het mooiste aan muziek?
“De energie! En dan van beide kanten: zowel op het podium tijdens het spelen, alsook wanneer ik van een afstandje kijk naar publiek die compleet los gaat bij een band.”

Wat is een recent project waar je aan hebt gewerkt en waar je erg trots op bent?
Het schrijven van het tweede album van BlackboxRed! We zijn bijna klaar met schrijven en in ons hoofd horen we al precies hoe het moet klinken. Dat is altijd een spannende en heel erg leuke periode, want er kan nog van alles gebeuren!”

“Daarnaast heb ik samen met een hiphopartiest uit Manchester een uitwisselingsproject opgezet rondom lokale grime-artiesten uit Leeuwarden en Manchester. Dit jaar is ook Manchester International Festival daar bij ingestapt. Dat is een festival waar ik wel tegenop kijk, want die doen ontzettend toffe projecten met grote artiesten. Dat is toch wel even een hoogtepuntje.”

 

“Naar mijn inziens is Rotterdam heel lekker bezig het laatste jaar. Er gebeurt veel en komt veel vandaan op bandjesgebied.”

 

Welke shows heb je allemaal in de agenda staan deze zomer? Waar kijk je verder nog naar uit dit jaar?
“Er zijn een paar dingen waar ik heel erg naar uit kijk zijn Sonic City Festival in Kortrijk. Vorig jaar zag ik daar dankzij Savages Jessy Lanza, Mykki Blanco, Suuns en Bo Ningen in een zaaltje voor zeshonderd man. Dit jaar cureert Thursten Moore! Hij heeft al een aantal heel interessante acts bevestigd, zoals Moore Mother. Maar ook Wolf Alice in de Melkweg, Le Guess Who?, waar onder meer Perfume Genius cureert”

Wat is je favoriete, nieuwe nummer van dit moment?
“Op dit moment luister ik heel veel naar het nieuwe album van Marika Hackman. Vooral het nummer I’d Rather Be With Them is een van mijn favoriete nummers. Het heeft heel veel spanning en sfeer en ze gebruikt altijd slimme gelaagde teksten. Er zit veel pijn in, dan vind ik het vaak een goed nummer.”

Favoriete album van dit moment?
“I’m Not Your Man van Marika Hackman.”

 

 

Favoriete artiest van dit moment?
Marika Hackman, dus. Maar ik wacht ook met smart op nieuwe muziek van Christine And The Queens en alles wat Alison Mosshart doet staat altijd bovenaan mijn lijstjes.”

Hoe staat de Nederlandse muziekscene er op het moment voor volgens jou?”
“Goede vraag! Naar mijn inziens is Rotterdam heel lekker bezig het laatste jaar. Er gebeurt veel en komt veel vandaan op bandjesgebied.”

“Verder vind ik het vrij saai moet ik zeggen. Ik zie er weinig experimentele concepten uitspringen. Dus dat mag van mij wel wat meer, rauwer, experimenteler, grootser – noem maar op. Dat gezegd hebbende vind ik wel dat acts als Sevdaliza en CUT_ het wel heel erg goed doen. Daar mogen we trots op zijn.”

 

“Zelf hou ik lijstjes bij met alles wat ik ooit ben tegengekomen en de moeite waard vind om te onthouden. Het lijstje heeft dan ook de titel “Everything I ever looked up and need to remember because I liked it.”

 

Is er een opmerkelijke/interessante trend die jij ziet in de muziekwereld?
“Zeker. Ik lees erg veel Dazed and Confused, daar haal ik ook vaak nieuwe muziek en artiesten of kunstenaars vandaan. Mede daardoor en door Sonic City 2016 ben ik mij gaan verdiepen in de gender- en queerbeweging in hiphop. Een erg interessante scene met ontzettend goede artiesten en muziek. Mykki Blanco, Cakes Da Killa en Christine And The Queens zijn een aantal voorlopers in dit verhaal en hebben allen heel sterke albums gemaakt.”

Waar check jij alle nieuwe muziek?
“Dazed and Confused, Spotify Discover Weekly en Facebook. Ja, toch echt… En door  vrienden die ik eens in de zoveel tijd om nieuwe bandjes vraag.”

 

“Ik volg sinds deze week ook Miley Cyrus. Die schijnt leuk te zijn om te volgen, maar tot nu toe heb ik er nog weinig van gemerkt.”

 

Volg je nog toffe playlists op Spotify/een ander kanaal?
“Hoewel Spotify niet zo goed doorheeft dat ik veel daarvan toch vaak al ken. Daarnaast vind ik Release Radar van Spotify ook wel fijn. En zelf hou ik lijstjes bij met alles wat ik ooit ben tegengekomen en de moeite waard vind om te onthouden. Het lijstje heeft dan ook de titel ‘Everything I ever looked up and need to remember because I liked it.’

Welke artiesten moeten we volgens jou absoluut volgen op Instagram?
“The Big Moon: super droge insta’s. Black Honey: altijd in stijl. En ik volg sinds deze week ook Miley Cyrus. Die schijnt leuk te zijn om te volgen, maar tot nu toe heb ik er nog weinig van gemerkt.”

Heb je nog andere toffe aanraders: op het gebied van film, kunst, websites, boeken, theater, series, noem het op?
“Ik kwam laatst een interessant project tegen van Marina Abramovic en Jeff Koons die samen met Olafur Elisasson de eerste online VR-gallery starten eind dit jaar. Ik ben heel benieuwd hoe dat gaat werken.”

“Wat betreft films ben ik erg benieuwd naar de film RAW, over een vegetarisch meisje dat kanibaal wordt. Dat soort verhalen vind ik nou leuk! De film is al uit trouwens, maar ik moet ‘m nog kijken.”

“Wat betreft series: ik kan iedereen Black Mirror en Orphan Black aanraden.”

Wie zouden we hierna echt moeten vragen voor deze rubriek?
“Lisa Moree. Zij is de manager Jett Rebel en Dakota. En speelt natuurlijk zelf in Bells Of Youth.”